Tag: klimaatbeleid

  • Stand van zaken duurzame elektriciteit Nederland

    Eind vorig jaar werd bekend dat 2024 te boek staat als een van de warmste jaren sinds de metingen zijn begonnen. Ook maakte het World Weather Attribution (WWA) project bekend dat grote schade door klimaatverandering  geen dreiging is, maar al dagelijkse realiteit bij de huidige 1,3 graad opwarming. Tijd dus om vaart te zetten achter duurzame energie, want verbranden van fossiele energie is een van de belangrijkste oorzaken van klimaatverandering.

    Sinds het ondertekenen van het nationale klimaatakkoord heeft de landelijke overheid zich in Brussel hard gemaakt voor ambitieuzere doelstellingen voor 2030. Deze hogere doelstelling (55% in 2030) is ook vastgelegd in de de landelijk Klimaatwet. Dat komt mooi uit, want het Klimaatakkoord bevatte al een optie om de doelstelling op te hogen van 49% CO2-reductie naar 55% CO2-reductie. In het hoofdstuk over elektriciteit zijn hier ook cijfers voor opgenomen:

    Bron (in TWh)49% basispakket55,00%
    Wind op zee49
    Hernieuwbaar op land (> 15 kW)35
    Overige hernieuwbare opties (incl. CO2 vrij regelbaar vermogen)pm127
    Klein zon (< 15 kW)7
    Totaal91127

    De getallen in bovenstaande tabel zijn 7 TWh (Terawattuur) hoger dan in het hoofdstuk uit het klimaatakkoord, omdat ik er voor gekozen heb ook kleine zonnestroominstallaties mee te rekenen in de totale opgave. Het goede nieuws is dat het doel voor kleine zonnestroominstallaties (7 TWh) in beeld is, zodat ook kleine zonnestroominstallaties mee gaan tellen voor het behalen van de RES-biedingen.

    Voorgeschiedenis

    Bij het klimaatakkoord werd afgesproken dat gemeenten, waterschappen en provincies zich zouden organiseren in regionale energiestrategieën (RES’en). Nederland werd daarmee opgedeeld in 30 RES’en, sommige zo groot als één gemeente, andere bestaande uit 15 tot 20 gemeenten. De logica van de indeling? Da’s voer voor promotieonderzoek. In 2020 bleken de losse RES’en bij elkaar opgeteld ambitieuzer dan het minimum bod van tenminste 35 TWh. Uiteindelijk hebben de RES’en gezamenlijk 55 TWh hernieuwbare elektriciteit op te wekken. Deze biedingen zijn vastgesteld door bijna alle gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen. Al in 2019 en 2020 berichtte Sargasso dat het doel om tenminste 35 TWh hernieuwbare elektriciteit op land op te wekken in beeld was. Da’s geen reden om achterover te leunen, want inmiddels heeft het kabinet de ambitie opgehoogd naar 55% CO2-reductie in 2030, terwijl voormalig minister Jetten de Kamer informeerde dat in 2024 besluitvorming over wind op zee plaats moest vinden om de doelstelling voor 2030 en 2035 te kunnen halen. Het Kabinet heeft dat besluit niet genomen, waarmee de druk om lokale elektriciteitsproductie te realiseren groeit.

    Stand van zaken duurzame elektriciteit

    Het goede nieuws is dat de productie van duurzame elektriciteit in Nederland nog steeds in de lift zit, dat blijkt uit de Klimaat en Energieverkenning 2024 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het slechte nieuws is dat volgens het PBL de pijplijn aan nieuwe projecten ook in 2024 verder is opgedroogd. Oftewel projecten waar al aan gewerkt wordt worden langzaam maar zeker gerealiseerd, maar het aantal nieuwe projecten is gering. Zo gering dat verschillende internationale projectontwikkelaars zich inmiddels terugtrekken van de Nederlandse markt, op zoek naar meer veelbelovende markten.

    2030Monitor RES
    Bron (in TWh)K.A. 55%RES 1.0KEV 2024NPE20232024
    Wind op zee656548954848
    Hernieuwbaar op land (> 15 kW)555546673941
    Klein zon771211
    Kernenergie444444
    Totaal13113198166103104

    Het opdrogen van de pijplijn aan nieuwe projecten betekent ook dat het lastiger gaat worden om de streefcijfers voor 2035 uit het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) te gaan halen. Het gat tussen streefcijfers uit het NPE en de cijfers uit de Klimaat en Energieverkenning en Monitor RES 2024 is voor 2030 al groot, voor 2035 loopt dit alleen maar verder op. Dat is slecht nieuws voor huishoudens, bedrijfsleven en industrie, die zitten te springen om betaalbare elektriciteit. Een kleiner aanbod zal namelijk een hogere prijs betekenen.

    20352050
    Bron (in TWh)KEVNPENPE
    Wind op zee91158315
    Hernieuwbaar op land (> 15 kW)5899185
    Klein zon
    Kernenergie01656
    Totaal149273556

    Een grote blokkade voor hernieuwbare elektriciteit op land zijn zorgen over de (vermeende) impact op menselijke gezondheid. Aanvankelijk ging dat vooral om geluid en trillingen van windturbines, inmiddels ook om Bisfenol A en pfas emissies. En begrijp me goed, ik ben groot voorstander van het serieus nemen van de gezondheid en hinderbeleving van omwonenden (ik heb bij een van mijn werkgevers succesvol geadviseerd een lokale geluidsnorm voor warmtepompen en airco’s op te nemen, zodat ook bestaande installaties aan de geluidsnormen moesten voldoen). Tegelijkertijd blijkt er uit RIVM meta-analyse van de beschikbare studies niet dat er sprake is van gezondheidsschade. Provincie Flevoland heeft onderzoek gedaan naar fijnstof, microplastics en bisfenol A in het oppervlaktewater en de bodem rond windmolens. Conclusie van dit onderzoek is dat het volgens Gedeputeerde Staten niet aan te tonen is dat windmolens de bron zijn van deze stoffen. De provincie heeft eind 2023 onderzoek laten doen door ingenieursbureau RoyalHaskoningDHV. Daaruit is gebleken dat de hoeveelheden bisfenol A die vrijkomen van windmolens bijna niet te meten zijn. De hoeveelheden zijn zelfs marginaal vergeleken met wat er vrijkomt door het verkeer, de industrie en de landbouw. Ook verspreidt BPA zich over een groot gebied en is er van een concentratie rond windmolens geen sprake. Ik bemoei me zelf al 15 jaar met het bisfenol A dossier, o.a. door bij de geboorte van mijn kinderen te kiezen voor BPA vrije flessen. Gelet op de zorgen bij Forum voor Democratie ben ik benieuwd naar de vervolgvragen over vervuiling van verkeer, industrie en landbouw.

    Duurzame elektriciteit projecten hebben ook te maken met van een stapeling van ambities: natuurinclusief, lokaal eigendom, ‘draagvlak’ (hoorde je bij de nieuwe kolencentrales en gascentrales begin deze eeuw geen politicus over…), landschappelijke inpassing etc. Terwijl de subsidie vanuit het Rijk tot en met 2024 vooral gericht was op kilowattknallen: wie het meeste kilowatturen hernieuwbare elektriciteit weet te produceren tegen de laagste prijs krijgt de subsidie toegewezen. Pas vanaf 2025 komt er ruimte in de subsidieregeling om kwaliteitsaspecten mee te wegen en te waarderen in de vorm van een hogere subsidie.

    Stand van zaken per RES

    Onderstaande tabel laat de ontwikkelingen per RES zien. Waarbij goed te zien is dat er grote verschillen zijn in de resultaten per RES. Dat hangt echter ook samen met hoe ambitieus het RES-bod was ten opzichte van wat er daadwerkelijk gerealiseerd was in 2018. Over het algemeen doen RES’en waar in 2018 al een aanzienlijke hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit werd geproduceerd het beter, dan RES’en die in RES 1.0 een hoge ambitie hebben neergelegd zonder dat er al productie plaatsvond. Waarbij Friesland en Groningen de uitzonderingen zijn die de regel bevestigen.

