Update:de Nederlandse aluminium smelter Aldel maakt dit jaar een doorstart met een directe aansluiting op het Duitse elektriciteitsnetwerk. En het lijkt erop alsof het Verenigd Koninkrijk ook jaloers is op de elektriciteitsprijzen voor de grootste industriële energieverbruikers.
ACHTERGROND – Vandaag heb ik oud nieuws voor je, maar het is niet zo breed bekend. In 2013 schreef ik over de plannen van de Nederlandse aluminiumsmelter Aldel om faillissement aan te vragen als het geen directe aansluiting kreeg op het Duitse elektriciteitsnetwerk (Nederlandse elektriciteit is duurder). Kort daarna vroeg het bedrijf inderdaad faillissement aan.
Maar hier eindigt het verhaal niet. In november kondigde het bedrijf aan dat de directe aansluiting op het Duitse netwerk dit jaar gereed zal komen en dat het bedrijf op dat moment een doorstart wil maken. (Update: het lijkt erop dat het bedrijf begin maart inderdaad doorgestart is. De directe lijn is toegezegd, maar nog niet gereed. Zie dit artikel.)
In februari schreef Reuters dat de Duitse aluminium producent Trimet een in problemen verkerende concurrent in Frankrijk over had genomen. Het artikel wijst er op dat de aluminium sector in een aantal landen in moeilijkheden verkeerd, maar Duitsland behoort niet tot deze landen.
In mijn onderzoek hiernaar kwam ik ook een studie (PDF) uit april 2012 tegen naar de sluiting van een aluminiumsmelter in het VK, dat zijn aluminiumsector de laatste jaren heeft zien verkommeren. De enige keer dat Duitsland genoemd wordt in de studie is in verband met de elektriciteitsprijzen:
The most damaging of all additional energy costs are those that are imposed unilaterally, so that British energy-intensive industries pay costs that their rivals in other countries do not. With the addition of the most recent of these, the carbon price floor, total UK electricity costs in 2013 will be raised by 24 per cent for energy-intensive sectors. To put this in perspective, German energy-intensive businesses will only be paying 16 per cent extra through government-added costs at the same time.
En verderop:
… the mitigation measures the UK gives to energy-intensive companies, such as a 65 per cent rebate on the climate change levy that will rise to 80 per cent from next year, are still small fry compared to the other green costs they face here and the greater discounts other countries offer. Germany for instance provides energy-intensive firms with a rebate of 98.5 per cent of the cost of subsidising renewable energy on electricity bills. This allows the German government to pursue its green agenda but without the risk of overburdening valuable and vulnerable industries. Including all other costs, British companies will be paying 15 per cent more for their electricity compared to Germany in 2013.
Bedenk je dat dit rapport uit april 2012 stamt, toen de Duitse opslag voor duurzame energie 3,5 Eurocent bedroeg, vergeleken met 6,2 Eurocent op dit moment. Wat betekent dat de situatie verslechterd is bezien vanuit de energie-intensieve industrie in het VK.
Het vormt aanvullend bewijs dat de grootste energieverbruikers in Duitsland zich goed staande houden in de Energiewende.
En overigens hadden de Nederlanders onlangs een grote blackout in de regio Amsterdam. Hoewel Reuters zegt dat er problemen waren bij een onderstation, weten we allemaal dat hernieuwbare energiebronnen het grootste probleem waren. De Nederlanders hebben immers zoveel zonne-energie dat ze het niet eens kunnen niet eens tellen.
Dit artikel is oorspronkelijk door Craig Morris gepubliceerd op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.
De Telegraaf, de NOS en Trouw besteedde een aantal weken geleden aandacht aan de gedeeltelijke zonsverduistering die op 20 maart dit jaar plaats vind. De basis hiervoor was een persbericht van Tennet. De reactie van Craig Morris op de Nederlandse berichtgeving: ‘Onzin’. Tijd dus om ook het derde artikel dat Craig Morris over de zonsverduistering schreef voor Renewables International te vertalen voor Sargasso.
Entso-e, de organisatie van Europese netwerkbeheerders, heeft een paper gepubliceerd waarin ze de impact van de komende gedeeltelijke zonsverduistering op de productie van zonne-energie in de EU onderzoeken.
Op 20 maart zal Europa getuige zijn van een gedeeltelijke zonsverduistering, de eerste sinds het continent zoveel capaciteit aan zonelektrisch vermogen heeft geïnstalleerd. Ik schreef al eerder over het onderwerp hier en hier. De grote vraag is of het elektriciteitsnetwerk in staat zal zijn om met zo’n snelle verandering in zonelektrisch vermogen om te gaan. Het korte antwoord is ja, maar het lange antwoord is dat het een ruige rit kan gaan worden – of een volstrekt oninteressante dag als het bewolkt is.
Entso-e heeft z’n eigen overzicht voor Europa gepubliceerd (PDF). Hoewel het duidelijk geschreven is voor ingenieurs (de organisatie wil netwerkbeheerders helpen bij de voorbereiding voor de gebeurtenis), is het stuk nog steeds interessant om te lezen voor het algemene publiek, deels omdat het zoveel cijfers bevat. Tsjechië lijkt bijvoorbeeld een klein beetje minder te hebben op 28 maart dan eind 2013 had, en de cijfers voor Nederland zijn wilde gok (zie de tabel op bladzijde 5).
De tabel op pagina 6 toont dat de maximale verduistering in Duitsland 76% zal bedragen (in Kassel), maar daalt naar 59% in Italië (Florence). Het ‘episch centrum’ van de eclips ligt erg noordelijk, zodat de invloed naar het zuiden toe verminderd. Wat interessant is is dat de verduistering in Madrid, Spanje, en Coimbra, Portugal met respectievelijk 67% en 70% groter is dan in Italië. Maar Spanje en Portugal hebben veel minder zonelektrisch vermogen geïnstalleerd.
