Post Tagged ‘EU’

Vorige week berichtte Damian Carrington in The Guardian dat de Nederlandse overheid zich net als Engeland sterk maakt voor een compromis om te voorkomen dat Canadese teerzandolie als zeer milieuonvriendelijk te boek komt te staan. Daarmee verplaatst de strijd om de winning van de Canadese teerzanden zich naar Nederland. In eerste instantie leek het me een onlogische zet om je in te zetten voor de importmogelijkheden van Canadese olie. Totdat ik bedacht dat de Nederlandse staat via Energiebeheer Nederland voor 40% participeert in de winning van olie door NAM (onderdeel van Shell & Exxon) in Schoonebeek (zie lijst met deelnemingen op EBN site). De olie in Schoonebeek is ” zo taai en dik dat het lijkt op pannenkoekenstroop

Strijd om teerzand in Canada & de VS

In Canada is de strijd al een paar jaar in volle gang en heeft de minister onlangs een open brief gestuurd, waarin hij stelt dat tegenstanders van de winning van teerzand tegenstanders van Canada zijn. In de VS  wordt al een tijd een zware strijd geleverd om de vergunning voor de Keystone XL pijpleiding te blokkeren. Begin deze week heeft Obama de vergunning voor Keystone XL voorlopig afgewezen, maar wel de mogelijkheid open gelaten om een nieuwe vergunning aan te vragen. Obama is van mening dat het Amerikaanse parlement hem onvoldoende tijd gunt om de milieu- en sociale effecten van de pijpleiding te onderzoeken.

Californië werkt daarnaast aan wetgeving die de invoer van teerzandolie stukken lastiger maakt, door eisen te stellen aan de CO2 emissie van brandstof over de hele winningsketen (van well to wheel). Een rekenmethodiek die ook wel bekend staat als levenscyclus analyse en volstrekt gebruikelijk is in andere branches. Zo niet in de energiehoek, want de oliemaatschappijen voeren een stevige juridische strijd tegen het voorstel.

Teerzandolie in de EU & Nederland

In Europa werkt de Europese Commissie aan een herziening van The Fuel Quality Directive, dit is een soortgelijk voorstel als waar Californië aan werkt. Engeland (volgens sommige een lichtend voorbeeld op milieugebied) probeert al langer om dit voorstel van tafel te krijgen. Nederland heeft zich daar volgens Damian Carrington inmiddels bijgevoegd met een eigen voorstel. Damian Carrington wijst er op dat BP en Shell beide fors hebben geïnvesteerd in de Canadese teerzandolie. Wat hij over het hoofd ziet is dat de Nederlandse overheid via Energiebeheer Nederland ook (fors?) geïnvesteerd heeft in de winning van teerzandolie in ons eigen kikkerlandje. De hoeveelheid energie die nodig is om de Nederlandse teerzanden te ontginnen is misschien minder groot dan voor de Canadese teerzanden, maar ik vermoed dat het nog altijd meer is dan benodigd is voor conventionele oliewinning.

Als het voorstel van de Europese Commissie ongewijzigd wordt aangenomen kan het dan ook wel eens een stuk lastiger worden om de verwachte 100 miljoen vaten olie te verkopen. Wat weer gevolgen heeft voor de ‘aardgasbaten’ die EBN afdraagt aan de Nederlandse staat. In 2010 was de afdracht van EBN aan de Nederlandse staat volgens de jaarrekening goed voor ruim 5,3 miljard Euro. Al komt het grootste deel daarvan ongetwijfeld van aardgas.

PS Waarom investeert de Nederlandse overheid eigenlijk via EBN risicodragend in de zoektocht naar en de winning van fossiele brandstoffen, terwijl hernieuwbare bronnen hooguit exploitatiesubsidie krijgen?

