Een aanpak voor Griekenland gebaseerd op IMF onderzoek

Terwijl het Griekse drama afgelopen week nieuwe hoogte-, of misschien passender dieptepunten bereikte vroeg Ashoka Mody, bezoekend professor internationale economische politiek aan de Princeton Universiteit, zich af hoe een aanpak voor Griekenland er uit zou zien als IMF onderzoek als basis zou dienen.

De aanpak van de Eurogroep bestaat volgens Mody al 5 jaar uit:

  • Borrow more money (this time mainly from the European authorities) to repay one group of creditors (the IMF, to which substantial repayments are due);
  • Stay focused on more austerity, steadily increasing the primary surplus (the budget surplus not including interest payments); and
  • Undertake structural reforms—changes in labour and other markets to improve the Greek economy’s longer-term growth potential.

Om te laten zien waarom dat al vijf jaar niet de gewenst resultaten geeft verwijst hij naar drie uitkomsten van IMF studies:

  • Over-indebted countries struggle to grow.
  • Austerity in a weak economy is self-defeating (Blanchard and Leigh 2013). As the budget deficit is reduced, the economy slows down, and the ability to repay debt is undermined. Indeed, austerity can be self-defeating (Eyraud and Weber 2013).
  • Structural reforms have, at best, an uncertain payoff (IMF 2015). In Box 3.5 of this recent chapter from the IMF’s World Economic Outlook, the updated finding has a long pedigree. Policy measures can possibly create an environment for growth in the long-run, but no immediate payoffs should be expected

Hoe zou een programma voor Griekenland er dan wel uit moeten zien?

  • Forgive Greek debt so that it comes down to 50% of GDP payable over 40 years.
  • Scale down the banking system, which has been badly damaged and will continue to create vulnerabilities.
  • And agree to a flat 0.5% of GDP primary surplus over the next three years, which even Greece can deliver.

Volgens Mody komt de schuldenkwijtschelding bij het voortzetten van de huidige aanpak in kleine beetjes. Wat tot langdurige pijniging van Griekenland en z’n schuldeisers leidt.

Open waanlink

Dit bericht verscheen eerder als open waanlink op Sargasso.

Kosten variabiliteit duurzame energie vallen in het niet bij besparing

Een van de argumenten van critici van wind- en zonne-energie is dat inzet van zon- en windenergie geen effect zou hebben op CO2-emissies. De reden hiervoor zou zijn dat er altijd conventionele centrales op de achtergrond standby draaien om de variabliteit in wind- en zonne-energie op te vangen.

In normaal Nederlands: bij bewolking of wanneer de wind gaat liggen moet een kolen- of gascentrale bijspringen om te zorgen dat vraag en aanbod op het netwerk in evenwicht blijven. Het brandstofverbruik van conventionele centrales tijdens op- en afregelen zou de CO2 reductie te niet doen.

Een onderzoeksreeks van het Amerikaanse National Renewable Energy Laboratorium (NREL) laat zien dat het vaker op- en afregelen van conventionele centrales inderdaad tot extra kosten leidt. Deze vallen echter in het niet bij de brandstofbesparing. De kosten bedragen zo’n 2% van de besparingen. Ook de emissies van CO2 en luchtverontreinigende stoffen dalen door de inzet van zon- en windenergie.

Met dank aan Oscar Rysdyk voor de tip.

Open waanlink

Dit bericht verscheen eerder als Open Waanlink op Sargasso.

Effect van een kolencrash op pensioenfondsen

The Guardian heeft als onderdeel van haar Keep it in the Ground campagne onderzoek gedaan naar de effecten van het ineenstorten van de kolensector op pensioenfondsen. Nederland heeft 2 pensioenfondsen in de top 5 van meest aan de kolensector blootgestelde pensioenfondsen:

The second highest stake among pension funds in the top 50 coal companies is owned by Dutch pensions giant APG, which provides pension for one in five families in the Netherlands, including teachers, public sector workers and medical staff. It has $1.7bn invested in 26 of the coal companies but is reducing its coal exposure.

(…)

The pension fund with the fifth biggest stake in the top 50 coal companies is another Dutch provider, PGGM, which serves 1.5m people and has $399m in the coal firms.

Uit het artikel wordt me niet duidelijk of indirecte belangen van pensioenfondsen via investeringsmaatschappijen, banken en verzekeraars zijn meegeteld. Een woordvoerder van APG geeft in een reactie aan The Guardian wel aan dat de laatste jaren verschillende investeringen in de kolensector zijn afgewezen en verwacht dat de investeringen in de kolensector op termijn terug zullen lopen.