Door heel continentaal Europa kan de afname aan zonelektrisch vermogen zo’n 30 GW bedragen, op een geïnstalleerd vermogen van grofweg 90 GW. Ik schat in dat de afname in Duitsland met gemak 10 GW van de 39 GW geïnstalleerd vermogen kan bedragen; Entso-e stelt het maximum op 16.916 MW (iets minder dan 17 GW). Ze gaan daarbij uit van een stralende, hemelsblauwe lucht, terwijl ik uitging van een sigarenkist berekening op basis van een scenario met redelijk goed weer. Elke bedekking van de hemel met wolken (en er zullen best wat wolken boven Europa zijn) zal de impact van de zonsverduistering verminderen, en een bewolkte hemel boven Duitsland zal van de zonsverduistering een non-evenement maken. De studie verwacht dat de vermindering van de invoer van zonnestroom tot 50% van Duitsland alleen komt.
De studie zet de maximale vermindering op 400 MW per minuut over Europa, maar de vermeerdering zal groter zijn met maximaal 700 MW per minuut. Het verschil hangt samen met het moment van de dag. De zonsverduistering start om 8:30u ‘s ochtends, wanneer er nog relatief weinig zoninstraling is. De eclipse begint grofweg een half uur later te verdwijnen. Dus het opvoeren van het vermogen aan zonne-energie vind ruwweg plaats tussen 9 en 10u ‘s ochtends, wanneer de zoninstraling groter is. Daarom gaat het opvoeren van het vermogen sneller dan het ‘afregelen’.
De meest saillante verrassing is voor mij dat in Groot Brittanië het effect van mensen dat naar de zonsverduistering gaat kijken op de elektriciteitsvraag blijkbaar groter is dan het effect van zonne-energie op de elektriciteitsproductie. Vreemd genoeg stelt de studie:
The PV effect acts in the opposite direction on the residual demand to the human-demand effect, and so will in fact ameliorate the situation.
Ik weet niet zeker wat hier bedoeld wordt. De productie van zonnestroom zal eerst dalen en dan snel stijgen, dus het beweegt in twee richtingen. Het menselijk effect kan een lagere vraag naar elektriciteit zijn als veel mensen stoppen met werken om de zonsverduistering te bekijken (LET OP: kijk NIET rechtstreeks in de richting van de zon), maar eerlijk gezegd weet ik niet zeker of Entso-e denkt dat iedereen z’n tv aan zal zetten om de eclips te bekijken, waardoor de vraag naar elektriciteit juist stijgt. Hoe het ook zij, de vraag naar elektriciteit zal ongewoon zijn die ochtend, maar zal niet gelijk opgaan met de verandering in opgewekte zonnestroom. I neem aan dat mensen hun elektriciteitsverbruik net voor de eclips veranderen en weer aan het werk zullen gaan net nadat de zonsverduistering voorbij is. En nogmaals, bescherm a.u.b uw ogen. Het elektriciteitsnetwerk overleeft het wel, maar laten we ons niet allemaal blind staren op deze zeldzame gebeurtenis.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.
ACHTERGROND – De Telegraaf, de NOS en Trouw besteedde vorige week aandacht aan de gedeeltelijke zonsverduistering die op 20 maart dit jaar plaats vind. De basis hiervoor is het persbericht van Tennet. De reactie van Craig Morris op de berichtgeving in de Telegraaf: ‘Onzin’. Tijd dus om een drietal artikelen die Craig Morris eerder over dit onderwerp schreef voor Renewables International te vertalen voor Sargasso. Vandaag het tweede artikel, het eerste artikel vind je hier.
De Duitse professor in duurzame energie Volker Quashning heeft zijn studenten onderzoek laten doen naar de wijze waarop de energiesector de eclips van 20 maart behandelt. Er worden geen echte problemen verwacht, maar we hebben nu een mooie video die laat zien hoe de gebeurtenis zal plaatsvinden. Vooral gascentrales zijn daarbij belangrijk.
Eerder schreef ik al over de gedeeltelijke zonsverduistering van 20 maart 2015 in relatie tot het Duitse elektriciteitsnetwerk. De gebeurtenis kreeg in Duitsland algemene bekendheid toen ook Der Spiegel schreef dat netwerkbeheerders zich zorgen maken. Mijn initiële analyse was dat het opvoeren en afbouwen van de hoeveelheid zonelektrisch vermogen aan de top zit van wat al geregeld gedaan wordt, maar dat het niet exceptioneel is. Zeker niet als 20 maart een bewolkte dag wordt.
Inmiddels heeft Professor Volker Quashning, die sommige zich mogelijk herinneren van dit interview of zijn oproep voor 200 GW PV in Duitsland, met zijn studenten een visualisatie van de eclips gemaakt.
[youtube=http://youtu.be/0G8e9bDypSo]
De video is gebaseerd op een zonnige dag, in zekere zin dus het slechts mogelijke scenario voor het op- en afregelen van conventionele centrales. Onze collega’s bij Sonne, Wind, & Warme hebben het volgende citaat van Quaschning:
Duitsland heeft genoeg pumped-storage capaciteit om de fluctuatie tijdens de gedeeltelijke zonsverduistering volledig op te vangen.
Hij zegt ook dat gascentrales gebruikt zouden kunnen worden, omdat deze goed regelbaar zijn, er van uitgaande dat gascentrales nog niet in gebruik zijn als basislast.
We hoeven ons echter geen zorgen te maken over het onbeschikbaar zijn van gascentrales die dag. Gas is namelijk de grote verliezer op de huidige Europese elektriciteitsmarkt. Dit is hoe de elektriciteitsproductie van gascentrales in Duitsland er in 2013 en 2014 uitzag.
