Post Tagged ‘VNO-NCW’

Nadat eerder dit jaar de nieuwe voorzitter van Business Europe in een interview met VNO-NCW (pfd) stelde dat de energieprijzen stijgen door subsidies voor duurzame energie was het deze week de beurt aan de surrealistische Magrittegroep om op te roepen tot het afschaffen van subsidies op schone energie. Ook het Nederlandse GasTerra (50% eigendom van de Nederlandse staat, waarvan 10% rechtstreeks en 40% via 100% staatsbedrijf Energiebeheer Nederland) behoort tot de Magrittegroep.

Beide oproepen maakten weinig onderscheid in de soort energie waar ze het over hebben, gaat het om gas, elektriciteit of warmte? De hele energietransitie en dan met name de Duitse variant Energiewende is vooral succesvol op het gebied van elektriciteit. Dus laten we maar eens kijken wat daar met de prijzen gebeurt. Wat er gebeurt op de markt voor gas en warmte is mogelijk een ander verhaal,  daar ga ik in deze post niet op in.

Kosten elektriciteit

Op de elektriciteitsmarkt is het van belang een onderscheid te maken tussen kleinverbruikers en grootverbruikers. In veel landen betalen kleinverbruikers meer energiebelasting dan grootverbruikers. Als we specifiek naar Nederland kijken dan bedraagt de energiebelasting (exclusief BTW) voor kleinverbruikers 11,65 Eurocent per kWh (14,10 Eurocent incl BTW), terwijl het leveringstarief exclusief btw rond de 7 Eurocent ligt (inclusief BTW 9 Eurocent). In 2006 was de energiebelasting voor kleinverbruikers 7,05 Eurocent. Een stijging in 7 jaar van 4,5 Eurocent. Voor grootverbruikers is de stijging veel kleiner en boven de 10 miljoen kWh is het tarief zelfs onverandert gebleven op 0,1 Eurocent/kWh voor niet zakelijke gebruikers en 0,05 Eurocent voor zakelijke gebruikers.

Ondertussen dalen de elektriciteitskosten op de groothandelsmarkt door die door de Magrittegroep en Business Europe zo verfoeide duurzame elektriciteit. Dat gebeurt niet alleen in Europa, maar ook in Australie en de VS. Dat betekent dat steeds meer bestaande fossiele centrales stil komen te liggen of minder gebruikt worden. Volgens dit artikel is de bezettingsgraad gedaald van 51% in 2006 naar 45% in 2012. Daar zit dan ook de echte pijn voor de leden van de Magrittegroep en in het feit dat traditionele centrales tijdens de meest lucratieve uren steeds vaker worden vervangen door zon en wind.

De Club van 30 had gisteren een artikel staan over de effecten van de nieuwe luchtkwaliteitseisen voor de zeescheepvaart op het Nederlandse bedrijfsleven. Volgens de nieuwe luchtkwaliteitseisen het zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen wereldwijd dalen, waarbij er aanvullende eisen gesteld kunnen worden in zogenaamde SECA gebieden. Waar de Noordzee ook toe behoort. Bernard ‘duurzaamheid is innovatie‘ Wientjes stelt volgens de Club van 30 in een brief aan Staatssecretaris Atsma dat deze aanvullende maatregelen slecht zijn voor de scheepvaart en voor de staal en papierindustrie in Nederland. Om te beoordelen of dat klopt lijkt het me verstandig om te bezien wat de maatregelen inhouden, welke redenen er zijn voor de maatregelen en mogelijke alternatieve maatregelen om de doelen te halen.

Wat houden de maatregelen in?

Volgens de Europese Commissie (pdf) betekenen de afspraken een afname met 4,50 gewichtsprocent van zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen:

  • een afname van het zwavelgehalte tot 3,50 gewichtsprocent tegen 1 januari 2012;
  • een afname van het zwavelgehalte tot 0,50 gewichtsprocent tegen 1 januari 2020, behoudens herziening in 2018, met  mogelijk uitstel tot 2025.

Voor de zogenaamde SECA’s (waaronder dus de Noordzee) gaat het om een afname met 1,50 gewichtsprocent  van het zwavelgehalte van alle  scheepsbrandstoffen die worden gebruikt binnen SECA’s

  • tot 1,00 % tegen 1 juli 2010;
  • tot 0,10 % tegen 1 januari 2015;

Waarom is de maatregel nodig?

In 2001 hebben de lidstaten van de EU zich gecomitteerd aan de het programma schone lucht voor Europa (Clean Air For Europe). Het einddoel daarvan is dat de luchtkwaliteit dusdanig moet verbeteren dat er geen merkbaar effect meer is van luchtverontreiniging op gezondheid en milieu.

