Burgers laten Nederlandse bewindspersonen CO2-neutraal naar Madrid vliegen

Momenteel vindt de 25e klimaatconferentie plaats in Madrid. De Nederlandse bewindspersonen reizen per vliegtuig heen en terug. De afstand Schiphol-Madrid vv. bedraagt 2925 kilometer. Een vlucht tussen de 700-2500 kilometer stoot 200 gram CO2 per reizigerskilometer uit. Dat maakt 585 kilogram CO2 per kilometer. Premier Rutte en de Nederlandse overheid lijken niet in staat om deze CO2 uitstoot te compenseren, of doen dat alleen via aankoop van CO2-credits.

Op initiatief van Andy van den Dobbelsteen, Hoogleraar Climate Design & Sustainability aan de TU Delft, heeft een gelegenheidscoalitie van 7 twitteraars 7 ton CO2 gecompenseerd via Carbon Killer.

De compensatie via Carbon Killer zorgt ervoor dat er 7 ton CO2 uit het Europees Emissiehandelsysteem afgeboekt is. Waarmee de beschikbare emissieruimte voor de industrie is gedaald. Ondergetekende heeft nog een ton CO2 extra mogen compenseren via Carbon Killer ter compensatie van domme rekenfouten over de hoeveelheid CO2 compensatie die Klaas Dijkhoff van zijn wachtgeld zou kunnen betalen.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

2019: Kolen omlaag, CO2 omhoog

De productie van elektriciteit in kolencentrales daalt dit jaar met zo’n 300 TWh. Tegelijkertijd is er volgens de  World Meteorological Organization nog geen zicht op stabiliserende, laat staan dalende, wereldwijde CO2 emissies.

Daling kolen

Eerder schreef ik al over de wereldwijde terugval in de kolensector. In een nieuwe analyse van de elektriciteitsproductie van de eerste 6 tot 9 maanden van 2019 komt Carbon Brief tot de conclusie dat de productie van kolenstroom dit jaar met 3% daalt. Dat is 300 TWh, oftewel zo’n 230 keer de hoeveelheid stroom die de NS in 2018 verbruikte.  De daling van kolenstroom wordt veroorzaakt door een daling van de hoeveelheid kolenstroom in ontwikkelde landen, zoals de Zuid-Korea, de EU (inclusief Duitsland). De daling is het grootst in de VS, waar weinig terecht komt van Trump’s belofte om de kolensector te redden. Dit jaar sloot wederom 14GW aan Amerikaanse kolencentrales (5,8% van de totale capaciteit) Een tweede belangrijke reden is de scherpe koerswijziging in India. In China stabiliseert de vraag naar elektriciteit.

In China wordt nog steeds iedere twee weken een kolencentrale opgeleverd. De vraag stijgt echter niet mee, waardoor de capaciteitsfactor (hoeveel % van de tijd een centrale stroom produceert) van Chinese kolencentrales daalt. Dit jaar ligt de capaciteitsfactor voor het vierde jaar op rij onder de 50%. Een andere zorgwekkende ontwikkeling voor de kolensector is dat in China volgend jaar de eerste wind- en zonneparken in gebruik worden genomen die tegen dezelfde kosten als kolencentrales stroom gaan leveren. Waarmee de sector op weg is naar subsidievrije productie. In India ligt de capaciteitsfactor van de kolencentrales momenteel op 58%. De kolensector heeft last van de economische terugval, terwijl de elektriciteitsproductie van wind- en zonne-energie blijft groeien.

Stijging CO2 emissies

De daling in kolenstroom heeft vooralsnog geen grote effecten op de wereldwijde CO2 emissie. Sterker Petteri Taalas, the WMO secretary-general, zei bij de recente publicatie van een nieuw rapport over de CO2 concentratie:

There is no sign of a slowdown, let alone a decline, despite all the commitments under the Paris agreement on climate change. We need to increase the level of ambition for the sake of the future welfare of mankind.

It is worth recalling that the last time the Earth experienced a comparable concentration of carbon dioxide was 3-5m years ago. Back then, the temperature was 2-3C warmer and sea level was 10-20 metres higher than now.

Daarbij is driekwart van de reductiedoelstellingen die landen hebben ingediend voor het klimaatakkoord van Parijs volstrekt onvoldoende is om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. Ook de hoeveelheid olie, gas en kolen die landen nog willen winnen is te hoog om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. De winning van olie, kolen en gas wordt door veel overheden nog steeds stevig ondersteund in alle fases van het proces. Van opsporing tot daadwerkelijk winning.

