27 proeftuinen gaan #vangaslos

In het Energierapport – Transitie naar duurzaam uit 2016 geeft de rijksoverheid aan dat het gebruik van aardgas voor ruimteverwarming in de gebouwde omgeving in 2050 zoveel mogelijk zal zijn verminderd. Inmiddels heeft het kabinet aangegeven dat de gaswinning in het Groningen gasveld in 2030 gaat stoppen en voor nieuwbouwwoningen is een aansluiting op het gasnet sinds 1 juli 2018 een uitzondering. In de reacties op eerdere berichten vroegen verschillende reaguurders zich af wat dat gaat betekenen voor bestaande wijken en woningen. Vandaag een eerste stuk hierover naar aanleiding van de toekenning van 120 miljoen Euro subsidie aan 27 gemeenten om een wijk van gas los te maken. In dit stuk geef ik een beeld van de technische opties. Wie een beeld wil hebben hoe zijn gemeente de warmtetransitie gaat invullen kan dat beter navragen bij zijn eigen gemeente.

Aanvragen

In totaal zijn 74 voorstellen ingediend bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de plannen onder andere beoordeeld op kwaliteit en de financiële onderbouwing. Ook werd gekeken hoe de plannen konden helpen bij mogelijke andere opgaven in de wijk. Om zoveel mogelijk kennis op te doen voor andere wijken is een gevarieerde groep geselecteerd: groot en klein, landelijke en stedelijk, verschillende technieken en spreiding door heel Nederland: elke provincie heeft minimaal één proeftuin. Het kabinet heeft 40 miljoen Euro meer beschikbaar gemaakt dan de oorspronkelijke 80 miljoen Euro. Halverwege 2019 kunnen gemeente waarschijnlijk opnieuw een aanvraag indienen.

De 27 geselecteerde gemeenten gaan kennis delen via een kennisprogramma, dat toegankelijk wordt voor alle gemeenten. Dit programma gaat gemeenten helpen bij het invullen van hun regierol in de warmtetransitie en is nodig om de overgang naar aardgasvrije wijken te versnellen. Andere partners van het Programma Aardgasvrije Wijken zijn het ministerie van EZK, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UVW). Naast de proeftuinen ondersteunt het rijk het aardgasvrij maken van Nederland met een programma voor aardgasvrije en frisse basisscholen (5 miljoen euro) en een subsidie voor technische innovaties (12,8 miljoen euro).

Warmtenetten

Uit een analyse door Squarewise blijkt dat de geselecteerde proeftuinen in bijna driekwart van de gevallen kiezen voor warmtenetten. In acht wijken gaat het om uitbreiding van conventionele warmtenetten die gebruik maken van industriële restwarmte of warmte van afvalverbranders. Daarnaast zijn er nog 11 wijken die kiezen voor een warmtenet. Uitbreiding van een bestaand warmtenet gebeurd bijvoorbeeld in Eindhoven, Amsterdam, Purmerend, Sliedrecht , Middelburg en Delfzijl. In Utrecht, Rotterdam en Den Haag is de keuze nog niet gemaakt volgens de nieuwsberichten. Wat mij lastig lijkt, omdat in de aanvraag aangegeven moest worden voor welke oplossing gekozen werd.

Ook Brunsum en Sittard hebben subsidie gekregen voor uitbreiding van hun warmtenet. Brunsum voor het aansluiten van meer woningen op het warmtenet van Mijnwater bv en Sittard voor het aansluiten van meer woningen op Het Groene Net. Mijnwater bv gebruikt warm water uit oude mijnbouwschachten voor het verwarmen van huizen. Het Groene Net maakt gebruik van een biomassa centrale en restwarmte van industrieterrein Chemelot voor de voeding van het warmtenet.

De gemeente Wageningen heeft subsidie toegekend gekregen voor aanleg van een coöperatief warmtenet, dat in handen komt van de bewoners. Voor zover ik het project in Wageningen begrijp bevat dit plan nog wel aardgas als achtervang voor de hoogtemperatuur warmtepomp. De gemeente Loppersum heeft plannen voor een warmtenet en de combinatie van warmtepompen en collectieve warmte-koude-opslag-systemen.

Een bijzonder soort van warmtenet, waarvoor subsidie is toegekend is het project Nagele in balans. In het plan worden de daken gebruikt voor zonnecollectoren, waartoe het ‘platte daken-dorp’ zich uitstekend leent. Door seizoensberging wordt een balans gemaakt tussen opwekking, opslag en gebruik van energie. Onder de grote grasvelden van de hofjes komen goed geïsoleerde opslagtanks te liggen. Deze dienen als opslagplaats voor het overschot aan heet water die de thermische zonnecollectoren ‘s zomers opwekken. In de winter wordt dit warme water gebruikt om de huizen te verwarmen.

