Ruwe Open Data 1 jaar later (via @libel)

In 2009 hield Tim Berners-Lee een TED-talk over ruwe open data, met name overheidsdata. Dit jaar laat hij in 5 minuten zien wat er sindsdien gebeurd is. Vooral aan de hand van ruwe open & linked data uit de VS en Engeland.

Mijn vraag is: Welke politieke partij pakt het thema open overheidsdata op voor de komende Kamerverkiezingen en wordt de meest open partij? Of laten we de kansen voor de Nederlandse samenleving en het Nederlandse bedrijfsleven liggen?

Boekpresentatie: Het wiel opnieuw uitvinden

Afgelopen maandag was ik bij de boekpresentatie van Het wiel opnieuw uitvinden van Manfred van Doorn. Een van de onderwerpen was de omslag naar een duurzame samenleving en het duurzaam leiderschap dat daarvoor nodig is. Naar mijn mening dus de moeite waard om de entreekosten van 30 euro te betalen.

De bijeenkomst

Ik kwam helaas wat later binnen doordat ik niet op tijd weg kon op het werk. Zoals mijn meisjes weten gaat bij mij meestal het werk voor het meisje, zo ook deze keer. Wat ik gemist heb weet ik dus niet (al vermoed ik dat het deels over crowdsourcing ging). Wat ik gezien en gehoord heb wel, en eerlijk gezegd viel het me wat tegen. De opbouw van het verhaal en van de verschillende vormen van leiderschap volgde voor een groot deel de spiral dynamics opbouw. De kleuren waren wat anders gekozen, want gebaseerd op chakra’s. Buiten dat was de inhoud per kleur in mijn ogen redelijk vergelijkbaar.

Manfred van Doorn haalde in zijn verhaal de Kondratieff cyclus aan. Altijd leuk voor een econoom zoals ik als er weer ‘ns een grootmeester van stal wordt gehaald. Bij de cycli, die ik de laatste tijd wel vaker langs zie komen (bv. bij Wouter de Heij), blijf ik echter twijfelen. Crises komen namelijk vaker voor. De focus in de meeste plaatjes ligt erg op die in de Westerse economieën. De crisis in Japan, de Aziatische Tijgers, of de saving&loans in de VS, passen volgens mij niet in het plaatje. Het voelt daarmee een beetje als een theorie bij je verhaal zoeken, zonder wetenschappelijke onderbouwing. Maar ik geef toe dat dat een onderbuik gevoel is, ik ben onvoldoende thuis in de theoretische ontwikkelingen op dit gebied van de economische wetenschap.

Na het verhaal van Manfred van Doorn waarin een een aantal goed gekozen filmfragmenten over verbindend leiderschap (vast de verkeerde term) zaten kwamen 4 personen kort wat vertellen over hun ervaring met leiderschap. Helaas waren dat, in mijn ogen, voor het merendeel vrij traditionele verhalen. Al had ik dat misschien kunnen verwachten gezien de titel van het boek…

Een ambtenaar die komt vertellen dat de huidige crisis betekent dat we heel scherp moeten kiezen wat we niet meer gaan doen als overheid, klinkt als de nachtwakerstaat uit de 19e eeuw. Een voormalig topambtenaar die vertelt hoe hij jaren geleden al interdepartementaal samenwerkte en de problemen die hem dat opleverde. Waarna hij het onderhand aloude mantra dat je met het huidige internet niks meer hoeft te weten herhaalde. Die gedachte is inmiddels ook al weer tamelijk saai en traditioneel te noemen.

Hoe dan wel? Kiezen als overheid

Naar mijn mening kan het ook anders. Dat vergt echter wel lef en leiderschap van de leiding… Om te beginnen bij het maken van keuzes vanwege de slechte toestand van de overheidsfinanciën. In plaats van te kiezen voor taken afstoten, kun je er ook voor kiezen om de rekening neer te leggen bij degene die de pot verteerd hebben zoals Obama van plan is.

Oftewel: bij de financiële sector die het woord innovatie de afgelopen jaren misbruikt hebben om te doen alsof risico geen prijs meer had. Net als ICT-goeroes ooit dachten dat ICT een Nieuwe Economie voort had gebracht met eeuwig dalende kosten. Wat al eerder de reinste kolder bleek, waar de economen fors intrapten (die hadden nog niks geleerd van de ondergang van Long Term Capital Management).

