Post Tagged ‘rotterdam’

Vorige week raakte ik verzeild in een discussie over de nieuwe dienstauto´s voor de Rotterdamse wethouders. Om een beetje te prikkelen tweette ik:

Dat deed ik op basis de ervaringen van Houston met elektrische auto´s. Nu is Nederland Amerika niet, zo zijn de brandstofprijzen hier een maatje duurder. Om te onderbouwen dat het in Nederland ook kan stuurde ik Arno Bonte van GroenLinks een excelletje dat ik ooit heb gemaakt waarin ik een Toyota Prius met een Nissan Leaf vergelijk bij 30.000 km per jaar.

Arno Bonte stuurde de mail door aan de mensen achter Bogue.nl, een Rotterdams weblog, waarna ik dit weekend diverse mailwisselingen had om mijn rekenmodel toe te lichten. Vandaag kan je het resultaat terugvinden op Bogue en dat liegt er niet om: de BMW 520d die de Rotterdamse wethouders willen is niet alleen 1,5 keer zo duur per jaar als de elektrische Nissan Leaf, maar stoot ook 6.828 % meer CO2 uit per jaar (over luchtkwaliteit heeft Bogue het nog niet eens). En dan hebben we het over slechts 1 auto. Als we uitgaan van 30.000 km per jaar en 5 dienstauto´s kan er € 20.000 per jaar bespaart worden. Daar kan de Rotterdamse voedselbank 2 jaar van gehuisvest worden.

De Nissan Leaf heeft natuurlijk z’n beperkingen in rijafstanden, maar ik kan me niet voorstellen dat de Rotterdamse wethouders met regelmaat op meer dan 100 km van de stad moeten zijn…

Lees hier de finesses van het verhaal.

Onderstaand artikel verscheen eerder op Sargasso.nl.

Update 14/12/2013: Wethouder Baljeu (Rotterdam, VVD, haven) zegt in het Algemeen Dagblad een ontgasverbod in de Rotterdamse haven en Moerdijk toe. Streven is om dit op 1 januari 2015 in te laten gaan.

UPDATE 13/12/2013 17:30: Ook GroenLinks heeft nu kamervragen gesteld n.a.v. dit onderzoek.

UPDATE 12/12/2013 16:13: SP stelt Kamervragen naar aanleiding van dit onderzoek, en GroenLinks Rotterdam aan College B&W.

Update 12/12/2013: Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) belooft om met wetgeving te komen die het ontgassen van schepen strafbaar stelt.

UPDATE 10/12/2013 14.06: Een samenvatting van onderstaand artikel is hier te lezen.

Binnenvaartschepen stoten veel minder vluchtige organische stoffen uit als gevolg van ontgassen dan tien jaar geleden, meldde de Vereniging Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) recent in haar nieuwsbrief. Dat bleek uit onderzoek van het onafhankelijke onderzoeksbureau CE Delft.

Wie het nieuwsbericht verder doorleest komt tot de ontdekking dat het gaat om een relatieve daling van de emissie per schip, want de absolute emissie is met 25% gestegen naar 1,79 kiloton in 2011. Wat er niet bij staat, is dat die 1,79 kiloton een factor 10 hoger is dan de officiële Nederlandse cijfers voor 2011. Dat betekent dat er veel meer schadelijke stoffen in de lucht komen door ontgassen van binnenvaartschepen dan ons wordt voorgehouden. Reden genoeg voor mij (als bewoner van de Rijnmond en mede-initiatiefnemer om tot een Green Deal voor het ontgassen van de binnenvaart te komen) om het rapport door te spitten.

Wat is ontgassen?

Sinds november 2012 heb ik me in mijn vrije tijd verdiept in een tot dan toe voor mij onbekend milieuprobleem: ontgassen in de binnenvaart, soms ook ventileren of droogblazen genoemd. Ontgassen is nodig omdat er in de tanks van schepen die chemicaliën en aardolieproducten vervoeren ladingrestanten en ladingdampen achterblijven nadat de tanks geleegd zijn. Deze ladingrestanten en ladingdampen moeten uit het ruim verdwijnen voordat er een nieuwe lading aan boord komt. Dat heet ontgassen.

Schepen die hun lading hebben gelost worden vol ladingdamp weggestuurd van de terminal. Om een volgende lading te kunnen laden moeten ze veelal aantonen dat ze gasvrij zijn aan de terminal van de nieuwe verlader. Dat kan op verschillende manieren, bij een tankschoonmaakbedrijf of door te ontgassen aan de buitenlucht.

De verlader waar ze de eerdere vracht voor hebben vervoerd voelt zich niet verantwoordelijk voor het gasvrij maken van het schip dat lading heeft afgeleverd. Laat staan dat ze de rekening van het tankschoonmaakbedrijf betalen.

Gezondheidseffect ontgassen

Bij ontgassen komen giftige ladingdampen vrij, voornamelijk vluchtige organische stoffen (VOS) als benzeen, tolueen, ETBE en MTBE (loodvervangers in benzine). Deze stoffen dragen bij aan luchtverontreiniging. Luchtverontreiniging is recent door de Wereld Gezondheidsorganisatie als kankerverwekkend geclassificeerd. Daarbovenop komt dat VOS-emissies effecten kunnen hebben op de gezondheid. De volgende effecten kunnen acuut of na langdurige blootstelling optreden:

  • Aldehyden (formaldehyde, aceetaldehyde): slijmvlies irriterend,
  • carbonzuren (mierenzuur, azijnzuur): irriterend en soms corrosief,
  • koolwaterstoffen (tolueen, nonaan): narcotiserend, niereffecten bij sommige proefdieren,
  • chloorkoolwaterstoffen (tri, tetra, per: ) narcotiserend, lever, nier,
  • methyleenchloride: ernstige irritatie (vloeistof), branderig gevoel (damp),
  • aromatische amines en nitroverbindingen (nitrobenzeen) methemoglobine vorming.

