Impressie Uitreiking VBDO Verantwoord Ketenbeheer Award

Afgelopen woensdag was ik namens Strukton aanwezig bij de uitreiking van de VBDO Verantwoord Ketenbeheer Award 2011 in het kantoor van KPMG. Een avond die in het teken stond van de rol die duurzaam inkopen en ketenbeheer kunnen spelen bij het verduurzamen van organisaties. Onderstaande impressie is zeker niet compleet, maar geeft hopelijk wel een beeld van de avond.

Giuseppe van der Helm, directeur van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO), gaf aan dat de VBDO twee belangrijke routes ziet om de productieketen te verduurzamen:

  • Via de klant
  • Via de eigenaar/aandeelhouder

Hoewel er bij de consument nog een wereld te winnen is als het gaat om duurzaam consumeren. Zeker als de klant een ander bedrijf is kun je grote duurzaamheidswinst behalen.

Duurzaamheid is volgens de VBDO belangrijk vanuit maatschappelijk oogpunt en vanuit de business case. Vooral op dat laatste aspect zijn bedrijven goed aan te spreken. Om met duurzaamheid tot een sluitende business case te komen is de keten cruciaal. Zowel voor het toevoegen van waarde als voor voor het verbeteren van de marge. Verantwoord ketenbeheer draait volgens de VBDO niet om het drukken van kosten, maar om het helpen van je ketenpartners om successen te behalen in andere omstandigheden. Unilever doet dit bv. door met belangrijke leveranciers gezamenlijke ontwikkel / innovatieovereenkomsten af te sluiten. Verantwoord ketenbeheer vraagt om visie, transparantie, ketenbeheer en lef om waarde toe te voegen en aan je visie vast te houden.

Bart Vos van de Tilburg School of Economy & Management voegde daar tijdens de paneldiscussie aan toe dat het niet alleen gaat om de verdeling van de waardecreatie tussen bedrijven, maar ook om de verdeling van waardecreatie binnen bedrijven. Hoe wordt een inkoper afgerekend? Wat telt er mee voor de projectleider? Welke businessunit ziet de gerealiseerde extra marge terug in zijn cijfers?

Lessen Unilever

Unilever heeft vorig jaar het Unilever Sustainable Living Plan gelanceerd. Doel verdubbeling van de omzet, milieuvoetafdruk halveren, meer dan 1 miljard mensen helpen in actie te komen om hun gezondheid en welzijn te verbeteren, en 100% van de landbouwgrondstoffen betrekken uit duurzame landbouw (da’s volgens Unilever wat anders dan biologische landbouw).

Voor Unilever staat vast dat duurzaamheid in de toekomst een basisvoorwaarde wordt voor zakendoen. Wanneer dat zo is zijn er nog maar twee mogelijkheden leiden of volgen. Leiden geeft (tijdelijk) competitief voordeel.

De kunst daarbij is te zoeken naar de sweet spot waar er voordeel is voor de klant en waar de oplossing goed is voor duurzaamheid. Voorbeeld: handenwassen met zeep. Om bacteriën te doden moet je je handen 30 tot 60 seconden wassen met standaardzeep. Unilever heeft een zeep ontwikkeld die hetzelfde effect bereikt in 7 seconden. Dat scheelt 23 tot 53 seconden aan water en 7 seconden is voor kinderen een haalbaardere termijn dan een minuut handen wassen. Unilever heeft ook een leverancierscode voor haar banken en financiers, dat is wennen voor de banken.

Een belangrijke keueze van Unilever om duurzamer te worden is om weg te gaan van veilingen en internationale markten, waar je niet weet wat de herkomst is. Unilever werkt actief aan kortere ketens. Voor contacten met kleine boeren wel samenwerken met lokale partijen, dus handelshuis ertussen. Met het handelshuis worden wel afspraken gemaakt over kennisondersteuning en inkooptrajecten.