Op donderdag 23 juni was ik te gast bij de Cradle 2 Cradle – duurzaam beton conferentie die werd georganiseerd door Strukton, Bouwend Nederland en de Stichting Vernieuwing Bouw. Onderwerp van de bijeenkomst was een onderzoeksproject naar recycling van beton in het kader van het 7e Kaderprogramma (KP7) Recyling bouwmaterialen, waar vanuit Nederland StruktonTheo PauwHeidelberg/ENCI en de TU Delftaan meewerken (met nog 12 Europese partners). De bijeenkomst vond plaats in het gebouw van Bomen Centrum Nederland te Baarn, waar geen spatje beton in te vinden was… Tijdens de bijeenkomst waren er presentaties van:

  • Peter Rem, Technische Universiteit Delft;
  • Frank Hoekemeijer, Strukton Civiel;
  • Andre Burger, directeur Cement & BetonCentrum;
  • Douwe Jan Joustra, partner One Planet Architecture institute (OPAi).

Bij de opening door Martijn Smitt, directeur Strukton Civiel, passeerde een paar mooie voorbeelden van duurzame oplossingen van Strukton de revue, zoals hergebruik van rail ballast, hergebruik van sloopmateriaal in het eigen productieproces, het combineren van transportbewegingen voor brengen van bouwmateriaal en halen van afval, en een getijde energiecentrale in de Oosterschelde, waarvan Strukton zelf ook elektriciteit af gaat nemen.

De presentaties

Peter Rem van de TU Delft schetste in zijn presentatie de technische contouren van het project en de mogelijkheden die het project biedt. Hij gaf aan dat Europese programma’s beginnen vanuit een oogpunt dat voor bedrijven soms wat vreemd oogt: de positieve effecten voor de Europese burger. Projecten die de EU steunt vanuit de Kaderprogramma’s moeten bijdragen aan de gezondheid, welvaart en het milieu voor de Europese burger en aan harmonisatie van regelgeving binnen Europa.

In het geval van recycling van bouwmaterialen gaat het dan concreet om:

  • het verminderen van transportbewegingen;
  • minder gebruik van niet-duurzame materialen;
  • uitwerking van de resultaten van het onderzoek op Europese regelgeving.

Peter Rem gaf aan dat de cementindustrie (een belangrijke grondstof voor beton) wereldwijd goed is voor 5 tot 10% van de CO2 emissies. André Burger gaf later aan dat de cementindustrie wereldwijd goed is voor 5% van de CO2 emissies en in Nederland slechts voor 2% van de CO2 emissie. Daarmee zit de cementindustrie volgens Douwe Jan Joustra in dezelfde orde van grootte als de luchtvaart- en scheepvaartsector. Een grote uitstoter van CO2, wat ook verantwoordelijkheid voor de vermindering van emissies met zich meebrengt.

Toekomstverwachtingen betonmarkt

Wereldwijd is veel beton aan het einde van haar levensduur (in jargon EOL beton als ik het goed begreep). Nederland loopt binnen Europa voorop in recycling van Bouw en Sloop Afval (BSA), in het zoeken van hoogwaardige toepassing van vrijkomende materialen en in innovatieve methodieken om gebouwen te ontmantelen. Het storten van beton (of ander afval) gebeurd in Nederland vergeleken met andere landen niet tot nauwelijks.

De verwachting voor de toekomst (tot 2025) is dat de hoeveelheid EOL beton toeneemt. Momenteel wordt end of life beton vooral gebruikt om menggranulaat van te maken, dat op haar beurt weer dient als fundering voor wegen. De verwachting is dat de vraag naar menggranulaat voor deze toepassing in de toekomst echter nauwelijks groeit. Dat betekent dat in 2025 mogelijk een overschot aan EOL beton ontstaat. De hoofdvraag van het onderzoeksproject is hoe dit overschot op een duurzame wijze gerecycled kan worden. Factoren die daarbij meespelen zijn het aantal transportbewegingen, cement en energie (de 3 ecologische kanten waar naar gekeken wordt), de proceskosten (de economische kant), de productkwaliteit en productgaranties (de markt kanten).

