Transactiekosten van milieubeleid

Milieubeleid kan gepaard gaan met hoge kosten, een deel daarvan bestaat uit de kosten die bedrijven en burgers moeten nemen om emissies te reduceren. Een ander deel bestaat uit zogenaamde transactiekosten. Dat zijn indirecte kosten die samenhangen met het milieubeleid. Het kan gaan om informatie verzamelen, personeel bijscholen, monitoring, rapportagekosten, kosten om wetgeving te ontwikkelen, implementatiekosten, handhavingskosten etc.

Transactiekosten

Transactiekosten staan binnen de economie al langer in de belangstelling, vooral door het boek Transaction Cost Economics. In dit boek biedt Williamson een verklaring voor het bestaan van bedrijven/organisaties terwijl de vrije markt de heilige graal is. Binnen een bedrijf/organisatie wordt de vrije markt tenslotte uitgeschakeld, er zijn dus omstandigheden waarin de markt niet het beste systeem is om schaarse middelen te verdelen. De keuze om een transactie binnen de eigen organisatie plaats te laten vinden of via de markt hangt volgens Williamson af van:

  • frequentie
  • specificiteit
  • beperkte rationaliteit
  • opportunistisch gedrag

Belangrijkste factoren

Een recente studie (pdf) van Coggan, Whitten en Bennett laat zien dat dit ook speelt bij milieubeleid. Transactiekosten kunnen volgens Coggan ea. optreden in verschillende fase van het milieubeleisproces, van planning tot handhaving. Volgens de studie zijn de transactiekosten van milieubeleid vooral afhankelijk van:

  1. De door Williamson al genoemde factoren, zoals:
    De aard en frequentie van de transactie. Hoe specifieker het onderwerp van beleid, hoe hoger de kosten waarschijnlijk zijn. Overigens laat een andere recente studie (pdf) zien dat er ook grote synergie in het halen van doelstellingen is bereiken door betere afstemming van bijvoorbeeld klimaatbeleid, energiebeleid en luchtkwaliteitsbeleid op elkaar afgestemd worden [link toevoegen]. Voor de meeste beleidseconomen is dit geen nieuw inzicht, aangezien dit een andere manier is om te zeggen dat de voorkeur uitgaat naar zogenaamde ‘no regret’ maatregelen.
    Wanneer transacties vaker herhaald worden kunnen de transactiekosten beperkt worden door bv. standaardcontracten op te stellen of een markt te creëren.
  2. Transactiekosten kunnen sterk variëren door de tijd en activiteiten in het begin van het beleidsproces kunnen een grote impact hebben op de transactiekosten bij de uitvoering of handhaving.
  3. Transactiekosten hangen af van het gekozen beleidsinstrument. Bv. van de keuze tussen regulering en marktinstrumenten. Wanneer voor een marktinstrument gekozen wordt stijgen bv. de transactiekosten van investeringsbeslissingen, omdat er verschillende opties afgewogen moeten worden. Regulering kan echter tot hogere kosten als gevolg van regulering en handhaving leiden. Bovendien kan regulering erg duur uitpakken als het leidt tot veel vervroegde afschrijvingen op bestaande apparatuur die niet kan voldoen aan de nieuwe norm.

Markt vs. regulering

Een paar weken geleden ben ik benaderd door Mark Koster naar aanleiding van mijn blogberichten over MyC4. Hij is bezig met een boek over de vrije markt en hij was verbaasd dat een GroenLinks-lid actief bezig was met een site als MyC4. Afgelopen vrijdag heb ik kort met hem aan de telefoon gezeten. Zoals wel vaker heb ik daarbij een aantal stevige uitspraken gedaan, ik chargeer ten slotte graag 😉

Een van de onderwerpen van discussie was de stelling van Mark dat de markt alles op lost. Waarop ik zei dat het maken van goede regulering zonder ongewenste bijeffecten erg moeilijk is. Ook geloof ik niet in het teruggrijpen op oude theorieën om nieuwe problemen op te lossen. Het voorbeeld dat ik daarbij aanhaalde was Platvoet en z’n vriendjes, binnen GroenLinks beter bekend als Kritisch GroenLinks. Mark zelf kwam met de boeken van Adam Smith als de boeken met alle oplossingen.

