Lessen voor klimaatakkoord 2.0

De Europese Unie heeft gekozen voor een scherper klimaatdoel voor 2030, in Nederland werken D66 en GroenLinks aan een initiatiefwet om de doelstelling in de klimaatwet aan te scherpen en de verkiezingen komen er aan.

De initiatiefwet van D66 en GroenLinks wordt ongetwijfeld inzet van de coalitieonderhandelingen en zal zorgen voor nieuwe onderhandelingen over aanpassingen in het nationale klimaatakkoord. Hoog tijd om daarop vooruitlopend een aantal lessen mee te geven vanuit de dagelijkse praktijk van de lokale uitvoering (eerder gepubliceerd op Sargasso), want het huidige klimaatakkoord bevat een aantal schotten tussen doelstellingen die zacht gezegd niet bepaald zorgen voor maatschappelijke acceptatie bij inwoners. Schotten ook die ervoor zorgen dat inwoners het gevoel hebben dat ze niet serieus worden genomen, dat er enkel ‘infantiele keuzes’ tussen zonneveld of windturbine voorliggen en dat ze de kans missen om de opgave voor de eigen gemeente te verkleinen. Een volstrekt gemiste kans in het huidige klimaatakkoord, die ook zorgt voor onnodige polarisatie. Een goed ontworpen en simpele set spelregels kan inwoners en raadsleden weer grip geven op de enorme opgave die er de komende decennia op ze afkomt vanuit de energietransitie.

Ontwikkelingen in de EU en nationaal

De Europese Commissie heeft aangekondigd de doelstelling voor 2030 te willen aanscherpen naar 55% minder CO2 uitstoot ten opzichte van 1990. Het Europees Parlement wil zelfs inzetten op 60% reductie in 2030. Ook in Nederland werken D66 en GroenLinks aan een initiatiefwet om de ambitie in de klimaatwet voor 2030 op te hogen van 49% naar 55%. Wanneer deze aanscherpingen doorgaan ligt het voor de hand dat ook de maatregelen van het Nederlandse klimaatakkoord (dat is bestempeld tot het eerste klimaatplan, als bedoelt in de klimaatwet) aangevuld moeten worden. Wat weer zal doorwerken in de 30 regionale energiestrategieën. Wat weer tot aanvullende lokale gesprekken met inwoners en gemeenteraden zal leiden over welk aandeel iedere gemeente wil nemen in deze extra opgave.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Koppel energiebesparen aan energie produceren

Veel inwoners vinden dat energiebesparen de eerste stap moet zijn. Jarenlang hameren op de trias energetica heeft zo z’n vruchten afgeworpen. Alleen heeft energiebesparen geen enkel effect op de hoeveelheid te produceren hernieuwbare elektriciteit voor 2030. Terwijl energiebesparen keihard nodig is om het aardgasverbruik in woningen terug te dringen, met als bijkomend voordeel dat woningen die beter geïsoleerd zijn makkelijker aardgasvrij gemaakt kunnen worden. Ook energiebesparing bij bedrijven kan de hoeveelheid energie die we moeten produceren verminderen. Als inwoners en bedrijven daarmee samen de hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit die een gemeente of regio moet opwekken kunnen verminderen biedt dat handelingsperspectief. Het moet dan wel gaan om harde afspraken, niet om zachte convenanten. Worden de afspraken niet gehaald dan is er ook meer energieproductie nodig. Dat betekent meer zonnedaken, maar ook meer zonnvelden, windturbines en op termijn ook meer aardwarmtebronnen (die ook niet vrij van risico’s en nadelen zijn).

De tandeloze zonneladder

In het nationaal beleid, bijvoorbeeld de nationale omgevingsvisie, is een zonneladder opgenomen. Bovenaan staat daarbij zon op dak en iedereen die je er naar vraagt is het daar mee eens. Alleen bij nieuwbouw is de standaard nog steeds dat er een paar schaampanelen op geplaatst worden, net genoeg om aan de normen in het bouwbesluit te voldoen. Als het rijk werkelijk wil dat zonnepanelen bij voorkeur op daken komen dan moet ze daarvoor regels opnemen in het bouwbesluit, zoals Frankrijk dat heeft gedaan. Mocht het rijk dat niet willen geef dan tenminste gemeenten de mogelijkheid om zonnepanelen op het dak verplicht voor te schrijven bij nieuwbouwprojecten. Het is aan inwoners niet uit te leggen dat het rijk een zonneladder heeft waarin zon op dak voorop staat, maar dat de gemeente richting projectontwikkelaars met lege handen staat om dat af te dwingen. Hierdoor blijven daken van nieuwe huizen en bedrijfsgebouwen onbenut, en zijn uiteindelijk meer zonnevelden en windturbines nodig om aan de doelstelling voor 2030 te voldoen. Dat is niet in lijn met de zonneladder en niet in lijn met wat inwoners lokaal als volstrekte nobrainer zien: nieuwe daken moeten vol met zonnepanelen, waar mogelijk zouden zelfs gevels ingezet moeten worden.