Het onderzoeksconsortium heeft een proefproces ontwikkeld dat de naam Advanced Dry Recovery (ADR) heeft meegekregen. Het betreft een mobiel proces dat ingezet kan worden op de slooplocatie, waardoor de hoeveelheid transportbewegingen beperkt blijft. In de ADR wordt het beton gescheiden in grof en fijn betongranulaat. Het grove betongranulaat is zuiver genoeg om als grondstof voor beton te dienen. De fijnere fractie kan als grondstof voor cement dienen, waarmee het een CO2 besparende vorm van recycling is. De kwaliteit van de reststoffen is digitaal te monitoren. Volgens Peter Rem is het proces economisch rendabel en competitief. Een eerste praktijktest wordt uitgevoerd bij de sloop van het oude IBG gebouw in Groningen.

Uitdagingen

Hoewel ADR volgens de TU Delft een veelbelovende technologie is, zijn er zeker ook nog beren op de weg. Zo is het lastig om met vaste percentages herbruik te werken, zoals BREAAM doet, omdat betongranulaat niet altijd lokaal beschikbaar is (je gaat bv. meestal het oude pand pas slopen als je het nieuwe pand voor een opdrachtgever hebt staan). Daarnaast is het van belang dat het beton bij sloop meteen gescheiden wordt en dat de kwaliteit van het betongranulaat goed is. Verder moet het inzetten van de techniek ook in de praktijk rendabel zijn.

Een laatste uitdaging is het effect van ADR op de duurzaamheidsscore van een project. Vooralsnog levert het nieuwe proces binnen de verschillende berekeningsmethoden voor duurzaam bouwen nog weinig op. Bij BREAAM is 1 punt te verdienen als je meer dan 25% beton hergebuikt binnen een straal van 30 kilometer. Bij DuboCalc en GreenCalc heeft hergebruik van beton nog helemaal geen effect op de duurzaamheidsscore. Terwijl er in de levencyclusanalyse wel milieuwinst geboekt wordt. Niet alleen wordt er minder CO2 uitgestoten per ton cement, ook wordt er bespaard op het aantal benodigde transportbewegingen. En de transportsector is goed voor een aanzienlijk deel van de CO2 emissies, maar ook voor geluidshinder en luchtverontreinigende emissies, zoals fijn stof en stikstofoxides.

Hoe worden de uitdagingen getackeld?

Strukton pleitte tijdens de bijeenkomst voor een ketenbrede aanpak om de uitdagingen te tackelen en ADR tot een succes te maken. Strukton werkt zelf mee aan het opzetten van deze ketenbrede aanpak, zowel binnen het onderzoeksconsortium als via het betonketen overleg van MVO Nederland.

Overige opvallende punten van de middag

Wat me opviel tijdens de bijeenkomst was de wil en verwachting bij een groot aantal aanwezigen dat het nu echt tijd is om veranderingen in de bouwsector in te gaan zetten. Niet meer praten, maar echt gaan doen. Dat stemt hoopvol.

Wat me ook opviel was het grote verschil tussen de defensieve toonzetting van Andre Burger over duurzaam beton en de offensieve insteek van Douwe Jan Joustra van OPAi. Burger haalde de passage uit Alice in Wonderland aan waarbij Alice vraagt welke weg ze moet nemen. Waarop ze de vraag krijgt waar ze heen wil. Alice zegt dat ze dat niet weet, waarop ze het antwoord krijgt dan maakt het ook niet uit welke weg je neemt. Moraal van het verhaal: definieer eerst duurzaamheid en dan gaan we ‘t oplossen. De versie van Douwe Jan Joustra (waar ik me meer in kan vinden) luidde: we weten allemaal waar we niet willen zijn, dus tijd om aan de slag te gaan om uit te zoeken hoe we hier vandaan komen.

