Post Tagged ‘luchtkwaliteit’

Tijdens mijn speurtocht naar ontgassen in de binnenvaart stuitte ik vorig jaar op een presentatie van het ministerie van I&M. In deze presentatie werd gesteld dat er nog dampretourinstallaties zijn vergund die rechtstreeks naar de buitenlucht afblazen (sheet 8). Dampretourinstallaties die de schadelijke dampen die ze retour nemen dus niet door een dampverwerkingsinstallatie (DVI) leiden. De reden volgens is volgens de presentatie dat dampverwerkingsinstallaties traag, duur en log zijn.

Een bizar fenomeen leek me, maar genoeg reden om bij DCMR (Milieudienst Rijnmond) informatie te vragen om een overzicht van installaties waar dat voor geldt in de regio Rijnmond. Na weken wachten op een antwoord werd dit Wob-verzoek net voor het verstrijken van de besluittermijn afgewezen, omdat ik om een overzicht vroeg en DCMR een dergelijk bestand niet heeft. Beetje flauw, want er is dan wellicht geen overzicht, maar van milieuvergunningen is natuurlijk gewoon documentatie. Even een belletje of mailtje mijn kant op en we hadden dat kunnen oplossen.

Aangezien ik niet voor één gat te vangen ben vroeg ik om raad aan Brenno de Winter. Dat leidde tot een nieuw Wob-verzoek dat ik als nieuwjaarscadeautje op 3 januari verstuurde. Daarin stelde ik de volgende vragen:

Ik wil u vragen mij informatie te verschaffen, welke mogelijk is vervat in documenten, met betrekking tot ontgassen en dampretourinstallaties. Specifiek gaat het om navolgende informatie:

  1. Alle actuele vergunning voor dampretourinstallaties met inbegrip van de documenten met betrekking tot het verkrijgen van die vergunningen met inbegrip van eventuele procedures. Met actueel bedoel ik vergunningen die in het jaar 2013 zijn aangevraagd alsmede vergunningen die in de periode 2013 tot heden nog niet verlopen waren;
  2. Onderzoeken en metingen met betrekking tot ontgassing uitgevoerd of beschreven in de periode 2010 tot heden;
  3. Informatie met betrekking tot toezicht op vergunningen voor dampretourinstallaties alsmede ontgassing gedurende de periode 2013;
  4. Communicatie met interne en externe partijen met betrekking tot dampretourinstallaties of ontgassing;
  5. Besluiten, opinies, standpunten welke in voorbereiding zijn.

Op 15 januari ontving ik een ontvangstbevestiging, waarin DCMR aangaf 6 weken nodig te hebben voor een besluit. Inmiddels zijn we bijna 8 weken verder en heb ik niks meer gehoord van DCMR. Dat betekent dat ik februari af heb gesloten met het in gebreke stellen van DCMR. Lang leve de open overheid, nu graag boter bij de vis :-(

binnenvaarttanker

Staatssecretaris Wilma Mansveld heeft vorige week aan de Tweede Kamer laten weten dat ze inzet op een internationaal verbod op ontgassen door de binnenvaart, dus niet op een verbod in de havens zoals RTV Rijnmond in december meldde. Ze deed dit in antwoord op Kamervragen van Henk van Gerven (SP) en Liesbeth van Tongeren (GroenLinks). Dat is goed nieuws. Uit de antwoorden valt op te maken dat er in juni belangrijk internationaal overleg is om tot zo´n internationaal verbod op ontgassen te komen. Helaas vermeldt de staatssecretaris geen beoogde ingangsdatum van het verbod, ondanks berichten in diverse media dat dit wel zo zou zijn. Ook biedt ze vooruitlopend op een internationaal verbod geen zicht op nationale maatregelen.

Wel positief is dat het RIVM opdracht krijgt om opnieuw naar het protocol waarmee de omvang van emissie door ontgassen bepaald wordt te kijken. De kans is groot dat de officiële emissies daarmee gaan stijgen, zowel de emissies naar de lucht als de emissies naar het oppervlaktewater. Waarschijnlijk nog meer dan CE al berekende, omdat de staatssecretaris aangeeft dat het ontgassen van toxische stoffen naar de buitenlucht is toegestaan, zoals ik ook al schreef. CE Delft gaat in haar rapport ervan uit dat toxische stoffen niet aan de buitenlucht ontgast worden. Volgens CE gaat het om maximaal 24 ton aan toxische stoffen, te weten UN 1093 (acrylonitrile), UN 1230 (methanol), UN 1662 (nitrobenzene) and UN 2312 (phenol) en UN 1547 (aniline).

