Winstmaximalisatie vs. Maatschappelijke Verantwoordelijkheid

Als reactie op een eerder stuk over de kredietcrisis kreeg ik van Johan Goossens een tip over zijn blogpost over begeerte en angst in de effectenwereld. Waarbij hij linkt naar een oud artikel van David Loy in Ode over het spanningsveld tussen maatschappelijke verantwoordelijkheid en winstmaximalisatie. Interessant stuk. Vooral omdat ik de afgelopen weken weer een aantal hoofdstukken uit Het bedrijfsleven aan de macht van David C. Korten heb gelezen (nee nog niet bijgewerkt op mijn blog). Een van de centrale punten die Korten behandelt betreft net als bij Loy de omslag in de VS waarbij ondernemingen normale rechten kregen:

Het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten besliste in 1886 in de zaak van ‘Santa Clara County tegen de Southern Pacific Railroad’, dat bedrijven ‘natuurlijke rechtspersonen’ waren volgens de Amerikaanse grondwet. Plotseling kwamen de bedrijven in ons midden ‘tot leven’ en genoten ze dezelfde rechten en vrijheden als wij hebben, de burgers die ze lieten ontstaan.

Ik weet niet wat ik vind van de voorstellen van David Loy, maar ik denk wel dat er een spanningsveld is tussen de huidige vorm van aandeelhouderschap en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een van mijn docenten in Wageningen (Roel Jongeneel) heeft een boekje geschreven over ondernemen en christelijke waarden. Ik begreep toentertijd van hem dat hij van menig was dat de huidige borging van dergelijke waarde via aandeelhouders te beperkt is. Wat doe je als er een grotere groep aandeelhouders komt met andere uitgangspunten? Bv. de maakdollars uit China, de petrodollars uit het Midden-Oosten en de gasdollars uit Rusland op zoek zijn naar rendabele bestemmingen… Hoewel China voorlopig niet veel plezier beleeft van de deelneming in Blackstone.

In zijn boek ging Jongeneel daarom op zoek naar mogelijkheden om christelijke waarden dieper in het ondernemingsbeleid te verankeren. Op zich een relevante vraag voor ieder die een bepaalde overtuiging in het ondernemingbeleid wil verankeren, bv. maatschappelijke verantwoordelijkheid. Helaas weet ik de titel van het boek niet meer, maar een tipje van de sluier (die overeenkomt met hoe ik het me herinner uit discussies met hem) kon ik wel vinden op de site geschienis=fun:

Vanuit een christelijke visie is het goed te benadrukken dat de (commerciële) onderneming in feite een ellips is met twee brandpunten. Enerzijds gaat het om het realiseren van positief economisch dienstbetoon. De onderneming moet bijdragen in de behoeftevoorziening en dus in die zin service-georiënteerd en klantgericht zijn. Anderzijds, of liever gezegd: tegelijkertijd, wil men via de onderneming zorgen voor de realisatie van een inkomen voor alle participanten. Dienen en ver-dienen gaan dus samen en dienen ook samen te gaan. Het gaat in de onderneming niet alleen gaat om het creëren van aandeelhouderswaarde, maar om meervoudige waardecreatie (ook beloning voor arbeid, ruimte voor doen van investeringen in productinnovatie, etc.). Winstgevendheid is daarbij een belangrijk aspect, maar niet het enige.

Overigens ben ik ook bezig in het boek Integer en verantwoord in beroep en bedrijf van Henk van Luijk, dat deels dezelfde thema’s behandelt.

Deel 1 Cowboys in een ruimteschip (2)

In het derde hoofdstuk schopt Korten tegen één van de heiligste huisjes van de huidige maatschappij aan: Economische groei is altijd goed voor u.Volgens hem is dit niet het geval. Dit komt doordat de huidige meting van economische groei wel laat zien dat de welvaart stijgt, maar dat wil niet zeggen dat het welzijn ook stijgt. Concreet signaleert hij drie problemen met de huidige wijze van meting van het Bruto Nationaal Product (BNP):

  • Verschuiving van activiteiten van de geldloze naar de geld economie leidt tot economische groei: . voetballen op straat telt bv. niet mee, maar het lidmaatschap van een fitnessclub levert wel een hoger BNP op
  • Het opruimen van afval en het herstellen van schade veroorzaakt door de groei, leidt tot groei.
  • Het uitputten van natuurlijke hulpbronnen leidt tot economische groei

Het debat over de verdeling van de koek is op de achtergrond geraakt sinds economische groei als doel op zich wordt gezien. Dat is niet terecht. Boven een minimumniveau van economische productie gaat het niet om de vraag hoe hoog het absolute inkomen is, het gaat om het relatieve inkomen. En dan vooral om de verdeling. De nadruk op groei sinds de jaren vijftig heeft de problemen van de armen niet opgelost. De indicatoren van maatschappelijke desintegratie en milieuvernieting zijn bijna overal verslechterd.

