Sterke daling Duitse CO2-emissie in 2019 brengt doelstelling 2020 binnen bereik

De Duitse CO2-uitstoot is in 2019 voor het derde jaar op rij sterk gedaald. Hierdoor komt de reeds losgelaten doelstelling van 40% CO2-reductie in 2020 ten opzicht van 1990 weer in zicht. De daling doet zicht met name voor in de energiesector en bij de industrie, de gebouwde omgeving en met name de transport sector hebben meer moeite om een emissiedaling te realiseren. Het Duitse milieuagentschap UBA stelt dat het land goed op weg is om de klimaatdoelstellingen voor 2030 te halen, maar waarschuwt dat het coronavirus geen structurele daling van de CO2-emissie zal veroorzaken.

De Duitse uitstoot van broeikasgassen nam in 2019 opnieuw een duik. Duitsland stootte vorig jaar ongeveer 805 miljoen ton CO2 uit, een daling van 6,3% vergeleken met het jaar ervoor, de sterkste daling sinds de recessie van 2009. De emissies waren vorig jaar 35,7% lager dan in 1990. De energiesector zorgde, zoals halverwege vorig jaar al verwacht, voor de grootste reductie, gevolgd door de industriële sector. De daling in deze sectoren werd, volgens de Duitse federale milieuagentschap (UBA), sterk beïnvloed door stijgende emissieprijzen in het Europese emissiehandelssysteem (EU-ETS). Ondanks dat de transport- en gebouwensector beide een stijgende uitstoot zagen, betekent de vermindering van de uitstoot van de energie- en industriesector dat Duitsland dicht bij de doelstelling komt om de uitstoot met 40 procent te verminderen in vergelijking met 1990, wat de regering al een onhaalbare doelstelling achtte. De Duitse regering verliet de doelstelling om de CO2-emissie met 40% te reduceren ten opzichte van 1990 tijdens de coalitiegesprekken na de verkiezingen van 2017 en verving deze door een emissiebudget in de nieuwe klimaatwet. Minister van Milieu Schulze zei tijdens een persconferentie in Berlijn:

Met uitzondering van het jaar van de wereldwijde financiële crisis in 2009 is er geen grotere reductie geweest. In de reguliere economische tijden is er nog nooit zo’n sterke daling geweest.

De belangrijkste oorzaak voor de lagere emissiecijfers is de verminderde inzet van de kolencentrales, zei Schulze. Dit wordt veroorzaakt door zowel vervanging van kolen door aardgas als gevolg van lagere gasprijzen als door de stijgende prijzen voor CO2 in EU-ETS. De hogere CO2-prijzen zorgde zowel voor lager kolengebruik als voor grotere inspanningen door de industrie voor energie-efficiëntie. De winderige weersomstandigheden en de zachte winter hebben bijgedragen aan een lagere uitstoot, maar de lagere uitstoot in de energie- en industriesector zijn ook het resultaat van politieke beslissingen. Denk daarbij aan de uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen en de geleidelijke sluiting van kolencentrales sinds 2016.

Problemen zijn er ook voor het Duitse klimaatbeleid. Zo zijn er problemen met de uitbreiding van wind- en zonne-energie. De ontwikkelingen in de transportsector, waar de CO2 uitstoot 1 miljoen ton hoger ligt dan in 1990, en de gebouwde omgeving, waar de CO2-uitstoot 5 miljoen ton hoger ligt dan in 1990, laten zien dat vooral daar nog veel moet worden bereikt. Het laat echter ook zien dat de uitdaging voor het Duitse klimaatbeleid niet zit in de energiesector, hoe graag Nederlanders ook kritiek willen leveren op het Duitse energiebeleid. Uit twee onderzoeken in opdracht van Schulze’s ministerie van Milieu (BMU) en het ministerie van Economie (BMWi) is onlangs gebleken dat maatregelen die zijn uiteengezet in het klimaatpakket van de regering voor 2030 en de geleidelijke afschaffing van kolen niet volstaan ​​om de beoogde vermindering van 55 procent te bereiken en in plaats daarvan peil het effect tot 52 procent.

