Wie heeft de groenste?

ANALYSE – Het jaarlijkse onderzoek naar duurzaamheid van de Nederlandse energiesector negeert de trend naar het zelf opwekken van duurzame energie.

Een paar weken geleden werd de uitkomst gepubliceerd van het jaarlijkse onderzoek naar de duurzaamheid van Nederlandse elektriciteitsleveranciers.

Bij het lezen van de uitkomsten miste ik echter wat. Ik kon er niet meteen de vinger opleggen, maar deze week viel het kwartje: ik mis de bouw- en installatiebedrijven die u volledig van uw energierekening afhelpen. Dit doen ze door volgens de trias energetica 2.0 in te zetten op energiebesparing, hergebruik van energie uit reststromen en door het resterende energieverbruik volledig duurzaam op te wekken bij u thuis.

Het onderzoek

Maar nu eerst terug naar het onderzoek.

Het onderzoek naar de duurzaamheid van Nederlandse energieleveranciers is uitgevoerd door CE Delft in opdracht van WISE, de Consumentenbond, Greenpeace, Hivos, Natuur & Milieu, Vereniging Eigen Huis en Wereld Natuur Fonds. De zeven maatschappelijke organisaties verenigen zich om samen vanuit verschillende invalshoeken een eenduidig beeld te geven over de duurzaamheid van Nederlandse elektriciteitsleveranciers.

De ambities van de opdrachtgevers zijn goed: ze willen de verwarring rond groene stroom verminderen, afnemers inzicht geven in de duurzaamheid van hun stroomleverancier, de transparantie in de elektriciteitsmarkt vergroten en Nederlandse stroomleveranciers stimuleren om duurzame keuzes te maken en een grotere bijdrage te leveren aan de transitie naar een schone en veilige energievoorziening.

Aan de hand van de cijfers uit het onderzoeksrapport van CE Delft zijn de zeven bovengenoemde organisaties aan de slag gegaan om de stroomleveranciers te beoordelen op de volgende twee onderdelen van hun bedrijfsvoering:

  1. De investeringen in stroomopwekking wegen voor 50% mee in de beoordeling.
  2. De productie, levering en inkoop van stroom bepalen samen de andere 50% van de beoordeling.

De duurzame score per onderdeel is afhankelijk van de gebruikte energiebronnen en de gebruikte techniek om stroom op te wekken.

De onderzoeksresultaten

Uit het onderzoek komen Windunie, Raedthuys, HVC Energie, Eneco en Greenchoice als beste uit de bus. De minst duurzame energiebedrijven zijn volgens het onderzoek Atoomstroom, Essent en Delta.

Al voor het verschijnen van het onderzoek schreef energiebedrijf BAS een blog over de vragen van het onderzoek. Na het verschijnen onstonden de gebruikelijke schermutselingen tussen WISE en HIER Klimaatbureau over de juiste wijze om een dergelijk onderzoek uit te voeren. Schermutselingen die zeker niet de gewenste aanpak van misstanden in de groene stroommarkt verhelderen of het inzicht van de energieconsument vergroten, zoals Jan Paul van Soest en ik vorig jaar ook al schreven.

Jan Paul van Soest riep toen op tot het oprichten naar een onafhankelijke checker die alle feiten paraat heeft en die de consument de eigen weging laat maken aan de hand van zijn eigen criteria.

Tekortkomingen van het onderzoek

Zelf merkte ik dat me bij hij het lezen van de uitkomsten van het onderzoek en de kritiek daarop een unheimisch gevoel bekroop, alsof het een wedstrijdje ‘wie heeft de groenste’ was geworden. Dat gevoel werd nog versterkt na het doen van weer een nieuwe online test voor energiebesparing en de aankondiging van de collectieve inkoop spouwmuurisolatie door Stichting Natuur & Milieu.

