Post Tagged ‘bedrijfsleven’

De Club van 30 had gisteren een artikel staan over de effecten van de nieuwe luchtkwaliteitseisen voor de zeescheepvaart op het Nederlandse bedrijfsleven. Volgens de nieuwe luchtkwaliteitseisen het zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen wereldwijd dalen, waarbij er aanvullende eisen gesteld kunnen worden in zogenaamde SECA gebieden. Waar de Noordzee ook toe behoort. Bernard ‘duurzaamheid is innovatie‘ Wientjes stelt volgens de Club van 30 in een brief aan Staatssecretaris Atsma dat deze aanvullende maatregelen slecht zijn voor de scheepvaart en voor de staal en papierindustrie in Nederland. Om te beoordelen of dat klopt lijkt het me verstandig om te bezien wat de maatregelen inhouden, welke redenen er zijn voor de maatregelen en mogelijke alternatieve maatregelen om de doelen te halen.

Wat houden de maatregelen in?

Volgens de Europese Commissie (pdf) betekenen de afspraken een afname met 4,50 gewichtsprocent van zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen:

  • een afname van het zwavelgehalte tot 3,50 gewichtsprocent tegen 1 januari 2012;
  • een afname van het zwavelgehalte tot 0,50 gewichtsprocent tegen 1 januari 2020, behoudens herziening in 2018, met  mogelijk uitstel tot 2025.

Voor de zogenaamde SECA’s (waaronder dus de Noordzee) gaat het om een afname met 1,50 gewichtsprocent  van het zwavelgehalte van alle  scheepsbrandstoffen die worden gebruikt binnen SECA’s

  • tot 1,00 % tegen 1 juli 2010;
  • tot 0,10 % tegen 1 januari 2015;

Waarom is de maatregel nodig?

In 2001 hebben de lidstaten van de EU zich gecomitteerd aan de het programma schone lucht voor Europa (Clean Air For Europe). Het einddoel daarvan is dat de luchtkwaliteit dusdanig moet verbeteren dat er geen merkbaar effect meer is van luchtverontreiniging op gezondheid en milieu.

Om de doelstellingen uit CAFE te bereiken worden de luchtverontreinigende emissiesbinnen de Europese Unie vanuit verschillende hoeken gereguleerd. Aan de ene kant gebeurd dit door grenzen te stellen aan de hoeveelheid emissies, de concentratie van luchtverontreinigende stoffen en de neerslag (deposito) van luchtverontreinigende stoffen. Aan de andere kant worden de luchtverontreinigende emissies gereguleerd door bronbeleid.

De absolute hoeveelheid emissies per land worden begrensd door de Nationale Emissieplafonds uit de Nationale Emissie Plafond-richtlijn, waar de luchtvaart en zeescheepvaart niet onder vallen. De maximale concentratie luchtverontreiniging op een bepaald tijdstip op een bepaalde plaats wordt begrensd door de Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, waar luchtverontreiniging veroorzaakt door de luchtvaart en zeescheepvaart wel meetelt. De hoeveelheid neerslag van luchtverontreinigende stoffen wordt in bepaalde gebieden gereguleerd door natuurwetgeving (Natura 2000).

De afgelopen decennia hebben grote reducties in luchtverontreingende emissies plaatsgevonden, waardoor de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd is. Zo wordt de luchtkwaliteitsnorm voor zwaveldioxide al jaren gehaald (bron: Compendium voor de Leefomgeving). Tegelijkertijd zijn er nog aanvullende maatregelen nodig om de lange termijn doelstellingen van CAFE te halen (bron: kamerbrief Milieubeleid industrie na afloop milieuconvenanten).

Met het huidige zwavelgehalte (1,5 %) was de zeescheepvaart op het Nederlands deel van de Noordzee in 2009 goed voor 51% van de zwaveldioxide-emissies (SO2) (bron Compendium voor de Leefomgeving). Bij een verwachte toename van de zeescheepvaart neemt de emissie van SO2 door de zeescheepvaart de komende jaren verder toe. Voor een beeld van het huidig effect van de zeescheepvaart op de SO2 emissies zie dit artikel in The Guardian.

