EU: heel Europa ‘van aardgas los’

De Europese Unie heeft een voorstel aangenomen om het gebruik van hernieuwbare energie voor verwarming en koeling vanaf 2021 jaarlijks met 1,3% te vergroten. Daarmee wordt eindelijk de draai gemaakt van hernieuwbare elektriciteit naar warmte en koeling. Niet onbelangrijk aangezien verwarming en koeling goed zijn voor een groot deel van de energievraag in de EU en slechts 18% van de warmte en koude duurzaam is. In Nederland bestond 19% van de totale energievraag in 2017 uit warmte. Waarvan slechts 10% hernieuwbare warmte was, vooral uit biomassa.

Het Europese voorstel laat zien dat Nederland misschien een van de weinige lidstaten is die al bezig is met de omslag van aardgas naar andere bronnen voor verwarming van de gebouwde omgeving, maar dat er wel degelijk gewerkt wordt aan een Europees plan om de omslag naar gas te voorkomen. Of als dat niet lukt er een tijdelijke fase van te maken. Landen als Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Belgiëwerken ook al aan de overstap naar andere warmtebronnen. En ook in de VS zijn plannen om aardgas als warmtebron te vervangen.

Om de EU klimaatdoelen voor 2050 te halen is volgens sommige onderzoekers een verbod op nieuwe gasketels en gasboilers per 2030nodig. Dat verbod is echter voorlopig nog niet in de maak.

Kansen voor de industrie

Een verplichting om het aandeel duurzame warmte en koude vanaf 2021 te verhogen biedt kansen voor de Europese industrie. Zeker voor bedrijven die zich bezig houden met zonnewarmte oplossingen (zonneboilers, heatpipes etc). Zonnewarmte maakt nu nog maar een klein deel van de totale warmtevoorziening uit. Europa exporteert zijn kennis en producten nu vooral naar Zuid-Amerika en China. Terwijl zonnewarmte in zuidelijke lidstaten, zoals Griekenland, volledig in de warmwatervoorziening voor een huishouden kan voorzien. Ook in Denemarken en Oostenrijk zijn grote zonnewarmte systemen te vinden. Grote zonnewarmte systemen kunnen ook een rol spelen bij het leveren van warmte aan een warmtenet, zoals bijvoorbeeld bij Nagele in balans, een van de 27 proeftuinen voor aardgasvrije wijken, de bedoeling is.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

De economische toekomstkansen van kernenergie

In het debat over energietransitie en klimaatmaatregelen gericht op de energiesector zijn er een paar constanten die telkens opduiken. Een van de hardnekkigste betreft kernenergie. Al onder Rutte I waren er plannen voor Borssele II. Rond dezelfde tijd werd in de VS door voorstanders van kernenergie hoopvol gesproken van een ‘nucleaire renaissance’. Voorstanders vinden dat kernenergie taboe is verklaard voor het klimaatakkoord. Mij lijkt het nuttiger om eens te kijken naar hoe reëel de marktkansen van kernenergie zijn.

Historie

Voor wie de ontwikkeling van kernenergie al langer volgt is het geen verrassing dat nieuwe centrales moeilijk van de grond komen in Europa en de VS. Wereldwijd neemt de totale capaciteit van kerncentrales ook nauwelijks meer toe en stijgt de gemiddelde leeftijd van de kerncentrale vlot. In 2009 publiceerde Citibank een rapport met de titel “New Nuclear – The Economics Say No” (pdf), waar ik toen ook al aandacht aan besteedde. In dit rapport laat Citibank zien dat de kosten en financiële risico’s van kernenergie groot zijn voor private investeerders. De studie somt vijf grote risicogebieden op waar ontwikkelaars en beheerders van nieuwe kerncentrales rekening mee moeten houden: planning, bouw, energieprijs, beheer en sluitingskosten.

Volgens de studie hebben overheden in geïndustrialiseerde landen enkel de risico’s op het vlak van planning beheersbaar gemaakt voor ontwikkelaars van kerncentrales. Hoewel het een belangrijke factor is, “is het de factor met de minste financiële impact”. Bouw, energieprijs en beheer zijn de belangrijkste risicogebieden. Zo enorm dat ze echte “corporate killers” zijn en ook de grootste energiebedrijven op de knieën kunnen dwingen, volgens het rapport.

