Infrarood de kritiek

Twee weken geleden publiceerde ik een stuk waarin ik de energiekosten sinds het installeren van de infraroodpanelen van ThermIQ vergeleek met de kosten van stoken met een HR-ketel. Dat leidde tot nogal wat commentaar. Daarom hierbij een stukje verduidelijking en verheldering. Te beginnen met een stukje duiding van onze situatie. Op LinkedIn enTwitter vliegen me daarover namelijk behoorlijk wat aannames om de oren.

Beschrijving van ons huis en ons stookgedrag

We wonen met 2 volwassenen en 2 kinderen in een tussenwoning van 119 m2 met energielabel C, bouwjaar 1991. We stoken de woonkamer tot 20 graden Celsius, de badkamer verwarmen we ongeveer twee uur per dag. In de badkamer zit sinds 2014 een infraroodpaneel voor de verwarming. De rest van het huis staat ingesteld op 15 graden Celsius. Ons gasverbruik vanaf 2014 is dus nagenoeg volledig veroorzaakt door verwarming van de huiskamer en door warm water.

We hebben de afgelopen jaren al een hele reeks maatregelen genomen. We hebben een zonneboiler, zonnepanelen, Winddelen, zonnedelen, kozijnen op zoalder aan de zuid-zijde vervangen, isolatie op de aanvoer leidingen aangebracht, radiatorfolie achter de radiatoren aangebracht, radiatoren zijn voorzien van klokthermostaten, alles naar led en halogeen verlichting overgezet, tochtstrips aanbrengen, etc. Een volledig overzicht vind je hier.

In maart 2019 hebben we infraroodpanelen laten installeren in de woonkamer, de hal, 2 slaapkamers en op zolder. In de woonkamer is de instelling weer 20 graden. Ik heb 18 en 19 graden Celsius geprobeerd, maar dat leverde binnen 2 dagen klachten over gebrek aan comfort van de 3 andere huisbewoners op. Het idee van een lagere luchttemperatuur heb ik daarmee voorlopig laten varen. De gemiddelde luchttemperatuur in de woonkamer in maart en april 2019 week ook nagenoeg niet af van de gemiddelde luchttemperatuur in dezelfde periode in 2018 (0,1 tot 0,2 graden Celsius).

De infraroodpanelen zijn, met uitzondering van de badkamer, traploos instelbaar in intensiteit tussen de 0 en de 100%. De panelen in de woonkamer schakelen gelijktijdig aan en uit en staan alle 3 op nagenoeg dezelfde intensiteit, waardoor de woonkamer egaal verwarmd wordt.

Ons huis kent een aantal comfortklachten. In de huiskamer worden deze niet zozeer veroorzaakt door de roosters in de schuifpui, als wel door de koudeval van de aluminium schuifpui zelf en door de kou die aan de voorkant via de vloer het huis in trekt. De radiatoren zijn vrij krap bemeten voor de woonkamer en weten de koudeval bij de schuifpui niet te compenseren of voorkomen. Het is niet mijn verwachting dat deze comfortklachten weg zijn door de infraroodverwarming, het is wel mijn hoop dat ze gelijk blijven of van karakter veranderen.

De kinderen vinden in de winter hun kamer te koud om in te spelen en hun bed (te) koud als ze naar bed gaan. Dit hebben we niet kunnen verhelpen met individuele klokthermostaten, de hoop is dat de infraroodpanelen dit comfortprobleem wel weg gaan nemen. Dat zal wel extra energie gaan kosten.

Eerst energievraag verminderen

In onze C-label woning hebben we de afgelopen jaren de volgende hoeveelheden gas verbruikt voor verwarming, waarbij ik het gas heb omgezet naar een standaardwoning van 120 m2 en gecorrigeerd naar 2.802 graaddagen. Dat is het gemiddeld aantal graaddagen per jaar voor De Bilt in de periode 2000-2018. Ter vergelijking het gemiddeld gasverbruik voor een C-label woning volgens de Vesta MAIS infobladen van CE. Ik heb in de informatiebladen niet kunnen vinden met hoeveel graaddagen Vesta Mais werkt, dus mocht 2.802 niet kloppen dan hoor ik dat graag, dan pas ik de berekeningen aan.

JaarVerwarming in kWhReductie t.o.v. Vesta Mais
Vesta Mais13.4860%
20115.682-58%
20126.368-53%
20138.942-34%
20145.256-61%
20155.258-61%
20165.667-58%
20175.291-61%
20185.979-56%
Gem. 2011-20186.055-55%
Gem. excl. 20135.643-58%
Gem. 2014-20185.490-59%

In mijn eerdere bericht heb ik er voor gekozen om uit te gaan van het gemiddeld gasverbruik voor verwarming in de periode 2014-2018. In bovenstaande tabel is te zien dat dat de meest gunstige is voor de HR-ketel, het gasverbruik voor verwarming is in deze periode namelijk gemiddeld het laagst. Het laat ook zien de stelling dat ik eerst had moeten kijken naar naar vraagreductie wat kort door de bocht is. Ten opzichte van het gemiddelde modelverbruik volgens Vesta Mais ligt ons verbruik gemiddeld al ruim de helft lager.

Waarmee ik niet wil zeggen dat er geen ruimte is of was voor verdere verlaging. In het 7 puntenplan om afscheid te nemen van de helft van je gasrekening van Lars Boelen staat 1 maatregel die enkel effect heeft op de hr-ketel en niet op de warmtevraag van andere verwarmingsbronnen: cv-tunen. Verwacht effect: 15-20% besparing op gasverbruik voor verwarming. Dat betekent in ons geval 824-1098 kWh besparing. Waarbij ik twijfel of het volle potentieel haalbaar is vanwege het formaat van de radiatoren in de huiskamer, die aan de kleine kant zijn. Op koude dagen (vorst of tegen de vorst aan) is het al jaren lastig om onze huiskamer behaaglijk te krijgen met de cv-ketel. Ofwel het is koud ofwel het is benauwd.

