Biobrandstof vs. voedsel?

Al een aantal maanden woedt er een debat over de vraag of biobrandstoffen de voedselproductie verdringen. Ik kan zelf niet beoordelen of dat het geval is, maar de discussie is op z’n minst in veel gevallen erg ongenuanceerd en slecht onderbouwd. Wat me verder opvalt in het debat is dat er weinig aandacht is voor de grote verstoring van de landbouwmarkt door subsidies. Daarmee bedoel ik niet alleen de subsidies voor de productie van biobrandstoffen, maar ook en vooral de subsidies aan de landbouwsector in de EU en de VS, en de subsidies om de voedselprijs laag te houden voor de stadsbevolking die veel armere landen hanteren (of bestaat er al weer een nieuw pleonasme voor arme landen?).

Hierbij twee hoofdredactionele commentaren die wel aandacht hebben voor dit onderdeel van het dilemma en de negatieve bijeffecten van de subsidie goed uitleggen:

NRC commentaar d.d. 19 april 2008 » Het landbouwbeleid op de korrel genomen:

De teelt van gewassen voor biobrandstoffen verdringt de teelt voor de voedingsmarkt. Het is dus geen wonder dat de twijfel – onder meer in het Europees Parlement – over het gebruik van biobrandstoffen, dat bedoeld is om CO2-uitstoot te verminderen, toeneemt. Naast deze factoren heeft incidentele droogte de schaarste vergroot.

De fundamentele oorzaak van het verder stijgen van de prijzen is echter politiek. De traditionele industrielanden subsidiëren en beschermen van oudsher de landbouwsector. Dat gaat ten koste van de consument die vaak te veel betaalt voor zijn voedingsmiddelen, want de binnenlandse prijzen waren, en zijn, vaak hoger dan de prijzen op de wereldmarkt. In grote delen van (voorheen) de derde wereld is dat precies andersom. Op last van de overheid worden de voedselprijzen voor de bevolking laag gehouden, met tariefbeperkingen en subsidies. De subsidiëring van de consument is hier ten koste gegaan van de boer. Die heeft door de lage prijzen een onvoldoende prikkel om te investeren.

De Groene Amsterdammer d.d. 17 april 2008, Hoofdcommentaar: Vegetarische boterhamworst:

Het is duidelijk dat subsidies, hoe ruim ook, alleen directe onrust kunnen wegnemen. De voedselcrisis is niet een tijdelijke impasse, het is een fundamenteel probleem. De vooruitgang die de laatste veertig jaar in de bestrijding van honger en armoede is geboekt, kan er volledig door worden tenietgedaan.

(…)

Het deprimerende is dat het hier niet gaat om een tekort maar om een verdelingsprobleem, en dus om de manier waarop de wereldeconomie inzake voedsel is ingericht. Internationale organisaties als het imf stimuleren de ontwikkelingslanden bijvoorbeeld hun voedselproductie minder divers te maken en te richten op de export. Daarmee maken zij zich los van de directe lokale behoefte en worden ze gevoeliger voor internationale tendensen, waar zij bovendien maar heel weinig invloed op kunnen uitoefenen. Tegelijkertijd overspoelen de rijkere landen de lokale markten in de Derde Wereld met gesubsidieerde landbouwproducten, waardoor de lokale productie wordt weggeconcurreerd en de brodeloze boeren naar de stad trekken.

Je kan het natuurlijk ook iets algemener trekken, zoals David Zetland op zijn weblog Aguanomics: Kill Biofuels doet:

Bottom Line: Governments should not choose winners. Governments should set a carbon tax and let markets and competition produce the winners.