Verder zijn er een aantal VOS met specifieke effecten:

  • Benzeen, aniline: effecten op het bloed en bloedvormend systeem,
  • hexaan en MIBK perifere zenuwstelsel/neurotoxisch,
  • benzeen, vinylchloride, butadieen, PAK: kankerverwekkend

Regulering ontgassen

Schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren zijn in Nederland verplicht zich aan te melden bij het Informatie- en Volgsysteem voor de Scheepvaart (IVS ’90). Ook moeten ze via de seinvoering kenbaar maken dat ze gevaarlijke stoffen vervoeren. Schepen mogen deze seinvoering weer wijzigen als ze onder de 10% lower explosion level (10% LEL) komen. Dat kan door te ontgassen aan de buitenlucht, door de tanks te laten reinigen of door een aantal keer een bepaalde compatibele lading te vervoeren (bijvoorbeeld door na een vracht benzine een aantal keer diesel te vervoeren). Schippers zijn echter niet verplicht om te melden dat ze ontgast hebben. Ze melden het voornamelijk als ze daar zelf baat bij hebben, bijvoorbeeld als ze een ligplaats willen op een locatie waar alleen gasvrije schepen mogen afmeren. Het verwijderen van seinvoering is wel een sterke aanwijzing dat er ontgast of gereinigd is.

Internationaal is het transport van gevaarlijke stoffen door de binnenvaart op de Rijn gereguleerd in het ADN-verdrag. Daarnaast zijn het scheepsafvalstoffenverdrag (CDNI) en de benzinerichtlijn van belang. Volgens het ADN-verdrag mag ontgassen alleen naar de buitenlucht als het op grond van andere internationale of nationale wettelijke voorschriften niet verboden is. Ook staat daar dat de zogenaamde t-stoffen (toxische stoffen) niet ontgast mogen worden aan de buitenlucht. Verder is ontgassen aan de buitenlucht door binnenvaartschepen, onder voorwaarden, toegestaan. Voor benzine (UN1203 om precies te zijn) geldt wel een ontgassingverbod.

Het ADN-verdrag kent de volgende toestanden voor de ladingtank:

  • Gelost : leeg, maar nog ladingrestanten aanwezig,
  • leeg : droog, maar niet gasvrij,
  • gasvrij : geen aanwijsbare concentratie van gevaarlijke gassen aanwezig.

Het onderzoek van CE Delft

CE Delft heeft in opdracht van de Nederlandse petroleum industrie (VNPI), de chemische industrie (VNCI), de tank overslagbedrijven (Votob) en Havenbedrijf Rotterdam onderzoek gedaan naar ontgassen door de binnenvaart. Opvallende afwezigen in dit rijtje zijn de binnenvaartsector en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Buiten dat en de fors hogere emissie in het rapport ten opzichte van de officiële emissiecijfers die het RIVM heeft berekend voor 2011 zijn er nog een aantal opvallende zaken aan het rapport.

Bepaling hoeveelheid vloeibare ladingrestanten

Wanneer schepen gelost hebben, blijven er vloeibare ladingrestanten en ladingdampen achter in het schip. De hoeveelheid ladingrestant die in een gelost schip mag achterblijven is aangegeven in het scheepsafvalstoffenbesluit (CDNI). Het CDNI maakt onderscheid tussen de tanks en het leidingsysteem. Ook gelden er andere normen voor enkelwandige en dubbelwandige tankers. In een leidingsysteem mag 15 liter ladingrestant achterblijven, in de tank van een dubbelwandige tanker 5 liter en in de tank van een enkelwandige tanker 20 liter.

In het rapport gaat CE Delft uit van vertrouwelijke cijfers van EBIS(European Barge Inspection Scheme) om de verhouding tussen enkelwandige en dubbelwandige tankers te bepalen. Ze komen daarbij uit op 90% dubbelwandige binnenvaarttankschepen. De hoeveelheid ladingrestant wordt gesteld op maximaal 50 liter, opgebouwd uit 7 tanks waar maximaal 5 liter in mag achterblijven en een leidingsysteem waar 15 liter in achter mag blijven.

Wanneer ik kijk bij de openbare data van de Internationale Vereniging voor de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de binnenvaarten, de verzekering en voor het houden van het register van binnenschepen in Europa, (IVR) kom ik op iets minder dan 50% dubbelwandige binnenvaarttankschepen (op basis van cijfers april 2013). Bij enkelwandige schepen kan de hoeveelheid ladingrestant 155 liter (15 liter in het leidingsysteem en 7 keer 20 liter in de tanks) zijn, dat is 105 liter meer dan in een dubbelwandige tanker.

Verder spreekt het CDNI over leidingsysteem en moderne schepen hebben per tank een eigen leidingsysteem. Dat betekent dat het ladingrestant nog eens 90 liter hoger kan zijn per schip (7 keer 15 liter in plaats van 1 keer 15 liter).

Conclusie: de hoeveelheid ladingrestant lijkt met 50 liter aan de lage kant geschat en daarmee de hoeveelheid ladingrestant die ontgast wordt ook.