Nieuwe vragen

De staatssecretaris geeft aan dat ze de mening deelt dat de havens van Amsterdam, Dordrecht, Moerdijk en Rotterdam grotendeels in de buurt van woonkernen zijn gelegen. Een begrip dat voorkomt in internationale verdragen, maar niet is gedefinieerd in de Nederlandse regelgeving. Tot mijn verbazing laat de Staatssecretaris het bij deze constatering, zonder de logische vervolgstap om het begrip woonkern te koppelen aan een bestaand definitie. Bijvoorbeeld gebieden met de bestemming wonen.

Wat ook verrast, is dat de staatssecretaris schrijft dat alle dampretourinstallaties in Nederland in principe de teruggewonnen damp naar de buitenlucht mogen uitstoten. Het ontgaat me wat dan nog het milieuvoordeel van een dampretourinstallatie is. Tenzij ze bedoelt dat dampretourinstallaties teruggewonnen damp in geval van calamiteiten naar de buitenlucht mogen uitstoten. In mijn naïviteit dacht ik dat een dampretourinstallatie de dampen uit een tank retour nam of deze damp naar een dampverwerkingsinstallatie door zou sturen.

Inmiddels hebben Henk van Gerven en Liesbeth van Tongeren samen schriftelijke vervolgvragen gesteld aan Staatssecretaris Mansveld. Een volledig overzicht van vragen over ontgassen vind je hier.

Selectief informeren

De staatssecretaris stelt dat er tijdens handhavingsacties door de samenwerkende toezichthouders op de Zuid-Hollandse wateren en in de Rotterdamse haven slechts een beperkt aantal waarschuwingen en processen-verbaal zijn opgemaakt. In 2012 ging het om 38 waarschuwingen en 14 processen-verbaal en in 2013 om 6 waarschuwingen en 17 processen-verbaal. Deze gegevens komen uit het Evaluatieverslag (pdf) thema-acties ontgassen & boord-boord overslag 2012 van BTR-Rijnmond.

In dit evaluatieverslag staat ook dat de samenwerkende toezichthouders op basis van de uitgevoerde handhavingsacties concluderen dat het nalevingsniveau van het ADN en andere vigerende wet- en regelgeving laag is. De samenwerkende toezichthouders zijn van mening dat dit stringenter toezicht op de naleving van wet- en regelgeving met betrekking tot boord-boord overslag en ontgassen noodzakelijk maakt. De diversiteit aan overtredingen die de toezichthouders geconstateerd hebben is groot en de geconstateerde overtredingen brengen onaanvaardbaar hoge veiligheidsrisico’s voor bemanning en omgeving met zich mee.

Dat is een veel minder rooskleurig resultaat dan dat oprijst uit de aantallen die de staatssecretaris noemt in de beantwoording van de Kamervragen van Van Gerven.

Vorige week raakte ik verzeild in een discussie over de nieuwe dienstauto´s voor de Rotterdamse wethouders. Om een beetje te prikkelen tweette ik:

Dat deed ik op basis de ervaringen van Houston met elektrische auto´s. Nu is Nederland Amerika niet, zo zijn de brandstofprijzen hier een maatje duurder. Om te onderbouwen dat het in Nederland ook kan stuurde ik Arno Bonte van GroenLinks een excelletje dat ik ooit heb gemaakt waarin ik een Toyota Prius met een Nissan Leaf vergelijk bij 30.000 km per jaar.

Arno Bonte stuurde de mail door aan de mensen achter Bogue.nl, een Rotterdams weblog, waarna ik dit weekend diverse mailwisselingen had om mijn rekenmodel toe te lichten. Vandaag kan je het resultaat terugvinden op Bogue en dat liegt er niet om: de BMW 520d die de Rotterdamse wethouders willen is niet alleen 1,5 keer zo duur per jaar als de elektrische Nissan Leaf, maar stoot ook 6.828 % meer CO2 uit per jaar (over luchtkwaliteit heeft Bogue het nog niet eens). En dan hebben we het over slechts 1 auto. Als we uitgaan van 30.000 km per jaar en 5 dienstauto´s kan er € 20.000 per jaar bespaart worden. Daar kan de Rotterdamse voedselbank 2 jaar van gehuisvest worden.

De Nissan Leaf heeft natuurlijk z’n beperkingen in rijafstanden, maar ik kan me niet voorstellen dat de Rotterdamse wethouders met regelmaat op meer dan 100 km van de stad moeten zijn…

Lees hier de finesses van het verhaal.