De Duitse fysicus Christoph Pistner van het Duitse Instituut voor Toegepaste Ecologie kwam toentertijd tot dezelfde conclusie. In zijn rapport “Renaissance of nuclear energy” (pdf, Duits) voert Pistner aan dat ontwikkelaars “de enorme bouwkosten van een nieuwe kerncentrale op voorhand en voor een ongewoon ladnge termijn moeten financieren.” Het duurt volgens Pistner minstens twintig jaar voor de operationele kosten terugbetaald zijn. Pas na die periode maakt een kerncentrale winst.

Amerika’s nucleaire renaissance

Vanaf 2010 zijn er meer dan tien plannen geweest voor nieuwe kerncentrales in de VS. Voorstanders droomden al van een nucleaire renaissance. Ondanks dat Obama ruim 8 miljard dollar aan garanties beschikbaar stelde voor de bouw van 2 nieuwe kerncentrales wordt er inmiddels enkel nog aan de nieuwe kerncentrale Vogtl gewerkt. De bouw van deze kerncentrale ligt achter op schema en boven budget. Dit is voor het energiebedrijf niet zo erg, omdat ze de bouwkosten al door mogen rekenen aan hun klanten.

Westinghouse, het Amerikaanse dochterbedrijf van Toshiba dat kerncentrales bouwt, is in 2017 failliet gegaan en Amerikaanse energiebedrijven, zoals Exelon, geven aan dat ze niet verwachten dat er nog nieuwe kerncentrales gebouwd zullen worden. Erg hoopvol ziet het er dus niet uit voor nieuwbouw van de huidige generatie kerncentrales, dat concluderen ook Amerikaanse onderzoekers in een recent paper. De auteurs zijn voorstander van kernenergie, maar geven aan dat de toestand waarin kernenergie zich bevind reden is tot diepe bezorgdheid. Of in hun eigen woorden:

Achieving deep decarbonization of the energy system will require a portfolio of every available technology and strategy we can muster. It should be a source of profound concern for all who care about climate change that, for entirely predictable and resolvable reasons, the United States appears set to virtually lose nuclear power, and thus a wedge of reliable and low-carbon energy, over the next few decades.

Bestaande kerncentrales en technologische ontwikkeling

Bestaande kerncentrales in de VS hebben het zwaar en staan onder druk van goedkopere opties, zoals hernieuwbare energie en gascentrales. Volgens een recente analyse van Bloomberg New Energy Finance draait een kwart van de kerncentrales met verlies of loopt het risico om gesloten te worden. Deze centrales hebben een gezamenlijke opwekkingscapaciteit van 32,5 gigawatt. Verschillende staten ondernemen initiatieven om sluiting te voorkomen, maar dat zorgt hooguit voor vertraging en niet voor extra capaciteit. Het stelpen van de verliezen vergt $1,3 miljard per jaar.

De Amerikaanse onderzoekers lopen ook alle technologische ontwikkelingen langs en zijn weinig hoopvol over de toekomstperspectieven. Veel van de geavanceerde technieken, zoals gesmolten-zoutreactoren en thoriumcentrales, zijn nog decennia verwijderd van commerciële toepassing. Het enige lichtpuntje dat ze zien voor geavanceerde reactoren is TerraPower, de nucleaire startup waar Bill Gates in geïnvesteerd heeft. Waarbij ze wel aantekenen dat het ook dit bedrijf niet lukt om haar techniek binnen het Westerse systeem te commercialiseren, waardoor ook dit bedrijf inmiddels samenwerkt met China.

Een deel van de voorstanders van kernenergie ziet kleine modulaire kerncentrales als mogelijke oplossing. Daar denken de auteurs anders over, pas vanaf een prijs van $100/ton CO2 achten zij deze techniek kansrijk. Ook een hogere gasprijs zou helpen.

Situatie in West-Europa

In West-Europa zijn de marktkansen voor kernenergie niet veel beter. Duitsland is nog steeds van plan alle kerncentrales uit te faseren en Frankrijk heeft plannen gemaakt om de afhankelijkheid van kernenergie te verkleinen. De omvang van de Franse plannen om kerncentrales te sluiten verschilt niet veel met de Duitse plannen. Om het aandeel kernenergie in Frankrijk te verlagen moeten ongeveer 22 kerncentrales gesloten worden. Ter vergelijking: Duitsland sluit er 17 om de Atomausstieg te realiseren. Een aanvullend probleem voor bestaande kerncentrales in Europa zijn de grote tekorten in de fondsen voor ontmanteling van kerncentrales en berging van kernafval.