Een andere oplossingsrichting kan zijn om meer te vertrouwen op het zelfsturend en organiserend vermogen van je burgers, en ze niet te behandelen als imbecielen (zoals Roel in ’t Veld dat zo subtiel noemt). Dat kun je bijvoorbeeld doen door als nieuwe kerntaak van de overheid te definiëren dat je eerlijke en open data verstrekt aan burgers. Dan sluit je als Nederlandse overheid aan bij de trends, zoals ik die nog steeds zie.

Spaar bijvoorbeeld kosten uit door niet alleen te roepen hoeveel vragen je krijgt, maar ontsluit deze vragen en antwoorden ook. Zodat je je helpdesk, of in het geval van de overheid de vele een-loketten te ontlasten (wat weer menskracht uitspaart). Of plaats alle vergunningaanvragen en klachten op een interactieve kaart met statusinformatie erbij. Op die manier kunnen burgers zien wat er speelt, zonder dat een ambtenaar de vraag daarover hoeft te beantwoorden. Of ga een stapje verder en stel je informatie open met locatiekenmerken, zodat bedrijven als Layar of burgerinitiatieven als verbeterdebuurt.nl applicaties kunnen ontwikkelen om de informatie te ontsluiten.

De ultieme stap is natuurlijk digitale ontsluiting van de archieven met overheidsinformatie. Want hoeveel ambtenaren hebben nu een dagtaak aan het voorkomen dat burgers hun recht op overheidsinformatie via de WOB uitoefenen? De overheid vraagt van haar burgers allerlei informatie onder het motto:

u heeft toch niks verkeerds gedaan, wat heeft u dan te verbergen?

Laten we dat dan ook ‘ns op de overheid zelf toepassen. Dus geen parlementaire commissie De Wit, maar alle correspondentie van Financiën, DNB en de banken vrij geven. Dan kan iedere burger die dat wil zelf bepalen of het Kabinet een juist besluit nam en kunnen we ook besparen op het aantal ambtenaren & tegelijkertijd investeren in innovatieve informatiediensten… Zeg maar tranparantie als nieuwe objectiviteit.

Internet: mind the crap

De laatste oplossingsrichting vormt een mooie brug naar de achterhaalde stelling dat je met internet geen kennis meer hoeft te hebben, omdat alle informatie vindbaar is op internet. Dat is volgens mij totale onzin. Op internet is veel goede informatie te vinden, tegelijkertijd denk ik bij internet (met een parafrasering van de Londense subway):

Mind the crap

Zonder parate kennis en inzicht in samenhang tussen onderwerpen krijg je grote kans op uitglijders. Stel je voor dat ik in een overleg zit zonder parate kennis en ik ga het op internet opzoeken (wat al een tamelijke gênante vertoning is), hoe bepaal ik dan waar en onwaar?

Parate kennis over de onderwerpen waar je verantwoordelijk voor bent is dus van essentieel belang in een kenniseconomie. Als je de omslag van kenniseconomie naar een innovatie economie wilt maken zul je volgens mij nog een stap verder moeten gaan, want dan heb je ook parate kennis van andere onderwerpen nodig. Dat geldt ook voor de omslag naar een duurzame economie.

Wanneer je dat niet doet wordt duurzaamheid verengd tot klimaatverandering, luchtkwaliteit, biodiversiteit, kinderarbeid of een ander los thema. Terwijl het bij duurzaamheid nu juist gaat om de samenhang tussen thema’s en het afwegen van keuzes waar je voor staat. Wat is op dit moment belangrijker: luchtkwaliteit, biodiversiteit, of minder CO2 emissies? Twee grootheden die niet vergelijkbaar zijn, en juist door ze beide op tafel te houden vind je innovatieve manieren om beide doelen gelijktijdig te halen. Gebrek aan parate kennis van een van de onderwerpen levert  op z’n minst controverses op

Conclusie

De losse verhalen vond ik niet passen bij het idee van een nieuw paradigma. Daarvoor waren ze te traditioneel. Dat neemt niet weg dat ik zeker wel van plan ben het boek van Marcel van Doorn te gaan lezen. De bijeenkomst zelf was ook geslaagd, aangezien ik weer interessante mensen heb ontmoet. Vooral de persoon die vroeg:

Is vragen of er genoeg geld is voor de omslag naar duurzamheid niet hetzelfde als vragen of er genoeg olie is om het vuur te doven?

prikkelde mijn verbeelding 🙂

En nu op naar de Leefbaarometer 2.0

De afgelopen maanden ben ik weer blij verrast met een aantal mooie overheidsinitiatieven om statistieken beter toegankelijk te maken voor burgers, een onderwerp waar ik al eerder over schreef. De initiatieven variëren van het vernieuwen van de gegevens op een website over leefbaarheid tot de aankondiging dat iedere overheidsdienst haar informatie in een open standaard, herbruikbaar en machine leesbaar dient te gaan aanbieden.

