Uit de inbox: Reactie ABP op oliewinning uit teerzand

Eerder deze week schreef ik over de investeringen van ABP in oliebedrijven die actief zijn in de winning van olie uit teerzand. Inmiddels heb ik een reactie van ABP ontvangen. De reactie staat onderaan dit bericht volledig weergegeven. Wat me opvalt is dat ABP net als een aantal jaar geleden aangeeft dat ze bedrijven (in dit geval oliebedrijven) aanspreken om de schade milieu en negatieve effecten voor de lokale bevolking te minimaliseren.

Ik hoop dat dergelijke gesprekken ook consequenties kunnen hebben voor de investeringen van ABP, zoals de ASN en Triodos soms ook besluiten om bedrijven uit hun investeringsuniversum te verwijderen als ze niet voldoen aan de duurzaamheidseisen die deze banken stellen. Afgaande op de  investeringen die ABP nog steeds heeft in het mijnbouwbedrijf Freeport McMoRan kan dat echter nog wel even duren. Milieudefensie organiseerde namelijk in 1997 al een actie tegen de investeringen van ABN Amro in Freeport McMoran. ABN Amro trok zich in 1999 terug uit Freeport McMoran, terwij ABP volgens het overzicht van beursgenoteere deelnemingen het 2e kwartaal van 2010 nog steeds investeringen in Freeport McMoran had.

Bericht van ABP:

Bedankt voor uw e-mail, waarin u aandacht vraagt voor het investeren in oliezanden en andere onconventionele olie. We begrijpen uw zorgen over de bijdrage van (on)conventionele oliewinning aan klimaatverandering.

Ook ABP maakt zich zorgen over de negatieve gevolgen van deze oliewinning. We spreken oliebedrijven dan ook aan om de schade aan milieu en de negatieve effecten voor de lokale bevolking te minimaliseren. Dit houdt in dat onze vermogensbeheerder de betrokken oliemaatschappijen aanspoort om transparant te zijn over de aanpak van milieuproblemen en sociale vraagstukken, inzicht te geven in bijkomende kosten en nieuwe technieken te ontwikkelen om de druk op het milieu (waaronder ook energie- en waterverbruik) te reduceren. Dit wordt gedaan tijdens directe gesprekken met de ondernemingen in kwestie, en tijdens de aandeelhoudersvergaderingen.

Wij zijn van mening dat de winning van olie uit teerzanden een stuk schoner kan door technologische vooruitgang. Met name bij specifieke vormen van oliezandwinning (in-situ) is er veel meer energiebesparing mogelijk. Overigens komt bij deze vorm veel minder afval vrij dan bij open mijnbouw en heeft deze veel minder ingrijpende gevolgen voor het landschap en de natuur. Voor open mijnbouw is in Canada de wetgeving voor oliebedrijven inmiddels strenger geworden, waardoor oliebedrijven gedwongen zijn om het restafval van de oliezandwinning (tailing ponds) op te ruimen. Dit dwingt de bedrijven nu te investeren in onderzoek naar nieuwe technieken.

Wat betreft uw oproep om er bij oliebedrijven op aan te dringen investeringen in duurzame energie te doen: voor ABP geldt dat het in duurzame energie investeert, maar alleen wanneer deze beleggingen gepaard gaan met goede en stabiele rendementen. Die hebben we nodig om onze deelnemers een betaalbaar pensioen te kunnen bieden. Van de ondernemingen waarin we beleggen verwachten we dan ook dat ze soortgelijke eisen stellen aan hun investeringen in duurzame energie. Alleen wanneer ze investeren in rendabele vormen van duurzame energie vormen deze ondernemingen een goede belegging voor een pensioenfonds.

Voor het investeren in duurzame energie is het belangrijk dat er sprake is van helder, betrouwbaar en duurzaam overheidsbeleid. Tijdens de klimaatconferentie in Kopenhagen en wederom bij de recente klimaat top in Cancun hebben we dan ook samen met 150 andere investeerders (verenigd in de Institutional Investors Group on Climate Change) die in totaal $9000 miljard beheren, internationale overheden opgeroepen tot een stringent klimaatakkoord.