Splitsing tussen kleinschalige en grootschalige opwekking van hernieuwbare energie

In het huidige nationale klimaatakkoord is de productie van hernieuwbare energie gesplitst in drie delen: wind op zee, kleinschalige zonnestroominstallaties (<15 kWp, zeg een paneel of 50) en grootschalige opwek door wind- en zonne-energie. De splitsing tussen wind op zee en hernieuwbaar op land is zinvol, dit voorkomt dat lokaal gezegd kan worden dat eerst de zee vol gezet dient te worden. Het gesprek gaat daarmee over de vraag wat inwoners en raadsleden lokaal willen bijdragen aan de nationale opgave.

Wat averechts werkt is de splitsing die in het klimaatakkoord is gemaakt tussen kleinschalige zonnestroominstallaties aan de ene kant en grootschalige wind- en zonne-energie aan de andere kant. Een deel van de inwoners en raadsleden vind zonnevelden en windturbines niet passen bij het lokale landschap, of maakt zich zorgen over de impact zaken als gezondheid, flora en fauna. De kwaliteit van het lokale gesprek zou met sprongen vooruit gaan als inwoners de keuze hadden om de benodigde hoeveelheid zonnevelden en windturbines te beperken door zelf nog massaler dan nu al gebeurd zonnepanelen op hun eigen dak te plaatsen. Alleen is het aantal huiseigenaren dat meer dan 40 tot 50 zonnepanelen kan plaatsen beperkt.

Een extra inzet op (kleinschalig)e zonne-energie in de gebouwde omgeving brengt ook nadelen met zich mee, daar zou de wetgever ook oplossingen voor in kunnen bouwen in de regelgeving. Er zijn inmiddels voldoende oorbeelden uit Australië, Hawaii, Californië, New York en Duitsland beschikbaar om daar slimme regelgeving voor te maken. Bv door zoals in Duitsland regels te stellen over de verhouding tussen omvormer en piekvermogen van de zonnestroominstallatie, of door slimme omvormer voor te schrijven die op afstand terug te regelen zijn door de netbeheerder of een zogenaamde aggregator. Ook het combineren van zonnestroominstallaties met energie-opslag (accu’s of ouderwetse waterboilers) kan helpen om pieken op het netwerk beheersbaar te houden.

Techniekneutraal

In de eerste versie van de handreiking voor regionale energiestrategie werd gesteld dat de invulling van de opgave voor hernieuwbare elektriciteit op land techniek neutraal mocht. In normaal Nederlands regio’s en gemeenten mochten zelf kiezen tussen windenergie, zonne-energie, de inzet van biomasssa/biogas of welke vorm van hernieuwbare elektriciteit dan ook. Enige voorwaarden:  vergunning verlening uiterlijk in 2025 en realisatie uiterlijk in 2030. In latere versies van de handreiking werd techniek neutraal vervangen door wind- en grootschalige zonne-energie. Landelijk was bedacht dat dit de twee technieken zijn die technologisch voldoende ontwikkeld zijn om in 2030 een bijdrage te kunnen leveren.

Daarmee zijn de opstellers van de handreiking in dezelfde valkuil gestapt als het Energie Akkoord: voorschrijven welke techniek voor 2030 passend en haalbaar wordt geacht. Heel fijn dat ze landelijk de discussie daarover gevoerd hebben met elkaar, alleen op lokaal niveau verschillen de meningen over de haalbaarheid en wenselijkheid van de inzet van verschillende vormen van hernieuwbare elektriciteit.