De Leefbarometer

VROM heeft een nieuwe versie van de Leefbaarometer gepubliceerd. Op deze site kun je zien hoe het gesteld is met de leefbaarheid bij jou in de straat, buurt, wijk of stad. Ook zijn de trends sinds 1998 te volgen. De site combineert volgens de NRC gegevens uit veel verschillende bronnen. Imposant, alleen wat kan je als burger weinig met de Leefbaarometer in zijn huidige vorm…

Wat wil ik dan?

Ik ga begin volgend jaar zoeken naar een ander huis. De leefbaarheid van een buurt is daarbij voor mij erg belangrijk, dus de Leefbaarometer bevat een schat aan nuttige informatie. Alleen waarom kom ik daar niet bij op de plek waar ik het wil hebben (Jaap, Funda of andere huizensites)? En waarom kan ik deze tijd van individualisering en de mondige burger niet zelf aangeven welke aspecten ik van belang vind voor de leefbaarheid van de buurt waar ik een huis ga zoeken?

Het kan ook anders

Dat het ook anders kan laat de Wereldbank zien. Zij hebben hun statistieken via een zogenaamde publieke API benaderbaar gemaakt. Dat betekent dat bouwers van websites en ontwerpers de gegevens van 17 indicatoren kunnen opvragen en op hun eigen website kunnen tonen. Google is daar recent mee begonnen, zodat je bij zoekvragen die te herleiden zijn tot Wereldbank statistieken nu de officiële statistieken bovenaan de zoekresultaten te zien krijgt. Zoek bv. op internetgebruikers in de VS en zie de Wereldbank gegevens over Internet users as percentage of population, United States bovenaan staan.

Kent iemand een makkelijkere manier om officiële statistieken in de top 10 van zoekresultaten terug te krijgen? Want als je nu zoekt op ¨ontwikkeling leefbaarheid Nederland” komt op 1 het nieuwsbericht van VROM tegen, maar de Leefbaarometer staat niet in de top 10 en het nieuwsbericht van VROM bevat geen link naar de Leefbaarometer.

Gegevens die in de top 10 van zoekresultaten terecht komen gelden voor veel mensen als betrouwbaar. Of dat terecht is is een tweede, je kan er als overheid echter ook gebruik maken van dergelijke mechanismes. Wanneer de burger steeds wantrouwiger tegen de overheid staat is het wellicht tijd om gebruik te maken van het vertrouwen dat andere merken uitstralen.

Wat wil ik dan?

De hoofdprijs is een publieke API zoals de Wereldbank heeft op de databanken van CBS, CPB, SCP, PBL, emissieregistratie, Kadaster, RIVM, KvK en politie, en een herbruikbare, machine leesbare lijst met geodata van alle verstrekte overheidssubsidies (in open standaard).

Als detailniveau kan het viercijferige postcodegebied worden genomen. Op die manier zijn de gegevens geanonimiseerd in te lezen door derden. Denk daarbij niet alleen aan zoekmachines zoals Google, maar ook aan commerciële sites als Funda of non profit sites als Jijendeoverheid.nl en verbeterdebuurt.nl.

Wat heb je daar dan aan?

Om even terug te gaan naar het voorbeeld aan het begin. Wanneer ik een huis ga zoeken wil ik andere voorzieningen in de buurt en heb ik andere voorkeuren dan iemand die bijna met pensioen gaat. Met een dochter hecht ik veel waarde aan groen in de buurt, schone lucht, weinig geluidshinder, een kindvriendelijke buurt, scholen op loopafstand en weinig tot geen zeden- of geweldsdelicten. Autodiefstallen vind ik minder interessant, want ik heb geen auto. Ook voorzieningen voor ouderen vind ik op dit moment nog niet zo heel erg interessant.