Bij de aankondiging van de lancering van Vandebron.nl, weer een energiebedrijf dat het helemaal anders gaat doen, viel eindelijk het kwartje: energiebesparingsmaatregelen stapelen helpt je niet van je energierekening af. Zelfs nieuwe energiebedrijven als Vandebron en Qurrent zijn niet het innovatieve business model dat tot disruptie van de energiemarkt gaat leiden. Disruptie gaat komen van bouw- en installatiebedrijven die u van uw energierekening af kunnen helpen. Voor burgers en bedrijven die daarmee aan de slag zijn is de discussie over sjoemelstroom achterhaald…

Waarom ik dit denk? Extrapolatie op basis van eigen ervaringen. Een paar jaar geleden zijn we begonnen met verduurzaming van ons huis. Dat begon met het besluit om een zonneboiler op ons huis te leggen, waardoor we vijf maanden per jaar nauwelijks aardgas verbruiken. We hebben zijn doorgegaan met de aanschaf van Winddelen, ledencertificaten in een windmolencoöperatie die per stuk goed zijn voor 500 kWh per jaar, en vorig jaar hebben we zonnepanelen op ons huis geïnstalleerd. Daarmee zijn we in drie jaar tijd voor een groot deel energieconsument af geworden. We produceren inmiddels op jaarbasis bijna 90% van ons eigen elektriciteitsverbruik en ongeveer 20% van onze behoefte aan warmte.

Het effect hiervan is dat het ons inmiddels veel minder boeit of ons energiebedrijf tot de top van de duurzame energiebedrijven behoort. Wat ons interesseert, is het vinden van een partij die ons afhelpt van de laatste 80% warmte die we fossiel opwekken. Dat gaat een lastige opgaaf worden, wat helaas komt door mijn eigen haast om meters te maken met energiebesparing en -opwekking.

Had ik drie jaar gewacht, had ik binnenkort een volledig renovatieconcept kunnen inkopen met gegarandeerd 0 kWh en 0 m per jaar op de meter in ruil voor een bedrag van tien of vijftien keer de jaarlijkse energierekening.

Bizar maar waar, zie concrete voorbeelden als het Bright House van Heijmans, Energienotaloze Pluswoningen van Volker Wessels of de voorbeelden bij het W&R exepertisecentrum van BAM. Of neus eens rond op de website van De Stroomversnelling en Energiesprong om te beseffen dat het hier niet gaat om een niche, maar om de opschaling van niche naar (een komende) mainstream van ‘nul op de meterwoningen’. Naar deze niche (nog wel) wordt inmiddels ook door Vereniging Eigen Huis en Alliander gekeken.

Conclusie

Het onderzoek naar de duurzaamste energieleverancier is op zich een goed initiatief. De vraagstelling gaat echter voorbij aan belangrijke ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Er staan steeds meer energiebedrijven op die hun klant helpen om energie te besparen en om hun eigen duurzame energie op te wekken, bijvoorbeeld BAS, Maak je huis hoom, GreenSpread en RooftopEnergy.

Daarnaast introduceren bouw- en installatiebedrijven steeds vaker betaalbare concepten voor nieuwbouwwoningen en renovatie met nul op de meter. Daarmee wordt de bouwsector de komende jaren de grootste concurrent van de energiesector en de duurzaamste energie is toch echt de energie die je niet nodig hebt, gevolgd door energie die je lokaal en zonder netverlies opwekt. Ons huis verdient dat, uw huis ook?

Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Doldwaas zomeridee: koop een energiebedrijf of twee

Vorige week maakte Vattenfall een fors verlies voor Nuon bekend en gaf ze aan dat ze mede-investeerders zoekt voor de continentale delen van het bedrijf. Ook suggereerde Eneco-topman Jeroen de Haas in een interview dat de overheid energiebedrijven moet terugkopen. Sindsdien  gonst mijn Twitter-timeline van de mensen die dromen van het terugkopen van Nuon. Door de overheid, zoals de SP wil, of via een crowdfunding campagne, zoals Sven Pluut voorstelt. Zelfs een criticaster van bestaande energiebedrijven als Jan Rotmans toonde zich op Twitter voorstander van de terugkoop van Nuon en Essent door de overheid.

