Frankrijk wil 14 kerncentrales sluiten

Deze week heeft Macron bekendgemaakt dat Frankrijk tot 2035 14 van zijn 58 kerncentrales wil sluiten. Het aandeel kernenergie in de elektriciteitsmix zal daardoor dalen tot 50%. Hollande was al van plan om het aandeel kernenergie in 2025 al terug te brengen tot 50%, Macron stelt dit 10 jaar uit. Op social media klinkt van verschillende mensen kritiek op de plannen om kerncentrales te sluiten, omdat daarmee een CO2 arme energiebron gesloten wordt. De vraag is of die kritiek terecht is.

Combinatie van kernenergie en duurzame energie

Met de plannen om het aandeel kernenergie te verlagen volgt Frankrijk het beleid van Duitsland om kerncentrales te sluiten om ruimte te maken voor duurzame energiebronnen, zoals wind- en zonne-energie. Daarmee volgt Frankrijk het beleid van Duitsland en Spanje, hoewel de eerlijkheid gebied te zeggen dat de meningen over de flexibiliteit van kerncentrales verschillen:

Zelfs als kerncentrales wel flexibel kunnen opereren is het de vraag of het financieel verstandig is om kerncentrales als achtervang voor zon en wind in te zetten.

Welke kerncentrales wil Frankrijk sluiten?

Macron wil minder centrales sluiten dan aanvankelijk verwacht om het aandeel kernenergie terug te brengen, al heb ik geen volledige lijst kunnen vinden van de veertien kerncentrales die Macron wil sluiten voor 2035. Wie op Wikipedia kijkt naar de bouwjaren van Franse kerncentrales ziet echter dat Frankrijk 19 kerncentrales heeft die voor 1982 in gebruik zijn genomen. In 2035 zijn die tenminste 54 jaar oud. De oudste zal dan zelfs 64 jaar in gebruik zijn. Het is dus niet geheel onlogisch dat een deel daarvan voor die tijd aan vervanging of sluiting toe is. Cleantechnica schrijft dat het gaat om centrales van de eerste generatie. Volgens Het Laatste Nieuws gaat het onder andere om de centrales in Gravelines uit 1980. Ook de oude centrales in Fessenheim staan al langer op de lijst om te sluiten. De kerncentrales in Fessenheim zijn volgens Reuters ook de enige twee die zullen sluiten tijdens de termijn van Macron. In 2025-206 volgen mogelijk nog 1 of 2 kerncentrales en in 2027-2028 nog 1 of 2, mits de energievoorziening dat toestaat. De resterende 6 tot 8 centrales zullen tussen 2030 en 2035 sluiten. Reuters stelt dat het gaat om de centrales in Tricastin (1980), Bugey (1979), Gravelines (1981) en Chinon (1984). Reuters verwacht dat de sluitingsplannen kunnen leiden tot een herstructurering van EDF, de Franse exploitant van kerncentrales.

Gelet op de impact die het sluiten van kerncentrales heeft op de energievoorziening in Frankrijk en op de bouwtijd voor een nieuwe kerncentrale is het eigenlijk niet meer dan logisch dat de Franse overheid nu al aankondigt wat de plannen met kernenergie tot 2035 zijn. De nieuwe reactor in Flamanville is bijvoorbeeld in aanbouw sinds 2007 en zou in 2012 opgestart worden, een bouwtijd van 5 jaar. Inmiddels is de geplande commerciële ingebruikname verschoven naar het 2e kwartaal van 2020 (bouwtijd van 13 jaar) en zijn de kosten opgelopen van €3.3 miljard naar €10,9 miljard. Finland begon in 2005 met de bouw van een nieuwe centrale, die in 2010 opgeleverd zou worden. De verwachting is nu dat deze in 2019 in gebruik genomen gaat worden. Een bouwtijd van 14 jaar. De verwachte opleverdatum van de Engelse kerncentrale Hinkley C is inmiddels 2025, een vertraging van 8 jaar. De eerste vergunningen voor deze centrale werden in 2012 afgegeven. Een voorlopige doorlooptijd van 12 jaar.