Maar gelukkig zien we ook vandaag de dag al beleggingskansen die specifiek aan de aanpak bijdragen van belangrijke maatschappelijke en milieuproblemen, zoals armoede in ontwikkelingslanden en klimaatverandering Daarbij gaat het bijvoorbeeld om bedrijven die biobrandstoffen produceren, schone technologie-ondernemingen of duurzame infrastructuurfondsen (wind- en zonne-energie) maar ook om beleggingen in microfinanciering. We zouden graag meer investeren in dit soort projecten en blijven actief op zoek naar beleggingen met goede en stabiele rendementen.

Wanneer u meer wilt weten over de invulling van het Beleid Verantwoord Beleggen door ABP, dan kunt u daarvoor onze website abp.nl raadplegen

Met vriendelijke groet, namens ABP,
Medewerker Telefoon en E-mail APG

ABP's investeringen in oliewinning uit teerzand

Milieudefensie heeft een onderzoek laten uitvoeren naar investeringen door pensioenfondsen in oliebedrijven die betrokken zijn bij de oliewinning uit teerzand. De winning van olie uit teerzand veroorzaakt behoorlijke milieuproblemen. Milieuproblemen kunnen tot financiële risico’s voor investeerders leiden, zoals de olieramp in de Golf van Mexico vorig jaar zomer duidelijk maakte.

Volgens onderzoek van RiskMetrics in opdracht van Ceres gaat ook de winning van olie uit teerzand gepaard met financiële risico’s voor de betrokken bedrijven, en daarmee voor de investeerders in deze bedrijven. Een onderzoek van RiskMetrics stelt dat de sector als geheel de kosten van herstel van milieuschade kan dragen. Voor de grote oliebedrijven (zoals Exxon en Shell) levert dat geen problemen op, maar het rapport van RiskMetrics stelt wel vraagtekens bij de impact op kleinere oliebedrijven die gespecialiseerd zijn in de winning van olie uit teerzand.

Dat is voor mij reden om het ABP weer eens een mail te sturen over hun beleggingsbeleid, aangezien ik verschillende bedrijven die genoemd worden tegen kom in het beleggingsoverzicht van het tweede kwartaal 2010 (het meest recente overzicht dat ik op de website van ABP tegenkom). Ik heb de standaardbrief van Milieudefensie wel wat aangepast. Ik vind duurzaamheid namelijk belangrijk, maar gezien de uitlatingen van ABP in het verleden en de discussie over de dekkingsgraad van ABP vermoed ik dat daar het financiële argument nog steeds belangrijker is.

U beheert het geld dat ik spaar voor mijn pensioen. Naar aanleiding van berichten in de media en onderzoeken van milieuorganisaties, maak ik mij zorgen over de toekomst van mijn pensioen. Ik wil niet dat mijn pensioengeld wordt belegd ten koste van mens en milieu.

Olieconcerns zijn op zoek naar nieuwe bronnen van olie. Denk daarbij aan olie uit de diepzee en teerzand. Dat kan grote gevolgen hebben voor het milieu, maar ook voor het financiële rendement van mijn pensioenbeleggingen. De olieamp in de Golf van Mexico heeft de koppeling tussen milieurisico’s en financiële risico’s zeer duidelijk gemaakt.

Financieel rendement
Uit een rapport in opdracht RiskMetrics Groupe in opdracht van Ceres blijkt dat de milieuschade door de exploitatie van teerzanden aanzienlijke financiële risico’s met zich meebrengt voor de betrokken oliebedrijven en daarmee voor de investeerders in deze bedrijven.

Acties als WijWillenZon van Urgenda en De Betere Wereld laten zien dat het nu al mogelijk is tegen concurerende tarieven over te schakelen op hernieuwbare energiebronnen.

Wat daarvoor vaakt ontbreekt zijn de financiële middelen. Helaas heb ik het ABP tot op heden niet kunnen betrappen op het steunen van dergelijke toekomstgerichte acties van burgers, waaronder ongetwijfeld ook veel van de deelnemers van het ABP.

