Meerkosten van overschakeling op duurzame energie 400 pond per persoon per jaar

De kosten voor overschakeling naar een duurzaam energiesysteem kost het Verenigd Koninkrijk 5.000 pond per inwoner per jaar. Dat blijkt uit berekeningen van Professor David MacKay, auteur van Sustainable energy, without the hot air. Dat is een kleine 400 pond meer dan doorgaan op de huidige weg met fossiele energie, maar goedkoper dan het scenario met meer CO2 afvang en opslag (CCS) en hogere inzet van biomassa. Het laatste scenario met meer kernenergie komt als duurste uit de bus in het Verenigd Koninkrijk.

Dat laatste mag geen verrassing zijn voor wie het rapport van City Bank of de rapporten over de negatieve leercurve van kernenergie gelezen heeft (dat betekent dat nieuwe centrales duurder zijn dan oudere, alsof je nieuwe pc dezelfde prestatie levert tegen een hogere prijs dan de huidige). Ook de ontwikkelingen bij Delta zeggen voldoende over de commerciële haalbaarheid van kernenergie. Zoals Jonathan Porritt al zei in zijn afscheidsinterview kernenergie komt niet van de grond zonder staatssteun.

Het scenario dat inzet op biomassa en CCS kent twee uitdagingen. Ten eerste de beschikbaarheid van voldoende duurzaam geproduceerde biomassa voor energieopwekking (die daarmee dus niet voor andere doeleinden beschikbaar is). Ten tweede is het nodig om CCS succesvol op commerciële schaal toe te gaan passen. Wat bij de huidige CO2 prijzen op z’n zachtst gezegd een uitdaging is.

In bovenstaande berekeningen zijn de externe kosten van fossiele energie buiten beschouwing gelaten. Volgens verschillende rapporten zijn die aanzienlijk, al hangt het natuurlijk af van de invulling van duurzame energie of dat voordelen oplevert. Zo zal de luchtkwaliteit niet noemenswaardig verbeteren als je kolen en gas vervangt door biomassa. Volgens de Stern Review zijn de kosten van klimaatverandering per Brit 6.500 pond per jaar. Met een meerprijs van 400 pond per Brit voor duurzame energie lijkt dat me een uitermate rendabele investering… Met als bijkomend voordeel dat het opwekken van decentrale energie en het realiseren van energiebesparing vrij lastig te importeren is, waardoor het lokale werkgelegenheid oplevert.

Nederland

Ervan uitgaande dat het Verenigd Koninkrijk en Nederland redelijk vergelijkbaar zijn (met dien verstande dat het VK nog meer laaghangend fruit heeft dan Nederland) biedt bovenstaande berekening een mooi startpunt voor Nederland. In Nederland is daarvoor het Energietransitiemodel ontwikkeld. Daarmee kun je ook verschillende scenario’s doorrekenen, zoals bijvoorbeeld het scenario dat ontwikkeld is door Nederland krijgt nieuwe energie van het Duurzaamheidsoverleg Politieke Partijen. Toch zou ik er de voorkeur aan geven om het model van MacKay om te planten naar Nederland. Al was het maar omdat MacKay ook werkt aan de toevoeging van zaken als kostenvergelijkingen tussen scenario’s en het effect op luchtkwaliteit. Daarnaast vind ik de toelichting bij de scenario’s van de 2050 Pathway Calculator begrijpelijker en gedetailleerder.

Impressie workshop relatie klimaat en luchtverontreinings beleid

Op vrijdag 18 juni organiseerde PBL en VROM een workshop over de relatie tussen luchtkwaliteit en klimaatbeleid. Aanleiding was het gereed komen van het onderzoek uit de tweede fase van het Beleidsonderbouwend Onderzoeksprogramma Luchtkwaliteit en Klimaatbeleid (BOLK).

De belangrijkste resultaten (in mijn ogen en in mijn woorden):

TNO onderzoek naar inzet van biobrandstoffen in het verkeer laat zien dat de emissie van NOx en fijn stof beide licht kunnen dalen door bijmenging van biobrandstoffen. Aandachtspunt is wel dat tot 5% van de voertuigen last kan krijgen van hogere emissies door storingen in de nageschakelde technieken, die de emissies van stikstofoxiden (NOx) en fijn stof laag houden. Voertuigen kunnen daarbij een factor 2 tot 100 hogere emissies krijgen, afhankelijk van het type storing dat optreed. Deze hogere emissies kunnen het voordeel zodoende weer teniet doen. Een punt van aandacht bij biobrandstoffen voor voertuigen was volgens de aanwezigen het ontbreken van kwaliteitseisen aan biobrandstoffen, zoals deze wel gelden voor fossiele brandstoffen (benzine, diesel).