Sinds een jaar bemoei ik me intensief met het dossier ontgassen door de binnenvaart. Verschillende partijen strijden al veel langer tegen de zeer schadelijke uitstoot van de zogenaamde Vluchtige Organische Koolwaterstoffen zoals benzeen. Ook journalisten als Leon van Heel van het Algemeen Dagblad en Jaap Deijl van RTV Rijnmond zijn al veel langer met het dossier bezig.

Zodra schepen hun lading hebben gelost blijft er in het ruim damp achter. Voordat er een nieuwe lading kan worden aangenomen dient het schip zich eerst van deze dampen te ontdoen. In de praktijk doen schepen dit veelal door hun luiken open te zetten waardoor deze dampen naar buiten toe worden geblazen.

Afgelopen week was een duidelijk hoogtepunt in het dossier. Naar aanleiding van een artikel van mijn hand over ontgassen op Sargasso heeft Arno Bonte (GroenLinks Rotterdam) vragen gesteld aan het college van B&W in Rotterdam. Landelijk hebben Henk van Gerven (Tweede Kamerfractie SP) en Liesbeth van Tongeren (Tweede Kamerfractie GroenLinks) vragen gesteld aan staatssecretaris Mansveld.

In de Tweede Kamer beloofde Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) om met wetgeving te komen die het ontgassen van schepen strafbaar stelt. Zaterdag 14 december 2014 stond er een artikel in het Algemeen Dagblad waarin de Rotterdamse Wethouder Haven en Economie, Jeannette Baljeu (VVD), zich achter een ontgasverbod schaart. Haar streven is om het verbod al per 1 januari 2015 in te laten gaan en te handhaven.

In de Rotterdamse haven is varend ontgassen officieel verboden, met uitzondering van twee aangewezen gedoogplekken (Geulhaven en 2e PET haven). Het verbod op varend ontgassen geldt echter alleen in de havenbekkens. Het is niet verboden voor schepen om varend op bijvoorbeeld de Nieuwe Waterweg te ontgassen. Dat betekent dat schepen die chemicaliën vervoeren hier hun luiken openzetten en de dampen naar buiten blazen, met alle negatieve effecten op de gezondheid van de inwoners van de Waterweggemeenten.

Uit recent onderzoek van het onafhankelijk onderzoeksbureau CE Delft blijkt dat de uitstoot van Vluchtige Organische Koolwaterstoffen een factor 10 hoger is dan de officiële cijfers van het RIVM. Er wordt 1,79 kiloton aan giftige stoffen naar buiten geblazen. Zelf ben ik na doorspitten van de aannames van het rapport van mening dat de onderzoekers uit Delft waarschijnlijk nog veel te conservatief zijn geweest (zie mijn artikel op Sargasso). Het gaat dus om een zeer relevant gezondheidsrisico.

Afgelopen jaar heb ik intensief samengewerkt met Mark Lensselink, Fractievoorzitter van de VVD Hoek van Holland, en lokale en landelijke politici van GroenLinks om het probleem op de kaart te zetten en oplossingen aan te dragen. Ook de steun van SP en PvdA is daarbij van grote waarde geweest.

Zowel het Kabinet als de Gemeente Rotterdam hebben dus uitgesproken dat de schadelijke uitstoot van onder andere benzeen in Nederland en dus ook in het Rijnmond gebied aan banden moet worden gelegd. Het jaar 2014 zal worden gebruikt om regelgeving op te stellen. Deze zal moeten aansluiten bij Europese afspraken. Daarnaast zullen er in de Rotterdamse haven installaties moeten komen om de dampen af te vangen.

Mark Lensselink stelt dat het ontgasdossier een voorbeeld is van hoe je met elkaar in het belang van de inwoners zaken kunt bereiken. Daar sluit ik me volmondig bij aan.

Meer informatie: Ontgasverbod voor havengebied.

Update 15/12/13 20:50u: links naar Kamervragen SP en GroenLinks toegevoegd. Vragen Nigtevecht aan gemeente Stichtse Vecht toegevoegd.

Update 28/1/14 21:50u: links naar Kamervragen SP en GroenLinks toegevoegd. Vragen Nigtevecht aan gemeente Stichtse Vecht toegevoegd.

Update 28/3/2014 23:00: links naar beantwoording Kamervragen GroenLinks en SP toegevoegd.

Update 22/7/2014: links naar beantwoording gemeenteraadsvragen GroenLinks Rotterdam toegevoegd.

Eerder deze week schreef ik een korte en een lange versie met kanttekeningen bij het onderzoek naar emissies van ontgassen. Een taai en langjarig dossier, waar voor mij veel meer mensen hun tanden in hebben gezet. Om al die mensen eer aan te doen (‘standing on the shoulders of giants’) hieronder een chronologisch overzicht van de Kamervragen en vragen aan gemeenterbesturen die ik terug heb weten te vinden over dit onderwerp.