    RES-regioBod RES 1.02018202120232024%
    Achterhoek1.3503016237541231%
    Alblasserwaard320104272268%
    Amersfoort5002055010721%
    Arnhem/Nijmegen1.6203017822970043%
    Drechtsteden370204131320956%
    Drenthe3.49910560911.83853%
    Flevoland5.810805811.9095.62897%
    Foodvalley750903684.81226936%
    Friesland3.000304501582.51584%
    Fruitdelta Rivierenland1.2001003362.32543937%
    Goeree-Overflakkee85320281427934109%
    Groningen5.7001101.8819084.09372%
    Hart van Brabant1.0004034044149449%
    Hoeksche Waard38608532534389%
    Holland Rijnland1.1403063835321219%
    Metropoolregio Eindhoven2.0008026014264132%
    Midden-Holland4351087486368%
    Noord- en Midden-Limburg1.200702528895980%
    Noord-Holland Noord3.600809002472.04857%
    Noord-Holland Zuid2.700801.3772.47280030%
    Noord-Veluwe53010951.0305110%
    Noordoost-Brabant1.6007014411456135%
    Rotterdam/Den Haag2.800304763781.83566%
    Stedendriehoek1.070703211.56238736%
    Twente1.5005027037053436%
    U161.8005027036947326%
    West-Brabant2.200806821.2611.67176%
    West-Overijssel1.8265040252679744%
    Zeeland3.055801.6802.2862.45380%
    Zuid-Limburg1.330209314222117%
    Totaal55.1441.45013.30728.18031.68657%

    Kernenergie

    Wie goed op heeft gelet heeft gezien dat kernenergie in het NPE een behoorlijke rol speelt. De productie moet groeien van 4 TWh nu naar ruim 56 TWh in 2050. De eerste nieuwe kerncentrales zouden rond 2035 online moeten komen, maar lopen tegen vertragingen op, doordat er nog te veel onzekerheden zijn over de mogelijke locaties. Die zullen dus eerder rond 2040 operationeel worden. Als dat niet nog later wordt, wat gezien de ervaringen met kernenergie in de EU, VS en China niet onverwacht zou zijn. Want ook China, vaak aangehaald als voorbeeld van een land met een succesvolle nucleaire strategie, loopt achter bij het halen van zijn doelstellingen voor kernenergie: 58 GW in 2020, 70 GW in 2025 en 120 tot 130 GW in 2030. Met de kerncentrales in voorbereiding komt China uit op 88 GW in 2030. Eind 2024 heeft China volgens de World Nuclear Association 56,9 GW geïnstalleerd vermogen. Wat betekent dat China minstens 5 jaar achterloopt bij het behalen van z’n doelen voor kernenergie.

    Voor de voorstanders van kleine modulaire kerncentrales (SMR’s) is er ook minder goed nieuws. Nadat het eerste project van Nuscale werd afgeblazen, omdat de investeringskosten opgelopen waren naar $20.000 per kilowatt, wordt inmiddels ook duidelijk dat de bouwkosten van de BWRX-300 van GE-Hitachi een factor drie hoger ligt dan de oorspronkelijk begroot $2.250 per kilowattuur. Het goede nieuws voor GE-Hitachi is dat Ontario vooralsnog wel doorzet om de de SMR te realiseren. Het slechte nieuws is dat andere potentiële kopers voorlopig de kat uit de boom lijken te kijken om te zien of GE-Hitachi de kostprijs omlaag weet te krijgen.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Mooie woorden over AI

    Grote techbedrijven, zoals Microsoft, geven hoog op over de kansen die artificiële intelligentie biedt om verduurzaming van de samenleving te versnellen. Los van het feit dat de benodigde datacenters behoorlijke energieslurpers zijn blijkt er ook een andere milieuonvriendelijke kant aan de medaille te zitten. In The Atlantic staat een uitgebreid verhaal, onderbouwd met gegevens uit interne bedrijfspresentaties en interne bronnen, over hoe Microsoft het gebruik van AI pitched bij olie- en gasbedrijven. Daarbij focust het bedrijf zich op de mogelijkheden die AI biedt voor het optimaliseren van het boorproces en bij het modelleren van olie- en gasreservoirs.

    Interne documenten spreken van een markt van $35-65 miljard. De klimaatwinst van de inzet van AI bij de winning van bv aardgas valt in het niet bij de totale emissies van olie- en gasbedrijven. Shell schat bv in dat ze jaarlijks 340.000 ton CO2 bespaart op een locatie door de inzet van AI, de totale CO2-emissie van Shell bedraagt echter 1,2 miljard ton CO2 per jaar. De besparing bedraagt daarmee 0,03% per jaar. Andere documenten laten zien dat de verwachting is dat ExxonMobil $1,2 miljard extra opbrengsten kan behalen door de inzet van AI tools van Microsoft. Ondertussen lukt het Microsoft zelf al jaren niet om haar klimaatemissies omlaag te brengen. Deze zijn, mede door AI met ruim 25% gestegen sinds 2020.

    Microsoft’s belofte om enkel zaken te doen met olie- en gasbedrijven die een net-zero doel hebben blijkt ondertussen ook van weinig waarde, omdat vorig jaar uit onderzoek van Net Zero Tracker bleek dat de meeste van deze doelstellingen een wassen neus zijn.

    Voor overheden en bedrijven die duurzaamheid nog wel serieus nemen een goede reden om zich achter de oren te krabben bij de afhankelijkheid van Microsoft. Waarbij het raadzaam is niet meteen in de armen van een van de andere techgiganten, zoals Google, Meta of Amazon te wandelen, omdat zij soortgelijke banden hebben.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Gezocht: dekking voor behoud accijnsverlaging benzine

    Een meerderheid van de Tweede Kamer lijkt zich volgens RTL Nieuws te keren tegen de ophoging van de accijns op benzine, die per 1 januari ingevoerd wordt. Of eigenlijk tegen het afschaffen van de tijdelijke korting, die na de tweede invasie van Rusland in Oekraïne is ingesteld. Het behouden van de korting vergt 1,2 miljard Euro. Een behoorlijk bedrag om dekking voor te zoeken. Gelukkig is er een fraai rapport van SOMO over fossiele subsidies beschikbaar. Daarin staat per regeling hoeveel geld er mee gemoeid is. Daarom hieronder een aantal ideeën voor de Tweede Kamerleden om dekking te zoeken en meteen de demonstranten op de A12 tegemoet te komen (niet uitputtend, daarvoor verwijs ik je naar het rapport van SOMO):

    • De BTW vrijstelling op niet-zakelijke vliegtickets afschaffen. Gederfde inkomsten voor de staat 1,2 miljard Euro in 2022. Nadeel: vergt Europese instemming. Dus niet regelbaar bij behandeling belastingplan.
    • Afschaffen van de vrijstelling gasbelasting voor niet-energetisch gebruik. Gederfde inkomsten voor de staat 79 miljoen Euro in 2022, een druppel op de gloeiende plaat.
    • Doorwerking van de degressieve structuur voor niet-energetisch gebruik gas. Gederfde inkomsten voor de staat: 892 miljoen Euro, dat klinkt al beter. Daar valt samen met afschaffen van de vrijstelling gasbelasting zeker 10% tot 25% van de dekking te halen. Bevordert meteen het beleidsdoel circulaire economie, waar we fors mee achterlopen volgens PBL.
    • Afbouwen van de regelingen voor de glastuinbouw, samen goed voor 1 miljard Euro in 2022. Afschaffen van het verlaagd tarief voor de glastuinbouw en de inputvrijstelling WKK voor gas levert samen 229 miljoen Euro op. Maakt de tabellen voor energiebelasting ook simpeler. Deel van de doorwerking degressieve structuur gas afschaffen levert nog wat meer op. Deelname aan ETS kan geen argument meer zijn, want daar zijn de meeste tuinders met behulp van het Rijk uitgestapt.
    • Afbouwen van de regelingen voor staal en andere energie-intensieve processen: 148 miljoen Euro gederfde inkomsten in 2022. Maak je alleen geen vrienden mee bij de basismetaal en Tata, maar wel op de A12.
    • Afbouwen van de regelingen voor de olieverwerkende industrie. Deze zijn samen goed voor 2,4 miljard Euro gederfde inkomsten in 2022. Maak een afbouwplan in 4 jaar en voor 2024 haal je zo’n 600 miljoen Euro op, de helft van de benodigde dekking.
    • Afbouwen van de vrijstelling verbruik eigen gas bij olie- en gaswinning levert op basis van 2022 zo’n 171 miljoen Euro extra overheidsopbrengsten op. Voordeel is dat dat vooral ten koste van de winstgevendheid zal gaan (niet iets waar olie- en gasbedrijven de afgelopen jaren over te klagen hebben gehad), omdat het een wereldmarkt is waar de winners van olie en gas prijsvolgers zijn. De subsidie voor gasopslag zou ik nog een jaartje laten staan, eerst even kijken hoe we de winter doorkomen.
    • Regelingen rondom emissierechten. Tegenover een opbrengst van 1,1 miljard Euro staat nog steeds de verstrekking van 3,3 miljard Euro aan gratis rechten. In de top 10 van grootste ontvangers van gratis rechten staan olie- en gasbedrijven als Shell, ExxonMobil, BP en Total Energies. Geen van hen heeft te klagen over slechte winstcijfers, dus gewoon betalen voor de rechten vanaf 2024. Verwachte opbrengst op basis van 60/Euro per ton (huidige prijs 80 Euro/ton) bedraagt zo’n 500 miljoen Euro.
    • Afbouw van regelingen voor fossiele elektriciteitsopwekking levert 4,7 miljard Euro op. Ruim de helft van wat er dit jaar aan SDE++ subsidie beschikbaar is… Afschaffing van de vrijstellingen op kolen-, olie- en gasbelasting voor elektriciteitsopwekking levert 450 miljoen Euro op. Dat maakt de stroomprijs duurder, waarmee de uitgaven aan SDE++ in 2024 lager uit zullen vallen. Wanneer ook nog een hapje uit de degressieve structuur van de energiebelasting op gas wordt aangepakt kan het bedrag verder oplopen, waarmee de benodigde SDE++ subsidies dalen.
    • De degressieve tariefstructuur aardgas kost de staat 2,1 miljard Euro. Het dubbele van wat nodig is om de verlaging van de benzineaccijns in stand te houden. Bouw de structuur in 4 jaar af en je hebt volgend jaar zo’n 500 miljoen Euro extra opbrengsten. Natuurlijk zullen bedrijven op zoek gaan naar alternatieven en besparingsopties, waardoor de opbrengsten op termijn dalen. Voor de echte fijnproevers zou je nog een uitzondering kunnen maken voor aardgasgebruik bij bedrijven die onder ETS vallen. Dat heeft wel effect op de opbrengsten van de afbouwmaatregel.
    • Rechttrekken van het lage tarief van aardgas t.o.v. elektriciteit kan 5,3 miljard opleveren en de overstap van aardgas naar alternatieven een boost geven. Het lastige is wel dat het netwerk niet overal gereed is om een dergelijke overstap aan te kunnen en dat er groepen mensen, organisaties en bedrijven zijn die de investeringscapaciteit niet hebben om een snelle overstap te maken. Het is dan ook logischer om hier een meerjarig plan voor te maken van 7 tot 10 jaar, met ondersteuning voor wie de investeringscapaciteit voor een alternatief mist.