Het punt is dat ik nu wel 10 websites moet afstruinen om de gegevens bij elkaar te sprokkelen. Dat is niet meer van deze tijd. Ik wil de gegevens in een handzaam overzicht op de plek waar ik toch al ben, dus als ik een huis zoek op de huizensite die ik gebruik.

Het bijeffect van het aanbieden van de data op de plaats waar je zoekt naar een product of dienst is dat je mensen in staat stelt om abstracte begrippen als luchtkwaliteit en geluidsoverlast mee te laten wegen in hun keuze. Een snelweg op 100 meter van je huis? Dat levert x DB geluidsoverlast op. Combineer het met het actievermogen dat bv. De Eerlijke Bankwijzer biedt en de veroorzaker van de overlast krijgt meteen druk op de ketel om de overlast te beperken. Dat levert dus een permanente druk op verlaging van externe effecten op, zoals eerder beschreven.

Wat heeft de beleidsmaker/onderzoeker hieraan?

Als je kijkt naar het concept van Verbeterdebuurt.nl, waar mensen klachten en storingen kunnen melden die door de site worden doorgeleid naar de juiste overheidsdienst om op te lossen. Dan is snel te zien wat het voordeel voor de overheid kan zijn. De leefbaarheid van een buurt wordt (denk ik) negatief beïnvloedt door kapotte straatlantaarns, slecht wegdek en slecht onderhouden groen. Verbeterdebuurt.nl biedt bewoners en bezoekers van een buurt de mogelijkheid om klachten hierover door te geven aan de overheid.

Door het combineren van de gegevens van de Leefbaarometer met de meldingen van Verbeterdebuurt.nl kan de gemeentelijke onderhoudsdienst prioriteiten stellen. Bijvoorbeeld door als uitgangspunt te nemen dat klachten in buurten waar het slecht gesteld is met de leefbaarheid binnen sneller verholpen zijn dan in buurten waar het goed gesteld is met de leefbaarheid. Of door sneller te kunnen zien of verstrekte subsidies of genomen maatregelen het gewenste effect hebben. Uiteraard kost het in sommige gevallen jaren om resultaten te boeken, wat niet wegneemt dat nu vaak de nulmeting ontbreekt. De Leefbaarometer biedt een mooie basis om als nulmeting te dienen, wat veel onderzoekswerk en tijd scheelt. En daarmee dus ook gemeenschapsgeld.

Hoe pak je dat dat aan?

Als eerste stap kan begonnen worden met een publieke API voor de datasets die gebruikt zijn voor de Leefbaarometer. Om te zorgen dat de data herbruikbaar wordt moet deze open zijn. Hoe je overheidsinformatie kunt ontsluiten doet kun je hier lezen, zoals ik ook al eerder beschreven heb.

De tweede stap is publicatie van het model op een wijze die de gebruiker van de site in staat stelt om zelf de waarde van parameters in te stellen. Een derde de publicatie van alle verstrekte subsidies zijn (en andere locatiespecifieke maatregelen) ter verbetering van een van de parameters uit het model. De vierde het toevoegen van de mogelijkheid om je eigen bevindingen aan de site toe te voegen, zodat de leefbaarheid op maandbasis gemonitord kan worden in plaats van eens in de 3 jaar.

Ook geplaatst op het netwerk van Ambtenaar 2.0

Open overheidsdata

Sinds de tweede helft van 2008 ben ik in mijn prive tijd betrokken bij het project Ambtenaar 2.0. Via Ambtenaar 2.0 ben ik meerdere leuke overheidsinitiatieven tegengekomen die raken aan mijn inzet voor de werkgroep ICT van GroenLinks. Een daarvan is de verkenning naar open overheidsdata van Ton Zijlstra en James Burke in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit project is inmiddels afgerond.

Het project heeft een interessante poster met een basale flowchart open data opgeleverd. Uitermate bruikbaar voor ambtenaren (en burgers!) die overheidsdata willen hergebruiken. De poster is zowel in het Engels als in het Nederlands beschikbaar. Het product heeft een Creative Commons-licentie, die bronvermelding vereist en niet-commerciële toepassing vrij toestaat, evenals het aanpassen van het werk en doorgeven onder eenzelfde licentie. Hieronder vind je de Nederlandse versie. Je kan deze downloaden vanaf de site Vrije Data.

