Zin in de Toekomst: Innovatieproeftuin

Vandaag had ik een dagje vrij genomen om de Inovatieproeftuin in Rotterdam te bezoeken. Soms moet je nu eenmaal een activiteit bezoeken om te weten waar je het ook al weer allemaal voor doet. Dat is gelukt, wat een feest van herkenning en verrassing. En wat gebeuren er een hoop leuke, spannende en vernieuwende dingen in Nederland en daarbuiten.

Bij de opening kondigde burgemeester Ivo Opstelten in onnavolgbare stijl premier Balkenende aan. Na een uitgeblust en weinig inspirerend praatje over het Rotterdam Climate Initiative.Toen de voorzitter vroeg om af te ronden moest er nog een belangrijk punt gemaakt worden, helaas is me ontschoten welk punt dat was… Gelukkig had Balkenende een stuk meer humor. Die is duidelijk geb

Hybrid Tuk TukSustainable dancefloorC'mm'nUiteraard waren er de nodige stands met bedrijven en instellingen die hun producten en diensten toonden. Zo stond de Waag Society er met Scotty: een tool om persoonlijke relaties op afstand te onderhouden, bv. tussen ouders en hun in het ziekenhuis opgenomen kind. Of Enviu met de hybride tuktuk (zie ook weblog van Hans Mestrum en het weblog van het HAN-team), de energieopwekkende dansvloer, met GreenGraffiti en met allerlei projecten rond duurzaam bouwen (helaas geen contact gescoord voor duurzaam gebouwd). Ook Airwin was aanwezig met een indoor luchtschip van 2 meter lengte. Daarnaast veel aandacht voor elektrische auto’s, zoals de C’mm’n, 2 zonne-energie auto’s (Twente en Delft), en Essent stond er met een elektrische auto. En nog veel meer van Afsluitdijk tot Happy Schrimp.

Workshops

In de workshops heb ik weinig met duurzaamheid gedaan, maar veel meer met social software en anders organiseren. Da’s namelijk voor mijn werk in toenemende mate van belang.

Ontwikkelingshulp 2.0

De eerste workshop die ik heb bijgewoond was de workshop ICT boosts social-economic development. Hierin zaten 4 korte presentaties, waarvan ik er 3 heb gezien. Alle 4 gingen over ontwikkelingssamenwerking 2.0. De eerste presentatie was van Nicolas Chevrollier van TNO. Zijn project probeert om het stellen van de juiste medische diagnose in Uganda te verbeteren. Dat doen ze door van microscopische samples waarvan vermoed wordt dat de patient TBC of malaria heeft een foto te maken met de mobiele telefoon. Deze foto wordt vervolgens per mms doorgestuurd aan een specialist in een ziekenhuis in de hoofdstad. De specialist helpt de arts ter plaatste met het stellen van de juiste diagnose. De hoeveel juiste diagnoses (zowel ziek als gezond) stijgt hierdoor. Ook de arts in het veld leert beter diagnoses te stellen door de feedback van de specialist. De kosten zijn niet heel hoog, aangezien mobiele telefonie in Afrika inmiddels behoorlijk is ingeburgerd.

De tweede presentatie was van Gert Jan van Stam van LinkNet in Zambia. LinkNet is opgezet uit de lokale behoefte aan informatie. Van Stam gaf aan dat terwijl westerse samenlevingen draaien om rationele besluiten, Afrikaanse juist draaien om relationele besluiten. Vanuit een holistische aanpak wordt via LinkNet voorzien in informatie voor en door de lokale bewoners. Dat kan om prijzen van producten, maar ook om gezondheidsinformatie. LinkNet is goed voor bijna 20% van het internetverkeer van Zambia (als ik ’t goed onthouden heb). Bovendien stelt het de bewoners in staat om zich te ontwikkelen en hebben ze lokaal ownership over het project.

