Klimaatstaking

Vandaag staak ik, samen met de andere Sargasso-redacteuren. En dit is waarom:

Klimaatactiviste Greta Thunberg op de VN-conferentie over de klimaatverandering, maandag 23 september j.l.:

Hoe durft u? U hebt mijn dromen en mijn jeugd gestolen met lege woorden, en dan ben ik nog een van de gelukkigen. Mensen lijden. Mensen gaan dood. Hele ecosystemen zijn aan het instorten.

Met verwijzing naar meer dan 30 jaar wetenschappelijke studies en waarschuwingen dat broeikasgassen en andere factoren een gevaarlijke nieuwe milieutrend zijn, bekritiseerde Thunberg politici dat ze geen oplossingen en strategieën hebben ontwikkeld om die dreiging het hoofd te bieden.

Demonstreer ook mee vandaag in Den Haag!

De redactie van Sargasso onderstreept vandaag de boodschap van Thunberg door mee te doen met de klimaatstaking in Nederland en de demonstratie in Den Haag, start 13.00 uur Koekamp.

Doe u ook mee?

Gaswinning Groningen stopt in 2022

Het kabinet wil dat er veel eerder een eind komt aan de gaswinning in Groningen dan eerder was gepland. Minister Wiebes gaat nu uit van medio 2022. Eerder was nog sprake van 2030. Wiebes zegt verder dat de gaswinning volgend jaar al onder het ‘veilige niveau’ van 12 miljard kubieke meter komt, namelijk 11,8 miljard, in plaats van de eerder gedachte 15,9 miljard. In het geval van een strenge winter kan het nodig zijn dat ook na 2022 nog gas kan worden gewonnen en daarom wordt het gasveld pas op een later moment helemaal afgesloten.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Clintel bereidt desinformatiecampagne voor

Een groep samenwerkende ontkenners van de klimaatwetenschap bereidt een grote Europese desinformatiecampagne voor, zo blijkt uit documenten die in handen zijn van de website DeSmogBlog UK. De coördinatie van deze desinformatiecampagne is in handen van de Nederlandse stichting Clintel. Guus Berkhout, een van de oprichters van Clintel, heeft tegen DeSmogBlog UK de authenticiteit van de documenten bevestigd. Gezien de timing van de campagne lijkt het gericht op de VN klimaatconferentie in New York eind september.

Clintel

Clintel staat voor Climate Intelligence Foundation. De stichting is in april 2019 opgericht met financiële steun van Niek Sandmann. Volgens de website is het doel om objectief te berichten over klimaatverandering en klimaatbeleid. Clintel is opgericht door emeritus-hoogleraar geofysica Guus Berkhout en wetenschapsjournalist Marcel Crok. Clintel kwam eerder in het nieuws met een rapport waarin beweerd werd dat het KNMI hittegolven had laten verdwijnen. Een bewering waar Karel Knip van NRC en Tinus Pulles bij Klimaatverandering weinig van heel lieten.

De oproep

De documenten laten zien dat een breed internationaal verbond van ‘klimaatsceptici’ een document voorbereid met de boodschap ‘there is no climate emergency’. In de oproep stellen de ondertekenaars onder andere dat klimaatverandering van alle tijden is. Wat geen weldenkend mens, laat staan een klimaatwetenschapper, ontkent, en wat we weten dankzij klimaatwetenschappers. Dat er geen bewijs is dat menselijk CO2-uitstoot de belangrijkste oorzaak is van de huidige klimaatverandering, terwijl wetenschappers eerder dit jaar de kans dat de mens niet de oorzaak is stelde op 1 op de 3,5 miljoen. En dat meer CO2 een positief effect heeft, waar wetenschappelijk nog wel wat op af te dingen is en wat voorbijgaat aan de negatieve effecten van meer CO2 op het oceaanleven. Het zijn standaard argumenten van de twijfelbrigade, die weinig te maken hebben met de stand van de wetenschap. Sceptical Science heeft er in een bericht inmiddels gehakt van gemaakt. Volgens Robert Brulle, Professor Sociologie aan de Drexel University en expert op het gebied van ontkenning van klimaatwetenschap ziet deze desinformatiecampagne als een paniekreactie:

The rise of the Extinction Rebellion movement, and the immense popularity and influence of Greta Thunberg, are having a significant impact on media coverage of climate change and concern about this issue. I would suspect that the aim of the campaign is to blunt the impact of these climate advocacy efforts. The talking points are stale and patently scientific nonsense. That isn’t critical. The point would be to keep the ‘contested’ nature of climate change alive.

Michael Mann, Professor & Directeur van het Earth System Science Centere van Pennsylvania State University is harder in zijn oordeel over de oproep die Clintel coördineert:

Mede-ondertekenaars

De oproep is ondertekend door 54 Nederlandse ondertekenaars. Tinus Pulles, gepensioneerd milieuwetenschapper op natuurwetenschappelijke basis, stelt op Twitter dat het bij de Nederlandse ondertekenaars gaat om:

the usual suspects! Wéér niemand met een track record in klimaatwetenschap!

Volgens de documenten behoort ook Marcel Crok tot de ondertekenaars. In de lijst komt volgens Pulles 54 keer “former”en 50 keer “emiritus” voor. Het ontkennen van klimaatwetenschap lijkt daarmee een hobby van bejaarden te worden.

Crok verkeert in gezelschap van bekende namen uit de wereld van ontkenners van klimaatwetenschap en werknemers van libertarische denktanks, die behoren tot het Atlas Network. Dit is een door de gebroeders Koch gefinancierde internationale koepelorganisatie van vrije-markt groepen. Vanuit de VS gaat het onder andere om Richard Lindzen (Cato Institute), Patrick Michaels (Competitive Enterprise Institute), en Charles Battig en Willie Soon (Heartland Institute). Ook werknemers van Engelse groepen, die geassocieerd zijn met het Atlas Network, zoals het Institute of Economic Affairs (IEA), het Adam Smith Institute (ASI) en de Taxpayers’ Alliance, hebben de verklaring ondertekend. Verschillende voormalig werknemers van deze instituten werken nu voor de regering van Boris Johnson. Andere ondertekenaars zijn Viv Forbes, Voorzitter van de Carbon Sense Coalition (Australië), Professor Fritz Vahrenholt, woordvoerder van het European Institute for Climate and Energy (Duitsland), Professor Jeffrey Foss, Frontier Centre for Public Policy (Canada), Jim O’Brien, Voorzitter en mede-oprichter van het Irish Climate Science Forum (Ierland) en Terence Dunleavy, voorzitter van International Climate Science Coalition (Nieuw Zeeland).