Een van de manieren van de cementindustrie in Nederland en Europa om de CO2 emissie te reduceren is door de inzet van secondaire brandstoffen en biomassa. Overigens lobbied de cementindustrie naar mijn weten nog steeds stevig tegen het verhogen van de reductiedoelstelling voor CO2 in de EU i.v.m. de kans op carbon leakage. Als de cementindustrie in de EU nagenoeg klimaatneutraal zou zijn lijkt me dat weggegooid geld…

Daarnaast is klimaatneutrale productie slechts een aspect van velen die te maken hebben met duurzaamheid. Wie bijvoorbeeld kijkt in het Europese Emissieregistratiesysteem (E-PRTR) onder mineral industry / productie van cement komt nog een heleboel andere stoffen tegen die niet bekend staan om hun onschadelijkheid. Andre Burger stelde dat er wereldwijd ruim voldoende grondstoffen voor cement zijn, de wereldbehoefte aan aggregaten voor beton voor een periode van 40 jaar komt overeen met de inhoud van één Mont Blanc. Waarop een van de aanwezige antwoordde: de Zwitsers hebben misschien grondstof voor cement in overvloed, maar ze zijn wereldkampioen recyclen en bovendien erg gehecht aan hun Alpen…

Joustra nam een andere insteek: het gaat er in zijn optiek niet zozeer om om minder CO2 uit te stoten, als wel om zo te ontwerpen dat je je schaarse grondstoffen terugkrijgt aan het einde van de levensduur van een produkt. Bij voorkeur met behoud van kwaliteit. Zoals gebruikelijk bij Cradle2Cradle maakte Douwe Jan daarbij een onderscheidt tussen de technische en biologische kringloop. Alles wat vanzelf afbreekt zonder gevaar voor het ecosysteem behoort tot de laatste categorie, alles wat wel risico’s voor ecosystemen oplevert hoort thuis in de technische kringloop. Douwe Jan pleitte ook voor het gebruik van goede stoffen (geen betere of minder slechte, maar GOEDE).

Fabrikanten kunnen het bezit van grondstoffen behouden door producten niet te verkopen, maar te verhuren of leasen. Dat maakt dat je vanzelf anders gaat ontwerpen, want aan het eind van de rit mag je het zelf opruimen… De gebruiker vraagt ook niet om alle problemen die er komen kijken bij het bezit van een produkt, maar om de prestatie die het produkt levert. Je wil geen lamp, maar licht. In dat kader ontwikkelde Rau Turntoo, een concept dat draait om de prestatie van een produkt ipv het eigendom. Dat kan ook voor de bouw interessant zijn, zo zijn oude bakstenen vaak meer waard dan nieuwe. Ziedaar de ClickBrick van Daas Baksteen

Tot slot las ik nog een intrigrerende vraag die Ruud Koornstra tijdens een andere bijeenkomst over beton stelde, namelijk hoe het komt dat we als land met bijna de zachtste boden van de wereld toch de zwaarste gebouwen neerzetten? Een vraag waarop de zaal vol bouw- en betonexperts stil bleef.

Update 17 augustus 2011: Uit reacties via de email begrijp ik inmiddels dat Nederland niet zwaarder bouwt dan andere landen en dat de bouwmateriaalconsumptie per m3 gebouwinhoud in België en Duitsland tientallen procenten hoger ligt. Ik heb geen statistieken of gegevens om dat te onderbouwen. Terecht werd via de mail de vraag gesteld of gewicht het punt is of dat het gaat om een optimale bouwstijl gegevens de lokale omstandigheden.

Vanmorgen vond ik in de mailbox het nieuwste themanummer van de Science for Environment Policy nieuwsbrief. De nieuwsbrief is dit keer geheel gewijd aan de wisselwerking tussen klimaatemissies en luchtverontreinigende emissies. Interessante onderzoeken, maar een waarschuwing vooraf: lezen van onderstaande stuk uit de nieuwsbrief maakt het er niet makkelijker op. Klimaatbeleid en luchtkwaliteitsbeleid kunnen elkaar namelijk versterken, maar ook tegenwerken…

Continued reductions in air pollution and greenhouse gas (GHG) emissions are essential, as they pose serious threats to both people’s health and the environment across the world. Air quality and climate policies can provide mutual benefits: climate change mitigation actions can help reduce air pollution, and clean air measures can help reduce GHG emissions leading to reductions in global warming. There can also be trade-offs, if reducing a particular pollutant emission leads to additional atmospheric warming rather than cooling.