Bron: Ambtenaar 2.0

Bijdrage op Ambtenaar 2.0: Transparantie als de nieuwe objectiviteit

Sinds ik eerder dit jaar het filmpje van Tim Berners-Lee over linked-data op TED.com heb gezien spookt zijn slogan RAW DATA NOW! door mijn hoofd. Als ambtenaar werk ik tenslotte voor een organisatie die op een enorme berg ruwe data zit. Ruwe data die erop wacht om ontsloten te worden. Alleen wat ga je dan doen met die data? En wie zit er eigenlijk op te wachten? Een paar weken geleden viel alles op zijn plek na het lezen van het artikel Transparency is the new objectivity van David Weinberger. Dat sluit m.i. aan bij de ideeën van Tim Berners-Lee.

Wat is het belang van data?

David Weinberger begint zijn verhaal op Personal Democracy Forum 2009met een lofzang op data, waarbij hij enthousiast verwijst naar sites alsdata.gov en factcheck.org. Weinberger stelt dat feiten beweringen zijn over de werkelijkheid. Volgens hem zijn feiten belangrijk, omdat ze discussies beslechten. Dat komt door vier eigenschappen van feiten:

  • Feiten zijn binair;
  • Feiten zijn zeldzaam;
  • Er is een juiste ordening van feiten;
  • Feiten zijn objectief, dwz onafhankelijk van wie het verteld.

Het nut van feiten is dat ze discussies beslechten. De geschiedenis van feiten begint in het begin van de 19e eeuw bij Jeremy Benthem die het nut van feiten benadrukt voor sociale wetenschappen. Mensen worden in de loop van de 19e eeuw al moe van feiten. Daarom wordt overgegaan op een rijker format: informatie. Om grote hoeveelheden informatie te verwerken wordt informatie omgezet in machinetaal, data is geboren.

Maar misschien is het handig om eerst even naar David Weinberger zelf te kijken:

Het probleem met objectiviteit

Het probleem met objectiviteit is volgens Weinberger dat het probeert te laten zien hoe de wereld er uit ziet, zonder een standpunt in te nemen. Hij vergelijkt dat met bedenken hoe iets er uit ziet in het donker. Ondanks dat is hij van mening dat objectiviteit een belangrijke rol heeft gespeeld bij het leren vertrouwen van informatie, en in het business model van moderne kranten. Kranten reageerden dan ook geagiteerd op bloggers, bv. met beweringen dat bloggers een eigen agenda hebben terwijl journalisten objectieve informatie geven. En objectiviteit is in het papieren tijdperk het einde van de discussie.

Hij illustreert het verschil tussen het papieren en het hyperlinked tijdperk aan de hand van een vraag aan journalist Walter Mears, Pulitzer-prijs winnaar, tijdens de Democratische Nationale Conventie van 2004. Weinberger vroeg Mears welke kandidaat hij steunt. Zijn antwoord kwam neer op “Als ik je dat vertel, hoe kun je dan vertrouwen wat ik schrijft?”, waarop Weinberger de tegenvraag stelde: “Als je dat niet vertelt, hoe kan ik dan vertrouwen wat je schrijft?”. De transparantie om te vermelden vanuit welk standpunt je schrijft geeft de lezer de mogelijkheid om te compenseren voor de bias van een schrijver of journalist.

Van informatie naar hyperlinked wereld

Informatie is volgens Weinham ontworpen om grote hoeveelheden gegevens te ordenen, te vereenvoudigen en te controleren. In het huidige web gaat het echter om links, niet om data. Deze zijn niet top-down, maar bottom-up. Het vormt een eindeloos web van verbindingen. Weinberger noemt links een vorm van interpunctie. Alleen is het wel een bijzondere, want in plaats van dat ze aangeven waar je moet stoppen geven hyperlinks aan waar je kunt doorgaan. Daardoor is de discussie nooit afgelopen of beslecht, zoals bij boeken.

De reden daarvoor is dat er met hyperlinks geen einde is: ze zijn eenvoudig te maken en veroorzaken een wereld vol onbeslechte discussies. Hyperlinks bieden daarom ook niet de definitieve oplossing voor een meningsverschil, waar de aanhangers van het utilitarisme op hoopten. In een hyperlinked wereld gaat het niet om gelijk hebben, maar om op een constructieve wijze omgaan met de verschillen die al bestaan zo lang de mensheid bestaat.