Andere klimaatplannen van Macron

Naast het sluiten van kerncentrales houdt Macron vast aan eerdere plannen om de laatste vier kolencentrales per 2022 te sluiten. Tegelijkertijd wil Macron het aandeel duurzame energie verhogen. De stroomproductie van Franse windmolens op land wordt voor 2030 verdrievoudigd en het aandeel zonne-energie moet vijf keer zo groot worden. Er wordt ook gewerkt aan meer wind op zee, de komende 5 jaar zal Frankrijk vier tenders voor offshore wind in de markt zetten. Volgens Bloomberg houdt Frankrijk last van logge administratieve procedures, die tot vertraging leiden. Het goede nieuws is dat de eerste offshore windturbine inmiddels stroom levert aan het net.

Macron wil de brandstofaccijnzen  niet verlagen, ondanks de protesten:

Je kunt niet op maandag voor het milieu zijn en op dinsdag tegen de verhoging van brandstofprijzen. Wat in een verkiezingscampagne is gezegd, schept verplichtingen.

De opbrengst van de brandstofaccijnzen wordt volgens Cleantechnicaingezet voor de financiering van de plannen met duurzame energie.

Conclusie

Gelet op de leeftijd van de Franse kerncentrales die de komende 15 jaar gaan sluiten is het de vraag of het terecht is om kritiek te hebben op de plannen om kerncentrales. Het is goed mogelijk dat deze centrales aan het einde van hun technische of economische levensduur zitten. Het kan zijn dat ze met een forse investering weer een aantal jaar meekunnen. Het is echter de vraag of dat economisch verstandig is gelet op de dalende kosten van duurzame energiebronnen, zoals windenergie en zonne-energie. Het is ook de vraag of het voor Frankrijk economisch verstandig is om enkel in te blijven zetten op kernenergie, gelet op de tegenvallers bij de drie kerncentrales die EDF in aanbouw heeft in Europa.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Spanje presenteert concept klimaatwet

In navolging van verschillende landen, die al een klimaatwet hebben, heeft nu ook Spanje een concept klimaatwet gepresenteerd. In vergelijking met de Nederlandse klimaatwet bevat het Spaanse wetsvoorstel meer concrete doelen. De Spaanse concept klimaatwet bevat de doelstelling om in 2050 de CO2 emissie met 90% te verlagen en om 100% van de elektriciteit groen op te wekken. De wet bevat daarnaast een verbod op nieuwe exploratie vergunningen voor olie- en gaswinning, en op winning van schaliegas.

Het Spaanse wetsvoorstel bevat verder voorstellen voor eerlijke transitiepakketten, gericht op vervroegd pensioen, bijscholing en herscholing van werknemers, en herstel van milieuschade. Een soortgelijk pakket presenteerde Spanje toen het de sluiting van zijn kolenmijnen aankondigde. De kosten hiervoor worden deels betaald uit de veiling van CO2 emissierechten. Toevoeging van deze eerlijke transitiepakketten is waarschijnlijk belangrijk om steun te verwerven voor het wetsvoorstel van Podemos. Het wetsvoorstel bevat ook een financieringsvoorstel voor klimaatmitigatie.

De Spaanse klimaatwet bevat volgens The Guardian en Euractive een tussendoel van 35% duurzame stroom in 2030. Om dit te bereiken wil de Spaanse regering de komende 10 jaar 3,000 MW wind- en zonne-energie bijplaatsen per jaar. Ik vermoed dat echter dat de 35% duurzame stroom een vergissing is en dat duurzame energie wordt bedoeld, want in 2017 bedroeg het aandeel groene stroom al 32,1% (pdf). Mijn Spaans is echter te slecht om het wetsvoorstel zelf te lezen en te controleren of ik dat juist heb, dus ik hou me aanbevolen voor verbeteringen in de reacties.