Voor biomassa wordt de discussie op social media,  landelijk en hier op Sargasso bij voorkeur zo ongenuanceerd mogelijk gevoerd. De inzet van biomassa en biogas wordt daarbij per definitie gelijk gesteld aan het importeren van houtige biomassa uit Canada, de VS of zelfs uit tropische bossen. Ook wordt vaak gesteld dat biomassa per definitie luchtkwaliteitsproblemen geeft. Beide hoeft niet het geval te zijn. In agrarische gemeenten is het mogelijk om te kiezen voor de inzet van kleinschalige biogasinstallaties voor elektriciteitsproductie. Ook kan biogas gewonnen worden bij rioolwaterzuiveringsinstallaties. Zelfs als er vanuit landelijk perspectief rendabelere opties zijn zoals het gebruik van het biogas voor verwarming of als feed stock voor de industrie, dan nog is het mogelijk dat daar lokaal andere keuzes in gemaakt worden. De gemeenteraad heeft nu eenmaal haar eigen democratische mandaat en kan dus andere keuzes maken dan de Tweede Kamer. Deze andere keuzes kunnen bijvoorbeeld gemaakt worden vanwege zorgen over het landschap, biodiversiteit of gezondheid. Wat betreft het effect op luchtkwaliteit is het rijk aan zet, een zeer eenvoudige manier om te voorkomen dat biomassa en biogas een negatief effect op de luchtkwaliteit hebben is om de norm voor biobrandstoffen gelijk te trekken met de norm voor fossiele brandstoffen. Er is geen enkele reden te verzinnen waarom biomassa of biogas meer luchtvervuiling zou mogen uitstoten dan hun fossiele tegenhanger. Behalve dan gebrek aan normstelling vanuit de landelijke overheid.

Ontkoppeling tussen hernieuwbare energie en emissies t.g.v. grondgebruik

Klimaatverandering wordt niet enkel veroorzaakt door de CO2 uitstoot van fossiele brandstoffen. Ook methaanemissies vanuit landbouw en grondgebruik spelen een belangrijke rol. Op lokaal niveau zoeken gemeenten naar mogelijkheden om koppelingen tussen deze opgaven te maken, een koppeling die ook past in de geest van de wederom uitgestelde Omgevingswet. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het tegengaan van bodemdaling in veenweidegebied door het verhogen van het peil in een deel van de polder, waarna het deel van het agrarisch land wordt omgevormd tot een combinatie van bloem- en kruidenrijk grasland en zonneveld. Hiermee krijgen insecten weer meer kans, daalt de methaanemissies ten gevolge van veenverbranding, wordt de bodemdaling beperkt en wordt groene stroom geproduceerd. Een aanpak die aan vier kanten hout snijd, maar geen enkele meerwaarde heeft voor de gemeente of de lokale gemeenschap binnen het huidige klimaatakkoord. Het inzetten op dit soort functiecombinaties wordt wel in de ontwerpprincipes van de nationale omgevingsvisie geadviseerd, enige beloning bijvoorbeeld in de vorm van een (tijdelijk) minder hoge opgave in de warmtetransitie of in de opgave voor hernieuwbare elektriciteit biedt het echter niet.

Conclusie

Door slimmere koppelingen te maken tussen verschillende tafels van het klimaatakkoord kan inwoners handelingsperspectief geboden worden. Acties die ze zelf kunnen nemen om ontwikkelingen die ze ongewenst vinden in hun omgeving te beperken of mogelijk zelfs te voorkomen. Dat maakt het lokale gesprek over de energietransitie makkelijker en constructiever. In plaats van de ene dag de vraag zonneveld of windturbine te stellen en de volgende dag warmtenet of warmtepomp, wordt dan de vraag: u wilt geen of minder windmolens? Prima, alleen betekent dat wel dat u zonnepanelen op uw eigen woning en misschien ook wel die van uw buren moet aanbrengen. Minder zonnevelden in uw gemeente? Wat doet u aan energiebesparing en hoeveel minder energieverbruik belooft u in 2030 te realiseren? Eerst zonnepanelen op de grote bedrijfsdaken in de gemeente? Wat gaat u zelf doen om bedrijven daar op aan te spreken en om die zonnedaken te realiseren?

Het ontbreken van slimme koppelingen tussen de verschillende tafels van het klimaatakkoord en speelruimte voor lokaal maatwerk is een gemiste kans. We hebben dan wel haast bij het aanpakken van het klimaatprobleem, maar lokale gemeenschappen hebben ook tijd nodig om te wennen aan nieuwe werkelijkheden en om samen het gesprek te voeren over de wijze waarop ze willen bijdragen aan het doel.

