Tag: elektriciteitsmarkt

  • Slimmere zonnepanelen

    Het laatste jaar is er veel te doen geweest over zonnepanelen. Eerst over de plannen van het Kabinet Rutte IV om de salderingsregeling geleidelijk af te schaffen. Een voorstel dat verworpen werd door de Eerste Kamer. Vervolgens doordat de nieuwe coalitie van PVV, BBB, NSC en VVD in het hoofdlijnenakkoord van plan is de salderingsregeling in 2027 in een klap af te schaffen. Tegelijkertijd wil de politiek voorkomen dat bezitters van zonnepanelen negatieve prijzen doorgerekend krijgen. Zelfs bij een overschot aan stroom moet het energiebedrijf een ‘redelijke vergoeding’ betalen. Mij lijkt het (als bezitter van zonnepanelen) alleszins redelijk dat het energiebedrijf me een euro per kilowattuur in rekening brengt als dat de kosten zijn die ze moeten maken om van de stroom af te komen…

    Ondertussen zitten energiebedrijven niet stil en brengen de meesten kosten in rekening bij klanten met zonnepanelen, dat gebeurt in de vorm van hoger vastrecht, een vast bedrag per maand, een gestaffeld vast bedrag per maand (hoger naarmate je op jaarbasis meer kilowattuur saldeert) of een vergoeding per teruggeleverde kilowattuur. Of een combinatie hiervan. Het wordt er in ieder geval niet overzichtelijker van.

    Terugleververgoeding zonnepanelen

    Dat energiebedrijven kosten in rekening brengen bij klanten met zonnepanelen is echter begrijpelijk. De sterke groei in het aantal zonnepanelen en de salderingsregeling zorgt er namelijk voor dat het verschil tussen de vergoeding die ze klanten moeten geven voor op zonnige dagen teruggeleverde stroom en de kosten voor het leveren van stroom op niet zonnige dagen sterk stijgen.

    Van oudsher wordt de moestuin of volkstuin vaak gebruikt als analogie om duidelijk te maken dat belasting heffen of geld betalen voor zelf geproduceerde stroom oneerlijk zou zijn. Je betaalt toch ook geen belasting over groenten uit je eigen moestuin? Of voor het vervoer van je verse groenten over de weg?

    Vanuit de energiesector staat daar inmiddels een andere analogie tegenover. Daar wordt salderen vergeleken met het in de zomer inleveren van je overschot aan verse groenten en fruit bij de supermarkt om in de winter, zonder bijbetalen, dezelfde hoeveelheid verse groenten en fruit op te mogen halen. Die analogie gaat prima op, omdat elektriciteit slecht te bewaren is. Vraag en aanbod op het elektriciteitsnetwerk moeten voortdurend in evenwicht zijn. Er zijn denk ik ook weinig lezers die verwachten dat in de zomer een kilo aardbeien in kunnen leveren bij de supermarkt om vervolgens in de winter gratis een kilo aardbeien op te kunnen halen bij dezelfde supermarkt.

    Elektriciteit kan, net als fruit en groente, opgeslagen worden, maar dat is niet gratis. Je kan er voor kiezen om elektriciteit zelf op te slaan in een thuisbatterij, zoals je groenten en fruit uit je moestuin ook thuis kan invriezen. Je kan er ook voor kiezen het elders op te slaan, maar dan zal je voor de opslag moeten betalen.

    Los van de gekozen analogie zijn de huidige tariefvormen vrij dom. De slimste is misschien nog wel de dynamische contractvorm, waarbij je een dag van te voren te horen krijgt wat de prijs per uur wordt voor de dag erna. Vervolgens kan je je gebruik en productie aanpassen aan de prijs. Gevolg: bij lage prijzen een hoger gebruik dan gedacht en een lagere productie. Om maar niet te spreken van momenten dat een onverwachte wolk of windstilte voorbijkomt. Dan gaan de prijzen op markten met een nog kortere looptijd (vaak als onbalansmarkt betiteld) sky high. Waar het eindigt met inzetten op marktwerking en steeds verdere verfijning daarvan weten we uit de aandelen- en valutamarkt: flitshandel op (milli)seconden met ultrasnelle computers en glasvezelverbindingen. Leuk voor speculanten en investeringsfondsen, maar van weinig toegevoegde maatschappelijke waarde en al helemaal niet geschikt voor de gemiddelde bezitter van zonnepanelen…

    Begrijpelijke tarieven

    Op dit moment is er bijna geen chocola te maken van de verschillende tarieven en tariefstructuren voor energieklanten. Het zou mijns inziens helpen als alle energiebedrijven verplicht zouden zijn een aantal begrijpelijke opties aan te bieden aan eigenaren van zonnepanelen. Hieronder een viertal opties daarvoor, waarvan er veel al in gebruik zijn in een of meer andere landen.

