De gerechtvaardigde zorgen van de klimaatstakers

Begin april hebben klimaatwetenschappers een brief gepubliceerd in Science waarin ze aangeven dat de zorgen van de klimaatstakers gerechtvaardigd zijn, evenals hun roep om snelle maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

Bijna elk land heeft het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 ondertekend en geratificeerd. Waarmee ze zich hebben gecommitteerd aan het beperken van de wereldwijde temperatuurstijging tot  2°C boven pre-industrieel niveau en om zich in te spannen om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C. Wetenschappers hebben vorig jaar ook duidelijk laten zien dat een wereldwijde opwarming met 2°C in plaats van 1,5°C de impact van klimaatverandering fors zou vergroten en het risico vergroot dat sommige effecten onomkeerbaar worden. Doordat veel effecten van klimaatverandering wereldwijd niet gelijk verdeeld is zorgt een 2°C warmere wereld bovendien voor een stijging van de wereldwijde ongelijkheid.

Volgens de briefschrijvers zijn er al veel sociale, technische en natuurlijke oplossingen voorhanden. De jonge actievoerders vragen volgens de wetenschappers terecht dat deze ingezet worden om een duurzame samenleving te bereiken. Dat vergt wel doelgerichte en snelle actie. De tijd ontbreekt om te wachten tot de jongere generatie aan de macht is. Er rust een grote verantwoordelijkheid op politici om de benodigde randvoorwaarden en beleidsvoorstellen tijdig te implementeren.

Het vertragingseffect

Bij het broeikaseffect gaat het niet alleen om de huidige uitstoot, maar vooral om de totale concentratie broeikasgassen in de lucht. Veel broeikasgassen blijven lang in de lucht zitten. Dat betekent dat later of minder reduceren de opgave voor de toekomst vergroot. Het effect daarvan is in onderstaande grafiek te zien.

Wereldwijde emissiereductie paden met 66% kans om meer dan 2°C opwarming te voorkomen op basis van startjaar. De vaste zwarte lijn toont de historische uitstoot, terwijl de gestippelde zwarte lijn gelijkblijvende emissies ten opzichte van 2016 toont. Data en grafiekontwerp door Robbie Andrew van CICERO en the Global Carbon Project. Illustratie: Carbon Brief.

Wereldwijde emissiereductie paden met 66% kans om meer dan 2°C opwarming te voorkomen op basis van startjaar. De vaste zwarte lijn toont de historische uitstoot, terwijl de gestippelde zwarte lijn gelijkblijvende emissies ten opzichte van 2016 toont. Data en grafiekontwerp door Robbie Andrew van CICERO en the Global Carbon Project. Illustratie: Carbon Brief.

Verschil moet er wezen

Carbon Brief heeft vorige week een interactieve tool op haar website beschikbaar gemaakt waarmee je op basis van geboortejaar en land kunt nazoeken hoe groot het CO2 budget is dat iemand ter beschikking heeft. Carbon Brief concludeert op basis van haar analyse dat kleinkinderen 8 keer minder CO2 mogen uitstoten dan hun grootouders om de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen.

Om de wereldwijde temperatuurstijging tot maximaal 1,5°C te beperken mag er nog minder CO2 worden uitgestoten. En moeten de CO2 emissies die Europese en Amerikaanse kinderen veroorzaken snel dalen naar het niveau van Indiase en Chinese kinderen.

Samenvattend

Wanneer rond 1995 een wereldwijde daling van de CO2 emissies was ingezet had de daling veel geleidelijker kunnen lopen. Verder uitstel of vertraging van de verlaging van de CO2 uitstoot zal de opgave voor de toekomst vergroten. Niet alleen zullen toekomstige generaties minder CO2 kunnen uitstoten gedurende hun levensduur, ook zullen ze een snellere afname van de CO2 emissies moeten bewerkstelligen. Het is dus volkomen logisch dat kinderen die op school de basisbeginselen van wetenschap onderwezen krijgen opstaan om te eisen dat de huidige machthebbers in de politiek en het bedrijfsleven hun verantwoordelijkheid nemen en alle beschikbare middelen inzetten om een daling van de wereldwijde CO2 uitstoot te bewerkstelligen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Agora Energiewende: leren van de gele hesjes

De Duitse denktank Agora Energiewende heeft onderzoek gedaan naar de Franse protesten van de gele hesjes tegen de CO2 heffing. De Duitse denktank geeft aan dat het protest een diepere oorzaak heeft dan enkel de CO2 heffing. In het onderzoek geeft de denktank aanbevelingen voor toekomstig beleid. Waarbij ook gekeken wordt naar voorbeelden van succesvol beleid, zoals in Zwitserland.

