EZ aan de workshop Ambtenaar 2.0

De afgelopen weken heb ik twee workshops over Ambtenaar 2.0 georganiseerd, beide gegeven door Renata Verloop. De eerste workshop was voor het Rijksduurzaamheidsnetwerk en de tweede voor het Ministerie van Economische Zaken. In deze post wil ik beschrijven wat mij tijdens deze workshops is opgevallen. Ik nodig de deelnemers van de workshop van harte uit om hun ervaringen en commentaar te delen via de comments.

De eerste workshop was bijna twee weken geleden voor het Rijksduurzaamheidsnetwerk. Dit was een interdepartementale workshop met vertegenwoordigers van EZ, BZK, LNV, VROM, VenW, BuZa en SenterNovem.

De tweede workshop was afgelopen vrijdag alleen voor EZ. De deelnemers kwamen vanuit verschillende onderdelen van EZ: personeelszaken, beleidsmedewerkers uit de directie Ondernemen, plaatsvervangend directeuren, een bestuurder van Jong EZ en uiteraard vertegenwoordigers van de directie Informatie en Automatisering.

Overeenkomsten tussen de workshops

Het eerste wat me bij beide workshops opviel was de onbekendheid met de impact die internet kan hebben op beleidsdossiers. De ankeiler maakte in beide workshops veel discussie los over nut en noodzaak van Twitter. De reacties varieerde van: “Wat heb je er aan?”, tot “Kan die man niet wat beters doen van mijn belastinggeld en met zijn tijd?” Terwijl ik het juist een mooi voorbeeld vind van het verkennen van de nieuwe mogelijkheden op internet.

Een andere site die veel discussie losmaakte was GeenStijl. Een site die of je wilt of niet van belang is voor beleidsmedewerkers, aangezien ze door het grote aantal bezoekers in staat zijn om nieuws te maken. De reacties op en meningen over GeenStijl varieerde van: “Niet relevant voor mijn werk”, tot “De impact van GeenStijl is groter dan ambtenaren beseffen”. Een oud-medewerker van de Tweede Kamer wist te melden dat GeenStijl bij hen een van de meest bezochte sites is. Wellicht wat platvloers en zonder diepgang, maar daarmee niet minder relevant als je op zoek bent naar een bepaalde kijk op de werkelijkheid.

Vooral belangrijk voor ambtenaren lijkt echter de les dat de wetten van de oude media, waar televisie inmiddels ook toe behoort, niet opgaan op internet. Om je bewindspersoon goed te bedienen moet je enig besef hebben van de wetten van internet. Zo ontdekte minister Vogelaar bij een interview van GeenStijl dat minutenlang zwijgen op tv wellicht geen item is, maar via internet tot speculeren over de houdbaarheid van je positie kan leiden.

Wat dat betreft zorgt web 2.0 voor een schokgolf door het politieke en medialandschap die misschien wel te vergelijken is met de opkomst van tv-debatten. Daarbij vormde het debat tussen Nixon en Kennedy een keerpunt. Kennedy was goed uitgerust, was goed gekleed en was bijgekleurd door de zon. Nixon was moe,  zag er bleek uit in het felle licht van de studio en had een slecht zittend pak aan, net als op de radio. Kennedy won fors in de peilingen na het tv-debat.

Zoals de waard is vertrouwt hij z’n gasten …

Aan de hand van een kort filmpje van YouTube over muizen bij de AH To Go werd de invloed van filmpjes op het werk van de overheid besproken. Opvallend in beide gevallen waren de reacties op een idee dat Claire Boonstra een paar weken geleden had geopperd tijdens een Open Koffie. Het idee was om een internetapplicatie te bouwen die de eigenaar van een mobiele telefoon in staat stelt om misstanden meteen te melden.

De reacties waren vertrouwd Haags: Ondenkbaar, hoe weet je dat het echt waar is? Hoe voorkom je manipulatie? Alle vormen van wantrouwen richting de burger passeerde de revue.

Apart want in de officiële beleidsstukken staat het uitgangspunt ‘high trust’ altijd hoog aangeschreven. Waarom slaat dat zo snel om in wantrouwen als je de burger wil betrekken? Waarom zoeken we naar 100% zekerheden, voordat een dergelijke applicatie gebouwd en gebruikt mag worden? Waarom niet aan de slag gaan en gebruik maken van bv. reputatiemanagement? Daarmee kun je namelijk tips van mensen die eerder goede en bruikbare tips hebben geven hoger waarderen dan meldingen van anonieme bronnen of van grapjassen die iedere vrijdag een nepmelding doen.