Conclusie

Clintel toont met deze desinformatiecampagne zijn ware aard. Het gaat niet om objectieve wetenschap, maar om twijfel zaaien over klimaatwetenschap. Ook de ondertekenaars, waaronder ondertekenaars van het klimaatmanifest van vorig jaar, laten zo zien dat ze vooral uit zijn op twijfel zaaien over klimaatwetenschap. De twijfel die Clintel zaait heeft zowel betrekking op de oorzaak van de huidige klimaatverandering, als op de ernst daarvan. Gelet op de timing om de oproep half september te willen lanceren lijkt het doel duidelijk: voorkomen dat de EU de doelstelling om in 2050 klimaatneutraal te zijn vastlegt en het verstoren van de VN-conferentie in New York eind september.

Met dank aan aan Hans Custers voor de link naar DeSmogBlog UK.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Zeeland wordt gedoogwalhalla voor binnentankvaart

Op 21 augustus 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over varend ontgassen. In deze brief gaat het Ministerie samen met de Inspectie Leefomgeving en Transport in op de vormgeving van de handhaving
varend ontgassen in het najaar van 2019 en bepaling in welke gebieden een ontgassingsverbod geldt. In de brief vallen twee zaken op. Op de eerste plaats dat de belangrijke corridor tussen Antwerpen en Rotterdam, lees Zeeland, aangewezen wordt als gedoogzone voor varend ontgassen. Op de tweede plaats valt op dat het ministerie en de inspectie nergens in gaan op de nieuwe regels voor varend ontgassen die sinds 1 juli 2019 van kracht zijn, waar Sargasso al eerder over schreef.

Varend ontgassen wat is het ook al weer?

Varend ontgassen gebeurd in de tankvaart en is nodig omdat er in de tanks van schepen die chemicaliën en aardolieproducten vervoeren ladingrestanten en ladingdampen achterblijven nadat de tanks geleegd zijn. Deze ladingrestanten en ladingdampen moeten uit het ruim verdwijnen voordat er een nieuwe lading aan boord komt. Dat heet ontgassen. Bij ontgassen komen vluchtige organische stoffen vrij, waaronder gevaarlijke en zeer zorgwekkende stoffen zoals benzeen.

Schepen die hun lading hebben gelost worden vol ladingdamp weggestuurd van de terminal. Om een volgende lading te kunnen laden moeten ze veelal aantonen dat ze gasvrij zijn aan de terminal van de nieuwe verlader. Dat kan op verschillende manieren, bij een tankschoonmaakbedrijf of door te ontgassen aan de buitenlucht. Ontgassen aan de buitenlucht is enkel varend toegestaan. Behalve in de buurt van sluizen, bruggen en bij dichtbevolkte gebieden. In de havens van Rotterdam en Amsterdam zijn door de lokale autoriteiten plaatsen aangewezen waar schepen stilliggend mogen ontgassen. Het kan bij varend ontgassen, zeker op warme zomerse dagen, gaan om aanzienlijke hoeveelheden van 2.000 tot 3.000 kilogram benzeen per schip.

Er wordt al jaren gewerkt aan een internationaal verbod op varend ontgassen.  De invoer van provinciale ontgasverboden in Nederland en in de haven van Anwerpen hebben de internationale onderhandelingen in een stroomversnelling gebracht, waarschijnlijk uit angst voor afwijkende regelgeving tussen vaargebieden. Per 1 juli 2019 is in Nederland het nieuwe ADN van kracht, waarin aanvullende regels voor varend ontgassen worden gesteld. Hierdoor is varend ontgassen via de luiken niet meer toegestaan. In het CDNI wordt varend ontgassen volledig verboden, dit verdrag wordt stapsgewijs van kracht in de periode 2020-2024.

Definitie drukbevolkt gebied

Het goede nieuws is dat de Inspectie Leefomgeving en Transport eindelijk bezig is om een definitie te maken van het begrip drukbevolkt gebied. Een term die al lang voorkomt in de verdragsteksten van het ADN en het CDNI. En een term waarvan Sargasso al sinds 2014 stelt dat deze niet verwerkt is in de Nederlandse regelgeving. De Inspectie Leefomgeving en Transport heeft de Nederlandse vaarwegen ingedeeld in drie categorieën. Gebieden waar binnen 500 meter van de vaarweg geen bewoning is, dit zijn geen dichtbevolkte gebieden. Gebieden waar binnen 500 meter van de vaarweg meer dan 200 inwoners per hectare wonen, deze kunnen volgens ILenT als dichtbevolkt worden beschouwd. Tot slot is er een tussencategorie van gebieden met 1 tot 200 inwoners per hectare binnen 500 meter van de vaarweg, deze zijn minder dichtbevolkt. Voor deze laatste categorie moet de handhavingsactie in oktober uitwijzen hoe hiermee omgegaan dient te worden. Bewoners langs deze delen van de vaarwegen kunnen er dus nog niet gerust op zijn dat het varend ontgassen in hun buurt gaat stoppen. Het betreft de gele delen van de vaarwegen op onderstaande kaart. De groene delen zijn sowieso geschikt voor varend ontgassen, aldus de Inspectie Leefomgeving en Transport. Dat betekent dat de volgende vaarwegen in hoofdzaak geschikt zijn om te ontgassen in de atmosfeer:

  • Markermeer en IJsselmeer;
  • Waddenzee;
  • De hoofdvaarwegen in Zeeland, op een enkele dichtbevolkte locatie na;
  • De nieuwe Merwede vanaf Werkendam;
  • Het Hollands Diep overgaand in het Volkerak en de Rijn-Schelde verbinding, op een enkele dichtbevolkte locatie na.