Alternatieve maatregelen

Natuurlijk is het mogelijk om de doelstellingen op een andere manier te halen. Industrie, landbouw en wegverkeer hebben de afgelopen 30 jaar echter al grote stappen gemaakt in het verlagen van hun luchtverontreinigende emissies, met name de emissies van SO2 zijn fors gedaald. Extra reductie in die sectoren is daarmee relatief duur. De scherpere eisen aan brandstoffen op de Noordzee zijn naar mijn mening dan ook een logische stap om de emissie van zwaveldioxide op het Nederlands grondgebied verder te verlagen en passend bij het principe de vervuiler betaalt. Tenzij de voorman van VNO-NCW bedoelt dat de doelstellingen uit CAFE aan de wilgen gehangen moeten worden…?

Dat is een vraag die me de afgelopen jaren veel gesteld is. Veel mensen die ik spreek vinden het een groot, warrig, vaag of verwarrend begrip. De reactie op deze onzekerheid verschilt van persoon tot persoon. De een stelt dat we eerst maar eens een goede definitie van duurzaamheid moeten formuleren, zodat duidelijk is wat we er mee bedoelen. De ander versmalt het begrip tot enkel milieu, klimaat of nog smaller tot duurzame energie. Zoek bijvoorbeeld eens op duurzaam bouwen een tel het aantal links dat ingaat op andere aspecten dan enkel het energieverbruik van een gebouw… Een derde wil vooral 100% zekerheid (of verlangt naar foutloze wetenschap) voordat er tot actie overgegaan kan worden.

De waarde van onzekerheid

Ergens vind ik het jammer dat er zo’n sterke drive tot zekerheid en versimpeling is. Het streven naar duurzaamheid is in mijn ogen namelijk een complex en lastig proces, waarbij duurzaamheid en de oplossingen die we er voor zoeken ook nog eens een moving targets zijn. Wat vandaag duurzaam lijkt, kan morgen onduurzaam blijken te zijn (denk aan de discussies over duurzaamheid van energie uit biomassa). Het aanleren van nieuwe ideeën, maar vooral ook het afleren van oude blijkt een lastige opgave te zijn voor mensen. Het vereist een omslag van denken in absolute waarheden naar denken in voorwaardelijke waarheden, aldus Ted Cadsby in een blog op Harvard Business Review.

Hij vergelijkt de manier waarop ons brein werkt met de bevruchting van een eicel. Zodra de eerste zaadcel een eicel bevrucht wordt de wand van de eicel ondoordringbaar, zodat andere zaadcellen niet meer naar binnen kunnen. Volgens Cadsby gebeurt dat ook in onze hersenen bij onzekerheid. Iets niet weten creëert een spanning die opgelost kan worden door een oplossing aan te dragen. Zodra deze oplossing gevonden is hebben andere oplossingen minder kans. Oplossingen die goed passen binnen onze denkbeelden maken natuurlijk meer kans, dan oplossingen die een grote omslag in ons denksysteem vereisen om weer tot een consistent geheel te komen. Voor wie meer in het Nederlands wil lezen over het nemen van beslissingen in complexe situaties raad ik de site van Top Innosense aan, of begin bij dit bericht op hun oude weblog.

De waarde van onzekerheid bij duurzame ontwikkeling

Het bereiken van een duurzame(re) samenleving is een complex probleem. Al was het maar vanwege de vele verschillende betekenissen die mensen toekennen aan het woord. Voor de een is duurzaamheid innovatie, voor de ander is duurzaamheid de normaalste zaak van de wereld, en voor andere gaat het om dood aan het grootkapitaal of om plantjes knuffelen.

Een van de lastigste aspecten aan duurzaamheid vind ik zelf de complexe relaties tussen ogenschijnlijk onafhankelijke zaken en de onvoorspelbare innovatieroutes die er bij horen. Zo is er een grote samenhang mogelijk tussen menselijke gezondheid, luchtkwaliteit en klimaatbeleid, maar nog mooier is het als duurzame ontwikkeling ook bijdraagt aan werkgelegenheid. In beleidstermen heb je het dan over Green Growth, een onderwerp waar de UNEP veel over gepubliceerd heeft en waar Zuid-Korea het voortouw heeft.