Ondertussen kampt de laatste grote Europese kerncentrale bouwer EDF met kwaliteitsproblemen en veiligheidsproblemen. De vertragingen en budgetoverschrijdingen bij de bouw van de centrales in Flamanville en Hinkley C lopen nog steeds verder op. Lichtpuntje lijkt de opening in september 2019 van Olkiluoto-3, de Finse reactor die al 10 jaar vertraagd is en bijna 6 miljard euro duurder is dan begroot.

Tegenvallers zijn er ook, zo liggen alle procedures voor een tweede kerncentrale bij Borssele stil sinds 2012. De kans dat één van deze partijen de draad weer oppakt lijkt klein. Een recent advies van de National Infrastructure Commission in het Verenigd Koninkrijk adviseert om het aantal nieuwe kerncentrales te beperken en in te zetten op hernieuwbare energie. Dat biedt dus ook weinig goed nieuws voor de kernindustrie:

Any assessment needs to recognise the full costs and risks. It should not be distorted by hidden costs or used to present costs as artificially lower. Given the balance of costs and risk, a renewables based system looks like a safer bet at present than constructing multiple new nuclear power plants. But a large amount of uncertainty does remain.

Opvallend, omdat er in de commissie twee leden zitten die een achtergrond in de kernenergiesector hebben.

Rampjaar 2017

Vorig jaar werd door verschillende voorstanders van kernenergie uitgeroepen tot een slecht jaar. Ze waarschuwden voor een “snel verergerende crisis“, een “crisis die het voortbestaan van kernenergie in het westen bedreigd“, “de crisis waarmee de kernindustrie wordt geconfronteerd in ontwikkelde landen“, de “as van een stervende industrie”, en van een”industrie aan de ademhalingsmachine in de VS en in andere ontwikkelde economiën”.

Conclusie

Mijn conclusie is dat kernenergie niet wordt doodgezwegen of taboe is. Citibank had het 10 jaar geleden al juist: nieuwe kerncentrales kunnen in de Amerikaanse en Europese elektriciteitsmarkt economisch niet uit. Tenzij er forse staatssteun wordt geboden of de CO2-prijs veel hoger wordt. Voorstanders van kernenergie komen er steeds openlijker voor uit dat staatssteun nodig is. De ontwikkelingen rond Hinkley C en in de VS laten zien dat kernenergie daarbij nu al niet de goedkoopste optie is en dat er meer kans is dat de kosten van hernieuwbare energie dalen, dan die van kernenergie. Gelet op de stijgende leeftijd van kerncentrales lijkt het dan ook aannemelijker dat kernenergie in de VS, de EU en in Nederland het tijdperk van ontmanteling in gaat.

Nieuwe ontwikkelingen, zoals thoriumcentrales, gesmolten-zoutcentrales of kleine modulaire reactoren zijn nog decennia weg van commerciële toepassing. Deze technieken komen daarmee te laat voor een bijdrage aan het terugdringen van CO2-emissie in 2030. Dat maakt dat deze nieuwe technieken terecht geen rol spelen in het klimaatakkoord dat afspraken tot 2030 bevat.

Dit bericht is eerder verschenen op Sargasso.

Bloomberg: Europa’s kolencentrales gaan in rook op

Volgens persbureau Bloomberg sluiten kolencentrales in Europa sneller dan verwacht. Bloomberg stelt dat dit met name komt door de dalende kosten van de overschakeling op hernieuwbare energie. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) heeft zijn verwachtingen voor de kolensector voor 2030 sinds 2012 met 12% naar beneden bijgesteld. Naar verwachting van het IEA is er in 2030 nog 114 GW aan geïnstalleerd vermogen over, vergeleken met 177 GW in 2014 (het laatste jaar waarover gegevens beschikbaar zijn).

In het Verenigd Koninkrijk, Finland, Frankrijk, Portugal en Oostenrijk wordt kolen volledig uit gefaseerd. Ook in Duitsland sluiten kolencentrales, zoals de kolencentrale van STEAG in Voerde – met een vermogen van 2,2 GW ooit Europa’s grootste kolencentrale. Dat de Energiewende ook pijn doet bij de eigenaren van kolencentrales begint daarmee zichtbaar te worden. Duitse energiebedrijven hebben namelijk voor nog 27 kolen- en gascentrales met een gezamenlijke capaciteit van 6,6 GW sluiting aangevraagd bij de netbeheerder.