De roze lijn geeft de lage capaciteitsfactor van gascentrales weer, die ook in 2014 weer fors is gedaald (t/m april). Met andere woorden: we kunnen allemaal rustig achterover gaan zitten en hopen op de zonnigst mogelijke dag op 20 maart 2015. Duitsland heeft een van de grootste aandelen zonelektrisch vermogen van alle landen (waarschijnlijk tweede na Italië). De eclips forceert netwerkbeheerders en conventionele centrales om hun vermogen met een ongekende hoeveelheid op te voeren en weer af te bouwen op een enkele ochtend – maar niemand zal het merken, behalve dan de netwerkbeheerders, energiecentrales, elektriciteitshandelaren, enzovoort. De wereld zal niet ten einde komen, en er zullen geen netwerkproblemen zijn.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.
In het artikel noemen de auteurs de Duitse bruinkoolcentrales de zwarte keerzijde van de Duitse Energiewende. Een analyse waar Nederlanders graag op terugvallen om te verbloemen hoe slecht de eigen prestaties zijn op gebied van duurzame energie. Het is echter de vraag of de analyse klopt.
Wat gemist wordt in het artikel is het belang van de bestaande interconnectiecapaciteit van de Franse en Nederlandse elektriciteitsmarkt met Duitsland bij het openhouden van Duitse bruinkoolcentrales. Zowel Nederland als Frankrijk behoren tot de grootste importeurs van Duitse elektriciteit. Beide landen betalen per kilowattuur ook meer dan ze ontvangen voor hun eigen export naar Duitsland.
Frankrijk importeert met name veel in de wintermaanden, als de elektrische verwarmingen in Frankrijk veel stroom vreten. Het Franse elektriciteitssysteem, dat grotendeels op kerncentrales draait, kan slecht met grotere vraag naar elektriciteit omgaan. Kerncentrales draaien namelijk bij voorkeur zo dicht mogelijk tegen vol vermogen aan. Frankrijk importeert bij piekvraag elektriciteit uit Duitsland.
Deze extra vraag kan niet geleverd worden door wind- of zonne-energie, omdat deze vooralsnog niet op verandering in vraag kunnen reageren. De extra elektriciteit komt daarom grotendeels van Duitse conventionele centrales, waarbij centrales met de laagste marginale kosten als eerste stroom gaan produceren. Veelal zijn dit bruinkoolcentrales.
Eenzelfde verhaal geldt voor Nederland dat bij grote elektriciteitsvraag liever kiest voor import uit Duitsland, dan voor duurdere stroom uit Nederlandse gascentrales. Voor wie deze analyse niet gelooft, een klein gedachte-experiment: stel dat Duitsland, net als België geen of te weinig interconnectiecapaciteit zou hebben met Nederland en Frankrijk. Op momenten met veel elektriciteitsvraag in Nederland of Frankrijk, zouden de Nederlandse en Franse piekcentrales dan bijspringen, deze draaien veelal op gas. Tegelijkertijd zou – zonder export – op dagen met veel zon en wind in Duitsland veel minder behoefte zijn aan de elektriciteit van conventionele centrales. Wat betekent dat die dan hun elektriciteitsproductie zouden moeten terugschroeven.
Om een beeld te geven Duitsland exporteerde in 2013 33 TWh, dat is ruim 5% van de Duitse elektriciteitsproductie. De Nederlandse en Franse stroomimport is zodoende indirect verantwoordelijk voor het aantal MWh dat Duitse kolencentrales kunnen produceren.
Bijna tien jaar geleden streed een klein groepje grootverbruikers van elektriciteit samen met de FNV voor lagere stroomprijzen. De overheersende gedachte bij het grootverbruikersconsortium (met steun van VNO-NCW) en de FNV was dat Nederland teveel dure gascentrales had die energie met een (te) hoge kostprijs leverden.
Het was dus tijd, meenden zij, voor nieuwe gas- en kolencentrales, die energie met een lagere kostprijs zouden kunnen leveren. Dure wind- en zonne-energie kon in hun optiek geen oplossing zijn.
Ook het Ministerie van Economische Zaken ging in die gedachte mee, zoals vorig jaar al te lezen viel in het uitstekende onderzoeksdossier Land van gas en kolen van de Onderzoeksredactie.
Energiebedrijven
De energiebedrijven hebben weinig plezier beleefd aan de toen gemaakte keuze voor investeringen in nieuwe kolen- en gascentrales. Eneco heeft zijn nieuwe gascentrale alweer gesloten. Vattenfall en RWE hebben forse afschrijvingen gedaan op hun Nederlandse tak. Een groot deel daarvan komt voor rekening van de afwaardering van hun productiepark.
Als gevolg hiervan is Nuon inmiddels door eigenaar Vattenfall uit de etalage gehaald. Pech voor de Nederlandse crowdfunders die vorig jaar het plan opperden om Nuon terug te kopen.
Grootverbruikersconsortium
Ook de leden van het grootverbruikersconsortium hebben weinig plezier beleefd van hun lobby. Het verschil in groothandelsprijs van elektriciteit met Duitsland is de afgelopen jaren alleen maar groter geworden. Duitsland is de afgelopen jaren immers alleen maar doorgegaan met forse investeringen in wind- en zonne-energie.
Hoewel de kostprijs per megawattuur van laatstgenoemde energiebronnen misschien wel hoger ligt dan die van conventionele energie, zijn de marginale kosten nihil. Daarmee drukken wind- en zonne-energie de groothandelsprijs omlaag. Tot groot verdriet van eigenaren van kolen-, gas- en kerncentrales, doen met name zonnepanelen dat ook nog eens vooral op momenten met veel vraag naar elektriciteit, wat traditioneel de lucratieve uren waren.
De crisis in de kolensector is zo groot dat Vattenfall nu van de bruinkool activiteiten in Duitsland af wil. Al kan dat ook komen door de eigen duurzaamheidsdoelstellingen. Een duidelijker teken is dat Bilfinger, een bouwer van gas- en kolencentrales, Duitsland gaat verlaten (oei… toch wat de-industrialisatie). De draai die Bilfinger de laatste jaren heeft gemaakt, van nieuwbouw naar service, is duidelijk te laat gekomen.