Maar is terugkoop nou werkelijk zo’n goed idee? Aangezien Twitter een belabberd discussieplatform is hieronder de gehoorde argumenten op een rij (voor zover ik ze heb onthouden).

Door energiebedrijven te kopen krijgt de overheid de netwerken weer in handen

Dat is de makkelijkste, want de netwerken zijn nooit mee verkocht. De regionale gas- en elektriciteitsnetwerken zijn in handen van gemeenten en provincies gebleven, alleen netwerkbeheerder Stedin is onderdeel van overheidsbedrijf Eneco gebleven. Alle andere regionale netwerkbedrijven zijn afgesplitst. Het landelijke netwerk is nog steeds van de rijksoverheid. Alleen de warmtenetten zijn van de energiebedrijven. Waarom dat laatste zo is? Geen idee. Naar mijn mening een weeffoutje in het systeem, maar niet een waarvoor ik belastinggeld in de overname van een volledig energiebedrijf zou stoppen.

Met een energiebedrijf in handen kan de overheid de energietransitie versnellen

Dat klinkt leuk en het bekt aardig, alleen: waarom liep Nederland volgens Eurostat Europees gezien dan zo achteraan? Alle belangrijke Nederlandse energiebedrijven waren tot 2009 in handen van de overheid. Wanneer overheidsbezit werkelijk tot versnelling van de energietransitie zou leiden dan hadden we in 2009 (het jaar van de verkoop van Essent en Nuon) toch meer dan de schamele 4% aan hernieuwbare energie moeten hebben? Ook in 2004 stond Nederland met 1,8% duurzame energie al op de vierde plaats van onderen qua aandeel duurzame energie in de EU. Alleen Malta, Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk hadden een lager percentage volgens Eurostat. Dat is nou niet echt een prestatie waar de Nederlandse overheidsaandeelhouders uit die tijd zich voor op de borst mogen kloppen…

Pas in 2011 (het laatste jaar waarvoor Eurostat cijfers heeft staan) waren we zowaar een plekje opgeschoven door stuivertje te wisselen met België, de nummer vijf op de lijst van kleinste aandeel duurzame energie. Dat heeft overigens net zoveel te maken met een terugval van het aandeel duurzame energie in België als met een kleine stijging van het aandeel duurzame energie in ons eigen land tot 4,3%.

Mijn conclusie: overheidsbezit van een energiebedrijf heeft in het verleden niet geleid tot versnelling van de energietransitie. Ik denk zelfs dat de opkomst van nieuwe bedrijven als Qurrent, BAS Energie, het al langer bestaande GreenChoice en niet te vergeten de vele energiecooperaties in meer of mindere mate van oprichting meer effect gaan hebben op de energietransitie. Net als solar lease bedrijven als Rooftop Energy die met slimme constructies komen om zonne-energie haalbaar te maken vanuit de energierekening.

De overheid heeft geleerd van fouten uit het verleden en gaat haar aandeelhoudersmacht nu wel inzetten voor de energietransitie

Wederom: het bekt lekker, maar enige onderbouwing van zulke inzet ten bate van de broodnodig geachte versnelling van de energietransitie is gewenst. Heeft het ingrijpen van de overheid in de financiële sector (de meest recente overheidsinterventie op de markt via overname van bedrijven) werkelijk geleid tot duurzamere banken en verzekeraars? Merken ASR, ABN en SNS dat de overheid stuurt op duurzaamheid van hun organisatie? Ik waag het te betwijfelen. Ook voor wat betreft de beloning maak ik me weinig illusies. Meteen na de overname van ABN werd duidelijk dat er naast de Balkenendenorm een tweede Zalmnorm van zeven ton voor bankdirecteuren werd geïntroduceerd. Dat zal voor energiebedrijven niet veel anders gaan.

