Waarom ik niet naar het 1ste FD energiedebat ga

Op 28 september organiseert het FD samen E.On het eerste FD Energiedebat. Daarin staat de rol van de energie-intensieve industrie centraal. Met als centrale stelling: Hoe kun je grootverbruikers verduurzamen met behoud van hun concurrentiepositie? Op zich een interessant thema, waar ik me in mijn vorige baan veelvuldig mee heb beziggehouden.

Op BNR wordt al weken, zo niet maanden, reclame gemaakt voor het debat met een schreeuwerig reclamespotje. De cliffhanger van het spotje luidt ongeveer:

Kunnen we wachten tot de industrie haar productieproces heeft verduurzaamt? Of kiezen we een radicalere optie? Een industrie op kernenergie?

In zoveel ongeïnformeerdheid heb ik geen behoefte. Verduurzaming van de industrie lijkt in het spotje puur te draaien om het overschakelen van de industrie op duurzame energie, terwijl bij verduurzamen nog wel wat meer zaken komen kijken. Zelfs als je enkel naar de planet kant kijkt… Daarnaast heeft de Nederlandse industrie de afgelopen decennia grote stappen gemaakt als het gaat om het terugdringen van milieu-onvriendelijke emissies naar bodem, water en atmosfeer. De kreet wachten tot de industrie haar productieprocessen verduurzaamd doet geen recht aan die resultaten. In de Kamerbrief ‘Milieubeleid industrie na afronding milieuconvenanten‘ schreef VROM hier in 2010 over:

In de jaren »90 heeft het Rijk met elf bedrijfstakken en het IPO en de VNG milieuconvenanten afgesloten met ambitieuze doelen om de industriële milieubelasting per 2010 te decimeren ten opzichte van 1985. Deze doelen zijn grotendeels gehaald en de milieuconvenanten zijn dan ook succesvol geweest. Zo zijn voor 18 van 31 prioritaire stoffen de convenantsdoelen voor de luchtemissies voor 2010 gehaald, met reducties van 80–90% ten opzichte van 1985. Ook de emissies naar het oppervlaktewater zijn sterk verminderd, wat heeft bijgedragen aan een veel betere waterkwaliteit. Alleen bij specifieke bronnen is op grond van de Kaderrichtlijn Water nog een verdere reductie van PAK’s3 en zware metalen nodig. De externe veiligheid van de industrie is goed geregeld, het industrielawaai is  beperkt, het aanbod van industrieel afval is teruggedrongen, het industrieel grondwatergebruik is verminderd en er is aandacht voor bodemsanering en bodembescherming en milieuzorg.

De energiesector heeft ook aan bijgedragen aan het verminderen van de vervuilende emissies. Wat veel moeilijker blijkt is het halen van de doelstellingen voor het omschakelen naar hernieuwbare en duurzame energie door de energiesector. Dat was een uitdaging toen de energiebedrijven nog in handen van gemeenten en provincies waren, en dat is het nog steeds. De laatste schatting van het PBL die ik een paar weken geleden langs zag komen sprak van 12% in 2020 (iets onder de Europese doelstelling voor Nederland van 14%). Een energie-intensieve industrie op kernenergie is niet radicaal, dat is een oude koe uit de sloot trekken. Een die onze voorouders voor ogen stond nog voordat ze aardgas vonden.

Een radicale en eigentijdse optie is in mijn ogen een energie-intensieve industrie op duurzame energie. Zoals bijvoorbeeld het Duurzaam Arrangement AkzoNobel en Nyrstar (DAAN) beoogt. Of de voorstellen voor vergroening van de basislast en grootverbruik. Voor de lezer die wel gaat: breng het gerust in en hou scherp wat er bedoeld wordt met duurzaam. Gaat dat enkel om de energievoorziening voor de energie-intensieve industrie, of gaat het om het duurzaam maken van de productieprocessen van de energie-intensieve industrie? In het eerste geval is de vraag namelijk of we wel kunnen wachten tot de energiebedrijven dat voor elkaar hebben.

Hoe om te gaan met de beperkte houdbaarheidsdatum van duurzame oplossingen?