Furthermore, air pollution and climate change influence each other through complex interactions in the atmosphere. Increasing levels of GHGs alter the energy balance between the atmosphere and the Earth’s surface which, in turn, can lead to temperature changes that change the chemical composition of the atmosphere. Direct emissions of air pollutants (e.g. black carbon), or those formed from emissions such as sulfate and ozone, can also influence this energy balance. Thus, climate change and air pollution management have consequences for each other.

Given that emissions are linked to air quality and climate change, this thematic issue presents recent research that investigates the trade-offs and co-benefits that may be gained from reducing both long-lived GHGs, responsible for climate change, and air pollutants, responsible for adverse impacts on human health, ecosystems and the climate.

Although reducing particulate matter (PM) has clear health benefits, understanding the impact of this reduction on climate change is essential if mutual benefits for climate and health are to be delivered. The overall impacts of reductions are complex because PM is made up of many different chemical components with different physical properies, some of which lead to warming of temperatures (e.g. black carbon) by absorbing heat from the sun, whilst others (e.g. sulfates) bring about cooling effects by reflecting sunlight.

Several studies suggest that, in addition to health benefits, reducing black carbon sources would lead to cooling of global temperatures (see: ‘Reducing black carbon emissions benefits both climate and health’ download article (PDF)). On the other hand, other studies point out that reducing air pollution could worsen climate change in the short-term by contributing to an increase in global temperatures (see: ‘Do climate policies need a ‘pollution safety margin’?’ download article (PDF)). This is still an area of active research with many uncertainties to resolve.

Poor air quality is also caused by emissions of nitrogen oxides, methane and other volatile organic compounds that combine in the lower atmosphere to produce ozone. Ground-level ozone is a serious pollutant, which at high levels, damages human health and vegetation, including crop yields. In addition, ozone is a short-lived GHG contributing to climate change.

Changing environmental conditions, including rising temperatures caused by climate change, are expected to increase concentrations of ground-level ozone. Policies and management strategies to reduce ozone levels must be designed in light of evidence that there is a ‘climate penalty’ since increased temperatures make it more difficult to reach targets for ozone (and PM) in summertime. In particular, policies must incorporate evidence of how climate change is likely to affect different regions of Europe, if they are to be effective. The article, ‘How climate change could affect European ozone pollution’ download article (PDF), reports on research which suggests that climate change will lead to higher ozone levels across southern Europe this century.

The health costs of ozone pollution are likely to worsen under climate change. The impacts of climate change on air quality, ozone levels and ill-health are presented in ‘Climate impacts on air pollution could increase respiratory disease’ download article (PDF).

A reduction in pollutant emissions that produce ozone would not only improve public health but would also provide climate benefits. Integrating climate change and air quality policies would be the most effective approach.

One article, ‘Integrated climate change and air pollution strategies: a winning combination’ download article (PDF), compares the costs and benefits of implementing reductions in local air pollution and climate change actions separately or in combination. The message, again, is that simultaneous achievements in welfare and climate change are possible when decision-makers integrate both sets of policies.

Designing policies to combat future climate change is complicated by the many uncertainties associated with predicting the complex interactions governing long-term changes in climate and air pollutants. A recent study, detailed in ‘Unravelling the complex chemistry of the atmosphere’ download article (PDF), has reviewed progress in understanding the interactions between atmospheric chemical composition and climate. Continued and improved networks of measurements that provide long-term data are essential to gain a more robust understanding about past and present changes in concentrations of air pollutants and GHGs.