Ik heb namelijk nergens gelezen dat er een grootschalige wisseling van ambtenaren heeft plaatsgevonden waarbij personen die ik ken als voorvechters van duurzaamheid aan de top van ambtelijke organisaties terecht zijn gekomen. Ook een draai naar actief aandeelhouderschap van de overheid heb ik niet waargenomen in de ambtelijke benoemingen van de laatste jaren. Dan heb ik het voor het gemak maar even niet over het feit dat de politieke leiding ook niet echt in die richtingen lijkt te denken.

Als de overheid dan toch wil leren, laat haar dan leren ingrijpen via regelgeving. De voorbeelden in landen als Duitsland, Denemarken en Spanje laten zien dat dat een veel groter effect heeft op de toename van het aandeel duurzame energie. Wel goed nadenken over de hoogte van vergoedingen, want Spanje laat zien dat een te hoge vergoeding niet houdbaar is. Met het streven naar een Noord-West Europese energiemarkt zou ik zeggen: copy-paste van onze oosterburen. Desgewenst met een wat lagere vergoeding, maar verder onder dezelfde voorwaarden. Dat is een bewezen recept voor een succesvolle energietransitie met lage groothandelsprijzen van elektriciteit voor de grootverbruikers en een hoge mate van acceptatie onder de bevolking. Met een opslag rond de 5 tot 6 eurocent per kWh is het nog altijd goedkoper dan onze huidige kleinverbruikerstarief van de energiebelasting, zelfs als er in 2014 0,8 eurocent bovenop komt.

Fossiele centrales blijven de komende twintig jaar nodig als back-up van het elektriciteitsnetwerk

Dat is goed mogelijk, maar het kan net zo goed zijn dat dat niet het geval is. Overheidsbedrijf Eneco heeft de afgelopen jaren eigenhandig ervaren dat de energietransitie soms anders loopt dan verwacht. Want hun gloednieuwe gascentrale maakt nauwelijks draaiuren. Daarmee verkeren ze in goed gezelschap, want ook de nieuwe gascentrale van Nuon draait op zeer beperkte capaciteit. Ook GDF heeft eerder dit jaar al aangekondigd gascentrales te gaan sluiten, terwijl gas gezien wordt als de transitiebrandstof naar een duurzame elektriciteitsvoorziening. Gascentrales hebben echter last van de combinatie hoog brandstofkosten, lage CO2-prijs en niet te vergeten de lage wholesale-prijs voor elektriciteit door de energietransitie in Duitsland. Dat is wat anders dan zeggen dat de elektriciteitsprijs voor kleinverbruikers daalt, want dat is net als in Duitsland niet het geval.

Duitsland, de VS en ook Australië laten zien dat het met de behoefte aan fossiele centrales als back-up voor het systeem ook een hele andere kant op kan gaan. Zo werkt Duitsland op verschillende manieren aan een betere inpassing van hernieuwbare elektriciteit. Zo heeft Duitsland sinds begin dit jaar een nieuwe regeling om opslagtechnieken te stimuleren. Opslagtechnieken kunnen momenteel wellicht financieel nog niet uit, maar met de juiste prijsprikkels en marktontwikkelingen kan dat snel gaan. Met als gevolg verdere waardedaling van bestaande energiecentrales. Daarnaast zet Duitsland in op vraagbeperking, ze hebben er sinds kort zelfs een speciale markt voor geopend.

Duitsland laat ook zien dat door de energietransitie de concepten baseload en peakload geheel andere betekenissen krijgen. Wanneer dat doorzet, gaan we de komende jaren nog meer afboekingen op bestaande centrales zien. Vooral op centrales die niet snel kunnen op- en afschakelen. Traditioneel is dat een voordeel voor gascentrales ten opzichte van kolencentrales. Alleen worden nieuwe kolencentrales inmiddels ook steeds flexibeler gebouwd. Zolang het prijsnadeel van gas niet wordt gecompenseerd door een voordeel via de CO2-prijs van ETS blijft kolen dan de voorkeur hebben.

