Dik 2 jaar met infraroodverwarming

Zoals ik vorige week al schreef hebben we inmiddels ruim 2 jaar infraroodverwarming als hoofdverwarming. Een keuze die ons nog steeds bevalt en die behoorlijk wat bezoek op mijn weblog oplevert. Tijd om weer eens wat dieper op onze infraroodpanelen in te gaan. Want bij de huidige gasprijzen kunnen ze naar mijn mening zeker een alternatief of aanvulling zijn, waarmee het gasverbruik te verlagen is. In ons geval van 600-700 m3 aardgas naar 150-200 m3 aardgas, en als alles mee zit gaan we volgend jaar naar nul kuub aardgas 🙂

Hoe werkt infraroodverwarming?

Conventionele radiatoren verwarmen de lucht in de hele ruimte door middel van convectie. Infrarood panelen zetten elektriciteit om in infraroodstraling. Bij straling (radiatie) is sprake van warmteoverdracht tussen twee lichamen, die niet met elkaar in aanraking zijn zonder gebruik te maken van een tussenstof. Het ene lichaam is warm en geeft daardoor veel elektromagnetische straling af en verliest zo warmte, en het andere lichaam absorbeert een deel van de binnenkomende straling en zet die om in warmte. De bekendste warmtestraling is de zonnestraling, die zich in het bereik UV-straling, zichtbaar licht en infraroodstraling laat opdelen. Stralingswarmte is een slecht begrepen vorm van verwarming, tegelijkertijd is infrarood misschien wel de effectiefste weg naar aardgasvrij.

Straling wordt niet geabsorbeerd door de lucht en verwarmt alle voorwerpen en muren/plafonds. Deze stralen terug naar mensen in de woning. Een persoon voelt warmte door overdracht van de hem direct omringende lucht, en stralingswarmte van alle voorwerpen en muren in de ruimte. Een goed voorbeeld van stralingswarmte is zonnewarmte in de sneeuw. Dit is tegelijkertijd een extreem voorbeeld want sneeuw reflecteert heel veel zonnestraling. Een infraroodpaneel gaat dit effect niet evenaren, de werking is wel vergelijkbaar. Leveranciers stellen dat infraroodstralingspanelen bij een 2 tot 3 graden lagere luchttemperatuur hetzelfde comfortniveau kunnen bieden als convectieverwarming. Per graad lagere temperatuur daalt het energieverbruik voor verwarming met ongeveer 6%. Er is nog geen goed kwantitatief onderzoek gedaan naar dit effect. Het onderzoek vanuit de landelijke TKI regeling Urban Energy heeft onvoldoende resultaten opgeleverd op dit punt, maar laat wel zien dat het energieverbruik lager ligt dan bij verwarming met cv-ketels.

Situatie huis

We wonen in een rijtjeshuis van 119 m2 met bouwjaar 1991 en energielabel A (Rc waardes van de muren nog steeds 2,5, maar zonnepanelen doen ook wat voor je energielabel). We hebben al de nodige maatregelen in huis genomen, van een zonneboiler tot zonnepanelen en HR++ ramen op de zuidzijde van de zolder. Voordat we overschakelden op infraroodverwarming verbruikten we rond de 700 m3 aardgas per jaar voor verwarming en warm water (omgerekend zo’n 6.800 kWh aan aardgas, waarvan 5.600 kWh voor verwarming), en rond de 3.300 kWh elektriciteit. Ons aardgasverbruik lag laag doordat we een deel van ons warm water opwekken met behulp van een zonneboiler. Onze stroom wekken we op met zonnepanelen op ons dak (2.300 kWh) en met 3 winddelen (1.500 kWh).

De volgende stap waar we voor stonden was de vraag hoe we ons gasverbruik verder zouden verminderen. Daarbij hadden we grofweg twee opties, die in prijs ongeveer even duur waren. Ofwel een ronde isolatie a 20.000 Euro: 10.000 Euro investeren in een beter geïsoleerde schuifpui, 5.000 Euro voor nieuwe Veluxramen en 5.000 Euro voor het beter isoleren van de spouwmuren. Verwacht effect op ons energieverbruik: 20 tot 30% besparing op het gasverbruik voor verwarming (110 tot 180 m3 aardgas) en een huis waarvan de schil gereed is voor lage temperatuurverwarming, bv m.b.v. een warmtepomp. Of een kleine 10.000 Euro investeren in het installeren van infraroodverwarming in alle kamers in ons huis en daarmee ongeveer 500 m3 aardgas besparen. Aangezien ik wel van een experiment hou en de infraroodverwarming in onze badkamer goed bevalt viel de keuze twee jaar geleden op de infraroodverwarming.

Inmiddels hebben we de Velux ramen overigens vervangen en bereiden we de volgende stappen voor: vervangen van de schuifpui en een riothermie warmtepompboiler van De Warmte. Met deze laatste hopen we onze laatste 150 m3 aardgas kwijt te raken.

Een volledig overzicht van alle maatregelen die we hebben genomen sinds we hier wonen vind je hier.

Installatie en investeringskosten

We hebben in totaal 8 infraroodpanelen van ThermIQ in ons huis. 6 stuks van 1.100 Watt en 2 van 550 Watt, in totaal 7.700 Watt (7,7 kW). Deze vervangen onze Remeha Calenta CW5 met een vermogen van 6.600 tot 31.200 Watt (6,6-31,2 kW), waarbij het piekvermogen van de cv-ketel vooral voor warm water bedoeld is.

Onze infraroodpanelen worden aangestuurd via de BeNext app. Daarmee zijn ook de maximale vermogens per infraroodpaneel in te stellen, ’s nachts staan de panelen in de slaapkamer bijvoorbeeld op maximaal 20%. De totale kosten voor 8 infraroodpanelen in ons huis, inclusief installatie en aanpassing van de elektriciteitsmeter waren ongeveer Euro 8.700,-. Een beetje handige klusser (de categorie waar ik niet toe behoor) kan de infraroodpanelen zelf installeren. Wij hebben het laten doen, wat in totaal twee dagen werk was.

Onze woning is volledig voorzien van infraroodverwarming van ThermIQ met aansturing van Benext. Configuratie:

Huiskamer3 panelen van 1100 Watt en 120 x 60
Badkamer1 paneel van 550 Watt en 120 x 30
Slaapkamer 21 paneel van 1100 Watt en 120 x 60
Slaapkamer 31 paneel van 1100 Watt en 120 x 60
Zolder1 paneel van 1100 Watt en 120 x 60
Hal1 paneel van 550 Watt en 60 x 60
Totaal8 panelen met piekvermogen van 7.700 Watt

Ervaringen comfort

De ervaringen met het comfort van de infraroodverwarming zijn positief. De warmte is aangenaam en de infraroodpanelen weten het huis goed warm te houden. Net als bij een hr-ketel heeft het systeem een halve graad temperatuurschommeling. Bij het uitschakelen van het systeem en het afkoelen valt het wel op dat het comfort sterk daalt als de temperatuur zo´n 0,4 graden gedaald is. Een zelfmodulerend systeem dat de stralingssterkte automatisch verlaagd als de gewenste temperatuur is bereikt en een kleinere temperatuurschommeling zouden het comfort sterk kunnen verbeteren. Nu zet ik de panelen op koude dagen handmatig weer aan als de temperatuur met 0,3 tot 0,4 graden gedaald is. Daarbij hou ik het vermogen lager, zodat de temperatuur niet oploopt maar we wel het comfort van de warmtestraling hebben.

Ervaringen gebruiksgemak

De aansturing van de panelen gebeurd bij ons thuis via BeNext. Een verbetering tegenover de oude klokthermostaat die we in de badkamer gebruikte. Wat ook een verbetering is is dat we de temperatuur met infraroodverwarming per ruimte kunnen regelen. Met thuiswerken en gesloten scholen was dat een zeer prettige bijkomstigheid. Wat ook fijn is is dat de temperatuur via een app op de telefoon aan te passen is, waardoor we bijvoorbeeld bij een weekje weg de verwarming al een paar uur voordat we naar huis gaan aan kunnen doen.

De infraroodpanelen reageren vlot, wat betekent dat we de basistemperatuur op de slaapkamers laag kunnen houden (15 graden). Door de grote mate van straling in de warmtemix is het binnen 10 tot 15 minuten comfortabel op de kinderkamers. Het verwarmen van de grotere werkkamer op zolder vergt met 15 tot 30 minuten wat meer tijd voordat het comfortabel is. Nu we de zolder dagelijks gebruiken als werkplek is deze ook binnen 10 tot 15 minuten op temperatuur.

Het bedienen van BeNext is eenvoudig, maar het goed instellen vergt wel wat ontdekken en uitproberen. De panelen worden standaard enkel 100% aangeschakeld op het moment dat een ruimte verwarmd moet worden. Dat is in ons geval, behalve bij stevige vorst, veel te veel stralingswarmte om comfortabel te zijn. Het is ook veel te veel stralingswarmte als het enkel gaat om vorstbeveiliging in een ruimte.

Naast het instellen van de klokthermostaat per ruimte met de gewenste temperatuur heb ik daarom ook regels aangemaakt waarmee de verschillende infraroodpanelen een ingestelde stralingssterkte krijgen die varieert per ruimte en dagdeel. ’s Nachts gaan ze niet harder dan 20% aan, in de ochtend gaan de keuken en de eethoek op 50% aan en de zithoek in de woonkamer slechts 30%. Bij het avondeten staan alle hoeken op 50%, ’s avonds laat gaat de zithoek wat hoger naar 70% en de keuken en de eethoek naar 40%. Mocht het teveel of te weinig blijken op een avond dan is elk paneel traploos verstelbaar in stralingssterkte. Hierdoor is de ruimte comfortabel te maken, zonder de temperatuur van de hele kamer te hoeven verhogen.