Dat is een vraag die me de afgelopen jaren veel gesteld is. Veel mensen die ik spreek vinden het een groot, warrig, vaag of verwarrend begrip. De reactie op deze onzekerheid verschilt van persoon tot persoon. De een stelt dat we eerst maar eens een goede definitie van duurzaamheid moeten formuleren, zodat duidelijk is wat we er mee bedoelen. De ander versmalt het begrip tot enkel milieu, klimaat of nog smaller tot duurzame energie. Zoek bijvoorbeeld eens op duurzaam bouwen een tel het aantal links dat ingaat op andere aspecten dan enkel het energieverbruik van een gebouw… Een derde wil vooral 100% zekerheid (of verlangt naar foutloze wetenschap) voordat er tot actie overgegaan kan worden.

De waarde van onzekerheid

Ergens vind ik het jammer dat er zo’n sterke drive tot zekerheid en versimpeling is. Het streven naar duurzaamheid is in mijn ogen namelijk een complex en lastig proces, waarbij duurzaamheid en de oplossingen die we er voor zoeken ook nog eens een moving targets zijn. Wat vandaag duurzaam lijkt, kan morgen onduurzaam blijken te zijn (denk aan de discussies over duurzaamheid van energie uit biomassa). Het aanleren van nieuwe ideeën, maar vooral ook het afleren van oude blijkt een lastige opgave te zijn voor mensen. Het vereist een omslag van denken in absolute waarheden naar denken in voorwaardelijke waarheden, aldus Ted Cadsby in een blog op Harvard Business Review.

Hij vergelijkt de manier waarop ons brein werkt met de bevruchting van een eicel. Zodra de eerste zaadcel een eicel bevrucht wordt de wand van de eicel ondoordringbaar, zodat andere zaadcellen niet meer naar binnen kunnen. Volgens Cadsby gebeurt dat ook in onze hersenen bij onzekerheid. Iets niet weten creëert een spanning die opgelost kan worden door een oplossing aan te dragen. Zodra deze oplossing gevonden is hebben andere oplossingen minder kans. Oplossingen die goed passen binnen onze denkbeelden maken natuurlijk meer kans, dan oplossingen die een grote omslag in ons denksysteem vereisen om weer tot een consistent geheel te komen. Voor wie meer in het Nederlands wil lezen over het nemen van beslissingen in complexe situaties raad ik de site van Top Innosense aan, of begin bij dit bericht op hun oude weblog.

De waarde van onzekerheid bij duurzame ontwikkeling

Het bereiken van een duurzame(re) samenleving is een complex probleem. Al was het maar vanwege de vele verschillende betekenissen die mensen toekennen aan het woord. Voor de een is duurzaamheid innovatie, voor de ander is duurzaamheid de normaalste zaak van de wereld, en voor andere gaat het om dood aan het grootkapitaal of om plantjes knuffelen.

Een van de lastigste aspecten aan duurzaamheid vind ik zelf de complexe relaties tussen ogenschijnlijk onafhankelijke zaken en de onvoorspelbare innovatieroutes die er bij horen. Zo is er een grote samenhang mogelijk tussen menselijke gezondheid, luchtkwaliteit en klimaatbeleid, maar nog mooier is het als duurzame ontwikkeling ook bijdraagt aan werkgelegenheid. In beleidstermen heb je het dan over Green Growth, een onderwerp waar de UNEP veel over gepubliceerd heeft en waar Zuid-Korea het voortouw heeft.

In Nederland lopen veel discussies over groene groei vast op de toekomst van de energie-intensieve industrie. Dit komt m.i. deels door de versmalling van de discussie over de transitie naar een duurzame samenleving tot een energietransitie en doordat er geen ruimte is voor nieuwe waarheden. In een deel van de hoofden is er zelfs geen plaats voor bestaande waarheden, zoals het scala aan steunregelingen vooor fossiele energie. Maatregelen die voor een milieu-econoom simpelweg gelijk staan aan een subsidie, alleen dan in de vorm van fiscale prikkels of command-and-control beleid. Een goed startpunt voor meer uitleg daarover is environmental economics 101 van Env-Econ.net.

