Een middagje duurzaam ABN-Amro

Ja, je leest het goed. Een aantal twittervriendjes hadden het al gespot: gistermiddag was ik te gast bij een bijeenkomst over duurzaam ondernemen bij ABN-Amro in Amsterdam. Op uitnodiging van Anastasia Kellermann van 2Lead4Us mocht ik voor de tweede keer een deel van de cursus leiderschap voor duurzame ontwikkeling bijwonen.

Het doel van de cursus is om mensen te laten zien wat ze zelf kunnen doen, ook (of zelfs juist) binnen grotere organisaties om hun organisatie duurzamer te maken. Anastasia noemt dat ‘sustainability joint adventures’ aangaan. Oftewel partnerships met vele verschillende partijen binnen, en buiten je organisatie. Waarbij veel tijd en energie gaat zitten in het zoeken naar echte win-win situaties om de verschillende mensen aan bord te krijgen. Het boek The Necessary Revolution van Peter Senge bevat ook veel voorbeelden van dit soort partnerships.

De cursus aanpak

De cursus van Anastasia Kellermann gaat uit van 4P’s en 4 H’s, die nodig zijn om tot duurzaam handelen te komen. De vier p’ staan voor people, planet, prosperity (als vervanger voor profit) en person (want je kan een ander pas overtuigen als je zelf in je plannen geloofd). De vier h’s staan voor hoofd, handen, hart en handelen. Als je de inhoud daarvan wilt weten raad ik je aan eens te gaan praten met Anastasia zelf.

Gistermiddag bestonden de deelnemers aan de cursus uit 10 managementtrainees van ABN-Amro. Aan het begin van de middag heeft Marcel Spaas verteld over zijn werk bij FairFood, zijn redenen om daar weg te gaan en de totstandkoming van BID Network. Een mooi en inspirerend verhaal, waarin veel uitdagingen die overwonnen moeten worden om succesvol project neer te zetten aan bod zijn gekomen.

Presentatie elke dag kiezen voor duurzaamheid

Zelf had ik de presentatie voorbereid die ik ook tijdens de LvDO Empowerpoint in juni heb gebruikt. Kernboodschap daarvan is dat ambtenaren altijd werken binnen de context van door de politiek gestelde doelen. Dat staat niet ter discussie, de uitdaging is hoe halen we de doelen. En bij duurzame bedrijfsvoering is het voor een groeiend aantal collega’s de sport om de doelstellingen zo snel mogelijk te halen.
Wanneer dat lukt is het zaak om de ambtelijke top en de bewindspersonen op de hoogte te stellen van de successen. Waarbij het de kunst is dat zo te doen dat ze geprikkeld worden om hun collega’s op andere departementen te vragen:

Wat doe jij eigenlijk op het gebied van duurzame bedrijfsvoering?

Om die vraag te beantwoorden zal veelal informatie bij ondergeschikten opgevraagd worden, die vervolgens de kans hebben om hun eigen successen te etaleren, of aandacht te vragen voor hun eigen projecten en maatregelen.
Blijkbaar vertelde ik het iets te ratterig, want een van de trainees vroeg zich af of ik het boek Hoe word ik een rat? had gelezen. Dat heb ik niet, al kan ik me wel wat voorstellen bij wat ik in dat boek kan verwachten. Want ik heb wel het boekHoe vang ik een rat? gelezen 😉

Projecten van de deelnemers

Het leukste deel van de middag waren de presentaties van de projectplannen waar de trainees aan werken. Waarbij Marcel en ik de rol hadden om op te treden als potentiële partner in hun project. Helaas mag ik inhoudelijk weinig zeggen over de projecten. Ik kan wel zeggen dat ik een aantal goede en interessante voorstellen langs heb horen komen.

De managementtrainees miste aan de duurzame kant soms nog wat kennis, daar staat tegenover dat ik van managementtrainees bij ABN-Amro verwacht dat ze een klinkende business case kunnen maken. Waarvan alle partners in de keten profiteren en alle p’s er per saldo op vooruit gaan.

