De prijs van risico is laag, ehh herstel hoog

In de ondernemingsfinanciering geldt het als een van de centrale theorema’s: meer rendement gaat altijd samen met meer risico. Meer rendement halen zonder extra risico op verlies is niet mogelijk. De bodem in de financiële markt wordt daarbij doorgaans gevormd door staatsleningen. De staat kan immers niet failliet en betaald terug (uitzonderingen daargelaten). De afgelopen dachten legio financiële whizzkids dat ze de theorie in de praktijk konden verslaan.

Een van de toegepaste trucs was het samenvoegen van verschillende pakketten aan leningen, variërend van ninja-hypotheken tot tripple-A hypotheken (=beste beoordeling van de kredietratingsbureaus). Een ninja-hypotheek is een hypotheek die wordt verstrekt aan mensen met No Income No Job or Assets, oftewel een hypotheek verstrekken aan mensen zonder inkomen, baan of vermogen. Mijn gezond verstand zegt me dat zelfs mensen in de bijstand nog een kredietrating hoger moeten zitten, die hebben tenslotte een inkomen (hoe karig ook). Na samenvoeging van de ninja-hypotheken met goede risico’s kwam uit de hoge financiële hoed een pakket leningen dat een goede kredietwaardigheidsbeoordeling kreeg.

Begin maart begonnen daarin barsten te komen. Zoals een ketting ook niet sterker is dan de zwakste schakel bleken de slechte risico’s niet beter te worden van de samenvoeging met goede risico’s. Inmiddels blijkt dat het geheel nog rustig door ettert, het vertrouwen tussen banken is nog steeds niet geheel wedergekeert. De ECB heeft de rente tegen de verwachting in niet verhoogd, zonder dat de inflatieverwachting echt lijkt te dalen.

Terwijl inflatie toch de enige graadmeter is voor de ECB, ik kan me de ophef over de politieke pogingen om het rentebeleid te beïnvloeden nog herinneren. Nu het gaat om het helpen van de vrije markt is het echter stil. Hoofdredactionele commentaren wijzen op het belang om de roekeloze handelaren niet vrijuit te laten gaan door ze de hand boven het hoofd te houden als centrale bank. De vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en van politieke partijen, die vinden dat de centrale bank onafhankelijk moet opereren, hoor je echter niet.

Terwijl de druk vanuit de financiële wereld ongetwijfeld fors is. Als je ziet met welk gemak een aantal hypotheekbanken in de VS de afgelopen maand failliet gingen en een aantal Duitse landesbanken gered moesten worden. Langzaam sijpelt de kredietcrisis nu ook verder het systeem in. RTL meldt op basis van The Wall Street Journal dat banken buiten de VS de komende 10 dagen 120 miljard dollar aan kortetermijnkredieten nodig hebben en dat er wereldwijd tot november voor 300 miljard dollar aan lange termijn krediet moet worden doorgeplaatst. Lichtpuntje daarbij is wel dat daar steeds minder euros voor nodig zijn, aangezien de dollar nog steeds zakt en de Fed onder druk staat om de rente te verlagen.

Met een koers van $ 1,38 voor een euro staat de euro fors hoog. Een paar jaar geleden kostte een euro ongeveer dollar. Dat is een verlies van 40%. Je moet van goede huizen komen wil je dat compenseren. Het doet me een beetje denken aan de daling van de dollar in (het begin van?) de jaren ’90 van dik vier gulden naar rond de twee gulden. Ik kan me nog herinneren dat we het voor onmogelijk hielden dat een dollar structureel minder dan twee gulden waard zou worden, maar ik ben blij dat ik daar nooit een krat bier op heb gezet 🙂

Bronnen: Kredietcrisis breidt zich verder uit, RTLZ, 10 september 2007 ECB: The euro area and its Monetary Policy, ECB, 7 september 2007 Dolllar zakt verder weg, RTLZ, 10 september 2007

Gevoelsinflatie

Begin deze week schreef ik al een stukje over de Euro, waarin het verschil tussen de officiele inflatie en de gevoelsinflatie aan bod kwam. Maarten Schinkel had gisteren in de NRC een interessante stukje over de situatie in Groot Brittanie.
Daar betalen ze nog steeds met het pond, maar  toch  hebben  de Britten net als de de bewonders van de eurozone het idee dat de inflatie hoog is. Terwijl de statistieken laten zien dat de inflatie  in Groot Brittanie momenteel ook historisch gezien laag is.
Het Brits statistisch bureau (de tegenhanger van ons CBS) heeft een persoonlijke inflatie calculator gebouwd, met als doel:

The Personal Inflation Calculator is an online tool that enables users to input their personal spending patterns to obtain an estimate of how their experience of inflation differs from the Retail Price Index.

The calculator aims to be a user-friendly, user-focussed tool which will add to the debate about inflation measurement and enable those who use it to develop their understanding of how inflation affects them.

Naar de Personal Inflation Calculator.
Bron: De prijs van alles, de waarde van niets, NRC Handelsblad, 19 jan. 2007.
Personal Inflation Calculator, UK Statistics

Blij met de Euro

Waarschijnlijk is het voor de gemiddelde euroscepticus niet te geloven, maar een meerderheid van de europeanen is blij met de Euro. 68% volgens een EU onderzoek. Het onderzoek laat ook zien dat veel mensen zich niet bewust zijn van de voordelen. Zo blijft het idee van mega-inflatie bestaan, ook ls het inflatieniveau sinds de invoer van de Euro in veel landen niet zo laag geweest. Feitelijk ligt het volgens het onderzoek rond de 2%. Dat geld ook voor Nederland, ook al denkt de man op de straat nog steeds dat z’n Euro een Gulden waard is.

Bron:

Update 13-1-09: linkjes naar de persberichten van ’t CBS doen ’t niet meer, dus heb ik ze verwijdert.