Als provincies en gemeenten de opbrengst van de verkoop van energiebedrijven niet besteden vind het Rijk wel een manier om het op te halen

Verreweg het slechtste argument dat ik heb gelezen, want angst is een slechte raadgever. En als belastingbetaler zie ik het geld liever van de ene naar de andere overheid verhuizen, dan dat het geld wordt gestoken in de overname van bedrijven waar mogelijk nog steeds fors op afgeboekt moet gaan worden. Een sector in ieder geval waarvan je kan afvragen of het de komende twintig jaar nog de stabiele investering blijft die het van oudsher altijd was. Bovendien loop ik al voldoende risico in deze sector door de forse investeringen van mijn pensioenfondsen in de energiesector.

Een andere optie als gemeenten en provincies niet willen dat het geld wordt geconfisqueerd door ‘Den Haag’ is om het geld rechtstreeks te steken in de energietransitie. Bijvoorbeeld door te investeren in het opschalen van een sprong naar energienotanul woningen of energieneutrale kantoorgebouwen, scholen en zorginstellingen. Ik vermoed dat ze bij Energiesprong nog wel wat concepten op de plank hebben liggen.

Als de overheid energiebedrijven terugkoopt kunnen kolencentrales op termijn goedkoop omgebouwd worden tot diep-thermische centrales

Een mooie optie, alleen waarom is daar op dit moment een overname door de overheid voor nodig? Wie zegt dat de bodem bereikt is en dat er geen verdere afschrijvingen nodig zijn? En bovendien: wie zegt dat de overheid wel gaat investeren in de ombouw en marktpartijen niet? De rijksoverheid heeft met Energie Beheer Nederland enkel een goed track record als het gaat om de winning van olie en gas. Tot nu toe zie ik dit staatsbedrijf geen enkele beweging maken om een deel van de baten van duurzame energie te plukken.

Wil je water dan ook privatiseren?

Nou nee, dat heb ik ook nooit beweerd. Water is naar mijn mening een hele andere markt, waarbij de ervaring in het buitenland leert dat het scheiden van netwerk en levering veel moeilijker, zo niet bijna onmogelijk is. Bij energie is scheiding tussen de netwerken, productie en levering veel makkelijker te realiseren en dat is ook gebeurd. Dat maakt de productiebedrijven en de handelsbedrijven (de Eneco’s, Nuon’s en Essent’s van deze wereld) kwetsbaarder voor overnames en concurrentie. Zolang het netwerk in publieke handen blijft hoeft dat naar mijn mening geen probleem te zijn. In een decentrale productieomgeving verandert hun rol. Met de opkomst van lokale initiatieven worden de keuzes voor afnemers steeds groter. Koop je een winddeel bij de Windcentrale? Heb je een paar zonnepaneeltjes op je dak? Wil je nog deelnemen aan een collectieve zonnecentrale van SolarGreenPoint of 1.000.000 Watt? In theorie allemaal mogelijk.

Wellicht dat de rol van het energiebedrijf in de toekomst beperkt is tot het afnemen van stroom uit deze projecten als je het zelf niet verbruikt en het leveren van stroom als je meer vraagt dan je projecten opleveren. Als dat toekomstbeeld klopt is het bezit van veel grootschalige centrale productie mijns inziens geen zegen.

Mijn eindconclusie:

Ik wil best geld investeren in de energiesector, maar niet via een bedrijfsovername door de overheid. Ook ga ik geen geld steken in overname van bedrijven waarvan ik me zeer afvraag of ze het dieptepunt al bereikt hebben. Ik geloof absoluut dat er binnen Nuon en Essent mensen zijn die sneller willen verduurzamen. Ik betwijfel alleen of een overname door overheid of particulieren er voor gaat zorgen dat die mensen naar boven komen drijven. Of dat een groep crowdfunders in staat is om het bedrijf in de benodigde strategische klem te zetten voor verduurzaming van binnenuit (zoals Jeroen de Haas dat ooit omschreef in een interview). Ik laat me graag overtuigen van het tegendeel, dus schiet maar raak in de commentaren.