Brand maar los in de commentaren over wat Nederland hiervan kan leren.

Voor wie meer wil weten over hoe klimaatwetenschap en klimaatbeleid beter gecommuniceerd kan worden raad ik aan Klimaatzuster te volgen op twitter.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Milieudefensie dagvaardt Shell over klimaatbeleid

Milieudefensie kondigde vorig jaar een klimaatzaak tegen Shell aan en stelde de volgende eisen aan Shell om dagvaarding te voorkomen:

  1. Shell brengt zijn beleid en investeringen in lijn met de klimaatdoelen van Parijs;
  2. Shell bouwt zijn olie- en gasproductie af en brengt zijn uitstoot terug naar nul in 2050;
  3. Shell maakt afspraken met Milieudefensie over de invulling, tussendoelen en openbare verantwoording.

Shell kreeg 8 weken om tegemoet te komen aan de eisen van Milieudefensie, maar deed dat niet. Daarom overhandigt Milieudefensie vorige week de dagvaarding met als inzet dat Shell zijn plannen en strategie aanpast zodat die in lijn komen met het klimaatakkoord van Parijs uit 2015. Er wordt geen schadevergoeding geëist.

Reactie Shell

Shell stelt de klimaatafspraken te ondersteunen. Tegelijkertijd heeft het bedrijf sinds 2015 ook forse bedragen uitgegeven om klimaatbeleid te vertragen of voorkomen. Shell kondigde recent wel aan zijn lidmaatschap van de invloedrijke Amerikaanse lobbyclub AFPM heeft opgezegd. De AFPM is het niet eens met de klimaatdoelen die afgesproken zijn in Parijs, die Shell wel zegt te omarmen. Daarnaast heeft de AFPM zich de afgelopen jaren ingezet om de uitstootregels voor nieuwe auto’s in de Verenigde Staten te verruimen. Shell zegt die ruimere uitstootregels niet te steunen, maar zat nog wel in het bestuur van de American Fuel & Petrochemical Manufacturers (AFPM) die volgens Influence Map waarschijnlijk een belangrijke rol speelde bij de verruiming van de uitstootregels. Bij het aanpassen van de eisen aan methaanemissies in de VS is een zelfde beeld zichtbaar. Voor de schermen stelt Shell daar tegen te zijn, terwijl het bedrijf in 2017 en 2018 samen met het American Petroleum Institute (API) diverse ontmoetingen heeft gehad met de Amerikaanse overheid om de regels voor methaanemissies, die Obama heeft ingevoerd, te verzwakken.

Mars vanaf Malieveld

Sinds Milieudefensie de klimaatzaak tegen Shell aankondigde hebben onder meer Greenpeace Nederland, Jongeren Milieu Actief en de Waddenvereniging zich bij het initiatief aangesloten, evenals ruim 17.300 Nederlanders. Vorige week trokken de actievoerders in een mars van het Malieveld naar het Shell-gebouw in de wijk Benoordenhout. Een deurwaarder heeft de dagvaarding, een ruim 200 pagina’s tellend document, en meerdere dozen met bewijsmateriaal officieel overhandigen.

Disclaimer: net als bij de klimaatzaak van Urgenda ben ik mede-eiser in de klimaatzaak tegen Shell.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

De dubbele klimaatpet van olie- en gasbedrijven

Aan de ene kant investeren Europese olie- en gasbedrijven de laatste tijd steeds meer in duurzame energie en in overnames van clean tech bedrijven. Aan de andere kant spenderen ze veel geld om te lobbyen tegen klimaatbeleid. Een nieuw onderzoeksrapport van de Britse denk tank Influence Map schat dat de vijf grootste private olie- en gasbedrijven sinds de ondertekening van het klimaatakkoord van Parijs 1 miljard dollar hebben gespendeerd om klimaatbeleid te blokkeren.

