MyC4 sluit forum en start blog

Eerder deze week heb ik tussen het verhuizen door nog snel een berichtje geplaatst op het forum van MyC4. Gisteren had ik even kort de tijd om te zien of er nog reacties waren op mijn berichtje. Tot mijn verbazing was het forum echter verdwenen uit de menustructuur en was er een blog voor in de plaats gekomen.

Gelukkig heb ik een tijd geleden een Friendfeed Room voor MyC4 opgezet om het nieuws over MyC4 te volgen. Die werkt nog steeds goed, want al snel vond ik daar het bericht van P2P banking dat MyC4 haar forum heeft gesloten. De nieuwsbrief van 29 oktober rept met geen woord over het sluiten van het forum, terwijl het bericht over het sluiten van het forum al op 20 oktober op hun nieuwe blog gezet is.

Overigens vond ik het forum ontzettend niet van deze tijd. Of zoals ik op het blog heb gereageerd (helaas nog gemodereerd totdat MyC4 een reactiebeleid heeft):

Three things that were terrible from an interaction point of view:

  1. no possibility to subscribe to an thread besides rss, so no emails for new reactions to discussion I started or discussions I reacted on.
  2. only the last 5 or 6 discussion showed up on the left side, without being able to see in which category of the forum they were posted.
  3. MyC4 promised on the start to be totally transparant. The last years it proved to be impossible for MyC4 to live up to expectations from investors. I guess that the answer on the question if that is because of extreme demands by investors or lack of transparancy from MyC4 depends on your point of view.

Inmiddels ben ik er wel achter dat het oude forum nog wel te lezen is, maar dat het niet meer mogelijk is om nieuwe discussies te starten of te reageren op de discussies. De site P2P banking van Wiseclerk biedt overigens ook een forum mogelijkheid aan de investeerders van MyC4.

De water voetafdruk #bad2010

Over 10 dagen is het Blog Action Day 2010. Dit jaar staat Blog Action Day in het teken van water. Ik had me voorgenomen om enkel een aantal Nederlandse bedrijven op het gebied van water in het zonnetje te zetten op mijn blog in aanloop naar Blog Action Day. Maar zondag las ik een artikel over de water voetafdruk in The Guardian. Ook een mooi staaltje Nederlands kenniswerk dat samenhangt met het thema van Blog Action Day, dus een goede aanleiding voor dit bericht.

De water voetafdruk is ontwikkeld door Arjen Hoekstra. Met de watervoetafdruk kun je berekenen hoeveel water er nodig is om producten die je koopt te produceren. Daarmee is het een aanvulling op de bekendere ecologische voetafdruk methode waaraan De Kleine Aarde veel werk heeft verricht. En zoals het Wereld Natuur Fonds deze bijvoorbeeld gebruikt voor haar Living Planet Report, of de verschillende methoden om de hoeveelheid CO2 die nodig is voor de productie van een product of dienst te berekenen.

Dat geeft naar mijn mening ook meteen de zwakte van de water voetafdruk. Het belicht maar een aspect van een product of dienst en versimpeld daarmee de discussie. Dat kan goed zijn om een issue op de kaart te zetten, het wordt anders als een dergelijke simplificatie ook het hele debat gaat beheersen, zoals bijvoorbeeld bij klimaat.

Het streven naar een duurzamere economie gaat voor mij om het zoeken naar synergie en samenhangt tussen verschillende duurzaamheidsthema’s. Bijvoorbeeld werkgelegenheid, lokale duurzame energie/warmte opwekking, schonere lucht in de stad, gezondere mensen. Of zorgen dat burgers door transparantie en open data een betere beoordeling kunnen maken van de werkelijke sociale en milieu impact van producten en diensten.

Eerlijkheidshalve wil ik hier wel aan toevoegen dat het WWF voor haar Living Planet Report naar meerdere aspecten van duurzaamheid kijkt.

Duurzaam inkopen bij IBM

Het afgelopen jaar hebben verschillende grote bedrijven initiatieven genomen om duurzaamheid / maatschappelijk verantwoord ondernemen bij hun leveranciers op de kaart te zetten. Ik heb  al eerder een aantal keer geschreven over de wijze waarop het Amerikaanse supermarktconcern Wal-Mart hiermee bezig is. Vandaag aandacht voor een andere grootmacht: IBM. Ook IBM heeft recent een nieuwe stap genomen op weg naar een duurzamere toeleveringsketen. Waarmee een nieuwe waardeketen aan het verduurzamen slaat: electronica en ICT.