Het wetsvoorstel zet ook in op energiebesparing. De energie-efficiency moet tot 2030 met 35% verbeteren ten opzichte van nu. En overheden en publieke diensten mogen enkel nog gebouwen huren die bijna energieneutraal zijn.

Los van de klimaatwet verwacht Spanje  dat in 2030 de laatste kolencentrale gesloten zal zijn. 9 van de 14 kolencentrales zullen al in juni 2020 sluiten, omdat ze niet voldoen aan de scherpere Europese emissie-eisen voor grote stookinstallaties. Tot slot heeft de huidige Spaanse regering aangegeven dat ze de levensduur van de Spaanse kerncentrales niet wil verlengen, wat betekent dat de laatste kerncentrale rond 2028 zal sluiten.

Het is nog wel de vraag of de Spaanse klimaatwet door het parlement komt, omdat de huidige Spaanse regering slechts een kwart van de parlementszetels heeft. De regeringspartij is afhankelijk van de steun van Podemos en Ciudadanos.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Shell en de Nederlandse achterstand op duurzaamheid

Er is hier een grote achterstand op het gebied van duurzaamheid. Nu wil men vanuit die achterstand voorop gaan lopen. Toen wij het vijf tot tien jaar geleden aan de orde stelden, had niemand daar belangstelling voor.

Aldus Marjan van Loon, CEO van Shell Nederland, over de situatie in Nederland in een artikel over de kritiek op de sponsoring van Generation Discover door Shell. Alleen is mevrouw van Loon vergeten dat voormalig Shell topman Peter Voser in 2013 nog pleitte voor vertraging van de CO2 reductiedoelstelling met 10 jaar. Hij zei toen:

Om daadwerkelijk veranderingen tot stand te kunnen brengen is tijd nodig. We maken ons enigszins zorgen over de korte termijn waarin het doel bereikt moet worden.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Uitspraak in hoger beroep Klimaatzaak

De rechtbank in Den Haag heeft vandaag besloten dat de Staat meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen. De Staat moet ervoor zorgen dat de uitstoot in Nederland in 2020 ten minste 25% lager is dan in 1990. De stichting Urgenda had de rechtbank om een uitspraak verzocht.

Op basis van het huidige beleid van de Staat zal Nederland in 2020 een vermindering van ten hoogste 17% bereiken. Dat is volgens de rechtbank onder de norm van 25 tot 40% die in de klimaatwetenschap en het internationale klimaatbeleid noodzakelijk wordt geacht voor de geïndustrialiseerde landen.

Volgens de rechtbank moet de Staat meer doen om het dreigende gevaar veroorzaakt door de klimaatverandering te keren. Daarbij wijst de rechtbank ook op de zorgplicht van de Staat voor de bescherming en verbetering van het leefmilieu. De kosten van de door de rechtbank bevolen maatregelen zijn niet onaanvaardbaar hoog. De Staat kan zich niet verschuilen achter het argument dat de oplossing van het wereldwijde klimaatprobleem niet alleen afhangt van Nederlandse inspanningen. Elke vermindering van uitstoot draagt namelijk bij aan het voorkomen van een gevaarlijke klimaatverandering. Nederland zou als geïndustrialiseerd land hierin voorop moeten lopen. Volgens de NOS verwierp het hof zo goed als alle argumenten die de landsadvocaat had aangevoerd.

In tegenstelling tot sommige juristen is de rechtbank van mening dat zij met deze uitspraak zich niet het terrein van de politiek begeeft. De rechtbank moet rechtsbescherming bieden, ook in zaken tegen de overheid. Tegelijkertijd moet de rechtbank de vrije beleidsruimte van de overheid respecteren. Daarom past de rechter terughoudendheid. Dat is een reden om het bevel te beperken tot 25%, de ondergrens van de norm van 25 tot 40%. De rechtbank doet ook geen uitspraak over welke maatregelen de overheid zou moeten nemen om te voldoen aan de uitspraak.