    De maatregel waar het meest over gesproken wordt (degressieve structuur elektriciteit) heb ik bewust niet genoemd. Die kan best nog even blijven bestaan als extra prikkel voor elektrificatie bij grootverbruikers, al vraag ik me af of mensen zitten te wachten op alle extra zonnevelden, windparken en kerncentrales die nodig zijn om die stroom te leveren. Het gaat ook om een forse post van 4,2 miljard Euro in 2022.

    Ik wens de politieke partijen veel wijsheid in het zoeken naar dekking voor het behoud van de accijnskorting op benzine op zo’n manier dat de demonstranten op de A12 het gevoel krijgen dat er werk wordt gemaakt van hun acties. Ook wel zo fijn voor politie, automobilisten en niet te vergeten voor het klimaat. Het afbouwen van fossiele subsidies sluit ook aan bij de oproep van een groep prominente economen in het Financieel Dagblad. Onderzoek van het CPB laat zien dat de effecten op de economie beperkt zijn. Er vind wel verplaatsing naar buiten de EU plaats, maar het Carbon Border Adjustment Mechanism zal het effect daarvan beperken. Als het al niet beperkt wordt door klimaatbeleid in andere landen.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Klimaatverkiezingen 2023

    Hoewel ik zelf een van de aanstichters ben van het zomerthema Zonnige Zomerse Vergezichten, lukt het me niet om een positief Zonnig Zomers Vergezicht te schetsen. Het weer in Nederland is ouderwets Hollands, maar bij het horen van het nieuws over de hittegolven op drie continenten spoken telkens de beelden van Zelfs als alles eindigt door m’n hoofd. Toch zal ik proberen mijn Zonnige Zomerse Vergezicht positief te eindigen.

    Zelfs als alles eindigt (het boek)

    Ik las het boek van Jens Liljestrand vorig jaar op een warme, stoffige camping in Frankrijk, waar het waterpeil in het stuwmeertje fors lager lag dan toen we er een jaar of vijf geleden waren. Het boek speelt zich af in Zweden. In de tijd dat het verhaal speelt is Zweden stevig in de ban van klimaatverandering en daaruit voort komende bosbranden. Als het vuur oprukt moeten de hoofdpersonen hals over de kop hun vakantiewoning verlaten en op zoek naar een veilig heenkomen. Wat volgt is een opeenschakeling van problemen, maar vooral ook van reacties van andere mensen die ze tegenkomen en die koste wat kost hun vakantie willen voortzetten. Want dat is waarvoor ze naar Zweden zijn gekomen. De lokale inwoners doen hun best om de stroom vluchtelingen zo goed en zo kwaad als het gaat op te vangen, en van eten, drinken en een slaapplaats te voorzien.

    Zelfs als alles eindigt (de werkelijkheid)

    Uit onderzoek van World Weather Attribution initiative blijkt dat de extreme hitte in Europa, Amerika en Azië veel waarschijnlijker is door klimaatverandering. Dat wil niet zeggen dat hittegolven vroeger niet voorkwamen, wel dat ze vaker voorkomen en dat de maximum temperatuur tijdens hittegolven hoger ligt. Precies zoals de rapporten van het IPCC al jaren laten zien.

    Met door mensen veroorzaakte klimaatverandering is de kans op dit soort hittegolven eens in de 15 jaar in de VS en Mexico, eens in de 10 jaar in Zuid-Europa en eens in de vijf jaar voor China. De hittegolf in China dit jaar zou eens in de 250 jaar voor kunnen komen zonder menselijke klimaatverandering.

    De hittegolven zouden ook beduidend koeler zijn geweest zonder menselijke klimaatverandering. In China liggen de temperaturen tijdens hittegolven 1°C hoger dan zonder door mensen veroorzaakte klimaatverandering. In Noord-Amerika zijn de hittegolven 2°C warmer en in Zuid-Europa 2,5°C.

    Hittegolven zullen in de toekomst vaker voorkomen en langer duren, tenzij de verbranding van fossiele brandstoffen snel wordt afgebouwd. Bij een stijging van de wereldwijde temperatuur van 2°C zou een hitgolf zoals de huidige eens in de 2 tot 5 jaar voor kunnen komen.

    Dat maakt het urgent dat overheden hitteplannen maken en klimaatadaptieve maatregelen nemen. Vooral steden kunnen grote impact behalen met maatregelen om het urban heat island effect tegen te gaan. Dat is extra belangrijk met de toenemende verstedelijking, vergrijzing en klimaatverandering. Hittegolven zijn namelijk dodelijke natuurrampen.

    Klimaatverandering leidt niet alleen tot hittegolven, maar de hitte vergroot op zijn beurt ook de kans op bosbranden. Dat geeft apocalyptische beelden van hotelgasten die naar het strand vluchten in Griekenland. Ook in het noorden van Afrika (uit zicht van veel westerse media) woeden forse bosbranden. Net als de bosbranden in Australië in 2019-2020 worden bosbranden niet veroorzaakt door klimaatverandering, maar de kans op bosbranden wordt wel groter door de hitte en doordat de grond en vegetatie uitgedroogd zijn kunnen bosbranden steviger om zich heen grijpen.

    Ondertussen doen hittegolven zich niet alleen boven de zeespiegel voor, maar ook er onder. In de Atlantische Oceaan is sprake van een ‘onmogelijke hittegolf’. Statistisch zijn de huidige temperaturen onmogelijk, maar de werkelijkheid laat zich niet altijd vangen in een model. Een hogere watertemperatuur betekent ook kans op stevigere stormen en meer neerslag.

    Zonnig Zomer Vooruitzicht

    Ondanks alles ga ik afsluiten met het Zonnige Zomer Vooruitzicht dat een deel van de Nederlandse na terugkeer van vakantie een migratieles heeft geleerd. Met hopelijk een grijntje meer menselijkheid als gevolg. Daarnaast ligt het zeer voor de hand ligt dat klimaatverandering een groot thema wordt bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2023.

    Het inmiddels demissionaire kabinet heeft de afgelopen maanden een stortvloed aan klimaat- en energieplannen geproduceerd: het concept Nationaal plan energiesysteem, het Programma energie hoofdinfrastructuur, de zonnnebrief, het Nationaal programma verduurzaming industrie, de routekaart verduurzaming industrie, het wetsvoorstel energiewet, het wetsvoorstel Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en dan vergeet ik er vast nog een stel.

    Daarnaast hebben alle regionale energiestrategieën voor de zomer hun voortgangsdocument in moeten leveren en komt PBL in aanloop naar de verkiezingen met een analyse van de RES voortgangsdocumenten en met de Klimaat en Energieverkenning 2023.

    Belangrijker nog dan alle inhoudelijke beleidsontwikkelingen is dat de mogelijke lijsttrekkers van D66 (Rob Jette), GroenLinksPvdA (Frans Timmermans) en CDA (Henri Bontenbal) een uitgesproken klimaat profiel hebben.

    Frans Timmermans zich heeft gemeld als kandidaat lijsttrekker voor de lijstcombinatie GroenLinksPvdA. Timmermans heeft de afgelopen jaren een aantal zeer zware inhoudelijke klimaatdossiers succesvol tot besluitvorming weten te brengen. Waaronder de Europese Green Deal, het Just Transition Fund Mechanism (dat zich richt op overheden, regio’s en werknemers die geraakt worden door klimaatbeleid) en recent de natuurherstelwet. Deze laatste is zeker niet zo sterk als dat ie had kunnen zijn, maar er worden wel stappen voorwaarts gezet. Ook acht ik Timmermans sterk genoeg als debater om de standaard anti-migratieriedel van rechts te draaien richting steviger klimaatbeleid en richting meer steun voor ontwikkelingssamenwerking.

    Tot slot de link naar een lezenswaardig interview (betaalmuur) met Frans Timmermans bij De Correspondent.