Aan de telefoon had ik zo snel geen weerwoord en heb ik heerlijk mee gegrinnikt over de verhalen over het risicoloze rendement dat hedgefunds jarenlang beloofden. Zo heb ik met mijn zwager meerdere jaren discussie gehad over de vraag of het mogelijk is om risicoloos 8% rendement te halen, terwijl de rente op staatsobligaties slechts een paar procent bedroeg. Inmiddels weten we dat dat niet kan, zoals ik al .

Achteraf denk ik dat het teruggrijpen op de boeken en theoriën van Adam Smith aan hetzelfde manco leiden als het teruggrijpen op Marx en consorten door Kritisch GroenLinks: het zijn oude oplossingen voor nieuwe en complexere problemen.

Hoe dan wel?

Wat naar mijn mening goed is aan de reflex van zowel Kritisch GroenLinks als Mark Koster is de roep om terug te gaan naar de basis. Alleen is de basis het menselijk handelen en de logica of onlogica daarvan. De psycholoog Daniel Kahneman die in 2002 de Nobelprijs voor de economie gewonnen heeft biedt daarvoor een mooi startpunt. Hij heeft twee hele simpele economische experimenten gedaan naar menselijk gedrag en de interactie tussen rechtvaardigheidsgevoel en concurrentie.

In het eerste experiment waren er 2 deelnemers. Persoon 1 kreeg 10 euro om te verdelen. Persoon 2 mocht het bod accepteren of afwijzen. Als persoon 2 het bod accepteerde kregen beide het afgesproken bedrag, als persoon 2 het bod afwees kregen geen van beide geld. Uitgaande van de zogenaamde homo economicus verwacht je op basis van nutsmaximalisatie dat persoon 1 slechts een zeer klein deel aan persoon 1 aanbied en dat persoon 2 ieder bod accepteert, zelfs als hij maar 10 cent krijgt. Dat bleek niet het geval. Persoon 1 biedt over het algemeen tussen de 3 en 5 euro aan persoon 2. Bovendien wijst persoon 2 een bod onder de 3 euro af. Terwijl dat betekent dat beide met lege handen eindigen.

In het tweede experiment werd een 3e deelnemer geïntroduceerd. Persoon 1 mocht nu kiezen welke persoon hij een bod deed. Dat blijkt een fors effect te hebben op het resultaat. Persoon 1 doet een significant slechter bod en de tegenpartij in de transactie accepteert dat ook. Blijkbaar zijn mensen gevoelig voor de onzichtbare hand van concurrentie.

In de praktijk zie je dat volgens mij als volgt terug op de arbeidsmarkt:

  • werknemers onder in de organisatie krijgen te horen dat ze vervangbaar zijn. Hoe sterker dat gevoel leeft met hoe minder ze genoegen nemen.
  • Aan de bovenkant van organisaties is het andersom. Daar krijgen organisaties te horen dat ze inwisselbaar zijn voor een andere werkgever. Hoe sterker dat gevoel leeft hoe hoger de beloning voor ‘talenten’ (waar ikzelf uiteraard ook toe behoor 😉

Mijn conclusie: een volledig vrije markt is ook niet je van het. Zeker als je je bedenkt dat psychologisch onderzoek laat zien dat mensen gelukkiger zijn naarmate de verschillen in welvaart kleiner zijn in een land.

Als de markt zo fantastisch is, waar komen al die grote bedrijven dan vandaan?