All-electric en groen gas

Warmtenetten zijn niet voor alle wijken een oplossing. Andere oplossingen, zoals all-electric en groen gas zijn pas veel korter in ontwikkeling en zijn daardoor vaak ook nog duur. De kans op kostendalingen door grotere volumes of door innovaties tijdens het bouwproces zijn daarmee ook groter. Om een voorbeeld te geven: een renovatie naar all-electric en nul op de meter kostte een jaar of 10 geleden meer dan een ton per woning, inmiddels zijn de kosten gedaald naar zo’n 60.000 Euro. Voor het all-electric maken van een woning heb ik ook al partijen gezien die dat voor 10.000 tot 30.000 Euro kunnen. Deze partijen zijn op zoek naar klanten en naar schaalgrootte, zodat ze kunnen profiteren van schaalvoordelen en de daarmee de kosten kunnen verlagen.

Er zijn echter maar vier subsidies toegekend aan wijken die kiezen voor all-electric en vier subsidies voor groen gas. De gemeente Assen heeft geld gekregen voor het aanpakken van de wijk waar een van de eerste VVE flats (VVE Ellen) staat die naar nul op de meter is gerenoveerd. In het nieuwsbericht wordt gesproken over herhaling van deze aanpak bij andere flats in de wijk. In Assen wordt dus waarschijnlijk voor een all-electric oplossing gekozen. Ook de gemeente Appingedam gaat aan de slag met all-electric in de vorm van warmtepompen op lucht.

De gemeente Pekela kiest voor een combinatie van hybride warmtepompen met biogas uit lokaal rioolslib. Ook de gemeente Oldambt kiest voor groen gas.

Afvallers gaan door

Veel van de initiatieven die geen subsidie hebben gekregen gaan wel door, als is vaak nog niet duidelijk hoe. Veel initiatieven zijn of gaan hierover lokaal in overleg met bewoners, gemeenten en andere betrokken organisaties, zoals netbeheerders en woningbouwcorporaties. Daar zitten ook initiatieven van bewoners bij, zoals Warm in de Wijk dat de Haagse Vruchtenbuurt aardgasvrij wil maken. Warm in de Wijk heeft geen subsidie gekregen van het rijk.

Conclusie

Voor zover ik de verschillende plannen heb weten te vinden verschillen ze sterk in aanpak en in hoe ver de plannen al gevorderd zijn. Technisch gezien kiest een groot aantal gemeenten voor (uitbreiding van) een conventioneel warmtenet. Slechts een klein aantal ervan zijn in mijn ogen innovatief te noemen en bieden kans om te leren voor andere wijken. Ik denk dan met name aan Brunsum, Loppersum, Nagele en Wageningen. In alle vier de gemeenten wordt een warmtenet aangelegd dat afwijkt van de standaard en dat mogelijk toepasbaar is in andere wijken, buurten en dorpskernen waar all-electric of biogas nu de enige alternatieven lijken.

Ook de biogas en all-electric wijken vind ik technisch interessant, omdat dit technieken zijn die nog volop in ontwikkeling zijn. Het beschikbaar krijgen van voldoende biogas gaat wel een uitdaging worden. Wat betekent dat er vooral een grote kostendaling nodig is bij all-electric om de ambities uit het Energierapport en het Klimaatakkoord te halen.

Vanuit sociaal oogpunt en draagvlak vind ik vooral de wijken waar de bewoners zelf het initiatief nemen interessant. Bij de geselecteerde proefwijken betreft dit Wageningen. Daarbuiten zijn er echter meer wijken die zelf bezig zijn, zoals de Vruchtenbuurt in Den Haag en Meer Energie in Amsterdam.

Zelf aan de slag?

Wie zelf aan de slag wil met het aardgasvrij maken van zijn woning kan terecht bij het stappenplan aardgasvrij wonen van MilieuCentraal,  bij een lokale energiecoöperatie of bij het lokale energieloket van zijn gemeente. Wie wil weten wat de plannen van zijn gemeente zijn voor zijn buurt kan kijken bij Hierverwarmt of navraag doen bij de eigen gemeente. Wie samen met zijn buren aan de slag wil kan veel informatie vinden bij Hierverwarmt en Hieropgewekt.