Vervoer van toxische stoffen

Het rapport gaat ervan uit dat toxische stoffen niet ontgast worden aan de buitenlucht, omdat dat in het ADN-verdrag verboden is. Het rapport gaat alleen niet in op een uitzondering die genoemd wordt in het verdrag. In de uitzonderingsbepalingen staat dat wanneer het niet praktisch is om op de aangewezen plaatsen te ontgassen het ook tijdens de vaart mag. Behalve in drukbevolkte gebieden, een begrip waarvan de definitie in het verdrag ontbreekt. Wel zijn er strengere eisen aan varend ontgassen verbonden.

De Afvalstoffen Terminal Moerdijk (ATM) in Moerdijk is de enige aangewezen plek voor het verwerken van toxische ladingdampen in Nederland. Voor binnenvaartschepen, die Moerdijk niet op hun route hebben, is het niet praktisch om op de aangewezen plek te ontgassen. Dat betekent dat er tijdens de vaart ontgast mag worden en dit ook gedaan wordt. Want waarom zou je omvaren (tijdsverlies) en geld betalen, terwijl je de restlading en ladingdampen gratis naar de lucht mag uitstoten?

De dedicatievaart

Bij dedicatievaart vervoert een schip meerdere keren achter elkaar slechts één stof, bijvoorbeeld benzeen. In theorie is het dan niet nodig om tussen twee ladingen door te ontgassen. Er zat benzeen in het schip en het schip gaat gelost of leeg naar een verlader om een nieuwe lading benzeen op te halen. De kans op vervuiling van de nieuwe lading is dan klein. Het lijkt zodoende aannemelijk dat er niet ontgast hoeft te worden om gasvrij te worden.

CE Delft neemt ook aan dat schepen die dedicatievaart uitvoeren niet ontgassen. Als dat zo is, is het de vraag wat er dan gebeurt met de ladingdamp bij het innemen van een nieuwe lading. Daar zijn in principe twee mogelijkheden voor. Het kan via de dampretourinstallatie teruggevoerd worden naar de tankopslag van de terminal, wat kans geeft op ‘vervuiling’ van de producten in de tankopslag. Als de terminal een drijvend dak heeft op de tankopslag is dit niet mogelijk, maar kan de ladingdamp via de dampretourinstallatie naar een dampverwerkingsinstallatie gevoerd worden. Het meest gebruikelijk is dat de ladingdamp vervolgens in de dampverwerkingsinstallatie verbrand wordt met de negatieve effecten op de luchtkwaliteit die daar bij horen. In een presentatie tijdens eenworkshop van het CDNI over verwerking van gasvormige restanten van vloeibare lading gaf het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in september 2012 aan dat de ladingrestanten en ladingdamp via de dampretourinstallatie in een aantal gevallen alsnog naar de buitenlucht geëmitteerd worden, omdat eendampverwerkingsinstallatie ontbreekt op de terminal, omdat dampverwerking (zo is te lezen op sheet 8 van de presentatie)  ‘traag, duur en log’ is.

Navraag in de binnenvaartsector leert ook dat bij dedicatievaart voor dezelfde opdrachtgever geëist wordt dat binnenvaarttankschepen droog en gasvrij aan de kade komen. De reden daarvoor is veelal dat de opdrachtgever ook bij gelijke stoffen bang is voor vervuiling van zijn lading met de ladingrestanten van een eerder transport. Oftewel: de schipper moet zijn tanks ontgassen om aan de inkoopvoorwaarden van de opdrachtgever te voldoen.

Voor UN1863 (vliegtuigbrandstof) geldt dat deze enkel in dedicatievaart plaatsvindt, maar dat deze open geladen mag worden. Dat betekent dat er emissies ontstaan bij het laden en lossen. Het is overigens ook mogelijk dat deze emissies niet onder het kopje ontgassen, maar onder emissies van op- en overslag vallen.

Comptabiliteit van stoffen

Bij comptabiliteit vervoert een schip verschillende stoffen na elkaar, zonder te ontgassen. Het gaat dan om stoffen die volgens de vrijwillige afspraken van de industrie zonder probleem na elkaar geladen kunnen worden. De petrochemie (VNPI) heeft een matrix opgesteld waarin de mogelijke combinaties opgenomen zijn.

Volgens deze matrix kan bijvoorbeeld gasolie (UN1202) geladen worden na benzine (UN1203) zonder te ontgassen. Alleen gaat door het restant benzine dat achterblijft in de tank en leidingen het vlampunt van de gasolie naar beneden, waardoor deze mogelijk niet meer voldoet aan de gewenste specificatie van de ontvanger. De kans op vervuiling van de lading is in de ogen van de opdrachtgever nog groter dan bij vervoer van gelijke stoffen. Dat is ook de reden dat ladingeigenaren ook bij stoffen die volgens de vrijwillige afspraken na elkaar vervoerd mogen worden toch eisen dat een schip leeg en gasvrij voor de kant komt.

Verbod op ontgassen benzineproducten

Sinds de invoer van de Europese benzineregeling is het ontgassen van benzine verboden. In benzine (UN1203) zitten zuurstofhoudende hulpstoffen (bijvoorbeeld MTBE, methyl-tert-butylether). Vroeger werd daarvoor het zeer giftige tetraëthyllood (TEL) gebruikt (loodhoudende benzine). Het toepassen van zuurstofhoudende hulpstoffen zorgt voor een schonere verbranding van benzine en vermindering van de uitstoot van milieubelastende stoffen. In de Europese Unie mag benzine maximaal 15% MTBE bevatten.