Op de minder als ontgassingstraject gebruikte route van en naar Duitsland zijn enkele langere trajecten beschikbaar waar ontgassen mogelijk zou zijn. Op de hoofdontgassingscorridor Amsterdam-Rotterdam-Antwerpen zijn de mogelijkheden tot ontgassen beperkt. Behalve dan in Zeeland. De Provinciale Zeeuws Courant concludeert dan ook dat Zeeland een vrijplaats wordt voor varend ontgassen. Dat is slecht nieuws voor de provincie, waar in 2017 een verbod op varend ontgassen van benzeen en benzeenhoudende stoffen werd ingevoerd (pdf). Ondanks het geringe aantal bewoners is het in de zomer slecht nieuws voor toeristen in Zeeland en dan met name voor watersporters op de Zeeuwse wateren.

De gedoogcultuur bij ILenT is ook slecht nieuws voor bedrijven in Antwerpen, die al hebben geïnvesteerd in installaties voor verantwoord ontgassen. Op de belangrijke ontgassingsroute tussen Rotterdam en Antwerpen wordt de deur nog verder opengezet voor varend ontgassen, terwijl deze bedrijven al een teruggang in klandizie merken sinds de Minister van Infrastructuur en Transport haar mening over provinciale ontgasverboden herzag. De provinciale ontgasverboden maakten in 2014 deel uit van de regiodeal die het ministerie sloot met de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant. Begin 2019 stelde de minister zich in antwoord op Kamervragen op het standpunt dat de provinciale ontgasverboden niet rechtsgeldig zijn. Wat nog steeds de vraag oproept waarom het ministerie haar mening ten aanzien van provinciale ontgasverboden herzien heeft.

De olifanten in de kamer

Waar het ministerie en de inspectie niet op ingaan in hun brief is op het effect van de wijzigingen van het ADN die vanaf 1 juli 2019 van kracht zijn. Zoals eerder geschreven is het sinds die datum verplicht om via het zogenaamde manifold te ontgassen. Dat betekent dat bestaande scheepsventilatoren die gebruikt worden om via de luiken te ontgassen verzwaard zullen moeten worden.

Op bovenstaande kaart zijn ook de locaties met ontgassingsinstallaties aangegeven. Het valt op dat enkel ATM Moerdijk hierop staat, blijkbaar is dat nog steeds de enige vergunde locatie voor verantwoord ontgassen. Dat roept de vraag op waar schepen die benzine en diesel vervoeren, waar al veel langer een verbod op varend ontgassen voor geldt, hun schip gasvrij maken? Of wordt het ontgassen van benzine en diesel door binnenvaarttankschepen al jaren stilzwijgend gedoogd door Port of Amsterdam, naar eigen zeggen de grootste benzinehaven ter wereld, en de Inspectie Leefomgeving en Transport? Dit is een vraag waarop Sargasso sinds we met dit dossier begonnen in 2013 geen antwoord heeft weten te krijgen van betrokken autoriteiten.

Naast de locatie van ATM zijn er twee locaties in Nederland waar stilliggend ontgast mag worden aan de buitenlucht. De een is in de Geulhaven van Rotterdam en de ander de Afrikahaven in Amsterdam. Deze vallen volgens ILenT onder de verantwoordelijkheid van de lokale autoriteiten. Het mysterie van de regiodeal varend ontgassen uit 2015 lijkt daarmee opgelost: deze is mislukt. Het is de gemeente Rotterdam en toenmalig havenwethouder Baljeu (wederom beoogd gedeputeerde voor de VVD in de provincie Zuid-Holland) niet eens gelukt om de locatie voor stilliggend ontgassen die onder de eigen verantwoordelijkheid van Rotterdam valt op te heffen.

Conclusie

Op basis van de brief van I&W kan gerust geconcludeerd worden dat het ministerie van I&W en de ILenT geen haast hebben met het handhaven van de regels uit het ADN. Het leest eerder als een poging om varend ontgassen door de binnenvaart zo lang als mogelijk te gedogen. Waarbij de provincie Zeeland vooralsnog de grootste gedoogzone is voor varend ontgassen. Of Noord-Brabant, Utrecht en Gelderland ook gedoogzones worden hangt af van het antwoord op de vraag hoe de Inspectie Leefomgeving en Transport het begrip drukbevolkt gebied verder uitwerkt.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso als onderdeel van het dossier ontgassen.

Willen we meer of minder heilige koeien na uitspraak Programmatische Aanpak Stikstof?

In mei vonniste de Raad van State dat de Programmatische Aanpak Stikstof in strijd is met Europese regels. Inmiddels is er een adviescollege onder leiding van Johan Remkes benoemt die oplossingen zoekt en worden de eerste gevolgen duidelijk. Vervolguitspraken van de Raad van State laten zien dat er ruimte blijft voor ontwikkelingen, ze laten echter ook zien dat de Raad van State de eisen voor nieuwe ontwikkelingen aanscherpt. Een mooi moment voor herbezinning over een aantal heilige huisjes die veel stikstof uitstoot veroorzaken en die ook kansen bieden voor het reduceren van klimaatemissies.

Stilvallende projecten

Grote projecten die in de problemen zijn gekomen door de uitspraak van de Raad van State zijn de opening van Lelystad Airport, de verbreding van de A27 bij Utrecht (Amelisweerd) en het evenemententerrein op het voormalig vliegveld Twente. Het openen van het vliegveld van Lelystad voor de luchtvaart zou tot een aanzienlijke stijging van de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden leiden. Waarschijnlijk gaat het dan zowel om de Weerribben als om de Veluwe en Utrechtse Heuvelrug. Dit geldt ook voor de verbreding van de snelweg bij Utrecht, die zeer waarschijnlijk tot extra stikstof op de Utrechtse Heuvelrug en de Amelisweerd zal leiden. Zonder maatregelen die de stikstofdepositie aantoonbaar verlaagd kunnen deze projecten dan ook niet doorgaan, tenzij projecten de zogenaamde ADC-toets doorstaan. Dat wil zeggen dat er geen alternatieven zijn, dat er wel dwingende redenen van openbaar belang zijn voor het project en dat er adequate compenserende maatregelen genomen worden.