De derde presentatie van Next-door internet heb ik helaas gemist. Ik dacht naar de workshop crowdsourcing innovatie te gaan, maar die zaal was zo crowded dat ik terug ben gegaan om de 4e presentatie te bekijken. Deze was van Caroline Figueres van IICD. Ook zij gaan in hun aanpak volledig uit van lokaal ownership. Lokale bewoners en stakeholders zijn in alle stadia van het project betrokken bij alle keuzes. De techniek wordt ingezet om het doel te bereiken en is zeker geen doel op zich. Ook zij had een mooi voorbeeld rond gezondheidszorg in Senegal. In een land met slechts 10 radiologen is een project opgezet om de lokale artsen te helpen bij het stellen van de juiste diagnose. Ook hier worden de foto’s vanaf het platteland doorgestuurd naar de specialisten in de hoofdstad. Deze krijgen een sms dat er een foto binnen is die ze moeten bekijken. De arts op het platteland ontvangt binnen 24 uur reactie, bij spoed zelfs binnen 3 uur. De software is open source, zodat ook deze lokaal aan te passen is aan de lokale behoeften. Een duidelijk aandachtspunt bij de verdere uitrol van dit project zijn de kosten van de internetaansluiting. Wat Figueres bracht tot het algemene uitgangspunt: ga uit van de lokale omstandigheden, dat zorgt ervoor dat het project blijft bestaan als je vertrekt.

Werk 2.0

De laatste 2 workshops die ik heb bijgewoond gingen allebei over nieuwe vormen van werken. De eerste was No hub, no glory. Een gezamenlijke workshop van de Rijksgebouwendienst, het Telematica instituut en Ambtenaar van de Toekomst. Waarbij de vraagstelling niet geheel duidelijk uit de verf kwam. Uiteindelijk draaide het naar mijn mening toe naar de discussie of andere vormen van samenwerken ook andere fysieke locaties vergen, en wat daarbij belemmeringen zijn. In het begin ging het puur over stenen, maar door een opmerking van een vertegenwoordiger van Microsoft draaide het verhaal meer naar cultuur, infrastructuur en kennismanagement. Waarbij vooral de opmerking van Microsoft dat je als organisatie een brede talentenscan zou moeten doen als je naar een netwerkorganisatie wil prikkelde. De vertegenwoordiger van Microsoft stelde m.i. terecht dat je niet samenwerkt met functies, maar met mensen. Als je de mens centraal gaat stellen, verandert dus ook je organisatie.

Wat me brengt bij de laatste workshop die ik vandaag heb bijgewoond: A world without mail door Luis Suarez van IBM Nederland. Een boeiende en inspirerende workshop met behoorlijk wat provocerende uitspraken, die ik jullie vlak voor de Overheid 2.0 conferentie niet wil onthouden. Degene die me volgen op twitter weten dat ik al een paar maanden overhoop lig met de mailboxoverload en het gebrek aan laagdrempelige samenwerkingstools op het werk.

Stellingen

De oplossing van Luis Suarez: gebruik geen email meer: ‘Think outside your inbox’. Flikker alles wat niet juridisch of HRM is buiten de firewall. Gebruik de tools die je ook privé gebruikt: voor foto’s pak je Flickr, presentaties delen doe je via Slideshare, vragen stellen in Facebook, LinkedIn, etc.

Suarez had een paar stellingen over email die tot nadenken stemmen, zoals:

Kortom een man om in de gaten te houden die Luis Suarez. Op zijn weblog doet hij verslag van zijn vorderingen voor de mailbox. Resultaat tot nu toe: 80% reductie van mailverkeer. Van 20 tot 40 mails per dag, tot hetzelfde aantal per week… Kijk dan kun je weer gaan werken.

Hoe hij dat doet? Door heel veel collaboration software in te zetten:

  • Facebook en Twitter om z’n netwerk te onderhouden (Is Twitter niet productief volgens je baas? Stuur dan deze link door);
  • Wiki’s om samen aan teksten te werken;
  • Weblogs om kennis te delen;
  • Flickr om foto’s te delen;
  • Slideshare voor het delen van presentaties.

En vooral door heel, heel zuinig te zijn op z’n netwerk:

Trust and nurture them daily!

Hij staat niet boven z’n netwerk, maar er tussen in. Overvloed aan vragen? Wel nee, z’n netwerk beantwoordt ze sneller dan hij kan.

Op vakantie

Het resultaat: terugkomen van drie weken vakantie, 20 ongelezen e-mails vinden en aan de mensen in je netwerk vragen: “Is er nog werk dat is blijven liggen voor mij?” En als antwoord krijgen nee, of enkel vraag a, b en c. Oftewel hij is meteen weer productief. Wat lijkt me dat een heerlijk vooruitzicht i.p.v. de mailberg doorploegen op zoek naar dat ene mailtje dat nog een actiepunt voor je bevat.