Conclusie

Dat de wereldwijde stroomproductie m.b.v. kolen daalt is goed nieuws, al is het nog even wachten of de trend in 2020 en verder doorzet (wat ik zelf wel verwacht). Voor het halen van de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs zijn we er daarmee nog niet. Dat vergt zowel verdergaande maatregelen om de CO2 te verminderen als maatregelen om de winning van olie, kolen en gas aan banden te leggen. Tot nu toe is er slechts een handvol landen dat de winning van fossiele brandstoffen aan banden legt. Nederland heeft daarin slechts een zeer klein stapje genomen door geen nieuwe opsporingsvergunningen voor aardgas meer af te geven buiten bestaande opsporingsconcessies.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Raad van State kritisch: klimaatplan volstaat niet voor behalen doelen klimaatwet

In juni presenteerde het Kabinet het Klimaatakkoord, waarin het klimaatbeleid tot 2030 vast wordt gelegd. Het Klimaatakkoord is bedoeld als het eerste Klimaatplan, zoals deze volgens de Klimaatwetten minste elke 5 jaar moet worden opgesteld door het kabinet. In de klimaatwet zijn de harde doelstellingen voor 2030 vervallen. Volgens de Afdeling advisering van de Raad van State geeft het eerste Klimaatplan van de regering blijk van een stevig klimaatbeleid. Maar volgens de Raad van State zijn, net als het Planbureau voor de Leefomgeving eerder al concludeerde, aanvullende maatregelen nodig om in 2030 een broeikasgasreductie van 49% te behalen.

Het uiteindelijke doel is een broeikasgasreductie van 95% in 2050. Dit vergt volgens de Raad van State een herordening van productie en consumptie in alle sectoren van de maatschappij en de economie, en niet een veelheid aan losse maatregelen. Het Klimaatplan geeft nog weinig blijk van dit besef.

Toetsing Klimaatplan door Raad van State

De Klimaatwet schrijft voor dat de Raad van State over het Klimaatplan wordt “gehoord”. De Klimaatwet is bijzonder: niet alleen zijn daarin klimaatdoelstellingen voor de regering vastgelegd, maar ook een kader voor beleidsontwikkeling, effectmeting en verantwoording door de regering. Dit beleidskader is voor alle betrokken partijen nieuw. Alle betrokken partijen – ook de Afdeling – moeten ervaring opdoen met hun nieuwe taak. De Afdeling is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur. De Afdeling advisering van de Raad van State heeft voor haar advies een toetsingskader opgesteld dat zij voor de beschouwing over het Klimaatplan heeft gehanteerd. Het toetsingskader bestaat uit vier hoofdonderwerpen. De vier hoofdonderwerpen zijn: klimaatdoelen, economische afwegingen, bestuur en uitvoering en juridische aspecten. Voor de onderwerpen doelrealisatie en economische afwegingen gaat de Afdeling uit van de onafhankelijke analyses en ramingen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB).

Realisatie van de klimaatdoelen

Het concept-Klimaatplan heeft betrekking op de periode tot en met 2030. Daarom richt de Afdeling zich in deze beschouwing – als startpunt – op de vraag of dit concept-Klimaatplan de maatregelen bevat die ertoe leiden dat het tussendoel van 49%-emissiereductie van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990 wordt bereikt. Daarnaast beschouwt de Afdeling de maatregelen in het concept-Klimaatplan ook in het licht van het realiseren van het doel van 95%-emissiereductie in 2050.

PBL heeft de effecten van het Klimaatakkoord doorgerekend en de resultaten daarvan gepubliceerd in de policy brief ‘Het Klimaatakkoord: effecten en aandachtspunten’. De studie geeft antwoord op de vraag of het doel van 49% emissiereductie bij uitvoering van het akkoord bereikt wordt. Ondanks het grotere effect t.o.v. het ontwerp klimaatakkoord is het antwoord op deze vraag negatief. De studie concludeert dan met het akkoord een reductie van 43% – 48% bereikt kan worden. Naast het kwantitatieve gedeelte biedt de policy brief enkele belangrijke aandachtspunten voor de uitvoeringsfase van het akkoord.

De ramingen van PBL voor 2030 laten ruime bandbreedtes zien van boven- en ondergrenzen, die het gevolg zijn van vormgevings- en gedragsonzekerheden van de maatregelen. In de onzekerheidsanalyse in de KEV 2019 zijn daarnaast de onzekerheden over omgevingsfactoren (omgevingsonzekerheden) meegenomen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de prijsontwikkeling van fossiele brandstoffen, economische ontwikkelingen, technologische ontwikkelingen en ontwikkelingen in het buitenland. Deze zijn van groot belang voor de uiteindelijke emissies in 2030. Dit betekent dat de emissies in 2030 met uitvoering van het Klimaatakkoord nog lager of hoger kunnen uitvallen dan de onder- en bovengrens van 43-49%.

Het PBL concludeert dat het 2030-klimaatdoel van 49%-reductie met het Klimaatakkoord naar verwachting niet wordt bereikt. Het akkoord leidt tot een emissiereductie van 43 – 48% ten opzichte van 1990. Verder concludeert het PBL onder meer dat het Klimaatakkoord zich sterk richt op 49%-emissiereductie in 2030 en nog weinig voorsorteert op verdergaande reductie in de periode daarna. Het Nederlandse klimaatdoel 2050 impliceert ook een enorme opgave in de periode 2030-2050, die, meer dan de opgave tot 2030, structurele aanpassingen zal vergen.