Lobby tegen klimaatbeleid

InfluenceMap onderzocht de uitgaven van ShellBPChevronTotal en ExxonMobil. Volgens Influence Map geven de bedrijven samen jaarlijks zo’n $200 miljoen uit om klimaatbeleid te vertragen of om energie- en klimaatbeleid bij te sturen. De uitgaven worden vooral in de VS gedaan. Tegelijkertijd geven de bedrijven zo’n $195 miljoen dollar uit aan reclamecampagnes om de suggestie te wekken dat ze een ambitieus klimaatbeleid voorstaan.

Als voorbeeld noemt InfluenceMap de biobrandstof van algen campagne van Exxon. Volgens de advertentie campagne van Exxonmobil zijn algen een van de ‘grootste beloften voor de volgende generatie biobrandstoffen’ met significante klimaatvoordelen. Het doel van Exxon om 10.000 vaten bio-brandstof van algen per dag te maken behelst echter slechts 0,2% van de raffinagecapaciteit van het oliebedrijf.  Tegelijkertijd heeft het bedrijf aangekondigd fors te gaan investeren in olie- en gaswinning, zowel in de schaliegaswinning en in de Canadese teerzanden. Ook kwam het bedrijf niet opdagen op een hoorzitting van het Europees Parlement over het verspreiden van nepnieuws over klimaatverandering. In een brief, die in handen is van AFP, geeft ExxonMobil aan bang te zijn dat uitspraken op de hoorzitting gebruikt kunnen worden in Amerikaanse klimaatzaken tegen het bedrijf over het verspreiden van onjuiste informatie over klimaatwetenschap en over de risico’s die klimaatverandering voor het bedrijf oplevert. De Europese groenen hebben als reactie op het niet op komen dagen een motie ingediend om lobbyisten van ExxonMobil de toegang tot het Europees Parlement te ontzeggen, daarmee zou het bedrijf na Monsanto het tweede bedrijf worden dat dit privilege verliest.

Transitiestrategie

Opvallend is dat ook de Europese olie- en gasbedrijven nog zo fors inzetten op het blokkeren van klimaatbeleid, terwijl ze in hun investerings- en overnamebeleid duidelijk verder kijken dan de traditionele olie- en gaswinning. Volgens denktank CDP, dat zich richt op het vergelijkbaar en inzichtelijk maken van de klimaatemissies van bedrijven, zijn Europese olie- en gasbedrijven beter gepositioneerd voor de energietransitie dan hun Amerikaanse en Chinese concurrenten. In de top 10 best voorbereide bedrijven staan, volgens recent onderzoek van CDP, 7 bedrijven uit de EU in de top 10.

Total, Shell en BP behoren alle drie tot deze top 10. Shell en Total behoren volgens CDP zelfs tot de meest ambitieuze bedrijven, omdat ze naast vermindering van hun eigen CO2-emissies ook doelen stellen voor het verminderen van de CO2 emissies die hun producten veroorzaken. Ook hebben BP, Total en Shell de afgelopen jaren alle drie verschillende bedrijven voor elektrisch laden overgenomen.  Total heeft daarnaast bedrijven voor energieopslag, energiemanagement en zonne-energie overgenomen. Total en Shell hebben beide elektriciteitsbedrijven overgekocht, en zijn beide in de race voor de overname van Eneco. Shell heeft recent zelfs aangegeven het grootste elektriciteitsbedrijf ter wereld te willen worden, al zijn investeerders nog niet overtuigd van die strategie.

Vandaag maakte Shell bekend zijn lidmaatschap van de invloedrijke Amerikaanse lobbyclub AFPM heeft opgezegd. De AFPM heeft zich afgelopen jaar ingezet om de uitstootregels voor nieuwe auto’s in de Verenigde Staten te verruimen. Shell zegt die ruimere uitstootregels niet te steunen. Daarnaast is AFPM het niet eens met de klimaatdoelen die afgesproken zijn in Parijs, die Shell wel zegt te omarmen. Ook op andere vlakken is er onenigheid.