Slot

De middag was gister zeker goed besteed. Nu wachten hoe lang het duurt voordat de verschillende projecten daadwerkelijk tot uitvoer komen. Voor die tijd hoop ik nog een keer te mogen sparren over de verschillende plannen, want niks zo leuk als werken met jonge gedreven mensen die op zoek zijn naar positieve veranderingen binnen en door hun organisatie.

Ook gepubliceerd op het Rijksduurzaamheidsnetwerk

Slotdag Toolbox van buiten naar binnen

Afgelopen donderdag was het tijd voor de presentatie van de opdracht voor de Toolbox van buiten naar binnen. De bedoeling van de opdracht was om zelf een interactieve opzet te verzinnen voor een onderwerp naar keuze.

Dat leverde vier boeiende presentaties op. Een over een interactieve aanpak voor veiligheid in het openbaar vervoer, een over cultuurverandering in organisaties, een over reorganisaties en die van mijn groepje over duurzame bedrijfsvoering.

Het was zeer leerzaam om te zien hoe de andere groepen het hadden aangepakt en of we de geleerde stof ook op de juiste manier hanteerde. De presentaties werden namelijk zowel door een aantal docenten als door de mede-cursisten beoordeeld. Deze laatste hadden zich tijdens de hele toolbox al zeer scherp, kritisch en alert gedragen.

De presentatie

Toen ik als laatste aan de beurt was had ik dan ook wat zwetende handjes. Zoals vaker waren er weer 101 klussen op het werk geweest die meer prioriteit hadden boven het oefenen van de presentatie. Dat was in het begin te merken, zowel voor mezelf als voor de toehoorders. Aan het eind kreeg ik als feedback dat ik erg zenuwachtig en onzeker begon, maar duidelijk groeide tijdens de presentatie. Ook bleek ik in de zenuwen de sheets over de daadwerkelijke invulling van de interactieve processen vergeten te zijn. Waar ik terecht commentaar op kreeg. Het was tenslotte een cursus interactieve beleidsvorming.

De inhoud

Als onderwerp hadden we gekozen voor het opzetten van een interactief proces rond duurzame bedrijfsvoering. Waarbij we willen beginnen om met geïnteresseerde en betrokken individuen een netwerk op te bouwen voor kennisdeling en uitwisseling van best practices. Dit netwerk willen we langzaam laten uitgroeien tot een groter geheel.

Hoewel we niet echt een eindbeeld voor ogen hebben leek ´t ons een aardig idee om als uitganspunt te nemen dat we bedrijven en non-profits willen uitdagen om minimaal de overheidscriteria voor duurzaam inkopen te gaan hanteren.

Onderzoek van de Europese Commissie en van DHV in opdracht van VROM laat zien dat duurzaam inkopen een behoorlijke bijdrage kan leveren aan CO2 reductie. Bovendien laat het rapport van de Europese Commissie zien dat het ook geld kan besparen.

Kortom de moeite waard om mee te spelen in een interactieve setting. En een proces waar ik al een jaar voornamelijk in eigen tijd mee aan het spelen ben voor m’n werk (Rijksduurzaamheidsnetwerk). Dat levert tot op heden weinig ‘deliverables’ op en zo’n netwerk van gelijkgestemden buiten de overheid zal ook niet meteen ‘concrete resultaten’ opleveren. Dat neemt niet weg dat het in mijn ogen potentie heeft, dus dan nog maar ff in eigen tijd door. Ik heb het voorstel vandaag ook ingediend bij VoorDeWereldVanMorgen. Zodra ze ´t goedkeuren als actie hoop ik natuurlijk op julllie steun 🙂

Overbodig om te stellen dat onderstaande presentatie op persoonlijke titel is gemaakt en niet de mening van welke organisatie dan ook vertegenwoordigen.

EZ aan de workshop Ambtenaar 2.0

De afgelopen weken heb ik twee workshops over Ambtenaar 2.0 georganiseerd, beide gegeven door Renata Verloop. De eerste workshop was voor het Rijksduurzaamheidsnetwerk en de tweede voor het Ministerie van Economische Zaken. In deze post wil ik beschrijven wat mij tijdens deze workshops is opgevallen. Ik nodig de deelnemers van de workshop van harte uit om hun ervaringen en commentaar te delen via de comments.