En dat terwijl Eurelectric, de Europese brancheorganisatie voor de elektriciteitssector, in december 2013 zei dat:

the expansion of renewables is going hand in hand with an expansion of coal-fired generation.

Nu, vier jaar later, kondigt de brancheorganisatie aan dat haar leden geen intentie hebben om na 2020 nog in nieuwe kolencentrales te investeren. Als het IEA gelijk krijgt lijkt het er op dat de anti-energietransitie garde binnenkort op zoek mag naar een nieuw verhaal over waarom hernieuwbare energie geen optie is.

Dit bericht is geschreven voor Sargasso.

Van gas naar duurzame energie in Europa

In april onderzocht het Duitse Öko-Institut de situatie in de Europese elektriciteitssector en vond dat kolencentrales grofweg evenveel elektriciteit produceren, terwijl het de productie van hernieuwbare elektriciteit groeit. Elektriciteit geproduceerd met gas wordt vervangen.

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

De productie van hernieuwbare elektriciteit is tussen 2010 en 2015 met meer dan eenderde gestegen in de EU, de productie is toegenomen met 244 TWh. De elektriciteitsproductie van kolencentrales is relatief stabiel gebleven met 300 TWh bruinkool en 500 TWh steenkool, maar de elektriciteitsproductie van gascentrales is in deze periode gedaald met 283 TWh.

In Europa heeft dus in essentie een transitie van gas naar hernieuwbaar plaats gevonden.

160204_obs_3_whhhaaaat
Öko-Institut

De studie, die in april is gepubliceerd, toont dat Duitsland goed is voor bijna de helft van de elektriciteitsproductie met bruinkool in Europa. Het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Polen zijn samen goed voor meer dan de helft van de elektriciteitsproductie met steenkool.

De auteurs schrijven dat prijs de belangrijkste uitdaging is voor gas in de elektriciteitssector. De brandstof is simpelweg niet competitief bij de huidige lage CO2-prijzen – zelfs al bieden gascentrales de flexibiliteit die wind- en zonne-energie uiteindelijk nodig zullen hebben als backup.

Terwijl de productie van windenergie tussen 2010 en 2015 meer dan verdubbeld is in Europa van 149 TWh naar 307 TWh, is de productie van zonne-energie verviervoudigd van 23 naar 101 TWh. Duitsland is verreweg de grootste producent van hernieuwbare elektriciteit met 193 TWh, gevolgd door Italië, Spanje, Zweden en Frankrijk (in die volgorde) met ongeveer 100 TWh.

(Craig Morris / @PPchef)


Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

TTIP is goed voor de ontwikkeling van fossiele energie

Uit documenten, die The Guardian heeft opgevraagd, blijkt dat de Europese Commissie ExxonMobil heeft verzekerd dat TTIP goed is voor de wereldwijde expansie van fossiele energiewinning. Karel de Gucht vertelde tijdens een bijeenkomst in oktober 2013 tegen het bedrijf dat TTIP Exxon’s zorgen over regulering, die de activiteiten van het bedrijf in ontwikkelingslanden aan banden kon leggen, zou adresseren:

TTIP is perhaps more relevant as setting a precedent vis-a-vis third countries than governing trade and investment bilaterally. We think that this third country element is in the interest of the energy sector, and especially globally active companies like Shell or Exxonmobil. After all, companies like Shell or Exxonmobil face the same trade barriers when doing business in Africa, in Russia or in South America.

Oftewel zodra TTIP van kracht is zullen andere landen soortgelijke regelgeving aannemen, waardoor het voor bedrijven als ExxonMobil makkelijker wordt om hun activiteiten uit te breiden.

Schaliegasindustrie neemt EU expertcommissie over

The Guardian bericht op 15 april over een duidelijk gevalletje ‘wij van wc-eend’.  De EU expertcommissie die moet adviseren over het de mogelijke risico’s van schaliegas wordt geleid door zes leden, waarvan er drie afkomstig zijn van Cuadrilla en ConocoPhilips (beide actief in schaliegas), twee van pro-schaliegas ministeries in het Verenigd Koninkrijk en Polen, en als laatste een adviseur van de lobbygroep Schale Gas Europe.

