Open IO: A public resource for estimating the sustainability of products and services

Internet blijft verbazen, en zeker het Sustainability Consortium, waar nu 2 Nederlandse bedrijven lid van zijn. Na Unilever (dat een van de founding members is) is ook Ahold toegetreden.

En het consortium lijkt door te zetten op open data in machineleesbaar format:

Open IO is an Input/Output based life cycle inventory database that provides a free, comprehensive, transparent and continually improving resource for product sustainability information and analysis for both corporate decision makers and academic researchers. The project will provide information on the major impact categories (GHG, Water use, Toxics, Criteria Polutants, etc). This project will serve as a core element to ongoing or future extension projects, including the Industry Average Database Framework, the Global Open IO model and others.

Peer into the Future

The current Open IO dataset provides life cycle information on greenhouse gas emissions.  However, it is important to examine other impact categories to avoid shifting environmental burdens.  Therefore, we are working on a new database version to incorporate toxic and criteria pollutants, water consumption and withdrawals, and primary energy consumption.

Our upcoming resources include:

  • Toxics Satellite Matrix
  • Criteria Pollutants Satellite Matrix
  • Water Satellite Matrix
  • Primary Energy Satellite Matrix

Dit initiatief past ook bij het samenkomen van de trends van duurzaamheid, transparantie en openheid waar ik vorig jaar al over heb beschreven.

In combinatie met het initiatef Kijk of het klopt (zie ook dit eerdere bericht) kan het de komende jaren leuk worden voor de consument die op zoek is naar duurzame producten en diensten.

Heeft iemand informatie of Nederlandse universiteiten en kennisinstellingen, zoals bv. Wageningen Univeriteit, al toenadering zoeken tot het Sustainability Consortium? Gezien de omvang van de leden van het consortium is de kans tenslotte groot dat het consortium een majeure impact gaat hebben op de methodologie van levenscyclus analyses.

En nu op naar de Leefbaarometer 2.0

De afgelopen maanden ben ik weer blij verrast met een aantal mooie overheidsinitiatieven om statistieken beter toegankelijk te maken voor burgers, een onderwerp waar ik al eerder over schreef. De initiatieven variëren van het vernieuwen van de gegevens op een website over leefbaarheid tot de aankondiging dat iedere overheidsdienst haar informatie in een open standaard, herbruikbaar en machine leesbaar dient te gaan aanbieden.

De Leefbarometer

VROM heeft een nieuwe versie van de Leefbaarometer gepubliceerd. Op deze site kun je zien hoe het gesteld is met de leefbaarheid bij jou in de straat, buurt, wijk of stad. Ook zijn de trends sinds 1998 te volgen. De site combineert volgens de NRC gegevens uit veel verschillende bronnen. Imposant, alleen wat kan je als burger weinig met de Leefbaarometer in zijn huidige vorm…

Wat wil ik dan?

Ik ga begin volgend jaar zoeken naar een ander huis. De leefbaarheid van een buurt is daarbij voor mij erg belangrijk, dus de Leefbaarometer bevat een schat aan nuttige informatie. Alleen waarom kom ik daar niet bij op de plek waar ik het wil hebben (Jaap, Funda of andere huizensites)? En waarom kan ik deze tijd van individualisering en de mondige burger niet zelf aangeven welke aspecten ik van belang vind voor de leefbaarheid van de buurt waar ik een huis ga zoeken?

Het kan ook anders

Dat het ook anders kan laat de Wereldbank zien. Zij hebben hun statistieken via een zogenaamde publieke API benaderbaar gemaakt. Dat betekent dat bouwers van websites en ontwerpers de gegevens van 17 indicatoren kunnen opvragen en op hun eigen website kunnen tonen. Google is daar recent mee begonnen, zodat je bij zoekvragen die te herleiden zijn tot Wereldbank statistieken nu de officiële statistieken bovenaan de zoekresultaten te zien krijgt. Zoek bv. op internetgebruikers in de VS en zie de Wereldbank gegevens over Internet users as percentage of population, United States bovenaan staan.