Energieverbruik verwarming

Het energieverbruik van onze woning over de laatste twee is lastig te vergelijken, doordat ons stookgedrag fors gewijzigd is. Een winter thuiswerken heeft ons energieverbruik fors verhoogd. Om een betere vergelijking te kunnen maken heb ik daarom een splitsing gemaakt in het energieverbruik van woonkamer, badkamer en hal (de basis die ieder jaar verwarmd wordt) en de slaapkamers en zolder (de extra ruimtes).

Onderstaande tabel laat het langjarig gemiddelde zien van ons verbruik met hr-ketel en met infraroodverwarming in een standaardjaar in het klimaat van 1901-1930. Dat wil zeggen in een jaar met gemiddelde 3.172 gewogen graaddagen. Het gemiddelde in de periode 1991-2020 lag 8% lager op 2.924 gewogen graaddagen.

BasisHR-ketelInfraroodverwarmingVerschil%
kWh standaardjaar6.4283.506-2.921-45%
kWh/graaddag basis2,031,11-0,92-45%
kWh/m2 basis5429-25-45%
kWh/persoon basis1.607877-730-45%

In bovenstaande tabel is goed zichtbaar dat er een duidelijk verschil zit in het verbruik van verwarmen met aardgas en het verwarmen met infraroodverwarming. Ons energieverbruik voor het verwarmen van de basis is met 45% gedaald. Doordat we afgelopen jaar meer thuis zijn geweest is ons basisverbruik over de laatste 12 maanden met 1,24 kWh/graaddag 12% hoger dan het langjarig gemiddelde. Dat is nog steeds 39% lager dan het langjarig gemiddelde met aardgas.

W/E Adviseurs komt in haar onderzoek op een gemiddeld gebruik voor woningen met infraroodverwarming van 40 kWh/m2. Daar zitten we duidelijk onder. Dat is niet verrassend want ook met aardgas waren we al zuinig. Waar W/E spreekt van ca. 90 kWh/m2, zaten wij op 54 kWh/m2. Waarbij ik het vermoeden heb dat W/E Adviseurs voor een standaardklimaatjaar eerder uit zal gaan van het aantal gewogen graaddagen in de periode 1991-2020 dan van het hogere aantal in de periode 1901-1930. Per persoon komt W/E Adviseurs uit op gemiddeld 1.350 kWh per jaar, waarbij 50% tussen de 930 en 1.720 kWh/jaar zit. Daar blijven we ruimschoots onder.

Als we naar het totale energieverbruik voor verwarming kijken verandert het beeld eigenlijk niet. Het energieverbruik met aardgas stijgt dan met 7%, het energieverbruik van infraroodverwarming met 11%. Wat begrijpelijk is, omdat de uitschieter van 2013 met aardgas door de lange meetperiode van 10 jaar redelijk glad gestreken wordt. Voor infrarood is de meetperiode veel korter, waardoor de impact van een jaar thuiswerken op het langjarig gemiddelde energieverbruik veel groter is. Nog steeds zitten alle verbruiken aan de onderkant van de cijfers die W/E Adviseurs noemt.

TotaalHR-ketelInfraroodverwarmingVerschil%
kWh standaardjaar6.8783.892-2.986-43%
kWh/graaddag2,171,23-0,94-43%
kWh/m25833-25-43%
kWh/persoon1.719973-746-43%

Onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van het verbruik per gewogen graaddag zien. Zowel per maand, als per jaar en langjarig. Er zijn twee jaren waarin we het hele huis hebben verwarmd en er dus een groot verschil is tussen het basis verbruik en het totaal verbruik. Het gaat om 2013 en 2021.

Onderstaande grafiek laat zien hoe het energieverbruik in een standaardjaar zich sinds 2011 ontwikkeld heeft. Waarbij ik ook twee verwachtingen heb toegevoegd op basis van het Cegoia model van CE Delft. Meer daarover vind je in dit eerdere bericht.

Stookkosten

Met de huidige stijgende kosten voor aardgas is het interessant om te weten wat infraroodverwarming met je stookkosten doet. Onderstaande tabel laat de stookkosten op jaarbasis zien in een gemiddeld jaar in 1901-1930 tegen de tarieven voor 2022.

Stookkosten 1901-1930HR-ketelInfraroodverwarmingVerschil%
Basis€ 1.325€ 1.361€ 363%
Totaal€ 1.418€ 1.511€ 937%

Het is duidelijk dat de stookkosten door gebruik van infraroodverwarming licht stijgen (3% voor onze basisverwarming, 7% voor de totale verwarming). Het effect van onze zonnepanelen en winddelen is hierin niet meegenomen. Anders dan aardgas kan je elektriciteit namelijk wel zelf opwekken.

De tabel hieronder laat zien hoeveel we op onze energierekening besparen door klimaatverandering en hoeveel door hoeveel door het weer van de afgelopen 12 maanden.

Stookkosten basisHR-ketelInfraroodverwarming
Klimaat 1901-1930€ 1.325€ 1.361
Klimaat 1990-2020-€ 104-€ 107
Laatste 12 maanden-€ 113-€ 116
Klimaat 1990-2020-8%-8%
Laatste 12 maanden-8%-8%
Totaal-16%-16%

De warmere winters schelen ons 8% op onze stookkosten, oftewel ruim 100 Euro. Doordat de afgelopen 12 maanden warmer zijn dan de afgelopen 30 jaar besparen we nog eens 8% op onze stookkosten, wederom ruim 100 Euro. De stookkosten op basis van het werkelijk aantal gewogen graaddagen liggen daarmee 16% lager. Doordat we afgelopen jaar meer thuis zijn geweest verbruiken we in basis 12% meer elektriciteit dan op basis van het langjarig gemiddelde mag worden verwacht. Daardoor zijn onze werkelijke stookkosten 167 Euro hoger.

CO2 emissie

Voor degene die vinden dat het enkel om CO2 uitstoot zou moeten gaan laat onderstaande grafiek de ontwikkeling van onze CO2 uitstoot va verwarming zien. De blauwe lijn laat zien wat de CO2 emissie is op basis van het gas en de elektriciteit die we inkopen. De rode lijn laat zien wat de CO2 uitstoot is van elektriciteit en gas op basis van de landelijke emissiecijfers voor gas en elektriciteit van onbekende oorsprong. In beide gevallen is te zien dat de CO2 uitstoot gedaald is. Ter vergelijking de door ons zelf opgewekte en ingekochte elektriciteit heeft een CO2 emissiefactor van 12,9 gram CO2/kWh. Het netgemiddelde was in 2020 volgens Martien Visser 306 gram CO2/kWh.

Vermogen

Op Twitter maakt dit berichtje het een en ander los. Onder een deel van de reageerders leven vragen over het vermogen dat we nodig hebben voor onze verwarming en de impact die dat heeft op het elektriciteitsnetwerk. Op basis van hoofdrekenen schatte ik op Twitter in dat onze verwarming tussen de 2,6 en 3,3 kilowatt (kW) aan piekvermogen nodig heeft. Ter vergelijking: onze zonnepanelen leveren maximaal 2,1 kW. Bestaande wijken zijn meestal uitgelegd op gemiddeld 1 – 1,5 kW vermogen per woning. In het onderzoek van W/E Adviseurs, waar ik eerder al over schreef, wordt het benodigd vermogen van infraroodverwarming als een van de aandachtspunten benoemd als infrarood voor hele wijken of buurten ingezet wordt. Daarom hieronder een aantal voorbeelden van typische dagen.

De eersten van afgelopen week, waarbij we enkel de zolder extra verwarmen. De kinderen zijn naar school, dus de slaapkamers worden niet meer gestookt. Op donderdag 25 november verbruikte we per uur ongeveer 1,5 kWh, met een piek van bijna 2,5 kWh tijdens het eten en afwassen. Daarmee zitten we dus aan de bovenkant van de 1 – 1,5 kW waarop het elektriciteitsnetwerk in onze wijk (bouwjaar 1991) waarschijnlijk is uitgelegd.

Totaal elektriciteitsverbruik per uur op 25 november 2021.

In onderstaande grafiek is te zien dat de piek om 19u veroorzaakt wordt door de verwarming. De kachel opstoken in de badkamer en halve graad voor de avond erbij in de woonkamer doen wonderen voor het benodigd vermogen. Gedurende de hele dag blijft het benodigde vermogen op een uur na onder de 1,5 kWh. De piek in vermogen voor verwarming lag op 25 november op 2,1 kW. Hoger dan waarop het netwerk is uitgelegd, lager dan waar ik met hoofdrekenen op uitkwam.

Vermogen verwarming per uur op 25 november 2021.

Ter vergelijking voor de netbelasting ook een zonnige dag in juni. Ook niet echt een lekker vlak profieltje met onze zonnepanelen en ik vermoed de droger of oven in de ochtend.

Vermogen afgenomen en teruggeleverd op 7 juni 2021.

Op Twitter was er speciale aandacht was er over de elektriciteitsafname en het vermogen van onze verwarming op 7 februari van dit jaar. Aangezien twitterdraadjes nooit zo’n lang leven beschoren zijn voeg ik de grafiekjes hieronder toe. Het maximale vermogen dat we op 7 februari nodig hadden lag op 3,92 kW.

Elektriciteitsverbruik per uur op 7 februari 2021.

Voor verwarming lag ons maximale vermogen op 3,35 kWh. In mijn berekening op twitter was ik uitgegaan van het vermogen dat we afgelopen 2 jaar maximaal nodig hebben gehad voor onze woonkamer en badkamer.

Verbruik verwarming op 7 februari 2021

Op 7 februari hebben we echter ook andere ruimtes verwarmd in huis. Het grootste deel van de dag hebben we onze entree (koudelek) en zolder verwarmd. Toch komt het benodigde vermogen slechts 1 uur boven het door mij berekende maximum uit. Het is dus goed mogelijk dat mijn hoofdreken sommetje aan de hoge kant zit.