Milieu-effect van teerzandwinning
De open dagmijn technieken die gehanteerd worden voor de winning van olie uit teerzand vergt veel energie en lijdt tot grote milieuschade. Niet alleen om klimaatemissies, maar het rapport van RiskMetrics wijst ook op mogelijke vervuiling van oppervlakte- en grondwater als gevolg van de winning en raffinage van teerzandolie.

Investeer in mijn toekomst!
Uit onderzoek is gebleken dat pensioenfondsen 0,3 procent van alle pensioengelden in teerzanden stoppen. Twee miljard euro, die voor mijn toekomst en die van mijn kinderen beter gestoken zouden kunnen worden in duurzame ontwikkelingen, zoals duurzame energie en energiebesparing.

Voor pensioenfondsen zijn projecten met een lange gegarandeerde opbrengst zoals windparken of zonne-energiecentrales een interessant beleggingsobject.

Voor olieconcerns zijn, gezien hun ervaring met grote projecten en hun relatief makkelijke toegang tot de kapitaalmarkt, de meer innovatieve megaprojecten zoals zonneparken in de Sahara uitermate geschikt.

Mijn verzoek

  • Stop uw beleggingen in olieconcerns die blijven kiezen voor nieuwe investeringen in onconventionele olie.
  • Vraag olieconcerns om fors in te zetten op duurzame energievormen.
  • Investeer mijn geld in duurzame (energie) projecten.

Gebruikte bronnen:

Update 9 januari: zie ook de reactie van ABP

Markt vs. regulering

Een paar weken geleden ben ik benaderd door Mark Koster naar aanleiding van mijn blogberichten over MyC4. Hij is bezig met een boek over de vrije markt en hij was verbaasd dat een GroenLinks-lid actief bezig was met een site als MyC4. Afgelopen vrijdag heb ik kort met hem aan de telefoon gezeten. Zoals wel vaker heb ik daarbij een aantal stevige uitspraken gedaan, ik chargeer ten slotte graag 😉

Een van de onderwerpen van discussie was de stelling van Mark dat de markt alles op lost. Waarop ik zei dat het maken van goede regulering zonder ongewenste bijeffecten erg moeilijk is. Ook geloof ik niet in het teruggrijpen op oude theorieën om nieuwe problemen op te lossen. Het voorbeeld dat ik daarbij aanhaalde was Platvoet en z’n vriendjes, binnen GroenLinks beter bekend als Kritisch GroenLinks. Mark zelf kwam met de boeken van Adam Smith als de boeken met alle oplossingen.

Aan de telefoon had ik zo snel geen weerwoord en heb ik heerlijk mee gegrinnikt over de verhalen over het risicoloze rendement dat hedgefunds jarenlang beloofden. Zo heb ik met mijn zwager meerdere jaren discussie gehad over de vraag of het mogelijk is om risicoloos 8% rendement te halen, terwijl de rente op staatsobligaties slechts een paar procent bedroeg. Inmiddels weten we dat dat niet kan, zoals ik al .

Achteraf denk ik dat het teruggrijpen op de boeken en theoriën van Adam Smith aan hetzelfde manco leiden als het teruggrijpen op Marx en consorten door Kritisch GroenLinks: het zijn oude oplossingen voor nieuwe en complexere problemen.

Hoe dan wel?

Wat naar mijn mening goed is aan de reflex van zowel Kritisch GroenLinks als Mark Koster is de roep om terug te gaan naar de basis. Alleen is de basis het menselijk handelen en de logica of onlogica daarvan. De psycholoog Daniel Kahneman die in 2002 de Nobelprijs voor de economie gewonnen heeft biedt daarvoor een mooi startpunt. Hij heeft twee hele simpele economische experimenten gedaan naar menselijk gedrag en de interactie tussen rechtvaardigheidsgevoel en concurrentie.