Strategie IBM

IBM heeft recent nieuwe voorwaarden aan leveranciers opgelegd op gebied van duurzaamheid. Daarbij hanteert IBM een iets andere strategie dan Wal-Mart, maar daarmee is deze niet minder interessant. Andrew Winston beschrijft in een bericht op Harvard Business Review de vier hoofdelementen van de aanpak die IBM kiest richting haar leveranciers:

  1. Kies een milieumanagement systeem en voer het in
  2. Meet je milieu impact en stel doelen om de prestaties te verbeteren
  3. Maak de gekozen methodiek en de resultaten openbaar
  4. Stel dezelfde voorwaarden aan iedere leverancier die substantieel bijdraagt aan producten die je levert aan IBM.

De eerste stap is een versterking van het verzoek van IBM in 1998 aan haar leveranciers om ISO 14000 in te voeren. Volgens Wayne Balta, IBM’s vice-president of corporate environmental affairs and product safety de vice-president, wordt het verzoek hiermee min of meer omgezet in een eis aan leveranciers om ISO 14000 in te voeren. Voor de meeste leveranciers zal dat weinig problemen opleveren, aangezien ze zelf al een milieumanagement systeem zullen hebben.

Transparantie en ketenaanpak

De derde en vierde voorwaarde zijn volgens Winston’s dan ook belangrijker. De derde voorwaarde zorgt voor transparantie over de milieudoelen en milieuprestaties van bedrijven. Niet alleen voor IBM, maar ook voor derden. De stap is daarmee vergelijkbaar met de doelstelling van het Sustainability Consortium van Wal-Mart om de informatie over milieu-impact van producten voor de consument te ontsluiten. Volgens Winston kan milieu-informatie ook voor bedrijven waardevol zijn. Charles J. Ruffing, directeur Health, Safety, Environment & Sustainability bij Eastman Kodak Company, bevestigt dat in een recente artikel op Environmental Leader.

De vierde eis aan leveranciers zorgt ervoor dat IBM’s voorwaarden langzaam meer zeker zullen doorwerken in de hele toeleveringsketen van IBM. Op de lange termijn maakt dat kostbare levenscyclus analyses overbodig, want leveranciers zullen zelf de footprint van hun producten en processen berekenen en publiceren.

De wijze waarop IBM het aanpakt past ook in het beeld dat  David A. Lubin and Daniel C. Esty schetsen in hun artikel The Sustainbility Imperative , waarin ze duurzaamheid als nieuwe megatrend zien. Te vergelijken met de opkomst van ICT en kwaliteitsmanagement. In hun artikel geven ze voorbeelden van bedrijven die door slim in te zetten op deze trend jarenlang concurrentievoordelen hebben genoten en daarmee nieuwe markten hebben weten aan te boren.

Dat kan voor IBM meespelen in hun aanpak. IBM lijkt voor toekomstige groei onder andere in te zetten op analyse van grootschalige en complexe datasets. Het initiatief richting hun leveranciers zal ongetwijfeld dergelijke datasets opleveren. Waarbij bedrijven op zoek naar product- en diensteninnovaties ongetwijfeld ook behoefte zullen krijgen aan analyses van die datasets.

Het initiatief van IBM past in ieder geval wel in mijn persoonlijke visie dat duurzaamheid, open data en transparantie trends zijn die naar elkaar toe groeien en elkaar versterken.

Kan radicale transparantie bedrijven aanmoedigen tot maatschappelijk verantwoord ondernemen?

Jeffrey Hollender, mede-oprichter van Seventh Generation denkt van wel. Seventh Generation is een Amerikaanse producent van o.a. schoonmaakmiddelen, luiers en verzorgingsproducten. Boeiend filmpje, vooral die opmerking in het laatste deel waarin hij stelt dat hij z’n werk pas goed gedaan heeft als z’n advocaat bijkans een hartaanval moet krijgen bij het lezen van het maatschappelijk jaarverslag.

Bron: Environmental Leader

Wat denk jij, is radicale transparantie een strategie om je als bedrijf te onderscheiden?