Doorgaande projecten

Een van de projecten die wel doorgaat is een verbreding van de weg bij de gemeente Veldhoven, hoewel die weg teveel stikstof veroorzaakt. De gemeente wist bij de Raad van State echter succesvol te bepleiten dat ze de ADC-toets juist had ingezet. Er zijn volgens Veldhoven geen alternatieven (de A), er zijn wel dwingende redenen van openbaar belang voor het project (de D) en de Raad van State zag geen aanleiding om te twijfelen aan de effectiviteit van de genomen compensatiemaatregelen voor de natuur (de C).

Heilige koeien

Wethouder Aard de Kruijf van Barneveld stelt in Binnenlands Bestuurdat er een nationale discussie nodig is om te bepalen wat er valt onder het openbaar belang (de D uit de ADC toets). Naar zijn mening ligt het openbaar belang bij uitbreiding van vliegveld Lelystad (de D uit de toets) voor de hand ligt, maar zou hetzelfde moeten gelden voor bijvoorbeeld woningbouw.

Een belangrijke vraag lijkt mij echter om te bepalen of we het openbaar belang van extra vakantievluchten naar Benidorm en Alanya werkelijk zo groot vinden dat we daar schaarse milieugebruiksruimte aan willen toekennen. Willen we extra stikstof uitstoot door de luchtvaart faciliteren met belastinggeld, of is het tijd dat de luchtvaart in Nederland gedwongen wordt te kiezen voor specialisatie en krimp in plaats van nog meer bulk tegen afbraakprijzen? Een keuze voor krimp en specialisatie biedt de kans om de stikstofdepositie die de vliegtuigen veroorzaken in te zetten voor nieuwe woonwijken, verbreding van snelwegen of groei van bedrijven. Het zorgt er ook voor dat de CO2 emissies van de luchtvaart in Nederland aan banden gelegd worden.

Hetzelfde vraagstuk geldt voor die andere heilige koe van Infrastructuur en Waterstaat: 130 kilometer per uur op de snelweg. Een verlaging van de snelheid naar 100 km per uur levert niet alleen een vermindering van de CO2 uitstoot op, maar ook minder stikstofuitstoot en daarmee minder neerslag van stikstof op Natura2000 gebieden. De vraag is dus wat wel willen: 130 km/uur op de snelweg of gebruiken we de milieugebruiksruimte voor nieuwe woningen, een bredere snelweg of groei van bedrijven?

Een derde heilige koe is de veeteelt. Naast de luchtvaart een van de laatste sectoren waar een deel van de branche angstvallig vasthoud aan bulkproductie van grote hoeveelheden tegen weinig kosten, zelfs een brandalarm op een stal past niet in de kostprijs. Wordt het geen tijd om de fictie dat Nederland ‘de wereld’ kan voeden op te geven? Bijna elke andere branche in Nederland heeft de afgelopen 30 jaar het pad van bulkproductie verlaten en gekozen voor specialisatie. Waarbij lagere volumes, maar hogere marges worden gerealiseerd.

Een klein deel van de landbouwbranche werkt daar al jaren aan, variërend van biologisch dynamische bedrijven tot melkboeren die experimenteren met sojamelk of melk die herleidbaar is naar een individuele koe of koeienfamilie. Ook in de vleessector zijn er initiatieven die die kant op gaan, zoals Crowd Butching.

Ondanks deze initiatieven die zich richten op lokale ketens exporteren we nog steeds 70 tot 80% van onze vleesproducten. De landbouwsector legt daarmee een grote druk op de beschikbare ruimte voor stikstofdepositie, zeker omdat veel veeteelt in de buurt van Natura2000 gebieden gesitueerd is. De vraag is dan ook of we de beperkte ruimte voor stikstofdepositie willen gebruiken voor de export van vleesproducten en eieren, ondertussen meewerkend aan de ontbossing elders voor de productie van veevoer, of dat we de veeteeltsector (warm) gaan saneren om de beschikbaar komende ruimte in te zetten voor de nieuwe woonwijken, bredere snelwegen of groei van bedrijven met hogere marges, lagere volumes en vooral lagere milieudruk?

Een laatste vraagstuk raakt de energietransitie. Er bestaan plannen om de Nederlandse kolencentrales niet te sluiten, maar om ze om te bouwen naar biomassacentrales. Daarnaast zijn er ook in veel gemeenten individuele plannen voor kleinere biomassacentrales. Deze hebben veelal een vermogen net kleiner dan 15 MW, zodat een milieu-effectrapportage niet nodig is. Het verbranden van biomassa zorgt echter voor een hogere uitstoot van stikstof dan kolencentrales.

Bovendien zijn er vraagtekens te zetten bij het klimaateffect. Ook al telt het verbranden van biomassa in de internationale klimaatstatistieken als klimaatneutraal. Op de langere termijn kan het verbranden van biomassa mogelijk klimaatneutraal zijn of worden, voor de middellange termijn zorgt het verbranden van biomassa voor een stijging van de CO2 uitstoot. Volgens onderzoek van MIT duurt het namelijk 44 tot 104 jaar voordat bossen in het zuid-oosten van de Verenigde Staten weer evenveel CO2 hebben opgenomen als dat er nu verbrand wordt. Terwijl de emissies juist de komende 40 jaar fors omlaag moeten. Het verbranden van biomassa gaat daarbij dus niet helpen, zeker niet als daarbij bossen worden gekapt die jaarlijks nog meer CO2 vastleggen.