Daar komt bij dat Nederland voor de verdere reductie van broeikasgassen vooral is aangewezen op de reductie van CO2, terwijl juist dat tot nu toe – volgens de KEV 2019 – niet eenvoudig is gebleken. Uit de KEV 2019 blijkt dat de totale emissie van broeikasgassen in 2018 bijna 15% lager is dan in het referentiejaar 1990. Deze afname komt echter vooral voor rekening van de overige broeikasgassen methaan, lachgas en fluorhoudende gassen (F-gassen), waarvan de gezamenlijke emissies sinds 1990 met 52% zijn gedaald. (zie noot 6) In de KEV 2019 wordt de verwachting uitgesproken dat tot 2030 nog maar een beperkte verdere reductie van deze overige broeikasgassen wordt bereikt.

Het concept-Klimaatplan geeft volgens de Raad van State wel blijk van een stevig klimaatbeleid, dat naar verwachting tot een aanzienlijke emissiereductie van broeikasgassen leidt. Vanwege de urgentie van de klimaat- en energietransitie is het zaak om dit jaar het Klimaatplan vast te stellen en de uitvoering van het klimaatbeleid voortvarend en planmatig ter hand te nemen. Daarbij is speciale aandacht nodig voor maatregelen die onvoldoende uitgewerkt zijn, zoals de CO2 heffing.

Tegelijkertijd stelt de Raad van State dat het Kabinet aanvullende beleidsmaatregelen voor zou moeten bereiden om de 49% CO2 reductie in 2030 te bereiken en om het uiteindelijke, in de Klimaatwet verankerde, doel van 95% broeikasgasreductie in 2050 te bereiken. Een dergelijke, even noodzakelijke als enorme reductie vergt niet louter een veelheid aan losse maatregelen, maar herordening van productie en consumptie in alle sectoren van de maatschappij en economie. Het concept-Klimaatplan geeft onvoldoende blijk van dat besef en plaatst de maatregelen voor 2030 onvoldoende in het perspectief naar 2050.

Visie op 2050

Het behalen van deze lange termijn doelstelling vergt volgens de Raad van State dat Rutte de olifant waar met hoofdletters visie op staatonder ogen komt. De ontwikkeling van een visie met de benodigde structuurveranderingen voor de langere termijn richting 2050 vergen een grondige afweging. Een voor de hand liggende criterium daarbij is de  omvang van de uitstoot (in bijvoorbeeld een sector of subsector). Immers, daar waar de emissie van broeikasgassen het meest omvangrijk is, kan wellicht ook de grootste emissiereductie worden behaald. De Raad van State vraagt hierbij specifiek aandacht voor de grote omvang van de CO2 emissies in de transport- en mobiliteitssector. Ook in 2030 zullen de emissies van deze sector nog nauwelijks gedaald zijn ten opzichte van 1990. Terwijl de ontwikkelingen in de internationale scheepvaart en luchtvaart achterblijven, wat vraagt om aanvullende nationaal beleid (ook al tellen deze sectoren niet mee voor de Nederlandse CO2 uitstoot).

Bij kosteneffectiviteit als afweging spelen zowel de effectiviteit van een maatregel in termen van emissiereductie als de kosten van een maatregel een rol. Daar komt bij dat niet alleen naar iedere maatregel afzonderlijk zou moeten worden gekeken, maar ook naar de samenhang tussen verschillende maatregelen. Ook de samenhang tussen het diverse instrumentarium van klimaatbeleid en de keuze die daarin gemaakt wordt, is zeer relevant: beprijzing van de emissie van broeikasgassen, belastingen, subsidies en normering van gedrag. Aanvullend is ook technologiebeleid en beleid gericht op het verduurzamen van productieprocessen en consumptiepatronen nodig.

Het klimaatdoel voor 2050 vraagt om ingrijpende veranderingen van de structuur van de economie en om innovatie op systeemniveau. Het concept-Klimaatplan geeft nog te weinig blijk van een visie op de systeemvraagstukken in het licht van de doelen van 2050. De maatregelen in het huidige klimaatbeleid richten zich vooral op de aanpassing van productieprocessen, maar volgens de Raad van State is er meer nodig. Bijvoorbeeld nieuwe infrastructuur voor nieuwe energiebronnen, kennis ontwikkelen en basisinfrastructuur aan leggen voor onder meer de energie- en grondstoffenvoorziening gericht op de toekomst. De Raad van State vraagt in dit licht ook aandacht voor technologiebeleid gericht op systeeminnovatie.

Het concept-Klimaatplan besteedt volgens de Raad van State relatief weinig aandacht aan het aanpassen van consumptiepatronen, bijvoorbeeld op het gebied van voeding (minder vlees eten), mobiliteit (minder auto rijden) en energiegebruik. Voorlichting is daarbij belangrijk, maar dat is niet meer dan een eerste stap. Wenselijke consumptiepatronen van burgers, bedrijven en de overheid kunnen actief worden bevorderd, bijvoorbeeld door de overheid als consument via aanbestedingen door overheidsorganisaties. Bovendien kan meer gebruik worden gemaakt van beschikbare inzichten in (keuze)gedrag. Het beïnvloeden van consumentenkeuzes hangt bijvoorbeeld sterk samen met hoe keuzes worden gepresenteerd. Zonder te zeer inbreuk te maken op de keuzevrijheid van burgers kunnen hier kosteneffectieve stappen in de goede richting worden gezet. Gedragsverandering is daarbij niet alleen de verantwoordelijkheid van individuen, het moet ook mogelijk zijn en voldoende aantrekkelijk. Daar ligt een verantwoordelijkheid voor de overheid en voor bedrijven.

