Post Tagged ‘luchtverontreiniging’

binnenvaarttanker

Staatssecretaris Wilma Mansveld heeft vorige week aan de Tweede Kamer laten weten dat ze inzet op een internationaal verbod op ontgassen door de binnenvaart, dus niet op een verbod in de havens zoals RTV Rijnmond in december meldde. Ze deed dit in antwoord op Kamervragen van Henk van Gerven (SP) en Liesbeth van Tongeren (GroenLinks). Dat is goed nieuws. Uit de antwoorden valt op te maken dat er in juni belangrijk internationaal overleg is om tot zo´n internationaal verbod op ontgassen te komen. Helaas vermeldt de staatssecretaris geen beoogde ingangsdatum van het verbod, ondanks berichten in diverse media dat dit wel zo zou zijn. Ook biedt ze vooruitlopend op een internationaal verbod geen zicht op nationale maatregelen.

Wel positief is dat het RIVM opdracht krijgt om opnieuw naar het protocol waarmee de omvang van emissie door ontgassen bepaald wordt te kijken. De kans is groot dat de officiële emissies daarmee gaan stijgen, zowel de emissies naar de lucht als de emissies naar het oppervlaktewater. Waarschijnlijk nog meer dan CE al berekende, omdat de staatssecretaris aangeeft dat het ontgassen van toxische stoffen naar de buitenlucht is toegestaan, zoals ik ook al schreef. CE Delft gaat in haar rapport ervan uit dat toxische stoffen niet aan de buitenlucht ontgast worden. Volgens CE gaat het om maximaal 24 ton aan toxische stoffen, te weten UN 1093 (acrylonitrile), UN 1230 (methanol), UN 1662 (nitrobenzene) and UN 2312 (phenol) en UN 1547 (aniline).

Nieuwe vragen

De staatssecretaris geeft aan dat ze de mening deelt dat de havens van Amsterdam, Dordrecht, Moerdijk en Rotterdam grotendeels in de buurt van woonkernen zijn gelegen. Een begrip dat voorkomt in internationale verdragen, maar niet is gedefinieerd in de Nederlandse regelgeving. Tot mijn verbazing laat de Staatssecretaris het bij deze constatering, zonder de logische vervolgstap om het begrip woonkern te koppelen aan een bestaand definitie. Bijvoorbeeld gebieden met de bestemming wonen.

Wat ook verrast, is dat de staatssecretaris schrijft dat alle dampretourinstallaties in Nederland in principe de teruggewonnen damp naar de buitenlucht mogen uitstoten. Het ontgaat me wat dan nog het milieuvoordeel van een dampretourinstallatie is. Tenzij ze bedoelt dat dampretourinstallaties teruggewonnen damp in geval van calamiteiten naar de buitenlucht mogen uitstoten. In mijn naïviteit dacht ik dat een dampretourinstallatie de dampen uit een tank retour nam of deze damp naar een dampverwerkingsinstallatie door zou sturen.

Inmiddels hebben Henk van Gerven en Liesbeth van Tongeren samen schriftelijke vervolgvragen gesteld aan Staatssecretaris Mansveld. Een volledig overzicht van vragen over ontgassen vind je hier.

Selectief informeren

De staatssecretaris stelt dat er tijdens handhavingsacties door de samenwerkende toezichthouders op de Zuid-Hollandse wateren en in de Rotterdamse haven slechts een beperkt aantal waarschuwingen en processen-verbaal zijn opgemaakt. In 2012 ging het om 38 waarschuwingen en 14 processen-verbaal en in 2013 om 6 waarschuwingen en 17 processen-verbaal. Deze gegevens komen uit het Evaluatieverslag (pdf) thema-acties ontgassen & boord-boord overslag 2012 van BTR-Rijnmond.

In dit evaluatieverslag staat ook dat de samenwerkende toezichthouders op basis van de uitgevoerde handhavingsacties concluderen dat het nalevingsniveau van het ADN en andere vigerende wet- en regelgeving laag is. De samenwerkende toezichthouders zijn van mening dat dit stringenter toezicht op de naleving van wet- en regelgeving met betrekking tot boord-boord overslag en ontgassen noodzakelijk maakt. De diversiteit aan overtredingen die de toezichthouders geconstateerd hebben is groot en de geconstateerde overtredingen brengen onaanvaardbaar hoge veiligheidsrisico’s voor bemanning en omgeving met zich mee.