Bijdrage op Ambtenaar 2.0: Transparantie als de nieuwe objectiviteit

Sinds ik eerder dit jaar het filmpje van Tim Berners-Lee over linked-data op TED.com heb gezien spookt zijn slogan RAW DATA NOW! door mijn hoofd. Als ambtenaar werk ik tenslotte voor een organisatie die op een enorme berg ruwe data zit. Ruwe data die erop wacht om ontsloten te worden. Alleen wat ga je dan doen met die data? En wie zit er eigenlijk op te wachten? Een paar weken geleden viel alles op zijn plek na het lezen van het artikel Transparency is the new objectivity van David Weinberger. Dat sluit m.i. aan bij de ideeën van Tim Berners-Lee.

Wat is het belang van data?

David Weinberger begint zijn verhaal op Personal Democracy Forum 2009met een lofzang op data, waarbij hij enthousiast verwijst naar sites alsdata.gov en factcheck.org. Weinberger stelt dat feiten beweringen zijn over de werkelijkheid. Volgens hem zijn feiten belangrijk, omdat ze discussies beslechten. Dat komt door vier eigenschappen van feiten:

  • Feiten zijn binair;
  • Feiten zijn zeldzaam;
  • Er is een juiste ordening van feiten;
  • Feiten zijn objectief, dwz onafhankelijk van wie het verteld.

Het nut van feiten is dat ze discussies beslechten. De geschiedenis van feiten begint in het begin van de 19e eeuw bij Jeremy Benthem die het nut van feiten benadrukt voor sociale wetenschappen. Mensen worden in de loop van de 19e eeuw al moe van feiten. Daarom wordt overgegaan op een rijker format: informatie. Om grote hoeveelheden informatie te verwerken wordt informatie omgezet in machinetaal, data is geboren.

Maar misschien is het handig om eerst even naar David Weinberger zelf te kijken:

Het probleem met objectiviteit

Het probleem met objectiviteit is volgens Weinberger dat het probeert te laten zien hoe de wereld er uit ziet, zonder een standpunt in te nemen. Hij vergelijkt dat met bedenken hoe iets er uit ziet in het donker. Ondanks dat is hij van mening dat objectiviteit een belangrijke rol heeft gespeeld bij het leren vertrouwen van informatie, en in het business model van moderne kranten. Kranten reageerden dan ook geagiteerd op bloggers, bv. met beweringen dat bloggers een eigen agenda hebben terwijl journalisten objectieve informatie geven. En objectiviteit is in het papieren tijdperk het einde van de discussie.

Hij illustreert het verschil tussen het papieren en het hyperlinked tijdperk aan de hand van een vraag aan journalist Walter Mears, Pulitzer-prijs winnaar, tijdens de Democratische Nationale Conventie van 2004. Weinberger vroeg Mears welke kandidaat hij steunt. Zijn antwoord kwam neer op “Als ik je dat vertel, hoe kun je dan vertrouwen wat ik schrijft?”, waarop Weinberger de tegenvraag stelde: “Als je dat niet vertelt, hoe kan ik dan vertrouwen wat je schrijft?”. De transparantie om te vermelden vanuit welk standpunt je schrijft geeft de lezer de mogelijkheid om te compenseren voor de bias van een schrijver of journalist.

Van informatie naar hyperlinked wereld

Informatie is volgens Weinham ontworpen om grote hoeveelheden gegevens te ordenen, te vereenvoudigen en te controleren. In het huidige web gaat het echter om links, niet om data. Deze zijn niet top-down, maar bottom-up. Het vormt een eindeloos web van verbindingen. Weinberger noemt links een vorm van interpunctie. Alleen is het wel een bijzondere, want in plaats van dat ze aangeven waar je moet stoppen geven hyperlinks aan waar je kunt doorgaan. Daardoor is de discussie nooit afgelopen of beslecht, zoals bij boeken.

De reden daarvoor is dat er met hyperlinks geen einde is: ze zijn eenvoudig te maken en veroorzaken een wereld vol onbeslechte discussies. Hyperlinks bieden daarom ook niet de definitieve oplossing voor een meningsverschil, waar de aanhangers van het utilitarisme op hoopten. In een hyperlinked wereld gaat het niet om gelijk hebben, maar om op een constructieve wijze omgaan met de verschillen die al bestaan zo lang de mensheid bestaat.