Het is dan ook de vraag of het verstandig is om subsidie te geven aan energiecentrales om beslag te leggen op de beperkte ruimte voor stikstofdepositie. Het klimaateffect op de korte en middellange termijn is negatief en er zijn mogelijk sectoren met een hogere toegevoegde waarde van de ruimte die biomassacentrales innemen gebruik kunnen maken.

Tot slot kan het stimuleren van elektrisch rijden, of het nu gaat om elektrische bussen, vrachtauto’s of auto’s een belangrijke bijdrage leveren. Dat vergt wel dat Haagse politici weer gaan denken in de termen van de oude Optiedocumenten van ECN. Deze keken naar het effect van een maatregel op klimaatemissies en luchtvervuiling. Elektrisch rijden is misschien duur per ton CO2, bezien in combinatie met het reduceren van de stikstofdepositie kan het stimuleren van elektrische vrachtwagens, bussen en auto’s best eens gunstiger uitpakken.

Conclusie

De uitspraak van de Raad van State uit mei verdient het om te leiden tot herbezinning op de gewenste ontwikkelingen van Nederland. Het is tenslotte niet de eerste keer dat de rechter de overheid terecht wijst. Eerder gebeurde dat al bij luchtkwaliteit en in de klimaatzaak van Urgenda (al loopt bij deze laatste het hoger beroep nog). In alle drie de gevallen wijst de rechter er op dat er harde milieugrenzen zijn die de Nederlandse overheid en samenleving moeten respecteren. Dat betekent dat het tijd wordt om na te denken over wat we willen en wat we belangrijk vinden. Rijden we liever met 130 kilometer per uur over de snelweg, of willen we groei van de luchtvaart? Willen we 100 kilometer per uur gaan rijden zodat we vlees kunnen blijven produceren voor de wereldmarkt, of kiezen we voor een kleinere veestapel met ruimte om met 130 kilometer per uur rond te rijden? Of mag het van alle drie een onsje minder, zodat er voldoende woningen bijgebouwd kunnen worden en er ruimte ontstaat voor natuur en andere bedrijfstakken met een hogere toegevoegde waarde?

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

ExxonMobil voert druk op in klimaatzaak

De aanklager van New York heeft ExxonMobil in 2018 gedaagd voor het foutief informeren van investeerders en beleggers over de risico’s van klimaatverandering. Een zaak die niet draait om de vraag of het bedrijf ExxonMobil een klimaatcrimineel is, maar om de vraag of ExxonMobil investeerders en aandeelhouders bedrogen heeft over de klimaatrisico’s die het bedrijf veroorzaakt en loopt. De rechtszaak begint op 23 oktober 2019 en heeft, ironisch genoeg, sterke overeenkomsten met de rechtszaken tegen de tabaksindustrie uit de jaren 90 van de vorige eeuw. In de basis komt de rechtszaak er op neer dat ExxonMobil beter dan wie ook wist wat de risico’s van klimaatverandering waren en welke financiële risico’s hieruit konden voortkomen voor het bedrijf.

De website InsideClimateNews beschrijft de aanklacht van de openbaar aanklager als volgt:

Exxon engaged in “a longstanding fraudulent scheme” to deceive investors by providing false and misleading assurances that it was effectively managing the economic risks posed by increasingly stringent policies and regulations it anticipated being adopted to address climate change, the lawsuit states. “Instead of managing those risks in the manner it represented to investors, Exxon employed internal practices that were inconsistent with its representations, were undisclosed to investors, and exposed the company to greater risk from climate change regulation than investors were led to believe,” the lawsuit said.

Nu de rechtszaak op het punt staat om te beginnen neemt de druk van ExxonMobil op potentiële getuigen toe, zo meldde  InsideClimateNews twee weken geleden:

New court filings reveal that Exxon sent letters to a group of investment advisers and shareholder activists who prosecutors want to put on the stand, informing them they will be subject to subpoenas from the company seeking documents relevant to the case if they choose to testify. Because of their roles investing in and engaging with Exxon over climate change, these witnesses’ testimony could prove critical to the state’s case. With opening statements scheduled to begin Oct. 23, a lawyer in New York Attorney General Letitia James’s office wrote that the request would “impose disproportionate burdens on these witnesses in a transparent attempt to discourage them from testifying voluntarily, and threatening to upend the trial schedule.”

Aaron Caplan, professor in de rechten aan Loyala Law School in Los Angeles, stelt tegen InsideClimateNews dat de brief van Exxon aan potentiële getuigen ongebruikelijk agressief is en de randen van de ethische normen opzoekt, hoewel Exxon kan stellen dat ze simpelweg hun verdediging degelijk voorbereiden:

It tiptoes right up to the line of impropriety. And whether it crosses that line is up to interpretation.

De hoge raad van New York heeft inmiddels een stokje gestoken voor de poging van ExxonMobil om grote hoeveelheden documenten op te vragen. Hierdoor blijft de start van de rechtszaak op 23 oktober staan. Al zal het nog heel wat jaren duren voordat de oliegigant mogelijk eindelijk de rekening gepresenteerd krijgen voor de grootste hoax aller tijden.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Stadsverwarming: financiële donderwolk boven de Randstad

In het Klimaatakkoord is een belangrijke rol weggelegd voor stadsverwarming. Afgelopen jaar zijn er echter verschillende berichten naar buiten gekomen die grote problemen laten zien bij warmtebedrijven. De Rekenkamer Nijmegen was begin dit jaar kritisch over de totstandkoming van het warmtenet in de wijk Nijmegen-Noord. In Rotterdam was de rekenkamer ook kritisch over de plannen voor een leiding naar Leiden en bericht de NRC al een paar weken over de oplopende tegenvallers bij het Warmtebedrijf Rotterdam, waarvoor de gemeente en provincie garant staan. Het Afval Energie Bedrijf (AEB) in Amsterdam, waar de tegenvaller voor de gemeente volgens de Telegraaf op kan lopen tot een half miljard Euro, is voorlopig gered met een kapitaalinjectie van 16 miljoen Euro door gemeente en een consortium van banken.

