Tag: bedrijfsleven

  • Coronasteun: het verschil tussen bedrijf en land

    De afgelopen maanden is er volop discussie over de vraag of er voorwaarden gesteld moeten worden aan bedrijven die steun ontvangen vanwege de coronacrisis. Tegelijkertijd lopen er soortgelijke discussies over steun aan Zuid-Europa en overzeese gebiedsdelen. Wat daarbij opvalt is het verschil in voorwaarden voor steun aan bedrijven en voorwaarden voor steun aan Zuid-Europa en de Antillen.

    Steun aan Zuid-Europa en Antillen

    Zowel Zuid-Europa als de Antillen zijn zwaar geraakt door de coronacrisis. In met name Italië en Spanje is sprake van een groot aantal besmettingsgevallen en doden door het coronavirus. Beide landen hebben stevige beleidsmaatregelen getroffen om het virus in te dammen, wat voor forse economische schade zorgt. Op de Nederlandse Antillen ligt het aantal besmetting per miljoen inwoners een stuk lager dan in Italië en Spanje, met uitzondering van Sint Maarten.

    Covid 19 Chart

    Voor zowel Spanje, Italië als de Nederlandse Antillen geldt dat de economie in een stevige crisis terecht is gekomen. Voor al deze landen is toerisme een belangrijke sector van hun economie, waardoor momenteel veel inkomsten wegvallen en de werkloosheid stevig oploopt. In april betrok het kabinet bij monde van minister Hoekstra een harde lijn als het gaat om economische steun voor Spanje en Italië, van gezamenlijke eurobonds of het laten vallen van de bestaande voorwaarden aan noodsteun kon geen sprake zijn.

    Begin april werd gewaarschuwd dat de armoede hard toeslaat op Curaçao en Sint Maarten. Staatssecretaris Knops stelt eisen aan het noodpakket. Daarbij gaat het onder andere om de hoogte van de salarissen in de publieke sector en transparantie over de financiële sector.

    Bedrijfssteun

    Deze week presenteerde het kabinet ook de tweede set van maatregelen voor het Nederlands bedrijfsleven. Bedrijven die gebruik willen maken van het nieuwe steunpakket mogen geen bonussen betalen of dividend uitkeren. Hiermee wordt gedeeltelijk tegemoet gekomen aan de kritiek die het eerste steunpakket opriep. Zo kon Booking.com, dat de afgelopen jaren al miljarden staatssteun ving via o.a. belastrulings en de expat regeling, zijn loonkosten bij de samenleving neerleggen. In het nieuwe steunpakket wordt echter niet echt doorgepakt als het gaat om belastingontwijking. Bedrijven worden niet verplicht om hun belastingrulings te openbaren of om aan te tonen dat ze in Nederland belasting afdragen. Bedrijven als Booking.com kunnen dus gewoon gebruik blijven maken van de staatssteun.

    Met name de VVD keert zich tegen extra maatregelen aan het bedrijfsleven, zoals ook bleek bij de discussie over de redding van KLM. De VVD vreest daar dat eisen op gebied van duurzaamheid de KLM op achterstand zetten. Wat vreemd is, omdat op termijn de wereldwijde luchtvaartsector aan duurzaamheidseisen zal moeten voldoen om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. KLM zou dus eerder koploper worden, waar binnen het Europees milieusteunkader ook extra financiële ondersteuning voor mogelijk is vanuit de staat.

    Verschil

    Het kabinet stelt harde voorwaarden op het gebied van economische hervormingen aan economische steun aan Zuid-Europa en de Antillen. Tegelijkertijd weigert het soortgelijke voorwaarden neer te leggen richting het bedrijfsleven. Veel van de voorstanders van eisen aan Zuid-Europa en de Antillen stellen zich op het standpunt dat dat nodig is om de steun van kiezers te behouden. Aan hen heb ik wel de vraag waarom het kabinet dan niet minstens net zoveel werk zou moeten maken van de aanpak van belastingontwijking door het bedrijfsleven? Zeker nu belastingontwijkers als Booking.com in Nederland wel massaal uit de staatsruif mee willen eten, maar weinig aan het collectief bijdragen.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Bewoners van het gas af en bedrijven aan het gas

    In Schiedam is ophef ontstaan in de raad over de plannen van staalharderij Dominial om meer aardgas te gaan gebruiken. Aan de ene kant worden plannen ontwikkeld worden om de eerste wijken van aardgas te gaan halen en op het warmtenet van Eneco aan te sluiten. Aan de andere kant heeft de gemeente het bedrijf Dominial een vergunning verleend om het gasverbruik met een factor 2 tot 3 te verhogen. Dat staat haaks op de ambities van de gemeente om het aardgasverbruik te verminderen.