Dit bericht is eerder geplaatst op Sargasso.

Impressie Powershift bijeenkomst 28 juni 2011

Op donderdag 28 juni was ik via Igor Kluin uitgenodigd bij de Powershift bijeenkomst die Sogeti en Rijkswaterstaat samen organiseerde in het LEF Future Centre van Rijkswaterstaat in Utrecht. Onderwerp van de bijeenkomst was de vraag hoe we de Energietransitie in Nederland kunnen versnellen. Aanleiding voor de bijeenkomst was een internationale studie uitgevoerd door VINT over de stand van zaken op gebied van energietransitie.

Menno van Doorn, een van de onderzoekers, legde na afloop van de bijeenkomst uit dat er geen dik rapport zal komen, want die zijn er al genoeg. In plaats daarvan staan fragmenten van de interviews online op Vimeo. Je kan ze op dit Vimeo kanaal vinden en ik zal de komende weken de verschillende delen hier de revue laten passeren. Er zit namelijk voldoende stof tot nadenken in de fragmenten.

Voor nu de inleiding en een korte impressie van de bijeenkomst.

Powershift Introduction from Sogeti VINT on Vimeo.

De Powershift bijeenkomst

Het was een inspirerende bijeenkomst, op een mooie locatie. Al moet ik eerlijk zeggen dat de dag het niet haalde bij de speech van Van Jones eerder op de Powershift bijeenkomst in de VS. Tijdens de dag (zowel plenair, als in kleinere groepjes) werd mij erg duidelijk dat de verschillen van inzicht in de energiewereld groot (aan het worden) zijn. Het duidelijkst werd dat in de gesprekken over de toekomstige rol en het business model van grote energiebedrijven.

Een aantal aanwezige grote energiebedrijven vertelde sterk in te zetten op een functie als energiemakelaar in een decentrale energiewereld, waarbij ze verdienen aan het afstemmen van bijvoorbeeld vraag en aanbod. Er waren ook een paar grote energiebedrijven die een heel ander business model bedacht hadden. Het meest in het oog springende plan vond ik om klanten korting te geven als ze op jaarbasis precies afnemen wat ze van te voren hebben afgesproken (mogelijk zelfs op het tijdstip dat ze hebben afgesproken), maar ze fors te laten betalen als ze meer of minder elektriciteit afnemen. Als potentiële klant vond ik dat nou niet echt een aantrekkelijk idee, alsof je gestraft wordt voor minder minuten bellen dan er in je belbundel zitten…

Daarnaast waren er kleine bedrijven die sterk inzetten op business modellen om decentrale, duurzame energie en energiebesparing voor burgers en bedrijven interessant te maken. Waarbij soms samenwerking met grotere marktpartijen wordt gezocht om schaalgrootte te genereren.

Stof tot nadenken

Van de ideeën die ik heb gehoord wil ik er drie niet ongenoemd laten:

  • De nationale black-out day: een dag zonder elektriciteit om iedereen bewust te maken van de kwetsbaarheid van onze elektriciteitssysteem en van onze afhankelijkheid daarvan. En zoals Igor Kluin stelde: iedereen is zelf verantwoordelijk om daar al dan niet wat aan te doen. Het idee is afkomstig van de groep die zich bezig hield met bewustwording van de burger.
  • Iedere vierkante meter moet meervoudig productief zijn.
  • De ‘Tupperware’ energieparty, waarop leden van VvE’s of huiseigenaren uitleg krijgen over de (on)mogelijkheden van decentrale, duurzame energie.