Dat is een veel minder rooskleurig resultaat dan dat oprijst uit de aantallen die de staatssecretaris noemt in de beantwoording van de Kamervragen van Van Gerven.

Sinds een jaar bemoei ik me intensief met het dossier ontgassen door de binnenvaart. Verschillende partijen strijden al veel langer tegen de zeer schadelijke uitstoot van de zogenaamde Vluchtige Organische Koolwaterstoffen zoals benzeen. Ook journalisten als Leon van Heel van het Algemeen Dagblad en Jaap Deijl van RTV Rijnmond zijn al veel langer met het dossier bezig.

Zodra schepen hun lading hebben gelost blijft er in het ruim damp achter. Voordat er een nieuwe lading kan worden aangenomen dient het schip zich eerst van deze dampen te ontdoen. In de praktijk doen schepen dit veelal door hun luiken open te zetten waardoor deze dampen naar buiten toe worden geblazen.

Afgelopen week was een duidelijk hoogtepunt in het dossier. Naar aanleiding van een artikel van mijn hand over ontgassen op Sargasso heeft Arno Bonte (GroenLinks Rotterdam) vragen gesteld aan het college van B&W in Rotterdam. Landelijk hebben Henk van Gerven (Tweede Kamerfractie SP) en Liesbeth van Tongeren (Tweede Kamerfractie GroenLinks) vragen gesteld aan staatssecretaris Mansveld.

In de Tweede Kamer beloofde Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) om met wetgeving te komen die het ontgassen van schepen strafbaar stelt. Zaterdag 14 december 2014 stond er een artikel in het Algemeen Dagblad waarin de Rotterdamse Wethouder Haven en Economie, Jeannette Baljeu (VVD), zich achter een ontgasverbod schaart. Haar streven is om het verbod al per 1 januari 2015 in te laten gaan en te handhaven.

In de Rotterdamse haven is varend ontgassen officieel verboden, met uitzondering van twee aangewezen gedoogplekken (Geulhaven en 2e PET haven). Het verbod op varend ontgassen geldt echter alleen in de havenbekkens. Het is niet verboden voor schepen om varend op bijvoorbeeld de Nieuwe Waterweg te ontgassen. Dat betekent dat schepen die chemicaliën vervoeren hier hun luiken openzetten en de dampen naar buiten blazen, met alle negatieve effecten op de gezondheid van de inwoners van de Waterweggemeenten.

Uit recent onderzoek van het onafhankelijk onderzoeksbureau CE Delft blijkt dat de uitstoot van Vluchtige Organische Koolwaterstoffen een factor 10 hoger is dan de officiële cijfers van het RIVM. Er wordt 1,79 kiloton aan giftige stoffen naar buiten geblazen. Zelf ben ik na doorspitten van de aannames van het rapport van mening dat de onderzoekers uit Delft waarschijnlijk nog veel te conservatief zijn geweest (zie mijn artikel op Sargasso). Het gaat dus om een zeer relevant gezondheidsrisico.

Afgelopen jaar heb ik intensief samengewerkt met Mark Lensselink, Fractievoorzitter van de VVD Hoek van Holland, en lokale en landelijke politici van GroenLinks om het probleem op de kaart te zetten en oplossingen aan te dragen. Ook de steun van SP en PvdA is daarbij van grote waarde geweest.

Zowel het Kabinet als de Gemeente Rotterdam hebben dus uitgesproken dat de schadelijke uitstoot van onder andere benzeen in Nederland en dus ook in het Rijnmond gebied aan banden moet worden gelegd. Het jaar 2014 zal worden gebruikt om regelgeving op te stellen. Deze zal moeten aansluiten bij Europese afspraken. Daarnaast zullen er in de Rotterdamse haven installaties moeten komen om de dampen af te vangen.

Mark Lensselink stelt dat het ontgasdossier een voorbeeld is van hoe je met elkaar in het belang van de inwoners zaken kunt bereiken. Daar sluit ik me volmondig bij aan.

Meer informatie: Ontgasverbod voor havengebied.