Klimaatbeleidadviseur Henrik Maatsch van WWF Duitsland zei dat het succes van de reductie de “structurele traagheid” van de klimaatinspanningen van de regering niet mag verbergen. Maatsch zei dat de regering moeite had om een ​​werkbare strategie te vinden voor het implementeren van al lang bekende oplossingen om de inzinking van windenergie-uitbreiding te overwinnen of om continue ondersteuning van zonne-energie te garanderen.

Duitse CO2-emissie 1990-2019. Bron CleanEnergyWire

UBA: groen stimuleringspakket nodig om de economische activiteit te doen herleven na de huidige neergang

UBA-hoofd Messner zei dat het belangrijk zal zijn om ervoor te zorgen dat alle ondersteunende maatregelen voor de economie zijn ontworpen met de klimaatdoelstellingen in gedachten. Waarbij hij aangeeft dat deze maatregelen bijvoorbeeld kunnen bestaan ​​uit energiezuinige renovatie van gebouwen, de uitrol van elektrische voertuigen en meer mogelijkheden voor openbaar vervoer, evenals meer aandacht voor waterstof- gebaseerde brandstoffen voor industriële toepassingen. Mesner zei:

Duitsland gaat de goede kant op met betrekking tot de klimaatdoelstellingen voor 2030 en dat is zeer welkom. We weten echter ook dat we momenteel op onze lauweren rusten, vooral met betrekking tot hernieuwbare energiebronnen.

Hij zei dat zorgen dat de uitbreiding van hernieuwbare energie weer op de rails komt en dat de elektrificatie van de transportsector snel wordt opgeschaald de prioriteit heeft. Transport-NGO VCD had kritiek op de matige prestaties op het gebied van emissiereductie in de transportsector, erop wijzend dat de winst op het gebied van motorefficiëntie routinematig wordt gecompenseerd door de verkoop van zwaardere en meer voertuigen en meer met de auto afgelegde kilometers, en dat het aandeel van het vervoer in de totale uitstoot voortdurend toeneemt. In plaats van voorrang te geven aan auto’s, zou de Duitse regering meer in moeten zetten op duurzame alternatieven, vooral in binnensteden.

Verwachting CO2 uitstoot 2020

De verwachting is dat de Duitse CO2 uitstoot in 2020 verder daalt. Deels komt dat door de hogere CO2 prijzen en de zachte weersomstandigheden in het eerste kwartaal van 2020. Een ander deel wordt veroorzaakt door de terugvallende economie als gevolg van het coronavirus. De verwachting is dat het coronavirus een tijdelijk effect heeft op de CO2 uitstoot. Reden voor UBA om te pleiten voor economisch stimuleringspakket dat rekening houdt met de lange termijn klimaatdoelen.

Dit stuk is gebaseerd op een artikel van CleanEnergyWire en eerder gepubliceerd op Sargasso.

Energieverbruik en -productie februari 2020

Februari is voorbij, dus tijd om naar ons energieverbruik van februari te kijken. Om te beginnen met een tabel met de vergelijking tussen februari 2020 en februari 2019 (alle getallen in kWh).

Wat (in kWh)20192020verschil
Ruimteverwarming756514-32%
Warm water223208-7%
Apparaten305267-12%
Verbruik/graaddag2,131,52-29%
Gasverbruik957186-81%
Elektriciteitsafname305806164%
Teruglevering025
Elektriciteitsverbruik305781156%
Zonnepanelen13369-48%
Zonnedelen54-20%
Winddelen118271129%
Zonneboiler22220%
Totaal opwekking27836632%
Netto elektriciteitsverbruik49437795%

Bruto energieverbruik en verdeling

Ons bruto energieverbruik ligt in januari plus februari op ongeveer 2.000 kWh. Dat is bijna 40% lager dan het gemiddelde over de periode 2011-2018, exclusief 2013.

Ons energieverbruik valt grofweg in drie delen uiteen: verwarming, warm water en elektrische apparatuur. Een deel van de elektrische apparatuur is gebouwgebonden, bijvoorbeeld de mechanische ventilatie. Deze reken ik voor het gemak gewoon mee met de elektrische apparaten. Alleen het elektriciteitsverbruik van de infraroodverwarming reken ik los.