Draagvlak

Het behalen van het klimaatdoel voor 2030, maar zeker ook het doel voor 2050, vergt ingrijpende veranderingen in economie en samenleving. Het huidige Klimaatplan zou hierin meer inzicht moeten geven dan nu gebeurt. Daarbij is ook aandacht nodig voor wanneer welke maatregelen worden getroffen en hoe de uitvoering gaat verlopen.

Om deze veranderingen door te voeren is het opbouwen en versterken van het draagvlak in de samenleving cruciaal. Zo moet duidelijk worden gemaakt wat de baten van klimaat- en energietransitie zijn. Daarbij valt te denken aan de verbetering van milieu en natuur, bescherming van de gezondheid, maar ook het voorkomen en tegengaan van zowel overstromingen als droogte. De kosten moeten inzichtelijk zijn en kosten en baten moeten evenwichtig worden verdeeld. De economische effect op inkomens, lasten en groei is beperkt, maar voor lagere inkomens is de impact het grootst. De gevolgen voor de werkgelegenheid betreffen naar verwachting transitieproblemen.

In het licht van draagvlak zijn deze gevolgen van de transitie van belang. Koolstofintensieve sectoren zullen in de toekomst minder werkgelegenheid bieden. De transitie van werknemers in dergelijke sectoren naar nieuwe werkgelegenheid is, ook in het licht van toenemende schaarste aan arbeid (vergrijzing), aanleiding om veel aandacht te besteden aan bij- en omscholing. Draagvlak voor de transitie zal kunnen worden bevorderd door hier vroegtijdig over na te denken en tijdig te handelen.

Samenwerking en sturing

Voor succesvol klimaatbeleid is de inzet van de hele samenleving nodig: overheden, (markt)partijen en burgers. Daarvoor is samenwerking essentieel. Niet alleen tussen verschillende onderdelen van de samenleving, maar zeker ook binnen alle bestuurslagen van de overheid. De urgentie en complexiteit van klimaat- en energietransitie vraagt van de wetgever een ‘samenhangend pakket van wetgeving waarbinnen stevige sturing, samenwerking en coördinatie plaatsvindt’. Alleen dan kan de noodzakelijke broeikasgasreductie daadwerkelijk en op tijd worden gerealiseerd.

Conclusie

Nu zowel het advies van de Raad van State, PBL al CPB op het klimaatakkoord gepubliceerd is is duidelijk dat er nog steeds werk aan de winkel is voor het kabinet. Niet alleen om aanvullende beleidsmaatregelen voor te bereiden om 49% CO2 reductie in 2030 te halen en om een visie op het bereiken van de doelstelling voor 2050 te ontwikkelen. Veel belangrijker gaat het worden om buiten de standaard klimaatbeleidshoek aan de slag te gaan met een eerlijke verdeling van de baten en lasten van de noodzakelijke transitie. Daarbij gaat het zowel om verdeling van de financiële kosten, die nu vooral bij de lagere inkomens neer lijken te slaan, als om het werken aan draagvlak voor het benodigde klimaatbeleid en om het opstellen van plannen om werknemers in krimpende sectoren van werk naar werk te begeleiden.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Closing Time – Babes in Toyland

Uit de tijd dat de kleine zaal van NightTown in Rotterdam vuige bandjes programmeerde en ik daar op de bonnefooi heen ging. Babes in Toyland met Bruise Violet. Ruige vrouwenrock, een bassiste die de hele avond achter haar haren verborgen zat en drie kwartier raggen op bas, gitaar en drum. Mijn liefde voor gitaarherrie was geboren.

Dit was mijn eerste bijdrage voor de onvolprezen serie Closing Time van Sargasso.

De haperende Europese auto-industrie

De Europese auto-industrie zit in behoorlijk zwaar weer. Na de aankondiging van de fusie tussen PSA (moederbedrijf Peugeot en Citroën) en Fiat-Chrysler, het nieuws dat Daimler (moederbedrijf Mercedes) meer dan een miljard wil bezuinigingen, en problemen bij toeleveranciers in Nederland volgde deze week het nieuws dat ook Tata Steel ingrijpt vanwege de tegenvallende resultaten in de Europese automotive sector. China is inmiddels bezig met het scheiden van het kaf van het koren in zijn automotive sector, wat niets afdoet aan de opkomende concurrentie van Chinese fabrikanten als Polestar en BYD, en vanuit de VS bouwt Tesla stevig door aan uitbreiding van de productiecapaciteit.