Kent iemand een makkelijkere manier om officiële statistieken in de top 10 van zoekresultaten terug te krijgen? Want als je nu zoekt op ¨ontwikkeling leefbaarheid Nederland” komt op 1 het nieuwsbericht van VROM tegen, maar de Leefbaarometer staat niet in de top 10 en het nieuwsbericht van VROM bevat geen link naar de Leefbaarometer.

Gegevens die in de top 10 van zoekresultaten terecht komen gelden voor veel mensen als betrouwbaar. Of dat terecht is is een tweede, je kan er als overheid echter ook gebruik maken van dergelijke mechanismes. Wanneer de burger steeds wantrouwiger tegen de overheid staat is het wellicht tijd om gebruik te maken van het vertrouwen dat andere merken uitstralen.

Wat wil ik dan?

De hoofdprijs is een publieke API zoals de Wereldbank heeft op de databanken van CBS, CPB, SCP, PBL, emissieregistratie, Kadaster, RIVM, KvK en politie, en een herbruikbare, machine leesbare lijst met geodata van alle verstrekte overheidssubsidies (in open standaard).

Als detailniveau kan het viercijferige postcodegebied worden genomen. Op die manier zijn de gegevens geanonimiseerd in te lezen door derden. Denk daarbij niet alleen aan zoekmachines zoals Google, maar ook aan commerciële sites als Funda of non profit sites als Jijendeoverheid.nl en verbeterdebuurt.nl.

Wat heb je daar dan aan?

Om even terug te gaan naar het voorbeeld aan het begin. Wanneer ik een huis ga zoeken wil ik andere voorzieningen in de buurt en heb ik andere voorkeuren dan iemand die bijna met pensioen gaat. Met een dochter hecht ik veel waarde aan groen in de buurt, schone lucht, weinig geluidshinder, een kindvriendelijke buurt, scholen op loopafstand en weinig tot geen zeden- of geweldsdelicten. Autodiefstallen vind ik minder interessant, want ik heb geen auto. Ook voorzieningen voor ouderen vind ik op dit moment nog niet zo heel erg interessant.

Het punt is dat ik nu wel 10 websites moet afstruinen om de gegevens bij elkaar te sprokkelen. Dat is niet meer van deze tijd. Ik wil de gegevens in een handzaam overzicht op de plek waar ik toch al ben, dus als ik een huis zoek op de huizensite die ik gebruik.

Het bijeffect van het aanbieden van de data op de plaats waar je zoekt naar een product of dienst is dat je mensen in staat stelt om abstracte begrippen als luchtkwaliteit en geluidsoverlast mee te laten wegen in hun keuze. Een snelweg op 100 meter van je huis? Dat levert x DB geluidsoverlast op. Combineer het met het actievermogen dat bv. De Eerlijke Bankwijzer biedt en de veroorzaker van de overlast krijgt meteen druk op de ketel om de overlast te beperken. Dat levert dus een permanente druk op verlaging van externe effecten op, zoals eerder beschreven.

Wat heeft de beleidsmaker/onderzoeker hieraan?

Als je kijkt naar het concept van Verbeterdebuurt.nl, waar mensen klachten en storingen kunnen melden die door de site worden doorgeleid naar de juiste overheidsdienst om op te lossen. Dan is snel te zien wat het voordeel voor de overheid kan zijn. De leefbaarheid van een buurt wordt (denk ik) negatief beïnvloedt door kapotte straatlantaarns, slecht wegdek en slecht onderhouden groen. Verbeterdebuurt.nl biedt bewoners en bezoekers van een buurt de mogelijkheid om klachten hierover door te geven aan de overheid.

