Persoonlijke impressie SER congres Duurzame ontwikkeling: tijd voor een eigen ministerie?

Vandaag ben ik bij het SER seminar Duurzame ontwikkeling: tijd voor een eigen ministerie? geweest. Aanleiding voor het seminar vormde het 60 jarig bestaan van de SER en het concept advies Nederland moet meer werken aan duurzame groei.

Een twitterverslag kun je hier (pdf) vinden en er komt ongetwijfeld een officieel verslag, dus dat ga ik hier niet proberen te geven. Wel wil ik hier een aantal observaties plaatsen naar aanleiding van de discussie.

Het meest opvallend vond ik het gebrek aan coherentie in het gebruik van de term duurzaamheid, verduurzamen of duurzame ontwikkeling. Deze termen werden al naar believen door elkaar gehanteerd, waarbij de ene spreker pleitte voor beperking tot de planet kant (soms zelfs tot 1 indicator omdat mannen te dom zijn om op meer dan een ding tegelijk te letten 😉 Terwijl de andere spreker nog verder verengde tot duurzaamheid is klimaat- (& energie) beleid) en de volgende opriep tot sociale duurzaamheid. En daarvoor pleitte Louise Fresco al voor beperking tot efficiënt omgaan met grondstoffen en het omvormen naar een circulaire economie (meer recyclage). Tijdens de discussie werd het soms weer omgebogen tot een ministerie voor de fysieke leefomgeving.

De gehanteerde definitie heeft, naar mijn mening, echter nogal effect op de aanbevelingen voor de aanpak binnen de overheid. Om te beginnen bij de smalste definitie: duurzaamheid is klimaatbeleid. Als dat probleem getackeld moet worden gaat het om dus om het verminderen van het aantal CO2-equivalenten (waarbij bijvoorbeeld methaan vele malen sterker is dan CO2), zoals dat sinds de jaren tachtig succesvol gebeurt met verzuringsequivalenten in het kader van grootschalige luchtverontreiniging, of met ozonaantastende stoffen.

Daar hoef je dan ook geen nieuw ministerie voor op te richten. Noem het dan gewoon milieubeleid en val terug op bewezen aanpakken die op langere termijn (20 tot 30 jaar) kunnen resulteren in 60 tot 90 procent emissie-reductie. VROM krijgt daarbij de hoofdverantwoordelijkheid voor het halen van de doelstelling en werkt samen met EZ, V&W, en LNV om de belangen van de verschillende sectoren te borgen. Dat is zo gedaan voor zwaveldioxide, stikstofoxiden, ammoniak, ozon, toxische stoffen etc. Wie de cijfers in het compendium voor de leefomgeving bekijkt (of in de Milieubalans) ziet op al die terreinen voortgang zonder ministerie voor duurzaamheid. Wanneer je de Europese Benchmark Indicatoren uit 2006 bekijkt zie je dat zeker de Nederlandse industrie op veel gebieden tot de meest eco-efficiënte van Europa behoort. Zelfs als duurzaam ook gaat over energie, kan deze aanpak prima gevolgd worden. EZ kijkt tenslotte toch al mee, en borgt ook nu al de belangen van de energiesector bij bv. grootschalige luchtverontreiniging.

Als duurzaamheid ook gaat over circulaire economie en efficiënte omgang met grondstoffen, dan komt innovatie nadrukkelijker naar voren als belangrijk thema. Bovendien krijgen meer landen door de opkomst van China, India en Brazilië te maken met een gebrek aan grondstoffen. Een voorsprong op gebied van dematerialisatie van de Nederlandse economie en herinrichting van productieprocessen om vervuilende emissies verder te verlagen, of te kunnen hergebruiken als grondstof voor andere productieprocessen, kan dan op termijn een economisch voordeel opleveren. Door minder import, maar ook door verkoop van kennis en technologie aan het buitenland.

Wanneer duurzaamheid ook gaat over de sociale kant, dan gaat het ook over werkgelegenheid, gezondheid en leefomgeving. Dan komen SZW en VWS ook in beeld. Ook de oplossingen die je kiest worden dan anders. Al helemaal als we eindelijk werk gaan maken van een holistische aanpak, waarbij profit niet draait om financiële opbrengsten maar om het toevoegen van waarde.

Wat ook opviel was dat de rol die de sociale partners kunnen spelen erg vaag bleef, wel erg vaak werd gewezen naar de overheid als bron van alle ellende en oplossing van al uw problemen. Terwijl juist in het bedrijfsleven momenteel zoveel gebeurd. Kijk bijvoorbeeld naar initiatieven als het duurzaamheidsconsortium, of IBM die al haar leveranciers gaat bevragen op duurzaamheid of Sony die aankondigt in 2050 geen negatieve impact meer te willen hebben op de aarde.

Stel je eens voor wat voor innovatieve krachten een zelfde ambitie als van Sony voor Nederland tot gevolg kan hebben…

Verslag Jong en SERieus over duurzame economie #jser

Op 30 september was er een conferentie van de SER en de Nationale Jeugdraad onder de titel Jong en SERieus over duurzame economie. Tijdens deze conferentie werd onder andere de prijswinnaar van de essaywedstrijd bekend gemaakt. Daarnaast waren en toespraken van Louise Fresco en Hans de Boer, Alexander Rinnooy Kan liet zijn toespraak voordragen door een vervanger, aangezien hij toen nog hoopte tot een AOW akkoord te komen met de sociale partners.