Alle andere maatregelen uit het 7 puntenplan van Lars Boelen hebben naar mijn mening ook effect op de warmtevraag als een andere verwarmingsbron dan een HR-ketel wordt gekozen. Mocht ik dat verkeerd zien, dan hoor ik dat graag in de commentaren.

Nu hebben modellen zo hun beperking, dus het lijkt me zinnig om te kijken hoe ons gasverbruik zich verhoudt tot de gaslevering aan vergelijkbare woningen in dezelfde periode. Bij het CBS zijn deze data te vinden voor de periode 2012-2017. Waarbij ik ons verbruik vergelijk met tussenwoningen, bouwjaar 1975-1992, met 100-150m2 vloeroppervlak en energielabel C. Dat levert onderstaande tabel op voor gaslevering per m2:

JaarHuis werkelijkGemiddelde5e percentiel
201155,6

201265,7112,367,4
201393,7113,368,4
201449,5102,660,6
201552,7100,659,6
201657,8101,659,6
201754,0101,660,6
201858,4
Verschil
Gem 2011-201860,9105,3-42%
Gem excl 201356,2103,7-46%
Gem 2014-201854,5101,6-46%

In bovenstaande tabel is dus niet gecorrigeerd voor graaddagen en is ook niet gekeken naar gaslevering voor ruimteverwarming of voor warm water, maar is enkel gekeken naar de werkelijk gaslevering van het net aan woningen. Waarbij de levering is omgerekend naar kWH/m2 vloeroppervlakte.

Bovenstaande tabel laat goed zien dat we ook dan onder het gemiddelde gasverbruik zitten. Op 2013 na behoren zitten we bij het 5e percentiel, oftewel de zuinigste stokers. De stelling ga eerst eens je gasverbruik verminderen is dus een beetje kort door de bocht.

Wanneer ik het gasverbruik op deze wijze bekijk is de periode 2014-2018 gemiddeld wederom onze zuinigste periode, dus de meest ongunstige voor infraroodpanelen om mee vergeleken te worden.

Je hebt geen jaargegevens en graaddagen ontbreken

Ik heb inderdaad nog geen gegevens voor een volledig jaar of stookseizoen van mijn eigen woning, een terecht kritiekpunt van sommige reacties. Daar staat tegenover dat ik bij mijn keuze voor infraroodverwarming niet over één nacht ijs ben gegaan. Ik heb praktijkgegevens van meerdere woningen over meerdere stookseizoenen. Gemiddeld laten deze woningen 35% minder energieverbruik voor verwarming zien t.o.v. een hr-ketel op aardgas. Maart en april 2019 waren warmer dan gemiddeld, daar is in de analyse voor gecorrigeerd m.b.v. graaddagen.

2019 was een zonniger jaar, dus je hebt minder kosten dan in 2018

Op zich was deze al ondervangen, doordat ik in mijn vorige bericht de kosten voor 2019 vergeleek, waarbij de opbrengst van zonnepanelen, zonneboiler en winddelen niet verandert door de keuze voor een andere verwarmingsbron. Voor de werkelijke kosten ben ik daarbij uitgegaan van de werkelijke verbruiken en opwekking, zoals ik die hier al had vermeld. Voor het gemak herhaal ik de getallen hieronder.

Wat20182019verschil
Ruimteverwarming261167-36%
Verbruik/graaddag1,810,95-48%
Elektriciteitsafname281593111%
Elektriciteitsverbruik28141347%
Zonnepanelen21227831%
Zonnedelen1912-37%
Winddelen9452-45%
Zonneboiler1511627%
Totaal opwekking4775046%
Netto elektriciteitsverbruik-4471-260%

Bovenstaande tabel laat zien dat de zonnepanelen in april 2019 inderdaad meer hebben opgewekt dan in april 2018. Terwijl de zonnedelen en winddelen minder hebben opgeleverd en de zonneboiler juist wat meer heeft opgeleverd. Voor de vergelijking van de energiekosten tot en met april 2019 maakt dat niet uit. De verschillen in opwekking zijn namelijk in alle 3 de berekeningen voor 2019 meegenomen. Voor de werkelijke kosten vrij simpel door naar de werkelijke verbruiken en opwekking tot en met april te kijken. De kosten zijn dus niet vergeleken met 2018.

Voor de kosten met hr-ketel heb ik het elektriciteitsverbruik en gasverbruik gecorrigeerd voor het energieverbruik t.g.v. verwarming. Voor verwarming m.b.v. infrarood ben uitgegaan van de verbruikscijfers uit het BeNext systeem. Om het gasverbruik met een hr-ketel te berekenen ben ik uitgegaan van het gemiddeld aantal kilowattuur dat we in maart en april in de periode 2014-2018 hebben verbruikt per graadddag met onze hr-ketel. Het verbruik is dan gelijk aan het aantal graaddagen keer het gemiddeld aantal kWh/graadag. Vermenigvuldig dit met de prijs van aardgas en je hebt de stookkosten met hr-ketel. Tel deze op bij de energiekosten en trek er de verwarmingskosten met infrarood vanaf en je hebt een inschatting van de energiekosten als we niet over zouden zijn gestapt van een hr-ketel naar infraroodverwarming.

Omgerekend naar een standaardjaar tegen de tarieven van 2019 geeft dat onderstaand beeld. Waarbij de kosten wel gestegen zijn ten opzichte van verwarmen met een hr-ketel, maar zeker niet zo veel als ik zou verwachten op basis van COP = 1.