Door het combineren van de gegevens van de Leefbaarometer met de meldingen van Verbeterdebuurt.nl kan de gemeentelijke onderhoudsdienst prioriteiten stellen. Bijvoorbeeld door als uitgangspunt te nemen dat klachten in buurten waar het slecht gesteld is met de leefbaarheid binnen sneller verholpen zijn dan in buurten waar het goed gesteld is met de leefbaarheid. Of door sneller te kunnen zien of verstrekte subsidies of genomen maatregelen het gewenste effect hebben. Uiteraard kost het in sommige gevallen jaren om resultaten te boeken, wat niet wegneemt dat nu vaak de nulmeting ontbreekt. De Leefbaarometer biedt een mooie basis om als nulmeting te dienen, wat veel onderzoekswerk en tijd scheelt. En daarmee dus ook gemeenschapsgeld.

Hoe pak je dat dat aan?

Als eerste stap kan begonnen worden met een publieke API voor de datasets die gebruikt zijn voor de Leefbaarometer. Om te zorgen dat de data herbruikbaar wordt moet deze open zijn. Hoe je overheidsinformatie kunt ontsluiten doet kun je hier lezen, zoals ik ook al eerder beschreven heb.

De tweede stap is publicatie van het model op een wijze die de gebruiker van de site in staat stelt om zelf de waarde van parameters in te stellen. Een derde de publicatie van alle verstrekte subsidies zijn (en andere locatiespecifieke maatregelen) ter verbetering van een van de parameters uit het model. De vierde het toevoegen van de mogelijkheid om je eigen bevindingen aan de site toe te voegen, zodat de leefbaarheid op maandbasis gemonitord kan worden in plaats van eens in de 3 jaar.

Ook geplaatst op het netwerk van Ambtenaar 2.0

Open overheidsdata

Sinds de tweede helft van 2008 ben ik in mijn prive tijd betrokken bij het project Ambtenaar 2.0. Via Ambtenaar 2.0 ben ik meerdere leuke overheidsinitiatieven tegengekomen die raken aan mijn inzet voor de werkgroep ICT van GroenLinks. Een daarvan is de verkenning naar open overheidsdata van Ton Zijlstra en James Burke in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit project is inmiddels afgerond.

Het project heeft een interessante poster met een basale flowchart open data opgeleverd. Uitermate bruikbaar voor ambtenaren (en burgers!) die overheidsdata willen hergebruiken. De poster is zowel in het Engels als in het Nederlands beschikbaar. Het product heeft een Creative Commons-licentie, die bronvermelding vereist en niet-commerciële toepassing vrij toestaat, evenals het aanpassen van het werk en doorgeven onder eenzelfde licentie. Hieronder vind je de Nederlandse versie. Je kan deze downloaden vanaf de site Vrije Data.

Bron: Ambtenaar 2.0

Openheid over open standaarden bij gemeenten

Een paar weken geleden heeft Brenno de Winter samen met Stichting Vrijschrift een WOB verzoek ingediend bij alle Nederlandse gemeenten met als doel inzicht te krijgen in de uitvoer van het programma Nederland Open in Verbinding (zie bv. Livre en en Big Wobber). In normaal Nederlands: hoe staat het bij gemeenten met de invoer van open standaarden voor software?

Geen raar verzoek als je bedenkt dat Nederland steeds meer van ICT en internet aan elkaar hangt. Dan is het toch relevant voor burgers en bedrijven om te weten hoe ’t staat met de invoer van open standaarden.

Ook niet raar als je bedenkt dat de GroenLinks fractie in Amersfoort in samenwerking met de werkgroep open source software (WOSS) begin dit jaar vragen heeft gesteld aan de gemeente over de aanbesteding voor nieuwe desktops.

Wat, ondanks mijn post, binnen GroenLinks blijkbaar weinig impact heeft gehad want de fractie in Utrecht lijkt de merkspecifieke aanbesteding waar Webwereld over bericht te laten lopen. Al kan ik me voorstellen dat de fractie wat anders aan z’n hoofd heeft dan aanbestedingen van software met de huidige breuk in het collega van B&W.

Open standaarden

Het grote succes van internet komt (m.i.) voor een groot deel door de open standaarden die afgesproken zijn voor het maken van een website (in het verleden html). Het huidige internet gaat echter niet om webpagina’s, maar om sites die bestaande databronnen op een slimme en zinvolle manier weten te combineren. Een futuristische blik op wat dat kan opleveren heb ik eerder al gepost. Een bestaand voorbeeld is Neighborhood Knowledge Los Angeles. Een verzameling gegevens van burgers, bedrijfsleven en overheden waarmee trends veel eerder gespot worden.