ECN liet zien wat het effect is in 2020 van biobrandstoffen op luchtverontreiniging door stookinstallaties (meestal energiecentrales). Voor middelgrote stookinstallaties worden de negatieve gevolgen van biomassa de komende jaren door aanpassing van het besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallaties (BEMS) gecompenseerd. De emissie-eisen voor fossiel en biomassa worden de komende jaren gelijkgetrokken, zodat in 2020 geen negatief effect meer resteert.

Een aandachtspunt vormt de emissie van niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) bij kleine stookinstallaties. Deze kan door inzet van biobrandstoffen stijgen met 8,5 kiloton NMVOS, een hoeveelheid die volgens ECN groot genoeg is om rekening mee te houden bij de onderhandelingen over de herziening van de Nationale Emissie Plafond-richtlijn (NEC). Waarbij het scenario dat ECN heeft doorgerekend nog niet in overeenstemming is met het 20% hernieuwbare energie scenario. Wanneer dat scenario wel gevolgd kan de emissie van NMVOS nog hoger komen te liggen. Bij sommige type centrales zijn de emissies van NOx en fijn stof ook een aandachtspunt.

Ecofys toonde de resultaten van haar onderzoek naar luchtverontreiniging door biobrandstof ketens. Opvallend daaraan vond ik zelf dat de meeste biobrandstof ketens grondstoffen hebben die beter presteren dan de fossiele referentie ketens. Of er ook daadwerkelijk sprake is van lagere luchtverontreinigende emissies hangt af van de specifieke grondstof, bij biodiesel scoren raapzaad en palmolie bijvoorbeeld slechter dan hout en biogas. Vooral de emissie van ammoniak en fijn stof stijgt bij raapzaad en palmolie ten opzichte van fossiele diesel, terwijl de emissie van zwaveldioxide (SO2) daalt.

De Universiteit van Utrecht presenteerde de resultaten van onderzoek naar het effect van CO2 afvang en opslag (CCS) op de omvang van grensoverschrijdende luchtverontreiniging. Alles op basis van literatuurstudie, want praktijkgegevens zijn slechts zeer beperkt beschikbaar. Uit de literatuur komt naar voren dat de de emissie van NOx en SO2 daalt, terwijl de emissie van ammoniak (NH3) stijgt. De extra NH3 emissie is goed voor 1 a 2% van de totale Nederlandse emissie. De Universiteit van Utrecht bepleitte meer monitoring en registratie van luchtverontreiniging bij CCS projecten, zodat meer onderzoek mogelijk wordt naar het effect van CCS op luchtkwaliteit. Volgens de Universiteit van Utrecht was helaas niet duidelijk of bij de gunning van CCS subsidies dergelijke metingen ook meegenomen zouden worden.

UK

Buiten de vele presentaties van onderzoeksresultaten van BOLK was er ook een presentatie van het Engelse ministerie van milieu (DEFRA). Een boeiende presentatie, die voor een groot deel ging over duurzame energie. DEFRA vertelde dat de UK inzet op een rendement voor investeerders van 12%, waarbij het beleid technologie neutraal is. De UK maakt dus geen keuze tussen windenergie, biobrandstoffen of zonne-energie, maar probeert omstandigheden te creëren waarin de markt in staat is om haar eigen keuze te maken. Dat brengt wel de nodige kopzorgen met zich mee voor DEFRA, aangezien het aandeel biobrandstoffen voor luchtkwaliteit en grensoverschrijdende luchtverontreiniging nogal uitmaakt.

IAASA

De presentatie van het onderzoeksbureau dat voor de Europese Commissie veel van het modelleer werk op gebied van klimaat- en luchtkwaliteitsbeleid doet ging met name over de broeikaspotentie van stoffen. Een wijze van presenteren van gegevens waar ik niet mee bekend ben, maar de volgende twee punten zijn me bijgebleven:

  1. Retrofit van verkeer is op lange termijn niet zinvol, het is zinvoller te zorgen dat de EURO normering voor verkeer het gewenste resultaat heeft. Als dat gebeurt daalt de emissie van het verkeer de komende 10 jaar vanzelf fors.
  2. De broeikaspotentie van stoffen is niet over de hele wereld gelijk. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat het effect in de poolgebieden veel groter is.