De expertcommissie overzien en beoordelen het werk van de werkgroepen, die alleen op uitnodiging toegankelijk zijn. In de werkgroepen zaten zo’n 70 vertegenwoordigers namens de industrie en 10 namens de milieubeweging. Reden voor de milieubeweging om zich volledig uit deze werkgroepen terug te trekken.

Tip: Stollmeyer.

Dit bericht is eerder als waanlink op Sargasso gepubliceerd.

Het belang van teerzandolie voor Nederland

Vorige week berichtte Damian Carrington in The Guardian dat de Nederlandse overheid zich net als Engeland sterk maakt voor een compromis om te voorkomen dat Canadese teerzandolie als zeer milieuonvriendelijk te boek komt te staan. Daarmee verplaatst de strijd om de winning van de Canadese teerzanden zich naar Nederland. In eerste instantie leek het me een onlogische zet om je in te zetten voor de importmogelijkheden van Canadese olie. Totdat ik bedacht dat de Nederlandse staat via Energiebeheer Nederland voor 40% participeert in de winning van olie door NAM (onderdeel van Shell & Exxon) in Schoonebeek (zie lijst met deelnemingen op EBN site). De olie in Schoonebeek is ” zo taai en dik dat het lijkt op pannenkoekenstroop

Strijd om teerzand in Canada & de VS

In Canada is de strijd al een paar jaar in volle gang en heeft de minister onlangs een open brief gestuurd, waarin hij stelt dat tegenstanders van de winning van teerzand tegenstanders van Canada zijn. In de VS  wordt al een tijd een zware strijd geleverd om de vergunning voor de Keystone XL pijpleiding te blokkeren. Begin deze week heeft Obama de vergunning voor Keystone XL voorlopig afgewezen, maar wel de mogelijkheid open gelaten om een nieuwe vergunning aan te vragen. Obama is van mening dat het Amerikaanse parlement hem onvoldoende tijd gunt om de milieu- en sociale effecten van de pijpleiding te onderzoeken.

Californië werkt daarnaast aan wetgeving die de invoer van teerzandolie stukken lastiger maakt, door eisen te stellen aan de CO2 emissie van brandstof over de hele winningsketen (van well to wheel). Een rekenmethodiek die ook wel bekend staat als levenscyclus analyse en volstrekt gebruikelijk is in andere branches. Zo niet in de energiehoek, want de oliemaatschappijen voeren een stevige juridische strijd tegen het voorstel.

Teerzandolie in de EU & Nederland

In Europa werkt de Europese Commissie aan een herziening van The Fuel Quality Directive, dit is een soortgelijk voorstel als waar Californië aan werkt. Engeland (volgens sommige een lichtend voorbeeld op milieugebied) probeert al langer om dit voorstel van tafel te krijgen. Nederland heeft zich daar volgens Damian Carrington inmiddels bijgevoegd met een eigen voorstel. Damian Carrington wijst er op dat BP en Shell beide fors hebben geïnvesteerd in de Canadese teerzandolie. Wat hij over het hoofd ziet is dat de Nederlandse overheid via Energiebeheer Nederland ook (fors?) geïnvesteerd heeft in de winning van teerzandolie in ons eigen kikkerlandje. De hoeveelheid energie die nodig is om de Nederlandse teerzanden te ontginnen is misschien minder groot dan voor de Canadese teerzanden, maar ik vermoed dat het nog altijd meer is dan benodigd is voor conventionele oliewinning.

Als het voorstel van de Europese Commissie ongewijzigd wordt aangenomen kan het dan ook wel eens een stuk lastiger worden om de verwachte 100 miljoen vaten olie te verkopen. Wat weer gevolgen heeft voor de ‘aardgasbaten’ die EBN afdraagt aan de Nederlandse staat. In 2010 was de afdracht van EBN aan de Nederlandse staat volgens de jaarrekening goed voor ruim 5,3 miljard Euro. Al komt het grootste deel daarvan ongetwijfeld van aardgas.

PS Waarom investeert de Nederlandse overheid eigenlijk via EBN risicodragend in de zoektocht naar en de winning van fossiele brandstoffen, terwijl hernieuwbare bronnen hooguit exploitatiesubsidie krijgen?