Als je aanvullingen hebt, laat ze achter in de reacties. Dan voeg ik ze toe.

Gisteren heb ik op Sargasso een uitgebreide analyse gepubliceerd van het onderzoek dat CE Delft in opdracht van het Havenbedrijf Rotterdam en de verladers heeft uitgevoerd naar ontgassen in de binnenvaart.

Bij ontgassen komen giftige ladingdampen vrij, voornamelijk vluchtige organische stoffen (VOS) als benzeen, tolueen, ETBE en MTBE (loodvervangers in benzine). Deze stoffen dragen bij aan lucht- en waterverontreiniging.

 Een van de belangrijkste kritiekpunten op het artikel is de omvang ervan. Daarom hier kort de highlights voor de lezer met minder tijd:

  • De omvang van de emissies is een factor 10 hoger dan de overheid ons voorhoudt en is de afgelopen 10 jaar niet tot nauwelijks gedaald;
  • Bij MTBE (een zuurstofhoudende toevoeging voor benzine) bedraagt de emissie van ontgassen volgens CE Delft ruim 360 keer de totale Nederlandse emissie per jaar;
  • CE Delft gaat op aangeven van de industrie er vanuit dat toxische stoffen niet ontgast worden omdat dit niet mag van de regelgeving. Dat is wat te kort door de bocht, dezelfde regelgeving stelt namelijk dat ontgassen van toxische stoffen aan de buitenlucht is toegestaan als andere wijzen van verwijdering van ladingdampen en ladingrestanten niet praktisch zijn. Er zijn in Nederland geen aangewezen plaatsen voor het ontgassen van toxische stoffen en er is slechts één installatie die toxische stoffen mag verwerken. Die is gevestigd in Moerdijk. Hoe praktisch is dat vanuit Amsterdam of Rotterdam?
  • CE Delft gaat er op aangeven van de industrie vanuit dat er veel minder ontgast wordt als dezelfde stof meerdere keren achter elkaar vervoerd wordt (dedicatievaart). Reders geven echter aan dat ze volgens de inkoopvoorwaarden van de verladers gasvrij aan de terminal moeten komen, ook bij dedicatievaart. Gasvrij betekent wassen of ontgassen. Wassen kost geld, ontgassen is ‘gratis’;
  • CE Delft gaat er op aangeven van de industrie vanuit dat er veel minder ontgast wordt als stoffen die compatibel zijn na elkaar vervoerd worden. Ook hier geldt dat de eis in de inkoopvoorwaarden veelal gasvrij aan de terminal is;
  • Een dampretourinstallatie is in meerdere gevallen slechts het verplaatsen van het probleem volgens een presentatie van I&M uit 2012. De dampretourinstallatie blaast de gassen namelijk alsnog de lucht in;
  • De onderzoekers van CE Delft berekenen dat er 281 ton benzine wordt ontgast, terwijl er sinds 2006 een ontgasverbod voor benzine geldt.

 Een uitgebreidere versie vind je bij Sargasso.

Inmiddels heb ik ook 2 informatieverzoeken bij de overheid uitstaan:

  1. Bij Rijkswaterstaat voor het aantal meldingen van wijziging seinvoering;
  2. Bij DCMR voor het aantal dampretourinstallaties in de regio Rijnmond dat de damp onbehandelt naar de buitenlucht afvoert.

Vorig jaar mei schreef ik voor TEDxBinnenhof over de economische kansen van Nederlandse innovaties in luchtkwaliteit. In de kerstvakantie kreeg ik een rapport in handen dat de economische potentie vanuit een andere kant onderstreepte. Het afvangen van schadelijke gassen, die de binnenvaart momenteel al varende in de lucht loost, levert de handelaren in en producenten van deze gassen volgens het rapport ruim €117 mln extra inkomsten op. Zo zie je maar: de strijd van GroenLinks voor schonere lucht in het Rijnmond gebied kan prima samengaan met winstkansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Reden voor de website Duurzaam Bedrijfsleven om het onderwerp samen op te pakken.

Transport vluchtige organische stoffen

Nederlandse binnenvaartschepen vervoeren jaarlijkse miljoenen liters vluchtige organische stoffen, zoals benzeen, MBTE en styreen. Het zijn industriële chemicaliën die worden gebruikt als oplosmiddel of bij de productie van plastics. Deze stoffen zijn in principe vloeibaar, maar vluchtig: ze verdampen snel. In vakjargon heten ze NMVOS.