Nu begrijp ik ook wel dat dat soort zaken nog een maatje te ver gaan voor NOiV. Dat neemt niet weg dat het hanteren van open standaarden voor data de eerste stap is daarnaar toe. Alleen door open standaarden te gebruiken kun je data namelijk makkelijk combineren of hergebruiken.

De reactie van gemeenten

Ondertussen lijkt een aantal gemeenten (waaronder de gemeente Eindhoven,) weinig trek te hebben in het WOB verzoek van Brenno de Winter en stichting Vrijschrift. Sterker nog: sommige ambtenaren dreigen om de indieners van het WOB verzoek op kosten te jagen. Wat me persoonlijk minimaal in strijd lijkt met de geest van de Wet openbaarheid bestuur, of het volgens de letter mag weet ik niet (want ik ben geen jurist).

Inmiddels heb ik namens de werkgroep open source software en open standaarden (WOSS) ook aandacht gevraagd voor de houding van de ambtenaren van de gemeente Eindhoven bij de GroenLinks fracties in Eindhoven.

Nu maar hopen dat GroenLinks zelf ook wat wakkerder wordt en ook lokaal de druk gaat opvoeren om werk te maken van de Motie Vendrik. Op het partijcongres van GroenLinks is een paar jaar geleden eenzelfde soort motie voor de eigen partij aangenomen van de hand van Koen Martens.

Wil je meehelpen? Neem dan contact op met de Werkgroep open source software (WOSS) of meld je aan voor onze mailinglist.

TED talks: ruwe data mobiel toegankelijk maken

De TED talks zijn al weer een paar maanden geweest, alleen was ik nog niet toegekomen aan ’t bekijken van de filmpjes en praatjes. Via de mailbox en via web komen de meest interessante gelukkig ook door.

De eerste gaat over het belang van open, ruwe data. De tweede toont de mogelijkheden daarvan. De derde toont de mogelijkheden van een slimme combinatie van mobiele apparaten. In het filmpje een zesde zintuig genoemd.

Aan het eind ook nog kort wat over Nederlandse initiatieven op het gebied van open data.

Open, ruwe data

De eerste gaat over een concept dat internet en de samenleving naar mijn mening sterker gaat veranderen dan internet tot nu toe al deed: The next Web of open, linked data (via Walter Brand).

Een eerste vleugje van wat ruwe, open data kan betekenen zit in onderstaand filmpje van Hans Rosling uit 2007. Vooral het hercombineerbaar maken geeft geweldige resultaten. Boodschap: het schijnbaar onmogelijke is mogelijk.

The 6th sense

In het tweede filmpje laat Pattie Maes zien wat het zesde zintuig dat Pranav Mistry van de Fluid Interface Group van MIT kan betekenen. Werkelijk bizar wat nu al mogelijk is met componenten die zo’n $350 dollar kosten (via Ronald van den Hoff).

Combineren

Het wordt helemaal interessant om te bedenken hoe dat er uit gaat zien als je deze twee zaken gaat combineren. Hercombineerbare open, linked data op het internet met de mobiele interface uit het derde filmpje.

Lijkt me wel wat: boodschappendoen en meteen terug kunnen zien hoe ecologisch verantwoord en mensvriendelijk een product gemaakt is volgens mijn favoriete actiegroepje…

Of door de straat lopen en meteen kunnen zien waar putdeksels losliggen en hoe lang al. Waarna ik de verantwoordelijk wethouder of m’n gemeenteraadslid meteen een bericht kan sturen om te vragen wanneer ze waar voor m’n belastinggeld gaan leveren 😉

Nederlandse overheid & open data

Heb je zelf ideeën over welke overheidsdata vrijgegeven zou moeten worden? Die kan je hier achterlaten.