Conclusie

Amerikaanse oliebedrijven, zoals Exxon en Chevron, zijn in algemeen minder bezig met klimaatverandering dan hun Europese concurrenten. Wat mede-veroorzaakt zal worden doordat de binnenlandse druk om te veranderen in de VS kleiner is dan in Europa. Tegelijkertijd lijken Total, Shell en BP moeite te hebben om de omslag die ze op de Europese markt aan het maken zijn om te zetten in een veranderende lobbystrategie. Vooral in de VS lijkt de verleiding groot om door te gaan met het blokkeren van klimaatbeleid.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

CO2-heffing: ’Industrie is kleuter die tegenstribbelt’

De industrie schreeuwt moord en brand omdat het kabinet een CO2-heffing invoert. Gaat dit banen kosten in de staalindustrie en bij andere vervuilende bedrijven? Klimaateconoom Reyer Gerlagh ontkent de risico’s niet, maar is toch voorstander. De Tilburgse hoogleraar klimaateconomie was mede-initiatiefnemer van een open brief van 71 economen die pleitten voor een CO2-heffing. In een interview met De Telegraaf stelt Gerlagh:

We kunnen wel op elkaar blijven wachten, dan komen we helemaal nergens.

(…)

Er wordt van twee walletjes gegeten. De prijs moet laag zijn én ze moeten een hoge compensatie krijgen. Met zo’n hoge compensatie kun je je juíst een hoge prijs veroorloven zonder dat je failliet hoeft te gaan. De energie-intensieve industrie gedraagt zich heel behoudend, hakken in het zand. Terwijl je je de vraag moet stellen: waar wil je staan over 20 jaar? Maar de industrie richt zich te veel op het tegenhouden van verandering. De industrie is als een tegenstribbelende kleuter.

Met compenserende maatregelen kun je volgens Gerlagh voor een belangrijk deel voorkomen dat bedrijven naar het buitenland verdwijnen. Een ander doel waar een CO2 heffing bij helpt is technologische veranderingen, dat blijkt uit empirisch onderzoek. Als er een prijs is voor CO2 ontwikkelen bedrijven patenten voor zuiniger productieprocessen. Precies de innovaties die nodig zijn voor een CO2 arme economie.

Gerlach stelt dat bedrijven die hun ingenieurs opdracht geven om slimme manieren te bedenken om minder CO2 uit te stoten uiteindelijk minder CO2-heffing betalen en subsidies ontvangen. Bedrijven die dat niet doen en het allemaal maar gedoe vinden, betalen de heffing en doen verder niks. Dan zijn bedrijven die investeren beter af. Die bedrijven blijven bestaan, bedrijven die niets doen gaan failliet.

Gerlach geeft in het interview ook aan dat de energieprijs voor de industrie in Nederland laag is. Als we die lage energieprijs zouden houden en die CO2-heffing er bovenop zetten, komt Nederland misschien op het niveau van gewone energieprijzen. Op papier is Nederland dan het enige land met een CO2-prijs, in de realiteit is de Nederlandse lastendruk dan vergelijkbaar met andere landen. Waarmee niet gezegd is dat het geen spannend experiment is, op deze specifieke manier is het volgens Gerlach nog niet eerder gedaan door andere landen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

De doorgerekende draai van Rutte III over verdeling klimaatkosten

Vorige presenteerde het CPB en PBL hun doorrekening van het ontwerp klimaatakkoord. De conclusie van het PBL is dat de doelstelling om de CO2 uitstoot met 49% te reduceren waarschijnlijk niet wordt gehaald. Het CPB concludeerde dat met name de lage en de middeninkomens de lasten van het energie- en klimaatbeleid (inclusief het ontwerp klimaatakkoord) dragen. Het kabinet was er als de kippen bij om maatregelen aan te kondigen ter verzachting van de pijn, waarbij lasten van burgers naar bedrijven worden geschoven.

Doorrekening PBL

De conclusie van de doorrekening van PBL is dat de verwachte afname van de uitstoot van broeikasgassen in 2030 31 – 52 megaton CO2-equivalenten bedraagt. De opgave bedraag 48,7 megaton (49% ten opzichte van 1990). Dit valt net binnen de bandbreedte, maar wordt waarschijnlijk niet gehaald. Het ontwerpakkoord kan volgens het PBL leiden tot grote stappen in de energietransitie, maar er is nog veel werk aan de winkel: er moeten (politieke) keuzes gemaakt worden waarmee onzekerheden over het precieze effect van de voorgestelde maatregelen afnemen. De nationale kosten van deze voorstellen in 2030 vallen met 1,6 – 1,9 miljard euro nu lager uit dan geraamd op basis van het hoofdlijnenakkoord in 2018.