In Nederland lopen veel discussies over groene groei vast op de toekomst van de energie-intensieve industrie. Dit komt m.i. deels door de versmalling van de discussie over de transitie naar een duurzame samenleving tot een energietransitie en doordat er geen ruimte is voor nieuwe waarheden. In een deel van de hoofden is er zelfs geen plaats voor bestaande waarheden, zoals het scala aan steunregelingen vooor fossiele energie. Maatregelen die voor een milieu-econoom simpelweg gelijk staan aan een subsidie, alleen dan in de vorm van fiscale prikkels of command-and-control beleid. Een goed startpunt voor meer uitleg daarover is environmental economics 101 van Env-Econ.net.

Voorwaardelijke waarheden bij duurzame energie

Nederland heeft in het verleden veel energie-intensieve industrie weten aan te trekken door goedkoop aardgas, dat moest en zou ten gelde gemaakt worden voordat de volledige energievoorziening op kernenergie zou overschakelen. Onder druk van toenemende vraag en het milieubeleid wordt elektriciteit van aardgas duurder. Van oudsher is het idee dat duurzame energie te duur is voor de energie-intensieve industrie. Bovendien leveren de zon en de wind geen elektriciteit op aanvraag, zoals (een deel van) de huidige fossiele elektriciteitscentrales wel kunnen. Daarom is er een back-up capaciteit nodig in de vorm van gascentrales om altijd aan de vraag naar elektriciteit te kunnen voldoen. Wat de kosten voor de energie-intensieve industrie nog verder opdrijft.

Momenteel kiezen energie-intensieve bedrijven die geen tijdkritische of volcontinue productieprocessen ervoor om te produceren op het moment dat er weinig vraag is naar elektriciteit. Op die momenten is de elektriciteitsprijs laag, doordat de basislast centrales doordraaien. Als elektriciteit tientallen procenten van je kostprijs uitmaakt is het interessant om juist op die momenten te produceren.

Wat nu als we het systeem gaan kantelen? Wat gebeurt er als de energie-intensieve industrie haar productieproces en hun productiecapaciteit afstemt op piekuren in elektriciteitsaanbod? Wat betekent dat voor de standpunten over de energie-intensieve industrie en over de daarvoor benodigde energiebronnen? Wat betekent dat voor de business case van zon- en windenergie en van nieuwe basislast elektriciteitscentrales? Wat betekent het extra vermogen aan wind- en zonneenergie dat mogelijk wordt als de energie-intensieve industrie overstapt op duurzame eneergie voor de lokale luchtkwaliteit en volksgezondheid? Is zo’n overstap onmogelijk? Lees dan de managementsamenvatting van DAAN, een voorstel van Akzo Nobel, Nyrstar en Eneco, of het bredere onderzoek naar vergroening van de basislast en de energie-intensieve industrie.

En nog een stapje gekker: Wat gebeurt er als je een volledige stad energieneutraal kan maken inclusief hun energie-intensieve industrie? Onmogelijk? Niet als het aan Building Brains ligt… Of als zonne-energie juist kan gaan voorzien in een deel van de piekvraag naar elektricteit en misschien zelfs de behoefte aan extra hoogspanningsleidingen in de gebouwde omgeving kan verkleinen?

Of op z’n gekst: Wat gebeurt er als je een wijk met voornamelijk sociale woningbouw zonder sloop omvormt tot een gebied met lokale werkgelegenheid, gesloten materiaal- en energiekringlopen, en eigen voedselvoorziening terwijl de huizen betaalbaar blijven? Dan krijg je een heel ander type wijk.

Slot

Een heldere definitie van duurzaamheid is lastig te geven. Dat geldt echter ook voor gezondheid, toch weet iedereen wat ongezond is en neemt de overheid voortdurend maatregelen om gezond gedrag te bevorderen of ongezond gedrag af te straffen (maar of dat laatste altijd even effectief is…?). Voor duurzaamheid geldt feitenlijk hetzelfde, iedereen snapt dat producten of productieprocessen waar je ziek van wordt niet vol te houden zijn. De oplossingen zijn op het eerste oog echter zo complex en vergen zoveel systeemaanpassingen dat het aanlokkelijk is om nog een keer 10 jaar te blijven hangen in nader onderzoek.