Bij Unilever is duurzaam of niet geen discussie meer, omdat verdubbeling van de omzet en halvering van de ecologische footprint beide op hoog niveau vastliggen en even zwaar wegen bij de beoordeling. Voor bv. thee is Rainforest Alliance de norm, einde discussie. Wel is Unilever met Rainforest Alliance in discussie over de sociale criteria die Rainforest Alliance hanteert. Unilever vindt deze namelijk onvoldoende en wil vernieuwing van de criteria.

Uitreiking Award en speciale vermeldingen

Giuseppe van der Helm noemde vooral de vooruitgang in verduurzaming van de keten van de bouwsector opmerkelijk. Deze vooruitgang is in zijn ogen voor een belangrijk deel te danken aan het beheersen van de CO2-uitstoot. In de bouwsector is het gebruik van de CO2-prestatieladder van SKAO inmiddels heel gebruikelijk geworden. Bouwbedrijf BAM is zelfs doorgedrongen tot de top 10 van de VBDO Verantwoord Ketenbeheer Award en ontving daarvoor een speciale vermelding van de jury. Ook de vooruitgang bij Wavin, een belangrijke toeleverancier voor de bouwsector, werd beloond met een speciale vermelding.

De vijf genomineerde bedrijven waren Akzo Nobel, DSM, Philips, Reed Elsevier en Unilever. De winnaar van de Award was Philips met 95% van de maximale score.

Aanpak BAM

BAM lichtte kort toe hoe zij de afgelopen jaren hadden gewerkt aan het verbeteren van hun ketenbeheer. Deze aanpak bestond uit 3 stappen (waarvan ik er maar 2 heb onthouden 😉 :

  1. keuzes maken binnen de grote hoeveelheid aan duurzaamheidsonderwerpen. BAM heeft daarbij gekozen voor: veiligheid, CO2 reductie en afvalreductie
  2. Uit de of of discussie van geld of duurzaam stappen

Daarnaast stellen inkopers in gesprekken met leveranciers en onderaannemers de vraag of de leverancier/onderaannemer ideeën heeft hoe het duurzamer kan dan in het bestek staat (en daarbij hebben ze het niet meteen over de centjes).

Paneldiscussie

Van de paneldiscussie zijn me maar een paar zaken bijgebleven. Ten eerste de nadruk die Philips legde op het belang van samen met concurrenten optrekken als het gaat om problemen die vroeg in de keten zitten. Bijvoorbeeld als de winning van grondstoffen in verband wordt gebracht met oorlogen of andere misstanden. De tweede opmerking die me bij is gebleven is het antwoord van Piet Sprengers, ASN Bank, op de vraag hoe je achterblijvers in beweging kunt krijgen. Zijn idee was om dat als criterium mee te nemen in de beoordeling van de koplopers.

De derde opmerking komt ook op naam van Piet Sprengers. Hij gaf aan dat de ASN bank investeert vanuit waarden creatie en pas dan vanuit waarde creatie. Hij gaf aan dat deze op de langere termijn heel goed in elkaars verlengde kunnen liggen. Zo heeft de ASN nauwelijks tot geen investeringen in de financiële sector, omdat de meeste banken en verzekeraars niet transparant genoeg zijn om toegelaten te worden tot het beleggingsuniversum van de ASN-bank. Dat dat de ASN bank op dit moment geen windeieren legt behoeft geen uitleg…

Na afloop van de avond kregen alle aanwezigen het boekje Verantwoord Ketenbeheer: van risicomanagement naar waardecreatie mee.

Hoe om te gaan met de beperkte houdbaarheidsdatum van duurzame oplossingen?

Dat is een vraag die me de afgelopen jaren veel gesteld is. Veel mensen die ik spreek vinden het een groot, warrig, vaag of verwarrend begrip. De reactie op deze onzekerheid verschilt van persoon tot persoon. De een stelt dat we eerst maar eens een goede definitie van duurzaamheid moeten formuleren, zodat duidelijk is wat we er mee bedoelen. De ander versmalt het begrip tot enkel milieu, klimaat of nog smaller tot duurzame energie. Zoek bijvoorbeeld eens op duurzaam bouwen een tel het aantal links dat ingaat op andere aspecten dan enkel het energieverbruik van een gebouw… Een derde wil vooral 100% zekerheid (of verlangt naar foutloze wetenschap) voordat er tot actie overgegaan kan worden.