De workshop over crowdsourcing van innovatie heb ik uiteindelijk niet bijgewoond, want die was te crowded.

Afsluiting

Bij de afsluiting werden een vijftal mogelijke campagnes voor Holland Branding genomineerd. Alle 5 in het kader van de campagne Paint It Orange. Al met al een leuke en geslaagde dag, met weer veel inspirerende en gezellige mensen. Nu tijd om die mailbox leeg te gaan krijgen.

0 gedachten over “Zin in de Toekomst: Innovatieproeftuin”

  1. Leuk, thanks.

    Over die duurzame dansvloer: daar hoor ik nou al een of twee jaar over, maar begrijp dat ie nog steeds niet in gebruik is. Hetzij op een vaste duurzame danslokatie, hetzij op een mobiel gebeuren dat door het land reist. (Dat laatste was geloof ik een van de opties waar de innovatoren mee speelden. Vraag me af hoe duurzaam dat vervoer dan is…)

    Wanneer durft een investeerder uit de entertainment business het aan op die vloer te komen en aan te leggen. Er moet toch wel een stad in Nederland zijn die genoeg duurzame danser aantrekt?

    Like

  2. Voor zover ik weet ligt ie een dag in de maand in Watt in Rotterdam (maar misschien ook wel meer), heb me er verder niet heel erg in verdiept. Ik ben het met je eens dat het tijd is dat ie grootschalig uitgerold gaat worden in de uitgaanswereld.

    Te beginnen bij alle retro jaren 70 en 80 feestjes waar van die vloeren met lampjes eronder worden gebruikt. Overigens pakken ze het in San Francisco ook serieus aan. Zie dit artikel van Environmental Leader dat het heeft over 97% reductie in energieverbruik van de verlichting…

    Like

  3. Inressantent: Ontwikkelingshulp 2.0. Mooi dat er gekeken wordt naar nieuwe manier van hulp. Hulp in de vorm van noodhulp of bij onderwijs of gezondheidszorg lijken me nuttige vormen van hulp. Uiteindelijk gaat het erom de mensen in ontwikkelingslanden de kans te geven zichzelf uit hun armoede te werken. Die tariefmuren en andere oneerlijke handelsregels helpen daar niet bij. Door de EU met landbouwsubsidies ondersteunde tomaten die in Afrika gedumpt worden en de lokale boeren kapot maken bijvoorbeeld. Het helpt om meer producten met een fair trade keurmerk te kopen in wereldwinkel of supermarkt, bv wijn, thee, rijst, pindakaas, chocola, vruchtensappen en bananen. Daarvoor kijgt de boer een eerlijke prijs. Een ander probleem voor mensen in ontwikkelingslanden is dat ze tegenslagen vaak financieel niet te boven kunnen komen. Daarvoor is het nodig dat er een financieel systeem komt voor microkredieten maar ook voor sparen. Om dat proces verder op gang te hebben is het denk ik nuttig een deel van ons spaargeld te investeren in microkredieten via organisaties als Oikocredit, Triodos bank of ASN bank. Zo kunnen mensen in ontwikkelingslanden zelf hun verantwoordelijkheid nemen en hier hebben dictators etc weinig aan. Het geld wordt meestal weer terugbetaald en kan meerdere keren gebruikt worden. Dit helpt de economie verder op gang.

    Like

  4. @Wouter: ik ben het helemaal met je eens. Vergeet bij de muren om de EU en de VS de non-tarifiaire barrieres niet. Die zijn vaak vele malen lastiger te passeren dan de tariefmuren. Hoe kan een boer met een halve hectare grond, die het hoofd nauwelijks boven water kan houden nu een volledig tracking en tracing systeem naar Westerse maatstaven bouwen en onderhouden voor z’n producten?

    Wat betreft microkrediet investeer ik sinds een half jaar een deel van mijn geld rechtstreeks in Afrikaanse ondernemers via MyC4. Het werkt ongeveer als Kiva, met als verschil dat je bij MyC4 wel rente kunt vragen als investeerder.

    Wat ik zelf een mooie stap vond bij de presentaties over ontwikkelingshulp 2.0 was het centraal stellen van de lokale behoeften. Waarom zou je produceren voor de exportert? Nergens voor nodig als je lokale vraag naar je producten hebt. Voordeel: er blijft een stuk minder waarde in de tussenhandel hangen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.