Such networks include surface, aircraft and satellite monitoring. Aircraft experiments combined with analysis using numerical models have proved to be particularly useful in advancing our knowledge about key chemical and physical processes in the atmosphere. There is also a clear need for improved emission inventories that track changing sources of air pollutants and GHGs over a wide range of locations and from year to year.

Ongoing research can provide opportunities for decision makers to choose policies that not only reduce GHGs but improve air quality and meet health goals.

Meer onderzoeken en artikelen vind je op de Science for Environment Policy website.

Kernenergie wordt de laatste tijd in diverse landen en door verschillende mensen, waaronder Willem Vermeend, gezien als een belangrijke oplossing voor het verminderen van de CO2 emissie. Zelfs een deel van de oude tegenstanders is inmiddels voorstander van kernenergie vanuit het oogpunt van klimaatverandering.

Daarnaast wordt kernenergie vaak gezien als goedkope stroom. Afgelopen week doken op verschillende sites twee studies uit 2009 op die daar kanttekeningen bij plaatsen. De eerste studie van de Citybank groep met de titel “New Nuclear – The Economics Say No” (pdf) laat zien dat de kosten en financiële risico’s van kernenergie groot zijn voor private investeerders. De studie somt vijf grote risicogebieden op waar ontwikkelaars en beheerders van nieuwe kerncentrales rekening mee moeten houden: planning, bouw, energieprijs, beheer en sluitingskosten.

Volgens de studie hebben overheden in geïndustrialiseerde landen tot nu toe enkel de risico’s op het vlak van planning afgebouwd. Hoewel het een belangrijke factor is, “is het de factor met de minste financiële impact”. Bouw, energieprijs en beheer zijn de belangrijkste risicogebieden, zo enorm dat ze echte “corporate killers” zijn en ook de grootste energiebedrijven op de knieën kunnen dwingen, volgens het rapport.

De Duitse fysicus Christoph Pistner van het Duitse Instituut voor Toegepaste Ecologie komt tot gelijkaardige conclusies. In zijn rapport “Renaissance of nuclear energy” (pdf, Duits) voert Pistner aan dat ontwikkelaars “de enorme bouwkosten van een nieuwe kerncentrale op voorhand en voor een ongewoon lange termijn moeten financieren.” Het duurt volgens Pistner minstens twintig jaar voor de operationele kosten terugbetaald zijn. Pas na die periode maakt de centrale winst.

Als dat klopt verklaart dat ook de lange lijst en grote bedragen subsidies voor kernenergie die het weblog Climate Progress een paar jaar geleden opsomde onder de titel Nuclear Pork — Enough is Enough. Het verklaart ook waarom Obama ruim 8 miljard dollar aan garanties beschikbaar stelt voor de bouw van 2 nieuwe kerncentrales. Zonder de garanties zijn de risico’s blijkbaar te groot voor private investeerders in de VS.

Ook verklaart het waarom Jonathan Porrit, voormalig voorzitter van de Sustainable Development Commission in het Verenigd Koninkrijk in heeft gezet op geen subsidie voor nucleair (uit The Guardian van 25 juli 2009):

Little more than a year ago, these nuclear zealots were telling the world that any new nuclear in the UK would require zero public subsidies. Hardened anti-nuclear campaigners such as myself fell about laughing – not one kilowatt-hour of nuclear-generated electricity has ever gone on to the grid, anywhere in the world, over 40 years, without some kind of public subsidy. So why does anybody suppose that it’s going to be any different this time round?

“We [in the SDC] said categorically that there was no way the industry could build new stations without subsidies. Government said we were wrong, explicitly. All the energy companies, too said they did not need subsidies. Now, they are all in there asking for large amounts of public money.

Het hele interview van The Guardian met Jonathon Porritt kun je hier vinden. Meer informatie over de studies van Citybank en Christoph Pistner vind je bij IPS, MO nieuws of Duurzaam Nieuws.