Voorwaardelijke waarheden bij duurzame energie

Nederland heeft in het verleden veel energie-intensieve industrie weten aan te trekken door goedkoop aardgas, dat moest en zou ten gelde gemaakt worden voordat de volledige energievoorziening op kernenergie zou overschakelen. Onder druk van toenemende vraag en het milieubeleid wordt elektriciteit van aardgas duurder. Van oudsher is het idee dat duurzame energie te duur is voor de energie-intensieve industrie. Bovendien leveren de zon en de wind geen elektriciteit op aanvraag, zoals (een deel van) de huidige fossiele elektriciteitscentrales wel kunnen. Daarom is er een back-up capaciteit nodig in de vorm van gascentrales om altijd aan de vraag naar elektriciteit te kunnen voldoen. Wat de kosten voor de energie-intensieve industrie nog verder opdrijft.

Momenteel kiezen energie-intensieve bedrijven die geen tijdkritische of volcontinue productieprocessen ervoor om te produceren op het moment dat er weinig vraag is naar elektriciteit. Op die momenten is de elektriciteitsprijs laag, doordat de basislast centrales doordraaien. Als elektriciteit tientallen procenten van je kostprijs uitmaakt is het interessant om juist op die momenten te produceren.

Wat nu als we het systeem gaan kantelen? Wat gebeurt er als de energie-intensieve industrie haar productieproces en hun productiecapaciteit afstemt op piekuren in elektriciteitsaanbod? Wat betekent dat voor de standpunten over de energie-intensieve industrie en over de daarvoor benodigde energiebronnen? Wat betekent dat voor de business case van zon- en windenergie en van nieuwe basislast elektriciteitscentrales? Wat betekent het extra vermogen aan wind- en zonneenergie dat mogelijk wordt als de energie-intensieve industrie overstapt op duurzame eneergie voor de lokale luchtkwaliteit en volksgezondheid? Is zo’n overstap onmogelijk? Lees dan de managementsamenvatting van DAAN, een voorstel van Akzo Nobel, Nyrstar en Eneco, of het bredere onderzoek naar vergroening van de basislast en de energie-intensieve industrie.

En nog een stapje gekker: Wat gebeurt er als je een volledige stad energieneutraal kan maken inclusief hun energie-intensieve industrie? Onmogelijk? Niet als het aan Building Brains ligt… Of als zonne-energie juist kan gaan voorzien in een deel van de piekvraag naar elektricteit en misschien zelfs de behoefte aan extra hoogspanningsleidingen in de gebouwde omgeving kan verkleinen?

Of op z’n gekst: Wat gebeurt er als je een wijk met voornamelijk sociale woningbouw zonder sloop omvormt tot een gebied met lokale werkgelegenheid, gesloten materiaal- en energiekringlopen, en eigen voedselvoorziening terwijl de huizen betaalbaar blijven? Dan krijg je een heel ander type wijk.

Slot

Een heldere definitie van duurzaamheid is lastig te geven. Dat geldt echter ook voor gezondheid, toch weet iedereen wat ongezond is en neemt de overheid voortdurend maatregelen om gezond gedrag te bevorderen of ongezond gedrag af te straffen (maar of dat laatste altijd even effectief is…?). Voor duurzaamheid geldt feitenlijk hetzelfde, iedereen snapt dat producten of productieprocessen waar je ziek van wordt niet vol te houden zijn. De oplossingen zijn op het eerste oog echter zo complex en vergen zoveel systeemaanpassingen dat het aanlokkelijk is om nog een keer 10 jaar te blijven hangen in nader onderzoek.

Zelf ben ik meer van het doen. Nu we weten dat we weg willen van vervuilende en ziek makende producten en productieprocessen is het zaak om stapjes te gaan nemen. Vanwege de complexiteit is het zaak om  onze ogen voortdurend open te houden voor betere oplossingen en nieuwe inzichten. Dat betekent dat waarheden voorwaardelijk worden, context afhankelijk (wat hier duurzaam is, hoeft dat elders niet te zijn) en subjectief. Of zoals Thierry de Baillon stelt in tweedelig stuk over design thinking: complexe problemen kun je beter tackelen via veel kleine beslissingen dan via een grote beslissing. Waarbij het volgens Bob Sutton dan wel weer van belang is om stong opinions, weakly held te hebben.