Update 9 oktober 2018 15.15u:

Huidig pad emissie broeikasgas en mogelijke maatregelen

emissie-ontwikkeling-nederland
Ontwikkeling van de CO2 emissies in Nederland en doelen uit klimaatzaak en IPCC rapport 1,5 graden. Bron: Datagraver.

De grafiek hierboven laat zien wat de bereikte daling in broeikasgasemissies ten opzichte van 1990 is, wat de eis uit de Klimaatzaak is en welke doelstelling volgt uit het recente rapport van IPCC over wat er nodig is om de klimaatverandering te beperken tot 1,5 graden Celsius. Zoals te zien is, betekent de uitspraak van het hof in hoger beroep een behoorlijke opgave voor de komende 2 jaar. In 1990 stootte Nederland 220 megaton CO2-equivalenten uit. In 2017 werd 193 megaton CO2 equivalenten uitgestoten. Zonder aanvullend beleid wordt gerekend op 17% CO2-reductie, dat is 183 megaton. De Urgenda Klimaatzaak vereist dat dit daalt tot 166 megaton. Dat betekent dat de emissie nog met 17 megaton extra omlaag moet.

De doorrekening van de verkiezingsprogramma’s door het PBL en het CPB geeft geen uitsluitsel over hoe dit bereikt kan worden. Ik kijk daarom terug naar de oudere Quick scan mogelijke aanvullende maatregelen emissiereductie 2020 ten behoeve van Urgenda Klimaatzaak van het PBL en ECN (Energie Centrum Nederland) uit september 2015. Dit heeft zijn beperkingen, omdat toen werd gesteld dat het maximale reductiepotentieel 16 megaton was, maar dat dit 3 megaton minder zou zijn bij uitstel met een jaar. Inmiddels heeft de staat het nemen van maatregelen met 3 jaar uitgesteld. Daardoor is het reductiepotentieel waarschijnlijk niet groter geworden. Het is daarbij goed te bedenken dat het hoger beroep dat de Staat in heeft gesteld geen opschortende voorwaarde kreeg van de rechter.

Maatregelen uit de categorie ‘snel en tegen lage kosten’:

  • Verlagen van de maximum snelheid op snelwegen. In 2015 was nog sprake van 120 km/uur naar 100 km/uur en 100 km/uur terug naar 80 km/uur. De bijbehorende CO2-reductie was 1,2 megaton. Inmiddels kan de snelheid terug van 130 km/uur naar 100 km/uur. Daarmee is de te behalen CO2-reductie ten minste 0,2 megaton groter.
  • Invoering kilometerheffing. Potentieel 1,2 tot 1,8 megaton CO2-reductie.

Maatregelen uit de categorie ‘snel en tegen matige kosten’:

  • Emissiebeperkende maatregelen bij kolencentrales (biomassameestook, CCS, inzet gas in plaats van kolen). Potentieel 4,7– 8,5 megaton CO2.
  • Verhoging van de energiebelasting industrie. Dit levert 0,5 tot 0,8 megaton CO2-reductie op. Door de korte tijd die nog resteert tot 2020 is dit potentieel waarschijnlijk lager, want investeringen in de industrie vergen tijd om voor te bereiden en door te voeren.
  • Tender voor energiebesparing industrie. Dit kan 0,7 tot 1,4 megaton CO2 reductie opleveren. De vraag is of dit potentieel nog volledig realiseerbaar is binnen 2 jaar, omdat de tenderregeling nog niet ontwikkeld is.
  • Aanscherping van de bestaande vrijwillige afspraken betreffende energie-efficiëntie tussen overheid en ETS-industrie (MEE convenant). Potentie 1 megaton. De vraag is of het op deze korte termijn nog lukt om de afspraken aan te scherpen en de industrie ook daadwerkelijk tot extra maatregelen te bewegen.
  • Isolatie, proces- en distributieoptimalisaties, opwekking (zoals stoom) en elektromotoren en WKK omschakelen naar Bio-WKK, prijsprikkel
  • Energieverbruik door bonus-malus (6€/GJ) in combinatie met WKK-omschakeling en het regelen van een Biomasssamarkt). Potentieel 2,4 megaton CO2.
  • Maatregelen gericht op huishoudens, zoals een verplichting tot isolatie of vergroening van de installaties (bv. het verplichten van de warmtepomp bij bestaande bouw) vallen net als het inzetten op meer duurzame energie in de categorie langere termijn maatregelen. PBL en ECN verwachtten daar in 2015 geen snelle effecten van.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Het decennium waarin we klimaatverandering bijna stopten