Om de doelstellingen uit CAFE te bereiken worden de luchtverontreinigende emissiesbinnen de Europese Unie vanuit verschillende hoeken gereguleerd. Aan de ene kant gebeurd dit door grenzen te stellen aan de hoeveelheid emissies, de concentratie van luchtverontreinigende stoffen en de neerslag (deposito) van luchtverontreinigende stoffen. Aan de andere kant worden de luchtverontreinigende emissies gereguleerd door bronbeleid.

De absolute hoeveelheid emissies per land worden begrensd door de Nationale Emissieplafonds uit de Nationale Emissie Plafond-richtlijn, waar de luchtvaart en zeescheepvaart niet onder vallen. De maximale concentratie luchtverontreiniging op een bepaald tijdstip op een bepaalde plaats wordt begrensd door de Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, waar luchtverontreiniging veroorzaakt door de luchtvaart en zeescheepvaart wel meetelt. De hoeveelheid neerslag van luchtverontreinigende stoffen wordt in bepaalde gebieden gereguleerd door natuurwetgeving (Natura 2000).

De afgelopen decennia hebben grote reducties in luchtverontreingende emissies plaatsgevonden, waardoor de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd is. Zo wordt de luchtkwaliteitsnorm voor zwaveldioxide al jaren gehaald (bron: Compendium voor de Leefomgeving). Tegelijkertijd zijn er nog aanvullende maatregelen nodig om de lange termijn doelstellingen van CAFE te halen (bron: kamerbrief Milieubeleid industrie na afloop milieuconvenanten).

Met het huidige zwavelgehalte (1,5 %) was de zeescheepvaart op het Nederlands deel van de Noordzee in 2009 goed voor 51% van de zwaveldioxide-emissies (SO2) (bron Compendium voor de Leefomgeving). Bij een verwachte toename van de zeescheepvaart neemt de emissie van SO2 door de zeescheepvaart de komende jaren verder toe. Voor een beeld van het huidig effect van de zeescheepvaart op de SO2 emissies zie dit artikel in The Guardian.

Alternatieve maatregelen

Natuurlijk is het mogelijk om de doelstellingen op een andere manier te halen. Industrie, landbouw en wegverkeer hebben de afgelopen 30 jaar echter al grote stappen gemaakt in het verlagen van hun luchtverontreinigende emissies, met name de emissies van SO2 zijn fors gedaald. Extra reductie in die sectoren is daarmee relatief duur. De scherpere eisen aan brandstoffen op de Noordzee zijn naar mijn mening dan ook een logische stap om de emissie van zwaveldioxide op het Nederlands grondgebied verder te verlagen en passend bij het principe de vervuiler betaalt. Tenzij de voorman van VNO-NCW bedoelt dat de doelstellingen uit CAFE aan de wilgen gehangen moeten worden…?

Bijna twee jaar geleden vroeg ik me samen met een aantal collega’s af of we de kritiek vanuit het bedrijfsleven op de criteria voor duurzaam inkopen via een interactief proces tot een samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven zouden kunnen ombuigen. Beide partijen onderschrijven tenslotte het doel: bij het verduurzamen van de samenleving ook gebruik maken van de inkoopmacht van de overheid cq. de eigen organisatie.

In het kader van de toolbox van buiten naar binnen bedachten we daarom een interactief proces om via een informeel proces tussen de inkopers van overheidsorganisaties en bedrijfsleven langzaam maar zeker tot een formeel proces tussen beleidsmakers uit bedrijfsleven en overheidsorganisaties te komen. Waarbij de criteria voor duurzaam inkopen die Agentschap NL heeft ontwikkeld als voorbeeld kunnen dienen.

We hebben ons proces tijdens de slotbijeenkomst van de toolbox gepresenteerd. We hadden het goede voornemen om er mee aan de slag te gaan na de cursus en ook daadwerkelijk wat neer te zetten. Meer dan een berichtje op mijn weblog, en een presentatie en toelichting aan een aantal collega’s van het programma duurzame bedrijfsvoering rijksoverheid is er echter niet van gekomen. Want ieder van ons was te druk met zijn reguliere werkzaamheden om werkelijk tijd in te steken in ons plannetje. We hebben het nog wel ingediend als plan voor de ASN Wereldprijs, maar ook daar hebben we vervolgens te weinig tijd in weten te steken om zelfs maar een weekprijs te winnen.