De grootste reductie (18,3 – 21,0 Mton) wordt bereikt in de elektriciteitssector. Het doel was hier een reductie van 20,2 Mton. De sterke toename van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit zorgt er mogelijk voor dat Nederland in 2030 netto-exporteur van elektriciteit is en ook bijdraagt aan vermindering van emissies in het buitenland. Het einde van kolenstook en ondersteuning van wind- en zonne-energie zorgt ervoor dat in 2030 zo’n driekwart van de elektriciteitsproductie hernieuwbaar is.

De sector met daarna de grootste reductie is de industrie(6,0 – 13,9 Mton), waar naar verwachting het doel (14,3 Mton) niet wordt gehaald. De grote bandbreedte wordt veroorzaakt door onzekerheden over de bonus-malus regeling, waarvan PBL twijfelt of deze het gewenste effect gaat hebben.

Ook in de mobiliteit is er met 4,2 – 8,0 (doel 7,3 Mton) sprake van een forse emissiereductie. De bandbreedte komt hier door onzekerheid over de snelheid waarmee het aantal elektrische personenauto’s in Nederland zal toenemen, de mate van inzet van biobrandstoffen en de omvang van stedelijke zones voor zero-emissies van het goederenvervoer.

De aanpak in de landbouwsector(1,8 – 4,6 Mton reductie) is gelijk verdeeld over een reductie van overige broeikasgassen in de veeteelt en vernieuwing van de glastuinbouw; de reductie door ander landgebruik is minder. In de gebouwde omgeving (reductie 0,8 – 3,7 Mton) staat onzekerheid over het succes van de wijkaanpak centraal. De normering in de utiliteitsbouw kan naast de wijkaanpak ook tot forse emissiereductie leiden.

Doorrekening CPB

Uit de doorrekening van het CPB komt naar voren dat met name de lage en de middeninkomens zijn die er door het klimaatakkoord op achteruitgaan, terwijl de achteruitgang in koopdracht door het totale klimaat en energiebeleid ook al steviger aankomt bij lagere inkomens. Het CPB hanteert, net als het PBL, bandbreedtes voor de verwachte effecten.

Het totale inkomenseffect bestaat deels uit maatregelen die burgers direct raken en deels uit afwenteling van kosten door bedrijven. De afbeelding laat zien dat huishoudens een groot deel van de afwenteling door bedrijven opvangen door gedragseffecten, bijvoorbeeld door schonere producten te kiezen.

Reactie op doorrekening PBL en CPB

In de eerste reacties op de doorrekening van PBL en CPB lag de focus op het feit dat de doelen voor 2030 waarschijnlijk niet gehaald zouden worden en dat huishoudens, met name de lagere en modale inkomens, er in koopkracht op achteruit zouden gaan. In sommige gevallen zelfs 3 tot 4%. Deze reacties verstomde echter al snel toen het kabinet met een snelle reactie bleek te komen.

Kabinetsreactie op doorrekening

Het kabinet was vlot met reageren op de doorrekening. In deze reactie gaf het kabinet aan om dat ze de komende weken tot een definitief pakket aan maatregelen te komen. In dat definitieve pakket zal klimaatakkoord op vijf punten worden bijgesteld. Op de eerste plaats zal in ieder geval de verdeling van kosten tussen burger en bedrijfsleven aangepast worden. Dit gebeurt door de opslag duurzame energie (ODE) vanaf 2020 voor grootverbruikers te verhogen, waarbij de verhouding tussen huishoudens en bedrijven 1/3 – 2/3 wordt in plaats van de huidige 50-50. Of deze verhouding ook bij de energiebelasting wordt aangepast laat de brief in het midden.

Op de tweede plaats gaat de bonus-malus regeling voor bedrijven bij het grofvuil en komt er een ‘verstandige en objectieve’ CO2 heffing voor bedrijven. Hoe deze er uit komt te zien is onduidelijk. Op de derde plaats zal het kabinet elektrische auto’s minder ondersteunen van voorgesteld en meer inzetten op het ontwikkelen van de tweedehandsmarkt voor elektrische auto’s. Als gevolg hiervan hoeven de kosten van brandstofauto’s minder te stijgen. Op de vierde plaats zal het kabinet meer geld vrijmaken voor de extra CO2 reductie die de landbouwsector wil realiseren. Op de vijfde plaats gaat het kabinet de inzet van CO2 afvang en opslag (CCS) beperken.