Voor Herbert Bodner, de CEO van Bilfinger, is de situatie helder:
We moeten ons richten op landen waar kolen nog een toekomst hebben.
Het verdriet van Bilfinger en de energiebedrijven is echter de blijdschap van de Duitse energie-intensieve industrie. Het prijsvoordeel is zo groot dat Aldel vorig jaar al aangaf een eigen stroomkabel naar het Duitse net te willen om van dat prijsverschil te kunnen profiteren.
In de aankondiging dat aluminiumsmelterij Aldel weer opengaat, ontbreekt helaas de verwijzing naar de lobby, die Aldel en het grootverbruikersconsortium jaren hebben gevoerd, voor meer kolencentrales.
Aldel gaat open en zal in de toekomst rechtstreeks goedkope stroom uit Duitsland halen. De investering voor de kabel is voor de nieuwe oude eigenaar Kletsch waarschijnlijk met gemak te betalen uit winstuitkeringen van de afgelopen jaren.
Ministerie van Economische Zaken
Tenslotte heeft ook het Ministerie van Economische Zaken weinig plezier van de gevoerde strategie voor meer kolencentrales. Op de eerste plaats liggen de vergunningen nog steeds onder vuur van de milieubeweging. Op de tweede plaats is Nederland nog steeds niet de netto-exporteur van elektriciteit waar in Den Haag van gedroomd werd. Sterker Nederland betaalt per megawattuur meer aan Duitslandvoor import dan het ontvangt voor haar eigen export.
Om de zaak nog wat erger te maken, gaat het Ministerie van Economische Zaken de kolencentrales vanaf volgend jaar laten bijstoken met biomassa die duurder is dan windenergie… In de juni-fase van de Stimuleringsregeling duurzame energieproductie 2015 (SDE) ontvangen windmolens maximaal 10,7 Eurocent/kWH. Kolencentrales krijgen bij ‘meestook bestaande capaciteit’ 10,8 ct/kWh.
Het Instituut voor Energie Onderzoek (IER) stelt dat angst een belangrijke drijfveer is van de Duitse Energiewende. Een energietransitie die zonder de inzet van schaliegas zal falen in het reduceren van emissies, zeker zonder inzet van kernenergie. Craig Morriss stelt echter dat het erop lijkt dat sommige critici zelf bang zijn, bang dat de Duitsers hun energietransitie voor elkaar krijgen zonder inzet van schaliegas of kernenergie.
De grootste angst van critici van de Duitse Energiewende is niet dat deze zal falen, maar dat deze zal slagen (foto credits: Günter Hentschel, CC BY-ND 2.0
De IER schrijft in zijn commentaar met de titel ‘Duitsland’s angst voor hydraulisch fracken en emissie reductie doelstellingen:
“[…] als Duitsland vasthoud aan het halen van haar CO2 doelstellingen, sluit een verbod op hydraulisch fracken het land af van een energiebron met relatief lage emissies en maakt het het halen van de gestelde doelstellingen moeilijker.
Er valt niks weinig af te dingen op die zin, maar veel meer op stellingen elders – te beginnen met de titel.
Beschuldigingen van Duitse angst ploppen op zoals in het spel Whack-A-Mole. Ze zijn gemakkelijk te weerleggen, zeker als we rekening houden met de reactie van andere landen op nucleaire incidenten.
Zorgen over de risico’s van kernenergie speelden een hoofdrol in het Duitse debat na het ongeluk in Tsjernobyl in 1986, toen Duitse ambtenaren het publiek waarschuwde voor de risico’s. In reactie daarop implementeerde Duitsland z’n eerste uitfasering van kernenergie – 16 jaar later, in 2002. De regering die de uitfasering implementeerde trad aan in 1998 en besteedde vier jaar aan het plannen en uitonderhandelen van de details van de uitfasering met experts en eigenaren van kerncentrales. Zo’n tijdsplanning klinkt eerder als professioneel, dan als paniek voetbal.
Italië reageerde na het ongeluk in Tsjernobyl snel met z’n eigen referendum door in 1987 een eigen uitfasering van kernenergie te starten. De Italianen sloten de laatste van hun vier kernreactoren in 1990. Ze hadden geen plan voor het vervangen van kernenergie, dus is Italië nu een van de grootste elektriciteitsimporteurs van Europa, voornamelijk uit Frankrijk. Maar wellicht is Italië’s beslissing slimmer dan je op het eerste gezicht denkt, want de Italianen lijken tegen de Fransen te hebben gezegd: “We willen jullie kernenergie best kopen, maar jullie moeten de risico’s voor ons dragen.”
Vergelijk dat met de Zweedse rectie – niet op Tsjernobyl (1986), maar oop het veel minder zware ongeluk bij Three Mile Island (1979). In 1980 – op een moment dat zonnecellen een buitenaardse techniek waren en de ontwikkeling van de eerste moderne, maar nog steeds kleine windturbine nog niet eens begonnen was – besloten de Zweden in een referendum tot het uitfaseren van kernenergie in 2010. De Zweedse uitfasering faalde, omdat de Zweden (net als de Italianen) geen tijd hadden genomen om na te denken over hoe kernenergie vervangen kon worden.
Oostenrijk had al een referendum gehouden in 1978, het jaar voor Three Mile Island, om de ingebruikname van de eerste afgebouwde kerncentrale van het land te blokkeren. Sindsdien staat de afgebouwde centrale weg te roesten, zonder ooit een kilowattuur elektriciteit te hebben geproduceerd, en Oostenrijk begon z’n eigen uitfasering van kernenergie in 1997. Bezien vanuit de Europese context lijkt de Duitse reactie op kernenergie van de afgelopen decennia simpelweg verstandig.