    Full disclosure: ik ben lid van GroenLinks en heb voor de gezamenlijke lijst gestemd. De laatste Tweede Kamerverkiezingen heb ik niet op GroenLinks of PvdA gestemd.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Energieverkiezingen 2023

    De komende jaren zijn er tal van belangrijke onderwerpen waar de komende jaren belangrijke keuzes gemaakt moeten worden. Keuzes die vragen om visie. Vandaag de energieverkiezingen van 2023. Want de bij elkaar gefabuleerde migratiecrisis, is een doorzichtige poging tot machtsbehoud en focussen op het spel i.p.v. de knikkers.

    Concept plannen energie

    De afgelopen weken zijn belangrijke conceptplannen gepubliceerd voor iedereen die wat vindt van windturbines, zonnevelden, kerncentrales, hoogspanningsleidingen, waterstof en andere energiegerelateerde zaken. Te weten het concept Nationaal plan energiesysteem 2050, het Ontwerp-programma Energiehoofdstructuur, de zonnebrief van Jetten, het Nationaal programma verduurzaming industrie en de Routekaart verduurzaming industrie. Taaie kost, maar wel van stevige invloed op de economische en ruimtelijke structuur van Nederland de komende decennia. Daarmee kunnen deze verkiezingen wel eens de energieverkiezingen worden. Gezocht: partijen met visie en lef om keuzes te maken.

    Ontwerp-programma Energiehoofdstructuur

    Het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) laat zien welke nieuwe nationale energie-infrastructuur nodig is richting 2050 en waar deze geplaatst kan worden. Hiermee kan het Rijk eerder afspraken maken over ruimte met gemeenten, provincies, havenbedrijven en netbeheerders. Ook geeft het PEH nationale kaders om zorgvuldig om te gaan met de ruimte en met respect voor de natuur, cultureel erfgoed, en leefbaarheid. Daarmee draagt het PEH bij aan het doel van een klimaatneutraal energiesysteem in 2050.

    Het ontwerp-PEH geeft een eerste beeld van de energiehoofdstructuur die nodig is voor het energiesysteem van de toekomst en de sturingsinstrumenten om hier te komen. De energiewereld en ruimtelijke ordening zijn hierin dichter bij elkaar gebracht.

    De ruimtelijke strategie die het Rijk voert via het PEH bestaat uit vijf peilers. De afwegingen waar welke functie het beste past kunnen per landschap en daarmee per regio verschillen. Op de eerste plaats wordt uitgegaan van hergebruik van fossiele ruimte voor energiehoofdstructuur. Dit is het meest efficiënt. Het gaat daarbij om hergebruik van bestaande leidingen en buisleidingstraten (bijvoorbeeld waterstof als vervanging van aardgas) alsook om het behoud van locaties van bestaande nationale energiecentrales voor toekomstige centrales. Voor kernenergie blijven enkel de locaties Borssele en Maasvlakte over. De locatie Eemshaven wordt geschrapt (bedankt VVD).

    Een tweede uitgangspunt is voorsorteren op elektrificatie. Op basis van scenario’s rekent het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat er op dat er op veel meer plekken elektriciteit wordt geproduceerd en gebruikt. Als reactie hierop komt er een diepe aanlanding van wind op zee. Hogere taalkunde voor een gelijkspanningskabel vanaf de kust naar Chemelot in Limburg.

    De derde peiler is ruimtelijke regie op opslag en conversie als nieuwe onderdelen in het energiesysteem. Voor grootschalige conversie en opslag van energie bestond tot nu toe geen ruimtelijk beleid. Hoewel de ontwikkeling van elektrolyse zich nog in een beginstadium bevindt, is het belangrijk om nu al rekening te houden met stevige groei. Ook omdat de Tweede Kamer een hoog ambitieniveau heeft vastgelegd. Electrolyse vraagt ruimte, aansluiting op het elektriciteitsnetwerk, aansluiting op het buisleidingennetwerk en water.

    In het energiesysteem van de toekomst zullen batterijen in toenemende mate een belangrijke rol spelen voor het opvangen van korte-termijn onbalans in vraag en aanbod van elektriciteit. Deze vergen ook ruimte (fysiek en op het elektriciteitsnetwerk).

    De vierde en vijfde peiler zijn de duizenddingendoekjes van het moderne beleid: de integrale afweging in de leefomgeving en de lerende aanpak.

    Na vaststelling van het PEH start een juridisch traject waarin onderdelen uit het PEH worden vertaald naar het Besluit Kwaliteit Leefomgeving en de Energiewet. Daarnaast wordt de interbestuurlijke handhaving en monitoring voor het behoud
    van ruimte voor energiehoofdstructuur aangescherpt. Of het PEH nog vastgesteld gaat worden nu het Kabinet demissionair is, is een goede vraag.

    Nationaal plan energiesysteem 2050

    Een tweede belangrijk document dat op 3 juli naar de Tweede Kamer is gestuurd en dat tot en met 1 oktober ter inzage en consultatie ligt is het Nationaal plan energiesysteem 2050 (NPE). Het doel om in 2050 klimaatneutraal te zijn heeft grote gevolgen voor het toekomstige energiesysteem. Het NPE kijkt met een integrale blik en vanuit klimaatneutraliteit in 2050 naar het energiesysteem. Door de ontwikkelpaden van energieketens en vraagsectoren in kaart te brengen, wordt helder waar deze niet op elkaar aansluiten. Hier zijn dus keuzes nodig.

    Op basis van gesprekken met experts, een Energieraadpleging en diverse bijeenkomsten concludeert de Minister dat we een duurzaam en rechtvaardig energiesysteem willen. Het concept Nationaal plan energiesysteem 2050 bevat 5 richtinggevende keuzes:

    1. Maximaal aanbod: ontwikkeling van maximaal aanbod en infrastructuur van elektriciteit, waterstof, duurzame koolstofdragers en warmte.
    2. Energiebesparing: energiebesparing is onmisbaar bij schaarste aan energie en infrastructuur.
    3. Verdelen bij schaarste: verdeling en inzet van energie en energie-infrastructuur vanuit een systeemperspectief.
    4. Internationale samenwerking: Nederland als belangrijke energiehub voor de EU.
    5. Samen sturen: met burgers en bedrijven, met ruimte voor participatie en perspectief.

    Maximaal aanbod

    De sturende keuze ‘maximale inzet op aanbod van energie’ is een belangrijke. Het concept-NPE bevat een tamelijk ambitieus te noemen groeiscenario voor het aanbod van elektriciteit, onder het motto: afschalen is makkelijker dan opschalen. Het concept Nationaal plan energiesysteem zet maximaal in op een groei van de elektriciteitsproductie van zo’n 122 TWh in 2022 naar zo’n 600 TWh in 2050. Een groei die nodig is om de toenemende vraag naar elektriciteit aan te kunnen, waarbij het uitgangspunt lijkt: we blijven alles doen wat we nu doen.

    Met een beetje rekenen en meten op basis van de tabel op bladzijde 26 van het NPE kom ik grofweg tot de volgende hoeveelheden. Kleine zonnedaken zijn meegerekend bij wind en zon op land (al mag dat niet volgens de huidige systematiek van de regionale energiestrategieën, wat ik stom vind). Bij de bron waterstof gaat het om energiecentrales die elektriciteit maken met behulp van waterstof. Alle getallen zijn in TWh, dat staat gelijk aan 1.000.000 kWh. Voor de productie van 1 TWh zijn volgens het Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën zo’n 54 windturbines van 5 MW of 1.000 ha zonnepanelen benodigd (op dak, water of veld). Een kerncentrale van 1 GW produceert zo’n 7,4 TWh, uitgaande van 85% beschikbaarheid op jaarbasis (gemiddelde van Belgische kerncentrales van 2000-2021).

    Npe Elektriciteitsproductie 1024x273 1

    Een andere belangrijke vraag is waar de elektriciteit voor gebruikt wordt. Daarbij zijn er twee hoofdcategorieën te onderscheiden: elektriciteit die ingezet wordt als eindgebruik (bv voor verlichting in je huis) en elektriciteit die ingezet wordt in andere ketens (bv voor de productie van waterstof) of elektriciteit die verloren gaat (bv door omzettingsverliezen). Onderstaande tabel laat zien om wellke hoeveelheden het gaat volgens het NPE.

    Npe2050 Elektriciteitsvraag 1024x345 1

    Wat opvalt is de sterke stijging bij transport (is nationaal en internationaal samen, omdat de grafiek slecht leesbaar is), de stijging bij de industrie en vooral de forse stijging van de inzet van elektriciteit bij de productie van waterstof, koolstofdragers en warmtelevering. In totaal is de verwachte vraag naar elektriciteit in 2050 568 TWh. Dat lijkt een groot verschil, maar betekent dat de minister inzet op 6% meer productie dan de verwachte vraag.

    Een beetje extra productie t.o.v. de vraag is geen overbodige luxe, want De Groene Amsterdammer heeft een aantal weken geleden berekend dat alleen al de chemie en raffinaderijen 350 TWh nodig heeft. Daarmee wordt dan rond 2050 brandstoffen geproduceerd voor Afrika en andere landen met minder strenge milieuregels (als de oliebedrijven voor elkaar krijgen wat de kolenindustrie niet lukt).