Zelf ben ik meer van het doen. Nu we weten dat we weg willen van vervuilende en ziek makende producten en productieprocessen is het zaak om stapjes te gaan nemen. Vanwege de complexiteit is het zaak om  onze ogen voortdurend open te houden voor betere oplossingen en nieuwe inzichten. Dat betekent dat waarheden voorwaardelijk worden, context afhankelijk (wat hier duurzaam is, hoeft dat elders niet te zijn) en subjectief. Of zoals Thierry de Baillon stelt in tweedelig stuk over design thinking: complexe problemen kun je beter tackelen via veel kleine beslissingen dan via een grote beslissing. Waarbij het volgens Bob Sutton dan wel weer van belang is om stong opinions, weakly held te hebben.

Met dank aan Louis Suarez voor de inspiratie.

Bijna twee jaar geleden vroeg ik me samen met een aantal collega’s af of we de kritiek vanuit het bedrijfsleven op de criteria voor duurzaam inkopen via een interactief proces tot een samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven zouden kunnen ombuigen. Beide partijen onderschrijven tenslotte het doel: bij het verduurzamen van de samenleving ook gebruik maken van de inkoopmacht van de overheid cq. de eigen organisatie.

In het kader van de toolbox van buiten naar binnen bedachten we daarom een interactief proces om via een informeel proces tussen de inkopers van overheidsorganisaties en bedrijfsleven langzaam maar zeker tot een formeel proces tussen beleidsmakers uit bedrijfsleven en overheidsorganisaties te komen. Waarbij de criteria voor duurzaam inkopen die Agentschap NL heeft ontwikkeld als voorbeeld kunnen dienen.

We hebben ons proces tijdens de slotbijeenkomst van de toolbox gepresenteerd. We hadden het goede voornemen om er mee aan de slag te gaan na de cursus en ook daadwerkelijk wat neer te zetten. Meer dan een berichtje op mijn weblog, en een presentatie en toelichting aan een aantal collega’s van het programma duurzame bedrijfsvoering rijksoverheid is er echter niet van gekomen. Want ieder van ons was te druk met zijn reguliere werkzaamheden om werkelijk tijd in te steken in ons plannetje. We hebben het nog wel ingediend als plan voor de ASN Wereldprijs, maar ook daar hebben we vervolgens te weinig tijd in weten te steken om zelfs maar een weekprijs te winnen.

De verrassing

Op dinsdag 8 februari kwam de Nederlandse Vereniging voor Inkoopmanagement (NEVI) met een persbericht dat 17 Chief Procurement Officers van grote publieke en private bedrijven hun streven om duurzaam inkoopmanagement te verankeren hebben vastgelegd in het manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen en Ondernemen (MVIO). De deelnemende bedrijven zijn: Achmea Zorgverzekeringen, Akzo Nobel, Albert Heijn, Delta Lloyd, Essent Nederland, Heineken Nederland, ING Bank, ING Verzekeringen, Koninklijke DSM, Koninklijke FrieslandCampina, KLM, Koninklijke Philips Electronics, KPN, Nederlandse Spoorwegen, Rabobank Nederland, Rijksoverheid en NEVI.

Volgens het persbericht zullen de deelnemende bedrijven in vijf jaar tijd milieu -en sociale criteria als vanzelfsprekend worden meegewogen in het inkoopbeleid van hun ondernemingen. De deelnemende bedrijven kunnen daarbij de duurzaam inkoop criteria van Agentschap NL gebruiken of zelf criteria voor maatschappelijke verantwoord inkopen ontwikkelen.

Of er een verband is tussen het plan voor een alliantie duurzame bedrijfsvoering dat mijn medecursisten en ik hadden uitgedacht en de totstandkoming van het manifest maatschappelijk verantwoord inkopen en ondernemen weet ik niet. Het is in ieder geval wel erg leuk om te zien dat een oud idee in een andere vorm op een andere plaats weer opduikt. Als er een verband is dan is het een goed voorbeeld van je idee laten gaan.