Verbruik per ruimte op 7 februari 2021. Niet gemeten is al het elektriciteitsverbruik dat niet voor verwarming is bedoeld: koken, verlichting, apparatuur.

In bovenstaande grafiek valt goed te zien dat de verschillende panelen individueel in te stellen zijn. Het verbruik in de zithoek is het hoogst, terwijl de speelhoek die dag minder gebruikt en dus ook minder verwarmd is. Ook valt goed te zien dat onze voordeur een tochtgat van jewelste is. De thermostaat staat daar overdag op een vaste temperatuur. Toch is bijna 6 kWh nodig geweest om de hal op temperatuur te houden.

Conclusie

In mijn ervaring kan infraroodverwarming prima als hoofdverwarming dienen, maar je kan er ook een of enkel ruimtes mee verwarmen. Wij zijn ooit begonnen met de badkamer, omdat we ontevreden waren over de cv-ketel in combinatie met radiatoren en klokthermostaten.

Infraroodverwarming levert een besparing op het energieverbruik op en het is muisstil. Een besparing op de energierekening blijkt voor ons lastiger te realiseren zolang er nog gebruik gemaakt wordt van aardgas voor warm water. Na dik twee jaar met infraroodverwarming zijn wij echter nog steeds tevreden.

Klimaatverandering: het effect op het stookseizoen

Al jaren publiceert Steeph maandelijks een update van de wereldtemperatuur op Sargasso. Zelf hou ik sinds we ons huis kochten maandelijks ons energieverbruik bij. Daarbij heb ik gaandeweg geleerd dat een goede vergelijking van het verbruik door de jaren heen standaardisatie vergt. Waarbij het energieverbruik gecorrigeerd wordt voor het aantal gewogen graaddagen per jaar. Als gevolg van de publicatie van het nieuwe klimaatnormaal door het KNMI kwam bij mij de vraag op welk deel van onze energiebesparing eigenlijk komt door klimaatverandering. De langst lopende reeks die ik daarvoor heb kunnen vinden is de reeks met de gemiddelde dagtemperatuur van meetstation De Bilt. De reeks van het meetstation Rotterdam, waarmee ik mijn persoonlijke verbruik corrigeer voor temperatuur, start pas in 1957. Conclusie van mijn analyse: het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar is sinds begin vorige eeuw met 15% gedaald in De Bilt.

Gehanteerde methodiek

Ik heb de volgende methode gebruikt om het aantal gewogen graaddagen per jaar te bepalen. Allereerst is het aantal graaddagen per dag berekend. Het uitgangspunt daarbij is dat je in een etmaal waarin de gemiddelde buitentemperatuur hoger is dan de gemiddelde binnentemperatuur geen gas verbruikt. Ligt de buitentemperatuur echter lager, dan ga je stoken en moeten er graaddagen geteld worden. Ik ben daarbij uitgegaan van een gemiddelde binnentemperatuur van 18 °C. Waarmee ik aansluit bij de methodiek van de website Mindergas, waar ik ooit begonnen ben met het bepalen van mijn verbruik per gewogen graaddag.

De etmaalgemiddelde buitentemperatuur van een koudere dag wordt afgetrokken van de etmaalgemiddelde binnentemperatuur van 18 graden. Als het op een dag buiten gemiddeld 10 graden was, reken je als volgt: 18 – 10 = 8 graaddagen. Was de gemiddelde buitentemperatuur over 24 uur hoger dan 18 graden, dan kom je altijd uit op 0 graaddagen.

Behalve de buitentemperatuur, zijn er per jaargetijde nog meer weersomstandigheden van invloed op hoe hard je wil stoken. Denk bijvoorbeeld aan de warmte van zonnestralen op het huis. Om de invloed van die wisselingen op de berekeningen te minimaliseren, worden de graaddagen vermenigvuldigd met een seizoensafhankelijke weegfactor. Dit noemen we gewogen graaddagen. De weegfactor is als volgt gedurende het jaar:

  • april t/m september: 0,8
  • maart en oktober: 1,0
  • november t/m februari: 1,1

Daarna heb ik het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar berekend. De eerste periode waarvoor dat kan op basis van de cijfers De Bilt is de periode 1901-1930. Het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar over die periode was 3341. Het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar over de laatste periode, te weten 1991-2020 was 2847. Een daling van 15%.

Het effect op het aantal gewogen graaddagen van meetstation Rotterdam heb ik vervolgens berekend door een lineaire regressie te maken met meetstation De Bilt. Hierbij heb ik de jaren gebruikt waarvoor van beide stations gegevens zijn. Met behulp hiervan heb ik een inschatting gemaakt van het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar in de periode 1901-1930 voor Rotterdam. Met 3.172 ligt het aantal graaddagen in Rotterdam lager dan in De Bilt, wat te verwachten is door de nabijheid van zee. De daling van het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar voor Rotterdam ligt met 13% lager dan voor De Bilt.

Impact op stookseizoen De Bilt

De kans dat een koude dag in juli of augustus ervoor zorgt dat je gaat stoken is klein. De kans dat je in april nog stookt of september al gaat stoken is groter. Het echte stookseizoen loopt in Nederland van oktober tot en met maart. De maanden april tot en met september vormen ongeveer 20% van het totaal aantal gewogen graaddagen per jaar.

In het stookseizoen is het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen met 11% teruggelopen. Het grootste deel daarvan zit in het vierde kwartaal met een daling van 13%, in het het eerste kwartaal is de terugloop 9%. Van 1942 tot en met 1992 lag het 30 jarig gemiddelde van het gemiddeld aantal gewogen graaddagen in het eerste kwartaal zelfs tot 4% hoger dan in de periode 1901-1930. Dat heeft de terugloop in het gemiddeld aantal gewogen graaddagen in het vierde kwartaal in de jaren 40 en jaren 60 weten op te vangen, maar de overall trend in het stookseizoen is al 90 jaar omlaag. Ondanks de kou in maart lag het 30 jarig gemiddelde aantal gewogen graaddagen in het eerste kwartaal over de periode 1992-2021 een vol procent lager dan over de periode 1991-2020.

Om het 30 jarig gemiddelde aantal gewogen graaddagen terug te brengen op het niveau van de periode 1901-1930 zijn 16 jaren zoals 1963 nodig, het jaar met het hoogste aantal gewogen graaddagen in de periode 1901-2020. Het jaar ook met de winter van 1962-1963 als de strengste winter van de vorige eeuw, waarin je met de auto over het ijs van Stavoren naar Enkhuizen kon rijden.

Effect op energieverbruik voor verwarming

Dat het aantal gewogen graaddagen per jaar gemiddeld met gedaald is heeft ook effect op het energieverbruik voor verwarming. Mijn eigen verbruik in de periode 2011-2018 (stoken op aardgas) is gemiddeld 2,17 kWh/gewogen graaddag, berekend op meetstation Rotterdam. Voor een standaardjaar uit de periode 1901-1931 levert dat een verbruik van 6.884 kWh op, dat is ongeveer 690 m3 aardgas. Een daling van 13% betekent 896 kWh minder energieverbruik voor verwarming per jaar, ongeveer 90 m3 aardgas.

Voor 2020 is het verschil nog groter, 2020 kende 2.368 gewogen graaddagen. Een verschil van 801 gewogen graaddagen met het gemiddeld aantal gewogen graaddagen in de periode 1901-1930. Ons werkelijke verbruik lag op 2.878 kWh. Dat is 4.006 kWh, oftewel 58%, lager dan verwacht op basis van ons gasverbruik in de periode 2011-2018. Hiervan wordt 54% veroorzaakt door de vermindering van het aantal gewogen graaddagen en 46% door besparingsmaatregelen in huis.

Conclusie

Door mensen veroorzaakte klimaatverandering heeft een effect. Uitgedrukt in de gemiddelde wereldwijde temperatuurstijging lijkt dat effect tot nu toe wellicht klein, met een opwarming van ongeveer 1 graad Celsius. Ingezoomd op het gemiddeld aantal gewogen graaddagen per jaar is het effect in Nederland veel sterker, met een daling van 15% voor meetstation De Bilt. De kans dat die trend keert is ook niet groot, aangezien terugkeer naar het oude gemiddelde over de periode 1901-1930 zestien keer op rij herhaling van het jaar met het hoogste aantal gewogen graaddagen in de periode 1901-2020 vergt. In dat jaar, 1967, lag het aantal gewogen graaddagen ruim 900 hoger dan het 30 jarig gemiddelde over de periode 1991-2020 en bijna 1.300 hoger dan in 2020.

2021 telt tot en met oktober 2039 gewogen graaddagen. Dat betekent dat er in november en december nog ruim 1.700 nodig zijn om in de buurt van 1967 te komen. De kans daarop acht ik klein.

Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Uitkomsten onderzoek infraroodverwarming W/E Adviseurs

Met de gestegen gasprijzen neemt de belangstelling voor energiebesparen en voor andere verwarmen toe. Dat is ook te zien in de bezoekersaantallen die op mijn weblog komen op zoek naar verhalen over infraroodverwarming. Tijd dus om aandacht te geven aan recent gepubliceerd onderzoek van W/E Adviseurs in opdracht van de TKI Urban Energy en RVO over infraroodverwarming. Onze eigen ervaringen van de afgelopen 2 jaar bewaar ik voor een volgende keer

Disclaimer: we hebben zelf ook meegedaan aan het onderzoek.

Wat is infrarood verwarming?

Conventionele radiatoren verwarmen de lucht in de hele ruimte door middel van convectie. Infrarood panelen zetten elektriciteit om in infraroodstraling. Straling warmt niet de lucht op, maar het oppervlak van de objecten en personen die geraakt worden door de straling.