Voor wie denkt dat de kolensector een bloeiende sector is, de Stowe index (een van de belangrijkste indexen voor de sector) is sinds 2012 met 75% gedaald.

Open waanlink

Dit bericht is eerder gepubliceerd als open waanlink op Sargasso.

Hoe de rijken regeren

Het is nauwelijks nieuws dat de rijken meer politieke macht hebben dan de armen, zelfs in democratische landen waar iedereen kan stemmen. Twee politieke wetenschappers, Martin Gilens (Princeton University) en Benjamin Page (Northwestern University) hebben recent sterke aanwijzingen gevonden dat ook de middenklasse nauwelijks invloed heeft. De wetenschappers vergeleken de uitkomsten van opiniepeilingen, waarbij ze toetsten of de Amerikaanse overheid een voorstel binnen 4 jaar na de opiniepeiling invoerde.

Op het eerste oog werden veel voorstellen van de gemiddelde kiezer ingevoerd en lijkt de gemiddelde kiezer invloed te hebben. Wanneer gefocust wordt op beleidsvoorstellen waar de meningen van de gemiddelde kiezer afwijken van de top 10% inkomensklasse (volgens de onderzoekers te beschouwen als proxy voor de top 1%) verschuift het beeld. Dan blijkt dat de top 10% bijna altijd z’n zin krijgt, dat geldt ook voor georganiseerde lobbygroepen.

Dat roept natuurlijk wel de vraag op hoe politici dan gekozen en herkozen worden door hun kiezers.  Volgens de onderzoekers is een mogelijke strategie daarvoor inzetten op bv. nationalistische of culturele verschillen. Zoals Marx al zei: ‘religie is opium van het volk’.

Eerder gepubliceerd als waanlink op Sargasso.

Uit de inbox: Oproep Nationaal Crowdfunding Onderzoek 2014

In de inbox kwam ik onderstaande mail tegen. Gezien de hoeveelheid kleine bijdragen die ik via crowdfunding investeer zal het de lezer van mijn blog niet verbazen dat ik jullie oproep de enquete ook in te vullen:

Beste Krispijn,

Waarom doneren of investeren mensen via crowdfunding? Of, waarom doen ze dat juist niet? En hoe bekend is crowdfunding eigenlijk in Nederland? Het waren deze vragen die ons ertoe hebben aangezet om in 2013 te beginnen met het Nationaal Crowdfunding Onderzoek. Mede dankzij uw hulp hebben we in 2013 een goed onderzoek uit kunnen voeren en daar zijn we dankbaar voor.

Het zijn de interessante uitkomsten en goede reacties die we naar aanleiding van het onderzoek kregen, die ons ertoe hebben aangezet het onderzoek ook in 2014 weer uit te voeren.

Dit jaar voeren we het onderzoek uit in samenwerking met onder andere het Kenniscentrum voor Innovatie & Business van de Hogeschool van Utrecht en we hopen wederom ook op uw medewerking.

Samen mogelijk maken

Om het onderzoek ook dit jaar mogelijk te maken vragen we u de bijbehorende vragenlijst in te vullen. Het invullen van de vragenlijst kost ongeveer 8 minuten.
STARTEN ENQUÊTE

Nationaal Crowdfunding Onderzoek 2013

Het rapport van Nationaal Crowdfunding Onderzoek 2013 is nog steeds te downloaden. Het is te downloaden via de website van het onderzoek of rechtstreeks hier als PDF.

Geheel in lijn met het ‘samen mogelijk maken’ hebben we ook de dataset en de enquête online gezet. Er zijn inmiddels verschillende onderzoeken op uitgevoerd. We willen daarmee onderzoekers, studenten en geïnteresseerden de mogelijkheid geven op het onderzoek verder te bouwen en zullen dit ook te allen tijde stimuleren.
Het Nationaal Crowdfunding Onderzoek wordt in 2014 uitgevoerd door: Ronald Kleverlaan, Koen van Vliet, Peter van den Akker, Lex van Teeffelen, Roger Heaver en Richard Robertson

Lewis en Crok over klimaatgevoeligheid – meer gevoel voor p.r. dan voor wetenschap

Krispijn Beek:

Lezenswaardig uitleg over cherry picking in het recente rapport van Lewis en Crok voor de Britse Global Warming Policy Foundation (GWPF) en de Groene Rekenkamer.

De commentaren hier gaan dicht. De discussie voer je maar met de klimaatspecialisten op Klimaatverandering.