Verwarmen met restwarmte

Op papier klinkt het altijd mooi: waarom huizen en gebouwen verwarmen met aardgas, als het ook kan met restwarmte van de industrie, elektriciteitscentrales of afvalcentrales? In de praktijk lopen bewoners, bestuurders en gemeenteraadsleden met regelmaat tegen problemen op. Een van de standaardproblemen doet zich voor bij bewoners en heeft zijn achtergrond in de regelgeving. Op papier mogen de kosten voor stadsverwarming niet hoger zijn dan de kosten van verwarmen met aardgas, in de praktijk hebben er altijd behoorlijk wat gaten in de regelgeving gezeten.

De belangrijkste en makkelijkste weg om de afzet van warmte te verhogen en de kosten voor de bewoner op te schroeven is dat aansluiting aaneen warmtenet meetelt bij het bepalen van de energiezuinigheid van een huis. Daardoor is er minder isolatie nodig om op papier even energiezuinig te zijn als een woning die met aardgas wordt verwarmd. De warmtevraag van een woning met stadswarmte ligt dan wel hoger dan een woning met aardgas die op papier dezelfde energiezuinigheid heeft. Het verschil kan in de loop van de jaren behoorlijk in de papieren lopen ten nadele van de afnemer van stadswarmte.

Doordat de prijs van warmte gekoppeld is aan de prijs van aardgas en de energiebelasting op aardgas al een aantal jaren stapsgewijs oploopt loopt ook de energierekening stapsgewijs op. Vereniging Eigen Huis schat in dat huishoudens met blok- of stadsverwarming door deze koppeling in 2019 gemiddeld €164 meer dan in 2018 betalen voor de levering van warmte. Er liggen al jaren plannen om de koppeling tussen de gasprijs en stadswarmte te schrappen, tot op heden zijn die niet uitgevoerd. Warmteleveranciers mogen ook lagere tarieven rekenen dan de maximumtarieven die de Autoriteit Consument en Markt (ACM) stelt.

Nijmegen

In Nijmegen werd al in 1996 besloten dat de nieuwe wijk Waalsprong gasloos zou worden. Aanvankelijk werd gekozen voor een zogeheten hybride warmtenet om te komen tot een duurzame warmtevoorziening in de Waalsprong. Maar op onnavolgbare wijze werd in 2011 gekozen voor een traditioneel middentemperatuurnet. De raad is over dat besluit van het college pas achteraf geïnformeerd en is daardoor volgens de Rekenkamer Nijmegen onvoldoende in de gelegenheid gesteld zijn controlerende en kaderstellende rol te vervullen. De Rekenkamer Nijmegen noemde de totstandkoming van het warmtenet in de wijk Nijmegen-Noord eind vorig jaar:

Inconsistent, niet transparant, en daardoor onnavolgbaar en niet controleerbaar.

De gemeente Nijmegen is ook onvoldoende in staat geweest strategische belangen te borgen. Waardoor de gemeente sterk afhankelijk geworden van Nuon, ook voor de energietransitie in de bestaande stad.  Zo blijkt dat de raad in 2012 niet is gekend in de keuze in te zetten op ondertekening van een  contract met Nuon, waarin een aansluitplicht op het warmtenet in de Waalsprong en het Waalfront werd vastgelegd. Voor inwoners van de Waalsprong is het daardoor nauwelijks mogelijk voor een  andere oplossing te kiezen bij de bouw of verbouw (verduurzaming) van hun woning. Al heeft Nuon de afsluitboete voor bewoners inmiddels geschrapt, toch klaagden bewoners eerder dit jaar tegen Omroep Gelderland nog over de hoge stookkosten en de over het gebrek aan alternatieven:

Die warmtewisselaar van de Nuon is heel klein, die past in de meterkast. Een warmtepomp past daar niet in. Ook verwarming met bijvoorbeeld waterstof is volgens hem onmogelijk omdat er in Nijmegen Noord geen gasleidingen zijn aangelegd die (met aanpassingen) waterstof zouden kunnen aanvoeren naar de woningen

De Rekenkamer Nijmegen stelt ook dat er geen duidelijkheid is over hoe duurzaam het warmtenet in de praktijk is. Er zijn namelijk geen transparante berekeningen van de CO2-reductie die met het warmtenet gerealiseerd wordt. Ook is niet bekend in welke mate het warmtenet bijdraagt aan het doel Nijmegen energieneutraal in 2045. Voorafgaand aan de aanleg werd aangegeven dat die daar een belangrijke bijdrage aan zou leveren.

Rotterdam

De provincie Zuid-Holland heeft grootse plannen met warmte. Al jaren wordt door het bureau Warmte Koude Zuid-Holland gewerkt aan de warmterotonde. Eerder waren er tegenvallers doordat de kolencentrales na grote maatschappelijke druk niet aangesloten mochten worden op de warmterotonde, onder andere de raad van Den Haag en de Tweede Kamer keerde zich hier tegen.

Een ander kwakkelend onderdeel van de plannen om tot een warmterotonde te komen is het Warmtebedrijf Rotterdam. Waar al jaren geld bij moet vanuit de gemeente, NRC spreekt over 80 tot 200 miljoen euro sinds de oprichting in 2006. Eerder dit jaar toonde de Rekenkamer Rotterdam zich kritisch over de plannen van Warmtebedrijf Rotterdam voor een transportleiding naar Leiden om de levering van warmte aan Nuon over te nemen van de huidige warmteleverancier Uniper. De Rekenkamer Rotterdam vond dat het Rotterdams college eerlijk moest zijn zijn over de financiële risico’s die deze uitbreiding van het warmtenet met zich meebrengt. Die tekortkomingen staan niet duidelijk genoeg in de risicoanalyse, stelt de Rekenkamer Rotterdam. De risicoanalyse kreeg van de Rotterdamse Rekenkamer een onvoldoende. Ook twijfelde de Rekenkamer Rotterdam over de juistheid van de voorgespiegelde CO2 reductie. De gemeente gaat uit van 60-70 kiloton minder CO2 uitstoot. De Rekenkamer komt niet verder 45 kiloton. Ook constateerde de Rekenkamer Rotterdam dat het realiseren van meer aansluitingen op het warmtenet in Rotterdam in plaats van de leiding naar Leiden verhoudingsgewijs lokaal meer emissies van broeikasgassen en stikstofoxiden worden vermeden, tegen fors minder kosten en met minder risico’s.  Wat ook beter bijdraagt aan het publieke belang van de Rotterdamse deelneming in Warmtebedrijf Rotterdam.  WBR en de gemeente zijn echter juridisch gebonden aan uitbreiding naar Leiden.