En nu verder?

Voor zover mij bekend zijn zo’n beetje alle aan het manifest deelnemende bedrijven lid van VNO-NCW, MKB Nederland en/of MVO Nederland. Ik ben dan ook benieuwd wat de inbreng vanuit deze bedrijven gaat worden in de afgelopen week door MVO NL, MKB NL en VNO-NCW aangekondigde vernieuwing van de duurzaam inkopen criteria. Een van de ideeën die ik tegenkwam in de berichtgeving van MVO Nederland was dat er minder naar lijstjes gekeken moet worden en meer naar een ketenaanpak.

Ik ben dan wel benieuwd welke vorm van ketenaanpak gekozen gaat worden. Als twee uiterste (voor zover bij mij bekend) heb je aan de ene kant de simpele regels voor duurzaam inkopen van IBM (slechts 4 regels) en aan de andere kant de zeer uitgebreide, wetenschappelijk onderbouwde methodiek van het Sustainability Consortium (waar onder andere Ahold, KPMG en Unilever deel van uitmaken).

Dit bericht is ook geplaatst op duurzaam pleio en op  het rijksduurzaamheidsnetwerk.

De afgelopen maanden zijn we druk bezig geweest met het uitzoeken van de mogelijkheden voor energiebesparing en opwekking in ons nieuwe huis. We hebben een EPA advies laten uitvoeren, en verschillende offertes voor zuinigere cv-ketels, zonneboilers en zon-pv aangevraagd.

EPA Advies

Het EPA advies dat we via Vereniging Eigen Huis hebben aangevraagd was nuttig als basisinformatie, maar tegelijkertijd wel de grootste deceptie.Ik kan me dan ook goed voorstellen dat het EPA advies en energielabel onder huiseigenaren niet aanslaan.

Ons nieuwe huis is met een C-label energiezuiniger dan ik had verwacht. Het spouwmuren hebben 7 centimeter isolatie en de vloer heeft 15 centimeter isolatie. Dat dat niet echt veel is valt te merken aan de voorschotnota van het energiebedrijf van Euro 206 per maand, Euro 105 voor gas en Euro 101 voor elektra. Dat is Euro 2472 per jaar. Niet echt wat ik in mijn hoofd heb bij een relatief energiezuinige C-label woning…

De deceptie kwam pas echt bij de maatregelen die de adviseur in zijn rapport op heeft genomen om energie te besparen. De twee pakketten die voorgerekend worden hebben een terugverdientijd van 19 jaar of meer. Het vervangen van de huidige VR-ketel door een HR-ketel in combinatie met een zonneboiler levert een B-label op en heeft een terugverdientijd van 19. De beglazing vervangen door HR++ glas voor en achter levert een terugverdientijd van 22 jaar op. Andere bouwkundige maatregelen zijn niet opgenomen in het energieprestatie advies.

Terwijl ik Jan Rotmans bij de nieuwjaarsreceptie van Urgenda nog hoorde zeggen dat je voor Euro 20.000 tot Euro 30.000 een bestaande woning energieneutraal kunt maken… Ook uit de hoek van de Energietransitie, Platform Gebouwde Omgeving, hoor ik telkens dat de technische maatregelen beschikbaar zijn. Mijn grote vraag blijft: komen er ook nog aanbieders voor?

Bij de terugverdientijden uit het EPA advies gelden overigens 2 kanttekeningen. Ten eerste is de terugverdientijd van een nieuwe keuken of badkamer mij ook niet bekend, waarmee ik wil zeggen dat het ook een kwestie van kiezen is. Bedrijven die energiebesparende of energieopwekkende maatregelen leveren zouden wat dat betreft eens wat betere marketeers in moeten huren. Of de presentatie van Rosalinde Klein Woolthuis (pdf) op het congres Kennis levert energie van Building Brains eens bekijken.