Wanneer er geen zuurstofhoudende hulpstof wordt toegevoegd aan benzine is sprake van ‘aardoliedestillaat’ (UN1268). Zowel zuurstofhoudende hulpstoffen als ‘aardoliedestillaat’ mogen ontgast worden aan de buitenlucht. Het verbod op ontgassen van benzine is dan ook simpel te omzeilen door de zuurstofhoudende hulpstof en het ‘aardoliedestillaat’ los van elkaar te vervoeren en deze pas na transport samen te voegen. Vervolgens kan het schip zonder problemen de tank waarin de zuurstofhoudende hulpstof is vervoerd en de tank met aardoliedestillaat ontgassen aan de buitenlucht.

Dat zuurstofhoudende hulpstoffen, zoals MTBE, pas na transport worden bijgemengd, blijkt uit de daling van het vervoer van benzine en de stijging van het vervoer van UN1268. De forse emissie van de zuurstofhoudende hulpstof MTBE, in 2011 ongeveer 360 ton volgens CE Delft, bevestigt dit. Ter vergelijking: de totale Nederlandse emissie naar lucht en water bedroeg volgens het RIVM in 2011 minder dan 1 ton.

Aan MTBE worden tegenwoordig ook schadelijke eigenschappen toegerekend. Wegens de grondwatervervuilende rol van MTBE is de stof inmiddels in 25 van 52 staten in de Verenigde Staten verboden. Vooral de geur- en smaakaspecten kunnen problemen geven bij de productie van drinkwater uit grondwater. De stof breekt moeilijk af in het milieu en is volgens het Amerikaans milieuagentschap mogelijk kankerverwekkend.

Toch doen

Een andere mogelijkheid om na vervoer van benzine te ontgassen, is door het ondanks het verbod simpelweg toch te doen. Zelfs de onderzoekers schrijven zwart op wit dat die laatste optie, tóch ontgassen wanneer dat verboden is, gewoon gebeurt (blz. 35):

According to the IVS’90 database, transports of UN 1203 are in 92% of the cases followed by identical or compatible following products: in 63% by the identical product, and in 29% by a compatible product (35%). In the remaining 8% of the cases the following product is not compatible.

In this line with this regulation it can be assumed that in the cases of an identical or compatible load, UN 1203 has not been degassed. For the remaining cases, with an incompatible next load, the corresponding emissions amount to 281 tons. According to the legal framework these degassing should have occurred at vapour treatment installations, and have not been emitted to the open air. [sic]

Een andere reden dat er wel degelijk benzine wordt ontgast is dat veel nieuwe benzines zogenaamde laagkookpuntbenzines zijn. Dat betekent dat ze volgens het ADN-verdrag niet onder verpakkingsgroep II vallen maar onder I. Deze benzines kunnen daardoor niet vervoerd worden onder UN1203, waarvoor ontgassen verboden is. Nieuwe benzineproducten, zoals Shell VPower, vallen allemaal onder de definitie van laagkookpuntbenzines en kunnen dus gewoon ontgast worden aan de buitenlucht.

Samenvattend

De conclusie van de VNCI dat de emissies van ontgassen gedaald zijn is fraai geframed, maar daar is alles wel mee gezegd. In werkelijkheid zijn de emissies toegenomen en al helemaal als ze vergeleken worden met de officiële cijfers van het RIVM.

Ondanks mijn vertrouwen in de kwaliteit van de onderzoekers van CE Delft heb ik mijn bedenkingen bij de uitkomsten van het rapport. Gelet op de bovengenoemde kanttekeningen bij de in het rapport gehanteerde aannames denk ik dat de berekende emissie aan de onderkant van de werkelijkheid zit. Vandaar dat ik Rijkswaterstaat gevraagd heb om een overzicht van het aantal gemelde wijzigingen in seinvoering sinds 2011. Want zolang er geen meldplicht voor ontgassen geldt, is dat in mijn ogen de meest betrouwbare manier om de omvang van de emissies door ontgassen in kaart te brengen.

Mogelijke oplossingen voor ontgassen

Als bewoner van Schiedam heb ik samen met een bewoner van Hoek van Holland en een bedrijf dat een technische oplossing heeft voor ontgassen een mogelijke oplossing voor ontgassen bedacht. In een volgende bijdrage zal ik daar verder op ingaan. Ondertussen hoor ik het graag als er lezers zijn die andere mogelijkheden kennen om van seinvoering te wijzigen.

Sinds een jaar bemoei ik me intensief met het dossier ontgassen door de binnenvaart. Verschillende partijen strijden al veel langer tegen de zeer schadelijke uitstoot van de zogenaamde Vluchtige Organische Koolwaterstoffen zoals benzeen. Ook journalisten als Leon van Heel van het Algemeen Dagblad en Jaap Deijl van RTV Rijnmond zijn al veel langer met het dossier bezig.

Zodra schepen hun lading hebben gelost blijft er in het ruim damp achter. Voordat er een nieuwe lading kan worden aangenomen dient het schip zich eerst van deze dampen te ontdoen. In de praktijk doen schepen dit veelal door hun luiken open te zetten waardoor deze dampen naar buiten toe worden geblazen.

Afgelopen week was een duidelijk hoogtepunt in het dossier. Naar aanleiding van een artikel van mijn hand over ontgassen op Sargasso heeft Arno Bonte (GroenLinks Rotterdam) vragen gesteld aan het college van B&W in Rotterdam. Landelijk hebben Henk van Gerven (Tweede Kamerfractie SP) en Liesbeth van Tongeren (Tweede Kamerfractie GroenLinks) vragen gesteld aan staatssecretaris Mansveld.