Problemen Europese autofabrikanten

De draai naar elektrische auto’s is door veel Europese autofabrikanten (te) laat ingezet. Volkswagen heeft wederom een ambitieus programma aangekondigd voor het introduceren van elektrische modellen. Dit keer zijn ook daadwerkelijk bezig met het realiseren van de doelstellingen. De eerste fabriek is omgebouwd en ook hebben ze een datum gegeven wanneer ze stoppen met de ontwikkeling van nieuwe brandstofmotoren. De plannen lijken daarmee af te wijken van de vorige, dit keer zet Volkswagen vol in op elektrische auto’s,het kan daarmee ook schade berokkenen aan concurrenten en de doorbraak van elektrisch rijden in de EU en VS versnellen.

De fusie tussen PSA en Fiat-Chrysler (FCA) lijkt volgens kenners niet uit kracht geboren. Beide bedrijven zijn op zoek naar schaalgrootte om de benodigde investeringen in R&D vol te houden en om de achterstand in de overstap naar elektrische auto’s in te lopen. Met name FCA loop achter op dat punt:

FCA moest ook vanwege de toegenomen vraag naar elektrische auto’s op zoek naar een partner. Het bedrijf loopt zelf hopeloos achter met de elektrificatie van het modellenaanbod. Fiat heeft nog geen elektrische auto in massaproductie. Groupe PSA heeft dat wel.

BMW heeft haar eigen problemen. In de VS is de BMW 3 serie na de Toyota Prius de meest ingeruilde auto voor een Tesla, volgens onderzoek van Bloomberg. BMW verkoopt nog steeds meer voertuigen in de VS dan Tesla, maar als rekening gehouden wordt met marktaandeel dan voert BMW volgens Bloomberg de lijst aan van meest kwetsbare fabrikanten.

Daimler, het moederbedrijf van Mercedes, en een van de twee vlaggenschepen als het gaat om onbeperkt scheuren op Duitse snelwegen heeft ondertussen haar eigen problemen. Daimler heeft plannen aangekondigd om tot 1,6 miljard Euro per jaar te besparen. Een deel van dat geld is waarschijnlijk bedoeld om een spaarpot op te bouwen om dreigende boetes van de EU te betalen. Door de toenemende populariteit van SUV’s lukt het Mercedes namelijk niet om de gemiddelde CO2 uitstoot van de verkochte voertuigen op het door de EU voorgeschreven doel te krijgen. Mercedes loopt, net als FCA en PSA, achter bij elektrificatie van zijn vloot en met de verkoop van waterstofauto’s wil het ook nog niet echt vlotten.

De CO2 doelstellingen van de EU spelen overigens ook andere Europese autofabrikanten parten. Kredietbeoordelaar Euler Hermes becijferde in mei dit jaar dat de boetes op zouden kunnen lopen tot 30 miljard Euro per jaar, op een jaarwinst van 80 miljard Euro. Een probleem dat ook de toeleverende industrie raakt. Dat de Europese autofabrikanten in zwaar weer zitten, begint nu ook effecten te hebben in de keten. Waren het eerst de toeleveranciers rond Eindhoven, inmiddels heeft ook Tata Steel bezuinigingsmaatregelen aangekondigd. Waarbij Tata verwijst naar de slechte marktomstandigheden, onder andere in de Europese autoindustrie.

Tesla

Tesla, waar ik vorig jaar een aantal keer aandacht aan heb besteed, zit nog steeds in een achtbaan. Al lijkt de boel wel te stabiliseren. De problemen bij het opschalen van de productie van de Model 3 in de Amerikaanse fabriek zijn inmiddels onder controle en Tesla levert een gestage stroom auto’s af. De Model 3 verkoopt zowel in de VS als in verschillende EU landen goed. In de VS stond de Model 3 in het derde kwartaal van 2019 in de top van best verkochte modellen en in de top 10 van modellen die de meest omzet genereren. Tesla domineert de Amerikaanse markt voor elektrische auto’s met een marktaandeel van 77%. De fabrikant domineert ook de markt voor luxe sedans en verkoopt er meer dan Mercedes C-klasse en BMW 3-serie samen. Tesla weet ook als een van de weinige merken de merkloyaliteit van mensen te doorbreken.

De Chinese fabriek, die vorig jaar werd aangekondigd, is inmiddels grotendeels gereed en operationeel. De eerste kleine series van Chinese Model 3 voertuigen is inmiddels in de buitenlucht gesignaleerd. Het is wachten op het opschalen van de productie in China. Tesla heeft in de VS bewezen dat te kunnen, dus de kans is groter dat het ook in China gaat lukken. Inmiddels heeft Tesla ook bekend gemaakt dat de vierde fabriek in de buurt van Berlijn, Duitsland, komt te staan. Daarmee vissen Nederland, Frankrijk en andere EU landen achter het net.