Originally posted on Klimaatverandering:

Vandaag presenteren de Britse Global Warming Policy Foundation (GWPF, een “denktank” die al jaren actief is in de campagne tegen de klimaatwetenschap) en de Nederlandse Groene Rekenkamer in Nieuwspoort een rapport van Nic Lewis en Marcel Crok. Met dit rapport ontdoet Lewis zich overtuigend van de wetenschappelijke geloofwaardigheid die hij zo’n jaar geleden verkreeg.

Toen verscheen in Journal of Climate een artikel van zijn hand: “An Objective Bayesian Improved Approach for Applying Optimal Fingerprint Techniques to Estimate Climate Sensitivity.” Het werd met interesse en ook wel enige scepsis ontvangen in de wereld van de klimaatwetenschap. Scepsis, omdat een nieuweling die zich meldt met een nieuwe benadering die een klimaatgevoeligheid opleverde die wat afweek van wat de gangbare wetenschap zegt, nu eenmaal wat te bewijzen heeft. In de loop van het jaar kwamen er diverse vragen op: over verschillende invoerparameters die Lewis gebruikte, waarom zijn berekeningen stoppen in 2001…

View original 1.180 woorden meer

Ontgassen binnenvaart de highlights

Gisteren heb ik op Sargasso een uitgebreide analyse gepubliceerd van het onderzoek dat CE Delft in opdracht van het Havenbedrijf Rotterdam en de verladers heeft uitgevoerd naar ontgassen in de binnenvaart.

Bij ontgassen komen giftige ladingdampen vrij, voornamelijk vluchtige organische stoffen (VOS) als benzeen, tolueen, ETBE en MTBE (loodvervangers in benzine). Deze stoffen dragen bij aan lucht- en waterverontreiniging.

 Een van de belangrijkste kritiekpunten op het artikel is de omvang ervan. Daarom hier kort de highlights voor de lezer met minder tijd:

  • De omvang van de emissies is een factor 10 hoger dan de overheid ons voorhoudt en is de afgelopen 10 jaar niet tot nauwelijks gedaald;
  • Bij MTBE (een zuurstofhoudende toevoeging voor benzine) bedraagt de emissie van ontgassen volgens CE Delft ruim 360 keer de totale Nederlandse emissie per jaar;
  • CE Delft gaat op aangeven van de industrie er vanuit dat toxische stoffen niet ontgast worden omdat dit niet mag van de regelgeving. Dat is wat te kort door de bocht, dezelfde regelgeving stelt namelijk dat ontgassen van toxische stoffen aan de buitenlucht is toegestaan als andere wijzen van verwijdering van ladingdampen en ladingrestanten niet praktisch zijn. Er zijn in Nederland geen aangewezen plaatsen voor het ontgassen van toxische stoffen en er is slechts één installatie die toxische stoffen mag verwerken. Die is gevestigd in Moerdijk. Hoe praktisch is dat vanuit Amsterdam of Rotterdam?
  • CE Delft gaat er op aangeven van de industrie vanuit dat er veel minder ontgast wordt als dezelfde stof meerdere keren achter elkaar vervoerd wordt (dedicatievaart). Reders geven echter aan dat ze volgens de inkoopvoorwaarden van de verladers gasvrij aan de terminal moeten komen, ook bij dedicatievaart. Gasvrij betekent wassen of ontgassen. Wassen kost geld, ontgassen is ‘gratis’;
  • CE Delft gaat er op aangeven van de industrie vanuit dat er veel minder ontgast wordt als stoffen die compatibel zijn na elkaar vervoerd worden. Ook hier geldt dat de eis in de inkoopvoorwaarden veelal gasvrij aan de terminal is;
  • Een dampretourinstallatie is in meerdere gevallen slechts het verplaatsen van het probleem volgens een presentatie van I&M uit 2012. De dampretourinstallatie blaast de gassen namelijk alsnog de lucht in;
  • De onderzoekers van CE Delft berekenen dat er 281 ton benzine wordt ontgast, terwijl er sinds 2006 een ontgasverbod voor benzine geldt.

 Een uitgebreidere versie vind je bij Sargasso.

Inmiddels heb ik ook 2 informatieverzoeken bij de overheid uitstaan:

  1. Bij Rijkswaterstaat voor het aantal meldingen van wijziging seinvoering;
  2. Bij DCMR voor het aantal dampretourinstallaties in de regio Rijnmond dat de damp onbehandelt naar de buitenlucht afvoert.