Disclaimer: de gemeente waar ik woon en de gemeente waar ik werkzaam ben hebben ook een subsidieaanvraag ingediend, maar deze zijn niet toegewezen. In beide gemeenten ben ik niet rechtstreeks betrokken geweest bij de subsidieaanvragen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Is nul-op-de-meter CO2 neutraal?

Afgelopen week publiceerde de innovatiemanager van Remeha een artikel waarin hij stelt dat een all-electric nul-op-de-meter woning geen effect heeft op de CO2 uitstoot. Dit in tegenstelling voor een energiezuinige woning met gasaansluiting, die volgens Remeha door toepassing van groen gas wel naar CO2 neutraal kan. Het streven zou volgens Remeha dan ook moeten zijn om een woning CO2 vrij te maken in plaats van gasvrij. Vanuit verschillende hoeken is er al kritiek geleverd op de energieberekening van Remeha, zie bv. het commentaar van Jan Willem van de Groep. Tijd voor een kleine calculatie van de CO2 emissie op basis van de CO2 prestatieladder, waar Remeha zelf ook voor gecertificeerd is.

CO2 emissie nul-op-de-meter

Remeha stelt dat de CO2 emissie van een all-electric woning groter is dan nul. Op jaarbasis wekt de woning dan wel evenveel elektriciteit op als dat de woning verbruikt, maar het elektriciteitsnet wordt als buffer gebruikt. In de zomer produceert de woning meer stroom dan verbruikt wordt en in de winter neemt de woning meer stroom van het net op. De winterstroom wordt door Remeha voor het gemak gelijk gesteld aan kolenstroom of anders zou volgens Remeha gewerkt moeten worden met de uurgemiddelde CO2 footprint van elektriciteit.

Dat levert meteen meerdere afwijkingen ten opzichte van de CO2 footprint bepaling van de CO2 prestatieladder op. Ten eerste kent de CO2 prestatieladder geen uurgemiddelde elektriciteitsfootprint. Een gecertificeerd bedrijf kan zijn elektriciteitsverbruik vergroenen door zogenaamde garanties van oorsprong te kopen, daarmee toont het bedrijf aan dat op jaarbasis evenveel groene stroom wordt geproduceerd als het zelf verbruikt. Ik ben dan ook benieuwd of Remeha de CO2 uitstoot van haar eigen elektriciteitsverbruik op uurbasis heeft vergroend, of dat op die manier gaat doen.

Een nul-op-de-meter woning produceert op jaarbasis evenveel energie (meestal zonne-energie) als er gebruikt wordt. Zonne-energie heeft volgens de CO2 emissiefactoren, die onder andere gebruikt worden bij de CO2 prestatieladder een emissie van 0 gram / kWh. Dat betekent dat de jaarlijkse CO2 emissie van een NOM woning nul is. Ongeacht het aantal kWh dat gebruikt wordt. Kun je over discussiëren, maar dan moeten we het ook gaan hebben over de CO2 footprint van Remeha zelf en van alle bedrijven die hun CO2 emissie rapporteren volgens de methodiek van de CO2 prestatieladder (en ik vermoed zelfs van alle bedrijven die het internationale Green House Gas protocol gebruiken).

Nu weet ik dat er verschillende bedrijven zijn die hun betrokkenheid bij nul-op-de-meter woningen opvoeren als keteninitiatief in kader van de CO2 prestatieladder. Sterker: ik kan me voorstellen dat er bedrijven zijn die de nul-op-de-meter woningen die ze bouwen opvoeren als vermindering van hun zogenaamde downstream scope 3 emissies. Dat laatste zou betekenen dat er auditors van de CO2 prestatieladder zijn die een CO2 emissiereductie hebben toegekend aan nul-op-de-meter woningen.

CO2 emissie groen gas

Remeha stelt dat de CO2 emissie van een woning met een gasaansluiting en een HRE ketel wel naar nul kan door gebruik te maken van groen gas. Ook daar doet zich een uitdaging voor met de methodiek van de CO2 prestatieladder. De lijst met CO2 emissiefactoren kent namelijk 2 soorten biogas: stortgas en covergisting, met een CO2 emissiefactor (well-to-wheel) van respectievelijk 0,398 kg CO2/m3 gas en 1,260 kg CO2/m3 gas. Hoe je met dergelijke emissiefactoren bij het gebruik van zelfs maar 1 kubieke meter groen gas tot nul CO2 emissie kan komen is mij een raadsel. Ik kan de claim dat een groen gas woning wel nul CO2 emissie kan halen dan ook niet plaatsen.