Het einde van de papieren wereld

De ouderwetse wereld van autoriteit werkt niet meer. We hebben ons concept van waarheid laten beperken door de beperkingen van een papierenwereld. In de papieren wereld was er beperkte ruimte voor publicatie. Daarom werden enkel de beste stukken gepubliceerd en geciteerd. In de hyperlinked wereld is er echter volop ruimte voor publicatie. Bovendien zijn we met behulp van moderne middelen veel betere in staat om grote hoeveelheden data te ordenen.

In de hyperlinked wereld leiden data en feiten niet tot kennis en wijsheid, maar tot discussies, gesprekken, debatten en controverses. Met een beetje geluk leiden die tot wijsheid en kennis, niet van het individu maar van het netwerk. De hyperlinked wereld van verschillen is volgens Weinberger een stuk betere representatie van de werkelijkheid dan de papieren wereld van authoriteit. De verschillen en het netwerk van links geven namelijk context aan de verschillen. We worden het toch niet eens, de geschiedenis van de mensheid bevat daarvoor voldoende bewijsmateriaal. Dus maak dan zichtbaar waar we het over oneens zijn en zorg voor een constructieve dialoog.

Volgens Weinberger was het oude paternalistische idee dat de wereld te ingewikkeld is om te begrijpen en we dus beter onze volksvertegenwoordigers of stamoudsten kunnen vertrouwen geschikt voor de papieren wereld. Dat idee stamt echter van voor de tijd dat de papieren werkelijkheid werd opgeschaald tot de hyperlinked werkelijkheid:

“In fact, transparency subsumes objectivity. Anyone who claims objectivity should be willing to back that assertion up by letting us look at sources, disagreements, and the personal assumptions and values supposedly bracketed out of the report.”

“Objectivity without transparency increasingly will look like arrogance. And then foolishness. Why should we trust what one person — with the best of intentions — insists is true when we instead could have a web of evidence, ideas, and argument?”

Data in de media

Zach Beauvais schreef recent een artikel op ReadWriteWeb dat journalisten in de 21ste eeuw data nodig hebben om hun werk te doen. The Guardian heeft daarvoor zelfs een speciaal datablog gelanceerd. Ook de Nederlandse media beginnen langzaamaan de kracht van data te ontdekken. De Volkskrant verzameld al jaren gegevens over topsalarissen. Daarnaast heeft de NRC deze zomer een serie waarin ze een aantal van de Kabinetsdoelstellingen tegen het licht houdt en op basis van beschikbare data haar eigen interpretatie geeft van de voorgang op het betreffende dossier.

En op de site Bigwobber verzamelt journalist Brenno de Winter langzaam maar zeker de resultaten van alle WOB-verzoeken in Nederland. Vooralsnog allemaal in pdf-vorm, maar het is een kwestie van tijd tot dit omgezet is in bruikbare data voor analyses, mashups en integratie in andere websites. Bijvoorbeeld een databank voor analyses van de voorgang van het programma Nederland Open in Verbinding, waar De Winter zelf een WOB-verzoek deed bij alle mede-overheden van Nederland. Een WOB-verzoek dat meteen een haarscherpe analyse mogelijk maakt van verschillen tussen overheidsorganisaties in de interpretatie van de WOB, of de omgang met een WOB-verzoek.

Het onsluiten van deze data via ‘open data’ geeft burgers de mogelijkheid om zelf te beoordelen of ze het eens zijn met overheidsbeleid of om te beoordelen wat de huidige stand van zaken is. Het geeft ook de mogelijkheid om uit te vinden welke omgevingsfactoren een mogelijke verklaring van het stemgedrag van politici geven. Is de data te ingewikkeld omdat het gaat om trends door de jaren heen? Geen probleem, ook daar bestaan op internet hulpmiddelen voor, bv. Timetric of Google Fusion Tables.

Wat betekent deze wijziging voor de overheid en ambtenaren?

Ook binnen de Nederlandse overheid lopen we naar mijn mening aan tegen deze paradigmaverschuiving. Want ook de overheid verliest in de hyperlinked wereld van Weinberger aan autoriteit en gezag. Wanneer we als ambtenaar zo zeker zijn van onze zaak, waarom maken we de data waarop we ons oordeel baseren dan niet vrijelijk beschikbaar? Sterker nog: weten we het allemaal wel zo zeker? Of wordt de overheid in ogen van de burger steeds arroganter, of zelf ‘foolish’? Kan een ambtenaar wel objectief deel nemen aan een discussie? Of blijf je ook altijd lid van de politieke partij van je voorkeur en klinkt dat door in de wijze waarop je werk doet?