Door die vluchtigheid blijft er na het lossen van de vloeibare lading altijd een hoeveelheid aan gassen achter in de tanks. In 60 procent van de gevallen moet dit ontgast worden. De Nederlandse wetgeving kent geen beperkingen voor binnenvaartschepen om varend te ontgassen. Het ontgassen leidt tot stankoverlast en, aangezien sommige NMVOS kankerverwekkend zijn, ook tot schade aan het milieu en de volksgezondheid.

Kans van 117 miljoen euro

Het ontgassen is ook een gemiste economische kans. Volgens een recent onderzoek van Raymond Kastermans, specialist in gevaarlijke stoffen bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu, blijkt dat elk jaar vier miljoen liter aan NMVOS wordt ontgast. Deze gassen kunnen ook worden opgevangen en verhandeld. Volgens het onderzoek van Kastermans vertegenwoordigen de gassen een economische waarde van ruim €117 mln.

Alleen al het afvangen van benzeen zou €42 mln op kunnen leveren. Blootstelling aan hoge doses benzeen is schadelijk voor de gezondheid. Het havengebied in Rotterdam is volgens het Planbureau voor de Leefomgeving en het RIVM een van de weinige gebieden in Nederland waar nog een probleem met het halen van de norm voor benzeenconcentratie bestaat.

VentoClean

Het Rotterdamse TEICom heeft met zijn gepatenteerde koelinstallatie VentoClean een uitvinding in handen die vluchtige gassen kan opvangen en om kan zetten naar een waardevol product. Met behulp van stikstof wordt de ladingdamp direct afgegeven aan de ontvanger, zonder dat het product qua fysische eigenschappen veranderd is.

Tegenover een markt van €117 mln staan investeringskosten van ongeveer €1 mln voor aanschaf en installatie. VentoClean verbruikt 200 kilowattuur aan elektriciteit per uur, maar zelfs tegen kleinverbruikerstarief is dat een schijntje van €46 per uur aan exploitatiekosten.

Met het systeem kan op een 110 meter binnenvaarttanker zoals de Aaltje per reis rond 1100 liter benzeen of 700 liter benzine worden teruggewonnen.

Wereldwijd patent

Vluchtige organische stoffen zijn een wereldwijd probleem. TEICom is net naar de Verenigde Staten geweest, waar het probleem zich ook voordoet. Het bedrijf uit Honselersdijk profiteert van hun wereldwijde patent.

In Nederland is strengere wetgeving in de maak over het ontgassen van NMVOS, maar deze laat op zich wachten. In de tussentijd wordt onvoldoende gebruik gemaakt van innovatieve oplossingen van Nederlandse bedrijven voor het verbeteren van luchtkwaliteit. Alleen in Amsterdam zijn twee VentoClean-installaties besteld.

Havengebied Rotterdam

Het havengebied van Rotterdam is niet zo ambitieus en vond in eerste instantie 2030 vroeg genoeg:

Vorig voorjaar heeft het gemeentebestuur van Rotterdam aangegeven te werken aan een verbod op varend afgassen vanaf 2014. Tot 2020 wordt het afgassen in de Geulhaven gedoogd, dat betekent nog 7 jaar overlast van afgassen voor Vlaardingen (en in mindere mate Schiedam, Rhoon en Hoogvliet).

Tegelijkertijd spreekt Hans Smits, de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam, in de serie MVO Leiderschap van NuZakelijk prachtig woorden over het belang van MVO en zorg voor de omgeving voor de ‘licence to operate’ van het Rotterdams Havenbedrijf. Of bij het blijven gedogen van het lozen van schadelijke stoffen naar de lucht, terwijl alternatieven voorhanden zijn de term leiderschap hoort…

Afgelopen week stond er een berichtje op Infrasite over luchtkwaliteit. Een dossier waar ik me in het verleden nog wel eens mee bezig heb gehouden, dus altijd leuk om te lezen hoe het daar mee gaat. Volgens het bericht gaat het de goede kant op in Nederland. De stikstofdioxidevervuiling is nog te hoog langs minder dan een halve van de 5.050 kilometer rijkswegen, en langs ongeveer elf van de 131.085 kilometers overige (provinciale, gemeentelijke en waterschaps-)wegen.

Dat deed me denken aan een heel ander bericht van GroenLinks Rotterdam over het effect van het experiment met het ophogen van de snelheid van 80 naar 100 km op stukken van de A20 en A13 bij Rotterdam. Volgens metingen van GroenLinks Rotterdam is de vervuiling langs de A13 hoger dan ooit. Nu weet ik niet precies hoe lang het stuk van de A13 is waar de snelheid is opgevoerd, maar ik kan me niet onttrekken aan de indruk dat het om meeer dan een halve kilometer gaat.