De Club van 30 had gisteren een artikel staan over de effecten van de nieuwe luchtkwaliteitseisen voor de zeescheepvaart op het Nederlandse bedrijfsleven. Volgens de nieuwe luchtkwaliteitseisen het zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen wereldwijd dalen, waarbij er aanvullende eisen gesteld kunnen worden in zogenaamde SECA gebieden. Waar de Noordzee ook toe behoort. Bernard ‘duurzaamheid is innovatie‘ Wientjes stelt volgens de Club van 30 in een brief aan Staatssecretaris Atsma dat deze aanvullende maatregelen slecht zijn voor de scheepvaart en voor de staal en papierindustrie in Nederland. Om te beoordelen of dat klopt lijkt het me verstandig om te bezien wat de maatregelen inhouden, welke redenen er zijn voor de maatregelen en mogelijke alternatieve maatregelen om de doelen te halen.

Wat houden de maatregelen in?

Volgens de Europese Commissie (pdf) betekenen de afspraken een afname met 4,50 gewichtsprocent van zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen:

  • een afname van het zwavelgehalte tot 3,50 gewichtsprocent tegen 1 januari 2012;
  • een afname van het zwavelgehalte tot 0,50 gewichtsprocent tegen 1 januari 2020, behoudens herziening in 2018, met  mogelijk uitstel tot 2025.

Voor de zogenaamde SECA’s (waaronder dus de Noordzee) gaat het om een afname met 1,50 gewichtsprocent  van het zwavelgehalte van alle  scheepsbrandstoffen die worden gebruikt binnen SECA’s

  • tot 1,00 % tegen 1 juli 2010;
  • tot 0,10 % tegen 1 januari 2015;

Waarom is de maatregel nodig?

In 2001 hebben de lidstaten van de EU zich gecomitteerd aan de het programma schone lucht voor Europa (Clean Air For Europe). Het einddoel daarvan is dat de luchtkwaliteit dusdanig moet verbeteren dat er geen merkbaar effect meer is van luchtverontreiniging op gezondheid en milieu.

Om de doelstellingen uit CAFE te bereiken worden de luchtverontreinigende emissiesbinnen de Europese Unie vanuit verschillende hoeken gereguleerd. Aan de ene kant gebeurd dit door grenzen te stellen aan de hoeveelheid emissies, de concentratie van luchtverontreinigende stoffen en de neerslag (deposito) van luchtverontreinigende stoffen. Aan de andere kant worden de luchtverontreinigende emissies gereguleerd door bronbeleid.

De absolute hoeveelheid emissies per land worden begrensd door de Nationale Emissieplafonds uit de Nationale Emissie Plafond-richtlijn, waar de luchtvaart en zeescheepvaart niet onder vallen. De maximale concentratie luchtverontreiniging op een bepaald tijdstip op een bepaalde plaats wordt begrensd door de Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, waar luchtverontreiniging veroorzaakt door de luchtvaart en zeescheepvaart wel meetelt. De hoeveelheid neerslag van luchtverontreinigende stoffen wordt in bepaalde gebieden gereguleerd door natuurwetgeving (Natura 2000).

De afgelopen decennia hebben grote reducties in luchtverontreingende emissies plaatsgevonden, waardoor de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd is. Zo wordt de luchtkwaliteitsnorm voor zwaveldioxide al jaren gehaald (bron: Compendium voor de Leefomgeving). Tegelijkertijd zijn er nog aanvullende maatregelen nodig om de lange termijn doelstellingen van CAFE te halen (bron: kamerbrief Milieubeleid industrie na afloop milieuconvenanten).

Met het huidige zwavelgehalte (1,5 %) was de zeescheepvaart op het Nederlands deel van de Noordzee in 2009 goed voor 51% van de zwaveldioxide-emissies (SO2) (bron Compendium voor de Leefomgeving). Bij een verwachte toename van de zeescheepvaart neemt de emissie van SO2 door de zeescheepvaart de komende jaren verder toe. Voor een beeld van het huidig effect van de zeescheepvaart op de SO2 emissies zie dit artikel in The Guardian.

Alternatieve maatregelen

Natuurlijk is het mogelijk om de doelstellingen op een andere manier te halen. Industrie, landbouw en wegverkeer hebben de afgelopen 30 jaar echter al grote stappen gemaakt in het verlagen van hun luchtverontreinigende emissies, met name de emissies van SO2 zijn fors gedaald. Extra reductie in die sectoren is daarmee relatief duur. De scherpere eisen aan brandstoffen op de Noordzee zijn naar mijn mening dan ook een logische stap om de emissie van zwaveldioxide op het Nederlands grondgebied verder te verlagen en passend bij het principe de vervuiler betaalt. Tenzij de voorman van VNO-NCW bedoelt dat de doelstellingen uit CAFE aan de wilgen gehangen moeten worden…?