Een lang stuk van Nathaniel Rich in de New York Times over de periode 1979-1989: het decennium waarin de mensheid voor het eerst tot breed inzicht in de oorzaken en gevaren van klimaatverandering kwam. En een decennium waarin een oplossing binnen handbereik leek.

Ht Miko F Lohr.

Open waanlink

Lees ook de kritiek op het stuk in The Atlantic waar er op wordt gewezen dat het artikel van The New York Times de rol van de olie- en gasindustrie, die al veel eerder op de hoogte waren van het risico op klimaatverandering, en van de Republikeinse partij wel erg stevig verkleind. In The Intercept legt Naomi Klein de schuld (voorspelbaar) bij ‘het kapitalisme’.

Dit stuk is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Klimaatbeleid: aanbodbeperking in de praktijk

Kolenmijn

Vorige maand schreef ik over de kansen die aanbodbeperkend klimaatbeleid volgens onderzoekers biedt. Afgelopen week toonde Bloomberg de kracht er van bij kolen. Al wordt de aanbodbeperking niet alleen veroorzaakt door overheidsbeleid, maar ook door een groeiend aantal financiers dat niet meer in bedrijven en projecten wil investeren die met kolen samenhangen.

Bloomberg beschrijft hoe het beleid van China om vervuilende kolenmijnen te sluiten en het opdrogen van financiering voor nieuwe kolenmijnen leidt tot een kleiner aanbod aan kolen, waardoor de prijs voor kolen stijgt en de winstgevendheid van kolencentrales onder druk staat. De winstgevendheid van kolenmijnbouwbedrijven stijgt ondertussen fors. Anglo American heeft zijn inkomsten uit kolen sinds 2015 zien verdrievoudigen, Glencore heeft ze zien verdubbelen en BHP Biliton rapporteert een verzesvoudiging van inkomsten uit kolen.

De stijgende financieringskosten zijn een van de redenen dat de mijnbouwbedrijven niet reageren met het aankondigen van plannen voor nieuwe mijnen, ondanks het feit dat de kolenprijs op het hoogste punt in jaren staat. Een groeiend aantal banken en grote institutionele investeerders wil niet meer in kolen investeren. Het niet van de grond komen van de Australische Carmichael kolenmijn is illustratief, het Indiase bedrijf Ardani weet de benodigde financiering niet rond te krijgen ondanks de openlijke steun van de Australische overheid.

De stijgende kosten van financiering zijn niet de enige oorzaak van het uitblijven van nieuwe kolenmijnen, want ook mijnbouwbedrijven die geen externe financiering aan hoeven te trekken voor de aanleg van een nieuwe kolenmijn zijn niet geïnteresseerd in de ontginning van nieuwe mijnen. De druk vanuit overheden en consumenten om het gebruik van kolen terug te dringen is een belangrijke reden hiervoor.