Een beetje doorzoeken levert een mogelijke oplossing: de NSL monitoringstool toont als meest recente data 2011. Terwijl GroenLinks Rotterdam metingen heeft uit 2012.

Met de komst van meer van dit soort eigen metingen gaat het NSL net zulke tijden tegemoet als het model voor geluidsmetingen rond Schiphol ten tijde van de opkomst van Geluidsnet

The environmental policy debate has been taken over by climate change for years. With some backlash lately because of climate denialism. Most discussion about climate change focus on reducing the emissions of carbon dioxide into the air. In this post I will argue that it is better for both public health and fighting climate change to shift focus to non-CO2 greenhouse gases and air pollution for the short term, leaving the reduction of actual CO2 emission to the future. Do I hear some climate fighters cry wolf already? :P

Let me be very clear: I trust climate scientist when they say irreversible climate change is upon us if we don’t act now. I equally understand the peak oil statements about shrinking oil and gas reserves and rising fossil energy prices. I also know a large part of The Netherlands is within European air quality standards. And still I argue the focus to combat climate change should be on air quality, especially if The Netherlands want to give their entrepreneurs a head start. As a researcher once provocatively said to me: the carbon price will be zero if Europe reaches the CAFE air quality standards timely…

The problem
A few years ago I attended a workshop about the interconnection between transboundery air pollution and climate change. The research presented showed it might be more effective to combat climate change by combatting soot and air pollution (like nitrogen oxides and methane).

Carbon black, as soot was called by the researchers, is formed mainly through incomplete combustion of both fossil and biofuels. The researchers told that part of the carbon black rains down in snowy areas, where it turns the snow darker. Thereby increasing the amount of solar radiation absorbed, thus raising the temperature of the snow which makes it melt… That’s one good reason to focus on reducing air pollution by carbon black for The Netherlands.

A second good reason to focus on carbon black has to do with human health. Carbon black is associated with a lot of human health problems ranging from asthma to heart diseases. Human health can be an important driver for environmental policy and a researcher from the Dutch Environmental Agency (PBL) recently wrote an article suggesting reducing soot can be very effective to improve impact from air pollution on human health.

I know The Netherlands manage to comply to current European air quality standards. But still our air quality is a far cry from the long term CAFE objective:

to achieve levels of air quality that do not result in unacceptable impacts on, and risks to, human health and the environment.

Especially because the scientific evidence that smaller carbon black particles have more adverse health effects. Those small particles are not yet regulated, but local politicians know that their citizens are worried and either use it in their campaign or reject to build schools and houses next to highways.

Carbon black isn´t the only air pollution problem. Ozone is another one. Although the ozone layer on high altitudes is necessary to prevent skin cancer, ground level ozone forms a threat to human health. Recent research by Plant Research International (Dutch pdf) based upon data supplied by Crops Advance shows that exposure to ozone also significantly decreases the ability of plants and trees to absorb carbon dioxide. This effect can be significantly and can reduce the Carbon Use Efficiency of commercial crops up to 46%. If plants are exposed to ozone as seedlings the effect remains even after the ozone level decreases. Perhaps it’s more logical to increase the carbon use efficiency of commercial crops by reducing air quality before spending our money on putting carbondioxide undergroud…

The carbon use efficiency can be increased by reducing ozone concentrations at ground level. Ozone is formed as a result of other air polluting emissions, mainly volatile organic compounds (VOC’s, such as methane) and nitrogen oxides. Both are emitted by burning fossil and biofuels. But VOC’s are also released during transport and storage of fossil fuels, and some of them, like methane, are very potent greenhouse gasses. So considering the fact that non-CO2 greenhouse gases (like methane) are responsible for over 50% of the greenhouse effect focussing on air quality to combat climate change is less strange then it looks on the outset.

The solution
The solution to the above problem for the long term is to decrease the amount of combustion fuel needed by increasing the production of sustainable energy that don’t need combustion and electrification, like electric cars. The short term solution is to use innovations at hand to reduce the emissions of air polluting substances like VOC’s, carbon black and nitrogen dioxide. Several Dutch companies can provide such solutions and research shows that providing them a home market is very favorable to gain traction on the world market.

So let’s show some examples of Dutch companies that can provide world class solutions to combat air pollution.