In het eerste experiment waren er 2 deelnemers. Persoon 1 kreeg 10 euro om te verdelen. Persoon 2 mocht het bod accepteren of afwijzen. Als persoon 2 het bod accepteerde kregen beide het afgesproken bedrag, als persoon 2 het bod afwees kregen geen van beide geld. Uitgaande van de zogenaamde homo economicus verwacht je op basis van nutsmaximalisatie dat persoon 1 slechts een zeer klein deel aan persoon 1 aanbied en dat persoon 2 ieder bod accepteert, zelfs als hij maar 10 cent krijgt. Dat bleek niet het geval. Persoon 1 biedt over het algemeen tussen de 3 en 5 euro aan persoon 2. Bovendien wijst persoon 2 een bod onder de 3 euro af. Terwijl dat betekent dat beide met lege handen eindigen.

In het tweede experiment werd een 3e deelnemer geïntroduceerd. Persoon 1 mocht nu kiezen welke persoon hij een bod deed. Dat blijkt een fors effect te hebben op het resultaat. Persoon 1 doet een significant slechter bod en de tegenpartij in de transactie accepteert dat ook. Blijkbaar zijn mensen gevoelig voor de onzichtbare hand van concurrentie.

In de praktijk zie je dat volgens mij als volgt terug op de arbeidsmarkt:

  • werknemers onder in de organisatie krijgen te horen dat ze vervangbaar zijn. Hoe sterker dat gevoel leeft met hoe minder ze genoegen nemen.
  • Aan de bovenkant van organisaties is het andersom. Daar krijgen organisaties te horen dat ze inwisselbaar zijn voor een andere werkgever. Hoe sterker dat gevoel leeft hoe hoger de beloning voor ‘talenten’ (waar ikzelf uiteraard ook toe behoor 😉

Mijn conclusie: een volledig vrije markt is ook niet je van het. Zeker als je je bedenkt dat psychologisch onderzoek laat zien dat mensen gelukkiger zijn naarmate de verschillen in welvaart kleiner zijn in een land.

Als de markt zo fantastisch is, waar komen al die grote bedrijven dan vandaan?

Dat vind ik nog steeds een van de meest intrigerende vragen. Als de markt zo fantastisch is waarom zou je dan een organisatie beginnen? Dat is tenslotte een manier om de markt uit te schakelen. Je werkt voor bank A, dus je mag niet tegelijkertijd werken voor bank B. Ook niet als die meer betaalt of je daar meer waarde kunt toevoegen.

Een antwoord hierop komt uit de transactiekosten economie. Die stelt dat een transactie op verschillende manieren tot stand kan komen. Van markt tot volledig intern. Tussenvormen zijn bijvoorbeeld franchises en joint ventures. De keuze voor de vorm van een transactie wordt volgens Oliver Williamson bepaald door een aantal kenmerken van een transactie: “frequency, specificity, uncertainty, limited rationality, and opportunistic behavior.”

Als een bepaalde transactie essentieel is voor het tot stand komen van een product wordt de transactie binnen de muren van de organisatie gebracht. Een organisatie brengt echter ook kosten met zich mee. En wat ooit een zeer specifieke en onzekere transactie was kan in de toekomst best wel eens uitgroeien tot een standaard product.

Ook kunnen de kosten van een transactie door technologische ontwikkeling dalen, waardoor een andere keuze ontstaat tussen het binnen of buiten de eigen organisatie halen van een transactie. De afgelopen decennia heeft het internet gezorgd voor fors dalende transactiekosten. Voor consumenten begon dat met transacties op het gebied van telefonie, post, muziek en film.

Langzaam maar zeker kruipt het echter ook andere branches is. Waarom zou je een kantoorpand huren en kantoorsoftware kopen, als je je met behulp van op internet beschikbare tools ook een organisatie kunt vormen? Waarom zou je je kennis exclusief aan een bedrijf ter beschikking stellen als je meerwaarde met je kennis kunt realiseren op internet? Bijvoorbeeld via een weblog of door actief te worden in een online community?