Heb je zelf ideeën over wat er kan met (overheidsdata), dan is het leuk om te weten dat Erwin Blom in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt aan een Nederlandse versie van Showusabetterway en misschien zelfs een Data Unlucking Service.

Dat in open informatie ook brood kan zitten voor ondernemers blijkt uit het feit dat het weblog Verse Overheid een site wil oprichten voor overheidswidgets. Waarmee makkelijker widgets en mashups van bestaande overheidsgegevens mogelijk worden.

Bevrijd de postcode

Zit die gevangen dan? Blijkbaar wel, postcodes zijn een standaard van TNT. Van de site van TNT:

De gemeentes bepalen de straatnamen en huisnummers in een zogenaamd “Gemeentelijk Raadsbesluit” en geven deze besluiten door aan TNT.

Na ontvangst door het TNT Postcode Coördinatie Centrum (PCC) zorgt deze voor toekenning van de postcode bij dat adres. Postcode.nl ontvangt deze mutaties wekelijks en verwerkt deze in de database.

Dat was handig toen TNT een overheidsbedrijf/dienst was. Inmiddels is het wellicht niet zo handig meer. Kortom: teken de petitie en maakt het 6PP project overbodig.

Bronnen: Frankwatching, Iusmentus

PS Ja, ik weet ‘t, ik ben niet altijd even snel met ’t oppikken van dit soort ontwikkelingen.

DOT 2.0: duurzaam, open, transparant en dat met internet

De dotcom boom is al een tijdje over. De huidige crisis maakt naar mijn mening echter een aantal trends zichtbaarder. Trends die versterkt en mogelijk gemaakt zijn door technieken waarvan de wortels in de dotcom boom liggen. Voor het gemak noem ik ’t dot 2.0. Waarbij dot staat voor: duurzaam, open en transparant.

De afgelopen jaren ben ik er steeds meer van overtuigd geraakt dat openheid & transparantie bij duurzame ontwikkeling horen. Waarbij openheid & transparantie (misschien?) belangrijker zijn om duurzame ontwikkeling op gang te brengen en houden, dan het stellen van normen.

Duurzaamheid

De roep om duurzaam staat weer prominent op de agenda sinds de film An Inconvenient Truth met Al Gore. Sindsdien is het weer bon ton om te zeggen dat je begaan bent met het milieu, zure regen, ozonlaag, mensenrechten, armoedebestrijding. Oh nee, duurzaamheid. Voor ’t gemak vaak verengd tot klimaatverandering.

Ik geloof zelf niet dat we de komende generaties duurzaam zullen worden, wel duurzamer. Daarom spreek ik zelf liever van duurzame ontwikkeling. Waarbij ik beweging houden in het systeem belangrijker vind dan de norm van vandaag. De definitie van het Kabinet is daarbij een mooie leidraad bij het maken van besluiten en keuzes. Duurzame ontwikkeling gaat volgens het Kabinet over een afweging tussen people, planet, profit. Hier en elders, nu en later.

In de ideale situatie vind er geen enkele afwenteling plaats tussen people, planet, profit, hier en elders, of nu en later. We leven echter niet in het hemels paradijs, al is Nederland gelukkig ook geen aards tranendal. Dat betekent dat je bij iedere keuze die je maakt, als consument, burger of in je werk, afwegingen maakt. Die afwegingen hebben impact op een van de vele dimensies van duurzame ontwikkeling.

Een eerste stap op weg naar duurzamer handelen is je bewust zijn van afwentelingsmechanismen. De keuze daarin is vaak erg persoonlijk, de een geeft meer om natuur. De ander om sociale rechtvaardigheid, een derde om winstmogelijkheden voor ’t bedrijfsleven.

Transparant

Dat mensen andere keuze maken is niet erg, zolang je transparant bent over de manier waarop je tot je keuze komt. Transparantie maakt je aanspreek op je gedrag, je handelen en je keuzes. Het internet kan een grote en krachtige motor zijn voor het versterken van transparantie. Waarmee anderen kunnen zien of je handelt volgens de normen en waarden die je zelf uitdraagt. Daarmee wordt je ook aanspreekbaar.