Het einde van de papieren wereld

De ouderwetse wereld van autoriteit werkt niet meer. We hebben ons concept van waarheid laten beperken door de beperkingen van een papierenwereld. In de papieren wereld was er beperkte ruimte voor publicatie. Daarom werden enkel de beste stukken gepubliceerd en geciteerd. In de hyperlinked wereld is er echter volop ruimte voor publicatie. Bovendien zijn we met behulp van moderne middelen veel betere in staat om grote hoeveelheden data te ordenen.

In de hyperlinked wereld leiden data en feiten niet tot kennis en wijsheid, maar tot discussies, gesprekken, debatten en controverses. Met een beetje geluk leiden die tot wijsheid en kennis, niet van het individu maar van het netwerk. De hyperlinked wereld van verschillen is volgens Weinberger een stuk betere representatie van de werkelijkheid dan de papieren wereld van authoriteit. De verschillen en het netwerk van links geven namelijk context aan de verschillen. We worden het toch niet eens, de geschiedenis van de mensheid bevat daarvoor voldoende bewijsmateriaal. Dus maak dan zichtbaar waar we het over oneens zijn en zorg voor een constructieve dialoog.

Volgens Weinberger was het oude paternalistische idee dat de wereld te ingewikkeld is om te begrijpen en we dus beter onze volksvertegenwoordigers of stamoudsten kunnen vertrouwen geschikt voor de papieren wereld. Dat idee stamt echter van voor de tijd dat de papieren werkelijkheid werd opgeschaald tot de hyperlinked werkelijkheid:

“In fact, transparency subsumes objectivity. Anyone who claims objectivity should be willing to back that assertion up by letting us look at sources, disagreements, and the personal assumptions and values supposedly bracketed out of the report.”

“Objectivity without transparency increasingly will look like arrogance. And then foolishness. Why should we trust what one person — with the best of intentions — insists is true when we instead could have a web of evidence, ideas, and argument?”

Data in de media

Zach Beauvais schreef recent een artikel op ReadWriteWeb dat journalisten in de 21ste eeuw data nodig hebben om hun werk te doen. The Guardian heeft daarvoor zelfs een speciaal datablog gelanceerd. Ook de Nederlandse media beginnen langzaamaan de kracht van data te ontdekken. De Volkskrant verzameld al jaren gegevens over topsalarissen. Daarnaast heeft de NRC deze zomer een serie waarin ze een aantal van de Kabinetsdoelstellingen tegen het licht houdt en op basis van beschikbare data haar eigen interpretatie geeft van de voorgang op het betreffende dossier.

En op de site Bigwobber verzamelt journalist Brenno de Winter langzaam maar zeker de resultaten van alle WOB-verzoeken in Nederland. Vooralsnog allemaal in pdf-vorm, maar het is een kwestie van tijd tot dit omgezet is in bruikbare data voor analyses, mashups en integratie in andere websites. Bijvoorbeeld een databank voor analyses van de voorgang van het programma Nederland Open in Verbinding, waar De Winter zelf een WOB-verzoek deed bij alle mede-overheden van Nederland. Een WOB-verzoek dat meteen een haarscherpe analyse mogelijk maakt van verschillen tussen overheidsorganisaties in de interpretatie van de WOB, of de omgang met een WOB-verzoek.

Het onsluiten van deze data via ‘open data’ geeft burgers de mogelijkheid om zelf te beoordelen of ze het eens zijn met overheidsbeleid of om te beoordelen wat de huidige stand van zaken is. Het geeft ook de mogelijkheid om uit te vinden welke omgevingsfactoren een mogelijke verklaring van het stemgedrag van politici geven. Is de data te ingewikkeld omdat het gaat om trends door de jaren heen? Geen probleem, ook daar bestaan op internet hulpmiddelen voor, bv. Timetric of Google Fusion Tables.

Wat betekent deze wijziging voor de overheid en ambtenaren?

Ook binnen de Nederlandse overheid lopen we naar mijn mening aan tegen deze paradigmaverschuiving. Want ook de overheid verliest in de hyperlinked wereld van Weinberger aan autoriteit en gezag. Wanneer we als ambtenaar zo zeker zijn van onze zaak, waarom maken we de data waarop we ons oordeel baseren dan niet vrijelijk beschikbaar? Sterker nog: weten we het allemaal wel zo zeker? Of wordt de overheid in ogen van de burger steeds arroganter, of zelf ‘foolish’? Kan een ambtenaar wel objectief deel nemen aan een discussie? Of blijf je ook altijd lid van de politieke partij van je voorkeur en klinkt dat door in de wijze waarop je werk doet?