Dat vind ik nog steeds een van de meest intrigerende vragen. Als de markt zo fantastisch is waarom zou je dan een organisatie beginnen? Dat is tenslotte een manier om de markt uit te schakelen. Je werkt voor bank A, dus je mag niet tegelijkertijd werken voor bank B. Ook niet als die meer betaalt of je daar meer waarde kunt toevoegen.

Een antwoord hierop komt uit de transactiekosten economie. Die stelt dat een transactie op verschillende manieren tot stand kan komen. Van markt tot volledig intern. Tussenvormen zijn bijvoorbeeld franchises en joint ventures. De keuze voor de vorm van een transactie wordt volgens Oliver Williamson bepaald door een aantal kenmerken van een transactie: “frequency, specificity, uncertainty, limited rationality, and opportunistic behavior.”

Als een bepaalde transactie essentieel is voor het tot stand komen van een product wordt de transactie binnen de muren van de organisatie gebracht. Een organisatie brengt echter ook kosten met zich mee. En wat ooit een zeer specifieke en onzekere transactie was kan in de toekomst best wel eens uitgroeien tot een standaard product.

Ook kunnen de kosten van een transactie door technologische ontwikkeling dalen, waardoor een andere keuze ontstaat tussen het binnen of buiten de eigen organisatie halen van een transactie. De afgelopen decennia heeft het internet gezorgd voor fors dalende transactiekosten. Voor consumenten begon dat met transacties op het gebied van telefonie, post, muziek en film.

Langzaam maar zeker kruipt het echter ook andere branches is. Waarom zou je een kantoorpand huren en kantoorsoftware kopen, als je je met behulp van op internet beschikbare tools ook een organisatie kunt vormen? Waarom zou je je kennis exclusief aan een bedrijf ter beschikking stellen als je meerwaarde met je kennis kunt realiseren op internet? Bijvoorbeeld via een weblog of door actief te worden in een online community?

Waarom zou je je geld toevertrouwen aan een anonieme bankier in een kantoorpand die je geld investeert in al even anoniem bedrijven? Er is tenslotte een groeiend aantal bedrijven dat door vanuit huis, tegen no cure no pay of tegen combinaties daarvan hun diensten goedkoper aanbied (zoals mijn zwager doet). Ook is er een groeiend aantal sites is (zoals MyC4, KIVA en Zopa) waar je zelf kunt uitkiezen in welke bedrijven, ondernemers of mensen je je geld investeert. Mijn eigen ervaring is dat dit behoorlijk goede rendementen kan opleveren, al geldt hierbij wel: elk rendement hoger dan de laagste rente op een staatsobligatie heeft een hoger risico.

Impact op de overheid

Ook de overheid krijgt vroeger of later te maken met die vraag. Want waarom zou je geld betalen aan de overheid voor het verzamelen, onderzoeken, analyseren, interpreteren en presenteren van data, als je dat zelf goedkoper en beter kunt? Vergelijk de site van de Tweede Kamer bijvoorbeeld eens met Polidocs, IkRegeer.nl en met de in oprichting zijnde site Jijendeoverheid.nl.

Betekent dat dan dat je alles aan de markt moet overlaten? In mijn ogen niet. De overheid behoudt een rol, alleen zal deze de komende jaren wel veranderen. Zoals de rol van instituties in een samenleving altijd aan verandering onderhevig is.

Plan- of markteconomie

Vandaag heerlijk in de zon gezeten en een berg achterstallige kranten en tijdschriften weggewerkt. In M (het maandblad van NRC-Handelsblad) van augustus stond een interview met Edgar Most. Een van de weinige bankiers uit de DDR die ook na de Wende als bankier werkzaam is gebleven. Het interview bevat zinnige opmerkingen over het beteugelen van het kapitaal om te zorgen dat het maatschappelijk nuttig aangewend wordt.