Volgens P+ kan duurzaamheidsminnend Nederland binnen enkele jaren zelf de geneugten van internationale handel ondervinden. Of beter gezegd de nadelen van het ontbreken ervan. P+ citeert uit een artikel in het FD waaruit zou blijken dat de Europese Commissie werkt aan een richtlijn om de internationale handel in groene certificaten moeilijker, dan wel onmogelijk, te maken.

Het gevolg voor Nederland? Een gebrek aan groene stroom, Nederland verbruikt namelijk meer dan dat het produceert. Een voorbeeld uit het artikel: Essent produceert ongeveer de helft van de groene stroom zelf, de andere helft wordt via de aankoop van buitenlandse groencerticaten geregeld. Momenteel is er een Europees overschot van deze certificaten, waardoor ze bijna niets kosten.

Maar wat gebeurt er bij schaars aanbod en grote vraag? Juist, dan stijgen de prijzen. Goed voor degene die (nu) investeren in de opwekking van groene stroom in Nederland. Pech voor de milieuvriendelijke consument, die dan meer zal moeten betalen voor groene stroom. Tenzij je natuurlijk investeert in eigen energie opwekking…

Misschien toch tijd om gebruik te maken van de SDE regeling voor zonnepaneeltjes of om een kleine windmolen op m’n dak te zetten, of om een HRe aan te schaffen?

Bron: P+ Europa wil groenestroomcertificaten stoppen

Ik ben al een paar maanden bezig met In Europa van Geert Mak. Ik had het boek vorig jaar bij het begin van de serie bij de VPRO al gekocht. Vorige week kwam ik een mooi citaat tegen van Vittorio Foa, de grootvader van progressief Italie, over de veranderingen in Europa tijdens zijn leven:

Ik ben nu bijna blind van ouderdom. Toen mijn ogen zich openden naar de wereld, in 1915, waren alle Europese landen bezig om elkaar uit te moorden. En ieder land land vond dat het recht aan zijn kant stond. Ik heb nog een paar herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog. Er hang voor mij een sfeer omheen van emotie en tragiek, ja, in onze familie waren ze er hevig bij betrokken. Ik weet nog dat Italie in 1915 de oorlog in ging. Ik was toen vier, en die hele oorlog ben ik bang geweest.

Nu mijn ogen vrijwel gesloten zijn, zie ik, in mijn laatste licht, dat de Europese landen elkaar omhelzen en hun grenzen vergeten. In mijn bijna negentig levensjaren heeft die ommezwaai plaatsgevonden. Dat blijft ongelooflijk. Maar ik weet hoe moeilijk het is geweest.

Solar Power From Africa: The Best Investment the EU Can Make | SolveClimate.com

“Big Solar” may take on a whole new meaning if Desertec, the most ambitious solar thermal plan ever conceived, gets funded.

Its architects claim they can build a supergrid of concentrating solar thermal plants (CSP) that can meet most of Europe’s current electricity needs by using just 0.3 percent of the deserts of the Middle East and North Africa (MENA) – and at a cost less than oil.

The long-term prospects look even sunnier.

For an investment of $400 billion over 30 years, Desertec could eventually power Europe plus two-thirds of the MENA countries by 2050, while dramatically cutting C02 emissions and phasing out nuclear power at the same time.

That’s a sizeable chunk of the whole world’s energy needs. And for only $13 billion per year.

What a bargain, if you consider that building a single nuclear power plant in Europe carries a price tag of around $2.5 to $3.5 billion these days.

Boeiende ontwikkeling… Is een ontwikkeling om in de gaten te houden. Met een fors ambitieniveau. Is dit de man op de maan die het klimaatbeleid in de EU nodig heeft?

ENN: New Record: Wind Powers 40% Of Spain

Wind power is breaking new records in Spain, accounting for just over 40 percent of all electricity consumed during a brief period last weekend.

Top 3 van windenergie producenten in de EU: Denemarken, Duitsland en Spanje. Als ik dit soort berichten lees vraag ik me af wat er mis is gegaan in dit land van klompen, kaas en windmolens. Oh ja, die nieuwe zijn lelijk… Alsof een energiecentrale met rokende schoorsteen een schoonheidsprijs verdient. Of ben ik dan te cynisch?