Conclusie

In het artikel introduceert Remeha een aantal novititeiten, zoals het toepassen van uurgemiddelde CO2 emissiefactoren voor elektriciteit en het stellen dat groen gas CO2 neutraal is. Het eerste is zeer ongebruikelijk bij het bepalen van de CO2 emissie van elektriciteitsverbruik. Het tweede komt niet overeen met de in Nederland gehanteerde CO2 emissiefactoren, tenzij Remeha zich beperkt tot de CO2 emissie van verbranding van het gas. Ook dat is niet de afspraak binnen de CO2 prestatieladder, waar gewerkt wordt met de CO2 emisssie over de gehele levenscyclus (de zogenaamde well-to-wheel emissies).

Gasloos wonen in opkomst

In Nederland worden steeds meer huizen gebouwd die alleen elektriciteit gebruiken voor hun energievoorziening. De zogeheten All-Electric-huizen hebben bijvoorbeeld een eigen waterpomp of zijn voorzien van infraroodverwarming. Er zijn nu ruim 2000 van dit soort huizen, maar netbeheerders en energiebedrijven zeggen dat het er steeds meer worden.

Ook het aantal huizen dat gerenoveerd wordt naar all-electric, bijvoorbeeld via het concept nul op de meter groeit. Zo werd vandaag bekend gemaakt dat in Groningen 1650 woningen versterkt en verduurzaamt gaan worden volgens dit concept. Op Sargasso en Nudge publiceerden eerder dit jaar een overzicht van mijn hand van de verschillende mogelijkheden om van gas af te gaan.

Ook deed ik eerder houtje-touwtje pogingen om het energieverbruik van infraroodverwarming, warmtepomp en gas met elkaar te vergelijken.

Open waanlink

Dit bericht is een bewerking van een open waanlink op Sargasso.

Wanneer ga jij van het gas af?

De afgelopen maanden heb ik me regelmatig afgevraagd wat ik zelf kan doen om te zorgen dat er minder gas gewonnen gaat worden in Groningen. Na een discussie over klimaat en energie bij GroenLinks vorige week en een groot aantal bezoekers aan een stukje over wonen zonder gasaansluiting op mijn persoonlijke blog weet ik het zeker: ik ga zo snel als financieel haalbaar gasloos. En ik hoop dat velen mijn voorbeeld volgen, zodat Nederland ‘warm houden in de winter’ geen argument meer kan zijn om de gaskraan open te houden.

Waarom gasloos wonen?

Gas is al lang niet meer nodig om je huis te verwarmen of om tapwater te verwarmen, laat staan om mee te koken. De politiek maakt helaas al decennia weinig haast met het dichtdraaien van de vraag naar gas, terwijl Groningers terecht willen dat de gaskraan veel verder dicht gaat. Tijd dus om het heft in eigen hand te nemen. Want zoals Jan Willem van de Groep al eerder schreef op Sargassso: als je van het gas af wil schiet je weinig op met zonnepanelen, dan moet je je warmtevraag aanpakken. De mogelijkheden daartoe zijn groter dan je denkt en het comfort effect vele malen kleiner dan je denkt.

De overgang naar gasloos

Een Nederlandse huishouden dat van het gas af wil moet voor 3 zaken een gasloze oplossing vinden: koken, warm tapwater en de verwarming. Hieronder de mogelijkheden die ik ken om van het gas af te komen. Het zijn er genoeg, dus wat is jouw excuus om Groningen te laten beven voor jouw behoefte aan een warm huis?

Gasloos: de mogelijkheden voor koken en tapwater

Het simpelste om mee te beginnen is koken. Meestal is dat niet een hele grote gasverbruiker en al vanaf een paar honderd euro kan je overschakelen op keramisch, inductie of elektrisch koken. Het is wellicht even wennen t.o.v. koken op gas, maar het heeft ook zo zijn voordelen. Bijvoorbeeld in luchtvochtigheid, want een van de bijproducten van het verbranden van gas is water. Zelf koken we keramisch en ik mis het gas niet.