Het energieverbruik voor warm water is behoorlijk constant, ongeacht het weer willen we een warme douche en verbruiken we warm water voor de vaatwasser. Het enige verschil is dat de benodigde energie in de zomermaanden door onze zonneboiler wordt geleverd. Het elektriciteitsverbruik van apparaten kent wel een licht seizoensritme. In de herfst en winter ligt het verbruik hoger dan in de in zomermaanden, omdat we in de herfst en winter meer lampen aan hebben.

Het grootste seizoenseffect zit hem in de verwarming, die in de zomermaanden uit staat. De piek in ons energieverbruik voor verwarming ligt deze winter een stuk lager dan voorgaande jaren. Wat slechts gedeeltelijk te verklaren is door een warmere winter. In de periode oktober tot en met februari hadden we afgelopen winter 1687 graaddagen, vorig jaar waren dat er 1750. Een verschil van 4%, terwijl het energieverbruik in dezelfde periode daalde met 37% (van 3.583 kWh naar 2.268). Een uitgebreidere analyse van ons verwarmingsverbruik vind je hier.

De daling van het energieverbruik door infraroodverwarming is ook terug te zien in ons totale energieverbruik dat met 8.7000 kWh nu dik onder de 10.000 kWh zit. De grote wijziging zit hem in ons energieverbruik voor verwarming.

De verandering in ons energieverbruik begint ook duidelijk zichtbaar te worden in de verdeling van ons energieverbruik tussen verwarming, elektrische apparaten en warm water. De hoeveelheid energie voor warm water is niet gestegen, maar het aandeel in onze totale energiemix stijgt wel. Alle drie de onderdelen vormen momenteel zo’n 1/3 van ons energieverbruik. Tot vorig jaar was verwarming goed voor 40-50% van ons energieverbruik.

Netto energieverbruik en energieproductie

Ons netto energieverbruik is ook gedaald ten opzichte van 2019. Net als in januari ligt het netto energieverbruik duidelijk lager dan voorgaande jaren. Dit komt deels door de goede opbrengst van onze winddelen, deels door de warmere winter en deels door de overschakeling op infraroodverwarming.

De hoeveelheid aardgas die we verbruiken ligt dit stookseizoen fors lager dan voorgaande jaren. Op jaarbasis ligt ons gasverbruik momenteel op 155 m3 aardgas. Dat is vooral opgevangen door meer stroom van het net af te nemen, hoewel dat in februari door de goede opbrengst van onze winddelen minder nodig was dan in januari.

Op jaarbasis daalt ons gasverbruik en stijgt de afname van elektriciteit van het net. Inmiddels nemen we op jaarbasis ongeveer 2.300 kWh af van het net, waarmee de inkoop van stroom zo’n 20% van ons energieverbruik vormt.

De inkoop van elektriciteit plus ons aardgasverbruik vormen samen een kleine 40% van ons energieverbruik. Voordat we overschakelden op infraroodverwarming was aardgas goed voor 50-60% van ons energieverbruik. De overschakeling zorgt er dus voor dat we een groter deel van ons jaarlijks energieverbruik zelf opwekken.

De daling van ons aardgasverbruik is goed te zien als ik energieverbruik uitsplits tussen aardgas, elektriciteit en zonnewarmte. Het aandeel aardgas is sinds maart 2019 fors gedaald en bedraagt inmiddels minder dan 20% van ons totale energieverbruik.

Afsluitend

Afsluitend kan ik stellen dat het mogelijk lijkt om in onze label C woning van het aardgas af te gaan voor minder dan Euro 20.000. Waarbij we een comfortabele woning behouden en ook ons totale energieverbruik weten te verminderen.

(bijna) een jaar met infraroodverwarming

In maart 2019 hebben we de infraroodverwarming van ThermIQ laten installeren. Inmiddels verwarmen we ons huis er op een haar na een jaar mee. Tijd voor een evaluatie en om te kijken wat er van de verwachtingen met betrekking tot energiebesparing terecht is gekomen.

Verwachtingen voor installatie

Om terug te halen: de verwachting op basis van de gegevens van ThermIQ, onze leverancier van infraroodverwarming, was dat we tenminste 1/3 op ons energieverbruik voor verwarming zouden besparen. Op basis van een langjarig gemiddeld energieverbruik voor verwarming van 5.592 kWh per standaard stookjaar met 2.790 graaddagen per jaar betekent dit een besparing van 1.864 kWh per jaar. Waarmee het verwachte elektriciteitsverbruik op 3.728 kWh komt. In november was het verwachte verbruik in een standaardjaar gedaald naar 3.600 kWh. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik bij de eerste berekeningen in 2015 nog uitging van een veel groter besparingspotentieel van infraroodverwarming, waarmee het elektriciteitsverbruik voor verwarming rond de 1.600 kWh zou liggen.