De tweede kanttekening is dat het EPA advies met richtbedragen lijkt te werken voor maatregelen. Zo kost een zonneboiler Euro 3600 en besparen we er volgens het EPA advies Euro 110 per jaar mee. Terwijl ik verschillende offertes heb aangevraagd. Sommige geoffreerde systemen kosten Euro 1500 tot Euro 2000 inclusief installatie en subsidie, terwijl andere systemen Euro 3500 tot 4500 kosten inclusief installatie en subsidie. De warmteopbrengst van de aangeboden systemen loopt ook sterk uiteen, het lijkt me dan ook sterk dat al deze zonneboilers ons Euro 110 per jaar aan besparing op gaan leveren. Daarvoor is er een te groot verschil in systemen en prijzen op de markt.

Zonneboiler en/of zon pv

Met een schuin dak op het zuiden ligt ons huis behoorlijk ideaal voor een zonneboiler of zon-pv. We hebben dan ook verschillende offertes aangevraagd voor het vervangen van de huidige cv-ketel (VR van 9 jaar oud) en de huidige zonneboiler (afgekoppeld door de vorige bewoners). Voor de cv-ketel hoeven we niet lang na te denken, alle 4 de offertes adviseren namelijke dezelfde HR-ketel. HRe ketels, of micro-wkk, vinden we nog te duur. Voor zover we informatie op internet kunnen vinden zijn ze ook pas rendabel bij een behoorlijk gasverbruik, terwijl we juist willen investeren in energiebesparing (gas niet gebruiken is tenslotte nog altijd het goedkoopst).

Voor de zonneboiler was het lastiger. Zelf installeren is mogelijk maar gelet op mijn kluskwaliteiten leek ons dat geen aanrader. Grofweg lagen er daardoor 2 verschillende opties op tafel. In alle gevallen betrof het Nederlands producten. Drie offertes betroffen een Solesta zonneboiler, met een warmteopbrengst van 3,1 GJ. Het voordeel van de Solesta is dat de boiler gevuld is met water. Dat is ook meteen het nadeel, want om bevriezing te voorkomen loopt het water uit de panelen als deze onder het vriespunt zijn.

De andere optie was een HR Solar zonneboiler, met een warmteopbrengst van 6,1 GJ. Het voordeel is dat deze glycol bevat, waardoor er geen kans is op bevriezing. Het nadeel is dat het systeem een stuk duurder in aanschaf is dan de Solesta. Naar onze persoonlijke inschatting is het rendement van de HR Solar zonneboiler in onze situatie beter dan van de Solesta.

Gezien de prijs zien we daarom voorlopig even af van de zonneboiler, want ons bouwdepot is ontoereikend voor het duurdere HR Solar systeem. Bovendien willen we even afwachten wat onze werkgevers aan ontslagrondes in petto hebben in 2011. De zonneboiler blijft wel op de verlanglijst voor 2011 staan.

Terzijde

Ik vraag me overigens wel af waarom alle zonneboilers afslaan op 80 tot 90 graden Celsius. Op de middelbare school heb ik altijd geleerd dat je met stoom stroom kunt opwekken. Dus waarom gebeurt dat niet bij een zonneboiler. Iemand een idee? Mij lijkt een  zonneboiler die boven de 100 graden Celsius komt vergelijkbaar met de concentrated solar systemen die Desertec wil gaan inzetten voor grootschalige stroomopwekking. Maar misschien dat ik er helemaal naast zit…?

Vandaag las ik een bericht op Duurzaamnieuws.nl over het Nederlandse bedrijf Intivation. Het bedrijf ontwikkelt samen met  producenten van telefoons, opladers en batterijen mobiele apparaten op zonne-energie. Intivation is uitvinder van een power management systeem op een chip, dat via zonnecellen energie haalt uit natuurlijk licht.

Het bedrijf richt zich op de massamarkt in Afrika, China en India. Met name op de 1,6 miljard mensen, die geen elektriciteit hebben of bij wie de stroomvoorziening onbetrouwbaar is. De consument in India en Afrika is het meest gericht op het nieuwste van het nieuwste, waardoor de mobiele toestellen met Intivation’s power management systeem daar het makkelijkst aanslaan.

Het bedrijf heeft volgens Paul Naastepad, CEO van Intivation, geen expliciete groene of duurzame doelstelling. Hoewel de apparaten op zonne-energie in het gebruik duurzaam zijn, geldt dat niet voor de productie of afbraak ervan. Als kleine speler heeft Intivation weinig invloed op de productie van de chip waarop het power management systeem geplaatst wordt.