Het wordt al wat lastiger als je ook voor je warmte tapwater van het gas af wil. Grofweg heb je twee mogelijkheden: met opslag en zonder opslag. Bij systemen met opslag kan je denken aan zonneboilers, al moet je er dan nog wel wat bij verzinnen voor de wintermaanden als de zonneboiler te weinig warm water levert. Bijvoorbeeld door de zonneboiler te combineren met andere opties zoals een warmtepompboiler. Systemen zonder opslag zijn in Nederland onbekend, in Duitsland is echter een keur aan doorstroomverwarmers te verkrijgen. Niet meteen denken dat je dan obscure merken krijgt, ook grote namen als Siemens leveren ze. Er zijn voldoende Nederlandse webwinkels te vinden die ze kunnen leveren, maar je kan ze ook rechtstreeks in Duitsland bestellen.

Gasloos verwarmen

De grootste uitdaging is de ruimteverwarming. Een oplossing die in Nederland populair is, zeker onder de nul-op-de-meter concept aanbieders, is de warmtepomp. Te verkrijgen in veel verschillende uitvoeringen, waarbij de belangrijkste vraag is of je voor een grond- of luchtgebonden warmtepomp gaat. Bij de lucht warmtepomp kan je kiezen voor balansventilatie (centraal of decentraal) of voor een lucht-water warmtepomp. Bij dit laatste type neemt de warmtepomp de functie en plaats van de HR-ketel over.

Er zijn echter ook andere mogelijkheden, bv. een pelletkachel, pelletketel, serververwarming of infraroodverwarming. Open haarden of allesbranders kan je beter links laten liggen, tenzij je behoefte hebt aan astma of burengerucht. Een pelletketel kan de plaats innemen van de cv-ketel en vergt dus weinig aanpassingen aan bestaande centrale verwarmingssystemen. Pellet-kachels en pellet-ketels kunnen vaak ook warm tapwater leveren en sommige modellen kunnen zelfs elektriciteit opwekken, net als de HRe-ketel.

Infraroodverwarming is zeker voor ruimtes die je weinig gebruikt de moeite van het overwegen waard. De investeringskosten zijn relatief laag en infraroodverwarming reageert snel. Moderne systemen zijn in staat om met klokthermostaten te werken of kun je via je smartphone of tablet bedienen. Zelf heb ik nu infraroodverwarming in de badkamer. De volgende stap is infraroodverwarming in alle slaapkamers en in de werkkamer op zolder. Voor de huiskamer en voor tapwater blijf ik dan nog even afhankelijk van gas, maar ik schat dat er toch weer een 100 tot 150 m3 van ons toch al lage gasverbruik (0,20 m3/gewogen graaddag volgens Mindergas.nl) af kan.

Een wat nerdige oplossing, die niet onderschat moet worden, is het gebruik van de warmte van een server. In het buitenland zijn er al diverse bedrijven mee bezig en recent kondigde Eneco aan eenminderheidsbelang te nemen in Nerdalize. Nerdalize is een Yes!Delft-startup die serverwarmte inzet om huishoudens te verwarmen. De eerste gezinnen hebben al proefgedraaid met computers als kachel enEneco en Nerdalize gaan de komende maanden 5 pilots uitvoeren. De aanwezige rekenkracht in het eRadiator-systeem wordt via internet aan een clouddienst gekoppeld. Nerdalize verkoopt deze decentraal verdeelde rekenkracht aan bedrijven en onderzoeksinstituten. De start-up stelt dat het met deze opzet de kosten voor omvangrijke rekenprojecten met 30 tot 55% kan worden verlaagd. Huishoudens kunnen naar verwachting zo’n 400 Euro per jaar op hun gasrekening besparen. De eRadiator moet nog wel aan een buitenmuur worden bevestigd om de warmte in de zomer kwijt te kunnen.

Totaal concepten

Wie niet zelf wil nadenken over lossen stapjes om van het gas af te gaan kan ook fysiek op steeds meer plaatsen aankloppen voor een nul-op-de-meter woningconcept. Met als bijkomende voordelen dat energiebesparing/isolatie, woongenot en gebruiksgemak een belangrijke rol spelen in deze concepten. Bijvoorbeeld door zaken als meerjarige energieprestatieafspraken voor het te leveren concept. Ook kijken creatieve installateurs steeds beter naar mogelijke combinaties van verschillende opties, zoals het verlagen van de totale kosten over de gehele levensduur door na te denken over combinaties van warmtepomp en infraroodverwarming of serververwarming.

En stadsverwarming dan?

Nou, da’s voor mij gewoon geen optie. Eerder dit jaar ben ik de uitdaging uitgegaan om te berekenen wat stadsverwarming zou betekenen voor onze energierekening. Mijn conclusie: stadsverwarming is te duur en ik zie geen enkel nut van het inruilen voor de ene vastrechtpost voor de andere.

Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.