Teigro: VentClean-system
The VentoClean-System is a special explosion proof machine for the degassing and recovering of hydrocarbons out of tanks and hoses in the shipping industry and bulk storage. It has been developed to clean tanks and hoses from gases and residues quickly after the tanks have been emptied. Through a condensation process gases and residues are brought back to the original product in liquid form very quickly. The high speed together with the high ventilation capacity of the system are also caused by bringing back a higher optimum temperature in the tanks and hoses, this temperature is re-used from the condensation process.

The VentoClean-Systems had advantages for both people, planet and profit. To start with the profit part: In short the VentoClean-System saves costs and increases turnover. By using the VentoClean-System the tanks are immediately employable, washing is not necessary and there is hardly any waste or slobs.

As the system can be used independent from location and time, ships that have been equipped with the VentoClean-System become more flexible and are employable more rapidly. The extra shipping hours caused by ventilation can be brought back, port and lock costs can be reduced and a backload can be loaded more often.

The gains for the planet consist of less waste or slobs, less washing of tanks and reducing the need for ventilation in open air decreases air polluting emissions. Less air polluting emissions is also good for people, as the system can also be used to clean tanks containing carcinogenic substances like benzene.

Accede: Cairbags
Accede has developed a concept they call Cairbags for use in tanks. This short movie explains how Cairbags work.

A Cairbag is an aircushion that is installed and inflated in the container of the trailer or truck, especially if the container is only partially filled with a liquid load. The Cairbag fills at all times that space that is not filled by the liquid, preventing the presence of free air. The effect of the Cairbag is that it decreases the emission and evaporation of liquids in a partially or fully filled tank. Therefore the Cairbag contributes to better air quality along shipping routes, both coastal and inland. A Cairbag also increases the fuel efficiency for trucks that use them.

Cairbags can also be used in tank terminals to reduce emissions to air. When they are combined with a Linerbag emissions to both air and groundwater can be reduced to (almost) zero. Leaving a larger volume of products to sell and increasing air quality in the surrounding area.

Greentec Oils
Greentec Oils increases the fuel efficiency of existing engines and reduces the emission of both nitrogen oxides and soot. This is done by a combination of a special biobased oil, adjustments to the engine which make it run smoother and an addendum to improve fuel quality. Confidential data I’ve seen show generators use 10% less fuel and emission from soot and nitrogen oxides are reduced up to 80%.

HMVT: Corona
HMVT is developing the Corona Air Purification system together with Eindhoven University of Technology (TUe) and Oranjewoud. The name Corona refers to the phenomenon of air conducting electricity under the influence of a powerful electric field without making a full discharge circuit. The Corona Air Purifier cleanses vapours with the help of pulsed high-voltage electricity, also known as Pulsed Power. The Corona Air Purification system can remove substances like VOC’s, nitrogen oxides, particle matters and traffic emissions with rates ranging from 50% up to 99%.

Needed action by government
First and foremost the current separation between air quality and climate change policy should be reconsidered. People are much more likely to act on air quality, as air pollution has a direct effect on both human health and agricultural output and can have a profound and almost immediate effect.  Both local and national authorities can play their part by not settling for a C minus for air quality.

On the second place a home market for the above mentioned companies can be created. One of the main lessons from research to the critical success factors for clean tech done by both the European Union and World Wildlife Foundation is that a home market gives a large competitive advantage to clean tech companies. Nothing is more convincing and compelling for foreign customers than being able to show that your technology is being used in your own country. After all a sales pitch containing the phrase this technology is not yet used (or not even allowed) in my own country will not be very convincing, of even a sales pitch at all!

Creating a home market requires more than providing innovation subsidies or R&D funding. It requires an environment where government and entrepreneurs form partnerships to bring technology to the market. Also Dutch government should take an active role in setting at least European standards for clean tech, as we’ve recently done for electric cars.

If this is done wisely the above mentioned technologies have the potential improve air quality both in The Netherlands and worldwide. Improving air quality will decrease health care cost, save millions of people from air pollution related illness, increase agricultural production (one of our top sectors) and even stall climate change as a side effect…

So let’s hope some we’ll see some Dutch clean tech on the Catwalk for Innovation next month.

This post was originally witten for and published by TEDxBinnenhof. Thanks to my former collegues for pointing me to the companies and research mentioned in this post. And to Ivo Stroeken, Advisor Electric Transportation, and Max Herold, owner at Managementissues.com for critically reviewing draft versions.