Voor de hypothese COP =1 ben ik ervan uitgegaan dat elke kWh die de hr-ketel een op een vervangen wordt door een kWh elektriciteit. Als die een onjuiste weergave is van wat energie-experts met hun stelling COP = 1 bedoelen dan daag ik ze uit om een toetsbare hypothese achter te laten in de reacties.

Energiekosten zijn ongeschikt om de COP uit te rekenen

Een volledig terecht punt. Mijn werkhypothese, die ik al een paar maanden herhaal hier is dat met COP = 1 bedoelt wordt dat infraroodverwarming geen energie bespaart, zoals een warmtepomp dat wel doet. Een warmtepomp maakt m.b.v. een eenheid elektrische energie meerdere eenheden warmte, vaak uitgedrukt in de COP. Bij een COP van 5 zouden we onze warmtebehoefte van gemiddelde 5.400 kWh kunnen leveren met iets meer dan 1.000 kWh elektriciteit. Bij een COP van 1 is er 5.400 kWh elektriciteit nodig om 5.400 kWh warmte te leveren. Bij een elektrische COP = 1 verwarming verwacht ik dus dat mijn elektriciteitsverbruik op jaarbasis met die hoeveelheid toeneemt. Als ik dat verkeerd verwacht dan hoor ik graag hoe de hypothese dan zou moeten luiden.

Bij de hypothese COP = 1 verwacht ik echter dat ons energieverbruik voor ruimteverwarming vergeleken met een standaardjaar niet tot nauwelijks verandert. Ook betekent het dat ik verwacht dat de variabele energiekosten stijgen, want een kilowattuur elektriciteit is 3 keer zo duur als een kWh gas. Nu snap ik dat die laatste stap een tandje te kort door te bocht kan zijn, daarom hieronder het werkelijk energieverbruik omgezet naar standaardjaar vergeleken met het verwachte energieverbruik op basis van HR en de hypothese dat infraroodverwarming zich gedraagt als een COP =1 verwarming.

Maand20192019 HR/COP=1
Begin jaar00
Januari13511351
Februari23872387
Maart29013162
April30943517

Omgerekend naar een standaard jaar, verbruik ik ruim 400 kWh minder voor ruimteverwarming dan verwacht op basis van ons gemiddelde stookgedrag in de periode 2014-2018. Best wel wat op een totaal van 3.500. Voor de maand maart en april had ik op basis van COP = 1 een elektriciteitsverbruik van 1.130 kWh voor verwarming verwacht (in een standaard jaar). Het werden er 708. Een verschil van 37%. In lijn met de 35% die Gerard de Leede, Professor of Practice Smart Cities, JADS, als praktijkeffect in zijn woning waarneemt. Een resultaat ook dat in lijn is met wat ik zelf een aantal jaar geleden berekende voor een infraroodwoning die ik bezocht en waarvan ik jaarcijfers ontving.

De energietransitie gaat toch om CO2 reductie?

In deze vraag liggen een ten minsten twee aannames verborgen. Ten eerste dat energietransitie enkel om CO2 reductie gaat, ten tweede dat de overstap van aardgas naar infraroodverwarming geen CO2 besparing oplevert.

Om bij de eerste te beginnen. De energietransitie kent voor mij meerdere doelen. Uiteraard gaat het om het tegengaan van klimaatverandering, maar het gaat ook om zaken als het verminderen van onze afhankelijkheid van dictatoriale landen als Saoudi Arabië, het democratiseren van onze energievoorziening (ik ben niet voor niets (bestuurs)lid bij een lokale energiecoöperatie en het terugdringen van mijn fossiele energiegebruik. Elektriciteit is vooralsnog eenvoudiger te verduurzamen dan gas.

Ook op milieugebied is energietransitie voor mij geen single issue, er zijn meer milieuproblemen dan enkel klimaatverandering. Verder schreef ik in 2015 al dat ik van gas af wilde, zodat Nederland warm houden geen reden meer kon zijn om de gaskraan in Groningen open te houden. Inmiddels is bekend dat de gaskraan in Groningen uiterlijk in 2030 dicht gaat (lees: uiterlijk dan is het aardgas in Groningen op), dus dat argument gaat minder op. Daarvoor in ruil komt een CO2 argument: we zullen gas moeten gaan importeren om onze huizen warm te stoken.

Zowel het transport naar Nederland als de conversie van buitenlands gas naar gas dat geschikt is voor het Nederlandse net kost energie. De nieuwe stikstoffabrieken die voor de conversie gebouwd worden zijn grote stroomvreters, aanvoer van LNG is ook een grote energievreter. Daar komt nog bij dat de methaanemissies (een broeikasgas dat 25 keer zo sterk is als CO2) bij winning en transport waarschijnlijk te laag worden ingeschat. Mijn verwachting is daarom dat de CO2 footprint van aardgas de komende jaren zal stijgen. Tegelijkertijd wordt de CO2 footprint van elektriciteit lager, doordat het aandeel groene stroom in de elektriciteitsmix de komende jaren stijgt.

Door meer stroom af te nemen verhoog je het gasverbruik in centrales

Alweer een aanname, die niemand kan onderbouwen. Want weet u op enig moment waar uw stroom vandaan komt? Dat is in het huidige systeem simpelweg niet te achterhalen, behalve voor mijn eigen zonnestroom en voor mijn winddelen. Voor beide geldt dat ik mijn verbruik af zou kunnen proberen te stemmen op de opwekking.