    Brief college aan ministerie

    De gemeente Schiedam heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat een brief gestuurd waarin de gemeente aandacht vraagt voor deze ongewenste situatie. Volgens de gemeente zijn er binnen de huidige landelijke wet- en regelgeving namelijk geen mogelijkheden om de groei van het gasverbruik bij een bedrijf te reguleren.

    Volgens de brief van het college (in bezit van Sargasso) leveren de uitbreidingsplannen van Dominial een extra aardgasverbruik van 660.000 m3 op (equivalent aan het aardgasverbruik van circa 440 huishoudens). Het is volgens het college van Schiedam nauwelijks uit te leggen:

    dat wij aan bedrijven een vergunning met extra gasstook moeten verlenen en tegelijkertijd proberen bewoners mee te krijgen om een eerste woonwijk van het gas af te halen (en daar nu al veel geld voor uitgeven).

    Het college van Schiedam wil de komende maanden Euro 305.000 namelijk uittrekken om de haalbaarheid van een warmtenet in de wijk Groenoord nader te onderzoeken. Een voorstel dat zorgt voor verdeeldheid in de raad, omdat er nog geen concreet plan op tafel ligt.

    In haar brief schrijft het college ook dat de omgevingswet meer ruimte biedt voor lokale afwegingen, maar dat deze niet geschikt is om klimaatdoelen bij bedrijven te bereiken. Ten eerste omdat de gemeente maar voor een beperkt deel van de bedrijven het bevoegd gezag is, veel grotere bedrijven vallen onder het bevoegd gezag van de provincie. Het aanscherpen van lokale regels zou er dan voor zorgen dat juist kleinere bedrijven scherpere regels krijgen, terwijl grotere bedrijven niet onder deze regels vallen.

    Op de tweede plaats kan lokaal beleid, dat verder gaat dan rijksbeleid, er volgens de gemeente voor zorgen dat bedrijven naar andere gemeenten vertrekken. Het befaamde waterbedeffect dat we ook op nationaal niveau kennen en dat pas ophoudt bij een intergalactisch klimaatbeleid.

    Het college van Schiedam schrijft ook:

    De ongeclausuleerde uitbreiding van gasstook bij bedrijven conflicteert met het kunnen overtuigen van bewoners om hun bestaande gasstook terug te dringen. Bovendien wordt onze klimaatopgave groter door toename van het gasverbruik van het bedrijfsleven.

    In de brief constateert het college van Schiedam dat het ontwerp klimaatakkoord nog geen zicht geeft op een afbouwschema voor gas of op mogelijkheden om meer te kunnen regelen dan nu volgens wet- en regelgeving mogelijk is. In de brief vraagt het college de minister welke oplossingen hij voor ogen heeft voor de genoemde dilemma’s.

    Dominial levert de restwarmte van haar productieproces overigens wel aan bedrijven in de buurt. Dat gebeurt niet via een warmtenet maar met behulp van een warmtewisselaar. Hierdoor krijgt Dominial koelwater voor haar productieproces en krijgen de buren warmte voor hun kantoren en bedrijfsruimtes.

    In een reactie aan Sargasso stelt Evert Hassink van Milieudefensie:Niet alleen voor Schiedammers, ook voor Groningers is het onbegrijpelijk dat er nog een fabriek ter grote van een dorp op Gronings gas wordt aangesloten. Is dit de energietransitie?

    Conclusie

    Naar mijn mening vergt het maar een  paar van dit soort vergunningen erbij en naar je draagvlak bij bewoners voor de overstap van aardgas op een andere warmtebron kun je als gemeente wel fluiten. Momenteel ligt er een wetsvoorstel ter consultatie voor over een verbod op laagcalorisch (Gronings) gas voor grootverbruikers, in dit wetsvoorstel is niks geregeld voor uitbreidingsvergunningen of nieuwe vergunningen voor bedrijven die niet tot de grootverbruikers behoren. Regeren is vooruitzien, dat het ministerie van EZK vergunningsaanvragen voor het gebruik van extra laagcalorisch aardgas niet heeft meegenomen vind ik dan ook teleurstellend. De kleinste stap die genomen kan worden is dat bedrijven verplicht worden om groen gas in te kopen als ze hun gasverbruik willen opschroeven.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.