De conferentie

De toespraken vond ik niet echt inspirerend. Zo had Louise Fresco een zeer genuanceerd en voorzichtig verhaal over wat we allemaal nog niet weten, om te eindigen met de oproep tot het maken van de wet op duurzaamheid. Die kwam wat uit de lucht vallen.

De uitzondering was Hans de Boer. Hij hield als vertegenwoordiger van de dismal science een verhaal dat in het teken stond van wat hij noemde het stief p’tje van duurzaamheid: PROFIT. Ten onrechte denken mensen dat winst een verliespost is. En domme politici dragen dat ook nog uit ook, waarmee ze private investeerders ontmoedigen. Winst is volgens De Boer ex-ante een vraagstuk van verdeling van schaarse middelen, hoe hoger de winstverwachting hoe groter de aantrekkingskracht (voor veel mensen is verwacht inkomen ook een reden om te kiezen voor een bepaalde opleiding). Ex-post is winst echter een vergoeding voor het tonen van lef, risico en ondernemerschap.

Bij duurzaamheid zijn volgens De Boer twee kernbegrippen van de econoom Joseph Schumpeter van belang: Creatieve destructie en neue combinationen. De meeste mensen denken dat het gaat om de grote knallen (=creatieve destructie), bij duurzaamheid gaat het echter om kleine stapjes (=neue combinationen). Vergelijk het met de opkomst van Max Havelaar en Fair Trade. Wat zet meer zoden aan de dijk: de marktintroductie van Tony Chocolonely of de overgang naar Max Havelaar keurmerk door Verkade?

Het winnende essay

Maikel Bouricius heeft het winnende essay geschreven met de titel “Het onduidelijke ‘duurzaam’ staat nog te vaak voor ‘duur’”. Het essay is in De Pers van 7 oktober te lezen. In zijn betoog haalt hij 3 punten aan waar volgens hem verbetering nodig is:

  1. zorg voor een duidelijke definitie van duurzaam en benadruk de positieve veranderingen die een duurzame economie ons brengt
  2. Zorg voor een overkoepelend keurmerk of certificeringssysteem. Waarbij zijn voorkeur uit gaat naar een certificeringssysteem, omdat dat verandering en verbetering continu stimuleert.
  3. Ga voor de massamarkt, duurzaamheid is volgens hem namelijk te afhankelijk van een relatief kleine en welvarende groep consumenten.

Ook pleit hij voor een laag BTW-tarief voor duurzame producten en een soepele import/exportregeling voor duurzame producten. Met het resterend BTW-tarief zou naar een duurzaam budget moeten gaan, dat gebruikt wordt als investeringsfonds in duurzame start-ups en eventueel voor verduurzaming van bestaande ondernemingen.

Mijn reactie op het essay

Wat dat betreft zijn eerste punt hoop ik nou eigenlijk dat we daar ‘ns mee stoppen. Zeer veel mensen praten al over wat de precieze definitie van duurzaam is, dat leidt in de praktijk vaak tot stilstand onder de reactie: als de geleerden het al niet weten hoe ik kan ik als simpele ondernemer/burger dan duurzaam worden. Het antwoord daarop hoorde ik een aantal maanden geleden, met duurzaam is het net als met gezondheid. Ooit geprobeerd om daar een sluitende definitie van te geven? Geeft rare situaties en is erg lastig. Tegelijkertijd heeft iedereen een beeld bij ongezond. Regelmatig 100 kilo tillen op het werk? Ongezond. Roken? Ongezond. Drugs? Ongezond. Niet bewegen? Ongezond. Dit alles laten? Nog steeds geen garantie op een gezond leven.

Wat betreft het overkoepelende certificeringssysteem voor duurzaam, daar wordt op wereldschaal al aangewerkt door het Sustainability Consortium, zie ook het webinar van Wal-Mart. Dus ga niet het wiel opnieuw uitvinden zou ik zeggen, sluit je aan bij het bestaande systeem waar grote partijen als (o.a.) Wal-Mart, Unilever, Procter & Gamble, Tetrapak, Pepsico en het United States Environmental Protection Agency aan werken. Wil je dynamische normering? Niet zelf gaan doen in dit kikkerlandje, gewoon aansluiten bij grote broers Japan en VS. Japan heeft een succesvol systeem dat Toprunner heet, en zowel Japan als de VS werken met Energystar.

Samenwerken met andere landen scheelt meteen een hoop gedoe met de WTO regels, want je mag best technische eisen stellen aan producten, alleen bij voorkeur in samenwerking met andere lidstaten van de WTO. Een wereldwijde standaard verlaagt namelijk de kosten voor bedrijven, omdat ze dan slechts 1 keer een product hoeven te laten testen en certificeren.

Wat betreft het gaan voor de massamarkt ben ik het volledig eens met Maikel Bouricus. Grote winkelbedrijven kunnen daar een rol spelen, zij bepalen tenslotte voor een groot deel welke producten we voor onze neus krijgen op het moment van aankoop. BCC heeft een succesvolle aanpak voor het promoten van energiezuinigere apparatuur en het Boodschappenbolwerk en Groene Intelligentie laten zien wat supermarkten al kunnen (als ze echt willen).

De optie van laag BTW-tarief en een fonds voor duurzaam. Mooi idee. Waarom doen we dat eigenlijk gewoon niet gewoon uit de aardgasbaten? Verkoop je transitiegrondstof en zet de opbrengst in om de transitie tot stand te brengen. Alle taboes zijn tenslotte van tafel op dit moment…