In de Tweede Kamer beloofde Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) om met wetgeving te komen die het ontgassen van schepen strafbaar stelt. Zaterdag 14 december 2014 stond er een artikel in het Algemeen Dagblad waarin de Rotterdamse Wethouder Haven en Economie, Jeannette Baljeu (VVD), zich achter een ontgasverbod schaart. Haar streven is om het verbod al per 1 januari 2015 in te laten gaan en te handhaven.

In de Rotterdamse haven is varend ontgassen officieel verboden, met uitzondering van twee aangewezen gedoogplekken (Geulhaven en 2e PET haven). Het verbod op varend ontgassen geldt echter alleen in de havenbekkens. Het is niet verboden voor schepen om varend op bijvoorbeeld de Nieuwe Waterweg te ontgassen. Dat betekent dat schepen die chemicaliën vervoeren hier hun luiken openzetten en de dampen naar buiten blazen, met alle negatieve effecten op de gezondheid van de inwoners van de Waterweggemeenten.

Uit recent onderzoek van het onafhankelijk onderzoeksbureau CE Delft blijkt dat de uitstoot van Vluchtige Organische Koolwaterstoffen een factor 10 hoger is dan de officiële cijfers van het RIVM. Er wordt 1,79 kiloton aan giftige stoffen naar buiten geblazen. Zelf ben ik na doorspitten van de aannames van het rapport van mening dat de onderzoekers uit Delft waarschijnlijk nog veel te conservatief zijn geweest (zie mijn artikel op Sargasso). Het gaat dus om een zeer relevant gezondheidsrisico.

Afgelopen jaar heb ik intensief samengewerkt met Mark Lensselink, Fractievoorzitter van de VVD Hoek van Holland, en lokale en landelijke politici van GroenLinks om het probleem op de kaart te zetten en oplossingen aan te dragen. Ook de steun van SP en PvdA is daarbij van grote waarde geweest.

Zowel het Kabinet als de Gemeente Rotterdam hebben dus uitgesproken dat de schadelijke uitstoot van onder andere benzeen in Nederland en dus ook in het Rijnmond gebied aan banden moet worden gelegd. Het jaar 2014 zal worden gebruikt om regelgeving op te stellen. Deze zal moeten aansluiten bij Europese afspraken. Daarnaast zullen er in de Rotterdamse haven installaties moeten komen om de dampen af te vangen.

Mark Lensselink stelt dat het ontgasdossier een voorbeeld is van hoe je met elkaar in het belang van de inwoners zaken kunt bereiken. Daar sluit ik me volmondig bij aan.

Meer informatie: Ontgasverbod voor havengebied.

Update 15/12/13 20:50u: links naar Kamervragen SP en GroenLinks toegevoegd. Vragen Nigtevecht aan gemeente Stichtse Vecht toegevoegd.

Update 28/1/14 21:50u: links naar Kamervragen SP en GroenLinks toegevoegd. Vragen Nigtevecht aan gemeente Stichtse Vecht toegevoegd.

Update 28/3/2014 23:00: links naar beantwoording Kamervragen GroenLinks en SP toegevoegd.

Update 22/7/2014: links naar beantwoording gemeenteraadsvragen GroenLinks Rotterdam toegevoegd.

Eerder deze week schreef ik een korte en een lange versie met kanttekeningen bij het onderzoek naar emissies van ontgassen. Een taai en langjarig dossier, waar voor mij veel meer mensen hun tanden in hebben gezet. Om al die mensen eer aan te doen (‘standing on the shoulders of giants’) hieronder een chronologisch overzicht van de Kamervragen en vragen aan gemeenterbesturen die ik terug heb weten te vinden over dit onderwerp.

Als je aanvullingen hebt, laat ze achter in de reacties. Dan voeg ik ze toe.

Vorig jaar mei schreef ik voor TEDxBinnenhof over de economische kansen van Nederlandse innovaties in luchtkwaliteit. In de kerstvakantie kreeg ik een rapport in handen dat de economische potentie vanuit een andere kant onderstreepte. Het afvangen van schadelijke gassen, die de binnenvaart momenteel al varende in de lucht loost, levert de handelaren in en producenten van deze gassen volgens het rapport ruim €117 mln extra inkomsten op. Zo zie je maar: de strijd van GroenLinks voor schonere lucht in het Rijnmond gebied kan prima samengaan met winstkansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Reden voor de website Duurzaam Bedrijfsleven om het onderwerp samen op te pakken.

Transport vluchtige organische stoffen

Nederlandse binnenvaartschepen vervoeren jaarlijkse miljoenen liters vluchtige organische stoffen, zoals benzeen, MBTE en styreen. Het zijn industriële chemicaliën die worden gebruikt als oplosmiddel of bij de productie van plastics. Deze stoffen zijn in principe vloeibaar, maar vluchtig: ze verdampen snel. In vakjargon heten ze NMVOS.

Door die vluchtigheid blijft er na het lossen van de vloeibare lading altijd een hoeveelheid aan gassen achter in de tanks. In 60 procent van de gevallen moet dit ontgast worden. De Nederlandse wetgeving kent geen beperkingen voor binnenvaartschepen om varend te ontgassen. Het ontgassen leidt tot stankoverlast en, aangezien sommige NMVOS kankerverwekkend zijn, ook tot schade aan het milieu en de volksgezondheid.