Als je armen vraagt waar behoefte aan is, zullen ze ook zelden aangeven dat ze economische groei nodig hebben. Groei is voor de rijken. Tijdens periodes waarin de economische politiek gericht is op groei wordt inkomen verplaatst van mensen die werken voor de kost naar mensen met vermogen. Volgens Korten leidt snelle economische groei tot dure speeltjes voor de elite, maar gaan de levensomstandigheden van de massa er zelden op vooruit. Snelle groei vereist vaak buitenlandse valuta, waardoor arme boeren worden verjaagd naar marginale gronden of moeten in sweatshops gaan werken om in hun inkomen te voorzien. Hierdoor worden gezinnen ontwricht, komen sociale verbanden onder zware druk te staan en neemt het geweld mee. De mensen die wel hebben weten te profiteren van de groei hebben vervolgens meer buitenlandse valuta nodig om wapens te kopen om zich tegen de massa te beschermen. Een wel erg cynische blik, maar aan de andere kant gaan de sociale indicatoren in Nederland op z’n zachtst gezegd ook niet echt vooruit. De precieze cijfers ken ik niet, maar Nederland is daarin niet uniek: de geluksbeleving is in de hele westerse wereld sinds de jaren zestig redelijk stabiel, terwijl de economie fors gegroeid is. Factoren die aan onze geluksbeleving ten grondslag liggen:

Layard (…) says that a study of 50 countries has found that six factors can account for 80% of the variations in happiness. These are the divorce rate, the unemployment rate, the level of trust, membership of non-religious organisations, the quality of government and the fraction of the population that believes in God. Divorce and unemployment are higher than they were 40 years ago, the levels of trust, memberships of societies and religious belief are down. We live in a rich but barren environment, insecure about our jobs and worried about crime.

Nu maar wachten tot deze kennis ingang vind in de neo-klassieke economie (helaas nog steeds de overheersende stroming, maar ik geef ze minder dan 10 jaar) en in de politiek…

Leefsituatie

Vandaag drie hoofdstukken gelezen van Het Bedrijfsleven aan de macht. Ik durf te betwijfelen of ik dit tempo volhou, maar intrigrerend blijft ’t wel om een aantal dogma’s uit de economische wetenschap aangevallen te zien worden. Te laat op de avond en te vroeg na het lezen om er echt op te reflecteren, maar dat komt later misschien nog wel.

Daarnet ook nog even Leefsituatie-index-testje gedaan van het Sociaal en Cultureel Planburo. Uitslag: 104,

55% van de Nederlanders heeft een slechtere leefsituatie dan u

(…) Deze zijn berekend op basis van de “echte” enquëte uit 1997.

(…) de gemiddelde score voor heel Nederland 100 is.

De gemiddelde score van mensen die behoren tot de 10% met de beste leefsituatie is 117, die van mensen met de hoogste inkomens is 110 en de gemiddelde score van mensen die ouder zijn dan 65 is 86.

U kunt nu uw eigen score vergelijken met die van deze groepen.

Deel I Cowboys in een ruimteschip (1)

Volgens David Korten is de laatste helft van de twintigste eeuw een van de meest opmerkelijke periode uit de geschiedenis van de mens. De periode wordt gekenmerkt door grote wetenschappelijke vooruitgang en de opkomst van mondiale instellingen als IMF & Wereldbank. West-Europa werd van een continent van oorlogvoerende staten en staatjes omgevormd tot een vreedzame en welvarende unie. De nucleaire dreiging van de Koude Oorlog is ondertussen verdwenen en Oost-Europa is voor een groot deel geruisloos opgenomen in de EU. Veel landen hebben zich van dictaturen om weten te vormen tot democratiën. Ziektes als polio en pokken zijn (bijna) volledig uitgeroeid.