De waarde van onzekerheid

Ergens vind ik het jammer dat er zo’n sterke drive tot zekerheid en versimpeling is. Het streven naar duurzaamheid is in mijn ogen namelijk een complex en lastig proces, waarbij duurzaamheid en de oplossingen die we er voor zoeken ook nog eens een moving targets zijn. Wat vandaag duurzaam lijkt, kan morgen onduurzaam blijken te zijn (denk aan de discussies over duurzaamheid van energie uit biomassa). Het aanleren van nieuwe ideeën, maar vooral ook het afleren van oude blijkt een lastige opgave te zijn voor mensen. Het vereist een omslag van denken in absolute waarheden naar denken in voorwaardelijke waarheden, aldus Ted Cadsby in een blog op Harvard Business Review.

Hij vergelijkt de manier waarop ons brein werkt met de bevruchting van een eicel. Zodra de eerste zaadcel een eicel bevrucht wordt de wand van de eicel ondoordringbaar, zodat andere zaadcellen niet meer naar binnen kunnen. Volgens Cadsby gebeurt dat ook in onze hersenen bij onzekerheid. Iets niet weten creëert een spanning die opgelost kan worden door een oplossing aan te dragen. Zodra deze oplossing gevonden is hebben andere oplossingen minder kans. Oplossingen die goed passen binnen onze denkbeelden maken natuurlijk meer kans, dan oplossingen die een grote omslag in ons denksysteem vereisen om weer tot een consistent geheel te komen. Voor wie meer in het Nederlands wil lezen over het nemen van beslissingen in complexe situaties raad ik de site van Top Innosense aan, of begin bij dit bericht op hun oude weblog.

De waarde van onzekerheid bij duurzame ontwikkeling

Het bereiken van een duurzame(re) samenleving is een complex probleem. Al was het maar vanwege de vele verschillende betekenissen die mensen toekennen aan het woord. Voor de een is duurzaamheid innovatie, voor de ander is duurzaamheid de normaalste zaak van de wereld, en voor andere gaat het om dood aan het grootkapitaal of om plantjes knuffelen.

Een van de lastigste aspecten aan duurzaamheid vind ik zelf de complexe relaties tussen ogenschijnlijk onafhankelijke zaken en de onvoorspelbare innovatieroutes die er bij horen. Zo is er een grote samenhang mogelijk tussen menselijke gezondheid, luchtkwaliteit en klimaatbeleid, maar nog mooier is het als duurzame ontwikkeling ook bijdraagt aan werkgelegenheid. In beleidstermen heb je het dan over Green Growth, een onderwerp waar de UNEP veel over gepubliceerd heeft en waar Zuid-Korea het voortouw heeft.

In Nederland lopen veel discussies over groene groei vast op de toekomst van de energie-intensieve industrie. Dit komt m.i. deels door de versmalling van de discussie over de transitie naar een duurzame samenleving tot een energietransitie en doordat er geen ruimte is voor nieuwe waarheden. In een deel van de hoofden is er zelfs geen plaats voor bestaande waarheden, zoals het scala aan steunregelingen vooor fossiele energie. Maatregelen die voor een milieu-econoom simpelweg gelijk staan aan een subsidie, alleen dan in de vorm van fiscale prikkels of command-and-control beleid. Een goed startpunt voor meer uitleg daarover is environmental economics 101 van Env-Econ.net.

Voorwaardelijke waarheden bij duurzame energie

Nederland heeft in het verleden veel energie-intensieve industrie weten aan te trekken door goedkoop aardgas, dat moest en zou ten gelde gemaakt worden voordat de volledige energievoorziening op kernenergie zou overschakelen. Onder druk van toenemende vraag en het milieubeleid wordt elektriciteit van aardgas duurder. Van oudsher is het idee dat duurzame energie te duur is voor de energie-intensieve industrie. Bovendien leveren de zon en de wind geen elektriciteit op aanvraag, zoals (een deel van) de huidige fossiele elektriciteitscentrales wel kunnen. Daarom is er een back-up capaciteit nodig in de vorm van gascentrales om altijd aan de vraag naar elektriciteit te kunnen voldoen. Wat de kosten voor de energie-intensieve industrie nog verder opdrijft.