Sinds in november 2009 een berg emails het internet op werd geslingerd in een affaire die de geschiedenis in gaat als ‘Climategate’ is de discussie over klimaatverwarring ver weggedwaald van wetenschap. In de discussies met collega’s en met mensen in de kroeg kun je sindsdien maar beter niet beginnen over klimaatverandering, tenzij je naar je hoofd geslingerd wil krijgen dat dat wetenschappelijk nog niet bewezen is. In de VS is de situatie nog een maatje erger dan in Nederland, maar ik ben bang dat wat Al Gore in zijn speech bij het Aspen Institue zegt ook richting Nederland komt:

Nederland heeft tenslotte ook jaren achtergelopen in het rookbeleid doordat de lobby hier volhield dat gezondheidsschade wetenschappelijk onbewezen was. In de VS zijn proberen dezelfde mensen al een paar jaar wetenschappelijke twijfel te zaaien over de oorzaak van klimaatverandering. In Nederland zullen de toendertijd betrokken ‘medisch specialisten’ ondertussen ook wel omgeschoold zijn tot klimatoloog…

Wat betreft Climate-gate ben ik van mening dat wetenschappelijke tijdschriften en onderzoekscommissies ondertussen hebben vastgesteld dat Climategate vooral een storm in een glas water is. Ik ben geen klimaatwetenschapper en ga dus uit van de huidige wetenschappelijk consensus onder klimaatwetenschappers dat klimaatverandering door de mens veroorzaakt wordt. Wat sociologen of economen van die verklaringen vinden vind ik wat minder interessant. Voor wie zich zelf een oordeel wil vormen over Climate-gate en de ontwikkelingen sindsdien is dit bericht van Jan Paul van Soest een goed startpunt. Wie meer uitleg wil over hoe de mens impact heeft op klimaatverandering raad ik dit bericht op Climate Progress aan.

(Volks)gezondheid als alternatief voor klimaatverandering

Zelf kies ik al een paar jaar een andere route om uit te leggen dat het beperken van de verbranding van (fossiele) brandstoffen letterlijk een gezonde keuze is. Fossiele brandstoffen zijn namelijk goed voor een groot deel van de luchtverontreiniging die jaarlijks veel mensen gezondheidsklachten bezorgt. Het aanpakken van luchtkwaliteit is in mijn ogen veel tastbaarder voor burgers en luchtkwaliteitsbeleid en klimaatbeleid kunnen elkaar versterken. Volgens sommige onderzoekers zelfs zoveel dat het halen van de doelstellingen uit CAFE (samenvatting) de CO2 prijs in het Europese emissiehandelssysteem tot bijna nul zal reduceren. Daarnaast zijn er ook meer goede redenen om bij milieubeleid verder te kijken dan klimaat alleen, al was het maar omdat maatregelen voor luchtkwaliteit en klimaatbeleid ook kunnen botsen…

Bijval in Nederland?

Luchtkwaliteit en menselijke gezondheid worden vaak betrokken bij protesten tegen de aanleg van infrastructuur (met name snelwegen) of bij verkeer en transport, maar in de energiehoek kent mijn insteek naar mijn weten nauwelijks bijval. In de discussie over energietransitie overheersen volgens Jan Paul van Soest de volgende argumenten (bron: de transitiefanfare):

  1. Voorraden: de (absolute, fysieke) schaarste aan brandstoffen
  2. Voorzieningszekerheid: de beschikbaarheid van voldoende energie, nu en in de toekomst.
  3. Kosten: de kosten waarmee energie beschikbaar kan worden gemaakt (winning, bewerking, transport, gebruik)
  4. Kansen en innovatie: tijdig omschakelen kan nieuwe vindingen en bedrijvigheid opleveren
  5. Klimaatverandering ten gevolge van de uitstoot van CO2 bij het gebruik van fossiele brandstoffen

Het hele milieuprobleem wordt in de energietransitie verengd tot klimaatverandering (of duurzame energie) met alle problemen van dien. De hele menselijke kant valt af en daarmee (volks)gezondheid. Dat heeft de deur wijd open gezet voor mensen die niet in klimaatverandering geloven (of om financiële redenen het hele idee van door de mens veroorzaakte klimaatverandering willen bestrijden) om het onderwerp om zeep te helpen.