Voor alle andere gevallen geldt: op jaarbasis neem ik 100% Nederlandse groene stroom af. Het systeem garandeert dat elke kWh die ik extra gebruik ook extra opgewekt moet worden. Uiteraard is de hoeveelheid groene stroom beperkt, maar dan nog is het op dit moment simpelweg niet mogelijk om te bepalen waar de extra stroom vandaan komt.

De beste benadering voor dit moment is, naar mijn weten, het GHG protocol, waarin wordt voorgeschreven dat de footprint van elektriciteit bij voorkeur op 2 manieren berekend wordt. Ten eerste door te kijken naar de afgenomen stroom en ten tweede door te kijken naar het netgemiddelde. Om bij de eerste te beginnen: we nemen stroom af van Greenchoice, een combinatie van Nederlandse wind en biomassa. De stroom van biomassa is bij Greenchoice afkomstig van vergisters, dus niet van Canadees en Amerikaans gekapt hout.

Als ik de CO2 footprint van ons energieverbruik op basis van infraroodverwarming vergelijk met de CO2 footprint op basis van HR-verwarming kom ik op de volgende getallen. Bij verwarmen met gas in een standaardjaar stoten we 1,1 ton CO2 uit. Bij verwarmen met infrarood verwacht ik in een standaardjaar 3.600 kWh nodig te hebben, dat levert 0,25 ton CO2 uitstoot op als ik naar het stroometiket van Greenchoice kijk en 1,5 ton CO2 als ik uitga van de netgemiddelde CO2 uitstoot per kWh. Of er sprake is van een daling of een stijging van de CO2 uitstoot is dus niet zo eenduidig. Zoals eerder aangegeven kan het tunen van de hr-ketel theoretisch maximaal 1098 kWh aan gas besparen, dat levert maximaal 0,2 ton CO2 reductie per jaar op. De combinatie van groene stroom met infraroodverwarming levert 0,85 ton CO2 reductie op. En het ging toch om CO2 reductie?

Deze CO2 reductie die ik bereken op basis van de stroom die ik afneem is in lijn met wat een andere grote kwaliteitsleverancier van infraroodverwarming in Oostenrijk voorrekent op basis van een woning met een vloeroppervlak van 119 m2 en een warmtevraag van 54 kWh/m2 per jaar. Al heb ik niet kunnen achterhalen met welke emissie per kWh daarbij gerekend wordt.

Hoe stem je op een eerlijker financieel systeem?

Finance Watch, een organisatie die zich in zet voor een eerlijker financieel systeem in de EU, heeft de voorstellen van de verschillende Europese fracties voor financiële hervormingen beoordeeld. Daarbij is gekeken of de voorstellen de stabiliteit van het financiële systeem verbeteren, het democratiseren van financiële instituties en de ontwikkeling van financieel beleid, verschuiving van geldstromen naar duurzame investeringen en voorbereiding op toekomstige financiële crisis. Daaruit komen duidelijke verschil tussen de verschillende fracties.

Finance Watch

Finance Watch is een organisatie die zich er voor inzet dat het financieel systeem de samenleving dient. Onder de leden bevinden zich onder andere Transparency International, BEUC (de Europese consumentenorganisatie), Oxfam, Consumentenbond, SOMO en verschillende vakbonden. Volgens Finance Watch is het huidige financiële systeem nog steeds instabiel en niet voorbereid op de toekomst. Finance Watch is van mening dat er op vier fronten veranderingen nodig zijn en heeft dit vastgelegd in een visie op het financieel systeem met daarbij behorende voorstellen voor verandering in het huidige systeem.

Finance Watch heeft haar wensenlijst vergeleken met de EU brede manifesten van 6 Europese fracties. De Europese fracties Europa van Vrijheid en Directe Democratie (EFDD) en Europa van Naties en Vrijheid (ENF) hebben nog nooit een EU breed manifest gepubliceerd en hebben ook niet gereageerd op vragen van Finance Watch.

Overzicht Nederlandse fracties in Europa

De meeste Nederlandse partijen werken in Europa samen in een fractie met leden uit meerdere lidstaten. Hieronder een overzicht van politieke partijen en de Europese fractie waarin ze samenwerken, op volgorde van het huidig aantal parlementsleden:

Stabiliteit financieel systeem

Met betrekking tot de stabiliteit van het financieel systeem heeft Finance Watch verschillende wensen geformuleerd. Op de eerste plaats mag geen financiële instelling to big to fail zijn. Finance Watch wil een scheiding tussen traditionele bankactiviteiten en investeringsbanken. Verder wil Finance Watch het toezicht op financiële instellingen hervormen om stranded assets te voorkomen. Tot slot wil Finance Watch regelgeving om schadelijke financiële speculatie te voorkomen en krediet bubbels te vermijden, bv. door schaduwbanken te reguleren.

Democratiseren van het financieel systeem

Finance Watch heeft verschillende wensen die ze scharen onder het kopje democratiseren van het financieel systeem. Zo willen ze dat financiële instellingen rekenschap geven van de impact van hun leningen en investeringen op het halen van de VN Sustainable Development Goals. Ook willen ze dat de invloed van de financiële lobby beperkt wordt. Verder behoren burgers toegang te hebben tot een basisset aan financiële diensten, die nodig zijn voor economische en sociale deelname binnen de EU. De volledige lijst met eisen is te vinden op de website van Finance Watch.

Verduurzaming financieel systeem

Finance Watch wil een verschuiving van kapitaal naar duurzame investeringen. Om dat te bereiken willen ze dat het EU Action Plan on Financing Sustainable Growht bijdraagt aan het halen van de doelen uit het klimaatakkoord van Parijs en de Sustainable Development Goals van de VN. Alle wetgeving zou moeten bijdragen aan het uitfaseren van investeringen en leningen aan sociaal- en milieuschadelijke activiteiten. Ook zouden centrale banken en toezichthouders risico’s ten gevolge van klimaat, milieu, ongelijkheid en sociaal moeten meewegen in hun beslissingen.