Veiligheidstheater
Toegegeven, het besluit om kernenergie uit te faseren van bondskanselier Merkel in 2011 was een verrassing. Toendertijd noemde ik het incompetent en onverantwoordelijk. Zo minitieus, gedetailleerd en flexibel als de uitfasering van 2002 was, zo plotseling en drastisch was de uitfasering van 2011. En het vormde de ergste vorm van overheidsingrijpen in een markt en private bezittingen. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met het terugdraaien van de uitfasering van kernenergie door bondskanselier Merkel, een paar maanden voor het ongeluk in Fukushima; in de zomer van 2010 was de levensduur van Duitse kerncentrales met 8 tot 14 jaar verlengd. De uitfasering van 2011 vormde de tweede draai in het kernenergiebeleid in 8 maanden.
Ik denk dat de IER en ik het met elkaar eens zijn dat de wijze waarop de uitfasering van 2011 is aangepakt ruimte biedt voor verbetering. Maar onze wegen scheiden als het aankomt op de onderbouwing van de uitfasering van kernenergie. Zij schrijven dat “het zeer onwaarschijnlijk is dat Duitsland getroffen wordt door een tsunami.” Dat is waar, maar dat betekent niet dat kernenergie risicoloos is.
Dit soort denken is wat veiligheidsexpert Bruce Schneier veiligheidstheater noemt – geen echte veiligheid, maar alleen maar acteren om mensen zich veilig te laten voelen: “als we ons bij de beveiliging van vliegvelden concentreren op het controleren van schoenen en het in beslag nemen van vloeistoffen, en de terroristen verstoppen hun explosieven in bh’s of vaste stoffen, hebben we ons geld verspild.” Een kernongeluk in Duitsland zou niet het gevolg zijn van Soviet onbekwaamheid of een tsunami, maar eerder van een combinatie van technisch en menselijk falen, eventueel met een natuurramp als aanstichter. Verschillende Duitse kerncentrales zijn gebouwd op tectonische breuklijnen en ontberen de meest basale bescherming tegen aardbevingen. Het hele land is gevoelig voor overstromingen, maar bij verschillende Duitse kerncentrales ontbreekt fatsoenlijke bescherming tegen overstromingen. Onvoorziene gebeurtenissen zijn dus mogelijk.
Duitsers begrijpen dat het volgende kernongeluk gemakkelijk anders kan zijn dan Tsjernobyl en Fukushima. Maar zoals Merkel zich in 2011 realiseerde, het volgende ongeluk zou in Duitsland plaats kunnen vinden – om verschillende redenen.
Duitsland wist hoe kernenergie te vervangen
In tegenstelling tot de Zweden en Italianen, wisten de Duitsers in 2002 hoe kernenergie te vervangen – en ze hebben zelfs alle kernenergie die vanaf 2011 verloren is gegaan vervangen. De IER beweert het tegendeel:
Duitsers zijn teruggevallen op kolen als back-up voor de onregelmatige hernieuwbare technologiën en om zich te verzekeren van voldoende vermogen om te voldoen aan de elektriciteitsvraag.
Deze claim is gebaseerd op een eerdere publicatie van de IER zelf (PDF). Maar zoals we al gedemonstreed hebben in onze studie German Coal Conundrum (zie ook het artikel Welke rol voor kolen in de Duitse energietransitie?), overstijgt de groei van hernieuwbare elektriciteit vanaf 2011 de reductie in kernenergie. En zoals regelmatige lezers van mijn stukken weten vergroot de vraag van het buurlanden naar Duitse stroom het aandeel van de resterende vraag dat bediend wordt door conventionele centrales (in 2013 waren Nederland en Frankrijk in 2013 de grootste importeurs van Duitse stroom). Preciezer gesteld als we de Duitse recordexport van elektriciteit in 2013 buiten beschouwing laten zouden kolenstroom en CO2-emissies met ongeveer 2.5 procent gedaald zijn. Vooral het buitenland maakt massaal gebruik van Duitse kolenstroom; Duitsland heeft veel minder elektriciteit van kolen nodig om in z’n eigen elektriciteitsvraag te voldoen.
We zouden ook niet moeten stoppen met tellen bij 2013. De verandering in TWh (terawattuur, 1 miljard kilowattuur) staat in de grafiek hierboven. Maak je maar vast op voor rapporten over dalende emissies in Duitsland dit jaar.
Koolstof in de grond laten
Tot slot: neemt iemand bij de IER de term ‘unburnable carbon’ serieus? Meerdere organisaties, die je niet kunt beschuldigen van te groen zij, zoals het Internationaal Energie Agentschap (IEA), stellen inmiddels dat we ten minste tweederde van de huidige bewezen reserves fossiele brandstoffen in de grond moeten laten. Als Duitsland schaliegas gaat produceren verhoogt dat enkel de hoeveelheid koolstof die in de grond moet blijven.
De IER stelt dat Duitsland schaliegas afwijst ‘ondanks stijgende elektriciteitsprijzen,’ alsof binnenlands geproduceerd Duits schaliegas op een of andere magische wijze de elektriciteitsprijzen zou verlagen. Duitsland heeft een van de grootste en minst dure bruinkool voorraden in de wereld. Elektriciteit van schaliegas gaat niet automatisch elektriciteit van bruinkool vervangen, en gas zou relatief goedkoop moeten zijn om elektriciteit van steenkool te vervangen, die ook steeds vaker de markt uit gedrukt wordt (zie grafieken hierboven). Het meest waarschijnlijk is dat Duits schaliegas de Duitse import van gas zou verlagen, zonder de CO2 emissies substantieel te veranderen.