De focus op klimaatbeleid als reden voor de inzet op energietransitie en duurzame energie is m.i. de afgelopen jaren zo groot geweest dat het terughalen van andere redenen door de tegenstanders als paniekvoetbal wordt uitgelegd. Dat krijg je ervan als je ingewikkelde zaken in Jip & Janneke taal uit gaat leggen en daarbij een zeer abstract probleem kiest om aan te pakken. ‘Klimaatverandering? Dit jaar was de winter koud, zie je wel dat het onzin is…’

Vergelijk dat met de discussie over het ophogen van de dijken om ons te wapenen tegen veranderende weersomstandigheden en een stijgende zeespiegel. Ik ken maar weinig mensen die durven roepen dat we dat geld maar niet moeten uitgeven, omdat de zeespiegel toch niet verder gaat stijgen. En oh ironie, die stijging komt door: klimaatverandering…

Bijval in de VS?

Michael Bloomberg, burgemeester van New York, maakte een paar weken geleden bekent 50 miljoen dollar te schenken aan de Beyond Coal campagne van de Sierra Club. De philantropische organisatie van Bloomberg legt bij de aankondiging van de schenking de nadruk op de voordelen voor volksgezondheid:

This is not science saying what is going to happen years from now as the oceans rise and the planet warms, This is: this year we are going to kill another 13,000 Americans.

Volgens The Guardian maakt de Sierra Club een goede kans om haar doelstelling om 30% van de Amerikaanse kolencentrales te sluiten te halen. Veel plannen  voor nieuwe centrales zijn in de ijskast beland en scherpere eisen aan bestaande kolencentrales zal waarschijnlijk tot sluiting van een aanzienlijk aantal centrales leiden.

Vergelijk dat met Europa waar onder andere in het VK gelobbied wordt voor meer subsidies voor bijstook van biomassa, terwijl biomassa vanzelf wordt bijgestookt in kolen- en gascentrales die onder het Europes emissiehandelssysteem (ETS) vallen als de CO2 prijs maar hoog genoeg is.

Nu maar hopen dat er tijdig verlichte miljonairs in Nederland opstaan om het debat over een andere boeg te gooien…

Mark van Baal vroeg zich vorig jaar in een artikel in Ode af wat er komt na duurzaamheid. Hij stelde voor om uit te gaan van het begrip veerkracht. Een mooi concept, inmiddels heb ik ook een aantal geweldige filmpjes op internet gevonden dat invulling geven aan het begrip voor steden. Daarom deze week een reeks over veerkrachtige steden.

De aftrap is aan een presentatie op TED. Dat is altijd een mooie bron van inspiratie, zeker als je behoefte hebt aan wat anders dan de zwart wit tegenstellingen die de boventoon lijken te voeren in het openbaar debat. In onderstaand filmpje laat Natalie Jermijenko een aantal mooie voorbeelden van omdenken zien. Waarbij de stadse omgeving voor mens en milieu verbeter en er ook nog werkgelegenheid wordt gecreëerd.

De voorbeelden komen uit haar Environmental Health Clinic. Welke van deze voorbeelden zijn volgens jou bruikbaar voor Nederlandse steden?

Vanmorgen vond ik in de mailbox het nieuwste themanummer van de Science for Environment Policy nieuwsbrief. De nieuwsbrief is dit keer geheel gewijd aan de wisselwerking tussen klimaatemissies en luchtverontreinigende emissies. Interessante onderzoeken, maar een waarschuwing vooraf: lezen van onderstaande stuk uit de nieuwsbrief maakt het er niet makkelijker op. Klimaatbeleid en luchtkwaliteitsbeleid kunnen elkaar namelijk versterken, maar ook tegenwerken…

Continued reductions in air pollution and greenhouse gas (GHG) emissions are essential, as they pose serious threats to both people’s health and the environment across the world. Air quality and climate policies can provide mutual benefits: climate change mitigation actions can help reduce air pollution, and clean air measures can help reduce GHG emissions leading to reductions in global warming. There can also be trade-offs, if reducing a particular pollutant emission leads to additional atmospheric warming rather than cooling.

Furthermore, air pollution and climate change influence each other through complex interactions in the atmosphere. Increasing levels of GHGs alter the energy balance between the atmosphere and the Earth’s surface which, in turn, can lead to temperature changes that change the chemical composition of the atmosphere. Direct emissions of air pollutants (e.g. black carbon), or those formed from emissions such as sulfate and ozone, can also influence this energy balance. Thus, climate change and air pollution management have consequences for each other.