Vooral in het licht van de recente koersdalingen worden die opmerkingen interessant. De afgelopen dagen hebben overheden in Japan, Europa en de Verenigde Staten via hun centrale banken op ongekende schaal staats ondersteuning verstrekt aan de private sector. In twee dagen tijd is er voor zeker 326 miljard dollar het monetaire systeem in gepompt om schaarste aan geld tegen te gaan. Er zijn dagen dat ik het niet op mijn bankrekening heb staan. Aan het eind van de dag leek gisteren de rust op Wall Street terug te keren. De grote vraag is echter voor hoelang.

De afgelopen jaren heeft een steeds groter deel van het bedrijfsleven onder druk van hedgefondsen en private equity gekozen voor een scherpere financiering, oftewel een groter deel vreemd vermogen (geleend geld) en minder eigen vermogen. Ook hebben bedrijvenopkopers als KKR en Blackstone de overname van bedrijven veelal zeer scherp gefinancierd, met veel vreemd vermogen. De laatste schatting die ik las is dat er voor zo’n 250 miljard dollar aan herfinanciering van dergelijke bedrijven vast zit bij zakenbanken. Deze weten geen afnemers meer te vinden voor de leningen, nu institutionele beleggers meer rendement eisen op de leningen dan KKR, Blackstone en consorten wensen te betalen. Onder de Nederlandse bedrijven waar herfinanciering niet gelukt is bevind zich bijvoorbeeld Maxeda (het voormalige KBB).

Het pompen van extra geld in de financiële markten om systeemfalen te voorkomen geeft een vreemd gezicht: private equity, hedgefondsen en zakenbanken (de vrije cowboys van de markteconomie, degene die vaak het hardst roepen dat de overheid terughoudend moet zijn) die bang om hun billen te branden naar de staat kijken om in te grijpen. Of zoals de NRC in het hoofdcommentaar van vandaag schrijft:

De financiële markten, de kampioenen van het ongebreidelde kapitalisme, konden zich in de afgelopen twee dagen op de onvoorwaardelijke steun van de overheid verheugen.

Een heel ander probleem voor de komende tijd vormt China. China heeft in korte tijd tot 2 keer toe gedreigd om op grote schaal Amerikaanse staatsobligaties te verkopen als de VS importheffingen gaat leggen op producten uit China. Het Japanse alternatief van vrijwillige exportbeperking is voor China nog geen optie, omdat ze buiten Lenovo en Huawei weinig echte merkfabrikanten hebben die populair zijn buiten China. Een deal met vrijwillige handelsbeperkingen voor bepaalde producten, zoals Japan in de jaren ’80 van de vorige eeuw afsprak met de VS is dan lastig.

De Japanse autofabrikanten hebben daar toentertijd overigens goud geld mee verdiend. De vraag naar Japanse auto’s daalde namelijk niet, het aanbod wel: kortom hogere prijzen en extra winst voor Japanse fabrikanten. Met die winsten werd onderzoek gefinancierd, waarmee de technische voorsprong werd uitgebouwd, en er werden fabrieken mee opgezet in de VS om de vrijwillige importbeperking te omzeilen.

Al met al denk ik dat dit het best wel eens een hete herfst kan worden, niet door stakingen van de productiefactor arbeid, wel door de problemen op de kapitaalmarkt. Zoals Sherry Cooper, hoofdeconoom van BMO Capital Markets in Toronto, stelt over het handelen van de Fed-voorzitter:

Ben Bernanke moet zich voelen als de kapitein van de Titanic. Hij weet dat het schip een ijsberg heeft geraakt, maar door de mist kan hij niet zien hoe erg de schade is.

Conclusie van de afgelopen dagen lijkt in ieder geval te zijn dat ook vrije kapitaalmarkten niet zonder toezichthouders en overheidsingrijpen kunnen.

Bronnen:
AEX is de winst van dit jaar al kwijt, NRC, 11 augustus 2007
BNR Nieuwsradio – China dreigt met dumpen obligaties VS, 9 augustus 2007
nrc.nl – Opinie-Hoofdartikelen – De lessen van de crisis, NRC, 11 augustus 2007