Waarom zou je je geld toevertrouwen aan een anonieme bankier in een kantoorpand die je geld investeert in al even anoniem bedrijven? Er is tenslotte een groeiend aantal bedrijven dat door vanuit huis, tegen no cure no pay of tegen combinaties daarvan hun diensten goedkoper aanbied (zoals mijn zwager doet). Ook is er een groeiend aantal sites is (zoals MyC4, KIVA en Zopa) waar je zelf kunt uitkiezen in welke bedrijven, ondernemers of mensen je je geld investeert. Mijn eigen ervaring is dat dit behoorlijk goede rendementen kan opleveren, al geldt hierbij wel: elk rendement hoger dan de laagste rente op een staatsobligatie heeft een hoger risico.

Impact op de overheid

Ook de overheid krijgt vroeger of later te maken met die vraag. Want waarom zou je geld betalen aan de overheid voor het verzamelen, onderzoeken, analyseren, interpreteren en presenteren van data, als je dat zelf goedkoper en beter kunt? Vergelijk de site van de Tweede Kamer bijvoorbeeld eens met Polidocs, IkRegeer.nl en met de in oprichting zijnde site Jijendeoverheid.nl.

Betekent dat dan dat je alles aan de markt moet overlaten? In mijn ogen niet. De overheid behoudt een rol, alleen zal deze de komende jaren wel veranderen. Zoals de rol van instituties in een samenleving altijd aan verandering onderhevig is.

Winstmaximalisatie vs. Maatschappelijke Verantwoordelijkheid

Als reactie op een eerder stuk over de kredietcrisis kreeg ik van Johan Goossens een tip over zijn blogpost over begeerte en angst in de effectenwereld. Waarbij hij linkt naar een oud artikel van David Loy in Ode over het spanningsveld tussen maatschappelijke verantwoordelijkheid en winstmaximalisatie. Interessant stuk. Vooral omdat ik de afgelopen weken weer een aantal hoofdstukken uit Het bedrijfsleven aan de macht van David C. Korten heb gelezen (nee nog niet bijgewerkt op mijn blog). Een van de centrale punten die Korten behandelt betreft net als bij Loy de omslag in de VS waarbij ondernemingen normale rechten kregen:

Het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten besliste in 1886 in de zaak van ‘Santa Clara County tegen de Southern Pacific Railroad’, dat bedrijven ‘natuurlijke rechtspersonen’ waren volgens de Amerikaanse grondwet. Plotseling kwamen de bedrijven in ons midden ‘tot leven’ en genoten ze dezelfde rechten en vrijheden als wij hebben, de burgers die ze lieten ontstaan.

Ik weet niet wat ik vind van de voorstellen van David Loy, maar ik denk wel dat er een spanningsveld is tussen de huidige vorm van aandeelhouderschap en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een van mijn docenten in Wageningen (Roel Jongeneel) heeft een boekje geschreven over ondernemen en christelijke waarden. Ik begreep toentertijd van hem dat hij van menig was dat de huidige borging van dergelijke waarde via aandeelhouders te beperkt is. Wat doe je als er een grotere groep aandeelhouders komt met andere uitgangspunten? Bv. de maakdollars uit China, de petrodollars uit het Midden-Oosten en de gasdollars uit Rusland op zoek zijn naar rendabele bestemmingen… Hoewel China voorlopig niet veel plezier beleeft van de deelneming in Blackstone.

In zijn boek ging Jongeneel daarom op zoek naar mogelijkheden om christelijke waarden dieper in het ondernemingsbeleid te verankeren. Op zich een relevante vraag voor ieder die een bepaalde overtuiging in het ondernemingbeleid wil verankeren, bv. maatschappelijke verantwoordelijkheid. Helaas weet ik de titel van het boek niet meer, maar een tipje van de sluier (die overeenkomt met hoe ik het me herinner uit discussies met hem) kon ik wel vinden op de site geschienis=fun:

Vanuit een christelijke visie is het goed te benadrukken dat de (commerciële) onderneming in feite een ellips is met twee brandpunten. Enerzijds gaat het om het realiseren van positief economisch dienstbetoon. De onderneming moet bijdragen in de behoeftevoorziening en dus in die zin service-georiënteerd en klantgericht zijn. Anderzijds, of liever gezegd: tegelijkertijd, wil men via de onderneming zorgen voor de realisatie van een inkomen voor alle participanten. Dienen en ver-dienen gaan dus samen en dienen ook samen te gaan. Het gaat in de onderneming niet alleen gaat om het creëren van aandeelhouderswaarde, maar om meervoudige waardecreatie (ook beloning voor arbeid, ruimte voor doen van investeringen in productinnovatie, etc.). Winstgevendheid is daarbij een belangrijk aspect, maar niet het enige.

Overigens ben ik ook bezig in het boek Integer en verantwoord in beroep en bedrijf van Henk van Luijk, dat deels dezelfde thema’s behandelt.

Plan- of markteconomie

Vandaag heerlijk in de zon gezeten en een berg achterstallige kranten en tijdschriften weggewerkt. In M (het maandblad van NRC-Handelsblad) van augustus stond een interview met Edgar Most. Een van de weinige bankiers uit de DDR die ook na de Wende als bankier werkzaam is gebleven. Het interview bevat zinnige opmerkingen over het beteugelen van het kapitaal om te zorgen dat het maatschappelijk nuttig aangewend wordt.

Vooral in het licht van de recente koersdalingen worden die opmerkingen interessant. De afgelopen dagen hebben overheden in Japan, Europa en de Verenigde Staten via hun centrale banken op ongekende schaal staats ondersteuning verstrekt aan de private sector. In twee dagen tijd is er voor zeker 326 miljard dollar het monetaire systeem in gepompt om schaarste aan geld tegen te gaan. Er zijn dagen dat ik het niet op mijn bankrekening heb staan. Aan het eind van de dag leek gisteren de rust op Wall Street terug te keren. De grote vraag is echter voor hoelang.

De afgelopen jaren heeft een steeds groter deel van het bedrijfsleven onder druk van hedgefondsen en private equity gekozen voor een scherpere financiering, oftewel een groter deel vreemd vermogen (geleend geld) en minder eigen vermogen. Ook hebben bedrijvenopkopers als KKR en Blackstone de overname van bedrijven veelal zeer scherp gefinancierd, met veel vreemd vermogen. De laatste schatting die ik las is dat er voor zo’n 250 miljard dollar aan herfinanciering van dergelijke bedrijven vast zit bij zakenbanken. Deze weten geen afnemers meer te vinden voor de leningen, nu institutionele beleggers meer rendement eisen op de leningen dan KKR, Blackstone en consorten wensen te betalen. Onder de Nederlandse bedrijven waar herfinanciering niet gelukt is bevind zich bijvoorbeeld Maxeda (het voormalige KBB).

Het pompen van extra geld in de financiële markten om systeemfalen te voorkomen geeft een vreemd gezicht: private equity, hedgefondsen en zakenbanken (de vrije cowboys van de markteconomie, degene die vaak het hardst roepen dat de overheid terughoudend moet zijn) die bang om hun billen te branden naar de staat kijken om in te grijpen. Of zoals de NRC in het hoofdcommentaar van vandaag schrijft:

De financiële markten, de kampioenen van het ongebreidelde kapitalisme, konden zich in de afgelopen twee dagen op de onvoorwaardelijke steun van de overheid verheugen.

Een heel ander probleem voor de komende tijd vormt China. China heeft in korte tijd tot 2 keer toe gedreigd om op grote schaal Amerikaanse staatsobligaties te verkopen als de VS importheffingen gaat leggen op producten uit China. Het Japanse alternatief van vrijwillige exportbeperking is voor China nog geen optie, omdat ze buiten Lenovo en Huawei weinig echte merkfabrikanten hebben die populair zijn buiten China. Een deal met vrijwillige handelsbeperkingen voor bepaalde producten, zoals Japan in de jaren ’80 van de vorige eeuw afsprak met de VS is dan lastig.