Voorbereiden op de volgende crisis

Finance Watch vind dat het huidige financieel stelsel onvoldoende voorbereid is op de volgende crisis. De voorstellen die ze heeft om dit te verbeteren zijn veelal technisch van aard, maar gaan onder andere over het verbeteren van stresstesten voor banken en andere financiële instellingen. En over de veiligheid van kritische IT infrastructuur op nationaal en EU niveau.

Conclusie

Als het gaat om de verbeteringen in het financieel systeem die volgens Finance Watch nodig zijn om het financieel systeem eerlijker te maken doen de Greens (GroenLinks), Socialists & Democrats (PvdA) en GUE/ENGL (SP en PvdD) het beter dan andere Europese fracties. Alleen als het gaat om de voorbereiding van het financieel stelsel op de volgende crisis komen de Christian Democrats (CDA) enigzins mee. Het is natuurlijk mogelijk dat de individuele nationale fractie betere plannen heeft dan blijkt uit het Europees manifest van de fractie waartoe een partij behoort, of dat het stemgedrag een ander beeld geeft. Wil je de Nederlandse verkiezingsprogramma’s voor de Europese verkiezingen vergelijken dan kun je terecht bij ons overzicht van stemwijzers voor de Europese verkiezingen. De analyse van het stemgedrag ten aanzien van klimaatbeleid vind je hier.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Bas Eickhout over klimaat

Voor wie de komende dagen wat meer behoefte heeft aan inhoud in plaats van aan proefballonnen, essays of opvattingen van niet verkiesbare politici hierbij het klimaatcollege van Bas Eickhout van afgelopen zondag en de link naar zijn eerdere interview bij De Correspondent. Goed voor uw kennis over klimaatverandering, maar vooral ook goed voor uw kennis over de werking van de Europese Unie en over hoe een politicus daar effectief in kan opereren.

Voor wie Bas Eickhout niet kent: hij is de lijsttrekker voor GroenLinks bij de Europese Parlementsverkiezingen en heeft als rapporteur van het Europees Parlement o.a. strengere eisen aan het gebruik van f-gassen (2013), ondanks de lobby van Brock & Ollie, op zijn naam staan en meer recent het invoeren van een CO2 norm voor vrachtauto’s.

Ook als je niet op GroenLinks stemt kan het geen kwaad om wat inhoud op te snuiven tussen alle laveldel en paardenraces nieuwtjes door. Wil je inhoudelijk partijen vergelijken dan kan je bij Sargasso terecht voor een overzicht van stemwijzers. Voor een beoordeling van het stemgedrag op klimaatgebied kan je hier terecht en Finance Watch heeft een beoordeling van de kwaliteit van de voorstellen voor financiële stabiliteit.

Klimaatcollege

Interview De Correspondent

Het elitaire stemgedrag van Europa’s anti-elite partijen

Corporate Europe Observatory heeft een onderzoek gepubliceerd naar wat ze autoritair-rechtse politieke partijen noemt, zoals de PVV in Nederland. CEO onderzocht of het stemgedrag van deze partijen overeenstemt met het beeld dat ze scheppen van een partij die opkomt voor de gewone hardwerkende mens en sociale rechten. De uitkomst: nee, met de PVV als slechts scorende. Van de 14 onderzochte voorstellen steunde de PVV er maar één. Iets om over na te denken als u donderdag in het stemhokje staat.

Het onderzoek

Corporate Europe Observatory (CEO) is een Europese onderzoeks- en campagne organisatie, die de invloed van het bedrijfsleven op de Europese Unie onderzoekt. Voor dit onderzoek onderzocht CEO hoe de verschillende autoritair rechtse partijen stemden over 14 voorstellen die te maken hebben met sociale rechten voor werkende mensen. De onderzochte voorstellen gaan bijvoorbeeld over gezondheid en veiligheid op het werk, fatsoenlijke werkomstandigheden, het tegengaan van belastingontwijking, het invoeren van een Europees minimumtarief voor winstbelasting van 25% en bescherming van werknemers tegen kankerverwekkende en mutagene stoffen.

De PVV stemde tegen 13 van de 14 onderzochte voorstellen, waaronder alle hiervoor genoemde voorstellen, en is daarmee de slechts scorende autoritair rechtse partij.

Working class heroes?

CEO concludeert dat autoritair rechtse partijen vaak claimen dat ze de enige zijn die het opnemen voor de gewone werkende mens, maar bij nader onderzoek blijkt daar uit hun stemgedrag en gedrag weinig van. Sterker veelal steunen ze de rijken en het grote bedrijfsleven. Deze partijen zeggen vaak tegen corruptie te zijn, maar ze hebben een slecht track record als het gaat om tweede baantjes of ander schandalen. Ze zeggen belastingontwijking en de macht van multinationals te willen aanpakken, maar als er voorstellen voor liggen maken ze terugtrekkende bewegingen of sluiten ze een bondje met multinationals. Slechts op één punt maken ze hun verklaarde principes waar: autoritair rechtse partijen stellen veelal niet om klimaatverandering te geven. De meeste doen dat ook niet, de PVV inclusief.