De huidige trend wordt in Wired omschreven als radicale tranparantie. Waarbij een centrale rol is weggelegd voor open data:

The revolution will be powered by data, which should be unshackled from the pages of regulatory filings and made more flexible and useful. We must require public companies and all financial firms to report more granular data online—and in real time, not just quarterly—uniformly tagged and exportable into any spreadsheet, database, widget, or Web page. The era of sunlight has to give way to the era of pixelization; only when we give everyone the tools to see each point of data will the picture become clear. Just as epidemiologists crunch massive data sets to predict disease outbreaks, so will investors parse the trove of publicly available financial information to foresee the next economic disasters and opportunities.

Openheid

De trend richting meer openheid is ook al langer bezig. Vanuit de overheid gaat het daarbij veelal om informatie die de overheid wil hebben van burgers en bedrijfsleven. Richting bedrijfsleven wordt de roep om openheid en transparantie deels via regels afgedwongen en deels via stimulering bevordert. Richting de burger wordt de roep om openheid vanuit de overheid vooral vormgegeven met de dooddoener:

Wie niks te verbergen heeft, heeft niets te vrezen.

Waarna je gegevens op z’n best via een opt-out methodiek vergaard worden. Dat speelt in de zorg (elektronisch patiënten dossier), jeugd (elektronisch kind dossier) en vast op nog veel meer plaatsen.

Op zich ben ik niet tegen elektronische gegevensverzameling, zolang de burger daar zelf over beslist via opt-in. Waarbij de burger ook beslist wie wat kan zien en welke gegevens hij/zij beschikbaar stelt. Daarnaast hoort de burger te kunnen zien wat de overheid (en anderen) met zijn/haar gegevens doet. Dus ook welke ambtenaar er in gluurt. Dat is open en dat is transparant.

Overigens behoort een overheid haar burgers ook te wijzen op de risico’s van al die informatievergaring voor de privacy, zie bv. het privacy dossier van de Groene.

De trends komen samen

Als je de drie trends samen neemt dan zie ik de mogelijkheid opdoemen dat je kunt zien wat mensen en organisaties beloven en beloofd hebben. Waarbij je tegelijkertijd kunt zien hoe geloofwaardig die claim is, door beloften uit het verleden te vergelijken met prestaties in het heden. Dat heeft impact op people, planet & profit van een organisatie.

  • In het geval van politici: verkiezingsprogramma vs. stemgedrag (bestaat al voor gemeenteraadsleden dacht ik).
  • Voor bedrijven en organisaties: verhalen over financieel resultaat en maatschappelijk verantwoord ondernemen versus de werkelijke vervuiling bij de productie. Ook gegevens over EKO of Max Havelaar keurmerk zijn daaraan te koppelen, of in geval van apparatuur het energieverbruik van producten die een bedrijf levert.
  • Voor overheden: geef inzicht in gemaakte keuzes en aannames. Zodat kritiek op en dialoog over gehanteerde aannames en waardeoordelen mogelijk wordt. Wees wat minder bang om de burger te laten zien & ervaren dat simpele oplossingen niet altijd voor handen zijn. Ondiplomatieker gesteld: stop met de burger als imbeciel te behandelen. En maak vergelijking van beleidsvoornemens met gerealiseerd beleid mogelijk.

Bij overheden speelt ook mee dat deze zelf een aantal instrumenten heeft ontwikkeld voor het vergroten van de openheid en transparantie. Een daarvan is de Wet Openbaarheid Bestuur. Burgers en journalisten weten dit instrument onderhand prima te vinden. Het resultaat daarvan vind je op Big WOBber.

Een andere manier om de informatie zelf te halen is door sites van overheden te scrapen, zoals IkRegeer.nl en Polidocs.nl doen voor parlementaire stukken. In mijn ogen zijn ’t alle drie vormen van ‘burgelijke baldadigheid‘, die tot een opener & transparanter openbaar bestuur kunnen leiden.

De grote vraag blijft natuurlijk: Is Nederland klaar voor radicale tranparantie en dot 2.0? Wat denk jij?