De verwachting op basis van de COP = 1 politie was dat er hooguit 15% besparing zou zijn door aanpassing van stookgedrag, of 24% energiebesparing als ik uitga van CE’s CEGOIA model.

Installatie en investeringskosten

We hebben in totaal 8 infraroodpanelen in ons huis. 6 stuks van 1.100 Watt en 2 van 550 Watt, in totaal 7.700 Watt. Deze vervangen onze Remeha Calenta CW5 met een vermogen van 6.600 tot 31.200 Watt, waarbij het piekvermogen van de cv-ketel vooral voor warm water bedoeld is.

De infraroodpanelen worden aangestuurd via de BeNext app. Daarmee zijn ook de maximale vermogens per infraroodpaneel in te stellen.

De totale kosten voor het plaatsen van 8 infraroodpanelen in ons huis, inclusief installatie en aanpassing van de elektriciteitsmeter bedragen ongeveer Euro 8.700,-

Ervaringen comfort

Tot nu toe zijn de ervaringen met de infraroodverwarming positief. De warmte is aangenaam en de infraroodpanelen weten het huis goed warm te houden. Net als bij een hr-ketel heeft het systeem een halve graad temperatuurschommeling. Bij het uitschakelen van het systeem en het afkoelen valt het wel op dat het comfort sterk daalt als de temperatuur 0,4 graden gedaald is. Een zelfmodulerend systeem dat de stralingssterkte automatisch verlaagd als de gewenste temperatuur is bereikt en een kleinere temperatuurschommeling zouden het comfort sterk kunnen verbeteren. Nu zet ik de panelen handmatig weer aan als de temperatuur met 0,3 tot 0,4 graden gedaald is.

Ervaringen gebruiksgemak

De aansturing van de panelen gebeurd bij ons thuis via BeNext. Een verbetering tegenover de oude klokthermostaat die we in de badkamer gebruikte. Wat ook een verbetering is is dat we de temperatuur met infraroodverwarming per ruimte kunnen regelen. Zeker nu de kinderen wat groter worden en ook op hun kamer willen spelen is dat een vooruitgang.

De infraroodpanelen reageren vlot, wat betekent dat we de basistemperatuur op de slaapkamers laag kunnen houden (15 graden). Door de grote mate van straling in de warmtemix is het binnen 10 tot 15 minuten comfortabel op de kinderkamers. Het verwarmen van de werkkamer op zolder vergt met 15 tot 30 minuten wat meer tijd voordat het comfortabel is.

Het bedienen van BeNext vergt wel wat ontdekken en uitproberen. De panelen worden standaard enkel 100% aangeschakeld op het moment dat een ruimte verwarmd moet worden. Dat is in ons geval, behalve bij stevige vorst, veel te veel straling om comfortabel te zijn. Het is ook veel te veel warmte als het gaat om vorstbeveiliging in een ruimte. Naast het instellen van de klokthermostaat per ruimte met de gewenste temperatuur heb ik daarom ook regels aangemaakt waarmee de verschillende infraroodpanelen een ingestelde stralingssterkte krijgen die varieert per ruimte. ’s nachts gaan ze niet harder dan 20% aan, in de ochtend gaan de keuken en de eethoek op 50% aan en de zithoek in de woonkamer slechts 30%. Bij het avondeten staan alle hoeken op 50%, ’s avonds laat gaat de zithoek wat hoger naar 70% en de keuken en de eethoek naar 40%.

Energieverbruik verwarming

Het energieverbruik voor verwarming (ongecorrigeerd voor de temperatuur) is de afgelopen 12 maanden op 3.000 kWh uitgekomen. Deels wordt dit veroorzaakt door de warme winter, of moet ik zeggen de koude herfst? Het verbruik per graaddag ligt deze winter echter ook aanzienlijk lager dan eerdere jaren. Ons voortschrijdend gemiddeld energieverbruik per graaddag over een periode van 12 maanden toont vanaf het moment van installeren in maart 2019 een duidelijk knik naar beneden, tijdelijk onderbroken door de zomermaanden. Zoals te zien in onderstaande grafiek.