    Maximaal produceren

    De simpelste vorm is maximaal produceren. Eigenlijk een voortzetting van de huidige praktijk, waarbij de zonnepanelen stroom produceren ongeacht de vraag naar stroom of je eigen gebruik. Dit brengt kosten met zich mee voor het energiebedrijf, omdat er uren zijn waarin ze de stroom enkel kwijt kunnen tegen een lager tarief dan waarvoor ze stroom leveren, en omdat er kosten die wel ingebakken zitten in het elektriciteitstarief dat de consument betaalt, maar die niet in het groothandelstarief zitten.

    In het eenvoudigste contract krijg je bij maximaal produceren een vergoeding gebaseerd op de uurprijs van de day ahead markt. Als er een overschot aan elektriciteitsaanbod is kan dit betekenen dat je bij moet betalen. Dit profiel is vooral interessant voor klanten die een goed gevoel krijgen bij maximaal vergroenen van de stroommix, ook als dat kosten voor henzelf met zich meebrengt.

    Minimaliseer de energierekening

    In deze contractvorm is de vergoeding voor zonnestroom gebaseerd op de day aheadmarkt. Bij negatieve uurprijzen schakelt de omvormer af. Dat laatste gebeurt liefst niet 100% in een keer en klokslag het hele uur, maar stapsgewijs. Op die manier krijgen het energiebedrijf en het netwerkbedrijf de tijd om bij te sturen bij onverwachte en ongewenste bijeffecten. Een individuele zonnestroominstallatie heeft namelijk weinig impact op het netwerk, een heleboel individuele installaties hebben dat echter wel degelijk.

    Voor de eigenaar van de zonnepanelen vermindert deze contractvorm de kosten, terwijl de volledige regie bij de eigenaar van de zonnepanelen blijft. Het voordeel van deze contractvorm voor het energiebedrijf is dat ze op basis van de day ahead markt weten welke installaties in welke uren niet zullen produceren. Nadeel is dat een onverwacht doorbrekende zon nog steeds zorgt voor hoge onbalanskosten, de kans daarop zal verwerkt worden in de kosten van deze contractvorm.

    Enkel eigen gebruik

    Een derde contractvorm is dat de installatie zo wordt ingesteld dat er geen sprake meer is van teruglevering. De installatie levert enkel zonnestroom als er vraag is in huis. Zeker in combinatie met een thuisaccu of elektrische auto kan nog een redelijke hoeveelheid stroom geproduceerd worden.

    Het nadeel van deze contractvorm is dat een relatief groot deel van de potentiële productie verloren gaat. Ook in uren dat het energiebedrijf zou betalen voor teruggeleverde stroom wordt de productie teruggeschroefd tot het niveau van de lokale vraag. Dat maakt de zonnepanelen relatief duur.

    Optimale productie

    Een vierde optie is dat de eigenaar van de zonnepanelen het energiebedrijf toegang geeft tot de omvormer. Deze optie kan bestaan naast bovengenoemde drie opties.

    Door de toegang tot de omvormers kan het energiebedrijf sturen hoeveel stroom de zonnepanelen produceren. Het energiebedrijf betaalt hiervoor een vergoeding aan de eigenaar van de zonnepanelen. Het voordeel voor het energiebedrijf is dat zij de productie kan aanpassen, ook hier weer bij voorkeur stapsgewijs en niet in één keer. Daardoor kan het energiebedrijf maximaal inspelen op marktontwikkelingen, bv door omvormers van klanten die gekozen hebben voor enkel eigen gebruik toch meer te laten produceren op het moment dat er een wolk voor de zon schuift, of door omvormers terug te regelen als de zon onverwacht doorbreekt en zorgt voor een overschot aan elektriciteit.

    Conclusie

    In plaats van te reageren op de huidige terugleververgoeding, die energiebedrijven momenteel in rekening brengen, en op ‘redelijke vergoedingen’ (waarbij redelijk vooral lijkt te betekenen dat je altijd geld vangt voor je zonnestroom) zou het goed zijn als de Tweede Kamerleden en kabinet weer gaan doen waar ze voor aangesteld zijn: vooruitzien. Want dat is regeren. Dat betekent nu werk maken van een tariefstructuur voor bezitters van zonnepanelen, waar je wijs uit kunt worden (ook zonder gepromoveerd te zijn op de elektriciteitsmarkt).