Tussen twee objecten vindt altijd uitwisseling van straling plaats. Opgewarmde voorwerpen houden de warmte langer vast dan dat lucht warmte vasthoudt, waardoor de voorwerpen de warmte ook weer afgeven aan andere objecten. Een object dat warmer is geeft deze energie af in de vorm van straling aan het andere object. Het menselijk lichaam kan deze straling via de huid waarnemen als warmte. Hoe goed een object warmte als stralingswarmte afgeeft is gedefinieerd als het stralingsvermogen. Het stralingsvermogen hangt af van de oppervlakte, temperatuur en de emissie van zowel het uitstralende als het bestraalde object.

De temperatuur van het warmte emitterend oppervlak speelt een cruciale rol bij infrarood verwarming. Hoe hoger de oppervlaktetemperatuur, des te hoger het stralingsvermogen. Bij een lagere oppervlaktetemperatuur kan de infraroodverwarming wel hetzelfde stralingsvermogen afgeven indien het warmteafgevende oppervlak dan verhoudingsgewijs groter is.

Infraroodverwarming heeft een aantal voordelen ten opzichte van convectieverwarming.
Doordat infrarood verwarming niet voor luchtcirculatie zorgt, wordt tocht door de aantrek
van koude lucht voorkomen en is er minder circulatie van stof en pollen. Het verwarmen
van lucht kan deze uitdrogen en zorgen voor condensvorming.

Vanuit de leveranciers van IR-panelen worden de volgende voor- en nadelen aangedragen:

Voordelen van IR-verwarming

  • Geringe aanschaf kosten
  • Lange levensduur
  • Neemt weinig ruimte in beslag
  • Eenvoudige installatie
  • Nagenoeg geen onderhoud
  • Snelle responstijd
  • Minder systeemverliezen
  • Minder warmteverlies door buitenluchttoetreding door lagere luchttemperatuur
  • Voorkomt schimmelvorming in vochtige ruimtes of op aangestraalde koudebruggen
  • Esthetisch goed in te passen en in vele verschijningsvormen verkrijgbaar

Nadelen IR-verwarming

  • Tijdens gebruiksuren hoge energiekosten
  • Kan geen koudeval door buitenluchttoetreding opvangen
  • Aparte voorziening voor warmtapwater nodig met mogelijk hoge netbelasting
  • Plaatselijk verminderd comfort door “schaduwwerking” van meubilair
  • Asymmetrie in comfortbeleving

Door de snelle responstijd worden IR-panelen vooral geschikt geacht voor ruimten die niet continu gebruikt worden of die slechts af en toe gebruikt worden. 5-10 minuten na het inschakelen van het IR-paneel is dit volledig opgewarmd en is de invloed goed merkbaar.

Het thermische comfort is dan duidelijk verbeterd. Het duurt nog minimaal een half uur tot objecten in het vertrek en wanden/vloer voldoende zijn aangestraald en (iets) opgewarmd zijn zodat een thermisch comfortabele situatie bereikt wordt.

In principe kan IR-verwarming altijd toegepast worden, echter wanneer de verwarming veel uren aan staat zijn gedurende die uren de verwarmingskosten hoog vergeleken met bijvoorbeeld een elektrische warmtepomp die een belangrijk deel van de warmte uit de buitenlucht of bodem haalt. De investeringskosten van IR-verwarming zijn veel lager dan die van vloerverwarming met een warmtepomp of een cv-ketel. Om een goede afweging te kunnen maken is het nodig een lifecyclecost (LCC) berekening te maken.

Onderzoek infraroodverwarming

Voor het onderzoek heeft W/E Adviseurs met enige moeite 60 woningen gevonden die infraroodpanelen als hoofdverwarming hebben en waarvan de bewoners wilden meewerken aan comfort- en energiemetingen. Bij 52 woningen is dat ook daadwerkelijk gelukt. W/E heeft geen beeld of het beeld van deze 52 woningen representatief is voor alle met infrarood verwarmde woningen in Nederland. De woningen in het onderzoek zijn verspreid over heel Nederland en kennen ook grote variatie over type, bouwjaar en isolatieniveau.

Het project had als onderzoeksvraag: ‘Onder welke omstandigheden is het zinvol en heeft het
toegevoegde waarde om infraroodpanelen toe te passen in woningen?’

De gegevens die zijn verzameld in dit onderzoek zijn volgens W/E onvoldoende om een goed onderbouwd compleet antwoord op deze vraag te kunnen geven. Wel geeft het onderzoek meer inzicht in de toepassing van infraroodpanelen, aandachtspunten bij de toepassing, het energiegebruik, ervaren comfort en opgenomen vermogens.

W/E geeft aan dat gedrag zeer bepalend is voor de prestatie van de infraroodpanelen, zijnde het energieverbruik, piekvermogen en ervaren comfort. Dit begint al bij het te installeren vermogen dat sterk varieert tussen de verschillende woningen, maar werkt ook door in de manier waarop de panelen gebruikt worden. Zelfs in identieke woningen is het type bewoner en zijn of haar gedrag bepalend voor de energieprestatie van de woning en de verwarmingsinstallatie.

Comfort

Hoewel het voor W/E lastig is om zonder controlemetingen in vergelijkbare woningen met een ander verwarmingssysteem (vooral ander afgiftesysteem zoals hoge temperatuur radiatoren of lage temperatuur vloerverwarming) een kwalitatieve uitspraak te doen over het ervaren comfort blijkt wel dat IR-panelen in de helft van de tijd (52% van de registraties) naar de mening van de bewoners zorgen voor een behaaglijk thermisch binnenklimaat. 15% van de registraties is ‘een beetje warm’ en 15% ‘een beetje koud’. Het is vaker te warm (30% van de registraties) dan te koud (18%). Als het buiten koud is, vindt men het binnen ook vaker koud.

W/E heeft gezocht naar parameters die invloed hebben op het ervaren thermisch comfort. Geen van de parameters (buitentemperatuur, woningtype, verliesoppervlakte, energielabel, verwarmingsvermogen, kleding, schoeisel, activiteit) lijkt echter doorslaggevend te zijn. Ook in de hele koude week in februari 2021 is er geen heel ander beeld. Dat in deze studie geen significant verband is gevonden, wil niet zeggen dat er geen relatie ís tussen deze parameters en het beleefde comfort. Wel lijkt het er volgens W/E op dat men de nadelen van IR (zoals stralingsasymmetrie) voor lief neemt wanneer men zelf heeft gekozen voor dit type verwarming.

Energie

Hoewel er nog steeds een behoorlijke spreiding zit in de verbruiken van de IR-panelen per m2 gebruiksoppervlakte, vooral bij de appartementen, zit zo’n 50% van de woningen tussen een verbruik van 20 en 50 kWh/m2 en gemiddeld rond de 40 kWh/m2. (Dat is het verbruik dat is geregistreerd in februari-maart 2021, teruggerekend tot een standaardklimaatjaar). We hebben onvoldoende kennis over de woningen om dit getal af te zetten tegen een berekende warmtebehoefte. Het is fors minder dan het gemiddelde van woningen met een gasgestookte verwarming (circa 90 kWh/m2). Er moet nog wel rekening gehouden worden met een mogelijk hoger energiegebruik van IR-woningen voor tapwater en eventueel koeling.

Het verbruik per persoon is gemiddeld 1.350 kWh, met 50% van de gevallen tussen 930 en 1.720 kWh/jaar.

Er is een duidelijk verband tussen energiegebruik en gebruiks- en verliesoppervlakte. Woningen met een betere thermische schil (nieuwere woning) hebben een lager verbruik. Er zit minder spreiding in het verbruik per m2 verliesoppervlakte dan in het verbruik per m2 gebruiksoppervlakte. Verliesoppervlakte is daarmee een betere indicator voor het energiegebruik dan de gebruiksoppervlakte.

Comfort en energie

W/E ziet geen duidelijk verband tussen energieverbruik van de IR-panelen en het ervaren comfort. Bij woningen met een laag verbruik is het comfort vaker ‘te warm’, bij woningen met een hoog verbruik vaker ‘te koud’. Blijkbaar is in die laatste gevallen het vermogen, de regelbaarheid en/of de locatie van de panelen onvoldoende om het warm te krijgen. Mogelijk spelen ook nog andere aspecten een rol zoals de luchtdichtheid van de woningen, of de koudeval bij ramen.

Vermogen

De piekvraag in de woningen lijkt volgens W/E eerder bepaald door het type tapwatertoestel dan door de infraroodpanelen. De maximale vermogens liggen voor de meeste woningen tussen 10 en 15 kW, met uitschieters richting 20 kW. Dat betekent dat er in die woningen zeker een 3x35A aansluiting aanwezig moet zijn om overbelasting te voorkomen, vermoedelijk groter. Als een dergelijke kostbare aansluiting nodig is om een all-electric woning mogelijk te maken (en hoge investeringen in een warmtepomp te voorkomen) zullen de life cycle kosten van een woning met IR-panelen al snel hoger liggen.

Bijkomend nadeel van stralingsverwarming is dat het slechts beperkt mogelijk is om de verwarmingscapaciteit op een ander moment in te zetten, waardoor ook de mogelijkheden beperkt zijn om de pieken af te vlakken.

Op wijkniveau is de gelijktijdigheid van verwarming echter groter dan van tapwater. Op koudemomenten (begin van de avond, buiten ruim onder nul) is het gemiddelde van de woningen (dus inclusief gelijktijdigheidsfactor) kortstondig zo’n 6 kW. Bij grootschalige toepassing in een gebied (wijk/buurt) leidt dit mogelijk tot congestieproblemen en uitval en daarmee tot aanzienlijke maatschappelijke kosten om dat te voorkomen. Toepassing van batterijen of thuisaccu’s op woning- of buurtniveau kunnen de hoogte van de pieken waarschijnlijk aanzienlijk reduceren.