 

Dit stuk is ook geplaatst op Ambtenaar 2.0

DOT 2.0: duurzaam, open, transparant en dat met internet

De dotcom boom is al een tijdje over. De huidige crisis maakt naar mijn mening echter een aantal trends zichtbaarder. Trends die versterkt en mogelijk gemaakt zijn door technieken waarvan de wortels in de dotcom boom liggen. Voor het gemak noem ik ’t dot 2.0. Waarbij dot staat voor: duurzaam, open en transparant.

De afgelopen jaren ben ik er steeds meer van overtuigd geraakt dat openheid & transparantie bij duurzame ontwikkeling horen. Waarbij openheid & transparantie (misschien?) belangrijker zijn om duurzame ontwikkeling op gang te brengen en houden, dan het stellen van normen.

Duurzaamheid

De roep om duurzaam staat weer prominent op de agenda sinds de film An Inconvenient Truth met Al Gore. Sindsdien is het weer bon ton om te zeggen dat je begaan bent met het milieu, zure regen, ozonlaag, mensenrechten, armoedebestrijding. Oh nee, duurzaamheid. Voor ’t gemak vaak verengd tot klimaatverandering.

Ik geloof zelf niet dat we de komende generaties duurzaam zullen worden, wel duurzamer. Daarom spreek ik zelf liever van duurzame ontwikkeling. Waarbij ik beweging houden in het systeem belangrijker vind dan de norm van vandaag. De definitie van het Kabinet is daarbij een mooie leidraad bij het maken van besluiten en keuzes. Duurzame ontwikkeling gaat volgens het Kabinet over een afweging tussen people, planet, profit. Hier en elders, nu en later.

In de ideale situatie vind er geen enkele afwenteling plaats tussen people, planet, profit, hier en elders, of nu en later. We leven echter niet in het hemels paradijs, al is Nederland gelukkig ook geen aards tranendal. Dat betekent dat je bij iedere keuze die je maakt, als consument, burger of in je werk, afwegingen maakt. Die afwegingen hebben impact op een van de vele dimensies van duurzame ontwikkeling.

Een eerste stap op weg naar duurzamer handelen is je bewust zijn van afwentelingsmechanismen. De keuze daarin is vaak erg persoonlijk, de een geeft meer om natuur. De ander om sociale rechtvaardigheid, een derde om winstmogelijkheden voor ’t bedrijfsleven.

Transparant

Dat mensen andere keuze maken is niet erg, zolang je transparant bent over de manier waarop je tot je keuze komt. Transparantie maakt je aanspreek op je gedrag, je handelen en je keuzes. Het internet kan een grote en krachtige motor zijn voor het versterken van transparantie. Waarmee anderen kunnen zien of je handelt volgens de normen en waarden die je zelf uitdraagt. Daarmee wordt je ook aanspreekbaar.

De huidige trend wordt in Wired omschreven als radicale tranparantie. Waarbij een centrale rol is weggelegd voor open data:

The revolution will be powered by data, which should be unshackled from the pages of regulatory filings and made more flexible and useful. We must require public companies and all financial firms to report more granular data online—and in real time, not just quarterly—uniformly tagged and exportable into any spreadsheet, database, widget, or Web page. The era of sunlight has to give way to the era of pixelization; only when we give everyone the tools to see each point of data will the picture become clear. Just as epidemiologists crunch massive data sets to predict disease outbreaks, so will investors parse the trove of publicly available financial information to foresee the next economic disasters and opportunities.

Openheid

De trend richting meer openheid is ook al langer bezig. Vanuit de overheid gaat het daarbij veelal om informatie die de overheid wil hebben van burgers en bedrijfsleven. Richting bedrijfsleven wordt de roep om openheid en transparantie deels via regels afgedwongen en deels via stimulering bevordert. Richting de burger wordt de roep om openheid vanuit de overheid vooral vormgegeven met de dooddoener:

Wie niks te verbergen heeft, heeft niets te vrezen.

Waarna je gegevens op z’n best via een opt-out methodiek vergaard worden. Dat speelt in de zorg (elektronisch patiënten dossier), jeugd (elektronisch kind dossier) en vast op nog veel meer plaatsen.