Met deze reactie kunnen de koopkrachtplaatjes van het CPB meteen bij het grofvuil, die zijn achterhaald.

Reactie op kabinetsreactie

De Telegraaf was een van de eerste die de kabinetsreactie om de verdeling van kosten tussen burgers en bedrijven aan een plotse ommezwaai van een kabinet in ‘ nauw noemde. Een begrijpelijke reactie van de Telegraaf gelet op de snelheid van reageren, aangezien Sargasso eerder liet zien dat geen van de coalitiepartijen sinds het aantreden van Rutte III voor zo’n verschuiving heeft gestemd. De volledige coalitie en GroenLinks stemde vorig jaar tegen het SP/PvdD amendement dat het dichtst in de buurt komt van de in de kabinetsreactie aangekondigde verschuiving van de opslag duurzame energie van burgers naar bedrijven. De SP en PvdD stelde vorig jaar een verdeling van 20/80 tussen huishoudens en bedrijven voor.

De tarieven voor de ODE zijn vooralsnog overigens een stuk lager dan de tarieven voor de energiebelasting. Bij het verschuiven van de verdeling van de energiebelasting wordt echter vaak als argument in de strijd geworpen dat het bedrijfsleven al een CO2 prijs betaalt via het Europese emissiehandelssysteem voor CO2 (ETS). Dat is een van de reden dat verschillende partijen al langer pleiten voor een CO2 heffing, al dan niet in de vorm van een bodemprijs. Waarbij er nog verschillende smaken zijn, bijvoorbeeld enkel gericht op bedrijven die niet onder ETS vallen, enkel gericht op de energiesector of gericht op alle bedrijven en sectoren. De prijs voor CO2 in het ETS systeem ligt momenteel rond de € 22,50 per ton CO2.

Ontwikkeling CO2 prijs, bron Finanzen.nl

Voor bedrijven die en onder ETS vallen en energiebelasting betalen zijn de kosten per ton CO2 een stuk lager dan voor huishoudens. Dat is duidelijk te zien in onderstaande tabel, waarbij de energiebelastingtarieven omgerekend zijn naar de corresponderende CO2 prijs in Euro per ton CO2, alle bedragen zijn inclusief 21% BTW. De bedragen hieronder wijken af van de getallen van Han Blok, omdat ik de opslag duurzame energie buiten beschouwing heb gelaten en uitgegaan ben van andere CO2 emissiefactoren.

ElektriciteitGasGrijze stroom (0,649 kg CO2/kWh)Aardgas (1,890 kg CO2/m3)
0 t/m 10.000 kWh0-170.000 m³€ 184€ 188
10.001 t/m
50.000 kWh
170.001
t/m
1 miljoen
€ 100€ 42
50.001 t/m
10 miljoen kWh
meer
dan 1
miljoen
t/m 10
miljoen
€ 26€ 15
meer dan 10
miljoen kWh
meer
dan 10
miljoen
€ 1€ 8

Tel bij de bedragen in bovenstaande tabel de kosten per ton CO2 uit het ETS en het is duidelijk dat huishoudens nog steeds een stuk meer betalen. De invoer van een CO2 heffing kan dan ook bijdragen  aan een eerlijkere verdeling van de kosten van klimaatbeleid tussen bedrijven en huishoudens. Zelfs als bedrijven in 80% van de gevallen de kosten van zo’n CO2 heffing doorberekenen aan klanten, want het CPB geeft aan dat huishoudens deze prijsstijgingen door gedragsaanpassingen ontlopen. Bedrijven die hun omzet willen behouden zullen hun CO2 uitstoot verminderen, bv door energiebesparing of door over te schakelen van gas op elektriciteit.

CPB: afwenteling van kosten door bedrijven wordt grotendeels te niet gedaan door gedragseffecten van huishoudens.