Ambtenaar 2.0 en vrijheid van meningsuiting

Kun je en mag je als ambtenaar vrijelijk je mening verkondigen op internet of in netwerken? Ook daarover liepen de meningen uiteen. Variërend van Ëen ambtenaar is 24*7*365 in dienst van het vaderland” tot “Een ambtenaar hoort buiten werk alles te kunnen roepen wat hij/zij wil.”

Het starten van een eigen weblog door een ambtenaar werd door een deel van de deelnemers als not done beschouwd. Maar wat doe je dan met sollicitanten die al een weblog hebben? Of die actief zijn op internetfora, of sociale-netwerksites als Hyves en LinkedIn? Laat je geen kansen liggen als je je medewerkers verbiedt om buiten de muren van de Haagse kaasstolp te kijken? Kan een ambtenaar die zijn netwerk wijst op relevante ontwikkelingen in het overheidsbeleid effectiever zijn voor dat beleid dan een speech of optreden van de minister?

Vergelijk het met het streven van het Kabinet naar een voorbeeldfunctie van de overheid op het gebied van duurzame bedrijfsvoering. Als je 10% van de ambtenaren weet te motiveren om hun eigen leven duurzamer te maken en ze daarbij helpt, heb je ineens ruim tienduizend ambassadeurs van duurzaamheid. Dan hoef je Al Gore niet meer iedere paar jaar in te vliegen, dat scheelt meteen weer vliegkilometers!

Conclusie

In de workshop met EZ-medewerkers was de voorzichtige conclusie dat we eens een aantal experimenten zouden kunnen gaan uitvoeren, om te kijken of meer openheid en ruimte voor medewerkers op internet bevalt. In de discussie werd de weg volgezet met beren in de vorm van de Archiefwet, beveiliging, je manager informeren en de mogelijkheid dat je jaren later wordt geconfronteerd met uitspraken uit het verleden. Een van de deelnemers was van mening dat het informeren van de manager pas nut heeft als die snapt wat je doet, anders wordt het niet toegestaan. Starten dan met een workshop Ambtenaar 2.0 voor het management van EZ? Alleen hoe zien ze tastbare resultaten als geen van hun medewerkers online actief is?

Bij de workshop van het Rijksduurzaamheidsnetwerk hadden we duidelijk het voordeel dat het online netwerk er al is. Een fait accompli, waar de eerste tastbare resultaten geboekt worden. De vraag daar was niet zozeer mag dit en kan dit, als wel: wat kan er nog meer en hoe open willen we het netwerk hebben?

Na enige discussie werd besloten dat we als netwerk actief tips gaan aanleveren aan de site Ecohacking. We kiezen voor Ecohacking, omdat deze site samenwerkt met de Urgenda en daar werkt het Kabinet mee samen. Voorwaarde is wel dat de tips geen voorkeur voor een bepaalde leverancier bevatten. Bij voorkeur spreek je ook geen voorkeur voor een bepaalde technologie uit, omdat het om het effect van een maatregel gaat en het Kabinet een brede portfolio aan opties wil behouden. Met concrete tips is dat echter lastiger te bereiken.

Een tweede punt was de vraag of je niet-ambtenaren toe moet laten tot het netwerk, zoals bij Ambtenaar 2.0, of dat je de site enkel voor ambtenaren moet houden. De ene helft vond dat alleen ambtenaren erbij mogen, zodat ieder op titel vrijuit kan spreken. Ook heerste het idee dat consultants gebruik kunnen maken van de kennis die ze opdoen om betere offertes te maken of bewust acquisitie te plegen.

De andere helft vond dat ook niet-ambtenaren welkom zijn, zodat je de kennis vanuit het bedrijfsleven en de samenleving kunt gebruiken voor de verduurzaming van de overheid. Want wat is er mis met betere offertes, die beter zijn toegesneden op de dilemma’s waar de overheid mee worstelt? Voorlopig is besloten dat externen er bij mogen, maar wel op voorwaarde dat ze de discussies verder proberen te brengen. De deelnemers steken veel eigen tijd in het netwerk en het op gang brengen van de community, dus ook van de externe deelnemers verwachten we een actieve inbreng. Nu nog een mooi bericht sturen om dat uit te leggen.

Dit stuk is ook op Ambtenaar 2.0 gepubliceerd.