Kans van 117 miljoen euro

Het ontgassen is ook een gemiste economische kans. Volgens een recent onderzoek van Raymond Kastermans, specialist in gevaarlijke stoffen bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu, blijkt dat elk jaar vier miljoen liter aan NMVOS wordt ontgast. Deze gassen kunnen ook worden opgevangen en verhandeld. Volgens het onderzoek van Kastermans vertegenwoordigen de gassen een economische waarde van ruim €117 mln.

Alleen al het afvangen van benzeen zou €42 mln op kunnen leveren. Blootstelling aan hoge doses benzeen is schadelijk voor de gezondheid. Het havengebied in Rotterdam is volgens het Planbureau voor de Leefomgeving en het RIVM een van de weinige gebieden in Nederland waar nog een probleem met het halen van de norm voor benzeenconcentratie bestaat.

VentoClean

Het Rotterdamse TEICom heeft met zijn gepatenteerde koelinstallatie VentoClean een uitvinding in handen die vluchtige gassen kan opvangen en om kan zetten naar een waardevol product. Met behulp van stikstof wordt de ladingdamp direct afgegeven aan de ontvanger, zonder dat het product qua fysische eigenschappen veranderd is.

Tegenover een markt van €117 mln staan investeringskosten van ongeveer €1 mln voor aanschaf en installatie. VentoClean verbruikt 200 kilowattuur aan elektriciteit per uur, maar zelfs tegen kleinverbruikerstarief is dat een schijntje van €46 per uur aan exploitatiekosten.

Met het systeem kan op een 110 meter binnenvaarttanker zoals de Aaltje per reis rond 1100 liter benzeen of 700 liter benzine worden teruggewonnen.

Wereldwijd patent

Vluchtige organische stoffen zijn een wereldwijd probleem. TEICom is net naar de Verenigde Staten geweest, waar het probleem zich ook voordoet. Het bedrijf uit Honselersdijk profiteert van hun wereldwijde patent.

In Nederland is strengere wetgeving in de maak over het ontgassen van NMVOS, maar deze laat op zich wachten. In de tussentijd wordt onvoldoende gebruik gemaakt van innovatieve oplossingen van Nederlandse bedrijven voor het verbeteren van luchtkwaliteit. Alleen in Amsterdam zijn twee VentoClean-installaties besteld.

Havengebied Rotterdam

Het havengebied van Rotterdam is niet zo ambitieus en vond in eerste instantie 2030 vroeg genoeg:

Vorig voorjaar heeft het gemeentebestuur van Rotterdam aangegeven te werken aan een verbod op varend afgassen vanaf 2014. Tot 2020 wordt het afgassen in de Geulhaven gedoogd, dat betekent nog 7 jaar overlast van afgassen voor Vlaardingen (en in mindere mate Schiedam, Rhoon en Hoogvliet).

Tegelijkertijd spreekt Hans Smits, de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam, in de serie MVO Leiderschap van NuZakelijk prachtig woorden over het belang van MVO en zorg voor de omgeving voor de ‘licence to operate’ van het Rotterdams Havenbedrijf. Of bij het blijven gedogen van het lozen van schadelijke stoffen naar de lucht, terwijl alternatieven voorhanden zijn de term leiderschap hoort…

En op de snelweg:

Deze week ontving ik een email van SolarGreenPoint, waarin stond dat hun eerste project bij het Terbregseplein volledig uitverkocht is. Het is nog wachten op de bouwvergunningen, maar zodra dat geregeld is kan het project van start. Een mooi moment om te zien hoe deze coöperatieve zonnecentrale zich verhoudt tot bv. Zonnepark Nijmegen.

De kengetallen

Investering/stuk € 500,00
Jaarlijkse onderhoudskosten € 12,50
Elektriciteitsopbrengst in kWh/jaar 197
Levensduur 25 jaar
Verwachte prijsstijging elektriciteit 7%
Verwachte stijging onderhoudskosten 2%

Mijn berekeningen

Ik heb de getallen maar eens door mijn spreadsheetje heen gegooid. Waarbij ik een scenario heb gemaakt met de 7% prijsstijging voor elektriciteit en 2% indexatie op onderhoudskosten. De prijsstijging voor elektriciteit vind ik vrij hoog, dus ik heb ook een scenario doorgerekend met 3% prijsstijging (waar De Windcentrale mee rekent) en 0% indexatie op onderhoudskosten. De uitkomsten zie je in onderstaande tabel.

SolarGreenPoint
Verandering energieprijs 7% stijging 3% stijging
Kostprijs / kWh exclusief energiebelasting € 0,18 € 0,16
Kostprijs / kWh inclusief energiebelasting € 0,32 € 0,30
Gemiddelde elektriciteitsprijs energiebedrijf € 0,35 € 0,26
Gemiddelde energiebelasting / kWh € 0,14 € 0,14
Gemiddelde kostprijs elektriciteit energiebedrijf € 0,21 € 0,12
Terugverdientijd zonder zelflevering 23 >30 jaar
Netto Contante Waarde zonder zelflevering € 140,45 € 230,65-
Terugverdientijd met zelflevering 13 15
Netto Contante Waarde met zelflevering € 819,80 € 448,70

Mijn conclusies

De belangrijkste vind ik dat het fenomeen terugverdientijd, wat een terugkerend thema is bij iedere duurzame investering geen rol lijkt te spelen bij de keuze voor een paneel in een collectief zonne-energie park. Of het nu gaat om Zonnepark Nijmgen of SolarGreenPoint in het meest gunstige scenario (zelflevering wordt toegestaan en de elektriciteitsprijs stijgt met 7% per jaar) is de terugverdientijd van een paneel 13 jaar. Zonne-energie heeft blijkbaar een meerwaarde voor mensen, waardoor ze niet meer alleen naar de kostprijs kijken. Wat te prijzen is.