Conclusies/aanbevelingen

Overall geeft W/E Adviseurs de volgende randvoorwaarden voor plaatsing van IR-panelen mee:

  • Houd rekening met een ander thermisch comfort.
    IR-panelen warmen sneller op en koelen sneller af. Dat betekent ook dat een ander (actiever) stookgedrag van bewoners nodig is.
    Stralingsasymmetrie treedt op. De meeste bewoners vinden dat niet erg, maar het wijkt wel af van meer gangbare systemen met radiatoren en/of vloerverwarming.
  • Houd rekening met de maximale vermogensvraag van de woningen.
    Op woningniveau moet een oplossing voor warmwater gekozen worden die past binnen de (beoogde) elektrische aansluiting. Grote vermogens hebben een zwaardere aansluiting nodig en dat leidt tot significant hogere vastrechtkosten.
  • Houd rekening met de maximale vermogensvraag van de wijk.
    Als projectmatig IR-panelen worden toegepast moet ook gekeken worden naar de gelijktijdige vermogensvraag in relatie tot de capaciteit van het lokale elektriciteitsnet.
  • Zorg indien mogelijk voor het beperken van de maximale vermogensvraag door een verantwoorde keuze voor een tapwatertoestel, een voorrangsregeling en/of opslag (accu) op woning- of wijkniveau.

Het onderzoek biedt onvoldoende aanknopingspunten om randvoorwaarden mee te geven over bijvoorbeeld woningtype, woningomvang, isolatieniveau, gezinssamenstelling (aantal bewoners, leeftijd) of bewonersgedrag (als bijvoorbeeld ingestelde binnentemperatuur, aanwezigheid).

Het hele onderzoek kun je hieronder lezen of bekijk het webinar:

Energiegebruik en productie september 2021

Het is al een paar maanden stil hier over ons energieverbruik. Gezin en vooral werk hebben het afgelopen half jaar de hoofdmoot van mijn tijd opgesoupleerd. Met de sterk stijgende prijzen is het tijd om weer eens een stand van zaken te geven over ons energieverbruik. Het eerste dat opvalt is het hogere verbruik voor verwarming, veroorzaakt door een te hoge temperatuurinstelling op zolder. Hierdoor heeft de kachel iedere ochtend aangestaan. Dom, dom, dom. Gelukkig scheelt het slechts 3 kWh voor de hele maand. Wat ook opvalt is dat ons gasverbruik hoger ligt dan in 2021, al is het slechts 1 m3 aardgas meer. In totaal koersen we nog steeds op ongeveer 150 m3 aardgas op jaarbasis. De zonnepanelen hebben het prima gedaan, onze zonnedelen en winddelen hebben echter aanzienlijk minder opgebracht dan vorig jaar september.

Wat (in kWh)20202021verschil
Graaddagen6039-35%
Ruimteverwarming totaal14259%
Ruimteverwarming HK+00#DEEL/0!
Warm water2262364%
Apparaten2592632%
Totaal verbruik4865033%
Verbruik/graaddag0,020,10452%
Gasverbruik596817%
Elektriciteitsafname2602673%
Teruglevering129127-2%
Zonnepanelen2042071%
Zonnedelen4331-28%
Winddelen6448-25%
Zonneboiler1671670%
Totaal opwekking478453-5%
Netto elektriciteitsverbruik-51-19-63%
% eigen verbruik37%39%
Saldo jaarbasis3832
Energieverbruik & productie september 2020 vergeleken met september 2021

Verwarming: infrarood

Zo aan het begin van het stookseizoen en met de fors stijgende gasprijzen is het toch wel aardig om even bij ons energiegebruik voor verwarming stil te staan. Sinds maart 2019 verwarmen we ons huis met infraroodverwarming van ThermIQ. De standaardreactie daarop is dat je dan het energiegebruik van aardgas 1 op 1 vervangt door elektriciteit. Iets wat ik niet terug zie in ons energebruik voor verwarming. In de praktijk kom ik uit op ruim 40% lager energieverbruik per gewogen graaddag.

Eerder dit jaar heb ik meegedaan aan een onderzoek dat W/E Adviseurs in opdracht van TKI Urban Energy heeft uitgevoerd naar energiegebruik en comfortbeleving van infraroodverwarming. In de samenvatting van dit onderzoek onderschrijven zij mijn persoonlijke ervaring:

Hoewel er nog steeds een behoorlijke spreiding zit in de verbruiken van de IR-panelen per m2 gebruiksoppervlakte, vooral bij de appartementen, zit zo’n 50% van de woningen tussen een verbruik van 20 en 50 kWh/m2 en gemiddeld rond de 40 kWh/m2. (Dat is het verbruik dat is geregistreerd in februarimaart 2021, teruggerekend tot een standaardklimaatjaar). We hebben onvoldoende kennis over de woningen om dit getal af te zetten tegen een berekende warmtebehoefte. Het is fors minder dan het gemiddelde van woningen met een gasgestookte verwarming (circa 90 kWh/m2). Er moet nog wel rekening gehouden worden met een mogelijk hoger energiegebruik van IR-woningen voor tapwater en eventueel koeling.

Het verbruik per persoon is gemiddeld 1.350 kWh, met 50% van de gevallen tussen 930 en 1.720 kWh/jaar.

Ter vergelijking het verbruik in onze woning ligt de afgelopen 12 maanden rond de 36 kWh/m2 en langjarig voor infrarood op 30 kWh/m2. Ons aardgas verbruik lag op 53 kWh/m2. Per persoon ligt ons energieverbruik de laatste 12 maanden op 1.100 kWh en sinds we op infraroodverwarming over zijn gemiddeld op 910 kWh. Ons aardgasverbruik voor verwarming lag gemiddeld op 1.585 kWh per persoon. Tapwater is bij ons eigenlijk geen issue, buiten de 150 m3 aardgas die we nog verbruiken voor verwarming. Conclusie: infraroodverwarming bespaart in de praktijk energie, wat de COP = 1 adepten op basis van theoretische verhandelingen ook beweert. Mijn ervaring daarin is niet uniek.

Ontwikkeling energiegebruik voor verwarming in kWh/gewogen graaddag. 10 kWh = (ongeveer) 1 m3 aardgas.

Bruto energiegebruik

Door een jaar thuiswerken en gesloten scholen in het voorjaar ligt ons bruto energiegebruik weer in lijn met het energiegebruik voor de overschakeling naar infraroodverwarming. De daling in gebruik is teruggelopen tot 7% ten opzichte van het gemiddelde over de periode 2011-2018.

Inmiddels zijn de scholen weer open, maar werken we nog steeds veel vanaf huis. Ik verwacht dan ook niet dat ons bruto energiebruik in 2021 nog veel gaat teruglopen ten opzichte van het gemiddelde over de periode 2011-2018. Al hoop ik wel voor het derde jaar op rij onder de 10.000 kWh op jaarbasis te blijven.

De toename zit vooral in het energiegebruik voor verwarming, zoals in onderstaande grafiek te zien is. Ook is goed te zien dat dekoudere winter en het koudere voorjaar in combinatie met de lockdown voor een stijging van de energievraag hebben gezorgd.

Huisvredebreuk? Intrekken die aanklacht ABP

Dit keer geen uitgewerkt stuk, maar simpelweg mijn sacherijnige reactie naar ABP over het bericht dat ze vreedzame demonstranten uit hun kantoor hebben laten halen door de politie wegens huisvredebreuk (doe gerust ook mee met een betere tekst dan die van mij hieronder):

ABP praat al sinds ik rond 2006 begon met pensioenopbouwen bij APB over het verduurzamen van de beleggingsportefeuille. Desondanks zit ABP nog fors in olie, gas en kolen onder het mom van engagement. Tegelijkertijd doet ABP bij de aandeelhoudersvergaderingen geen boter bij de vis en stemt niet mee met klimaatresoluties van andere andere aandeelhouders, zoals Follow This. Maar vandaag wel de politie bellen omdat een deel van de pensioenopbouwers het pappen en nathouden beu is en het kantoor bezet. Huisvredebreuk? De inbreuk op de mensenrechten van mijn kinderen door wat u doet met mijn pensioengeld is vele malen groter en weegt zwaarder. Hoog tijd voor meer concrete afrekenbare doelstellingen voor ABP zelf en voor de bedrijven en landen waarin ABP investeert. Niet voldoen aan die doelstellingen is desinvesteren. De tijd van aardgas als transitiebrandstof is voorbij, de tijd dat mooie nota’s overtuigen ook. Na dik twintig jaar praten en schrijven is het tijd dat uw beleggingsbeleid en stemgedrag overeenkomen met alle zalvende woorden over duurzaam beleggen. Ik verzoek u dan ook met klem om de aangifte wegens huisvredebreuk tegen de actievoerders van 5 juli per direct in te trekken.

Daaropgewekt: stand van zaken

In 2014 schreef ik een stuk over de wereldwijde slag om de onderkant van de energiemarkt. Een slag die nog steeds gestreden wordt tussen de leveranciers van fossiele energie en de leveranciers van duurzame energie. In de tussenliggende jaren is er veel gebeurd en heeft de prijsdaling van windenergie, zonne-energie en energie-opslag wereldwijd doorgezet.

Ontwikkeling kolencentrales wereldwijd

De pijplijn aan kolencentrales krimpt wereldwijd en de productie van kolenstroom is sinds 2014 stabiel, ook al groeit het wereldwijde vermogen aan kolencentrales nog steeds. Dat betekent dat per kolencentrale minder stroom wordt geproduceerd en dus ook minder geld wordt verdiend.