Momenteel kiezen energie-intensieve bedrijven die geen tijdkritische of volcontinue productieprocessen ervoor om te produceren op het moment dat er weinig vraag is naar elektriciteit. Op die momenten is de elektriciteitsprijs laag, doordat de basislast centrales doordraaien. Als elektriciteit tientallen procenten van je kostprijs uitmaakt is het interessant om juist op die momenten te produceren.

Wat nu als we het systeem gaan kantelen? Wat gebeurt er als de energie-intensieve industrie haar productieproces en hun productiecapaciteit afstemt op piekuren in elektriciteitsaanbod? Wat betekent dat voor de standpunten over de energie-intensieve industrie en over de daarvoor benodigde energiebronnen? Wat betekent dat voor de business case van zon- en windenergie en van nieuwe basislast elektriciteitscentrales? Wat betekent het extra vermogen aan wind- en zonneenergie dat mogelijk wordt als de energie-intensieve industrie overstapt op duurzame eneergie voor de lokale luchtkwaliteit en volksgezondheid? Is zo’n overstap onmogelijk? Lees dan de managementsamenvatting van DAAN, een voorstel van Akzo Nobel, Nyrstar en Eneco, of het bredere onderzoek naar vergroening van de basislast en de energie-intensieve industrie.

En nog een stapje gekker: Wat gebeurt er als je een volledige stad energieneutraal kan maken inclusief hun energie-intensieve industrie? Onmogelijk? Niet als het aan Building Brains ligt… Of als zonne-energie juist kan gaan voorzien in een deel van de piekvraag naar elektricteit en misschien zelfs de behoefte aan extra hoogspanningsleidingen in de gebouwde omgeving kan verkleinen?

Of op z’n gekst: Wat gebeurt er als je een wijk met voornamelijk sociale woningbouw zonder sloop omvormt tot een gebied met lokale werkgelegenheid, gesloten materiaal- en energiekringlopen, en eigen voedselvoorziening terwijl de huizen betaalbaar blijven? Dan krijg je een heel ander type wijk.

Slot

Een heldere definitie van duurzaamheid is lastig te geven. Dat geldt echter ook voor gezondheid, toch weet iedereen wat ongezond is en neemt de overheid voortdurend maatregelen om gezond gedrag te bevorderen of ongezond gedrag af te straffen (maar of dat laatste altijd even effectief is…?). Voor duurzaamheid geldt feitenlijk hetzelfde, iedereen snapt dat producten of productieprocessen waar je ziek van wordt niet vol te houden zijn. De oplossingen zijn op het eerste oog echter zo complex en vergen zoveel systeemaanpassingen dat het aanlokkelijk is om nog een keer 10 jaar te blijven hangen in nader onderzoek.

Zelf ben ik meer van het doen. Nu we weten dat we weg willen van vervuilende en ziek makende producten en productieprocessen is het zaak om stapjes te gaan nemen. Vanwege de complexiteit is het zaak om  onze ogen voortdurend open te houden voor betere oplossingen en nieuwe inzichten. Dat betekent dat waarheden voorwaardelijk worden, context afhankelijk (wat hier duurzaam is, hoeft dat elders niet te zijn) en subjectief. Of zoals Thierry de Baillon stelt in tweedelig stuk over design thinking: complexe problemen kun je beter tackelen via veel kleine beslissingen dan via een grote beslissing. Waarbij het volgens Bob Sutton dan wel weer van belang is om stong opinions, weakly held te hebben.

Met dank aan Louis Suarez voor de inspiratie.

Manifest maatschappelijk verantwoord inkopen en ondernemen

Bijna twee jaar geleden vroeg ik me samen met een aantal collega’s af of we de kritiek vanuit het bedrijfsleven op de criteria voor duurzaam inkopen via een interactief proces tot een samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven zouden kunnen ombuigen. Beide partijen onderschrijven tenslotte het doel: bij het verduurzamen van de samenleving ook gebruik maken van de inkoopmacht van de overheid cq. de eigen organisatie.