Globaal genomen lijkt het er op dat het doel van de IER studie is om de Duitse Energiewende in een kwaad daglicht te stellen. Zinnen zoals deze zijn veelzeggend:
In de nasleep van het besluit tot sluiting van kerncentrales uit 2011 zijn de Duitse CO2 emissie daadwerkelijk gestegen en Duitsland is nu het EU land met de hoogste CO2 emissie (met 760 miljoen ton in 2013) volgens het statistisch bureau van de EU, Eurostat.
Duitsland heeft niet ‘nu’ de hoogste CO2 emissies, het is verreweg de grootste economie van de EU en is de grootste CO2 uitstoter voor zo ver terug als je wenst te gaan.
We moeten bedenken dat het voorzien in goedkope fossiele brandstof geen doel is van de Energiewende. Voor het klimaat moet het doel zijn om om zoveel mogelijk koolstof in de grond te laten, niet om meer grondstoffen (schaliegas) om te zetten in bewezen reserves. Maar het IER lijkt sowieso bezorgder om goedkope energie voor de industrie dan het klimaat. Zoals ik recent uitlegde is Duitsland nieuwe wetgeving geïnterpreteerd als het open zetten van de sluizen (door degene die fracking willen verbieden) of als een verbod (door het bedrijfsleven). De interpretatie van de IER valt duidelijk in het tweede kamp.
Niemand maakt zich zo druk om de Duitse economie als de voorstanders van fracking en kernenergie lijken te doen. De Duitse economie heeft er sinds de hereniging nog nooit zo goed voorgestaan, en marktanalisten zeggen dat Duitsers zich op kunnen maken voor de Golden 20s in het volgende decenium. Hoe dan ook maakt de IER zich geen werkelijke zorgen om klimaatverandering, CO2 emissies of het succes van de Energiewende. De IER is bezorgd dat Duitsland de omslag voor elkaar gaat krijgen zonder schaliegas of kernenergie.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.
ANALYSE –Ben je op zoek naar een woord voor galgje in het Duits? Probeer “Kraftwerksstillegungsanzeigenliste”, dat is de lijst met (conventionele) elektriciteitscentrales waarvoor een sluitingsverzoek is ingediend. In juli stonden er 49 centrales op deze lijst met een totale productiecapaciteit van 7.900 megawatt.
Als je de critici van windenergie mag geloven zijn windturbines niet alleen vogelgehaktmolens, maar zijn ze ook niet volledig in staat om conventionele elektriciteitscentrales te vervangen. Deze blijven nodig als backup, voor als de wind niet waait.
Maar als je, zoals Duitsland doet, veel windturbines plaatst in combinatie met zonne-energie en biomassa dan vervang je op een gegeven moment blijkbaar toch volledige conventionele elektriciteitscentrales. Volgens de officiële lijstvanconventioneleelektriciteitscentraleswaareensluitingsverzoekvoorisingediend (fraai resultaat van verlengingen in het Duits!), zouden Duitse energiebedrijven 49 centrales willen sluiten met een totale capaciteit van 7,9 GW. De Bundesnetzagentur, die de verzoeken moet beoordelen om de betrouwbaarheid van het net te garanderen alvorens zijn goedkeuring te verlenen, heeft tot nu toe slechts 246 MW laten sluiten. Dat lijkt niet veel, maar Duitslandheeft al 10 kerncentrales volledig vervangen met hernieuwbare energie, met nog 9 te gaan tot 2020.
De nieuwe Kraftwerksstilllegungsanzeigenliste (afgekort totKWSALom op kleine schermpjes te passen) toont dat het aantal kolencentrales, gasturbines, oliegestookte elektriciteitscentrales en pompcentrales dat te weinig draait om winstgevend te blijven inmiddels ruwweg 7% van de conventionele capaciteit bedraagt. De conventionele capaciteit wordt op basis van de Kraftwerksliste (geen afkorting) geschat op 107 GW.
Natuurlijk worden niet al de centrales waar een sluitingsverzoek voor is ingediend gesloten. Ongeveer 4,5 GW van de centrales liggen in Zuid-Duitsland, waar de komende jaren knelpunten worden verwachten door het sluiten van kerncentrales. En natuurlijk heeft Duitsland, zoals ik herhaaldelijk stel, ongeveer de omvang van z’n piek elektriciteitsvraag (plus 10% veiligheidsmarge) nodig als afroepbaar vermogen.
Vorig jaar lag de piekvraag naar elektriciteit rond de 75 GW, een verlaging ten opzichte van de gebruikelijke piek van 80 GW, en de elektriciteitsvraag ligt dit jaar wederom lager. Misschien dat 75 GW het nieuwe startpunt zou moeten zijn voor berekening van het benodigd afroepbaar vermogen in plaats van 80 GW.
Met een veiligheidsmarge van 10% betekent dit dat Duitsland grofweg 82,5 GW afroepbaar vermogen nodig heeft voor de nabije toekomst. Maar afroepbaar betekent nog niet dat dit vermogen niet hernieuwbaar kan zijn en Duitsland heeft al grofweg 7,5 GW (de veiligheidsmarge) aan basislast vermogen in de vorm van waterkracht en biomassacentrales.
Het lijkt dus denkbaar dat Duitsland haar vloot conventionele centrales kan verkleinen van 107 GW naar ongeveer 75 GW. Duitsland zou dan geen 8 GW, maar 32 GW aan conventionele centrales sluiten. En
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur vanEnergyTransition.deen directeur vanPetite Planèteen is te vinden op Twitter alsPPChef.
ANALYSE –Bouwt Duitsland kolencentrales om haar kerncentrales te vervangen? En als Duitsland zijn CO2-doelstellingen wil halen, hebben deze kolencentrales dan toekomst? Begin juni is een studie gepubliceerd die deze onderwerpen onderzoekt en de uitkomsten zijn in lijn met een beoordeling van Deutsche Bank later die maand.