    Wanneer ik de cijfers uit de Groene vergelijk met de cijfers uit het NPE zou het volledige stroomgebruik van industrie en van de inzet voor waterstof, koolstofdragers en warmtelevering enkel voor chemie en raffinaderijen bestemd zijn. Wat niet waarschijnlijk lijkt, want er zijn meer sectoren. Volledige verduurzaming van de bestaande industrie zou de vraag naar elektriciteit dus nog wel eens verder kunnen verhogen.

    Een van de redenen dat bijvoorbeeld Natuur&Milieu zich op basis van een CE rapport afvraagt of energie-intensieve basisindustrie nog een plaats heeft in Nederland.

    Vragen om visie en keuze

    De vragen waar ik van politieke partijen graag een antwoord op zou zien is:

    Het tijdperk van goedkope beschikbare energie als comparatief voordeel voor het aantrekken van energie-intensieve bedrijven is met het afbouwen van de gaswinning in Groningen voorbij voor Nederland. Wat niet wil zeggen dat energie voor alle gebruikers duurder wordt.

    Het vraagt wel antwoord op de vraag: Welke bedrijfstakken willen we voor Nederland behouden? Zijn er (deel)sectoren die beter herplaatsbaar zijn binnen de EU, naar delen met een comparatief voordeel in tijden van goedkope energie van wind, zon en water?

    Als we wel actief een sector ondersteunen om deze te behouden, hoeveel elektriciteit en ruimte vergen die dan? Hoe en waar gaan we de elektriciteit opwekken? Geen gratis lunch meer: alles houden, dan ook zelf de zaaltjes in om uit te leggen dat er extra windturbines / zonneparken / energieopslag / kerncentrales / waterstofcentrales* etc. nodig zijn?

    Hoeveel extra windturbines/zonnevelden/waterstofcentrales/kerncentrales* gaat uw partij realiseren voor verkoop van fossiele brandstoffen in andere landen, of zetten we in op meer duurzame elektriciteitsproductie in die landen en elektrificatie van het vervoer daar. Op die manier verplaatsen we de overlast van windturbines en zonnevelden en verlagen we de CO2 uitstoot wereldwijd. Of accepteren we zo’n 42 GW aan extra kerncentrales om Afrika te voorzien van fossiele brandstoffen?

    Maar ook andersom geen gratis lunch: Als uw partij geen windturbines / zonneparken / energieopslag / kerncentrales / waterstofcentrales* wil, welke economische sector gaat dan krimpen?

    Als uw partij geen warmtenet of wijkaanpakken voor aardgasvrij wil hoe gaat u dan de extra benodigde stroom voor aardgasvrij verwarmen opwekken?

    Hoe denkt uw partij over de nieuwe milieunormen voor windparken en over de nieuwe zonneregels? Passen deze opvattingen bij uw opvatting over het tempo van opschaling van uw variant van het NPE en past uw variant van het NPE in het bredere klimaatbeleid?

    * doorhalen wat van toepassing is

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Hoe financier je de warmtetransitie bij koopwoningen?

    De afgelopen jaren hebben alle gemeenten een warmtevisie opgesteld. Een plan waarin ze aangeven hoe ze in de periode tot 2050 denken de woningen en gebouwen in hun stad over te schakelen van aardgas voor verwarming naar andere warmtebronnen. Een belangrijk discussiepunt is en blijft haalbaarheid en betaalbaarheid. De focus bij een deel van de Tweede Kamer ligt op de sociale woningbouwsector. Dat is nou net de enige sector waar gemeenten via de prestatieafspraken met woningbouwcorporaties afspraken kunnen maken. Veel lastiger zijn de vrije huursector en de koopsector. Uit gegevens van Jan Willem van de Groep blijkt dat in de koopsector veel meer CO2 uitstoot plaats vind dan in de sociale huursector, en dat het om veel grotere aantallen woningen gaat. Tegelijkertijd is het bij de huidige op hol gesloten huizen- en energieprijzen lastig om ook nog geld vrij te spelen voor verduurzaming van de woning. Onno Dwars, Ballast Nedam, stelde op LinkedIn voor om huizenbezitters te verplichten om verduurzaming uit hun overwaarde te financieren. Groot vraagteken daarbij is en blijft of dat past problemen met financierbaarheid oplost en voor de woningeigenaar: verdienen we onze investeringen wel terug bij verkoop van de woning? Daarom een proefballon, schiet hem gerust lek met een beter voorstel.

    Financierbaarheid verduurzaming

    Bij financierbaarheid van een extra lening spelen twee begrippen een rol: loan to value en loan to income. Beide bedacht om mensen te behoeden tegen onverantwoord grote schulden. Loan to value wil zeggen dat mensen hooguit een percentage van de waarde van het onderpand mogen lenen. Bij huizen ligt dat in Nederland vrij hoog, je mag tot 100% van de waarde van je woning lenen. Voor duurzame verbouwingen mag dit bij sommige hypotheekverstrekkers stijgen tot 106% van de woningwaarde. Als je de maximale waarde van de woning moet lenen, blijft er op moment van aankoop 6% van de woningwaarde over om te steken in het duurzaam verbouwen van je woning. De waarde van een woning fluctueert door de tijd, de laatste jaren zijn veel woningen in waarde gestegen. Waardoor de loan to value gedaald is en er meer ruimte kan zijn om extra te lenen om te verbouwen aan je woning.

    Loan to income wil zeggen dat je een maximaal percentage van je inkomen mag uitgeven aan rente en aflossing van de hypotheek. Dit percentage hangt af van inkomen, rentestand en de vraag of de lening al dan niet onder de hypotheekrenteaftrek valt. Deze regels liggen vast in de Tijdelijke regeling hypothecair krediet.

    Een derde uitdaging die speelt is dat investeringen in verduurzaming van de woning zich niet altijd terug verdienen, hoewel dat bij de huidige gas- en elektriciteitsprijzen een minder groot punt zal zijn.

    Financieren vanuit overwaarde

    Het voorstel van Onno Dwars om huizenbezitters te verplichten om verduurzaming van hun woning te financieren vanuit de overwaarde op hun woning oogt sympathiek. Het logische moment voor veel mensen is echter als ze een nieuwe woning kopen, alleen dan hebben ze in de huidige woningmarkt vaak al hun geld en leenvermogen nodig om een woning te kunnen kopen. Terwijl de verkoper een belastingvrije overwaarde incasseert. Een deel van de huizenbezitters zal die overwaarde inzetten om een nieuwe woning te kopen, een deel niet. Dat het om serieus geld gaat laten de indexcijfers van CBS zien.

    Prijsindex Bestaande Koo
    Prijsindex bestaande koopwoningen. 2015 = 100. Bron: CBS, Kadaster

    Hoe dan ook is het de vraag waarom we als maatschappij die belastingvrije overwaarde niet inzetten voor verduurzaming? Bij voorkeur via een heffing gebaseerd op het energielabel van de woning. Hoe slechter het energielabel, hoe hoger de heffing. Met een heffing van 0% voor woningen die NOM (Nul op de Meter) of ENG (Energie Neutraal Gebouw) zijn.

    De gemiddelde waarde van verkochte woningen is gestegen van Euro 230.194 in 2015 naar Euro 386.714 in 2021, een stijging van ruim Euro 150.000. Energie besparen is belangrijk, de hoogste heffing wil je dan ook zetten op de energielabels E, F en G. Dat zet meteen een rem op pandjesbazen en woningbouwcorporaties die proberen van hun slechte energielabels af te komen zonder deze energetisch aan te pakken. En het geeft de nieuwe eigenaar financiële ruimte om de woning te verduurzamen. Onderstaande percentages zijn een ruw voorstel, waarbij

    EnergielabelHeffingspercentageHeffing bij verkoop na 7 jaar*Budget voor B nieuwe bewonerBudget voor A nieuwe bewoner
    ENG0%€ 0
    A5%€ 7.826
    B10%€ 15.652€ 7.826
    C15%€ 23.478€ 7.826€ 15.652
    D20%€ 31.304€ 15.652€ 23.478
    E30%€ 46.956€ 31.304€ 39.130
    F40%€ 62.608€ 46.956€ 54.782
    G50%€ 78.260€ 62.608€ 70.434

    Om te zorgen dat de heffing gebruikt wordt voor het verduurzamen van de woning wordt het geld gestort op een bouwdepot bij de hypotheekverstrekker. De hypotheekverstrekker keert het geld uit op basis van facturen van maatregelen. Wanneer de nieuwe eigenaar een energielabel A of beter van de woning overlegd wordt het volledige bouwdepot uitgekeerd, ongeacht de gemaakte kosten.