  • Zijn eisen aan de scheepvaart slecht voor de economie?

    De Club van 30 had gisteren een artikel staan over de effecten van de nieuwe luchtkwaliteitseisen voor de zeescheepvaart op het Nederlandse bedrijfsleven. Volgens de nieuwe luchtkwaliteitseisen het zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen wereldwijd dalen, waarbij er aanvullende eisen gesteld kunnen worden in zogenaamde SECA gebieden. Waar de Noordzee ook toe behoort. Bernard ‘duurzaamheid is innovatie‘ Wientjes stelt volgens de Club van 30 in een brief aan Staatssecretaris Atsma dat deze aanvullende maatregelen slecht zijn voor de scheepvaart en voor de staal en papierindustrie in Nederland. Om te beoordelen of dat klopt lijkt het me verstandig om te bezien wat de maatregelen inhouden, welke redenen er zijn voor de maatregelen en mogelijke alternatieve maatregelen om de doelen te halen.

    Wat houden de maatregelen in?

    Volgens de Europese Commissie (pdf) betekenen de afspraken een afname met 4,50 gewichtsprocent van zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen:

    • een afname van het zwavelgehalte tot 3,50 gewichtsprocent tegen 1 januari 2012;
    • een afname van het zwavelgehalte tot 0,50 gewichtsprocent tegen 1 januari 2020, behoudens herziening in 2018, met  mogelijk uitstel tot 2025.

    Voor de zogenaamde SECA’s (waaronder dus de Noordzee) gaat het om een afname met 1,50 gewichtsprocent  van het zwavelgehalte van alle  scheepsbrandstoffen die worden gebruikt binnen SECA’s

    • tot 1,00 % tegen 1 juli 2010;
    • tot 0,10 % tegen 1 januari 2015;

    Waarom is de maatregel nodig?

    In 2001 hebben de lidstaten van de EU zich gecomitteerd aan de het programma schone lucht voor Europa (Clean Air For Europe). Het einddoel daarvan is dat de luchtkwaliteit dusdanig moet verbeteren dat er geen merkbaar effect meer is van luchtverontreiniging op gezondheid en milieu.

    Om de doelstellingen uit CAFE te bereiken worden de luchtverontreinigende emissiesbinnen de Europese Unie vanuit verschillende hoeken gereguleerd. Aan de ene kant gebeurd dit door grenzen te stellen aan de hoeveelheid emissies, de concentratie van luchtverontreinigende stoffen en de neerslag (deposito) van luchtverontreinigende stoffen. Aan de andere kant worden de luchtverontreinigende emissies gereguleerd door bronbeleid.

    De absolute hoeveelheid emissies per land worden begrensd door de Nationale Emissieplafonds uit de Nationale Emissie Plafond-richtlijn, waar de luchtvaart en zeescheepvaart niet onder vallen. De maximale concentratie luchtverontreiniging op een bepaald tijdstip op een bepaalde plaats wordt begrensd door de Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, waar luchtverontreiniging veroorzaakt door de luchtvaart en zeescheepvaart wel meetelt. De hoeveelheid neerslag van luchtverontreinigende stoffen wordt in bepaalde gebieden gereguleerd door natuurwetgeving (Natura 2000).

    De afgelopen decennia hebben grote reducties in luchtverontreingende emissies plaatsgevonden, waardoor de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd is. Zo wordt de luchtkwaliteitsnorm voor zwaveldioxide al jaren gehaald (bron: Compendium voor de Leefomgeving). Tegelijkertijd zijn er nog aanvullende maatregelen nodig om de lange termijn doelstellingen van CAFE te halen (bron: kamerbrief Milieubeleid industrie na afloop milieuconvenanten).

    Met het huidige zwavelgehalte (1,5 %) was de zeescheepvaart op het Nederlands deel van de Noordzee in 2009 goed voor 51% van de zwaveldioxide-emissies (SO2) (bron Compendium voor de Leefomgeving). Bij een verwachte toename van de zeescheepvaart neemt de emissie van SO2 door de zeescheepvaart de komende jaren verder toe. Voor een beeld van het huidig effect van de zeescheepvaart op de SO2 emissies zie dit artikel in The Guardian.