China

China heeft de financiële voordelen voor het aanschaffen van elektrische auto’s afgelopen jaar fors verlaagd, zonder de doelstelling voor het aandeel elektrische auto’s te verlagen. Door het wegvallen van de ruime vergoedingen zijn veel Chinese fabrikanten in de problemen gekomen. Vooral fabrikanten van technisch slechte producten. Tegelijkertijd biedt het vasthouden aan de doelstellingen ruimte voor autofabrikanten die wel kwaliteit leveren om marktaandeel te vergroten. Het gaat dan zowel om Chinese als buitenlandse fabrikanten. Tegelijkertijd zetten Chinese fabrikanten als BYD en Polestar onverminderd in op het vergroten van hun marktaandeel in het buitenland. De tijdelijke terugval in de Chinese verkopen van elektrische auto’s zijn dan ook niet iets om wakker van te liggen. Het is eerder het gevolg van een beproefde methode van industriepolitiek, die China eerder toepaste bij de productie van zonnepanelen. Ook in die sector zijn de subsidies een aantal keer fors verlaagd om de kostprijs verder omlaag te brengen en om zwakkere bedrijven van de markt te verdrijven.

Conclusie

In de EU lijken de CO2 normen voor autofabrikanten de komende jaren eindelijk te gaan bijten met dreigende boetes voor verschillende autofabrikanten. Al zou het beter zijn als ze deze voorkomen door hun inspanningen voor het verkopen van elektrische auto’s te vergroten, zodat de SUV afgevoerd kan worden uit de lijst van grootste oorzaken van de stijgende CO2 emissies. Voor de werkgelegenheid in de Europese auto-industrie is het te hopen dat meer autofabrikanten het pad van Volkswagen volgen en daarin succesvol zijn. Zo niet, dan is het een kwestie van tijd totdat met name Chinese autofabrikanten de Europese markt overnemen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

BOVAG & RAI voorstel: haal oude diesels van de weg

Om de uitstoot van stikstof terug te schroeven, zou het een stuk schelen als oude dieselauto’s van de weg worden gehaald. Er rijden zo’n 1,2 miljoen oude diesels rond die goed zijn voor ongeveer 1/3 van de stikstofuitstoot van het verkeer. Autobrancheverenigingen Bovag en Rai Vereniging stellen voor om automobilisten via een aantrekkelijke sloopregeling afscheid te laten nemen van hun bejaarde personenwagen of bestelbus met dieselmotor en een schonere auto aanschaffen. Bovag stelt:

Je verbetert de luchtkwaliteit in steden, je helpt het klimaat en het is een stimulans voor de nieuwverkoop van personenauto’s en bestelwagens.

Een andere manier om diesels op leeftijd voortijdig naar de sloop te dirigeren is volgens de Rai Vereniging het verlagen van de aanschafprijs van auto’s. De RAI woordvoerder stelt:

Nederland heeft het oudste wagenpark van Europa, omdat nieuwe auto’s hier zo duur zijn. We rijden dus langer met relatief vuile auto’s door. Maak nieuwe auto’s goedkoper door de aanschafbelasting bpm te schrappen.

De voorstellen zijn goed getimed, omdat het Kabinet naar verwachting deze week met plannen komt om de stikstofcrisis aan te pakken.

Preken voor eigen parochie

Beide voorstellen zijn gericht op het verhogen van de verkoop van nieuwe auto’s. Begrijpelijk gezien de bron van de voorstellen. Daarmee zijn het voor het milieu en de mens niet per se de beste oplossingen. Vanuit zowel milieuoogpunt als menselijk zou het goed zijn als het aantal auto’s op de weg afneemt. Dat doe je niet door een oude door een nieuwe auto te vervangen. Dat doe je wel door te gaan denken in mobiliteitsoplossingen, zoals mobility as a service (pdf alert). Bijvoorbeeld door de hoogte van de bonus niet alleen afhankelijk te maken van de ouderdom van de auto, maar ook van het alternatief dat de eigenaar  kiest. Kiest een eigenaar er bijvoorbeeld voor om geen nieuwe auto te kopen, maar voor vervoer per (elektrische) fiets, openbaar vervoer, deelauto of deelname aan een proef voor mobility as a service dan kan dat beloond worden met een hogere bonus.

Met het voorstel voor het verlagen van de bpm is ook wat vreemds aan de hand. Het voordeel daarvan komt namelijk vooral bij leaserijders terecht, 50% van de verkoop van nieuwe auto’s stond volgens Autoblog in 2018 op naam van leaserijders. Het voorstel doet niets aan het probleem dat schone leaseauto’s massaal naar het buitenland verdwijnen na afloop van de leasetermijn. Waarna er tweedehands diesels voor terug geïmporteerd worden. In plaats van de bpm voor nieuwe auto’s te schrappen zou het kabinet er beter aan doen dat budget te gebruiken voor het in Nederland houden van schone leaseauto’s. Dat scheelt stikstofuitstoot, CO2 uitstoot en maakt het bestaande stimuleringsbeleid voor elektrisch rijden kosteneffectiever. De maatschappelijke kosten van het beleid om elektrische leaseauto’s te bevorderen worden dan namelijk verdeeld over meer jaren, terwijl de kosten voor het behoud van leaseauto’s voor de tweedehandsmarkt zeer waarschijnlijk een stuk goedkoper is dan voor nieuwe auto’s.