De keerzijde van de medaille is dat het me tot het mailtje van afgelopen week niet gelukt was om een fatsoenlijke berekening te maken van SolarGreenPoint. Simpelweg omdat de daarvoor benodigde informatie niet op de site te vinden was (of heel goed verstopt). Dat vind ik een groot verschil met Zonnepark Nijmegen, waar de informatie en de berekeningen wel te vinden zijn.

Een laatste conclusie is en blijft dat windenergie financieel interessanter is dan zon (zie ook mijn eerdere berichten over zonne-energie versus windenergie). Zonder zelflevering verdient een  winddeel zich in 11 jaar terug (bij een prijsstijging van 3%), met zelflevering is dat zelfs in 4 jaar tijd. Wat niet wegneemt dat er goede redenen kunnen zijn om liever wat meer te betalen voor deelname aan een zonne-energie coöperatie, zoals je ook meer betaalt als je een hippe smartphone wil. Bijvoorbeeld als je windmolens niet mooi vind.

In Rotterdam worden binnenkort 5 stadsinitiatieven voorgelegd aan de bevolking, waaronder een stadskas. Ondertussen is een alternatief (en veel geavanceerder) ontwerp voor een ‘stadskas’ van het Rotterdamse Except Integrated Sustainability genomineerd voor de Buckminster Fuller Challenge. Except noemt het zelf de Polydome, het concept is mede ontwikkeld in het kader van de plannen voor Schiebroek Zuid.

Het persbericht van Except:

Onderwerp: Except Integrated Sustainability is met Polydome – een ontwerp voor systemisch duurzame glastuinbouw – genomineerd voor de Buckminster Fuller Challenge met een prijs van 100.000 dollar.

Rotterdam, 14 februari 2012 – Except Integrated Sustainability is trots op de publicatie  van Polydome in de Buckminster Fuller Idea Index 1.0 vanaf dinsdag 14 februari 2012 (http://challenge.bfi.org/ideaindex). Polydome is een nieuw ontwerpparadigma voor glastuinbouw dat voedselproductie maximaliseert en milieuimpact minimaliseert. Dat doet het door middel van een ecosysteem van planten, dieren en paddestoelen.

“De Buckminster Fuller Challenge is (wereldwijd) de hoogste onderscheiding in maatschappelijk verantwoord ontwerp”, aldus Metroplis Magazine. Deze jaarlijkse prijs van 100.000 dollar ondersteunt de ontwikkeling en implementatie van projecten die een aanzienlijke potentie hebben oplossingen te bieden voor de meest urgente problemen van de mensheid. De jury bestaat uit toonaangevende mensen uit de wereld van wetenschap en design.

“De Buckminster Fuller Challenge heeft ons al vanaf het begin geïnspireerd. De missie van Except is om systemische oplossingen voor een duurzame toekomst te ontwerpen. Dat sluit naadloos aan op het doel van de Challenge,” verwoordt Eva Gladek, de projectleider van Polydome, de trots over de nominatie.

Over Polydome

Polydome kan bijdragen aan een zekerder en rechtvaardiger voedselsysteem voor de toenemende wereldbevolking. Het biedt een hoge opbrengst en verbindt materiaal- en voedselstromen en maatschappelijke waardestromen, zoals hoge kwaliteit werkgelegenheid. Het produceert een waaier aan klimaat- en energieneutraal voedsel en is bijzonder geschikt voor stedelijke voedselproductie. Polydome biedt een realistisch en rendabel antwoord op de wereldwijde vraag naar duurzame voedselvoorziening. Tegelijkertijd is het meer dan alleen een visie op duurzame landbouw: het beschrijft welke rol landbouw heeft in een duurzame samenleving.

Meer informatie en een korte video van het Polydome project kunt u vinden op de Except website: http://www.except.nl/consult/polydome/index.html.

Over het verloop van de wedstrijd

Except verwacht een serieuze kandidaat te zijn voor het winnen van de Challenge. Ze is vereerd om onderdeel te zijn geworden van dit netwerk dat systemisch denken en ontwerpen toepast bij het vinden van oplossingen met de grootschaligheid van impact die de wereld van vandaag nodig heeft. Als Except met Polydome wint, wordt het prijzengeld gebruikt om met partners in Nederland en de Verenigde Staten de eerste testlocatie op te zetten en het concept voor te bereiden voor commerciële uitrol.

Mensen die geïnteresseerd zijn in dit project worden van harte uitgenodigd om deel te nemen aan Buckminster Fuller’s online community op de website van de Ideas Index (http://challenge.bfi.org/application_summary/3227#).

We zijn trots om geassocieerd te zijn met de Challenge. Hou ons in de gaten voor de semi-finals en de finale!

In Amerika Engeland en Duitsland zijn Energy Service Companies (ESCo’s) al een vast verschijnsel, maar in Nederland (nog) niet. Dat de formule ook in Nederland succesvol kan worden toegepast laten de gemeente Rotterdam en mijn werkgever Strukton. Zij hadden vorig jaar de primeur om een energie service bedrijf (ESCo op z’n goed Nederlands ;-) op te richten voor het onderhoud en beheer van negen Rotterdamse zwembaden. Strukton heeft samen met haar partner Hellebrekers een tienjarig onderhoud- en energieprestatiecontract afgesloten. Dit contract past goed bij de ambities die de gemeente Rotterdam heeft geformuleerd in de Samenwerkingsovereenkomst Duurzaam Vastgoed.