De hogere prijs van kolen zorgt er uiteindelijk voor dat de energietransitie versneld wordt. Door de hoge kolenprijs hebben kolencentrales meer concurrentie van gascentrales, windturbines en zonne-energie. De prijs van zonne-energie en windenergie daalt nog steeds, terwijl er geen zicht is op een hogere kolenproductie en de prijs van kolen dus hoog zal blijven. Uiteindelijk ondergraaft deze kostendaling de economische ratio om een vervuilende brandstof, zoals kolen, te blijven gebruiken. In de VS heeft de eerste eigenaar van kolen- en kerncentrales al faillissement aangevraagd. Bijkomend effect: de kolenmijnen draaien recordwinsten. Slim overheidsbeleid kan er voor zorgen dat dergelijke winsten afgeroomd wordt, zodat het voor maatschappelijke doelen ingezet kan worden. Bijvoorbeeld om de kosten van de energietransitie voor mensen met een minder diepe portomonnee te bekostigen.

Dit bericht is geschreven voor en eerder gepubliceerd op Sargasso.

Vergeten klimaatbeleid: aanbodbeperking

Tabel met typen klimaatbeleid

Binnen de milieubeweging en onder activisten is het beperken van de winning van fossiele brandstoffen al langer een thema. Economen en beleidsmakers geven meestal de voorkeur aan in hun ogen optimale beleidsinstrumenten, zoals beprijzing van CO2 emissies. Nieuw onderzoek van Green en Denniss laat zien dat er zowel politieke als economische argumenten zijn voor het beperken van het aanbod aan fossiele brandstoffen.

Vier vormen van beleid

Volgens Green en Denniss zijn er vier soorten klimaatbeleid te onderscheiden. Waarbij de auteurs aan de ene kant onderscheid maken tussen restrictief beleid en stimuleringsbeleid, en aan de andere kant tussen beleid dat zich richt op de aanbodzijde en beleid op de vraagzijde. Visueel vatten de auteurs de mogelijkheden in de volgende matrix samen:

Tabel met typen klimaatbeleid
Typen klimaatbeleid

Een Nederlands voorbeeld van aanbod gericht stimuleringsbeleid zijn de subsidies voor duurzame energie, maar ook het kleine veldenbeleid voor gaswinning. Een voorbeeld van stimuleringsmaatregelen gericht op de vraagzijde is de ISDE subsidie, waar bewoners subsidie krijgen als ze overschakelen op een (hybride) warmtepomp of een zonneboiler installeren. Voorbeelden van restrictief beleid gericht op de vraagzijde zijn de CO2-emissienormen voor auto’s en de Europese emissiehandel in CO2 (ETS).

Voordelen aanbodbeperking

Vanuit economisch oogpunt is het voordeel van aanbodbeperkend beleid dat er minder administratieve lasten zijn, de winning van fossiele brandstoffen wordt om andere redenen al bijgehouden en er zijn minder bedrijven bij betrokken. Een tweede argument is dat het beprijzen van CO2 in theorie lijdt tot optimale keuzes, doordat de CO2 emissie op de goedkoopste manier wordt beperkt. In de praktijk dekt CO2 beprijzing zelden de volledige economie en wordt er met regelmaat een beroep gedaan op de angst voor het waterbed effect. Bovendien zorgt de lagere vraag naar fossiele brandstoffen als gevolg van hogere CO2 prijzen voor een lagere brandstofprijs, wat weer zorgt voor meer vraag. Het beperken van het aanbod kan dit effect tegengaan.

Een derde economisch argument is dat het beperken van het aanbod een infrastructurele lockin kan voorkomen. Het aanleggen van nieuwe gaspijpleidingen zorgt er bijvoorbeeld voor dat er meer aanbod komt. Zelfs als de huidige eigenaar van een pijpleiding failliet gaat zal een nieuwe eigenaar de pijpleiding blijven exploiteren zolang de marginale opbrengsten voor transport van gas of olie hoger zijn dan de marginale kosten. Tot slot voorkomt het beperken van het aanbod aan fossiele brandstoffen dat olie- en gasbedrijven de winning op korte termijn fors gaan verhogen om nog snel te cashen voordat de CO2 prijs zo hoog is dat ze uit de markt geprijsd worden.