De twee voorstellen van Bovag en Rai Vereniging zijn aardige aanzetten, het is te hopen dat het kabinet in zijn keuzes net wat verder kijkt dan het belang van brancheverenigingen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Meer dan 11.000 wetenschappers waarschuwen voor klimaatcrisis

27 jaar geleden, in 1992, publiceerde de ‘Union of Concerned Scientists’, samen met meer dan 1.700 onafhankelijke wetenschappers, met onder hen de meerderheid van de nog levende Nobelprijswinnaars Natuurwetenschappen, de ‘World Scientists’ Warning to Humanity’ (pdf). Deze bezorgde wetenschappers riepen de mensheid op de vernietiging van ons milieu af te remmen en waarschuwden dat:

een grote verandering in de omgang van de mensheid met de aarde en het leven noodzakelijk zou zijn, als we enorme menselijke ellende nog wilden voorkomen.

Deze week herhaalde William J Ripple, Christopher Wolf, Thomas M Newsome, Phoebe Barnard, en William R Moomaw deze oproep in een publicatie in BioScience. De publicatie werd ondertekend door ruim 15,364 mensen, waarvan ruim 11.000 wetenschappers, uit 184 landen. Ripple et al. constateren dat er op een paar onderdelen na in 27 jaar weinig vooruitgang is geboekt. Dit baseren ze op een wetenschappelijke analyse van meer dan veertig jaar aan beschikbare gegevens over onder andere energieverbruik, temperatuur, bevolkingsgroei, ontbossing, ijsmassa en emissies.

Het goede nieuws

Om het bericht optimistisch te houden begin ik bij het goede nieuws. Volgens de auteurs toont de snelle wereldwijde afname in de productie van ozon-schadelijke stoffen aan dat wij in staat zijn snel positieve veranderingen uit te voeren. De auteurs zien ook vooruitgang in de vermindering van extreme armoede en honger. Andere pluspunten zijn de snelle daling van de geboortecijfers in vele gebieden (ondanks de teruglopende bestedingen aan family planning), toe te schrijven aan investeringen in het onderwijs aan meisjes en vrouwen, de veelbelovende daling van ontbossing van sommige gebieden, en de snelle groei van de hernieuwbare energiesector.

Het slechte nieuws

Ondanks het goede nieuws zijn de bedreigingen voor ons ecosysteem op aarde de afgelopen 25 jaar verre van afgenomen. Deze zijn zelfs veel erger geworden, zoals onderstaande figuur laat zien. Alarmerend is volgens de auteurs de huidige tendens naar een potentieel catastrofale klimaatverandering als gevolg van de toename van broeikasgassen in de atmosfeer door de verbranding van fossiele brandstoffen (Hansen et al. 2013), door ontbossing (Keenan et al. 2015) en door landbouwproductie – in het bijzonder de toename van herkauwers voor de vleesconsumptie (Ripple et al. 2014). Verder hebben wij volgens de auteurs een massa extinctie ontketend, de zesde in ruwweg 540 miljoen jaar. Deze massa extinctie zou vele van de huidige levensvormen kunnen vernietigen of richting uitsterving tegen het eind van deze eeuw sturen.

Ripple et al. stellen:

Wij brengen onze toekomst in gevaar door onze intensieve, maar geografisch en demografisch ongelijke materiële consumptie niet te beteugelen en omdat wij ons niet realiseren dat de snelle toename van de bevolking de hoofdreden is achter vele ecologische en zelfs sociale gevaren (Crist et al. 2017).Omdat we er niet in te slagen de bevolkingstoename te beperken, de rol van een economie enkel gebaseerd op groei te herzien, broeikasgassen te verminderen, hernieuwbare energie uit te breiden , biotopen te beschermen, ecosystemen te herstellen, verontreiniging onder controle te houden, dierensterfte te stoppen en invasieve vreemde fauna en flora te beperken, onderneemt de mensheid niet de noodzakelijke stappen om onze bedreigde biosfeer te beveiligen.

Wereldwijde klimaatplannen schieten te kort

De constateringen van de Ripple et al. ten aanzien van de voortgang op gebied van klimaatbeleid komen overeen met een recent rapport van het Universal Ecological Fund dat stelt dat enkel de plannen van de EU en een aantal andere Europese landen afdoende zijn om aan de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te voldoen. Van de 184 landen die toezeggingen hebben scoren slechts 36 een voldoende, terwijl 12 gedeeltelijk voldoende scoren. De overigen scoren een (gedeeltelijke) onvoldoende.