De grafiek laat goed zien dat het energieverbruik per graaddag deze winter aanzienlijk lager ligt dan eerdere jaren. Ons energieverbruik per graaddag is met 44% gedaald ten opzichte van het gemiddelde over de periode 2011-2018. Als ik geen rekening hou met 2013, vanwege het hogere stookgedrag in de eerste helft van dat jaar, is het energieverbruik per graaddag nog steeds met 41% gedaald. Dat is meer dan de 33% die ThermIQ had opgegeven, en beduidend meer dan de 15 tot 24% waar de COP = 1 politie mee rekent.

Waarbij ik ook meteen de illusie kan wegnemen dat ons stookgedrag is gewijzigd: de gemiddelde temperatuur in onze woonkamer is gelijkgebleven na de overstap naar infraroodverwarming. Infraroodverwarming verwarmt objecten, en pas indirect de lucht. Daarmee zou een lagere luchttemperatuur mogelijk moeten zijn bij hetzelfde comfortniveau. Tot op heden is daar bij ons niks van gebleken. Ik heb het een paar keer geprobeerd, maar de dames hebben het meteen door en klagen over gebrek aan comfort bij een lagere luchttemperatuur.

Wanneer ik het energieverbruik voor verwarming omzet naar een standaardjaar met 2.790 graaddagen per jaar ligt het energieverbruik flink lager dan in voorgaande jaren, zoals in bovenstaande grafiek te zien is. Van gemiddeld 6.050 kWh in de periode 2011-2018, of 5.5.92 kWh als ik 2013 niet meereken, is het het energieverbruik in een standaardjaar gedaald naar 3.400 kWh. Een daling van respectievelijk 44% of 39%.

Dat is ook een stuk lager dan CE’s CEGOIA model verwacht. Het CEGOIA model gaat voor een C-label woning uit van 1.360 m3 aardgas (oftewel 12.775 kWh) bij verwarming met een hr-ketel en 9.850 kWh elektriciteit als gekozen wordt voor infraroodverwarming. In de praktijk verbruik ik veel minder aardgas in onze label C woning. Daarom heb ik gekeken naar hoeveel elektriciteit we voor verwarming zouden gebruiken uitgaande van de 24% besparing ten opzichte van de hr-ketel, waar het CEGOIA model mee rekent.

De lijn Cegoia en langjarig gas geeft aan wat het verwachte elektriciteitsverbruik van infraroodverwarming is als ik afga op 24% besparing ten opzichte van ons gasverbruik. De verwachting is dan dat ik 4.600 kWh elektriciteit voor verwarming verbruik. Daar zitten we onder. De lijn verwachting CEGOIA geeft aan hoeveel elektriciteit we verbruiken uitgaande van 24% energiebesparing ten opzichte van het jaarverbruik in de periode maart 2018 tot en met februari 2019. Ook daar zitten we onder.

Stookkosten

Een ander belangrijk punt bij het overstappen naar een andere verwarmingsbron zijn de kosten. Teruggerekend naar een standaardjaar zouden onze stookkosten tegen de huidige gasprijs zo’n 480 Euro bedragen. Verwarmen met infraroodverwarming blijkt, ondanks mijn eerste indruk vorig jaar, met 830 Euro toch 350 Euro duurder. Iets wat nog niet terug te zien is in mijn energierekening van vorig jaar. Dat zou kunnen liggen aan de warmere winter, aan de andere kant was de teruggave energiebelasting vorig jaar lager dan voorgaande jaren.

Screenshot_20200314-234931_Greenchoice

Het grootste deel van de stijging van de verwarmingskosten is overigens goed te maken wanneer de aardgasaansluiting er af kan, dat scheelt 246 Euro per jaar aan netwerkkosten en 70 Euro aan vaste leveringskosten. Een ander deel zal de komende jaren dalen wanneer de gasprijs stijgt, al scheelt dat de komende 6 jaar jaarlijks slechts 5 Euro per jaar. De daling van de energiebelasting op elektriciteit zal het verschil nog wat verder verkleinen.