Het totaal vermogen aan kolencentrales dat is aangekondigd, waar vergunning voor is aangevraagd of verleend en dat in aanbouw is sinds 2014 fors gedaald. De druk op investeerders (banken, pensioenfondsen, vermogensbeheerders) en verzekeraars om zich terug te trekken uit de financiering van kolencentrales groeit ook nog steeds.

Tegenover de krimp in kolenvermogen in aanbouw staat een stijging in het vermogen dat gecancelled is en gesloten. Het schiet nog niet echt op met sluitingen, maar het feit dat het vermogen van afgeblazen kolencentrales sinds 2014 stijgt is een mooie eerste stap. Een paar jaar geleden was de verwachting dat met name Zuid- en Zuidoost-Azië nog een forse groei zouden doormaken. Inmiddels hebben de regeringen van Bangladesh, de Filipijnen, Vietnam en Indonesië plannen aangekondigd om 62 GW aan geplande kolencentrales te schrappen. Daarmee daalt de pijplijn aan kolenvermogen met 80% sinds 2015, aldus Global Energy Monitor in Boom & Bust 2021. Ook Carbon Brief schetste halverwege 2020 geen rooskleurig beeld voor de kolensector.

Groei groene stroom

Sinds 2014 is de productie van groene stroom wereldwijd fors geweest. Inmiddels behoren de energiebedrijven die fors op groene stroom in hebben gezet die in de VS en Europa tot de meest interessante energiebedrijven om in te investeren. Ook zijn het Enel, Iberdrola en NextEnergy die verreweg de grootste capaciteit aan groene stroom hebben. Van de grote energiebedrijven lijken enkel BP en Total serieus werk te willen maken van het inhalen van de achterstand.

Als het gaat om offgrid solar dan groeit de markt ook nog steeds. Volgens het ‘Off-Grid Solar Market Trends Report 2020’ van de Wereldbank gaat het inmiddels om een markt van $1,75 miljard per jaar die 420 miljoen gebruikers bereikt heeft en nog steeds groeit. De markt wordt volgens de Wereldbank ook meer volwassen, waarmee ook oplossingen als waterpompen, koeling en andere nieuwe markten in zicht komen. Om het Social Development Goal betaalbare en duurzame energie toegankelijk voor iedereen te bereiken is volgens de Wereldbank nog $6,6 tot $11 miljard aan aanvullende financiering nodig.

Offgrid energie is overigens geenszins meer een markt voor kleine startups alleen. Ook de grote energiebedrijven zijn de afgelopen jaren wakker geworden en zien marktkansen. Zo nam ENGI in 2019 Mobisol over, en werd daarmee naar eigen zeggen marktleider in offgrid solar in Afrika. Ook Sunfunder, waar ik in 2013 mijn eerste crowdfunding actie in offgrid solar deed, groeit nog steeds:

Daar opgewekt

Genoeg gezeurd over de terugval bij kolencentrales en de wereldwijde ontwikkelingen op gebied van zon- en windenergie. Tijd voor een actualisatie van mijn persoonlijke overzicht met investeringen in daar opgewekt. Om te beginnen met de investeringen die volledig zijn afgelost. Dit overzicht bevat niet de ongeveer 8 projecten van Sunfunder, waar het mee begon. Het gaat om projecten van websites, die ik nu nog gebruik voor investeringen in offgrid solar: Ecologico, Energise Africa, Lend a hand en Trine.

In totaal gaat heb ik na Sunfunder in zeven projecten geïnvesteerd, waarvan het geld volledig terugbetaald is. Daarnaast heb ik in 35 projecten geïnvesteerd, die nog niet volledig zijn terugbetaald. Een klein aantal daarvan heeft terugbetalingsproblemen, soms mede veroorzaakt door corona.

Tot slot heb ik geld geleend aan 12 projecten, die nog niets hebben terugbetaald. Bij de projecten van Ecologico, komt dit doordat de projecten nog niet volledig gefinancierd zijn. De projecten van Energise Africa, Lend a hand en Trine zijn al wel volledig gefinancierd, maar pas kort geleden. Het is dus nog wachten op de eerste aflossing.

WebsiteProjectAflossing
Ecologico500 kWp Solaranlage – ICG Church – Ghana0%
Ecologico1,2 MWp Solaranlage – Kim Duc – Vietnam0%
Energise Africacandi solar B.V: Issue 1 – 5.75% Bond0%
Lend a handSollatek Electronics Kenya 340%
TrineREDAVIA 1, Ghana0%
TrineEasy Solar 2, Sierra Leone0%
TrineEasy Solar, Sierra Leone0%
TrineGreenlight Planet 13, Nigeria0%
TrineGreenlight Planet 10, Tanzania0%
TrineKingo 3, Guatemala0%
TrineSolarHome 4, Myanmar0%

Conclusie

Ondanks corona gaat het goed met de terugbetaling van onze investeringen in zonne-energie elders. Prestaties uit het verleden zijn natuurlijk geen garantie voor de toekomst. Tegelijkertijd is het mooi om ze zien dat mijn voorspelling uit 2014 dat kolencentrales niet de oplossing zijn voor het gebrek aan energie aan de onderkant van de energiemarkt werkelijkheid begint te worden. Als je kijkt naar het totale vermogen aan kolencentrales wereldwijd gaat het tergend langzaam. Als je kijkt naar de groei van off-grid-solar of de hoeveelheid afgeblazen plannen voor kolencentrales neemt het momentum nog steeds toe. Al mag er nog best een schepje bovenop.

Ik ben geen beleggingsadviseur of financieel adviseur en ontvang geen speciale voordelen, maar nodig de lezers van harte uit om ook een investering te doen in offgrid solar via Ecologico, Energise Africa, Lend a hand of Trine. Let wel op: alleen geld dat je kan missen en hou er rekening mee dat de (valuta)risico’s groot zijn. Er is altijd kans dat je je geïnvesteerde vermogen niet terug krijgt.

Energieverbruik en productie maart 2021

Maart is voorbij en graag had ik gezegd dat het stookseizoen voorbij is, maar da’s nog niet het geval. Wel hebben we ook in maart het grootste deel van de maand met z’n vieren thuis gezeten, waardoor we wederom meer hebben gestookt dan in voorgaande jaren. 2021 is nu al hard op weg om net zo’n uitschieter in ons energieverbruik te worden als 2013. Al is dat overdreven, want ons bruto energieverbruik lag in het eerste kwartaal nog steeds lager dan elk eerder kwartaal met een hr-ketel in de periode 2011-2019. Het aantal gewogen graaddagen lag 1% proces lager dan het gemiddelde in de periode 2011-2019, het energieverbruik lag in het eerste kwartaal van 2021 25% lager dan gemiddeld in de periode 2011-2019 en 19% lager dan de mediaan.

Energieverbruik

Ons totale energieverbruik op jaarbasis is in maart door gestegen, zowel het verbruik van apparaten als het verbruik voor verwarming is gestegen. Beide lag in de lijn der verwachting, doordat we ook in maart grotendeels thuis hebben gezeten met het hele gezin.

Relatief is het aandeel energieverbruik voor verwarming het hardst gestegen. Inmiddels is weer bijna 40% van ons energieverbruik bedoeld voor verwarming.

Verwarming

Maart was een wisselvallige maand. Met een aantal warme dagen, maar uiteindelijk toch met 2% meer gewogen graaddagen dan in 2020. Uiteindelijk hebben we in mei 560 kWh verbruikt voor verwarming, dat is 34% meer dan in 2020. Gecorrigeerd voor het aantal gewogen graaddagen lag het verbruik op 1,61 kWh/graaddag, dat is 31% hoger dan in 2020. Als daar het extra verbruik door thuiswerken van af wordt gehaald resteert een verbruik van 1,40 kWh/graaddag. Dat is 20% meer dan in maart 2020.

Het energieverbruik voor verwarming op jaarbasis is door ons verbruik in maart uiteraard weer opgelopen. Omgezet naar een standaard jaar met 2.790 gewogen graaddagen (het gemiddeld aantal gewogen graaddagen in de periode 1991-2020) ligt het jaarverbruik op 3.854. Het gemiddelde energieverbruik voor verwarming ligt na twee jaar infraroodverwarming op 3.617 kWh. Dat is nog steeds 35% lager dan het gemiddelde energieverbruik voor verwarming met een hr-ketel in de periode 2011-2018, exclusief 2013.

Energiebronnen

In maart kochten we 63% van onze energie in, 53% elektriciteit en 13% aardgas. De resterende 34% hebben we zelf opgewekt met onze zonneboiler, zonnepanelen, zonnedelen en winddelen.

Op jaarbasis is de inkoop van energie overigens nog lang niet terug op het niveau van ons eerste jaar. Sowies is een groot verschil dat we inmiddels veel minder aardgas verbruiken dan toen. Op jaarbasis kopen we 4.634 kWh in, waarvan 3.245 kWh elektriciteit. Op jaarbasis is dat 48% van ons energieverbruik, 34% elektriciteit en 14% aardgas. De resterende 52% hebben we zelf opgewekt met onze zonneboiler, zonnepanelen, zonnedelen en winddelen. In 2011 kochten we 9.519 in, waarvan 2.897 kWh elektriciteit. We wekten toen 1.244 kWh op met onze zonneboiler. In 2011 kochten we 88% van onze energie in.

De forse terugval in het aandeel aardgas is ook mooi te zien in onderstaande grafiek. Aardgas vormde in 2011 62% van ons energieverbruik, inmiddels is het gedaald tot minder dan 15%. En als alles meezit gaan we in de loop van dit jaar die laatste 15% ook uitfaseren met behulp van De Warmte.

Energieproductie

Onze eigen energieproductie is in de eerste maanden van dit jaar wat gedaald. Met name door terugloop van onze winddelen. In de afgelopen 8 jaar hebben die slechts 1 keer meer opgeleverd dan de 500 kWh per stuk dat bij de lancering van De Windcentrale voorgehouden werd.