En verder…

Tot slot gaf het PBL nog een macro-economische presentatie. Met als hoofdboodschap dat stringente luchtkwaliteitsdoelen de klimaatdoelen makkelijker haalbaar maken en omgekeerd. De conclusie, van een voor mij als econoom nauwelijks volgbare presentatie was:

Luchtkwaliteit is lokaal en korte termijn. Klimaatbeleid is abstract, globaal en speelt op de lange termijn. Daarom is het verstandig te focussen op luchtkwaliteit, de voordelen daarvan zijn op de korte termijn en lokaal zichtbaar. Waardoor er meer draagvlak voor is. Klimaatbeleid kan dan voorlopig meeliften op luchtkwaliteit. Of dat nou verstandig is weet ik niet, het sluit wel aan bij de gedachtegang uit mijn eerdere bericht dat milieubeleid breder is dan alleen klimaat.

Overigens blijft het de vraag of alle synergie uit de onderzoeken in de praktijk te behalen is. Een groot deel van het klimaatbeleid valt tenslotte onder Europese emissiehandel (ETS), waardoor het mogelijk is om CO2 reductie buiten Nederland te halen. De synergie effecten voor lucht zullen dan ook naar het buitenland verplaatst worden.

Bernard Wientjes: 'innovatie is duurzaamheid, of duurzaamheid is innovatie'

Bernard Wientjes, de voorzitter van VNO-NCW, sprak op 19 januari tijdens de Big Improvement Day. De eerste minuten gaan over wat verkeerd gaat in Nederland. Vanaf minuut 4 wordt ’t m.i. interessanter als Wientjes praat over duurzaamheid, innovatie en kansen voor het Nederlands bedrijfsleven. De drie terreinen die hij ziet als kansrijk:

  1. Water en klimaatadaptatie, oftewel landen helpen zich te beschermen tegen de stijgende zeespiegel;
  2. Biofuels, waar hij ook de kennis van de WUR noemt;
  3. Logistiek, maar dan wel met de meest duurzame haven ter wereld.

De meest opmerkelijke quote (in mijn ogen):

Uitsluitend innovatief ondernemerschap kan de oplossing bieden om weer tot economische groei te komen. Bij elke ondernemer in Nederland is duidelijk dat innovatie alleen maar kan op basis van duurzaamheid. Eigenlijk is het woord innovatie duurzaamheid geworden, of duurzaamheid is innovatie.

Duurzaamheid gaat volgens Bernard Wientjes niet alleen over moreel ondernemerschap. In de toekomst is innoveren op basis van duurzaamheid, volgens Wientjes, het verschil tussen dood en leven. Niet alleen voor onze aarde, maar ook voor ondernemingen. De uitspraak van Wientjes gaf op twitter positieve reacties:

Nooit gedacht dat ik Bernard Wientjes zo’n koning zou vinden #mooiewoorden #BID #bid10 #duurzametoekomst

Maar was ook aanleiding tot kritische vragen:

@krispijnbeek En hoe gaat VNO-NCW daartoe empoweren? Heeft Bernhard Wientjes daar ook visie op.? #yam #bid10


rpgeradts

Kijk en oordeel zelf.

Kroonrede Bernard Wientjes (VNO-NCW) – Big Improvement Day (BID) 2010 from FunnelVision on Vimeo.

Met dank aan Visie Nederland & FunnelVision voor het (mogelijk) maken van de video.

Oorzaken van hogere voedselprijzen

In the Washington Post staat een mooi overzicht van de verschillende oorzaken van de huidige hoge voedselprijzen. Het populaire geloof wil dat dat enkel en alleen aan biobrandstoffen ligt, de werkelijkheid is zoals altijd toch iets ingewikkelder.

De Washington Post onderscheidt de volgende oorzaken:

  • Handelsbeperkingen, waarbij vooral exportbeperkingen genoemd worden. De importbeperkingen van de VS en de EU blijven buiten schot.
  • Groeiende welvaart in China en India, waardoor de vraag naar vlees stijgt.
  • Het weer: hittegolven, droogte en hevige regenval hebben dalende oogsten tot gevolg in belangrijke graanproducerende landen.
  • Biobrandstoffen: de focus ligt vooral op de VS. Door subsidies is de hoeveelheid mais die gebruikt wordt voor biobrandstoffen gestegen van 5% in 1998 naar 25% van de oogst in 2007. Als gevolg daarvan is de maisprijs gestegen, waardoor Europese boeren overstappen op het goedkopere sorghum als voedsel voor hun vee.
  • Stijgende brandstofprijzen: door de stijgende olieprijs is het bijna dubbel zo duur om graan te transporteren.