Bij Spanje zou ik overigens eerder verwachten dat ze inzetten op zonne energie, maar dat gaat nu hard in Californië:

SCE To Install Solar Panels On 2 Sq Miles Of California Roofs · Environmental Leader · Green Business and Corporate Sustainability News

Southern California Edison will install 250 megawatts of solar panels on 65 million square feet of roofs – that’s two square miles – of Southern California commercial buildings at a cost of $875 million. That project will be the nation’s largest solar cell installation. Enough solar to power 162,000 homes.

(…)

SCE hopes to have the first solar rooftops in service by August. The company says it will install at the rate of one megawatt a week.

Waar blijven de Nederlandse energiebedrijven en vastgoedeigenaren die vergelijkbare deals sluiten? Volgens een recente studie van het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) heeft dat behoorlijk wat potentieel:

Het potentieel van zonne-energie is aanzienlijk, zelfs in Nederland. Het beschikbare dakoppervlak kan maximaal een elektriciteitsproductie opleveren gelijk aan 60-95% van de huidige elektriciteitsvraag in heel Nederland en een warmteproductie van ongeveer 20% van het huidige aardgasgebruik in huishoudens.

Een onderzoek van New Carbon Finance laat het verschil zien tussen de kosten van reductie met en zonder handel met het buitenland. Zonder buitenlandse handel stijgt de prijs van CO2-rechten in de VS naar $ 40 in 2015, ervan uitgaande dat de Lieberman-Warner bill wordt aangenomen. Als handel in carbon credits met het buitenland (bv. China en India) wel wordt toegestaan zal de prijs per ton CO2 $15

The impact on U.S. consumer level energy prices of a carbon price of $15 vs. $40 a tonne is estimated by New Carbon Finance as follows:

At $15 a tonne:

* Electricity would increase seven percent in real terms from today’s average U.S. retail price (marginally higher than increases seen over the past four years);
* Gasoline would increase four percent (approximately 13 cents a gallon in today’s terms, small relative to increases caused by higher oil prices); and
* The impact on the price of natural gas would be five percent.

At $40 a tonne:

* Electricity would increase 20 percent in real terms from today’s average U.S. retail price;
* Gasoline would increase 12 percent (35 cents a gallon); and
* The price of natural gas would increase about 10 percent.

De besparingen van buitenlandse handel in CO2-rechten voor de VS lopen op tot $145 miljard. Aangezien het broeikaseffect een mondiaal probleem is maakt het voor de impact op het klimaat niet uit waar je de emissies reduceert. En van 145 miljard dollar kun je heel veel extra CO2-emissies reduceren… Of je kan er andere nuttige dingen van doen. Zo zijn er nog steeds dagen dat het niet op mijn rekening staat ;-)

Hetzelfde geldt voor Nederland en de EU, door handel met het buitenland of landen buiten de EU kun je de kosten van reductie sterk beperken. Als milieu-econoom snap ik de houding van GroenLinks dan ook niet.

Bron: Prediction: $1 Trillion U.S. Carbon Market By 2020 · Environmental Leader · Green Business and Corporate Sustainability News

Europa als 'kleine landtong' van Azie?

Geplaatst: 17 februari 2008 in Leesvoer
Tags:, , , ,

De Groene Amsterdammer heeft een verwijzing naar een essay van de Brits-Indische schrijver Pankaj Mishra. Pompeuze morele projecten als die van Sarkozy, hybris als die van Bush, xenofobische retoriek tegen immigranten: het gaat het Westen allemaal niet helpen. Wat de dichter Paul Valéry een eeuw geleden voorspelde, wordt volgens Mishra langzaam werkelijkheid: Europa wordt ‘een kleine landtong aan het continent Azië’.

Het essay van Mishra is te vinden in The Guardian.