De Club van 30 had gisteren een artikel staan over de effecten van de nieuwe luchtkwaliteitseisen voor de zeescheepvaart op het Nederlandse bedrijfsleven. Volgens de nieuwe luchtkwaliteitseisen het zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen wereldwijd dalen, waarbij er aanvullende eisen gesteld kunnen worden in zogenaamde SECA gebieden. Waar de Noordzee ook toe behoort. Bernard ‘duurzaamheid is innovatie‘ Wientjes stelt volgens de Club van 30 in een brief aan Staatssecretaris Atsma dat deze aanvullende maatregelen slecht zijn voor de scheepvaart en voor de staal en papierindustrie in Nederland. Om te beoordelen of dat klopt lijkt het me verstandig om te bezien wat de maatregelen inhouden, welke redenen er zijn voor de maatregelen en mogelijke alternatieve maatregelen om de doelen te halen.

Wat houden de maatregelen in?

Volgens de Europese Commissie (pdf) betekenen de afspraken een afname met 4,50 gewichtsprocent van zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen:

  • een afname van het zwavelgehalte tot 3,50 gewichtsprocent tegen 1 januari 2012;
  • een afname van het zwavelgehalte tot 0,50 gewichtsprocent tegen 1 januari 2020, behoudens herziening in 2018, met  mogelijk uitstel tot 2025.

Voor de zogenaamde SECA’s (waaronder dus de Noordzee) gaat het om een afname met 1,50 gewichtsprocent  van het zwavelgehalte van alle  scheepsbrandstoffen die worden gebruikt binnen SECA’s

  • tot 1,00 % tegen 1 juli 2010;
  • tot 0,10 % tegen 1 januari 2015;

Waarom is de maatregel nodig?

In 2001 hebben de lidstaten van de EU zich gecomitteerd aan de het programma schone lucht voor Europa (Clean Air For Europe). Het einddoel daarvan is dat de luchtkwaliteit dusdanig moet verbeteren dat er geen merkbaar effect meer is van luchtverontreiniging op gezondheid en milieu.

Om de doelstellingen uit CAFE te bereiken worden de luchtverontreinigende emissiesbinnen de Europese Unie vanuit verschillende hoeken gereguleerd. Aan de ene kant gebeurd dit door grenzen te stellen aan de hoeveelheid emissies, de concentratie van luchtverontreinigende stoffen en de neerslag (deposito) van luchtverontreinigende stoffen. Aan de andere kant worden de luchtverontreinigende emissies gereguleerd door bronbeleid.

De absolute hoeveelheid emissies per land worden begrensd door de Nationale Emissieplafonds uit de Nationale Emissie Plafond-richtlijn, waar de luchtvaart en zeescheepvaart niet onder vallen. De maximale concentratie luchtverontreiniging op een bepaald tijdstip op een bepaalde plaats wordt begrensd door de Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, waar luchtverontreiniging veroorzaakt door de luchtvaart en zeescheepvaart wel meetelt. De hoeveelheid neerslag van luchtverontreinigende stoffen wordt in bepaalde gebieden gereguleerd door natuurwetgeving (Natura 2000).

De afgelopen decennia hebben grote reducties in luchtverontreingende emissies plaatsgevonden, waardoor de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd is. Zo wordt de luchtkwaliteitsnorm voor zwaveldioxide al jaren gehaald (bron: Compendium voor de Leefomgeving). Tegelijkertijd zijn er nog aanvullende maatregelen nodig om de lange termijn doelstellingen van CAFE te halen (bron: kamerbrief Milieubeleid industrie na afloop milieuconvenanten).

Met het huidige zwavelgehalte (1,5 %) was de zeescheepvaart op het Nederlands deel van de Noordzee in 2009 goed voor 51% van de zwaveldioxide-emissies (SO2) (bron Compendium voor de Leefomgeving). Bij een verwachte toename van de zeescheepvaart neemt de emissie van SO2 door de zeescheepvaart de komende jaren verder toe. Voor een beeld van het huidig effect van de zeescheepvaart op de SO2 emissies zie dit artikel in The Guardian.

Alternatieve maatregelen

Natuurlijk is het mogelijk om de doelstellingen op een andere manier te halen. Industrie, landbouw en wegverkeer hebben de afgelopen 30 jaar echter al grote stappen gemaakt in het verlagen van hun luchtverontreinigende emissies, met name de emissies van SO2 zijn fors gedaald. Extra reductie in die sectoren is daarmee relatief duur. De scherpere eisen aan brandstoffen op de Noordzee zijn naar mijn mening dan ook een logische stap om de emissie van zwaveldioxide op het Nederlands grondgebied verder te verlagen en passend bij het principe de vervuiler betaalt. Tenzij de voorman van VNO-NCW bedoelt dat de doelstellingen uit CAFE aan de wilgen gehangen moeten worden…?