    Alternatieve maatregelen

    Natuurlijk is het mogelijk om de doelstellingen op een andere manier te halen. Industrie, landbouw en wegverkeer hebben de afgelopen 30 jaar echter al grote stappen gemaakt in het verlagen van hun luchtverontreinigende emissies, met name de emissies van SO2 zijn fors gedaald. Extra reductie in die sectoren is daarmee relatief duur. De scherpere eisen aan brandstoffen op de Noordzee zijn naar mijn mening dan ook een logische stap om de emissie van zwaveldioxide op het Nederlands grondgebied verder te verlagen en passend bij het principe de vervuiler betaalt. Tenzij de voorman van VNO-NCW bedoelt dat de doelstellingen uit CAFE aan de wilgen gehangen moeten worden…?

  • Hoe om te gaan met de beperkte houdbaarheidsdatum van duurzame oplossingen?

    Dat is een vraag die me de afgelopen jaren veel gesteld is. Veel mensen die ik spreek vinden het een groot, warrig, vaag of verwarrend begrip. De reactie op deze onzekerheid verschilt van persoon tot persoon. De een stelt dat we eerst maar eens een goede definitie van duurzaamheid moeten formuleren, zodat duidelijk is wat we er mee bedoelen. De ander versmalt het begrip tot enkel milieu, klimaat of nog smaller tot duurzame energie. Zoek bijvoorbeeld eens op duurzaam bouwen een tel het aantal links dat ingaat op andere aspecten dan enkel het energieverbruik van een gebouw… Een derde wil vooral 100% zekerheid (of verlangt naar foutloze wetenschap) voordat er tot actie overgegaan kan worden.

    De waarde van onzekerheid

    Ergens vind ik het jammer dat er zo’n sterke drive tot zekerheid en versimpeling is. Het streven naar duurzaamheid is in mijn ogen namelijk een complex en lastig proces, waarbij duurzaamheid en de oplossingen die we er voor zoeken ook nog eens een moving targets zijn. Wat vandaag duurzaam lijkt, kan morgen onduurzaam blijken te zijn (denk aan de discussies over duurzaamheid van energie uit biomassa). Het aanleren van nieuwe ideeën, maar vooral ook het afleren van oude blijkt een lastige opgave te zijn voor mensen. Het vereist een omslag van denken in absolute waarheden naar denken in voorwaardelijke waarheden, aldus Ted Cadsby in een blog op Harvard Business Review.

    Hij vergelijkt de manier waarop ons brein werkt met de bevruchting van een eicel. Zodra de eerste zaadcel een eicel bevrucht wordt de wand van de eicel ondoordringbaar, zodat andere zaadcellen niet meer naar binnen kunnen. Volgens Cadsby gebeurt dat ook in onze hersenen bij onzekerheid. Iets niet weten creëert een spanning die opgelost kan worden door een oplossing aan te dragen. Zodra deze oplossing gevonden is hebben andere oplossingen minder kans. Oplossingen die goed passen binnen onze denkbeelden maken natuurlijk meer kans, dan oplossingen die een grote omslag in ons denksysteem vereisen om weer tot een consistent geheel te komen. Voor wie meer in het Nederlands wil lezen over het nemen van beslissingen in complexe situaties raad ik de site van Top Innosense aan, of begin bij dit bericht op hun oude weblog.

    De waarde van onzekerheid bij duurzame ontwikkeling

    Het bereiken van een duurzame(re) samenleving is een complex probleem. Al was het maar vanwege de vele verschillende betekenissen die mensen toekennen aan het woord. Voor de een is duurzaamheid innovatie, voor de ander is duurzaamheid de normaalste zaak van de wereld, en voor andere gaat het om dood aan het grootkapitaal of om plantjes knuffelen.

    Een van de lastigste aspecten aan duurzaamheid vind ik zelf de complexe relaties tussen ogenschijnlijk onafhankelijke zaken en de onvoorspelbare innovatieroutes die er bij horen. Zo is er een grote samenhang mogelijk tussen menselijke gezondheid, luchtkwaliteit en klimaatbeleid, maar nog mooier is het als duurzame ontwikkeling ook bijdraagt aan werkgelegenheid. In beleidstermen heb je het dan over Green Growth, een onderwerp waar de UNEP veel over gepubliceerd heeft en waar Zuid-Korea het voortouw heeft.

    In Nederland lopen veel discussies over groene groei vast op de toekomst van de energie-intensieve industrie. Dit komt m.i. deels door de versmalling van de discussie over de transitie naar een duurzame samenleving tot een energietransitie en doordat er geen ruimte is voor nieuwe waarheden. In een deel van de hoofden is er zelfs geen plaats voor bestaande waarheden, zoals het scala aan steunregelingen vooor fossiele energie. Maatregelen die voor een milieu-econoom simpelweg gelijk staan aan een subsidie, alleen dan in de vorm van fiscale prikkels of command-and-control beleid. Een goed startpunt voor meer uitleg daarover is environmental economics 101 van Env-Econ.net.