Given that emissions are linked to air quality and climate change, this thematic issue presents recent research that investigates the trade-offs and co-benefits that may be gained from reducing both long-lived GHGs, responsible for climate change, and air pollutants, responsible for adverse impacts on human health, ecosystems and the climate.

Although reducing particulate matter (PM) has clear health benefits, understanding the impact of this reduction on climate change is essential if mutual benefits for climate and health are to be delivered. The overall impacts of reductions are complex because PM is made up of many different chemical components with different physical properies, some of which lead to warming of temperatures (e.g. black carbon) by absorbing heat from the sun, whilst others (e.g. sulfates) bring about cooling effects by reflecting sunlight.

Several studies suggest that, in addition to health benefits, reducing black carbon sources would lead to cooling of global temperatures (see: ‘Reducing black carbon emissions benefits both climate and health’ download article (PDF)). On the other hand, other studies point out that reducing air pollution could worsen climate change in the short-term by contributing to an increase in global temperatures (see: ‘Do climate policies need a ‘pollution safety margin’?’ download article (PDF)). This is still an area of active research with many uncertainties to resolve.

Poor air quality is also caused by emissions of nitrogen oxides, methane and other volatile organic compounds that combine in the lower atmosphere to produce ozone. Ground-level ozone is a serious pollutant, which at high levels, damages human health and vegetation, including crop yields. In addition, ozone is a short-lived GHG contributing to climate change.

Changing environmental conditions, including rising temperatures caused by climate change, are expected to increase concentrations of ground-level ozone. Policies and management strategies to reduce ozone levels must be designed in light of evidence that there is a ‘climate penalty’ since increased temperatures make it more difficult to reach targets for ozone (and PM) in summertime. In particular, policies must incorporate evidence of how climate change is likely to affect different regions of Europe, if they are to be effective. The article, ‘How climate change could affect European ozone pollution’ download article (PDF), reports on research which suggests that climate change will lead to higher ozone levels across southern Europe this century.

The health costs of ozone pollution are likely to worsen under climate change. The impacts of climate change on air quality, ozone levels and ill-health are presented in ‘Climate impacts on air pollution could increase respiratory disease’ download article (PDF).

A reduction in pollutant emissions that produce ozone would not only improve public health but would also provide climate benefits. Integrating climate change and air quality policies would be the most effective approach.

One article, ‘Integrated climate change and air pollution strategies: a winning combination’ download article (PDF), compares the costs and benefits of implementing reductions in local air pollution and climate change actions separately or in combination. The message, again, is that simultaneous achievements in welfare and climate change are possible when decision-makers integrate both sets of policies.

Designing policies to combat future climate change is complicated by the many uncertainties associated with predicting the complex interactions governing long-term changes in climate and air pollutants. A recent study, detailed in ‘Unravelling the complex chemistry of the atmosphere’ download article (PDF), has reviewed progress in understanding the interactions between atmospheric chemical composition and climate. Continued and improved networks of measurements that provide long-term data are essential to gain a more robust understanding about past and present changes in concentrations of air pollutants and GHGs.

Such networks include surface, aircraft and satellite monitoring. Aircraft experiments combined with analysis using numerical models have proved to be particularly useful in advancing our knowledge about key chemical and physical processes in the atmosphere. There is also a clear need for improved emission inventories that track changing sources of air pollutants and GHGs over a wide range of locations and from year to year.

Ongoing research can provide opportunities for decision makers to choose policies that not only reduce GHGs but improve air quality and meet health goals.

Meer onderzoeken en artikelen vind je op de Science for Environment Policy website.

@GoranGagic wees me op deze video van een TED debat over nucleaire energie. Boeiend debat en in ieder geval voldoende reden om te twijfelen aan de claim van Atoomstroom dat kernenergie een CO2 vrije energiebron is. Over de gehele levenscyclus gemeten is zelfs windenergie namelijk niet CO2 vrij. De productie van het metaal voor de turbine en het vervoer naar de locatie zijn tenslotte nog altijd CO2 emitterende activiteiten. Bij de bouw van een kerncentrale is een heleboel cement en beton nodig, dat zijn vrij grote CO2 emitterende sectoren.

Ook opvallend vind ik de cijfers op het gebied van luchtkwaliteit (bij 10.04 minuten), waar kernenergie ook slechter scoort dan wind- en zonne-energie. De cijfers zijn daarbij gebaseerd op overschakeling van transport naar elektrisch vervoer.