Bij autoritair rechtse partijen die aan de macht zijn, zoals Lega, Fidesz en ANO, is de praktijk van corruptie, bevoordelen van het grote bedrijfsleven (zowel nationaal en internationaal) en zelfs de creatie van nieuwe oligarchen. Aan dit rijtje kan inmiddels de FPÖ worden toegevoegd, waarvan de voorman in een klassieke honeytrap getrapt te zijn. In een video die vrijdag opdook bij de Süddeutsche Zeitung en Der Spiegel praten de politici van de FPÖ met een vrouw, die zich voordoet als een vermogende Russische, over hoe zij zo’n 250 miljoen euro kan investeren in Oostenrijk, bijvoorbeeld door de grote krant Kronen Zeitung over te nemen. Die zou volgens Strache de FPÖ dan een handje kunnen helpen bij de verkiezingscampagne en in ruil zou de Russische dan alle openbare opdrachten in de wegenbouw toegespeeld krijgen. Inmiddels heeft de video met vermeende omkoping tot de val van het Oostenrijkse kabinet geleidt.

Conclusie

Europese autoritair rechtse partijen, de PVV incluis, laten in hun stemgedrag in het Europees Parlement weinig zien van de beleden bescherming van de hardwerkende medemens. Ook van het aanpakken van de macht van het grote bedrijfsleven of de rijken blijft er in de praktijk weinig over.

CEO concludeert dat geen van de autoritair rechtse partijen die aan de macht zijn een beter werkende democratie heeft gecreëerd, waarin burgers gehoord kunnen worden en beleid dat hun leven raakt kan beïnvloeden. Sterker de aanvallen op de persvrijheid, de rechtspraak en het maatschapelijk middenveld in Hongarije, Polen en Tsjechië maakt het veel moeilijker om politici verantwoordelijk te houden voor de gevolgen van hun beleid.

Er valt donderdag 23 mei dus wat te kiezen.

Het hele onderzoek van CEO is hier te vinden volledige overzicht van de stemmingen is hier te vinden.

Infraroodverwarming: de energiekosten willen maar niet stijgen

Begin maart zijn onze infraroodpanelen geïnstalleerd. In maart en april hebben we ons huis er mee warm gehouden, waarbij de cv-ketel enkel gebruikt is voor warm water. Verder stond de cv op het zomerprogramma. Eerder heb ik al ons energieverbruik van de maanden maart en april geanalyseerd. Daarbij heb ik niet gekeken naar de variabele energiekosten. Hoog tijd om dat wel te doen, uitgaande van de hypothese dat infraroodverwarming een warmterendement heeft van 100%, of zo je wilt een COP van 1 verwacht ik dat de energiekosten over de eerste vier maanden van dit jaar fors gestegen zijn. Een kWh warmte via aardgas kost namelijk 8 Eurocent, dezelfde kWh via elektriciteit kost in ons geval 22 Eurocent tijdens daluren en 25 Eurocent tijdens piektarief.

Variabel energiekosten 2011-2019

Ik begin met de werkelijke kosten, waarbij niet gecorrigeerd is voor verandering in tarieven. Hier onder staan de cumulatieve kosten voor aardgas per jaar.

In bovenstaande grafiek is goed te zien dat de kosten voor aardgas in maart en april nauwelijks gestegen zijn. De lijn 2019 HR laat zien wat de verwachte ontwikkeling van de kosten voor aardgas zijn als uitgegaan wordt van het aantal graaddagen in maart en april 2019 vermenigvuldigd met het gemiddelde aardgasverbruik per graaddag maart en april in de periode 2014-2018. Ten opzichte van de situatie met een HR ketel hebben we Euro 86 minder aan aardgas uitgegeven.

Ik heb de periode 2011-2013 buiten beschouwing gelaten, omdat het gasverbruik in 2013 erg veel hoger lag dan in andere jaren en omdat in 2013 de laatste grote veranderingen in ons huis zijn gedaan (onder andere het plaatsen van zonnepanelen).

De elektriciteitskosten zijn uiteraard wel gestegen nu we ons huis verwarmen met infraroodpanelen. In totaal met 101 Euro. Wat betekent dat we tot nu toe per saldo 15 Euro duurder uit zijn door over te schakelen op infraroodverwarming. Op het eerste gezicht lijkt dat niet in lijn met de verwachting dat de verwarmingskosten met een factor 3 stijgen (uitgaande van COP = 1).

Variabele energiekosten omgezet naar 2019

Het is natuurlijk mogelijk dat de verandering in energiekosten veroorzaakt wordt verandering in de tarieven voor gas en elektriciteit. De overheid heeft de energiebelasting op gas tenslotte verhoogd per 1 januari, terwijl de energiebelasting op elektriciteit is verlaagd. Daarom heb ik alle verbruiken van gas en elektriciteit sinds 2011 omgezet naar de huidige tarieven. Voor gas geeft dat geen schokkende resultaten. Als is in onderstaande grafiek wel beter zichtbaar dat ons gasverbruik in 2019 lager ligt dan in andere jaren.

Het meest interessant om te toetsen of de verwarmingskosten met een factor 3 gestegen zijn is onderstaande grafiek met de variabele kosten voor elektriciteit. Uitgaande van COP = 1 zou ik daar een forse stijging verwachten tot Euro 326. Ruim boven 2012 en 2013, de 2 duurste jaren tot nu toe. De werkelijke variabele kosten bedragen 193 Euro. Een verschil van Euro 133 tussen de theorie COP=1 en de praktijk. Waar ik meteen bij wil voegen dat de gemiddelde binnentemperatuur in maart en april 2019 niet wezenlijk verschilt heeft van de binnentemperatuur van maart en april 2018. Bij gebruik van een hr-ketel voor verwarming hadden de elektriciteitskosten uiteraard lager gelegen.