Op het gebied van economische groei en uitbreiding van de handel (de twee belangrijkste doelstellingen die we onszelf in de laatste helft van de twintigste eeuw hebben gesteld, aldus Korten) hebben we grote vooruitgang geboekt. Volgens Korten zijn we op een punt aangeland dat we de kennis, de middelen en het organisatievermogen bezitten om eerder onhaalbare doelen; zoals eliminatie van armoede, ziekte en oorlog; ook daadwerkelijk uit te roeien. Een mening die ook door wereldleiders word gedeeld gezien de gestelde Millennium Goals, en die ook op bredere steun kan rekenen gezien het succes van LIVE8.

Ondanks deze vooruitgang is er volgens Korten sprake van een drievoudige crisis, die veroorzaakt wordt door een wereldwijd falen van institutionele systemen. Dit falen manifesteert zich in een toename van:

  • armoede
  • maatschappelijke desintegratie
  • milieuvernietiging

In plaats van het nastreven van basiszekerheden als:

bestaanszekerheid, een goede plek om te wonen, gezond en niet verontreinigd voedsel, goed onderwijs en goede gezondheidszorg voor onze kinderen, een schone, levende natuurlijke omgeving.

, zijn leiders en instanties bezig met het ontwikkelen van de nieuwste hippe snufjes. Korten signaleert een drievoudige menselijke crisis. Ten eerste een toenemende kloof tussen arm en rijk, ook in welvarende landen. Hierbij wordt de middenklasse uitgedund en heeft een groeiende groep mensen te kampen met grotere economische onzekerheid.

In ontwikkelde landen lijken opleiding en onderwijs ook geen uitweg meer te bieden richting een zekerder bestaan. In andere landen wordt het probleem gevormd door de groeiende strijd om (schaarse) grondstoffen, waarbij de arme het onderspit delven en de mogelijkheid om in hun eigen levensonderhoud te voorzien verliezen. Waarbij mensen afhankelijk worden van deeltijdwerk of een tweede baan, niet als aanvulling op het gezinsinkomen maar uit pure noodzaak.

De groeiende kloof tussen arm en rijk is ook in Nederland zichtbaar, volgens Beleggers voor Belasting (ja ze bestaan ècht!) leeft 10% van de Nederlanders momenteel in Armoede. Ook Kerk In Actie signaleert een toenemende hulpvraag en heeft de minister vorige maand om aanvullend beleid gevraagd. In de Volkskrant van 22 juli 2005 gaf Hans Spigt, wethouder sociale zaken in Dordrecht en voorzitter van de VNGcommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, een interview over armoede in Nederland. Hij gaf daarin aan dat de toenemende problemen niet allen liggen aan de kredietverschaffers, volgens hem zijn de uitkeringen door het vasthouden van de nullijn de afgelopen twee jaar te laag zijn geworden.

Of zou Ricardo dan toch gelijk hebben gehad toen hij in zijn iron law of wages stelde dat: de reëele lonen van arbeiders op de lange termijn niet boven het bestaansminimum uit kunnen komen. De maatschappelijke gevolgen van de groeiende armoede is een ontwrichting van sociale netwerken en leidt volgens Korten tot groei van misdaad en geweld in de wereld.

Het derde deel van de crisis betreft de milieuvernietiging, welke ook een steeds groter ontwrichtend effect begint te krijgen op samenlevingen. Het probleem daarvan wordt steeds nijpender, vooral doordat de grenzen aan de groei in zicht komen. De wereld is een begrenst systeem aan het worden. Korten schetst het probleem aan de hand van een cowboyeconomie versus een ruimteschipeconomie (afkomstig van Boulding). Volgens hem zitten we in een ruimteschipeconomie, waarin groei niet meer onbeperkt mogelijk is. Met doorgaan op de huidige voet plunderen we volgens hem onze planeet en verscheuren tegelijkertijd de niet-economische sociale relaties, die de basis van een menswaardig samenleving vormen.