In een nieuwe studie van de Böll Foundation getiteldGerman Coal Conundrum(het Duitse kolen raadsel) heb ik samen met mijn collegas Arne Jungjohann en Thomas Gerke (die regelmatige lezers van Renewables International al kennen) onderzocht wat de rol is van kolencentrales in de Duitse energietransitie. We hebben een historisch perspectief gekozen, waarbij we hebben onderzocht waarom intelligente topmannen uit het bedrijfsleven het afgelopen decennium zoveel kolencentrales hebben gepland; onze aanname was dat het om slimme mensen gaat die hiervoor goede redenen gehad moeten hebben.
Vandaag de dag kennen we allemaal de uitkomsten, een dramatisch grote overcapaciteit ondanks de onverwachte sluiting van zo’n 8 GW aan kerncentrales in 2011. De energiebedrijven zelf geven inmiddels ook toe dat ze de situatie verkeerd hebben ingeschat. Het historisch perspectief is bedoeld om te begrijpen welke markt- en beleidsprikkels er voor zorgen dat zulke slimme mensen het verkeerde pad kiezen, zodat in de toekomst dergelijke misleidende signalen voorkomen kunnen worden. Het is niet de bedoeling om deze mensen af te kraken.
Wellicht belangrijker is dat onze studie concludeert dat Duitse bruinkool zich in een relatief veilige marktpositie bevind tijdens de uitfasering van kernenergie. Hier is de belangrijkste grafiek die dat uitbeeld:
Bron: Böll foundation
2003 was het jaar waarin de eerste kerncentrale werd gesloten als gevolg van de oorspronkelijke uitfasering van kernenergie uit 2002. 2013 is het laatste jaar waarvoor we volledige gegevens hebben en 2023 is het eerste jaar zonder kernenergie in Duitsland, omdat de laatste kerncentrale in 2022 gesloten wordt.
Wat we in de grafiek zien is dat het vooral hernieuwbare energiebronnen zullen zijn die kernenergie vervangen in termen van TWh (de hoeveelheid elektriciteit die geproduceerd wordt). Hernieuwbare energie zal een klein deel van de kolencentrales vervangen en gascentrales blijven uit de elektriciteitsmix geperst worden. Het is ook duidelijk dat de uitfasering van kolen pas begint na 2023.
We hebben in onze studie niet verder gekeken dan 2023, maar onze inschatting is in lijn met cijfers die Deutsche Bank (PDF) in juni heeft gepubliceerd. Volgens hun analisten wekt Duitsland 33% van zijn elektriciteit op met kolen (steen- en bruinkool) in 2035, vergeleken met grofweg 42% in onze analyse voor 2023 en verder. Alleen in een gas-vriendelijke beleidsscenario daalt het aandeel kolen naar 28%, waarbij aardgas het gat opvult.
De cijfers voor 2023 zijn onze beste inschatting en we hebben ervoor gekozen om de internationale elektriciteitshandel buiten beschouwing te laten, omdat internationale handel en aantal onzekerheden oplevert die Duitse beleidsmakers niet in de hand hebben. Het is voldoende om te zeggen dat een verdere stijging van de Duitse netto export van elektriciteit direct zal leiden tot een grotere vraag naar conventionele elektriciteit, en dat de EU het bevorderen van internationale elektriciteits handel tussen lidstaten als doel heeft.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur vanEnergyTransition.deen directeur vanPetite Planèteen is te vinden op Twitter alsPPChef.
ANALYSE – De elektriciteit die Duitsland in 2013 exporteerde was 6,3% duurder per MWh dan de elektriciteit die het land importeerde. De realiteit is dus precies tegenovergesteld aan het veelgehoorde verhaal dat Duitsland haar overschot aan duurzame elektriciteit tegen dumpprijzen verkoopt in omliggende landen.
Deze gastbijdrage is een vertaling van een artikel van Craig Morris door mij voor Sargasso.
Vooral voor Frankrijk is de situatie ongunstig; de Duitse elektriciteit die wordt geïmporteerd is 24,4% duurder dan de elektriciteit die Frankrijk naar Duitsland exporteert.
Trek dus maar 2,8 miljard Euro af van de kosten van de Energiewende in 2013. Dit bedrag verdiende Duitsland dat jaar met de export van energie.
De algemene aanname is dat Duitsland haar overtollig geproduceerde duurzame elektriciteit (een gevolg van ‘onberekenbare’ wind- en zonne-energie) dumpt in omliggende landen. Dit zou dan betekenen dat de elektriciteit die Duitsland exporteert minder waard moet zijn dan de waarde van de elektriciteit die Duitsland – naar wordt aangenomen op zon- of windloze dagen – importeert.
Dat lijkt een logische conclusie, maar als we naar de data kijken, ontstaat een heel ander verhaal.
Zo zijn in Frankrijk de stroomprijzen vaak flink negatiever dan in Duitsland. (Negatieve stroomprijzen worden berekend wanneer, met name in daluren, veel overtollige energie op het elektriciteitsnet wordt gedumpt – bijvoorbeeld door een teveel aan wind of zon, maar ook door de relatief hoge kosten van het naar beneden schakelen van conventionele kern- of kolencentrales.)
Het veelgehoorde bezwaar tegen zonne- of windenergie, dat deze moeilijker dan conventionele elektriciteit, in overeenstemming met de energievraag zijn te brengen, gaat dus niet op.
Vorig jaar schreef ik hoe de gemiddelde Duitse exportprijs per kWh 5,6 Eurocent was, vergeleken met 5,25 Eurocent voor iedere geïmporteerde kWh. Met andere woorden: Duitse elektriciteit was 0,35 Eurocent meer waard dan buitenlandse elektriciteit.
Dit prijsverschil is vorig jaar echter nooit expliciet gemaakt; het persbericht van het Duitse centraal bureau voor statistiek presenteerde enkel de ruwe data. Dit jaar was er niet eens een persbericht. Daarom heb ik de ruwe data zelf opgehaald (klik hier).