 

Dit stuk is ook geplaatst op Ambtenaar 2.0

Wat zou handig zijn?

Dat is de vraag die centraal staat in de prijsvraag ‘Dat zou handig zijn’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Klinkt wat cryptisch, is het niet. Het gaat er bij Dat Zou Handig Zijn om ideeën en wensen van de burger te genereren als het om het beschikbaar stellen van overheidsdata gaat.

Dus heb je ideeën dien ze in en ding mee naar de 20.000 euro die BZK ter beschikking stelt voor realisatie van de beste inzendingen in het kader van Dat Zou Handig Zijn. Na de zomer wordt de selectie gemaakt. Het ministerie van OC & W heeft een prijs van vergelijkbare grootte voor de beste ideeen op het gebied van onderwijs en cultuur. Indienen kan hier.

Meer informatie? Lees de post van Erwin Blom op  Ambtenaar 2.0

Openheid over open standaarden bij gemeenten

Een paar weken geleden heeft Brenno de Winter samen met Stichting Vrijschrift een WOB verzoek ingediend bij alle Nederlandse gemeenten met als doel inzicht te krijgen in de uitvoer van het programma Nederland Open in Verbinding (zie bv. Livre en en Big Wobber). In normaal Nederlands: hoe staat het bij gemeenten met de invoer van open standaarden voor software?

Geen raar verzoek als je bedenkt dat Nederland steeds meer van ICT en internet aan elkaar hangt. Dan is het toch relevant voor burgers en bedrijven om te weten hoe ’t staat met de invoer van open standaarden.

Ook niet raar als je bedenkt dat de GroenLinks fractie in Amersfoort in samenwerking met de werkgroep open source software (WOSS) begin dit jaar vragen heeft gesteld aan de gemeente over de aanbesteding voor nieuwe desktops.

Wat, ondanks mijn post, binnen GroenLinks blijkbaar weinig impact heeft gehad want de fractie in Utrecht lijkt de merkspecifieke aanbesteding waar Webwereld over bericht te laten lopen. Al kan ik me voorstellen dat de fractie wat anders aan z’n hoofd heeft dan aanbestedingen van software met de huidige breuk in het collega van B&W.

Open standaarden

Het grote succes van internet komt (m.i.) voor een groot deel door de open standaarden die afgesproken zijn voor het maken van een website (in het verleden html). Het huidige internet gaat echter niet om webpagina’s, maar om sites die bestaande databronnen op een slimme en zinvolle manier weten te combineren. Een futuristische blik op wat dat kan opleveren heb ik eerder al gepost. Een bestaand voorbeeld is Neighborhood Knowledge Los Angeles. Een verzameling gegevens van burgers, bedrijfsleven en overheden waarmee trends veel eerder gespot worden.

Nu begrijp ik ook wel dat dat soort zaken nog een maatje te ver gaan voor NOiV. Dat neemt niet weg dat het hanteren van open standaarden voor data de eerste stap is daarnaar toe. Alleen door open standaarden te gebruiken kun je data namelijk makkelijk combineren of hergebruiken.

De reactie van gemeenten

Ondertussen lijkt een aantal gemeenten (waaronder de gemeente Eindhoven,) weinig trek te hebben in het WOB verzoek van Brenno de Winter en stichting Vrijschrift. Sterker nog: sommige ambtenaren dreigen om de indieners van het WOB verzoek op kosten te jagen. Wat me persoonlijk minimaal in strijd lijkt met de geest van de Wet openbaarheid bestuur, of het volgens de letter mag weet ik niet (want ik ben geen jurist).

Inmiddels heb ik namens de werkgroep open source software en open standaarden (WOSS) ook aandacht gevraagd voor de houding van de ambtenaren van de gemeente Eindhoven bij de GroenLinks fracties in Eindhoven.

Nu maar hopen dat GroenLinks zelf ook wat wakkerder wordt en ook lokaal de druk gaat opvoeren om werk te maken van de Motie Vendrik. Op het partijcongres van GroenLinks is een paar jaar geleden eenzelfde soort motie voor de eigen partij aangenomen van de hand van Koen Martens.

Wil je meehelpen? Neem dan contact op met de Werkgroep open source software (WOSS) of meld je aan voor onze mailinglist.