Prikkelender is zijn visie op kolonisatie: dit was volgens hem een manier om vermogen over te dragen van de middenklassen aan de hogere klassen. De rijken ontvangen de winsten op hun investeringen, de middenklasse ontving enkel de belastingaanslag om het militaire apparaat in stand te houden. En in ons kikkerlandje de rekening om het faillisement van de VOC af te wenden. Globalisering heeft volgens Korten hetzelfde effect. Doordat landen die meer consumeren dan ze zelf aan ecologische hulpbronnen hebben momenteel de regels schrijven, onder druk van de Structurele Aanpassingsprogrammas van het IMF hebben veel landen meer exportgewassen geplant, waardoor ze niet meer in staat zijn om voedsel voor hun eigen bevolking te verbouwen. Bovendien worden deze exportgewassen vaak op grote bedrijven geteeld, die de kleine zelfvoorzienende boeren naar marginale landen verjagen.

Voorwoord, Dankbetuiging & Inleiding

De centrale vraagstelling van Het bedrijfsleven aan de macht is het creëren van een duurzamere en tegelijkertijd economisch en maatschappelijk rechtvaardige wereld. Korten hanteert als definitie van duurzaamheid: verantwoord rentmeesterschap van de aarde.Voorzover ik dat uit het boek weet te halen hanteert hij het op dezelfde wijze als de commissie Brundtland.

Volgens de auteur is het boek voortgekomen uit zijn diepe bezorgdheid met over de toekomst van de mensheid. Zoals zoveel jongeren wilde hij in z’n jeugd de wereld verbeteren en armoede uit de wereld verdrijven. Hij constateert grote veranderingen in Azië, en andere ontwikkelingsgebieden. Achter de facades van grote successen en weelderige tentoongespreide rijkdom in landen op het zuidelijk halfrond, ziet hij een groeiende groep van mensen die in een uitzichtloos bestaan terecht zijn gekomen. Hoewel vele hetbeter hebben dan ooit, zijn er honderden miljoenen mensen niet meer in staat om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Deze laatste groep wordt op grote schaal van hun grond verdreven om plaats te maken voor talloze grote ontwikkelingsprojecten.

De baten van deze projecten komen vaak bij multinationals en beter gesitueerden, terwijl de ontheemden niets anders rest dan een nieuw bestaan op te bouwen in buitenwijken van steden of in marginale en onstabiele gebieden. Recente voorbeelden, die ik zelf kan verzinnen, hiervan zijn de nationalisatie van kolenmijnen in China, waarvoor geen compensatie wordt betaald.

Volgens Korten gaat het niet om een verschijnsel dat enkel ontwikkelingslanden treft, maar is het probleem dieper geworteld. Een stelling die ik onderschrijf, ook in de Westerse samenleving leidt de groeiende rijkdom tot maatschappelijke desintegratie en milieubederf. Of zoals John Kenneth Galbraith het al vanaf de jaren vijftig poneert: Private rijkdom kan heel goed samen gaan met publieke armoede. Sterker nog, het kan er een direct gevolg van zijn. Volgens Galbraith zijn publiek investeringen en uitgaven nodig om het welzijn bij een groeiende welvaart op peil te houden.

Andere centrale problemen die Korten signaleert zijn:

  • de teloorgang van het vertrouwen in bestaande instituties
  • de toegenomen macht van het (internationale) bedrijfsleven

Daarover in later meer.

Galbraith links: WikiQuote WikipediaWikipedia

David C. Korten links: People-Centered Development Forum YES! A Journal of Positive Futures

Bedrijfsleven en macht

Voor mijn verjaardag heb ik het boek Het Bedrijfsleven aan de macht van David C. Korten gekregen. Totnutoe was ik nauwelijks toegekomen aan het lezen van het boek. De afgelopen weken ben ik er echter langzaam aan begonnen. Mijn vorderingen door de dik 400 pagina’s zijn hier te volgen.

De centrale vraagstelling van Het bedrijfsleven aan de macht is het creëren van een duurzamere en tegelijkertijd economisch en maatschappelijk rechtvaardige wereld. Korten hanteert als definitie van duurzaamheid: verantwoord rentmeesterschap van de aarde.Voorzover ik dat uit het boek weet te halen hanteert hij het op dezelfde wijze als de commissie Brundtland.

De auteur constateert een aantal drietal kernproblemen:

  • het ontstaan van wereldwijde pubieke armoede versus de toenemende private rijkdom
  • de (economische en maatschappelijke) uitsluiting van grote groepen mensen
  • de teloorgang van het vertrouwen in bestaande instituties
  • de toegenomen macht van het (internationale) bedrijfsleven