Verslag Jong en SERieus over duurzame economie #jser

Op 30 september was er een conferentie van de SER en de Nationale Jeugdraad onder de titel Jong en SERieus over duurzame economie. Tijdens deze conferentie werd onder andere de prijswinnaar van de essaywedstrijd bekend gemaakt. Daarnaast waren en toespraken van Louise Fresco en Hans de Boer, Alexander Rinnooy Kan liet zijn toespraak voordragen door een vervanger, aangezien hij toen nog hoopte tot een AOW akkoord te komen met de sociale partners.

De conferentie

De toespraken vond ik niet echt inspirerend. Zo had Louise Fresco een zeer genuanceerd en voorzichtig verhaal over wat we allemaal nog niet weten, om te eindigen met de oproep tot het maken van de wet op duurzaamheid. Die kwam wat uit de lucht vallen.

De uitzondering was Hans de Boer. Hij hield als vertegenwoordiger van de dismal science een verhaal dat in het teken stond van wat hij noemde het stief p’tje van duurzaamheid: PROFIT. Ten onrechte denken mensen dat winst een verliespost is. En domme politici dragen dat ook nog uit ook, waarmee ze private investeerders ontmoedigen. Winst is volgens De Boer ex-ante een vraagstuk van verdeling van schaarse middelen, hoe hoger de winstverwachting hoe groter de aantrekkingskracht (voor veel mensen is verwacht inkomen ook een reden om te kiezen voor een bepaalde opleiding). Ex-post is winst echter een vergoeding voor het tonen van lef, risico en ondernemerschap.

Bij duurzaamheid zijn volgens De Boer twee kernbegrippen van de econoom Joseph Schumpeter van belang: Creatieve destructie en neue combinationen. De meeste mensen denken dat het gaat om de grote knallen (=creatieve destructie), bij duurzaamheid gaat het echter om kleine stapjes (=neue combinationen). Vergelijk het met de opkomst van Max Havelaar en Fair Trade. Wat zet meer zoden aan de dijk: de marktintroductie van Tony Chocolonely of de overgang naar Max Havelaar keurmerk door Verkade?

Het winnende essay

Maikel Bouricius heeft het winnende essay geschreven met de titel “Het onduidelijke ‘duurzaam’ staat nog te vaak voor ‘duur’”. Het essay is in De Pers van 7 oktober te lezen. In zijn betoog haalt hij 3 punten aan waar volgens hem verbetering nodig is:

  1. zorg voor een duidelijke definitie van duurzaam en benadruk de positieve veranderingen die een duurzame economie ons brengt
  2. Zorg voor een overkoepelend keurmerk of certificeringssysteem. Waarbij zijn voorkeur uit gaat naar een certificeringssysteem, omdat dat verandering en verbetering continu stimuleert.
  3. Ga voor de massamarkt, duurzaamheid is volgens hem namelijk te afhankelijk van een relatief kleine en welvarende groep consumenten.

Ook pleit hij voor een laag BTW-tarief voor duurzame producten en een soepele import/exportregeling voor duurzame producten. Met het resterend BTW-tarief zou naar een duurzaam budget moeten gaan, dat gebruikt wordt als investeringsfonds in duurzame start-ups en eventueel voor verduurzaming van bestaande ondernemingen.

Mijn reactie op het essay

Wat dat betreft zijn eerste punt hoop ik nou eigenlijk dat we daar ‘ns mee stoppen. Zeer veel mensen praten al over wat de precieze definitie van duurzaam is, dat leidt in de praktijk vaak tot stilstand onder de reactie: als de geleerden het al niet weten hoe ik kan ik als simpele ondernemer/burger dan duurzaam worden. Het antwoord daarop hoorde ik een aantal maanden geleden, met duurzaam is het net als met gezondheid. Ooit geprobeerd om daar een sluitende definitie van te geven? Geeft rare situaties en is erg lastig. Tegelijkertijd heeft iedereen een beeld bij ongezond. Regelmatig 100 kilo tillen op het werk? Ongezond. Roken? Ongezond. Drugs? Ongezond. Niet bewegen? Ongezond. Dit alles laten? Nog steeds geen garantie op een gezond leven.

Wat betreft het overkoepelende certificeringssysteem voor duurzaam, daar wordt op wereldschaal al aangewerkt door het Sustainability Consortium, zie ook het webinar van Wal-Mart. Dus ga niet het wiel opnieuw uitvinden zou ik zeggen, sluit je aan bij het bestaande systeem waar grote partijen als (o.a.) Wal-Mart, Unilever, Procter & Gamble, Tetrapak, Pepsico en het United States Environmental Protection Agency aan werken. Wil je dynamische normering? Niet zelf gaan doen in dit kikkerlandje, gewoon aansluiten bij grote broers Japan en VS. Japan heeft een succesvol systeem dat Toprunner heet, en zowel Japan als de VS werken met Energystar.

Samenwerken met andere landen scheelt meteen een hoop gedoe met de WTO regels, want je mag best technische eisen stellen aan producten, alleen bij voorkeur in samenwerking met andere lidstaten van de WTO. Een wereldwijde standaard verlaagt namelijk de kosten voor bedrijven, omdat ze dan slechts 1 keer een product hoeven te laten testen en certificeren.

Wat betreft het gaan voor de massamarkt ben ik het volledig eens met Maikel Bouricus. Grote winkelbedrijven kunnen daar een rol spelen, zij bepalen tenslotte voor een groot deel welke producten we voor onze neus krijgen op het moment van aankoop. BCC heeft een succesvolle aanpak voor het promoten van energiezuinigere apparatuur en het Boodschappenbolwerk en Groene Intelligentie laten zien wat supermarkten al kunnen (als ze echt willen).

De optie van laag BTW-tarief en een fonds voor duurzaam. Mooi idee. Waarom doen we dat eigenlijk gewoon niet gewoon uit de aardgasbaten? Verkoop je transitiegrondstof en zet de opbrengst in om de transitie tot stand te brengen. Alle taboes zijn tenslotte van tafel op dit moment…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s