Het kabinet kan bedrijven daarvoor op verschillende manieren de tijd en kans geven. Een eerste is om de CO2 heffing als een jaarlijks oplopende bodemprijs in te voeren. De CO2 heffing gaat dan pas geld kosten op het moment dat de prijs per ton CO2 in het emissiehandelssysteem onder de de bodemprijs komt te liggen, terwijl bedrijven voor hun investeringen wel een vaststaand prijspad zien. Het kabinet zou bijvoorbeeld kunnen starten met een bodemprijs van € 10 / ton CO2 in 2020 en deze jaarlijks € 10 / ton op laten lopen tot 2030. Bij de huidige ETS prijs krijgen bedrijven pas in 2022 last van de bodemprijs, terwijl de bodemprijs al wel vanaf 2020 de investeringsbeslissingen gaat beïnvloeden. Bij deze variant is de CO2 prijs in 2030 nog niet op het niveau van huishoudens, dus als burger wil ik nog steeds graag de kans om mee te doen aan ETS. Het aanschaffen van CO2 rechten is namelijk vele malen goedkoper dan de huidige energiebelasting op elektriciteit en gas.

Een andere optie is om de verschillende varianten van de CO2 heffing uit de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s van 2017 te bekijken en daaruit de versie te kiezen met het meeste effect op de CO2 emissie en de minste nadelige gevolgen voor de concurrentiepositie.

Afsluitend

Veel commentaren die ik de afgelopen dagen heb gelezen zien de draai van Rutte III met betrekking tot de verdeling van de kosten van het klimaatbeleid tussen burgers en bedrijfsleven als een overwinning voor GroenLinks. Jesse Klaver heeft ook positief gereageerd op deze draai. De gepresenteerde voorstellen passen echter ook prima bij SGP (meer geld voor landbouw), of SP en PvdA (verschuiven van lasten van bedrijfsleven naar burger).  Ook de uitlatingen van Sybrand Buma, CDA, in het AD dat GroenLinks hooguit derde keus is geven aan dat het maar de vraag is of GroenLinks de daadwerkelijke gedoogpartner gaat worden na de verkiezing van een nieuwe Eerste Kamer door de nieuwe leden van Provinciale Staten.

Een ander risico van de kabinetsreactie is dat de details pas in april naar buiten komen en dat de voorstellen pas op z’n vroegst in 2020 doorgevoerd worden. De kans bestaat nog steeds dat de reparatie enkel de verhoging van de energierekening van 2019 compenseert. Of dat de ODE voor huishoudens enkel minder hard stijgt, omdat deze de komende jaren sowieso op gaat lopen doordat er meer projecten die SDE+ hebben ontvangen energie gaan produceren en omdat via de SDE++ ook subsidie aan industriële projecten voor CO2 reductie gegeven kan gaan worden. Bij dat laatste kan het ook gaan om kostbare projecten, zoals CO2 afvang en opslag of overschakelen van gas naar elektrische productieprocessen.

Wat het kabinet wel slim heeft gedaan is dat met de snelle reactie niet alleen een handreiking is gedaan naar PvdA, SP, SGP en GroenLinks, maar ook dat de aandacht over het waarschijnlijk niet halen van de doelstelling voor 2030 volledig weg is. De discussie over de haalbaarheid van de doelen zien we ongetwijfeld over een jaar terugkeren, wanneer de regio’s aan moeten geven welke bijdrage zij gaan leveren aan het nationale klimaatakkoord ten aanzien van duurzame elektriciteit en gebouwde omgeving.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Greta Thurnberg genomineerd voor Nobelprijs voor de Vrede

Vorige week werd bekend dat Greta Thurnberg, de 16 jarige scholiere die vorig jaar de aanzet gaf tot de inmiddels wereldwijde beweging van klimaatstakers, is genomineerd voor de Nobelprijs voor de vrede. Op de vraag van New Scientist wat het over de toestand in de wereld zegt dat er scholieren nodig zijn om klimaatverandering weer bovenaan de agenda te krijgen in de media en politiek antwoord ze:

It’s very sad. I think everyone must realise that we have failed in many ways. But there is still time to fix it if we all try to do the impossible. It can and must be done.

Afgelopen vrijdag staakten wereldwijd ruim 1,5 miljoen scholieren en studenten de straat om te protesteren voor een ambitieuzer klimaatbeleid, maar vooral voor meer maatregelen.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.