    Kosten verduurzaming woning

    De kosten om een woning te verduurzamen liggen veelal lager dan de heffing bij verkoop na 7 jaar. Een woning van voor 1930 (veelal energielabel G) naar energielabel B brengen vergt volgens de WoonWijzerWinkel een investering van ongeveer Euro 15.000. Woningen uit de periode 1930-1945 hebben nog steeds vaak label G, maar het bereiken van energielabel B kan volgens WoonWijzerWinkel voor ongeveer Euro 11.000. In de periode 1946-1964 werden nog weinig eisen gesteld aan isolatie van woningen, toch hebben ze volgens de WoonWijzerWinkel gemiddeld een iets beter energielabel F. Dat neemt niet weg dat de kosten voor het bereiken van energielabel B nog steeds zo’n Euro 11.000 bedragen. Er zijn ook andere aanpakken mogelijk, zo stelt Urgenda dat het mogelijk is om bestaande woningen voor Euro 35.000 energieneutraal te maken. Ook zijn er concepten zoals Nul-op-de-meter, passief bouw en active house, waarbij veel zwaarder ingezet op energiebesparing. In de heffingssystematiek kan je daar rekening mee houden door naast het energielabel ook voorwaarden te stellen aan de isolatiewaardes van de woning. Dat scheelt energie, of het nu elektriciteit, warmte of gas is. En laten we eerlijk zijn: hoeveel mensen worden blij van meer zonnevelden, windturbines, aardwarmteputten of restwarmte? De beste energievorm om op in te zetten blijft dus de NegaWatt.

    Kosten verduurzaming vs hoogte heffing

    De kosten voor het bereiken van energielabel B liggen vaak lager dan de heffing op basis van de gemiddelde overwaarde van een woning. Ook de kosten om energieneutraal te worden via de methode van Urgenda is goedkoper. NOM woningen zijn naar mijn weten vaak nog wat duurder, hoewel ik denk dat je voor bijna Euro 80.000 een eind kunt komen. Zeker huizenbezitters in het duurdere marktsegment. Het is daarmee interessant voor een huidige woningeigenaar om zijn woning te gaan verduurzamen, mits dat past binnen de loan to value en loan to income voorwaarden van de wet. Het budget voor energielabel A en energielabel B in bovenstaande tabel zijn namelijk de kosten die een huiseigenaar uitspaart door z’n woning te verduurzamen. Aangezien het slechts een percentage is is de kans groot dat loan to value geen probleem vormt. Bovendien blijkt uit verschillende onderzoeken dat de waarde van woningen toeneemt als het energielabel verbetert. Vooral buiten de Randstad heeft een beter energielabel een groot effect op de woningwaarde. In Amsterdam levert een energiesprong van energielabel G naar energielabel A een waardestijging van ruim 7% op.

    Loan to income kan wel een probleem vormen, dan resten een huiseigenaar twee opties: zelf klussen om de woning naar een beter energielabel te krijgen of accepteren dat een groter deel van de overwaarde van de woning naar de nieuwe eigenaar gaat om de woning te verduurzamen. Een derde optie is gebouwgebonden financiering via de gemeente, maar daarvoor moeten nog wat hobbels worden weggenomen.

    Openstaande punten

    Mijn voorstel is verre van compleet. Het systeem kan werken voor grondgebonden woningen. Voor appartementencomplexen en VvE’s is het lastiger. Daar zullen veelal alle leden van de VvE mee moeten doen met de verbouwing, zeker als het om betere isolatie van de schil of de ramen gaat. Mogelijk dat in die gevallen de opbrengst van de heffing te koppelen valt aan financiering van maatregelen uit het duurzaam meerjarenonderhoudsplan van de VvE. Waarbij het bestuur van de VVE het geld uit het bouwdepot kan gebruiken voor verbetering van het energielabel van het hele complex. Niet helemaal eerlijk, want de verhuizer betaalt dan een groot deel van de verbeteringen. Aan de andere kant kan het wel voor de broodnodige versnelling zorgen en de broodnodige NegaWatts. Dat laatste scheelt weer in de hoeveelheid gasverbruik en de hoeveel duurzame energie die opgewekt moet worden.

  • Lessen voor klimaatakkoord 2.0

    De Europese Unie heeft gekozen voor een scherper klimaatdoel voor 2030, in Nederland werken D66 en GroenLinks aan een initiatiefwet om de doelstelling in de klimaatwet aan te scherpen en de verkiezingen komen er aan.

    De initiatiefwet van D66 en GroenLinks wordt ongetwijfeld inzet van de coalitieonderhandelingen en zal zorgen voor nieuwe onderhandelingen over aanpassingen in het nationale klimaatakkoord. Hoog tijd om daarop vooruitlopend een aantal lessen mee te geven vanuit de dagelijkse praktijk van de lokale uitvoering (eerder gepubliceerd op Sargasso), want het huidige klimaatakkoord bevat een aantal schotten tussen doelstellingen die zacht gezegd niet bepaald zorgen voor maatschappelijke acceptatie bij inwoners. Schotten ook die ervoor zorgen dat inwoners het gevoel hebben dat ze niet serieus worden genomen, dat er enkel ‘infantiele keuzes’ tussen zonneveld of windturbine voorliggen en dat ze de kans missen om de opgave voor de eigen gemeente te verkleinen. Een volstrekt gemiste kans in het huidige klimaatakkoord, die ook zorgt voor onnodige polarisatie. Een goed ontworpen en simpele set spelregels kan inwoners en raadsleden weer grip geven op de enorme opgave die er de komende decennia op ze afkomt vanuit de energietransitie.

    Ontwikkelingen in de EU en nationaal

    De Europese Commissie heeft aangekondigd de doelstelling voor 2030 te willen aanscherpen naar 55% minder CO2 uitstoot ten opzichte van 1990. Het Europees Parlement wil zelfs inzetten op 60% reductie in 2030. Ook in Nederland werken D66 en GroenLinks aan een initiatiefwet om de ambitie in de klimaatwet voor 2030 op te hogen van 49% naar 55%. Wanneer deze aanscherpingen doorgaan ligt het voor de hand dat ook de maatregelen van het Nederlandse klimaatakkoord (dat is bestempeld tot het eerste klimaatplan, als bedoelt in de klimaatwet) aangevuld moeten worden. Wat weer zal doorwerken in de 30 regionale energiestrategieën. Wat weer tot aanvullende lokale gesprekken met inwoners en gemeenteraden zal leiden over welk aandeel iedere gemeente wil nemen in deze extra opgave.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

    Koppel energiebesparen aan energie produceren

    Veel inwoners vinden dat energiebesparen de eerste stap moet zijn. Jarenlang hameren op de trias energetica heeft zo z’n vruchten afgeworpen. Alleen heeft energiebesparen geen enkel effect op de hoeveelheid te produceren hernieuwbare elektriciteit voor 2030. Terwijl energiebesparen keihard nodig is om het aardgasverbruik in woningen terug te dringen, met als bijkomend voordeel dat woningen die beter geïsoleerd zijn makkelijker aardgasvrij gemaakt kunnen worden. Ook energiebesparing bij bedrijven kan de hoeveelheid energie die we moeten produceren verminderen. Als inwoners en bedrijven daarmee samen de hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit die een gemeente of regio moet opwekken kunnen verminderen biedt dat handelingsperspectief. Het moet dan wel gaan om harde afspraken, niet om zachte convenanten. Worden de afspraken niet gehaald dan is er ook meer energieproductie nodig. Dat betekent meer zonnedaken, maar ook meer zonnvelden, windturbines en op termijn ook meer aardwarmtebronnen (die ook niet vrij van risico’s en nadelen zijn).

    De tandeloze zonneladder

    In het nationaal beleid, bijvoorbeeld de nationale omgevingsvisie, is een zonneladder opgenomen. Bovenaan staat daarbij zon op dak en iedereen die je er naar vraagt is het daar mee eens. Alleen bij nieuwbouw is de standaard nog steeds dat er een paar schaampanelen op geplaatst worden, net genoeg om aan de normen in het bouwbesluit te voldoen. Als het rijk werkelijk wil dat zonnepanelen bij voorkeur op daken komen dan moet ze daarvoor regels opnemen in het bouwbesluit, zoals Frankrijk dat heeft gedaan. Mocht het rijk dat niet willen geef dan tenminste gemeenten de mogelijkheid om zonnepanelen op het dak verplicht voor te schrijven bij nieuwbouwprojecten. Het is aan inwoners niet uit te leggen dat het rijk een zonneladder heeft waarin zon op dak voorop staat, maar dat de gemeente richting projectontwikkelaars met lege handen staat om dat af te dwingen. Hierdoor blijven daken van nieuwe huizen en bedrijfsgebouwen onbenut, en zijn uiteindelijk meer zonnevelden en windturbines nodig om aan de doelstelling voor 2030 te voldoen. Dat is niet in lijn met de zonneladder en niet in lijn met wat inwoners lokaal als volstrekte nobrainer zien: nieuwe daken moeten vol met zonnepanelen, waar mogelijk zouden zelfs gevels ingezet moeten worden.

    Splitsing tussen kleinschalige en grootschalige opwekking van hernieuwbare energie

    In het huidige nationale klimaatakkoord is de productie van hernieuwbare energie gesplitst in drie delen: wind op zee, kleinschalige zonnestroominstallaties (<15 kWp, zeg een paneel of 50) en grootschalige opwek door wind- en zonne-energie. De splitsing tussen wind op zee en hernieuwbaar op land is zinvol, dit voorkomt dat lokaal gezegd kan worden dat eerst de zee vol gezet dient te worden. Het gesprek gaat daarmee over de vraag wat inwoners en raadsleden lokaal willen bijdragen aan de nationale opgave.