Aan de andere kant boekt Intivation wel degelijk winst om milieu- en sociaal gebied. De mobiele telefoons zijn namelijk voorzien van een led-lamp, waardoor kaarsen en lampen op kerosine overbodig worden. Dat scheelt schadelijke dampen in huis en zorgt voor minder afbrandende hutten (dat scheelt veel menselijk leed en luchtverontreiniging). Bovendien kunnen kinderen ‘s avonds hun huiswerk maken en neemt kleinschalige bedrijvigheid met name onder vrouwen in de gemeenschap toe.

Kortom in de productie- en afvalfase van haar producten kan Intivation ongetwijfeld nog verbeteren, maar met het realiseren van hun doelstelling om China, India en Afrika aan de mobiele telefoon op zonne-energie te helpen dragen ze al fors bij aan een duurzamere wereld.

Een paar weken geleden schreef ik al dat het vandaag, 15 oktober, wereldwijd Blog Action Day is. Mijn voornemen was toen om in aanloop daarnaartoe een aantal Nederlandse bedrijven in het zonnetje te zetten. Van dat goede voornemen is weinig terecht gekomen, want de combinatie werk, een verhuizing voorbereiden en gezinsleven laat toch wat minder ruimte voor mijn weblog over dan voorheen.

Wat niet wegneemt dat Nederland ontzettend veel leuke, innovatieve bedrijven heeft op het gebied van water. Daarom bij deze een overzicht van opvallende bedrijven en producten om dat enigzins goed te maken, als aanvulling op de post die ik al wel geschreven heb over Pharmafilter, de water footprint die door de Nederlandser Arjen Hoekstra is ontwikkeld en een pleidooi voor kraanwater ipv bronwater.

Om te beginnen de Filtrix FilterPen. Filtrix is een dochterbedrijf van Norit en met de FilterPen heb je overal schoon water bij de hand. Een handige oplossing, die ongetwijfeld ook potentie heeft voor instabiele regio’s waar geen grote waterzuiveringsinstallaties beschikbaar zijn.

Twee jaar geleden en in juli besteedde ik al aandacht aan Dutch Rainmaker. Een Nederlandse windmolenfabrikant, wiens windmolen energie kan opwekken, water kan zuiveren en water uit de lucht kan winnen. Een product dat volgens mij wereldwijd enorme potentie heeft. Dutch Rainmaker is een deelneming van Icos Capital, een van de seed-capital fondsen die gebruik maakt van de Technopartner regeling.

Tot slot raad ik je aan om voor inspiratie op watergebied ook eens rond te neuzen op de website van de Small Business Innovation and Research (SBIR) regeling, bv. tussen de projecten op gebied van klimaatadaptatie .

Ik ben al een tijd actief op het Deense investeringsplatform MyC4, dat zich richt op het financieren van Afrikaanse ondernemers. Ik heb al eerder uit proberen te leggen hoe het werkt. Nu is er echter een filmpje gemaakt door Stikirend Film, met illustraties van Bigger Picture en voice over van Grete Tulinius. Dat filmpje legt veel beter uit hoe MyC4 werkt dan ik dat kan:

MyC4 is genomineerd voor de BBC World Challenge, je kan je stem hier uitbrengen op ‘Cyber Capital Denmark’.

Naar aanleiding van mijn eerdere bericht over de informatie avond over duurzaam ondernemen in Schiedam kreeg ik een vraag om meer informatie. Dat kan ik zelf niet geven, aangezien ik niet meer weet dan op de website van Schiedam staat.

Ontwikkelingen op gebied van duurzaam ondernemen

Op visie gebied zijn er verschillende ontwikkelingen in het bedrijfsleven. Ten eerste zijn er verschillende keteninitiatieven van grote leveranciers, bv. IBM, Wal-Mart, Unilever, Ahold en KPMG. Daarnaast zijn er veel ontwikkelingen op het gebied van eco-design, Cradle to Cradle, The Natural Step, biomimicry (zie ook de TED talk van Janine Benyus, waar ik vorig jaar over schreef) en biobased economy/groene grondstoffen.