Op zich ben ik niet tegen elektronische gegevensverzameling, zolang de burger daar zelf over beslist via opt-in. Waarbij de burger ook beslist wie wat kan zien en welke gegevens hij/zij beschikbaar stelt. Daarnaast hoort de burger te kunnen zien wat de overheid (en anderen) met zijn/haar gegevens doet. Dus ook welke ambtenaar er in gluurt. Dat is open en dat is transparant.

Overigens behoort een overheid haar burgers ook te wijzen op de risico’s van al die informatievergaring voor de privacy, zie bv. het privacy dossier van de Groene.

De trends komen samen

Als je de drie trends samen neemt dan zie ik de mogelijkheid opdoemen dat je kunt zien wat mensen en organisaties beloven en beloofd hebben. Waarbij je tegelijkertijd kunt zien hoe geloofwaardig die claim is, door beloften uit het verleden te vergelijken met prestaties in het heden. Dat heeft impact op people, planet & profit van een organisatie.

  • In het geval van politici: verkiezingsprogramma vs. stemgedrag (bestaat al voor gemeenteraadsleden dacht ik).
  • Voor bedrijven en organisaties: verhalen over financieel resultaat en maatschappelijk verantwoord ondernemen versus de werkelijke vervuiling bij de productie. Ook gegevens over EKO of Max Havelaar keurmerk zijn daaraan te koppelen, of in geval van apparatuur het energieverbruik van producten die een bedrijf levert.
  • Voor overheden: geef inzicht in gemaakte keuzes en aannames. Zodat kritiek op en dialoog over gehanteerde aannames en waardeoordelen mogelijk wordt. Wees wat minder bang om de burger te laten zien & ervaren dat simpele oplossingen niet altijd voor handen zijn. Ondiplomatieker gesteld: stop met de burger als imbeciel te behandelen. En maak vergelijking van beleidsvoornemens met gerealiseerd beleid mogelijk.

Bij overheden speelt ook mee dat deze zelf een aantal instrumenten heeft ontwikkeld voor het vergroten van de openheid en transparantie. Een daarvan is de Wet Openbaarheid Bestuur. Burgers en journalisten weten dit instrument onderhand prima te vinden. Het resultaat daarvan vind je op Big WOBber.

Een andere manier om de informatie zelf te halen is door sites van overheden te scrapen, zoals IkRegeer.nl en Polidocs.nl doen voor parlementaire stukken. In mijn ogen zijn ’t alle drie vormen van ‘burgelijke baldadigheid‘, die tot een opener & transparanter openbaar bestuur kunnen leiden.

De grote vraag blijft natuurlijk: Is Nederland klaar voor radicale tranparantie en dot 2.0? Wat denk jij?

Transparantie

Volgens de Volkskrant blijkt uit een peiling van Maurice de Hond dat de opmars van Trots op Nederland nog niet voorbij is. Momenteel is de partij tweede in de peilingen.

Dat verbaast me aan de ene kant niets, aan de andere kant vind ik het verbazingwekkend dat er zo weinig aandacht is voor het gebrek aan transparantie over de financiering van Trots op Nederland. Terwijl overheid, pensioenfondsen en bedrijfsleven tot steeds meer transparantie gedwongen worden over beleid, financien etc. lijkt Verdonk op dat punt boven alle twijfel van haar achterban verheven. Voor zover er iets aan informatie over naar buiten komt blijkt een deel van de financiering uit de hoek van vastgoedhandelaren en Nina Brink te komen. Die laatste kennen we nog van Worldonline, het bedrijf dat vlak na de beursgang implodeerde. Ook vastgoed heeft met de schandalen rond het Philips pensioenfonds en de mededeling van Joop van de Ende dat hij uit de vastgoedontwikkeling stapt niet zo’n goede reputatie.

Daar komt bij dat mevrouw Verdonk van het type liever veiligheid dan privacy is. Wat me alleen maar nieuwsgieriger maakt naar wie de financiers van TON zijn. En zeg nou zelf: Mevrouw Verdonk is altijd recht door zee en heeft niets te verbergen, waarom kan ze haar financiers dan niet onthullen?

Datzelfde geldt overigens voor elke politieke partij, openbaar bestuurder of wetenschapper die een nevenfunctie heeft. Zoals een paar weken geleden in een artikel in de NRC stond: een beetje transparant en integer bestaat niet.