De raad van Rotterdam stemde begin februari in met de uitbreiding naar Leiden die 118 miljoen Euro moest kosten, ondanks deze waarschuwing van de Rotterdamse Rekenkamer. Daarbij speelde mee dat het Warmtebedrijf Rotterdam zich heeft verplicht om vanaf 1 januari 2020 warmte te leveren aan Nuon in Leiden en dat later beslissen er toe zou leiden dat de leiding niet meer dit jaar aangelegd zou kunnen worden. Inmiddels is duidelijk dat de aanleg van de warmteleiding vertraagd is en dat de aandeelhouders van het Warmtebedrijf Rotterdam, in casus de Provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam, volledig verantwoordelijk zijn voor de schade die dit Nuon oplevert.

Het Warmtebedrijf Rotterdam is in 2006 opgericht door het Havenbedrijf Rotterdam en de gemeente Rotterdam. Curieus daarbij is dat de gemeente voor 30% aandeelhouder is in Eneco, de grootste regionale concurrent van het Warmtebedrijf Rotterdam. Eneco legde een aantal jaren geleden zelf een leiding over noord aan, waardoor het Warmtebedrijf Rotterdam een belangrijk deel van de lokale markt kwijt raakte aan een ander gemeentelijk bedrijf.

Het Warmtebedrijf Rotterdam heeft lokaal nooit voldoende afnemers gevonden voor de warmte die het verplicht inkoopt bij afvalverbrander AVR – een deal die de gemeente voor het Warmtebedrijf sloot. Regelmatig is gesuggereerd door wethouders en bedrijfsleiding dat een rendabele toekomst voor het Warmtebedrijf dichtbij was, terwijl het van crisis naar crisis zwalkte. In 2016 en 2017 ontwikkelen de gemeente Rotterdam en de Provincie Zuid-Holalnd samen een reddingsplan. De oplossing voor de financiële nood van het Warmtebedrijf, zo denkt wethouder Adriaan Visser (D66), ligt in Leiden. Nuon levert daar warm water aan zo’n 13.000 Leidse huizen en 200 bedrijven. Het contract van Nuon met warmteleverancier Uniper loopt in 2020 af. Als het Warmtebedrijf (WBR) de positie van Uniper kan innemen, heeft het eindelijk afnemers voor de overtollige warmte die het al jaren verplicht inkoopt bij AVR.

Om het water in Leiden te krijgen, is naar schatting maximaal 140 miljoen euro nodig. Het probleem van het Warmtebedrijf ziet er voor de Zuid-Hollandse gedeputeerde Han Weber uit als een oplossing: restwarmte van de Rotterdamse industrie gebruiken om het gasverbruik bij huishoudens en bedrijven te verlagen. In het coalitieakkoord van 2015 heeft D66 100 miljoen euro binnengehaald voor de ontwikkeling van duurzame energie. Een prachtig resultaat, waar de leiding naar Leiden prima in past als onderdeel van de warmterotonde.

Inmiddels is de aanleg minimaal twee jaar vertraagd en mag de gemeenteraad van Rotterdam zich na het reces buigen over het zoveelste reddingsplan voor het Warmtebedrijf Rotterdam.

Amsterdam

In Amsterdam is een van de warmtebronnen voor stadswarmte het Afval Energie Bedrijf (AEB). Het AEB verwerkt en verbrand niet alleen afval, maar levert ook warmte aan zo’n 35.000 huishoudens en is met Nuon eigenaar van Westpoort Warmte. Westpoort Warmte bezit het warmtenet in Amsterdam Noord en Nieuw-West. Vorig jaar concludeerde de Amsterdamse Rekenkamer dat de gemeente financiële en juridische risico’s loopt door de rommelige wijze waarop Westpoort Warmte gegroeid is. De uitbreiding van stadsverwarming naar nieuwe buurten onderhands gegund aan Westpoort Warmte. De Rekenkamer vraagt zich af of dat wel strookt met Europese staatssteun- en aanbestedingsregels. Als concurrenten van Nuon en AEB zich daardoor gedupeerd voelen, loopt de gemeente juridische risico’s. De gemeente Amsterdam heeft afvalenergiebedrijf AEB in de tussentijd verzelfstandigd. Als enige aandeelhouder van AEB heeft de gemeente geen directe zeggenschap meer over Westpoort Warmte. Maar zonder dat de gemeente beschikt over afvalovens of andere warmtebronnen staat de gemeente nog wel garant voor de levering van warmte voor tienduizenden huishoudens door Westpoort Warmte. Dat kan de gemeente in verlegenheid brengen als de afvalverbrandingsovens van AEB stukgaan.

En laat dat nou net gebeurd zijn. Momenteel liggen 4 van de 6 verbrandingsovens op last van de Omgevingsdienst Noorzeekanaalgebied stil. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied vond dat de installaties van AEB een groot risico opleverden voor medewerkers en omgeving. Het kan negen maanden duren voor alle ovens weer werken, zegt AEB.