Thuisbaas heeft vorig jaar een onderzoek gedaan naar het energieverbruik van verschillende woningen die ze met infraroodverwarming hebben uitgerust. Daaruit komt naar voren dat 12 van de 14 bewoners de energierekening hebben weten te verlagen. Het is dus wel degelijk mogelijk om de energierekening te verlagen met infraroodverwarming.

CO2 emissie

Een laatste niet onbelangrijk punt is hoe onze CO2 uitstoot zich ontwikkelt heeft. In de periode 2011-2018 was onze CO2 uitstoot als gevolg van verwarming zo’n 1 ton per jaar. In 2019 zijn we overgestapt op infraroodverwarming. De vraag is natuurlijk of onze CO2 uitstoot daarmee gedaald of gestegen is, want daar doen we het tenslotte toch voor?

Nu kun je grofweg op twee manieren rekenen met CO2 emissies en elektriciteit. Je kan uitgaan van de netgemiddelde CO2 uitstoot per kWh of van de CO2 emissie van de stroom die je afneemt. In ons geval zijn we klant bij GreenChoice, waar we een stroommix afgnemen met 27% biogas.

In 2019 lag onze CO2 uitstoot voor verwarming op 0,5 ton CO2 als je uitgaat van de elektriciteitsmix die we afnemen. Als je uitgaat van de gemiddelde CO2 factor van het Nederlands elektriciteitsnet komen we uit op een CO2 uitstoot van 1,1 ton CO2. Oftewel uitgaande van de mix die we afnemen van het elektriciteitsbedrijf is onze CO2 emissie gehalveerd. Uitgaande van de netgemiddelde CO2 uitstoot per kWh is onze CO2 uitstoot zo’n 10% gestegen.

In 2020 zal onze CO2 uitstoot van verwarming naar verwachting ten opzichte van 2019, doordat ons gasverbruik in 2020 lager zal zijn dan in 2019. Dit wordt namelijk het eerste kalenderjaar waarin we de cv-ketel niet voor verwarming inzetten.

Anders dan bij aardgas wordt het elektriciteitsverbruik de komende jaren verder vergroend, er van uitgaande dat de plannen uit het nationaal klimaatakkoord uitgevoerd worden. Daardoor zal de CO2 emissie van onze infraroodverwarming de komende jaren dalen.

Klimaatzaak tegen uitbreiding Heathrow gewonnen

In Nederland zijn alle ogen nog gericht zijn op de wijze waarop de Nederlandse overheid dit jaar gaat voldoen aan de uitspraak van het Hogerechtshof in de klimaatzaak, die Urgenda aanspande. Ondertussen zitten klimaatactivisten aan de andere kant van de Noordzee ook niet stil. Inmiddels hebben ze voor de derde keer uitbreidingsplannen van een vliegveld geblokkeerd. Waarvan twee keer door stemming in een gemeente- of districtsraad en een keer via de rechter met een beroep op de verplichtingen die het Verenigd Koninkrijk  is aangegaan in het klimaatverdrag van Parijs.

Eerder dit jaar stemden Uttlesford District County tegen de uitbreidingsplannen van Stansted en stemde de gemeenteraad van Bristol tegen de uitbreidingsplannen van het vliegveld van Bristol. Dit gebeurde mede door druk van omwonenden en van klimaatactivisten, zoals Extinction Rebellion, Greenpeace en Friends of the Earth (Milieudefensie). Omwonenden maken zich zorgen over de negatieve effecten voor de volksgezondheid van geluidsoverlast en luchtvervuiling.

In de uitspraak tegen de uitbreiding van Heathrow stelde de rechter dat de regering ten oprechte geen rekening had gehouden met de het klimaatakkoord van Parijs bij het vaststellen van de uitbreidingsplannen voor Heathrow:

The government when it published the ANPS (Airports National Policy Statement) had not taken into account its own firm policy commitments on climate change under the Paris agreement. That, in our view, is legally fatal to the ANPS in its present form.

De Britse regering heeft al aangegeven niet in cassatie te gaan tegen de uitspraak van de rechter. Heathrow Airport is dat wel van plan. De uitbreiding van Heathrow was alleen gebaseerd op de Britse klimaatwet uit 2008. De rechter heeft de uitbreiding niet verboden, maar eist dat de regering duidelijk maakt hoe die zich verhoudt tot het klimaatakkoord. Een derde landingsbaan kan er wel komen in de toekomst, als deze past binnen het Britse klimaatbeleid.