    Wat averechts werkt is de splitsing die in het klimaatakkoord is gemaakt tussen kleinschalige zonnestroominstallaties aan de ene kant en grootschalige wind- en zonne-energie aan de andere kant. Een deel van de inwoners en raadsleden vind zonnevelden en windturbines niet passen bij het lokale landschap, of maakt zich zorgen over de impact zaken als gezondheid, flora en fauna. De kwaliteit van het lokale gesprek zou met sprongen vooruit gaan als inwoners de keuze hadden om de benodigde hoeveelheid zonnevelden en windturbines te beperken door zelf nog massaler dan nu al gebeurd zonnepanelen op hun eigen dak te plaatsen. Alleen is het aantal huiseigenaren dat meer dan 40 tot 50 zonnepanelen kan plaatsen beperkt.

    Een extra inzet op (kleinschalig)e zonne-energie in de gebouwde omgeving brengt ook nadelen met zich mee, daar zou de wetgever ook oplossingen voor in kunnen bouwen in de regelgeving. Er zijn inmiddels voldoende oorbeelden uit Australië, Hawaii, Californië, New York en Duitsland beschikbaar om daar slimme regelgeving voor te maken. Bv door zoals in Duitsland regels te stellen over de verhouding tussen omvormer en piekvermogen van de zonnestroominstallatie, of door slimme omvormer voor te schrijven die op afstand terug te regelen zijn door de netbeheerder of een zogenaamde aggregator. Ook het combineren van zonnestroominstallaties met energie-opslag (accu’s of ouderwetse waterboilers) kan helpen om pieken op het netwerk beheersbaar te houden.

    Techniekneutraal

    In de eerste versie van de handreiking voor regionale energiestrategie werd gesteld dat de invulling van de opgave voor hernieuwbare elektriciteit op land techniek neutraal mocht. In normaal Nederlands regio’s en gemeenten mochten zelf kiezen tussen windenergie, zonne-energie, de inzet van biomasssa/biogas of welke vorm van hernieuwbare elektriciteit dan ook. Enige voorwaarden:  vergunning verlening uiterlijk in 2025 en realisatie uiterlijk in 2030. In latere versies van de handreiking werd techniek neutraal vervangen door wind- en grootschalige zonne-energie. Landelijk was bedacht dat dit de twee technieken zijn die technologisch voldoende ontwikkeld zijn om in 2030 een bijdrage te kunnen leveren.

    Daarmee zijn de opstellers van de handreiking in dezelfde valkuil gestapt als het Energie Akkoord: voorschrijven welke techniek voor 2030 passend en haalbaar wordt geacht. Heel fijn dat ze landelijk de discussie daarover gevoerd hebben met elkaar, alleen op lokaal niveau verschillen de meningen over de haalbaarheid en wenselijkheid van de inzet van verschillende vormen van hernieuwbare elektriciteit.

    Voor biomassa wordt de discussie op social media,  landelijk en hier op Sargasso bij voorkeur zo ongenuanceerd mogelijk gevoerd. De inzet van biomassa en biogas wordt daarbij per definitie gelijk gesteld aan het importeren van houtige biomassa uit Canada, de VS of zelfs uit tropische bossen. Ook wordt vaak gesteld dat biomassa per definitie luchtkwaliteitsproblemen geeft. Beide hoeft niet het geval te zijn. In agrarische gemeenten is het mogelijk om te kiezen voor de inzet van kleinschalige biogasinstallaties voor elektriciteitsproductie. Ook kan biogas gewonnen worden bij rioolwaterzuiveringsinstallaties. Zelfs als er vanuit landelijk perspectief rendabelere opties zijn zoals het gebruik van het biogas voor verwarming of als feed stock voor de industrie, dan nog is het mogelijk dat daar lokaal andere keuzes in gemaakt worden. De gemeenteraad heeft nu eenmaal haar eigen democratische mandaat en kan dus andere keuzes maken dan de Tweede Kamer. Deze andere keuzes kunnen bijvoorbeeld gemaakt worden vanwege zorgen over het landschap, biodiversiteit of gezondheid. Wat betreft het effect op luchtkwaliteit is het rijk aan zet, een zeer eenvoudige manier om te voorkomen dat biomassa en biogas een negatief effect op de luchtkwaliteit hebben is om de norm voor biobrandstoffen gelijk te trekken met de norm voor fossiele brandstoffen. Er is geen enkele reden te verzinnen waarom biomassa of biogas meer luchtvervuiling zou mogen uitstoten dan hun fossiele tegenhanger. Behalve dan gebrek aan normstelling vanuit de landelijke overheid.

    Ontkoppeling tussen hernieuwbare energie en emissies t.g.v. grondgebruik

    Klimaatverandering wordt niet enkel veroorzaakt door de CO2 uitstoot van fossiele brandstoffen. Ook methaanemissies vanuit landbouw en grondgebruik spelen een belangrijke rol. Op lokaal niveau zoeken gemeenten naar mogelijkheden om koppelingen tussen deze opgaven te maken, een koppeling die ook past in de geest van de wederom uitgestelde Omgevingswet. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het tegengaan van bodemdaling in veenweidegebied door het verhogen van het peil in een deel van de polder, waarna het deel van het agrarisch land wordt omgevormd tot een combinatie van bloem- en kruidenrijk grasland en zonneveld. Hiermee krijgen insecten weer meer kans, daalt de methaanemissies ten gevolge van veenverbranding, wordt de bodemdaling beperkt en wordt groene stroom geproduceerd. Een aanpak die aan vier kanten hout snijd, maar geen enkele meerwaarde heeft voor de gemeente of de lokale gemeenschap binnen het huidige klimaatakkoord. Het inzetten op dit soort functiecombinaties wordt wel in de ontwerpprincipes van de nationale omgevingsvisie geadviseerd, enige beloning bijvoorbeeld in de vorm van een (tijdelijk) minder hoge opgave in de warmtetransitie of in de opgave voor hernieuwbare elektriciteit biedt het echter niet.

    Conclusie

    Door slimmere koppelingen te maken tussen verschillende tafels van het klimaatakkoord kan inwoners handelingsperspectief geboden worden. Acties die ze zelf kunnen nemen om ontwikkelingen die ze ongewenst vinden in hun omgeving te beperken of mogelijk zelfs te voorkomen. Dat maakt het lokale gesprek over de energietransitie makkelijker en constructiever. In plaats van de ene dag de vraag zonneveld of windturbine te stellen en de volgende dag warmtenet of warmtepomp, wordt dan de vraag: u wilt geen of minder windmolens? Prima, alleen betekent dat wel dat u zonnepanelen op uw eigen woning en misschien ook wel die van uw buren moet aanbrengen. Minder zonnevelden in uw gemeente? Wat doet u aan energiebesparing en hoeveel minder energieverbruik belooft u in 2030 te realiseren? Eerst zonnepanelen op de grote bedrijfsdaken in de gemeente? Wat gaat u zelf doen om bedrijven daar op aan te spreken en om die zonnedaken te realiseren?

    Het ontbreken van slimme koppelingen tussen de verschillende tafels van het klimaatakkoord en speelruimte voor lokaal maatwerk is een gemiste kans. We hebben dan wel haast bij het aanpakken van het klimaatprobleem, maar lokale gemeenschappen hebben ook tijd nodig om te wennen aan nieuwe werkelijkheden en om samen het gesprek te voeren over de wijze waarop ze willen bijdragen aan het doel.

  • Juli 2020: Milieucommissie Europarlement wil internationale scheepvaart onder CO2-emissiehandel brengen

    De Milieucommissie van het Europees Parlement wil dat de internationale scheepvaart vanaf 1 januari 2022 onder het Emissiehandelssysteem (ETS) valt. Dit moet vanaf 2021 gelden voor reizen die vertrekken van, of aankomen in Europese havens. Ook wil de milieucommissie de sector een bindende CO2-reductiedoelstelling opleggen van 40% in 2030 ten opzichte van 2018. De milieucommissie wil ook een fonds opzetten voor de opbrengsten van het veilen van CO2-rechten terug laten vloeien naar de scheepvaartsector voor investeringen in nieuwe CO2-reducerende technieken.

    In een reactie op het besluit van de milieucommissie van het Europees Parlement stelt Jutta Paulus, de rapporteur van het Europees Parlement:

    The Environment Committee has today made an important contribution to achieving the Paris Climate Agreement goals! I am very pleased that a majority of MEPs support the extension of the EU ETS to maritime transport. We also agreed that half of the revenue should go to a fund that supports research and development of innovative, climate-friendly ships and co-finances nature conservation in our seas.

    It was important to everyone that, in addition to CO2, other climate-damaging gases, especially methane, should also be included in the monitoring programme. The ambitious efficiency target of 40% less CO2 per tonne of freight transported and nautical mile travelled will probably have the greatest effect. For this will provide a real incentive to build more economical ships – which will also operate outside the EU.