De eerste workshop was bijna twee weken geleden voor het Rijksduurzaamheidsnetwerk. Dit was een interdepartementale workshop met vertegenwoordigers van EZ, BZK, LNV, VROM, VenW, BuZa en SenterNovem.

De tweede workshop was afgelopen vrijdag alleen voor EZ. De deelnemers kwamen vanuit verschillende onderdelen van EZ: personeelszaken, beleidsmedewerkers uit de directie Ondernemen, plaatsvervangend directeuren, een bestuurder van Jong EZ en uiteraard vertegenwoordigers van de directie Informatie en Automatisering.

Overeenkomsten tussen de workshops

Het eerste wat me bij beide workshops opviel was de onbekendheid met de impact die internet kan hebben op beleidsdossiers. De ankeiler maakte in beide workshops veel discussie los over nut en noodzaak van Twitter. De reacties varieerde van: “Wat heb je er aan?”, tot “Kan die man niet wat beters doen van mijn belastinggeld en met zijn tijd?” Terwijl ik het juist een mooi voorbeeld vind van het verkennen van de nieuwe mogelijkheden op internet.

Een andere site die veel discussie losmaakte was GeenStijl. Een site die of je wilt of niet van belang is voor beleidsmedewerkers, aangezien ze door het grote aantal bezoekers in staat zijn om nieuws te maken. De reacties op en meningen over GeenStijl varieerde van: “Niet relevant voor mijn werk”, tot “De impact van GeenStijl is groter dan ambtenaren beseffen”. Een oud-medewerker van de Tweede Kamer wist te melden dat GeenStijl bij hen een van de meest bezochte sites is. Wellicht wat platvloers en zonder diepgang, maar daarmee niet minder relevant als je op zoek bent naar een bepaalde kijk op de werkelijkheid.

Vooral belangrijk voor ambtenaren lijkt echter de les dat de wetten van de oude media, waar televisie inmiddels ook toe behoort, niet opgaan op internet. Om je bewindspersoon goed te bedienen moet je enig besef hebben van de wetten van internet. Zo ontdekte minister Vogelaar bij een interview van GeenStijl dat minutenlang zwijgen op tv wellicht geen item is, maar via internet tot speculeren over de houdbaarheid van je positie kan leiden.

Wat dat betreft zorgt web 2.0 voor een schokgolf door het politieke en medialandschap die misschien wel te vergelijken is met de opkomst van tv-debatten. Daarbij vormde het debat tussen Nixon en Kennedy een keerpunt. Kennedy was goed uitgerust, was goed gekleed en was bijgekleurd door de zon. Nixon was moe,  zag er bleek uit in het felle licht van de studio en had een slecht zittend pak aan, net als op de radio. Kennedy won fors in de peilingen na het tv-debat.

Zoals de waard is vertrouwt hij z’n gasten …

Aan de hand van een kort filmpje van YouTube over muizen bij de AH To Go werd de invloed van filmpjes op het werk van de overheid besproken. Opvallend in beide gevallen waren de reacties op een idee dat Claire Boonstra een paar weken geleden had geopperd tijdens een Open Koffie. Het idee was om een internetapplicatie te bouwen die de eigenaar van een mobiele telefoon in staat stelt om misstanden meteen te melden.

De reacties waren vertrouwd Haags: Ondenkbaar, hoe weet je dat het echt waar is? Hoe voorkom je manipulatie? Alle vormen van wantrouwen richting de burger passeerde de revue.

Apart want in de officiële beleidsstukken staat het uitgangspunt ‘high trust’ altijd hoog aangeschreven. Waarom slaat dat zo snel om in wantrouwen als je de burger wil betrekken? Waarom zoeken we naar 100% zekerheden, voordat een dergelijke applicatie gebouwd en gebruikt mag worden? Waarom niet aan de slag gaan en gebruik maken van bv. reputatiemanagement? Daarmee kun je namelijk tips van mensen die eerder goede en bruikbare tips hebben geven hoger waarderen dan meldingen van anonieme bronnen of van grapjassen die iedere vrijdag een nepmelding doen.