Met dank aan Louis Suarez voor de inspiratie.

Powershift: Your energy = my energy

De filmpjes die bij de Powershift bijeenkomst van Sogeti horen zijn naar mijn mening een laagdrempelige manier om meer te weten te komen van de uitdagingen en kansen die er aan komen in ons energiesysteem. Aangezien onze hele samenleving zwaar afhankelijk is van energie (gas, olie en elektriciteit) zal ik deze filmpjes de komende weken hier de revue laten passeren met links naar aanvullend leesvoer voor wie meer wil weten.

Filmpje: Your energy is my energy

In het tweede filmpje staat de ontwikkeling van decentrale energiesystemen centraal. Het filmpje begint met Catherine Mohr die uitlegt hoe zij bij het bouwen van haar huis rekening heeft proberen te houden met duurzaamheid, het uitgangspunt was daarbij het verminderen van de milieudruk (dus niet zo vergaand als het No Impact Man experiment). Een grote uitdaging waar zij tegenaan liep is de grote hoeveelheid informatie en de betekenis daarvan voor haar situatie. Volgens haar is de hoeveelheid informatie voor mensen verwarrend en is er ook veel misinformatie.

Nu ik iets minder dan een jaar bezig ben ons huis te verduurzamen kan ik me de frustratie van Catherine Mohr over de informatieovervloed en de kwaliteit van de beschikbare informatie volledig onderschrijven. Zie bijvoorbeeld mijn ervaringen met het EPA advies of mijn opmerking vorige keer over het rekenvoorbeeld voor een zonneboiler van Milieucentraal, waar naar mijn mening te hoge kosten en te lage opbrengsten staan.

Christina Lampe-Onnerud en Alex Rogers pleiten voor snellere en betere feedback over het gevolg van je handelingen. In de hoop dat mensen op die manier bewuster worden van het effect van hun handelen op hun energieverbruik. Igor Kluin sluit daar bij aan en vraagt een kleine wijziging van gedachte met grote gevolgen. Hij is van mening dat de belangrijkste uitdaging is om mensen hun energievraag aan te laten passen aan een duurzaam energie systeem… De vraag wordt dan wanneer wasmachine klaar moet zijn i.p.v. wanneer de wasmachine moet beginnen. Ogenschijnlijk een klein stapje, maar mentaal misschien wel de grootste uitdaging…

Your energy is my energy from FreedomLab on Vimeo.

De meest interessante aangrijpingspunten voor verandering die dit filmpje aanstipt zijn naar mijn mening:

  • Hoe past je eigen huis en levensstijl in de lokale omgeving?
  • Hoe bereik je de denkslag dat je zelf je energievraag kunt aanpassen aan het energieaanbod?

Meer lezen

En voor degene die willen weten hoe de energie-intensieve industrie past in de verandering van aanbod naar vraaggestuurde energiehuishouding is DAAN een aardig startpunt:

Meer zien

Eerder dit jaar heb ik ook verschillende filmpjes geplaatst over veerkrachtige steden. Het hoofdthema daarvan is hoe verschillende steden op hun eigen wijze manieren ontwikkelen om zich beter aan te passen aan hun huidige klimaat en aan de effecten van mogelijke klimaatveranderingen.

Zelf verantwoordelijkheid nemen?

Er zijn in Nederland op dit moment heel veel lokale duurzame energiebedrijven (in oprichtng). Deze hebben allemaal min of meer het zelfde uitgangspunt: de energie die lokaal nodig is lokaal opwekken. Je kan een initiatief in de buurt zoeken en je daarbij aansluiten.

Wil je je niet aansluiten bij een lokaal energiebedrijf, maar wil je wel zelf energieopwekken kijk dan eens bij Zeekracht, Meewind, Windvogel en Zonvogel.