    Today’s vote in the Environment Committee is an important step in the fight against the climate crisis. International maritime shipping is the only transport sector not subject to a binding target for reducing climate-damaging emissions, despite the fact that it is responsible for around three percent of global greenhouse gases.

    In its present form, the MRV Regulation has done important groundwork and provided valuable data on CO2 emissions from ships. However, data alone does not reduce greenhouse gases. That is why we MEPs have gone far beyond the Commission proposal.

    Na de zomer stemt het voltallig Europees Parlement over het voorstel, daarna beginnen de onderhandelingen met de EU-landen over de uiteindelijke wet. Het gaat interessant worden om te zien wat het openbare standpunt van de Nederlandse regering wordt en hoe ze zich achter de schermen opstellen. Evenals de opstelling van de havens van Rotterdam en Amsterdam, en de Nederlandse reders.

    Dit bericht is in juli 2020 geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Nieuwe coalitie Noord-Brabant handhaaft klimaatambities

    De nieuwe coalitie van Noord-Brabant bestaande uit VVD, Forum voor Democratie, CDA en Lokaal Brabant heeft vandaag haar bestuursakkoord gepresenteerd. In dit bestuursakkoord zijn de afspraken over energie en klimaat gehandhaafd. Brabant zet in op 50% duurzame energie en een CO2 reductie van 50% in 2030. Ook de afspraken over wind op land uit 2013 (het Energie Akkoord) worden nagekomen. De provincie blijft tegen (fracking voor) aardgaswinning in de provincie en biomassacentrales hebben niet de voorkeur in het beleid. Daarmee zet de provincie Brabant in op een veel hoger percentage duurzame energie dan de landelijke overheid (25%) en willen ze 1% meer CO2 reduceren in 2030 dan het rijk.

    Kev Raming Aandeel Duurzame Energie

    Martien Visser, lector Energietransitie Hanzehogeschool/Entrance wijst er op twitter op dat van die 25% duurzame energie 8,5% op zee wordt gerealiseerd. Waardoor er provincies gemiddeld slechts 16,5% duurzame energie hoeven te realiseren.

    In het bestuursakkoord is opgenomen dat Brabant open staat voor kernenergie en onderzoek wil doen naar thoriumcentrales. Bij kerncentrales kan de provincie niet om het rijk heen, omdat het rijk gaat over de vergunningverlening en de locatiebepaling voor kerncentrales. Naar mijn weten is er geen locatie in de provincie Noord-Brabant aangewezen voor kernenergie. Aangewezen locaties zijn Borssele (Zeeland), Tweede Maasvlakte (Zuid-Holland) en Delfzijl (Groningen). Ook Dodewaard (Gelderland) heeft mogelijk nog een ruimtelijke bestemming voor kernenergie, als is de centrale daar al een tijd gesloten.

    Thoriumcentrales zijn volgens energie-expert Jasper Vis niet commercieel beschikbaar voor 2050, al denkt Henri Bontenbal (strateeg bij Stedin) dat ze al over 10 tot 15 jaar beschikbaar kunnen zijn.

    Saillant detail: Forum voor Democratie levert de gedeputeerde voor energie. Vanuit het aanpakken van klimaatverandering en het belang van energietransitie hebben het CDA en VVD in Brabant een mooi coalitieakkoord gesloten met Forum voor Democratie, waarin de belangrijke punten op gebied van energie en klimaat overeind blijven.

    In het stikstofdossier concludeert Trouw dat de boeren de winnaar en de natuur de verliezer is van het nieuwe coalitieakkoord.

    Meer informatie in deze draadjes op twitter van Henri Bontenbal en Remco de Boer.

    Open waanlink

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Kabinetsmaatregelen om te voldoen aan uitspraak Klimaatzaak

    Na jaren van talmen en in beroep gaan heeft het kabinet vandaag maatregelen aangekondigd om de door de Hoge Raad bevestigde uitspraak in de Klimaatzaak te voldoen. Nederland moet volgens het vonnis de uitstoot van CO2 dit jaar met 25 procent terugbrengen ten opzichte van 1990. Uit berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat het Kabinet niet verder dan 19 tot 21 procent komt. Het nu gepresenteerde pakket levert bij daadwerkelijk uitvoer 8 megaton CO2 reductie op, dit komt bovenop de 4 megaton die eerdere maatregelen op leveren.

    Maatregelen

    Het kabinet wordt incidenteel geholpen bij het bereiken van deze doelstelling door het coronavirus. Dat levert echter geen structurele CO2-reductie op. Het Kabinet komt daarom met maatregelen om de CO2-emissie van kolencentrales te beperken door middel van een uitstootplafond. Ook breidt het kabinet de regeling reductie energieverbruik uit met 150 miljoen Euro, waarmee mensen compensatie kunnen krijgen voor bijvoorbeeld LED-lampen of het goed inregelen van hun verwarmingsinstallaties. Naast huiseigenaren kunnen ook huurders en MKB-bedrijven van deze regeling gebruikmaken. Woningcorporaties krijgen een korting op de verhuurdersheffing als ze investeren in verduurzaming van woningen. Hiervoor stelt het kabinet 150 miljoen euro beschikbaar. Mensen die een oude koel- of vrieskast inleveren, krijgen hiervoor een retourpremie van minimaal 35 euro bij aankoop van een nieuwe. Verder is het kabinet in gesprek met een aantal bedrijven over versnelde ombouw van installaties en het extra terugdringen van de uitstoot van lachgas (een sterk broeikasgas).

    Reactie Urgenda

    Urgenda, dat de Klimaatzaak in 2015 aanspande, noemt het pakket in haar reactie veelbelovend en een grote stap voorwaarts:

    Maar liefst 30 van de 54 maatregelen uit het “54puntenplan” dat Urgenda met 800 organisaties als oplossing aan bood aan het kabinet, lijken uiteindelijk geheel of gedeeltelijk uitgevoerd te gaan worden. Daarmee kiest het kabinet niet alleen voor de goedkoopste optie (kolencentrales geheel of deels sluiten), maar ook voor maatregelen die zorgen voor draagvlak, een lagere energierekening, schonere lucht en meer biodiversiteit. Urgenda is blij dat in het extra pakket van vandaag ook middelen zitten die ook in deze coronacrisis kunnen helpen om meer werk te genereren voor het MKB en zelfstandigen. Het extra pakket bevat ook maatregelen die zorgen voor een lagere energierekening, vooral ook voor huurders en mensen met minder draagkracht, die daardoor blijvend lagere energiekosten kunnen krijgen.

    Een deel van de 30 maatregelen die geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd waren al aangekondigd, zoals de grootste maatregel (nr.  54): 2 miljard extra voor de volgende SDE+ ronde waardoor vele daken zullen worden vol gelegd met zonnepanelen. Dat in combinatie met de verlenging van de salderingsregeling van 2020 naar 2023 met langzame afbouw naar 2031 (maatregel 9) en de uitvoering van maatregel 21 (het inzetten van reservetransformatoren voor het aansluiten van zon- en windprojecten) levert flink meer duurzame energie op. Daarnaast zij er veel maatregelen gekozen die energie besparen.

    Ook enkele ‘groene’ maatregelen worden uitgevoerd. Hieronder valt bijvoorbeeld uitbreiding van bos en duurzamer bosbeheer (735), is er 30 miljoen euro beschikbaar voor led-verlichting in kassen (24), 60 miljoen extra voor de krimp van de varkenssector (22) en binnen het stikstofpakket nog eens 300 miljoen per jaar voor het helpen stoppen van andere veehouders (253). Maatregel 49 -groen en gezond wonen – krijgt ‘appreciatie’ van het kabinet en wordt doorgestuurd naar de gemeenten.

    Urgenda is ook heel blij met al die maatregelen waarmee de energierekening van burgers omlaag gaat: van radiatorfolie tot ledlampen en stand-by killers. Hiervoor waren in het najaar al diverse subsidiemogelijkheden in het leven geroepen, verlengd of verhoogd en nu trekt het kabinet nog eens extra geld uit voor energiebesparing bij huurders, woningeigenaren en MKB’ers (maatregelen 141526293439414243 en 46).

    Verder gaat de overheid beter controleren en handhaven op de wet energiebesparing (81344), meer plastic recyclen (3247), is er 10 miljoen uitgetrokken voor duurzamer asfalt (37), daken van overheidsgebouwen vol leggen met zonnepanelen (20), scholen stimuleren om te verduurzamen (23), energie coöperaties beter ondersteunen (33), rijden we geen 130 meer (3) en wordt duurzamer rijden gestimuleerd (25).

    Conclusie

    De aankondiging van de maatregelen om te voldoen aan het vonnis in de Klimaatzaak zijn

    goed nieuws voor de rechtstaat: het kabinet is ondanks de coronacrisis van zins om zich te houden aan de uitspraak van de rechter. Het is ook goed nieuws voor degene die inzetten op een Green New Deal ter bestrijding van de economische kant van de coronacrisis, want het kabinet verwacht dat het maatregelenpakket zorgt voor een economische impuls in sectoren als de installatiebranche.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.