In het kader van de toolbox van buiten naar binnen bedachten we daarom een interactief proces om via een informeel proces tussen de inkopers van overheidsorganisaties en bedrijfsleven langzaam maar zeker tot een formeel proces tussen beleidsmakers uit bedrijfsleven en overheidsorganisaties te komen. Waarbij de criteria voor duurzaam inkopen die Agentschap NL heeft ontwikkeld als voorbeeld kunnen dienen.

We hebben ons proces tijdens de slotbijeenkomst van de toolbox gepresenteerd. We hadden het goede voornemen om er mee aan de slag te gaan na de cursus en ook daadwerkelijk wat neer te zetten. Meer dan een berichtje op mijn weblog, en een presentatie en toelichting aan een aantal collega’s van het programma duurzame bedrijfsvoering rijksoverheid is er echter niet van gekomen. Want ieder van ons was te druk met zijn reguliere werkzaamheden om werkelijk tijd in te steken in ons plannetje. We hebben het nog wel ingediend als plan voor de ASN Wereldprijs, maar ook daar hebben we vervolgens te weinig tijd in weten te steken om zelfs maar een weekprijs te winnen.

De verrassing

Op dinsdag 8 februari kwam de Nederlandse Vereniging voor Inkoopmanagement (NEVI) met een persbericht dat 17 Chief Procurement Officers van grote publieke en private bedrijven hun streven om duurzaam inkoopmanagement te verankeren hebben vastgelegd in het manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen en Ondernemen (MVIO). De deelnemende bedrijven zijn: Achmea Zorgverzekeringen, Akzo Nobel, Albert Heijn, Delta Lloyd, Essent Nederland, Heineken Nederland, ING Bank, ING Verzekeringen, Koninklijke DSM, Koninklijke FrieslandCampina, KLM, Koninklijke Philips Electronics, KPN, Nederlandse Spoorwegen, Rabobank Nederland, Rijksoverheid en NEVI.

Volgens het persbericht zullen de deelnemende bedrijven in vijf jaar tijd milieu -en sociale criteria als vanzelfsprekend worden meegewogen in het inkoopbeleid van hun ondernemingen. De deelnemende bedrijven kunnen daarbij de duurzaam inkoop criteria van Agentschap NL gebruiken of zelf criteria voor maatschappelijke verantwoord inkopen ontwikkelen.

Of er een verband is tussen het plan voor een alliantie duurzame bedrijfsvoering dat mijn medecursisten en ik hadden uitgedacht en de totstandkoming van het manifest maatschappelijk verantwoord inkopen en ondernemen weet ik niet. Het is in ieder geval wel erg leuk om te zien dat een oud idee in een andere vorm op een andere plaats weer opduikt. Als er een verband is dan is het een goed voorbeeld van je idee laten gaan.

En nu verder?

Voor zover mij bekend zijn zo’n beetje alle aan het manifest deelnemende bedrijven lid van VNO-NCW, MKB Nederland en/of MVO Nederland. Ik ben dan ook benieuwd wat de inbreng vanuit deze bedrijven gaat worden in de afgelopen week door MVO NL, MKB NL en VNO-NCW aangekondigde vernieuwing van de duurzaam inkopen criteria. Een van de ideeën die ik tegenkwam in de berichtgeving van MVO Nederland was dat er minder naar lijstjes gekeken moet worden en meer naar een ketenaanpak.

Ik ben dan wel benieuwd welke vorm van ketenaanpak gekozen gaat worden. Als twee uiterste (voor zover bij mij bekend) heb je aan de ene kant de simpele regels voor duurzaam inkopen van IBM (slechts 4 regels) en aan de andere kant de zeer uitgebreide, wetenschappelijk onderbouwde methodiek van het Sustainability Consortium (waar onder andere Ahold, KPMG en Unilever deel van uitmaken).

Dit bericht is ook geplaatst op duurzaam pleio en op  het rijksduurzaamheidsnetwerk.