Shell nam meer dan 16 jaar de tijd om aandeelhouders te informeren over klimaatverandering

De website’s DeSmog UK and DeSmog hebben zich door decennia aan financiële jaarverslagen van Shell bedrijven heen gewerkt om te onderzoeken wanneer Shell begon met het informeren van zijn aandeelhouders over de financiële risico’s van klimaatverandering voor de bedrijfsvoering en de waarde van het bedrijf. De conclusie van hun analyse is dat het Shell meer dan 16 kostte om een duidelijk waarschuwend signaal aan de aandeelhouders af te geven.

Shell begon al in 1981 met onderzoek naar de gevolgen van het verbranden van fossiele brandstoffen voor het klimaat. Pas 10 jaar later, vanaf 1991, noemt Shell de mogelijkheid dat mensen klimaatverandering veroorzaken in z’n jaarverslagen. De eerste duidelijke waarschuwing aan haar aandeelhouders over de financiële risico’s van klimaatverandering en voor de investeringen van aandeelhouders volgt pas in 2004, terwijl Shell intern al in 1988 tot de conclusie kwam dat klimaatverandering als gevolg van het verbranden van fossiele brandstoffen delen van de aarde onleefbaar zou kunnen maken.

De analyse van DeSmog geeft ook een goed beeld van de wijze waarop Shell het publieke debat over klimaatverandering gedurende de afgelopen decennia gevoerd heeft. Delen daarvan komen nog steeds bekend voor, zoals de frase uit 1993 dat de vraag naar energie zo hard zal groeien dat:

society will have no option but to use all available energy sources

Deze frase is inmiddels wel wat bijgesteld. Zo pleit Shell al langere tijd voor een hogere CO2 prijs om het gebruik van kolen terug te dringen, al heeft Shell pas in mei dit jaar haar patenten op gebied van kolenvergassing verkocht aan Air Products. Shell topman Ben van Beurden stelt nog steeds zoveel mogelijk olie en gas op te pompen om aan de vraag te voldoen, maar legt de verantwoordelijkheid voor minder CO2 uitstoot inmiddels bij de consument:

Ik pomp alles op wat ik kan oppompen om aan de vraag te kunnen voldoen. Wat uiteindelijk werkt tegen klimaatverandering is minder CO2 uitstoten en de consument stoot CO2 uit.

Open waanlink

Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Aandeelhoudersactivisme

The Walls Street Journal heeft op haar weblog Environmental Capital een mooi stuk over het komende aandeelhoudersvergadering seizoen. De voorvechters van groener produceren en maatschappelijk verantwoord ondernemen maken zich op om moties in te dienen om bedrijven tot een ommezwaai te bewegen. Bij Exxon zou dat zelfs gesteund worden door de nazaten van Rockefeller.

De tegenbeweging komt inmiddels ook op gang, zoals ook terug te zien is in het eerste commentaar op het bericht. Dat worden vast hele gezellige aandeelhoudersvergaderingen 😉

Winstmaximalisatie vs. Maatschappelijke Verantwoordelijkheid

Als reactie op een eerder stuk over de kredietcrisis kreeg ik van Johan Goossens een tip over zijn blogpost over begeerte en angst in de effectenwereld. Waarbij hij linkt naar een oud artikel van David Loy in Ode over het spanningsveld tussen maatschappelijke verantwoordelijkheid en winstmaximalisatie. Interessant stuk. Vooral omdat ik de afgelopen weken weer een aantal hoofdstukken uit Het bedrijfsleven aan de macht van David C. Korten heb gelezen (nee nog niet bijgewerkt op mijn blog). Een van de centrale punten die Korten behandelt betreft net als bij Loy de omslag in de VS waarbij ondernemingen normale rechten kregen:

Het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten besliste in 1886 in de zaak van ‘Santa Clara County tegen de Southern Pacific Railroad’, dat bedrijven ‘natuurlijke rechtspersonen’ waren volgens de Amerikaanse grondwet. Plotseling kwamen de bedrijven in ons midden ‘tot leven’ en genoten ze dezelfde rechten en vrijheden als wij hebben, de burgers die ze lieten ontstaan.

Ik weet niet wat ik vind van de voorstellen van David Loy, maar ik denk wel dat er een spanningsveld is tussen de huidige vorm van aandeelhouderschap en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een van mijn docenten in Wageningen (Roel Jongeneel) heeft een boekje geschreven over ondernemen en christelijke waarden. Ik begreep toentertijd van hem dat hij van menig was dat de huidige borging van dergelijke waarde via aandeelhouders te beperkt is. Wat doe je als er een grotere groep aandeelhouders komt met andere uitgangspunten? Bv. de maakdollars uit China, de petrodollars uit het Midden-Oosten en de gasdollars uit Rusland op zoek zijn naar rendabele bestemmingen… Hoewel China voorlopig niet veel plezier beleeft van de deelneming in Blackstone.

In zijn boek ging Jongeneel daarom op zoek naar mogelijkheden om christelijke waarden dieper in het ondernemingsbeleid te verankeren. Op zich een relevante vraag voor ieder die een bepaalde overtuiging in het ondernemingbeleid wil verankeren, bv. maatschappelijke verantwoordelijkheid. Helaas weet ik de titel van het boek niet meer, maar een tipje van de sluier (die overeenkomt met hoe ik het me herinner uit discussies met hem) kon ik wel vinden op de site geschienis=fun:

Vanuit een christelijke visie is het goed te benadrukken dat de (commerciële) onderneming in feite een ellips is met twee brandpunten. Enerzijds gaat het om het realiseren van positief economisch dienstbetoon. De onderneming moet bijdragen in de behoeftevoorziening en dus in die zin service-georiënteerd en klantgericht zijn. Anderzijds, of liever gezegd: tegelijkertijd, wil men via de onderneming zorgen voor de realisatie van een inkomen voor alle participanten. Dienen en ver-dienen gaan dus samen en dienen ook samen te gaan. Het gaat in de onderneming niet alleen gaat om het creëren van aandeelhouderswaarde, maar om meervoudige waardecreatie (ook beloning voor arbeid, ruimte voor doen van investeringen in productinnovatie, etc.). Winstgevendheid is daarbij een belangrijk aspect, maar niet het enige.

Overigens ben ik ook bezig in het boek Integer en verantwoord in beroep en bedrijf van Henk van Luijk, dat deels dezelfde thema’s behandelt.