    Een simpele opdeling biedt daartoe aanknopingspunten. Eenvoudige profielen met per profiel componenten, waar energiebedrijven kosten aan kunnen hangen. Klanten kunnen vervolgens bezien welk profiel het best bij hen past en welk energiebedrijf daarbij het beste aanbod doet.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Bloomberg: helft Amerikaanse kerncentrales draait met verlies

    Volgens een analyse van Bloomberg New Energy Finance (BNEF) draait meer dan de helft van de Amerikaanse kerncentrales met verlies. Ondanks het argument van voorstanders van kernenergie

    Nuclear power plants are getting paid $20 to $30 a megawatt-hour for their electricity, Nicholas Steckler, an analyst at Bloomberg New Energy Finance, said in a report Wednesday. Meanwhile, it costs them an average of $35 a megawatt-hour to run. That puts 34 of the nation’s 61 plants out of the money.

    Ironisch genoeg zijn het volgens BNEF juist kerncentrales die op de vrije markt opereren waar de grootste financiële problemen zitten. De meeste eigenaren van kerncentrales hebben dan ook aangegeven zich te willen gaan richten op gereguleerde elektriciteitsmarkten. Daarnaast pleiten ze voor subsidies voor bestaande kerncentrales, met het argument dat de CO2 emissie anders stijgt.

    Open waanlink

    Dit bericht is eerder gepubliceerd als open waanlink op Sargasso.

  • De zwarte kant van onze stroomimport

    OPINIE – Het artikel De zon en wind zijn Europees dat de Onderzoeksredactie een aantal weken geleden in De Groene Amsterdammer publiceerde, beschrijft de ontwikkelingen op de elektriciteitsmarkten in Noordwest-Europa.

    In het artikel noemen de auteurs de Duitse bruinkoolcentrales de zwarte keerzijde van de Duitse Energiewende. Een analyse waar Nederlanders graag op terugvallen om te verbloemen hoe slecht de eigen prestaties zijn op gebied van duurzame energie. Het is echter de vraag of de analyse klopt.

    Wat gemist wordt in het artikel is het belang van de bestaande interconnectiecapaciteit van de Franse en Nederlandse elektriciteitsmarkt met Duitsland bij het openhouden van Duitse bruinkoolcentrales. Zowel Nederland als Frankrijk behoren tot de grootste importeurs van Duitse elektriciteit. Beide landen betalen per kilowattuur ook meer dan ze ontvangen voor hun eigen export naar Duitsland.

    Frankrijk importeert met name veel in de wintermaanden, als de elektrische verwarmingen in Frankrijk veel stroom vreten. Het Franse elektriciteitssysteem, dat grotendeels op kerncentrales draait, kan slecht met grotere vraag naar elektriciteit omgaan. Kerncentrales draaien namelijk bij voorkeur zo dicht mogelijk tegen vol vermogen aan. Frankrijk importeert bij piekvraag elektriciteit uit Duitsland.

    Deze extra vraag kan niet geleverd worden door wind- of zonne-energie, omdat deze vooralsnog niet op verandering in vraag kunnen reageren. De extra elektriciteit komt daarom grotendeels van Duitse conventionele centrales, waarbij centrales met de laagste marginale kosten als eerste stroom gaan produceren. Veelal zijn dit bruinkoolcentrales.

    Eenzelfde verhaal geldt voor Nederland dat bij grote elektriciteitsvraag liever kiest voor import uit Duitsland, dan voor duurdere stroom uit Nederlandse gascentrales. Voor wie deze analyse niet gelooft, een klein gedachte-experiment: stel dat Duitsland, net als België geen of te weinig interconnectiecapaciteit zou hebben met Nederland en Frankrijk. Op momenten met veel elektriciteitsvraag in Nederland of Frankrijk, zouden de Nederlandse en Franse piekcentrales dan bijspringen, deze draaien veelal op gas. Tegelijkertijd zou – zonder export – op dagen met veel zon en wind in Duitsland veel minder behoefte zijn aan de elektriciteit van conventionele centrales. Wat betekent dat die dan hun elektriciteitsproductie zouden moeten terugschroeven.

    Om een beeld te geven Duitsland exporteerde in 2013 33 TWh, dat is ruim 5% van de Duitse elektriciteitsproductie. De Nederlandse en Franse stroomimport is zodoende indirect verantwoordelijk voor het aantal MWh dat Duitse kolencentrales kunnen produceren.

    De Duitse regering heeft kort geleden ook een discussiestuk over uitfasering van kolencentrales gepubliceerd. Inmiddels is duidelijk dat de Duitse regering niet aan het uitfaseren van kolen wil beginnen zolang de uitfasering van kernenergie nog niet afgerond is. Denemarken lijkt de uitfasering van haar kolencentrales wel te willen vervroegen.

    Dit artikel is eerder gepubliceerd op Sargasso.