Strijdlustige spellen(makers)

De Groene Amsterdammer heeft deze week een uitgebreid stuk over de sluipenderwijs opkomende politieke roep om agressieve en gewelddadige games aan te pakken. Volgens Aart Brouwer is er sprake van een doelbewuste, agressieve Europese campagne om de inhoud van games te beïnvloeden.

Of dat zo is kan ik niet goed beoordelen, ik verbaas me wel over de ophef over games als aanzetter van geweld. Net als dat ik me verbaasde over de ophef over Carmageddon een paar jaar geleden. Wat was er nieuw aan? Als klein kind speelde ik op de Commodore 64 Burning Rubber, waar je punten kreeg als je auto’s stuk reed en een bonus als je bovenop een andere auto wist te landen. Ook was er een uitermate saai spel (waarvan ik de naam vergeten ben) waarbij de enige lol bestond uit het platrijden van mensen op het zebrapad, vooral de bonus voor het overhoop rijden van de vrouw achter de kinderwagen was leuk bedacht.

Ook heb ik zoveel Tom & Jerry gekeken ik denk dat ik alle afleveringen heb gezien. Ik heb van mijn leven geen tv-programma of computerspel gezien dat agressiever was dan Tom & Jerry. Binnen 20 minuten gaat Tom toch minimaal 10 keer plat per aflevering. Idem voor Road Runner.
Doorgaan met het lezen van “Strijdlustige spellen(makers)”

Zelfbeheersing

Wat hebben branden en geweldplegingen in de oudejaarsnacht, uitgaansgeweld en intimiderende acties van dierenactivisten met elkaar gemeen? Volgens de Groene Amsterdammer veel: in alle gevallen is er een grens overschreden. De grens van (dreigen met) geweld. In het hoofredactioneel commentaar stelt Aukje van Roessel:

Zelfbeheersing leer je in een samenleving waarin mensen er niet voor terugschrikken grenzen te stellen, die durven te verdedigen, uit kunnen leggen waarom die er zijn en goed weten over welke grenzen niet te marchanderen valt. Het dreigen met of gebruiken van geweld is zo’n grens.

Een terechte constatering. In Nederland heeft de staat het monopolie op geweld, als burger moet je zwaarwegende redenen hebben om je dat geweldsmonopolie eigen te maken. Bijvoorbeeld noodweer, maar jezelf niet in de hand hebben doordat je teveel hebt gedronken of het dreigen met geweld tegen werknemers van bedrijven die betrokken zijn bij dierproeven of ander dierenleed valt daar volstrekt buiten.

Of zijn de ideeën over het geweldsmonopolie van de staat echt zo aan het schuiven?

Vragen in plaats van antwoorden

Hubert Smeets plaatst kanttekeningen bij de hele ophef van de afgelopen weken rondom Jami en Wilders. Want zoals hij stelt:

In een weekje regent het antwoorden. Is het geen tijd voor wat eenvoudige vragen?

Jamie en Wilders: geen feiten, toch nieuws, Groene Amsterdammer, 17-8-07

Een aanvullende vraag die alsmaar bij mij opkomt is: Waar blijven de politici die geweld onvoorwaardelijk afkeuren als methode om je mening door te drukken in ons democratische rechtstaat, zonder daar meteen mits en maren, of aanvullende voorwaarden aan te verbinden? De universele verklaring van de rechten van de mens lijkt me het meest logische uitgangspunt voor zo’n verklaring.