De verrassing

Op dinsdag 8 februari kwam de Nederlandse Vereniging voor Inkoopmanagement (NEVI) met een persbericht dat 17 Chief Procurement Officers van grote publieke en private bedrijven hun streven om duurzaam inkoopmanagement te verankeren hebben vastgelegd in het manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen en Ondernemen (MVIO). De deelnemende bedrijven zijn: Achmea Zorgverzekeringen, Akzo Nobel, Albert Heijn, Delta Lloyd, Essent Nederland, Heineken Nederland, ING Bank, ING Verzekeringen, Koninklijke DSM, Koninklijke FrieslandCampina, KLM, Koninklijke Philips Electronics, KPN, Nederlandse Spoorwegen, Rabobank Nederland, Rijksoverheid en NEVI.

Volgens het persbericht zullen de deelnemende bedrijven in vijf jaar tijd milieu -en sociale criteria als vanzelfsprekend worden meegewogen in het inkoopbeleid van hun ondernemingen. De deelnemende bedrijven kunnen daarbij de duurzaam inkoop criteria van Agentschap NL gebruiken of zelf criteria voor maatschappelijke verantwoord inkopen ontwikkelen.

Of er een verband is tussen het plan voor een alliantie duurzame bedrijfsvoering dat mijn medecursisten en ik hadden uitgedacht en de totstandkoming van het manifest maatschappelijk verantwoord inkopen en ondernemen weet ik niet. Het is in ieder geval wel erg leuk om te zien dat een oud idee in een andere vorm op een andere plaats weer opduikt. Als er een verband is dan is het een goed voorbeeld van je idee laten gaan.

En nu verder?

Voor zover mij bekend zijn zo’n beetje alle aan het manifest deelnemende bedrijven lid van VNO-NCW, MKB Nederland en/of MVO Nederland. Ik ben dan ook benieuwd wat de inbreng vanuit deze bedrijven gaat worden in de afgelopen week door MVO NL, MKB NL en VNO-NCW aangekondigde vernieuwing van de duurzaam inkopen criteria. Een van de ideeën die ik tegenkwam in de berichtgeving van MVO Nederland was dat er minder naar lijstjes gekeken moet worden en meer naar een ketenaanpak.

Ik ben dan wel benieuwd welke vorm van ketenaanpak gekozen gaat worden. Als twee uiterste (voor zover bij mij bekend) heb je aan de ene kant de simpele regels voor duurzaam inkopen van IBM (slechts 4 regels) en aan de andere kant de zeer uitgebreide, wetenschappelijk onderbouwde methodiek van het Sustainability Consortium (waar onder andere Ahold, KPMG en Unilever deel van uitmaken).

Dit bericht is ook geplaatst op duurzaam pleio en op  het rijksduurzaamheidsnetwerk.

Bernard Wientjes, de voorzitter van VNO-NCW, sprak op 19 januari tijdens de Big Improvement Day. De eerste minuten gaan over wat verkeerd gaat in Nederland. Vanaf minuut 4 wordt ‘t m.i. interessanter als Wientjes praat over duurzaamheid, innovatie en kansen voor het Nederlands bedrijfsleven. De drie terreinen die hij ziet als kansrijk:

  1. Water en klimaatadaptatie, oftewel landen helpen zich te beschermen tegen de stijgende zeespiegel;
  2. Biofuels, waar hij ook de kennis van de WUR noemt;
  3. Logistiek, maar dan wel met de meest duurzame haven ter wereld.

De meest opmerkelijke quote (in mijn ogen):

Uitsluitend innovatief ondernemerschap kan de oplossing bieden om weer tot economische groei te komen. Bij elke ondernemer in Nederland is duidelijk dat innovatie alleen maar kan op basis van duurzaamheid. Eigenlijk is het woord innovatie duurzaamheid geworden, of duurzaamheid is innovatie.

Duurzaamheid gaat volgens Bernard Wientjes niet alleen over moreel ondernemerschap. In de toekomst is innoveren op basis van duurzaamheid, volgens Wientjes, het verschil tussen dood en leven. Niet alleen voor onze aarde, maar ook voor ondernemingen. De uitspraak van Wientjes gaf op twitter positieve reacties:

Nooit gedacht dat ik Bernard Wientjes zo’n koning zou vinden #mooiewoorden #BID #bid10 #duurzametoekomst

Maar was ook aanleiding tot kritische vragen:

@krispijnbeek En hoe gaat VNO-NCW daartoe empoweren? Heeft Bernhard Wientjes daar ook visie op.? #yam #bid10


rpgeradts

Kijk en oordeel zelf.

Kroonrede Bernard Wientjes (VNO-NCW) – Big Improvement Day (BID) 2010 from FunnelVision on Vimeo.

Met dank aan Visie Nederland & FunnelVision voor het (mogelijk) maken van de video.