Van de vijf grootste uitstoters van broeikasgassen zijn enkel de toezeggingen van de EU voldoende. De EU zet in op tenminste 40% CO2e reductie ten opzichte van 1990 in 2030. De lidstaten liggen volgens het Universal Ecological Fund op koers om gezamenlijk 58% reductie te behalen. China heeft grootse plannen, maar deze zijn volgens het Universal Ecological Fund de komende jaren nog onvoldoende om de broeikasgasemissies in China daadwerkelijk te laten dalen. Ook India’s broeikasgasemissies stijgen naar verwachting nog tot 2030 door economische groei. De Verenigde Staten hebben recent stappen gezet om het klimaatakkoord van Parijs te verlaten, al zal dat pas na de presidentsverkiezingen volgend jaar z’n effect krijgen. Rusland heeft nog helemaal geen toezeggingen voor het reduceren van haar broeikasgasemissies gedaan. Het enige lichtpunt is dat Rusland recent wel toegetreden is tot het klimaatakkoord van Parijs.

Niet alleen de plannen om klimaatemissies te verminderen zijn onvoldoende, ook de realisatie schiet te kort. Veel landen hebben namelijk nog onvoldoende beleid om de gestelde doelen te halen. Ook komen landen hun toezeggingen voor financiering, technologieoverdracht en kennisopbouw niet na. Het niet nakomen van deze toezeggingen is een probleem, want 126 landen hebben hun toezeggingen hier geheel of gedeeltelijk van afhankelijk gemaakt.

Benodigde acties

Volgens Riple et al. zijn voor een overgang naar duurzaamheid de volgende effectieve en gevarieerde stappen nodig (niet in
volgorde van belang of urgentie):

  • Prioriteit geven aan de oprichting van stevig gefinancierde en goed beheerde reservaten voor een belangrijk deel van de leefgebieden van de aarde op het land, het water, de zee en de lucht.
  • behoud van de natuurlijke ecosysteemdiensten door het stoppen van de herbestemming van de bossen, graslanden, en andere inheemse leefgebieden;
  • grootschalig herstel van inheemse aanplantingen, boslandschappen in het bijzonder;
  • wilde inheemse diersoorten opnieuw uitzetten, zeker de top predators om de ecologische processen en dynamiek te herstellen;
  • ontwikkeling en uitvoering van passende beleidsinstrumenten om het uitsterven van dieren te verhelpen en om de stroperij en de handel en exploitatie van bedreigde diersoorten te stoppen;
  • verminderen van voedseloverschotten door opvoeding en betere infrastructuur;
  • stimuleren van de consumptie van plantaardige voedingsmiddelen;
  • verdere vermindering van de geboortecijfers, door vrouwen en mannen toegang te geven tot onderwijs en diensten voor vrijwillige gezinsplanning, met name in gebieden waar deze middelen nog steeds ontbreken;
  • bevorderen van natuureducatie in open lucht voor kinderen en van een algemene betrokkenheid van de samenleving voor de waardering van de natuur;
  • het overhevelen van financiële investeringen naar positieve ecologische innovatie;
  • ontwikkeling en bevordering van nieuwe groene technologieën en massaal omschakelen naar hernieuwbare energiebronnen, met een gelijktijdige afschaffing van subsidies voor de productie van energie uit fossiele brandstoffen;
  • herziening van onze economie om de ongelijke verdeling van kapitaal te verminderen en ervoor te zorgen dat prijzen, belastingen en financiële toeslagen rekening houden met de werkelijke kosten van consumptiepatronen op onze omgeving; en
  • het inschatten van de grootte van een wetenschappelijk verdedigbare, duurzame menselijke populatie op lange termijn en tegelijk landen en hun leiders verenigen om dit cruciaal doel te ondersteunen.

Om een wijdverbreide ellende en een catastrofaal verlies aan biodiversiteit te voorkomen, moet de mensheid  volgens Ripple et al. een duurzaam milieugericht businessmodel uitwerken en uitvoeren. Vijfentwintig jaar geleden was dit reeds ondubbelzinnig geformuleerd door wetenschappers, maar in de meeste opzichten hebben we geen rekening gehouden met hun waarschuwing. Volgens de Rippel et al. is het vijf voor twaalf en zal het binnenkort te laat zijn om corrigerende maatregelen te nemen. De auteurs stellen dat we moeten erkennen, in ons dagelijks leven en in onze bestuurlijke instellingen, dat de Aarde met al zijn leven ons enige huis is.

Onder druk wordt alles vloeibaar

Veel politieke leiders reageren op publieke druk (of op tractoren en graafmachines). Daarom moeten wetenschappers, opiniemakers en burgers er volgens Ripple et al. op aandringen dat hun overheden direct maatregelen nemen. Dit is volgens hen een morele verplichting tegenover huidige en toekomstige generaties van menselijk en ander leven. De toename van georganiseerde initiatieven vanuit de basis noemen ze hoopvol. Daarnaast zullen volgens hen ook ons individueel gedrag moeten veranderen. Bijvoorbeeld door het drastisch verminderen van onze individuele consumptie van fossiele brandstoffen, vlees, en andere natuurlijke rijkdommen. Ook nadenken over het aantal kinderen dat we krijgen behoort daarbij. Waarbij meteen opgemerkt dat rijke mensen een veelvoud vervuilen van arme mensen.

De Nederlandse vertaling van de oproep van de 11.000 wetenschappers is hier (pdf alert) te vinden.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.