Country
Power exports MWh
Value in 1,000 euros
Power imports in MWh
Value in 1,000 euros
2013
Belgium
–
–
–
–
Luxembourg
4,137,024
209,295
–
–
Sweden
1,049,091
44,492
1,078,890
46,899
Denmark
6,128,898
301,543
3,678,792
209,096
France
1,605,290
85,743
11,606,053
498,465
Netherlands
24,491,975
1,337,447
273,985
14,313
Austria
15,424,664
812,725
7,070,229
382,777
Poland
5,672,752
270,502
562,580
25,932
Czech Republic
2,525,571
135,571
9,203,951
471,618
Switzerland
10,792,061
559,501
3,398,437
164,927
TOTAL
71,827,326
4,581,922
35,794,027
1,767,128
Price of kWh (all)
5.2303
4.9197
Price of kWh (France)
5.3413
4.2949
Op de eerste plaats zien we dat er geen elektriciteit wordt verhandeld met België (informatie die ik heb toegevoegd om duidelijk te maken dat ik België niet ben vergeten). Ook Luxemburg exporteert geen stroom terug naar Duitsland. Het verschil tussen de gemiddelde prijs per kWh geëxporteerde stroom en geïmporteerde stroom is 0,31 Eurocent in het voordeel van Duitsland. Opvallend is het grote verschil bij de handel met Frankrijk, dat is bijna 25%.
Let op dat het hier gaat over fysieke elektriciteitsstromen, niet om commerciële aankopen. In de tabel hierboven lijkt het alsof Frankrijk acht keer zoveel stroom verkoopt aan Duitsland dan het koopt van Duitsland, maar Frankrijk gebruikt het Duitse elektriciteitsnet ook om stroom te verkopen aan Zwitserland en Italië. In werkelijkheid is Frankrijk een grote commerciële koper van Duitse stroom.
De oorzaken hiervan zijn wederom empirisch eenvoudig te begrijpen (al lijken ze niet logisch). Op de eerste plaats moeten we voorbij de nonsens dat Duitsland onverkoopbare hernieuwbare elektriciteit dumpt op de elektriciteitsmarkt van buurlanden. (Wat Frankrijk overduidelijk wel doet met onverkooopbare kernenergie). Duitsland heeft recent een nieuw record gevestigd, waarbij 73% van de elektriciteit duurzaam werd opgewekt. Dat is duidelijk geen overproductie aan hernieuwbare elektriciteit, daarvoor moet meer dan 100% worden opgewekt (een grens die Denemarken al haalt met enkel windenergie).
En zoals ik al heb uitgelegd, zorgt de buitenlandse vraag naar Duitse elektriciteit voor een hogere productie van grijze stroom; de productie van hernieuwbare elektriciteit wordt niet beïnvloed door de vraag uit het buitenland.
Duitsland exporteert goedkope energie omdat conventionele centrales in de knel komen door de groeiende productie van hernieuwbare elektriciteit en deze conventionele centrales niet rendabel kunnen draaien bij een passende (lage) energieproductie. Kortom: Duitsland dumpt juist grijze stroom in buurlanden.
Onderstaande grafiek illustreert ook wanneer Duitsland stroom importeert en exporteert.
Agora Energiewende
De rode lijn geeft de Duitse elektriciteitsvraag weer. Duitsland exporteert elektriciteit wanneer de rode lijn onder het grijze gebied komt. ‘s nachts en aan het begin van de dag gaan de elektriciteitsproductie en de vraag naar elektriciteit redelijk gelijk op. Op deze momenten, wanneer de elektriciteitsvraag en -prijs laag zijn, exporteert Duitsland, relatief gesproken, maar een klein beetje energie. Echter wanneer de vraag (en dus ook de prijs) hoog zijn, is de Duitse energie-export veel groter.
Kerncentrales in Frankrijk draaien over het algemeen zo veel mogelijk op vol vermogen, dus die kunnen de productie niet verder opschroeven. Frankrijk was mede daarom de tweede importeur van Duitse elektriciteit na Nederland. Alleen zijn Nederlanders gewiekste ondernemers, geen ideologische aanhangers van bepaalde technologieën, zodat de waarde van de elektriciteit die Duitsland aan Nederland verkocht slechts 4,6% meer waard was dan de elektriciteit die Duitsland van Nederland kocht.
Dat is dan het einde van het verhaal dat Duitsland duurzame elektriciteit tegen verlies dumpt in omliggende landen. Het is een logisch verhaal, maar dat was Aristoteles’ metafysica ook. Sinds de Middeleeuwen is wetenschappelijk denken gebaseerd op experimenten en data. En dat is waar de Duitse energietransitie op is gebaseerd.
Helaas lijkt veel van de kritiek op de Duitse energietransitie op het wensdenken van metafysici die hun uitleg van de vier elementen en lichaamsvloeistoffen als een feit neerzetten, terwijl hun verhaal enkel klopt volgens de regels van de logica.
Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.
Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.
In onderstaand filmpje bespreekt Clas Jacobson, Building Control Systems Specialist bij United Technologies, aan de hand van verschillende voorbeelden hoe Duitsland haar ambities op gebied van energiezuinig bouwen vormgeeft in haar regelgeving. Opvallend vind ik de nadruk die hij legt op systeemaanpak i.p.v. te focussen op losse onderdelen, zoals energiezuinige installaties. Naar zijn mening zorgt een goede systeeminrichting vanzelf voor de juiste marktprikkels om tot energiezuinige gebouwen te komen. Dat is wat anders dan een wet op de dichte winkeldeuren.
Daarnaast bevat het filmpje veel voorbeelden van bestaande energiezuinige gebouwen, die soms al jaren oud zijn. Wat dat betreft blijft het verrassend dat Nederlandse bouwers nog steeds zo veel cashflow voor de energiesector genereren, al lijkt dat de laatste jaren eindelijk te veranderen.