Tot slot dan het effect op de totale variabele energiekosten. Ook dan is in onderstaande grafiek goed te zien dat de ontwikkeling van de werkelijke kosten afwijkt van de energiekosten die te verwachten zijn als de hypothese COP = 1 waar zou zijn. In werkelijkheid ontlopen de kosten voor verwarming met een hr-ketel en infraroodverwarming elkaar bij ons na twee maanden gebruik nauwelijks.

Conclusie

Eerder had ik al aangeven dat ons energieverbruik niet echt aanleiding gaf om te geloven dat de hypothese dat infraroodverwarming gelijk staat aan een verwarming met een COP van 1 in de praktijk stand houd. Uit de omrekening naar geld komt, logischerwijs, nu dezelfde conclusie naar voor. De werkelijke energiekosten zijn niet gestegen, zoals de Nederlandse theorethyse hypothese COP=1 voorspelt. Waarbij in ons geval verwarmen met infrarood nauwelijks een financiële besparing oplevert ten opzichte van een hr-ketel. Terwijl een kWh elektriciteit 2,7 (dal) tot 3,3 (piek) keer zo duur is als een kWh gas. Het lijkt er dus eerder op dat een kWh van onze infraroodpanelen 2,7 tot 3,3 kWh van gasverbruik vervangen, waarmee mijn eigen verbruik in lijn is met de infrarood woning die ik in 2015 analyseerde. Al is COP een stomme maat voor een verwarming die niet primair de lucht verwarmt.

Energieverbruik en opwekking april 2019

April is voorbij, dus tijd om naar ons energieverbruik over april te kijken. Waarbij ik meteen kan melden dat ik redelijk wat wijzigingen heb gemaakt in mijn berekingen in verband met de slimme meter die we hebben en in verband met de overgang naar infraroodverwarming. Het kan dus goed zijn dat er hier en daar nog een foutje in de spreadsheet zit die de komende maanden naar boven gaat komen. De ergste zijn er volgens mij uit, waarmee de getallen over maart met terugwerkende kracht licht zijn gewijzigd.

Kengetallen voor april

Om te beginnen een tabelletje met wat kengetallen over april. Waarmee meteen het eerste verschil binnenkomt: al het energieverbruik reken ik vanaf nu om in kilowattuur. Dat telt lekker makkelijk op en het vergelijkt ook makkelijker.

Wat20182019verschil
Ruimteverwarming261167-36%
Verbruik/graaddag1,810,95-48%
Elektriciteitsafname281593111%
Teruglevering180
Elektriciteitsverbruik28141347%
Zonnepanelen21227831%
Zonnedelen1912-37%
Winddelen9452-45%
Zonneboiler1511627%
Totaal opwekking4775046%
Netto elektriciteitsverbruik-4471-260%
Saldo elektriciteit op jaarbasis-163

Wat in bovenstaande tabel meteen opvalt is dat ons energieverbruik voor ruimteverwarming fors is gedaald. Niet alleen in absolute zin (van 261 kWh naar 167 kWh), maar ook per graaddag. April was de eerste volledige maand waarin we ons huis enkel volledig met infraroodverwarming hebben verwarmd. Nog een beetje vroeg om hele harde conclusies te trekken, maar de stelling dat het overgaan van gasgestookte cv-ketel naar infraroodverwarming geen een op een vervanging is van gas door elektra durf ik na 2 maanden wel aan

Door de overschakeling op infraroodverwarming is ons totale elektriciteitsverbruik uiteraard wel gestegen. In totaal verbruikte we in april 47% meer dan in april 2018. Ons gasverbruik is daarmee wel gedaald met 28m3 en bedroeg in april slechts 4 m3. Omgerekend zo’n 40 kWh. De ruimteverwarming werd geleverd door infraroodverwarming en de zonneboiler leverde een groot deel van het warme water.

Een andere opvallende is dat onze eigen zonnepanelen meer hebben opgebracht dan vorig jaar, maar dat onze zonnedelen en winddelen beide minder hebben gepresteerd. Bij de Winddelen komt dat deels doordat er voor de periode 26 t/m 30 april geen gegevens beschikbaar zijn. Per saldo steeg de hoeveelheid opgewekte energie wel t.o.v. 2018.

Gewijzigde berekening gasverbruik warm water

Afgelopen maand heb ik opnieuw berekend hoeveel gas we verbruiken voor warm water. Daarbij ben ik uitgegaan van de gemiddelde gaslevering aan een C-label woning voor de jaren 2012-2017. Volgens het CBS gaat het om de volgende hoeveelheden:

CBS aardgaslevering C labelm3/m2
201211,5
201311,6
201410,5
201510,3
201610,4
201710,4

Het gaat hier om het aantal kubieke meter per vierkante meter woonoppervlak. Onze woning is 119m2 en ik ben uit gegaan van 20% gasverbruik voor warm water. Verder ben ik er van uitgegaan dat onze zonneboiler het hele jaar warmte levert, alleen veel minder in de wintermaanden dan in de zomer.

MaandMaximaal aandeel zonneboiler in warm water
Januari5,00%
Februari10,00%
Maart25,00%
April75,00%
Mei75,00%
Juni90,00%
Juli90,00%
Augustus90,00%
September75,00%
Oktober50,00%
November10,00%
December5,00%


Verdeling energievraag tussen warm water, ruimteverwarming en overige elektra

Op basis van de nieuwe verdeling tussen warm water en verwarming heb ik afgelopen weken onderstaande grafiek ontwikkeld over de verdeling van de energievraag over warm water, ruimteverwarming en overige elektrische apparatuur. Dat geeft het volgende beeld:

In bovenstaande grafiek is goed te zien hoe groot de piek is die veroorzaakt wordt door onze energievraag voor ruimteverwarming. Het verbruik voor warm water en andere elektrische apparatuur kent een veel vlakker verloop. Voor de invoer van led-lampen was met name het verbruik van andere elektrische apparatuur hoger en meer seizoensgebonden. De pieken werden tot februari van dit jaar geleverd door aardgas. Door de installatie van de infraroodpanelen gaat dat veranderen. Ook de piek zal geleverd worden door elektriciteit. Een eerste begin van hoe die piek er dan uit gaat zien is in onderstaande grafiek te zien, waar is weergegeven wat de bron van energielevering is (gas, zonnewarmte, zonnedelen, zonnepanelen, winddelen of inkoop van groene stroom).