    Voorwaardelijke waarheden bij duurzame energie

    Nederland heeft in het verleden veel energie-intensieve industrie weten aan te trekken door goedkoop aardgas, dat moest en zou ten gelde gemaakt worden voordat de volledige energievoorziening op kernenergie zou overschakelen. Onder druk van toenemende vraag en het milieubeleid wordt elektriciteit van aardgas duurder. Van oudsher is het idee dat duurzame energie te duur is voor de energie-intensieve industrie. Bovendien leveren de zon en de wind geen elektriciteit op aanvraag, zoals (een deel van) de huidige fossiele elektriciteitscentrales wel kunnen. Daarom is er een back-up capaciteit nodig in de vorm van gascentrales om altijd aan de vraag naar elektriciteit te kunnen voldoen. Wat de kosten voor de energie-intensieve industrie nog verder opdrijft.

    Momenteel kiezen energie-intensieve bedrijven die geen tijdkritische of volcontinue productieprocessen ervoor om te produceren op het moment dat er weinig vraag is naar elektriciteit. Op die momenten is de elektriciteitsprijs laag, doordat de basislast centrales doordraaien. Als elektriciteit tientallen procenten van je kostprijs uitmaakt is het interessant om juist op die momenten te produceren.

    Wat nu als we het systeem gaan kantelen? Wat gebeurt er als de energie-intensieve industrie haar productieproces en hun productiecapaciteit afstemt op piekuren in elektriciteitsaanbod? Wat betekent dat voor de standpunten over de energie-intensieve industrie en over de daarvoor benodigde energiebronnen? Wat betekent dat voor de business case van zon- en windenergie en van nieuwe basislast elektriciteitscentrales? Wat betekent het extra vermogen aan wind- en zonneenergie dat mogelijk wordt als de energie-intensieve industrie overstapt op duurzame eneergie voor de lokale luchtkwaliteit en volksgezondheid? Is zo’n overstap onmogelijk? Lees dan de managementsamenvatting van DAAN, een voorstel van Akzo Nobel, Nyrstar en Eneco, of het bredere onderzoek naar vergroening van de basislast en de energie-intensieve industrie.

    En nog een stapje gekker: Wat gebeurt er als je een volledige stad energieneutraal kan maken inclusief hun energie-intensieve industrie? Onmogelijk? Niet als het aan Building Brains ligt… Of als zonne-energie juist kan gaan voorzien in een deel van de piekvraag naar elektricteit en misschien zelfs de behoefte aan extra hoogspanningsleidingen in de gebouwde omgeving kan verkleinen?

    Of op z’n gekst: Wat gebeurt er als je een wijk met voornamelijk sociale woningbouw zonder sloop omvormt tot een gebied met lokale werkgelegenheid, gesloten materiaal- en energiekringlopen, en eigen voedselvoorziening terwijl de huizen betaalbaar blijven? Dan krijg je een heel ander type wijk.

    Slot

    Een heldere definitie van duurzaamheid is lastig te geven. Dat geldt echter ook voor gezondheid, toch weet iedereen wat ongezond is en neemt de overheid voortdurend maatregelen om gezond gedrag te bevorderen of ongezond gedrag af te straffen (maar of dat laatste altijd even effectief is…?). Voor duurzaamheid geldt feitenlijk hetzelfde, iedereen snapt dat producten of productieprocessen waar je ziek van wordt niet vol te houden zijn. De oplossingen zijn op het eerste oog echter zo complex en vergen zoveel systeemaanpassingen dat het aanlokkelijk is om nog een keer 10 jaar te blijven hangen in nader onderzoek.

    Zelf ben ik meer van het doen. Nu we weten dat we weg willen van vervuilende en ziek makende producten en productieprocessen is het zaak om stapjes te gaan nemen. Vanwege de complexiteit is het zaak om  onze ogen voortdurend open te houden voor betere oplossingen en nieuwe inzichten. Dat betekent dat waarheden voorwaardelijk worden, context afhankelijk (wat hier duurzaam is, hoeft dat elders niet te zijn) en subjectief. Of zoals Thierry de Baillon stelt in tweedelig stuk over design thinking: complexe problemen kun je beter tackelen via veel kleine beslissingen dan via een grote beslissing. Waarbij het volgens Bob Sutton dan wel weer van belang is om stong opinions, weakly held te hebben.