De uitspraak is een eerste keer dat plannen van een bedrijf getoetst zijn aan het klimaatakkoord van Parijs. Daarmee kan de uitspraak ook grote gevolgen hebben voor bedrijven in andere landen. Dennis van Berkel, die als advocaat van duurzaamheidsorganisatie Urgenda betrokken was bij de klimaatzaak tegen de Nederlandse staat, stelt tegen NRC:

Deze uitspraak laat zien dat het Parijs-akkoord niet zomaar een intentieverklaring is. Overheden zullen moeten uitleggen hoe hun beleid aansluit bij Parijs.

Door deze uitspraak wordt de luchtvaartsector, die buiten het klimaatakkoord van Parijs was gehouden, alsnog binnen de reikwijdte van het klimaatakkoord gebracht. Dit kan ook gevolgen hebben voor de uitbreidingsplannen van Schiphol en Lelystad Airport. Milieufederatie Noord-Holland zal de uitspraak gebruiken om naar de rechter te gaan, zegt directeur Sijas Akkerman tegen NRC. Het wachten is op een concreet besluit tot uitbreiding.

De uitspraak kan ook gevolgen hebben voor de verschillende rechtszaken die wereldwijd lopen tegen het klimaatbeleid van bedrijven. Bijvoorbeeld voor de zaak van Milieudefensie tegen Shell in Nederland.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Verbod op varend ontgassen per 1 oktober 2020

Het Kabinet heeft gisteren ingestemd met de aanpassing van het Scheepsafvalstoffenbesluit. Deze aanpassing is nodig om het ontgassingsverbod uit het internationale Scheepsafvalstoffenverdrag CDNI op te nemen in de Nederlandse regelgeving. Het voorstel wordt nu ter voorhang aan zowel de Eerste als Tweede Kamer gezonden. Als de Tweede en Eerste Kamer instemmen gaat het verbod op 1 oktober 2020 in.

Daarmee wordt vanaf oktober 2020 het tweede deel van de regelgeving actief, waarmee het verbod afdwingbaar wordt. Op vragen of de bestaande regels voor varend ontgassen uit het ADN, die sinds juli vorig jaar van kracht zijn, niet een de facto verbod op varend ontgassen betekenen heeft Sargasso nog steeds geen bevredigend antwoord gekregen van het ministerie van I&M of de Inspectie Leefomgeving en Transport. Zodra de aanpassing van het Scheepsafvalstoffenbesluit van kracht is is het antwoord op deze vraag achterhaald.

Het wordt nu wel zaak dat gemeenten, provincies en rijk eindelijk werk maken van het realiseren van een netwerk van locaties waar binnenvaartschepen verantwoord kunnen ontgassen. Zonder zo’n netwerk is het verbod op varend ontgassen namelijk zeer waarschijnlijk niet juridisch houdbaar.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Quote du Jour | Corporations should pay a higher tax rate than school teachers

De belastingmoraal en vooral de lage belastingtarieven voor multinationals liggen in Nederland al langer onder vuur. Ook in de VS neemt de kritiek toe:

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Europese kolensector in mineur, net als in de VS

 De elektriciteitsproductie door kolencentrales in de EU is vorig jaar met bijna een kwart gedaald ten opzichte van 2018. De daling was het grootst in landen met veel wind- en zonne-energie. Ook werd er in 2019 voor het eerst meer elektriciteit opgewekt met behulp van zonne-energie en windenergie dan met kolen. Dat blijkt uit de jaarlijkse analyse van de elektriciteitsproductie door Sandbag en Agora Energiewende. De wereldwijde malaise in de kolensector is daarmee ook in de EU voelbaar.

Ontwikkeling van elektriciteitsproductie door kolen, wind- en zonne-energie.

De productie van elektriciteit dor kolencentrales in de EU daalt al sinds 2002. De productie van elektriciteit door zon en windenergie stijgt al jaren. Inmiddels wordt er meer stroom opgewekt met behulp van wind- en zonne-energie dan door kolencentrales. Als de dalende lijn van kolen doorzet produceert windenergie alleen meer stroom dan kolencentrales. Sinds 2010 daalde de elektriciteitsproductie van kolencentrales met 10%.