Eerder dit jaar maakte Vattenfall/Nuon en AEB bekend dat ze 400 miljoen Euro wilde investeren om hun warmtenetten in Amsterdam onderling te verbinden. De bedoeling was om overtollige warmte van AEB te kunnen leveren aan het verzorgingsgebied van Nuon. Voorlopig heeft AEB door het stilleggen van 4 van de 6 verbrandingslijnen een te kort aan warmte. Volgens Het Parool wordt al gewerkt aan het bijplaatsen van dieselaggregaten om het te kort aan warmte vanaf september op te kunnen vangen. Bij besluitvorming over het warmtebedrijf heeft de gemeenteraad volgens de Amsterdamse Rekenkamer helemaal het nakijken. Bij besluiten over nieuwe investeringen in uitbreiding van het warmtenet wordt de gemeenteraad wel betrokken, maar belangrijke risico’s zijn volgens de Rekenkamer niet met de raad gedeeld.

De Telegraaf berichtte enige weken geleden dat het AEB op omvallen zou staan. De technische staat van de verbrandingsovens en stoomturbines is om te huilen en levensgevaarlijk om mee te werken. Daarnaast gaat iedere minuut minstens tien keer het alarm in de fabriek af wegens storingen en een groot deel van de werknemers is onbekwaam.

Over de gehele linie zijn de systemen niet robuust genoeg en het controlesysteem bevat vele componenten die verouderd zijn en niet meer kunnen worden vervangen. Ook is er een overload aan alarmen die het systeem genereert en die medewerkers niet meer kunnen overzien. Het aantal alarmen per uur is een veelvoud van waar menselijkerwijs op kan worden geacteerd”,

schreef de nieuwe directie van AEB in een brandbrief aan de gemeente.

De Vereniging Afvalbedrijven heeft ook een brandbrief aan de gemeente Amsterdam, de eigenaar van AEB, geschreven over de risico’s voor de inzameling van afval in Nederland door de problemen bij de Amsterdamse afvalverwerker AEB. Andere afvalbedrijven kunnen de problemen wel tijdelijk oplossen, maar dan moet AEB de extra kosten betalen. Het gaat dan om de kosten voor het transport van het afval naar andere afvalverbrandingsinstallaties en voor de kosten om importcontracten voor buitenlands afval af te kopen. En omdat AEB zelf geen geld heeft, moet de gemeente, als eigenaar, de portemonnee trekken. De totale kosten voor de gemeente Amsterdam lopen daarmee nog hoger op.

De AEB verwerkt enkel nog huisvuil uit de gemeente Amsterdam en omliggende gemeenten. Andere klanten die hun vuil in het Westelijk Havengebied laten verbranden, kunnen er voorlopig niet terecht. Zij moeten uitwijken naar elders. AEB heeft op zich genomen de financiële gevolgen te dragen. Alleen heeft AEB geen geld meer. Bovendien raken de opslagbuffers voor afval elders in Nederland vol, waardoor het opgehaalde afval nergens meer heen kan. Wanneer de buffers vol zijn kan ook het ophalen van afval in andere plaatsen in Nederland gaan stagneren.

Voorlopig lijkt het AEB gered door een kapitaalinjectie van 16 miljoen Euro door een consortium van banken, waarvan 6 miljoen gegarandeerd door de gemeente. Het bankenconsortium betreft banken die al leningen bij AEB hebben uitstaan. Dat verkleint voorlopig het risico dat banken waar AEB leningen van ruim 200 miljoen heeft uitstaan, waaronder ING, ABN Amro, Deutsche Bank en BNG Bank, zich terugtrekken. In dat geval zal er in totaal 350 miljoen euro van de gemeente nodig zijn. Accountantsorganisatie KPMG berekende bovendien dat de gemeente als eigenaar van de fabriek het eigen vermogen van AEB (145 miljoen euro) en een lening (108 miljoen euro) volledig moet afschrijven. De totale strop voor Amsterdam zou daarmee uitkomen op ruim een half miljard euro. Hoewel het

De gemeente Amsterdam heeft ook een crisisteam ingesteld dat plannen uitwerkt om het ophalen en de verwerking van Amsterdams huishoudelijk afval en de warmtelevering van 35.000 huishoudens in Amsterdam op korte én lange termijn te garanderen. De gemeente laat daarnaast een extern onderzoek uitvoeren naar de oorzaken en achtergronden van de ontstane situatie bij AEB. Buiten dat is de Rekenkamer Amsterdam kritisch op de informatievoorziening aan de raad en over de nagestreefde duurzaamheidsdoelen. Deze zijn naar mening van de Rekenkamer Amsterdam niet scherp gedefinieerd. Zo is onduidelijk hoe de gemeente de doelstellingen voor bv. CO2 reductie wil meten. Hetzelfde geldt voor doelstellingen als betaalbaarheid van de warmtevoorziening.

Conclusie

Ondanks de mooie plannen kan geconstateerd worden dat stadsverwarming in de praktijk weerbarstig is. Zowel de kosten voor bewoners kunnen tegenvallen, als de risico’s die gemeenten lopen bij hun plannen om een warmtebedrijf op te richten. Met name Rotterdam en Amsterdam lopen grote financiële risico’s, terwijl dit ook steden zijn met grootse plannen om hun warmtenetten verder uit te breiden. Dat roept de vraag op hoeveel politiek wensdenken er in de kostencalculatie en het CO2 effect van het klimaatakkoord zit voor het op warmtenetten aansluiten van bestaande woonwijken. Daarbij is democratische controle op de besluitvorming lastig, omdat veel informatie het stempel bedrijfsgeheim of vertrouwelijk krijgen. De Rekenkamers van Nijmegen, Rotterdam en Amsterdam constateren alle drie dat de raad door deze gebrekkige informatievoorziening haar controlerende en kaderstellende rol onvoldoende kan vervullen. Inmiddels denkt de gemeente Nijmegen ook over het oprichten van een eigen warmtebedrijf. Het is te hopen dat ze daarbij niet dezelfde vergissingen maken als Amsterdam en Rotterdam. Hetzelfde geldt voor de vele andere gemeenten die overwegen om een warmtebedrijf op te starten als middel om een aardgasvrije gebouwde omgeving te bereiken.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.