    Met dank aan Louis Suarez voor de inspiratie.

  • Manifest maatschappelijk verantwoord inkopen en ondernemen

    Bijna twee jaar geleden vroeg ik me samen met een aantal collega’s af of we de kritiek vanuit het bedrijfsleven op de criteria voor duurzaam inkopen via een interactief proces tot een samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven zouden kunnen ombuigen. Beide partijen onderschrijven tenslotte het doel: bij het verduurzamen van de samenleving ook gebruik maken van de inkoopmacht van de overheid cq. de eigen organisatie.

    In het kader van de toolbox van buiten naar binnen bedachten we daarom een interactief proces om via een informeel proces tussen de inkopers van overheidsorganisaties en bedrijfsleven langzaam maar zeker tot een formeel proces tussen beleidsmakers uit bedrijfsleven en overheidsorganisaties te komen. Waarbij de criteria voor duurzaam inkopen die Agentschap NL heeft ontwikkeld als voorbeeld kunnen dienen.

    We hebben ons proces tijdens de slotbijeenkomst van de toolbox gepresenteerd. We hadden het goede voornemen om er mee aan de slag te gaan na de cursus en ook daadwerkelijk wat neer te zetten. Meer dan een berichtje op mijn weblog, en een presentatie en toelichting aan een aantal collega’s van het programma duurzame bedrijfsvoering rijksoverheid is er echter niet van gekomen. Want ieder van ons was te druk met zijn reguliere werkzaamheden om werkelijk tijd in te steken in ons plannetje. We hebben het nog wel ingediend als plan voor de ASN Wereldprijs, maar ook daar hebben we vervolgens te weinig tijd in weten te steken om zelfs maar een weekprijs te winnen.

    De verrassing

    Op dinsdag 8 februari kwam de Nederlandse Vereniging voor Inkoopmanagement (NEVI) met een persbericht dat 17 Chief Procurement Officers van grote publieke en private bedrijven hun streven om duurzaam inkoopmanagement te verankeren hebben vastgelegd in het manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen en Ondernemen (MVIO). De deelnemende bedrijven zijn: Achmea Zorgverzekeringen, Akzo Nobel, Albert Heijn, Delta Lloyd, Essent Nederland, Heineken Nederland, ING Bank, ING Verzekeringen, Koninklijke DSM, Koninklijke FrieslandCampina, KLM, Koninklijke Philips Electronics, KPN, Nederlandse Spoorwegen, Rabobank Nederland, Rijksoverheid en NEVI.

    Volgens het persbericht zullen de deelnemende bedrijven in vijf jaar tijd milieu -en sociale criteria als vanzelfsprekend worden meegewogen in het inkoopbeleid van hun ondernemingen. De deelnemende bedrijven kunnen daarbij de duurzaam inkoop criteria van Agentschap NL gebruiken of zelf criteria voor maatschappelijke verantwoord inkopen ontwikkelen.

    Of er een verband is tussen het plan voor een alliantie duurzame bedrijfsvoering dat mijn medecursisten en ik hadden uitgedacht en de totstandkoming van het manifest maatschappelijk verantwoord inkopen en ondernemen weet ik niet. Het is in ieder geval wel erg leuk om te zien dat een oud idee in een andere vorm op een andere plaats weer opduikt. Als er een verband is dan is het een goed voorbeeld van je idee laten gaan.

    En nu verder?

    Voor zover mij bekend zijn zo’n beetje alle aan het manifest deelnemende bedrijven lid van VNO-NCW, MKB Nederland en/of MVO Nederland. Ik ben dan ook benieuwd wat de inbreng vanuit deze bedrijven gaat worden in de afgelopen week door MVO NL, MKB NL en VNO-NCW aangekondigde vernieuwing van de duurzaam inkopen criteria. Een van de ideeën die ik tegenkwam in de berichtgeving van MVO Nederland was dat er minder naar lijstjes gekeken moet worden en meer naar een ketenaanpak.

    Ik ben dan wel benieuwd welke vorm van ketenaanpak gekozen gaat worden. Als twee uiterste (voor zover bij mij bekend) heb je aan de ene kant de simpele regels voor duurzaam inkopen van IBM (slechts 4 regels) en aan de andere kant de zeer uitgebreide, wetenschappelijk onderbouwde methodiek van het Sustainability Consortium (waar onder andere Ahold, KPMG en Unilever deel van uitmaken).

    Dit bericht is ook geplaatst op duurzaam pleio en op  het rijksduurzaamheidsnetwerk.