De daling doet zich voor in alle landen van de EU, maar met name in landen met veel groene stroom. In Duitsland daalde de productie van kolenstroom met 58 TWh, waarvan 26 TWh steenkool en 32 TWh bruinkool. Daarmee zet ook de daling van bruinkool nu door. Bruinkoolcentrales stoten meer CO2 uit en hebben dus ook meer last van de gestegen CO2 prijzen. Uniper heeft inmiddels aangeven haar Duitse steenkoolcentrales in 2025 te willen sluiten.

Gas krijgt geen voet tussen de deur

Ondanks de vaak gebezigde opvatting dat aardgas een belangrijke transitiebrandstof is wisten gascentrales de afgelopen jaren niet te profiteren van de afname van elektriciteitsproductie door kolencentrales. De elektriciteitsproductie van gascentrales steeg in 2019 wel, maar ligt nog steeds 1% lager dan in 2010. Ook het aantal nieuw gebouwde gascentrales valt tegen. Wat al duidelijk was uit de problemen die Siemens heeft bij haar gasturbine onderdeel. Een onderdeel dat Siemens probeert te verzelfstandigen en waarvan het de Hengelose vestiging in 2018 verkocht aan VDL. Slechts in een beperkt aantal landen wist gas te profiteren van de daling van kolenstroom.

Verandering in elektriciteitsmix per land 2010-2019

Wat ook opvalt is dat de daling van kolenstroom het grootst is in landen met veel groene stroom. Met name in Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland daalt de hoeveelheid kolenstroom. Ook in kolenland Polen is de elektriciteitsproductie van kolencentrales gedaald. De productie van wind- en zonne-energie steeg sinds 2010 juist met met 13%. De elektriciteitsproductie van kerncentrales en biomassa/biogas veranderde nagenoeg niet. De elektriciteitsproductie van kernenergie daalde met een kleine 1%, vooral doordat kerncentrales in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk minder stroom produceerde.

Ontwikkeling CO2 emissie elektriciteitssector

Door de daling van kolenstroom en de daling in het elektriciteitsverbruik is ook de CO2 uitstoot van de elektriciteitssector gedaald. Ten opzichte van 2018 daalde de CO2 emissie van de elektriciteitssector met 12%. De verwachting is dat er dit jaar wederom veel wind- en zonne-energie bij gaat komen in de EU. Sandbag en Agora Energiewende verwachten daarom dat de daling van kolenstroom in 2020 door zal zetten.

Ontwikkelingen in de VS

De situatie in de Verenigde Staten was niet veel beter dan in de EU in 2019. Ondanks Trump’s verkiezingsbelofte om de kolensector te helpen, sloot een fors aantal kolencentrales de deuren. De verwachtingen voor 2020 zijn niet veel beter.

De Energy Information Administration (EIA) verwacht dat het aandeel van kolen in de Amerikaanse elektriciteitsmix de komende vijf jaar terugloopt naar ongeveer 13%. Mogelijk dat er nog wat cadeau’s worden uitgedeeld in de verkiezingstijd om onrendabele kolencentrales open te houden. Het is echter een kwestie van tijd tot goedkopere aardgascentraels, maar vooral ook duurzame elektriciteitsproductie de rol van kolen overnemen in de VS. Daarmee lijkt ook voor de VS de rol van aardgas als transitiebrandstof eindig.

Ontwikkelingen Japan

Japan is een van de weinige resterende landen die snelheid maakt met de bouw van nieuwe kolencentrales. De komende vijf jaar wil Japan 22 nieuwe kolencentrales bouwen. Daarmee zet Japan de geloofwaardigheid van ‘de groen’ Olympische Spelen nog meer onder druk. Eerder werd al bekend dat de waterstof voor de Olympische Spelen geproduceerd gaat worden met Australische bruinkool.

Conclusie

In de EU en in de VS is de neergang van de kolensector in 2019 niet tot staan gebracht en het lijkt er ook niet op dat dat de komende jaren zal veranderen. In de EU zijn er nog slechts 8 lidstaten waar de discussie over de einddatum voor kolen nog moet beginnen, 2 waar de discussie loopt en 16 die een einddatum hebben ergens tussen 2020 en 2038.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.