Duidelijk te zien is dat in maart en april 2019 het gasverbruik daalt en het elektriciteitsverbruik stijgt. In april gebruikten we voor 66% elektriciteit en voor 26% de zonneboiler. Op jaarbasis is de verschuiving richting elektriciteit vooralsnog gering. Het aandeel elektriciteit is opgelopen tot 36% en de zonneboiler voorziet in 10% van onze energiebehoefte, ruim 50% van ons energieverbruik de afgelopen 12 maanden is dus nog geleverd door aardgas. Pas vanaf het nieuwe stookseizoen zal het aandeel aardgas verder teruglopen. Onze totale energiebehoefte kruipt ook langzaam terug naar minder dan 10.000 kWh per jaar.

Energieverbruik verwarming

Begin maart is

In maart heb ik onderstaande hypotheses geformuleerd over ons energie verbruik voor verwarming:

HypotheseCOP = 135% energiebesparing66% energiebesparing
Extra elektriciteitsverbruik (in kWh/Jaar5.6003.7001.900
Energiebesparing (in kWh/jaar)01.9003.800
Verbruik (in kWh/graaddag)2,11,40,7
Verbruik (in m3 gas/graaddag)0,220,140,07
Verbruik (in kWh/m2 per jaar)473116*

Aangezien ik behoorlijk heb zitten wijzigen in mijn spreadsheet is het tijd om deze hypotheses opnieuw te berekenen. Waarbij ik de hypotheses nu formuleer op basis van een standaard stookjaar (2801 graaddagen, langjarig gemiddelde van 2001-2018 volgens Warmtepompweetjes). De hypotheses luiden dan als volgt:

HypotheseCOP=135%66%
Energie verwarming6.0553.9362.059
Energiebesparing0,02.1193.996
Verbruik kWh/graaddag2,21,40,7
Verbruik in kWh/m2513317

Infraroodverwarming

In de laatste twee maanden van ons stookseizoen hebben we ons huis met infraroodpanelen verwarmt. In april is ons energieverbruik voor verwarming uitgekomen op 167 kWh. Belangrijker is dat het verbruik per graaddag gedaald is tot 0,9 kWh/graaddag. In maart was dit 1,3 kWh per graaddag en in 2018 1,8 kWh per graaddag. In onderstaande grafiek is goed zichtbaar dat in maart en april het energieverbruik per graaddag in 2019 lager ligt dan in voorgaande jaren. Een verschil dat overigens niet voort lijkt te komen uit een lagere ruimtetemperatuur. De gemiddelde temperatuur in april was met 20,7 graden Celsius namelijk 0,2 graden hoger dan in 2018. Voor zover ik kan beoordelen ligt de thermometer op dezelfde plaats boven op een kast (ongeveer 2 meter boven de grond) en buiten bereik van de straling van onze infraroodpanelen.

Het totale energieverbruik voor verwarming in 2019 ligt vooralsnog op schema om tot de zuinigste jaren te gaan behoren.

Als je bovenstaande grafiek bekijkt dan zul je snappen dat ik er nog goede hoop op heb dat 2019 ons zuinigste jaar wordt. En dat ik er op reken dat we ook dit jaar weer onder de 50 kWh/m2 voor ruimteverwarming uitkomen in onze C-label woning. In onderstaande grafiek is het energieverbruik voor verwarming gecorrigeerd voor temperatuur. Ook dan is 2019 tot nu toe een van de meest energiezuinige jaren en valt op hoe extreem veel we voor ons doen hebben gestookt in 2013.


Conclusie

De hypotheses over ons verbruik voor verwarming zijn geformuleerd op jaarbasis, dus met zekerheid valt er nog weinig over te zeggen. Wat wel te zeggen valt is dat het verbruik per graaddag in maart en april op respectievelijk 1,3 en 0,9 kWh per graaddag lag. Dat ligt aanzienlijk lager dan ons gemiddelde verbruik in voorgaande jaren. Ook ligt het verbruik dichter in de buurt van de besparingshypotheses dan in de buurt van de COP=1 hypothese. Voorlopig is het echter een half jaar wachten op nieuwe resultaten, want het stookseizoen is bijna afgelopen.

Varend ontgassen: de saga continues

De afgelopen maanden zijn er veel vragen gesteld door lokale, provinciale en landelijke politici over varend ontgassen. De antwoorden hierop zijn inmiddels voor het merendeel binnen en de minister van Infrastructuur en Water heeft een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer gestuurd. Ook geeft de VVD Rotterdam nog steeds groots op van hun initiatief om in het gebied Groot Rotterdam een pilot met handhaving van een verbod op varend ontgassen uit te voeren. Tijd dus om me daar weer eens een Paasweekend lang doorheen te worstelen en mijn bevindingen te delen. De lezer die het dossier varend ontgassen van zeer zorgwekkende stoffen op Sargasso langer volgt zal zich niet verbazen dat ik na het lezen van alle stukken weer eindig met meer vragen dan antwoorden. Op 8 mei spreek ik tijdens de Maritime Industry beurs over varend ontgassen, wie weet krijg ik dan antwoorden.

Continue reading “Varend ontgassen: de saga continues”