Warm blijven in de kou. Energieverbruik februari 2021

Februari 2021 was een koude maand, een van de koudste sinds we ons huis verwarmen met infraroodverwarming. Terwijl we dit jaar ook veel vaker thuis zijn dan voorheen. Afgaande op de adviezen van bijvoorbeeld MilieuCentraal over verwarmen met infraroodverwarming zou ons energieverbruik dus fors gestegen moeten zijn:

Infrarood panelen kunnen een energiezuinige keuze zijn als bijverwarming op een bepaalde plek (bijvoorbeeld de zithoek), of in ruimtes die je kort of weinig gebruikt (bijvoorbeeld de badkamer of een werkplek op zolder die je verder niet verwarmt).

In zeer goed geïsoleerde huizen kan volledige verwarming met infrarood panelen een milieuvriendelijke keuze zijn, als je gebruik maakt van duurzaam opgewekte stroom. Een warmtepomp is nóg beter voor het milieu, maar duurder in aanschaf.

Tijd dus om de proef op de som te nemen. Want ook in februari zijn we alle 4 de hele dag thuis geweest, wat betekent dat we de huiskamer vanaf ’s ochtends 7 tot ’s avonds 22u gestookt hebben.

Comfort

Ondanks de kou hebben we onze cv-ketel niet gebruikt voor ruimteverwarming. De infraroodpanelen hebben het keurig gedaan. Wel heb ik ze harder aangezet om het comfortabel te houden, zonder de temperatuurinstelling in de woonkamer aan te passen. De temperatuurinstelling van het halletje bij de entree heb ik wel verhoogd, om de koudeval vanuit onze deur tegen te gaan.

Het gedoe met handmatig instellen van het vermogen per paneel bracht wel een oude wens terug in herinnering: een zelfmodulerend algoritme, dat op basis van de buitentemperatuur het vermogen van de panelen aanpast. Liefst ook nog rekening houdend met de tijd die het normaal kost om kamers te verwarmen, zodat ie zelf bedenkt hoe laat de panelen aanmoeten om op een bepaald tijdstip de kamer op de gewenste temperatuur te hebben.

Aan de andere kant ben ik meestal als eerste op, waardoor ik het vermogen van de panelen al bijgeregeld had voordat de andere huisgenoten beneden waren. Het nadeel van handmatig is wel dat de andere gezinsleden bij vorst klagen over kou als ik dat een keer vergeet.

Energieverbruik verwarming

Februari 2021 telde 20% meer gewogen graaddagen dan februari 2020. Het energieverbruik voor verwarming lag dan ook 46% hoger dan in 2020. Gecorrigeerd voor het grotere aantal gewogen graaddagen lag het verbruik 20% hoger dan in 2020. Nog steeds lager dan toen we ons huis met aardgas verwarmde, maar hierdoor loopt het gemiddelde verbruik per gewogen graaddag voor infraroodverwarming natuurlijk wel op.

Als ik het energieverbruik voor verwarming omreken naar een standaardjaar dan is dat uiteraard ook gestegen. Het verbruik ligt nu iets boven het verbruik dat ik in november 2019 ingeschat had, maar nog steeds onder het verbruik volgens de modellen van CE Delft.

Nu was februari wederom een vreemde maand, omdat er bij mij corona werd geconstateerd en het hele gezin in quarantaine mocht blijven. Geen school dus voor de kinderen en net als de eerdere maanden drie extra ruimtes warmstoken. Wanneer ik daar voor corrigeer dan is het energieverbruik voor verwarming met slechts 10% gestegen. Het verbruik per graaddag is dan zelfs met 9% gedaald naar 1,38 kWh/graaddag. Oftewel: kouder weer en meer stookuren, maar toch zuiniger stoken per graaddag. Ik zou een ander effect verwachten, zeker omdat ik in februari het vermogen van veel panelen van 50% naar 60 tot soms wel 80% heb opgeschroefd om het huis comfortabel te houden.

Totaal overzicht energie

Wat (in kWh)20202021verschil
Ruimteverwarming51474946%
Warm water210198-6%
Apparaten2883066%
Totaal verbruik1012125324%
Verbruik/graaddag1,521,8220%
Gasverbruik188176-6%
Elektriciteitsafname802105532%
Teruglevering253124%
Zonnepanelen6911668%
Zonnedelen423475%
Winddelen271111-59%
Zonneboiler22220%
Totaal opwekking366272-26%
Netto elektriciteitsverbruik45880576%
% eigen verbruik64%73%
Saldo jaarbasis2646

Energieverbruik februari 2021

In februari verbruikten we in totaal 1253 kWh. Dat is 24% meer dan in dezelfde periode in 2020, maar nog steeds lager dan alle jaren voor de omschakeling naar infraroodverwarming. Ook al hebben we dit jaar beduidend meer energie gebruikt door thuiswerken en het verwarmen van meer ruimtes. Vergeleken met 2014 en 2016, jaren met ongeveer evenveel gewogen graaddagen in januari en februari als 2021, ligt ons energieverbruik 15% lager.

Het grootste deel van onze energievraag kwam in februari uiteraard van de behoefte aan ruimteverwarming.

Ook op jaarbasis is de energievraag voor verwarming gestegen, wat deels veroorzaakt wordt door het verwarmen van extra ruimtes. Het jaarlijks energieverbruik van elektrische apparaten is in februari licht gestegen, wat logisch is aangezien er ook veel meer lampen en computers aan geweest zijn.

Op jaarbasis is het aandeel verwarming in het totale energieverbruik weer aan het stijgen. Al ligt het nog steeds lager dan in de periode 2011-2019.

In februari kochten we wederom een groot deel van onze energie in. De energieproductie van onze zonnepanelen en winddelen woog niet op tegen het verbruik van onze verwarming.

Energieproductie februari 2021

Onze zonnepanelen hebben het in februari prima gedaan. Ze wekte bijna 70% meer op dan in februari 2020. Ook de zonnedelen leverde veel meer op in februari. Onze winddelen bleven achter, waardoor onze totale energieproductie uiteindelijk daalde. Op jaarbasis daalde onze energieproductie met bijna 100 kWh. Dit werd vooral door een tegenvallende productie van onze winddelen veroorzaakt.

Slotwoord

Ondanks de kou en ondanks de extra ruimtes die we hebben moeten verwarmen ligt ons energieverbruik nog steeds lager dan toen we gas verbruikten. Ons huis is ook in de vorstperiode comfortabel gebleven. Eigenlijk zelfs comfortabeler dan toen we ons huis met de cv-ketel verwarmden, omdat we we de kamertemperatuur niet verder op hoeven te schroeven om het warm te hebben. We kunnen volstaan met het opschroeven van het vermogen van onze infraroodpanelen.

Infraroodverwarming verbruikt inderdaad meer dan een warmtepomp zou doen, ware het niet dat ons huis onvoldoende geïsoleerd is voor een lage temperatuurverwarming. Ik heb dan ook nog steeds geen moment spijt van onze keuze voor infraroodverwarming. Op basis van de stroom die we zelf opwekken en de mix we inkopen besparen we ook bijna één ton CO2 per jaar. Als ik uitga van de gemiddelde electriciteitsmix in 2020 besparen we 9% CO2, aangezien het aandeel duurzame elektriciteit groeit stijgt de CO2 besparing op basis van de gemiddelde elektriciteitsmix. Een ontwikkeling waar ik afgelopen jaar ook weer een klein zetje aan heb gegeven als bestuurslid van Energiek Schiedam.

Energieverbruik en productie januari 2021

Januari is voorbij, tijd om weer eens naar het energieverbruik te kijken. Meest opvallend is het stijgend energieverbruik voor verwarming en apparaten, veroorzaakt door thuiswerken en thuisonderwijs. Daardoor verwarmen en verlichten we momenteel 3 extra kamers in huis en staan er overdag 4 computers aan, tegen hooguit een in de avonduren vorig jaar.

Wat (in kWh)20202021verschil
Ruimteverwarming59288249%
Warm water228225-1%
Apparaten26535132%
Totaal verbruik1085145834%
Verbruik/graaddag1,531,8420%
Gasverbruik228225-1%
Elektriciteitsafname857123344%
Teruglevering143-79%
Zonnepanelen385134%
Zonnedelen440%
Winddelen159113-29%
Zonneboiler00n.v.t.
Totaal opwekking201168-16%
Netto elektriciteitsverbruik656106562%
% eigen verbruik63%94%
Saldo jaarbasis2646

Energieverbruik

Ons energieverbruik lag in januari duidelijk hoger dan in januari vorig jaar. Zoals in de inleiding gezegd is dat waarschijnlijk deels terug te voeren op het effect van thuiswerken en thuisonderwijs. Ook was januari 20221 een stuk kouder dan vorig jaar, met ruim 20% meer gewogen graaddagen. Het bruto energieverbruik van januari 2021 was 1458 kWh, ruim 370 kWh hoger dan in januari 2020. Desondanks lag het bruto energieverbruik in januari 23% lager dan de mediaan van het bruto energieverbruik van 2011-2018 en ook lager dan ooit bereikt met de cv-ketel.

Het netto energieverbruik lag in januari 2021 400 kWh hoger dan in januari 2020. Dat is nog steeds 18% lager dan het gemiddelde in de periode 2014-2018. De periode 2011-2013 reken ik niet mee, omdat we toen geen zonnepanelen hadden.

Als ik kijk naar ons energieverbruik per maand dan hebben we vorige maand fors elektriciteit ingekocht. De eigen elektriciteitsproductie viel met 168 kWh tegen. De verbruikspiek ligt in januari hoger dan vorig jaar, zoals in onderstaande grafiek goed te zien is. Of januari de top blijft, ofd dat we net als in 2012 een nog hoger verbruik krijgen in februari zal afhangen van hoe lang het winterse weer aanhoudt.