De Japanse autofabrikanten hebben daar toentertijd overigens goud geld mee verdiend. De vraag naar Japanse auto’s daalde namelijk niet, het aanbod wel: kortom hogere prijzen en extra winst voor Japanse fabrikanten. Met die winsten werd onderzoek gefinancierd, waarmee de technische voorsprong werd uitgebouwd, en er werden fabrieken mee opgezet in de VS om de vrijwillige importbeperking te omzeilen.

Al met al denk ik dat dit het best wel eens een hete herfst kan worden, niet door stakingen van de productiefactor arbeid, wel door de problemen op de kapitaalmarkt. Zoals Sherry Cooper, hoofdeconoom van BMO Capital Markets in Toronto, stelt over het handelen van de Fed-voorzitter:

Ben Bernanke moet zich voelen als de kapitein van de Titanic. Hij weet dat het schip een ijsberg heeft geraakt, maar door de mist kan hij niet zien hoe erg de schade is.

Conclusie van de afgelopen dagen lijkt in ieder geval te zijn dat ook vrije kapitaalmarkten niet zonder toezichthouders en overheidsingrijpen kunnen.

Bronnen:
AEX is de winst van dit jaar al kwijt, NRC, 11 augustus 2007
BNR Nieuwsradio – China dreigt met dumpen obligaties VS, 9 augustus 2007
nrc.nl – Opinie-Hoofdartikelen – De lessen van de crisis, NRC, 11 augustus 2007

Galbraith's oproep voor een nieuwe progressieve agenda

James Galbraith, de zoon van de beroemde John Kenneth Galbraith, roert zich in het debat over hoe de economie er uit zou moeten zien. Daarin haalt hij nogal wat heilige huisjes van de vrijhandel onderuit. Zowel van voor- als tegenstanders van vrijhandel:

The facts are clear: NAFTA is a done deal, and China is a success story we have to live with. Progressives need a trade narrative that moves past these two issues. Broadly, this means accepting manufactured imports and dropping the idea that we can control–or that it matters much–who assembles television sets or stitches shirts. Standards to guard against flagrant abuses such as child and prison labor are fine, but it’s an illusion to think they will, or should, dent the flow of goods from China. A progressive trade agenda should focus, instead, on building stronger world markets for our exports, and in ways that do not trample on the needs and rights of poor people in poor countries. That should provide plenty of room for future fights with free-trade absolutists.

Het is volgens Galbraith tijd voor de VS om zich te focussen op het creëren van banen in sectoren die nationale behoeften bevredigen (zoals high tech, onderwijs, gezondheidszorg en energiebesparing) en het bouwen van wereldmarkten voor Amerikaanse goederen en diensten. De VS zou haar steden en transportsystemen moeten herstellen, en het klimaatprobleem aanpakken. Daarbij is ook het beschermen van kwetsbare kustgebieden een aandachtspunt.

Begrotingsevenwicht hoeft daarbij niet heilig te zijn. Aangezien niet aantoonbaar is dat het enigszins op laten lopen van de begrotingstekorten leidt tot hogere lange rentetarieven. Bovendien is lenen om het klimaatprobleem aan te pakken ook logisch gezien de termijn waarop het probleem speelt en de huidige lage rentetarieven.

Ten aanzien van de Amerikaanse aandrang op revaluatie van de Chinese munt stelt Galbraith dat de enige die daar van zullen profiteren speculanten en investeerders in Chinees bezit (aandelen, obligaties, vastgoed) zullen zijn. Een revaluatie zal geen banen terug brengen naar de VS en het kan Amerikaanse consumenten schaden.

Ik weet niet in hoeverre hij gelijk heeft, maar het is een interessante stelling. Zeker het verhogen van het begrotingstekort om lange termijn problemen, zoals het klimaatprobleem aan te pakken is prikkelend (al was het maar omdat het tegen bijna alle adviezen van planbureau’s ed ingaat). Het artikel What Kind of Economy? van James Galbraith geeft in ieder geval weer genoeg stof tot nadenken.

Bron: Trade Diversion: Progressives’ trade issues