Kern ESCo contract

De kern van het contract tussen de gemeente Rotterdam en Strukton is dat de ESCo Strukton het energieverbruik van de zwembaden sterk zal terugdringen en het onderhoud en beheer geheel van de gemeente Rotterdam overneemt. In totaal levert dit een gegarandeerde besparing op van 4,5 miljoen euro. Concreet gaat het om:

  • 43% minder gas
  • 24% minder elektriciteit
  • 9% minder water
  • Betere waterkwaliteit
  • Beter binnenklimaat
  • Betere luchtkwaliteit

Toegepaste technieken

Om de afgesproken besparingen te realiseren, investeert de ESCo onder andere in warmtepompen, aanwezigheidsdetectie en ECO-verlichting. Al deze investeringen leiden tot een reductie van de CO2-uitstoot van 2.000 ton per jaar. Dit staat gelijk aan de uitstoot van 500 woningen. Daarnaast investeert de ESCo in meer comfort voor de zwembadbezoeker. Dankzij de installatie van een UVC-reactor hoeft bijvoorbeeld minder chloor in het zwemwater te worden gebruikt.

Strukton & ESCo’s

Binnen Strukton zijn we van mening dat een ESCo breder inzetbaar is dan enkel voor zwembaden. De ESCo formule is goed toepasbaar voor het ontwerpen en realiseren van revitalisatie van vastgoed. Het vastgoed wordt hierdoor moderner, energiezuiniger, comfortabeler en daarmee aantrekkelijker voor huurders. De waarde van het vastgoed neemt toe en de exploitatieduur kan worden verlengd. Een ESCo combineert revitalisatie met meerjarig onderhoud, beheer en energiemanagement. Indien gewenst wordt ook de financiering georganiseerd.

Hoe werkt het?

Uniek aan een ESCo is dat de opdrachtgever geen (financieel) risico draagt. De ESCo geeft, voor een of meer gebouwen, in een prestatiecontract garanties af op de kosten en kwaliteit van de revitalisatie, de energiebesparing, de kosten voor onderhoud en beheer en de comfortverbetering. De ESCo investeert in (energiebesparende) maatregelen om de overeengekomen prestaties te realiseren. Daarna verdient de ESCo de investeringen terug uit het rendement dat de maatregelen opleveren. Zo wordt de ESCo sterk geprikkeld om meerjarig te voorzien in een duurzame huisvesting met een optimale kwaliteit en tegen minimale kosten.

In onderstaande filmpje wordt op hoofdlijnen uitgelegd hoe de ESCo in z’n werk gaat:

Het Nieuwe Werken

Een revitalisatie kan goed worden gecombineerd met de implementatie van Het Nieuwe Werken. De implementatie van Het Nieuwe Werken beinvloedt de haalbaarheid van een revitalisatie doorgaans positief. Implementatie van Het Nieuwe Werken kan een sterke stimulans zijn voor de huurder(s) van het vastgoed om het gebruik voor langere tijd te continueren.

Meer informatie

Meer informatie over de ESCo formule van Strukton (inclusief contactpersonen) vind je in de factsheet ESCo(pdf). Of vul ondestaand contactformulier in dan nemen mijn collega’s Michel Heijnekamp en Jeroen Mieris contact met je op.

[contact-form-7 id="5170" title="Strukton ESCo"]

Disclaimer: als consultant maatschappelijk verantwoord ondernemen hou ik mij binnen Strukton onder andere bezig met het promoten van duurzame oplossingen van Strukton.

Wil je graag duurzaam produceren? Wil je liever CO2-neutraal zaken doen? Wil je winst behalen met duurzaam ondernemen? Kom dan op 3 maart naar De Duurzame Verbinding. De doelstelling van deze avond is om MVO-kennis toegankelijk te maken voor het MKB en vraag en aanbod op een frisse manier bij elkaar te brengen. De Duurzame Verbinding vindt tegelijkertijd plaats in Rotterdam en 8 andere steden. In Rotterdam ligt de focus op de bouw- en installatiebranche.

Wat kun je tijdens deze avond verwachten?

  • Inspiratie: laat je inspireren door voorbeelden uit de praktijk.
  • Praktisch advies: krijg antwoord op je vraag over duurzaam ondernemen.
  • Netwerken: op regionale schaal verbindingen leggen tussen de bouwbranche, de installatiebranche en eskundige adviseurs.
  • Business Case: Louis Hiddes zal de business case duurzaam bouwen toelichten en uitleggen.

Partners

De Duurzame Verbinding is onderdeel van 7 Days of Inspiration en wordt belangeloos en zonder financieel gewin georganiseerd. Dit initiatief wordt ondersteund door o.a. MVO Nederland, Stichting Stimular, KvK, DCMR, DHV, IMSA, Cleandrinks, Club van 30, InterfaceFlor en Nudge.

Kom ook op 3 maart!

Het evenement vindt plaats bij het Innovatie Centrum Duurzaam Bouwen op het RDM-terrein.
Meer informatie en aanmelden:  www.deduurzameverbinding.nl.
Coördinator De Duurzame Verbinding Rotterdam: Mark Slegers.