Onderstaande grafiek laat zien hoe ons energieverbruik per 12 maanden zich heeft ontwikkeld, zoals te zien is loopt dit sinds december vorig jaar weer op. Thuiswerken en de schoolsluiting hebben hun effect op ons energieverbruik. Al zitten we met 9.200 kWh nog steeds bijna 2.000 kWh onder ons verbruik toen we aardgas gebruikte voor verwarming. Daarbij heb ik dan niet gecorrigeerd voor temperatuur.

Op jaarbasis groeit de inkoop van elektriciteit nog steeds, inmiddels bestaat ongeveer 30% van ons energieverbruik uit ingekochte elektriciteit. Als we ook het gas meerekenen kopen we op jaarbasis een kleine 45% van ons energieverbruik in. De andere 55% produceren we zelf via onze zonneboiler, zonnepanelen, winddelen en zonnedelen.

Energievraag naar functie

Onze energievraag bestaat deze maand vooral uit verwarming, waarover straks meer. De energievraag vanuit apparaten is ook opgelopen. Dat laatste kan te maken hebben met de spelcomputer die de meiden hebben gekregen, maar ook met het feit dat er nu dagelijks 4 computers aan staan in verband met thuiswerken en schoolwerk.

In onderstaande grafiek is mooi te zien dat op jaarbasis de energievraag voor verwarming zeer constant is. Het energieverbruik van apparaten is weer iets aan het oplopen. Wat echter vooral stijgt is de energievraag van verwarming. Op jaarbasis ligt ons energieverbruik voor verwarming overigens nog steeds zo’n 100 kWh lager dan in januari 2020. De dalende trend is echter wel tot stilstand gekomen de afgelopen twee maanden.

Doordat het energieverbruik voor verwarming is opgelopen neemt ook het aandeel van verwarming op jaarbasis weer toe. Het aandeel is gestegen van 32 naar 34%. Het aandeel voor warm water is juist afgenomen, omdat het energieverbruik voor warm water redelijk constant is door het jaar heen.

Energieproductie

De energie die we zelf produceren bestaat voornamelijk uit zonne-energie, waarbij we zowel zonnewarmte hebben van onze zonneboiler als elektriciteit van onze zonnepanelen.

Aan de grafieken hiervoor kun je als zien dat zonne-energie niet de handigste energiebron is om de winterpieken in onze energiebehoefte op te vangen. Reden waarom we aan het kijken zijn hoe we onze warmwaterbehoefte in de winter op een andere wijze kunnen invullen.

Inmiddels weet ik van De Warmte dat hun systeem voldoende warm water produceert om ook in de wintermaanden comfortabel te kunnen douchen. De vraag die nog openstaat is of ze dat ook kunnen en willen zonder na verwarming.

Verwarming

In bovenstaande grafieken en analyses is geen rekening gehouden met het effect van het aantal graaddagen op het energieverbruik voor verwarming. Tijd dus om de verwarmingscijfers beter vergelijkbaar te maken. In onderstaande grafiek heb ik het energieverbruik voor verwarming per maand gedeeld door het aantal gewogen graaddagen in een maand. Waarbij we tot februari 2019 ons huis verwarmden op aardgas met een hr-ketel. In maart 2019 zijn we overgestapt op infraroodverwarming van ThermIQ.

In januari 2021 lag ons verbruik voor verwarming maar liefst 49% hoger dan in januari 2020. Het effect per gewogen graaddag is minder, maar nog steeds is ons energieverbruik in januari 20% gestegen ten opzichte van dezelfde periode in 2020. Van 1,53 kWh/gewogen graaddag naar 1,84 kWh/gewogen graaddag. Zouden de infraroodpanelen dan toch niet de verwachte daling in energieverbruik halen en was 2020 een toevalstreffer?

Gelukkig biedt ons BeNext monitoringssysteem daarbij uitkomst. Waar de stijging in 2013 en 2018 een kwestie van gissen blijft, kan ik bij BeNext per paneel terugzien wat het energieverbruik is. Zoals aan het begin al gezegd hebben we in januari 2021 een veel groter deel van ons huis verwarmt dan in januari 2020. Dat heeft ons zo’n 150 kWh extra aan elektriciteit gekost. Als ik corrigeer voor dit extra verbruik ten gevolge van thuiswerken en gesloten scholen dan was ons energieverbruik met 1,54 kWh per gewogen graaddag nagenoeg gelijk aan het verbruik in januari 2020.

Door het hogere verbruik in december en januari is ons energieverbruik in een standaardjaar met bijna 400 kWh gestegen. Dat is 12% en brengt ons weer in de buurt van het energieverbruik dat ik verwachtte voor een standaardjaar in november 2019. Ons verbruik blijft lager dan het verbruik dat ik op basis van CE’s Cegoia model zou verwachten. Om dat verbruik te bereiken moeten we echt nog een paar maanden fors doorstoken.

Effect klimaatverandering op aantal gewogen graaddagen

Ik ben nog steeds aan het rekenen aan het effect van klimaatverandering op het aantal gewogen graaddagen. Ik heb inmiddels de gemiddelde etmaaltemperatuur vanaf 1901 tot 2020 van De Bilt gevonden en ook van meetstation Rotterdam vanaf 1957. Voor De Bilt kom ik vooralsnog uit op 3.386 gewogen graaddagen over de periode 1901-1930. De laatste 30 jaar zijn dat er bijna 450 minder, oftewel meer dan 10%. De week winterse kou is leuk, maar zelfs als 2021 het aantal gewogen graaddagen uit 1963 (meeste aantal sinds 1901) evenaart blijft het verschil met de periode 1901-1930 bijna 430 gewogen graaddagen op jaarbasis.

Energieverbruik en productie december 2020

Het nieuwe jaar is begonnen, december achter de rug. Tijd om naar ons energieverbruik te kijken. Een energieverbruik dat deze december beduidend hoger lager dan in 2019, met name door het energieverbruik voor verwarming, al lag ook het energieverbruik voor apparaten hoger. Op zich begrijpelijk, aangezien we dit jaar kerst en Oud&Nieuw thuis hebben gevierd. Waardoor we beduidend meer stookuren hebben gehad en ook een hoger elektriciteitsverbruik van tv, lampen en koken. Het totale energieverbruik nam met 34% toe ten opzichte van december 2019.

Wat (in kWh)20192020verschil
Ruimteverwarming44269758%
Warm water247234-5%
Apparaten22729831%
Totaal verbruik916122934%
Verbruik/graaddag1,111,7154%
Gasverbruik247234-5%
Elektriciteitsafname66999549%
Teruglevering142-86%
Zonnepanelen4832-33%
Zonnedelen4775%
Winddelen113106-6%
Zonneboiler00
Totaal opwekking165145-12%
Netto elektriciteitsverbruik50485069%
% eigen verbruik71%94%
Saldo jaarbasis2237

Energieverbruik

Ons bruto energieverbruik is uitgekomen op 8.819 kWh, dat is 22% lager dan de mediaan over de periode 2011-2018. De jaren waarin we ons huis met aardgas verwarmden. Al met al geen slecht resultaat na 9 maanden thuiswerken, wat toch echt een hele grote verandering in levensstijl en gebruik van ons huis heeft betekend.

Ons energieverbruik bestond in 2020 voor het grootste deel uit elektriciteit. Aardgas en zonnewarmte leverden beide ongeveer 15% van ons energieverbruik.

In ons elektriciteitsverbruik is de inkoop van elektriciteit fors gestegen. In de eerste helft van 2019 konden op jaarbasis nog in ons eigen elektriciteitsverbruik voorzien. Door het hogere verbruik als gevolg van de overstap op infraroodverwarming lukt dat niet meer en kopen we nu op jaarbasis zo’n 2.000 kWh in. Daar staat tegenover dat de inkoop van aardgas met ruim 5.000 kWh (zo’n 500 m3 aardgas) gedaald is. Per saldo is het aandeel eigen opwek dus gestegen, van 43% eind 2018 tot 50% eind 2019 en naar bijna 59% eind 2020.

Energieproductie

Het aantal kWh dat we zelf opwekken ligt wel redelijk constant, al schommelt het wel een beetje per jaar. Afgelopen jaar krabbelde met name onze winddelen weer enigzins op. Desondanks hebben ze in 2020 slechts 1.410 kWh van de voorgespiegelde 1.500 kWh opgeleverd.

Verwarming

Tot slot de cijfers voor verwarming, omgerekend naar het gebruik per gewogen graaddag. Daarbij is geen rekening gehouden met het effect van minder graaddagen door klimaatverandering, waar ik eerder over schreef.

In bovenstaande grafiek is goed te zien hoe het energieverbruik per gewogen graaddag schommelt met de seizoenen. In het stookseizoen 2019 lag de piek beduidend lager dan december. Tocht lag ons verbruik per graaddag in december 2020 nog steeds 30% lager dan het gemiddelde voor de maand december met aardgas.

Omgerekend naar een standaardjaar, waarbij een standaardjaar hier het gemiddeld aantal gewogen graaddagen voor de periode 2000-2019 is, hebben we in 2020 ruim 3200 kWh verbruikt. In werkelijkheid lag het aantal gewogen graaddagen lager dan het gemiddeld aantal graaddagen in de genoemde periode, waardoor we in werkelijkheid een kleine 2.900 kWh hebben verbruikt. Bijna 300 kWh minder, doordat er 405 gewogen graaddagen minder waren in 2020 dan gemiddeld in de periode 2000-2019. De berekening van het aantal gewogen graaddagen zonder klimaatverandering vergt wat meer tijd, wordt aan gewerkt.