Doorgaan met het lezen van “Oorzaken van hogere voedselprijzen”

Biobrandstof vs. voedsel?

Al een aantal maanden woedt er een debat over de vraag of biobrandstoffen de voedselproductie verdringen. Ik kan zelf niet beoordelen of dat het geval is, maar de discussie is op z’n minst in veel gevallen erg ongenuanceerd en slecht onderbouwd. Wat me verder opvalt in het debat is dat er weinig aandacht is voor de grote verstoring van de landbouwmarkt door subsidies. Daarmee bedoel ik niet alleen de subsidies voor de productie van biobrandstoffen, maar ook en vooral de subsidies aan de landbouwsector in de EU en de VS, en de subsidies om de voedselprijs laag te houden voor de stadsbevolking die veel armere landen hanteren (of bestaat er al weer een nieuw pleonasme voor arme landen?).

Hierbij twee hoofdredactionele commentaren die wel aandacht hebben voor dit onderdeel van het dilemma en de negatieve bijeffecten van de subsidie goed uitleggen:

NRC commentaar d.d. 19 april 2008 » Het landbouwbeleid op de korrel genomen:

De teelt van gewassen voor biobrandstoffen verdringt de teelt voor de voedingsmarkt. Het is dus geen wonder dat de twijfel – onder meer in het Europees Parlement – over het gebruik van biobrandstoffen, dat bedoeld is om CO2-uitstoot te verminderen, toeneemt. Naast deze factoren heeft incidentele droogte de schaarste vergroot.

De fundamentele oorzaak van het verder stijgen van de prijzen is echter politiek. De traditionele industrielanden subsidiëren en beschermen van oudsher de landbouwsector. Dat gaat ten koste van de consument die vaak te veel betaalt voor zijn voedingsmiddelen, want de binnenlandse prijzen waren, en zijn, vaak hoger dan de prijzen op de wereldmarkt. In grote delen van (voorheen) de derde wereld is dat precies andersom. Op last van de overheid worden de voedselprijzen voor de bevolking laag gehouden, met tariefbeperkingen en subsidies. De subsidiëring van de consument is hier ten koste gegaan van de boer. Die heeft door de lage prijzen een onvoldoende prikkel om te investeren.

De Groene Amsterdammer d.d. 17 april 2008, Hoofdcommentaar: Vegetarische boterhamworst:

Het is duidelijk dat subsidies, hoe ruim ook, alleen directe onrust kunnen wegnemen. De voedselcrisis is niet een tijdelijke impasse, het is een fundamenteel probleem. De vooruitgang die de laatste veertig jaar in de bestrijding van honger en armoede is geboekt, kan er volledig door worden tenietgedaan.

(…)

Het deprimerende is dat het hier niet gaat om een tekort maar om een verdelingsprobleem, en dus om de manier waarop de wereldeconomie inzake voedsel is ingericht. Internationale organisaties als het imf stimuleren de ontwikkelingslanden bijvoorbeeld hun voedselproductie minder divers te maken en te richten op de export. Daarmee maken zij zich los van de directe lokale behoefte en worden ze gevoeliger voor internationale tendensen, waar zij bovendien maar heel weinig invloed op kunnen uitoefenen. Tegelijkertijd overspoelen de rijkere landen de lokale markten in de Derde Wereld met gesubsidieerde landbouwproducten, waardoor de lokale productie wordt weggeconcurreerd en de brodeloze boeren naar de stad trekken.

Je kan het natuurlijk ook iets algemener trekken, zoals David Zetland op zijn weblog Aguanomics: Kill Biofuels doet:

Bottom Line: Governments should not choose winners. Governments should set a carbon tax and let markets and competition produce the winners.

2e Generatie biobrandstoffen

Terwijl inmiddels de nadelen van de eerste generatie biobrandstoffen zichtbaar worden door de stijgende prijzen van voedselgewassen (zoals maïs in Mexico en de VS) is de tweede generatie biobrandstoffen inmiddels in opkomst. Het voordeel van de zogenaamde tweede generatie biobrandstoffen is dat ze minder concurreren met de voedselvoorziening.

In de VS lijken een aantal bedrijven in te zetten op ethanol uit cellulose en olie uit algen. Voor Europa lijkt de oplossing deels uit Afrika te kunnen gaan komen. Jatropha Curcas, een plant die onder zeer arme omstandigheden kan groeien, kan behoorlijke hoeveelheden olie leveren. Diligent Energy Systems, een Nederlands bedrijf, is een van de bedrjiven die bezig is met de commerciële toepassing van deze plant.