Ook vanuit het oogpunt van politieke economie heeft het voeren van restrictief beleid op fossiele brandstoffen voordelen. In de eerste plaats kan restrictief beleid gericht op de aanbodzijde vaak op meer steun rekenen onder burgers en heeft het directer waarneembare voordelen. Hierdoor wordt het makkelijker om coalities te bouwen tussen burgers en organisaties, wat het draagvlak voor aanvullend beleid vergroot. Ook is het lastiger om voor tegenstanders om tegen dergelijk beleid te lobbyen door de bredere voordelen.

De olie, gas en kolenindustrie is goed georganiseerd. Een voordeel van aanbodbeperkend beleid is dat het scheidslijnen binnen de sector kan opwerpen, bijvoorbeeld tussen bestaande spelers en nieuwkomers, bijvoorbeeld als nieuwe winning verboden wordt. Of scheidslijnen tussen brandstoffen, bijvoorbeeld als de bouw van nieuwe kolencentrales verboden wordt en er daardoor mogelijk ruimte ontstaat voor nieuwe gascentrales.

Tot slot is internationale samenwerking volgens Green en Dennis makkelijker bij restrictief aanbod beleid. Dat is van belang omdat het klimaatakkoord van Parijs opgebouwd is uit vrijwillige bijdragen van de deelnemende landen en geen internationaal juridisch bindend bolwerk is geworden. Restrictief aanbodbeleid komt daarbij goed van pas. Als de prijselasticiteit van de vraag (de mate waarin afnemers een alternatief kunnen vinden) relatief hoog is ten opzichte van de prijselasticiteit van het aanbod, dat zorgt voor een minder groot waterbedeffect dan beleid dat zich richt op de vraagzijde.  Dit lijkt bij kolen het geval, waardoor het eenzijdig verlagen van het aanbod van kolen effectiever is voor het verlagen van de wereldwijde emissies dan het eenzijdig verlagen van de consumptie.

Daarnaast geldt dat restrictief aanbodbeleid makkelijker te monitoren is, waardoor het ook eenvoudiger te controleren voor andere landen. En controleerbare en meetbare maatregelen geven meer vertrouwen in het beleid van andere landen, waardoor samenwerking makkelijker wordt en er een grotere kans is dat landen bereidt zijn samen te werken aan verdere wereldwijde emissiereductie.

Conclusie

In het klimaatdebat is er veel aandacht voor met name restrictief beleid gericht op de vraagzijde. Daarin past ook het pleidooi dat partijen als VVD, VNO-NCW en Shell jarenlang hebben gehouden voor inzet op CO2 reductie in plaats van op CO2 reductie (restrictief beleid vraagzijde), energiebesparing (stimulerend beleid vraagzijde) en duurzame energie (stimulerend beleid aanbodzijde).

Vanuit oogpunt van draagvlak geeft PBL al aan dat inzet op energiebesparing en duurzame energie nodig kan zijn. Het artikel van Green en Denniss voegt met de herwaardering van restrictief beleid gericht op de aanbodzijde een vierde doel aan toe: beperken van het aanbod van gas, olie en kolen. Volgens David Roberts tonen Green en Denniss daarmee het belang aan van actievoerders die pleiten voor het in de grond houden van fossiele brandstoffen en voor het strijden tegen uitbreiding van infrastructuur voor fossiele brandstoffen. Tege

Voorbeelden van Nederlands restrictief aanbodbeleid zijn het afbouwen van de gaswinning in Groningengeen schaliegas winnen. Nog een stap verder kan het stoppen met alle nieuwe exploratie- en winningsvergunningen (zoals Frankrijk al doet). Of het afbouwen van de overslag van kolen in de Rotterdamse haven. Nu Nederland een aantal restrictieve aanbodmaatregelen neemt wordt het interessant om te zien of de voordelen die Green en Denniss in hun artikel noemen in de praktijk zichtbaar gaan worden.