Ambtenaar 2.0 en vrijheid van meningsuiting

Kun je en mag je als ambtenaar vrijelijk je mening verkondigen op internet of in netwerken? Ook daarover liepen de meningen uiteen. Variërend van Ëen ambtenaar is 24*7*365 in dienst van het vaderland” tot “Een ambtenaar hoort buiten werk alles te kunnen roepen wat hij/zij wil.”

Het starten van een eigen weblog door een ambtenaar werd door een deel van de deelnemers als not done beschouwd. Maar wat doe je dan met sollicitanten die al een weblog hebben? Of die actief zijn op internetfora, of sociale-netwerksites als Hyves en LinkedIn? Laat je geen kansen liggen als je je medewerkers verbiedt om buiten de muren van de Haagse kaasstolp te kijken? Kan een ambtenaar die zijn netwerk wijst op relevante ontwikkelingen in het overheidsbeleid effectiever zijn voor dat beleid dan een speech of optreden van de minister?

Vergelijk het met het streven van het Kabinet naar een voorbeeldfunctie van de overheid op het gebied van duurzame bedrijfsvoering. Als je 10% van de ambtenaren weet te motiveren om hun eigen leven duurzamer te maken en ze daarbij helpt, heb je ineens ruim tienduizend ambassadeurs van duurzaamheid. Dan hoef je Al Gore niet meer iedere paar jaar in te vliegen, dat scheelt meteen weer vliegkilometers!

Conclusie

In de workshop met EZ-medewerkers was de voorzichtige conclusie dat we eens een aantal experimenten zouden kunnen gaan uitvoeren, om te kijken of meer openheid en ruimte voor medewerkers op internet bevalt. In de discussie werd de weg volgezet met beren in de vorm van de Archiefwet, beveiliging, je manager informeren en de mogelijkheid dat je jaren later wordt geconfronteerd met uitspraken uit het verleden. Een van de deelnemers was van mening dat het informeren van de manager pas nut heeft als die snapt wat je doet, anders wordt het niet toegestaan. Starten dan met een workshop Ambtenaar 2.0 voor het management van EZ? Alleen hoe zien ze tastbare resultaten als geen van hun medewerkers online actief is?

Bij de workshop van het Rijksduurzaamheidsnetwerk hadden we duidelijk het voordeel dat het online netwerk er al is. Een fait accompli, waar de eerste tastbare resultaten geboekt worden. De vraag daar was niet zozeer mag dit en kan dit, als wel: wat kan er nog meer en hoe open willen we het netwerk hebben?

Na enige discussie werd besloten dat we als netwerk actief tips gaan aanleveren aan de site Ecohacking. We kiezen voor Ecohacking, omdat deze site samenwerkt met de Urgenda en daar werkt het Kabinet mee samen. Voorwaarde is wel dat de tips geen voorkeur voor een bepaalde leverancier bevatten. Bij voorkeur spreek je ook geen voorkeur voor een bepaalde technologie uit, omdat het om het effect van een maatregel gaat en het Kabinet een brede portfolio aan opties wil behouden. Met concrete tips is dat echter lastiger te bereiken.

Een tweede punt was de vraag of je niet-ambtenaren toe moet laten tot het netwerk, zoals bij Ambtenaar 2.0, of dat je de site enkel voor ambtenaren moet houden. De ene helft vond dat alleen ambtenaren erbij mogen, zodat ieder op titel vrijuit kan spreken. Ook heerste het idee dat consultants gebruik kunnen maken van de kennis die ze opdoen om betere offertes te maken of bewust acquisitie te plegen.

De andere helft vond dat ook niet-ambtenaren welkom zijn, zodat je de kennis vanuit het bedrijfsleven en de samenleving kunt gebruiken voor de verduurzaming van de overheid. Want wat is er mis met betere offertes, die beter zijn toegesneden op de dilemma’s waar de overheid mee worstelt? Voorlopig is besloten dat externen er bij mogen, maar wel op voorwaarde dat ze de discussies verder proberen te brengen. De deelnemers steken veel eigen tijd in het netwerk en het op gang brengen van de community, dus ook van de externe deelnemers verwachten we een actieve inbreng. Nu nog een mooi bericht sturen om dat uit te leggen.

Dit stuk is ook op Ambtenaar 2.0 gepubliceerd.