Beschikbare instrumenten

Wat ik wel heb doorgegeven zijn de instrumenten die als eerste bij me op kwamen die op landelijk niveau beschikbaar zijn om duurzaam ondernemen te bevorden.

Op de eerste plaats de Doe MEE / duurzaamheidsscan van Syntens. Op de tweede plaats het innovatiekrediet voor technologie ontwikkeling (ook duurzame technologie), met daarin vanuit het aanvullend beleidsakkoord een speciaal luik voor duurzame technologie ontwikkeling voor niet-MKB’ers.

Natuurlijk ben ik daarbij een aantal zaken vergeten, en daarom zonder te beweren volledig te zijn hierbij een aantal aanvullingen:

  • Programma Milieu & Technologie.
  • Groen beleggen en financieren, door fiscale vrijstellingen voor consumenten kunnen banken met rentekorting t.o.v. normale leningen geld uitlenen aan ondernemers. Kredietaanvragen voor ondernemers loopt via de zogenaamde groenbanken en groenfondsen.
  • SBIR, al is dat meer een instrument voor overheden om bedrijven uit te dagen om oplossingen voor maatschappelijke problemen te ontwikkelen. Dat kan gaan om producten of diensten die de overheid vervolgens zelf kan afnemen, het kan ook gaan om producten of diensten die de overheid zelf niet inkoopt en die uiteindelijk afgenomen zullen moeten worden door marktpartijen.
  • Duurzaam inkopen. Ook meer voor overheden, maar wel interessant voor ondernemers en bedrijven die duurzamere producten en diensten leveren.

Voor een vollediger overzicht van nationale regelingen kun je terecht op Antwoord voor bedrijven of op Agentschap NL, daar staat per divisie een overzicht van regelingen. Zie bijvoorbeeld hier voor de regelingen van de divisie Milieu & Leefomgeving, en hier voor de regelingen van divisie Innovatie. Helaas staan daar de regionale en lokale regelingen niet tussen. Voor de noordelijke provincies is er ook de site 123 subsidie waar 68 regelingen in zitten.

Een inspirerende spreker en locatie kan natuurlijk ook geen kwaad ;-) Heb je zelf aanvullingen of andere ideeën over wat er thuishoort op een avond over duurzaam ondernemen? Kom maar door in de reacties.

Wie dit blog al langer volgt weet dat ik voorstander ben van de inzet van slimmere software om samenwerking en kennisdeling binnen en tussen overheidsorganisaties, en met de  samenleving te vergroten. Dat hoef je niet zelf te ontwikkelen als overheid, er zijn voldoende tools voorhanden.

Dat neemt niet weg dat er ook nadelen kunnen zitten aan de inzet van social media binnen je organisatie. Daarom een top 10 redenen waarom je social media moet verbieden op de werkplek. Uiteraard begint de spreker met uit te leggen waarom hij vroeger groot voorstander was van social media op de werkplek, om dan uit te leggen waarom hij van gedachte is veranderd.

Voor een overzicht van tegenargumenten verwijs ik je met alle plezier naar het weblog van Luis Suarez. Die kan de zin en onzin van het gebruik van social media in organisaties een stuk beter uitleggen dan ik. Of lees het artikel Social Trojan horse vs. Troj enterprise van Marijn Linssen.

Voor manieren waarop overheden web 2.0 en social media inzetten kun je natuurlijk ook terecht op Ambtenaar 2.0.

Bron van de video: Jane Hart

Jeffrey Hollender, mede-oprichter van Seventh Generation denkt van wel. Seventh Generation is een Amerikaanse producent van o.a. schoonmaakmiddelen, luiers en verzorgingsproducten. Boeiend filmpje, vooral die opmerking in het laatste deel waarin hij stelt dat hij z’n werk pas goed gedaan heeft als z’n advocaat bijkans een hartaanval moet krijgen bij het lezen van het maatschappelijk jaarverslag.

Bron: Environmental Leader

Wat denk jij, is radicale transparantie een strategie om je als bedrijf te onderscheiden?