Juli 2020: Milieucommissie Europarlement wil internationale scheepvaart onder CO2-emissiehandel brengen

De Milieucommissie van het Europees Parlement wil dat de internationale scheepvaart vanaf 1 januari 2022 onder het Emissiehandelssysteem (ETS) valt. Dit moet vanaf 2021 gelden voor reizen die vertrekken van, of aankomen in Europese havens. Ook wil de milieucommissie de sector een bindende CO2-reductiedoelstelling opleggen van 40% in 2030 ten opzichte van 2018. De milieucommissie wil ook een fonds opzetten voor de opbrengsten van het veilen van CO2-rechten terug laten vloeien naar de scheepvaartsector voor investeringen in nieuwe CO2-reducerende technieken.

In een reactie op het besluit van de milieucommissie van het Europees Parlement stelt Jutta Paulus, de rapporteur van het Europees Parlement:

The Environment Committee has today made an important contribution to achieving the Paris Climate Agreement goals! I am very pleased that a majority of MEPs support the extension of the EU ETS to maritime transport. We also agreed that half of the revenue should go to a fund that supports research and development of innovative, climate-friendly ships and co-finances nature conservation in our seas.

It was important to everyone that, in addition to CO2, other climate-damaging gases, especially methane, should also be included in the monitoring programme. The ambitious efficiency target of 40% less CO2 per tonne of freight transported and nautical mile travelled will probably have the greatest effect. For this will provide a real incentive to build more economical ships – which will also operate outside the EU.

Today’s vote in the Environment Committee is an important step in the fight against the climate crisis. International maritime shipping is the only transport sector not subject to a binding target for reducing climate-damaging emissions, despite the fact that it is responsible for around three percent of global greenhouse gases.

In its present form, the MRV Regulation has done important groundwork and provided valuable data on CO2 emissions from ships. However, data alone does not reduce greenhouse gases. That is why we MEPs have gone far beyond the Commission proposal.

Na de zomer stemt het voltallig Europees Parlement over het voorstel, daarna beginnen de onderhandelingen met de EU-landen over de uiteindelijke wet. Het gaat interessant worden om te zien wat het openbare standpunt van de Nederlandse regering wordt en hoe ze zich achter de schermen opstellen. Evenals de opstelling van de havens van Rotterdam en Amsterdam, en de Nederlandse reders.

Dit bericht is in juli 2020 geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Nieuwe coalitie Noord-Brabant handhaaft klimaatambities

De nieuwe coalitie van Noord-Brabant bestaande uit VVD, Forum voor Democratie, CDA en Lokaal Brabant heeft vandaag haar bestuursakkoord gepresenteerd. In dit bestuursakkoord zijn de afspraken over energie en klimaat gehandhaafd. Brabant zet in op 50% duurzame energie en een CO2 reductie van 50% in 2030. Ook de afspraken over wind op land uit 2013 (het Energie Akkoord) worden nagekomen. De provincie blijft tegen (fracking voor) aardgaswinning in de provincie en biomassacentrales hebben niet de voorkeur in het beleid. Daarmee zet de provincie Brabant in op een veel hoger percentage duurzame energie dan de landelijke overheid (25%) en willen ze 1% meer CO2 reduceren in 2030 dan het rijk.

Martien Visser, lector Energietransitie Hanzehogeschool/Entrance wijst er op twitter op dat van die 25% duurzame energie 8,5% op zee wordt gerealiseerd. Waardoor er provincies gemiddeld slechts 16,5% duurzame energie hoeven te realiseren.

In het bestuursakkoord is opgenomen dat Brabant open staat voor kernenergie en onderzoek wil doen naar thoriumcentrales. Bij kerncentrales kan de provincie niet om het rijk heen, omdat het rijk gaat over de vergunningverlening en de locatiebepaling voor kerncentrales. Naar mijn weten is er geen locatie in de provincie Noord-Brabant aangewezen voor kernenergie. Aangewezen locaties zijn Borssele (Zeeland), Tweede Maasvlakte (Zuid-Holland) en Delfzijl (Groningen). Ook Dodewaard (Gelderland) heeft mogelijk nog een ruimtelijke bestemming voor kernenergie, als is de centrale daar al een tijd gesloten.

Thoriumcentrales zijn volgens energie-expert Jasper Vis niet commercieel beschikbaar voor 2050, al denkt Henri Bontenbal (strateeg bij Stedin) dat ze al over 10 tot 15 jaar beschikbaar kunnen zijn.

Saillant detail: Forum voor Democratie levert de gedeputeerde voor energie. Vanuit het aanpakken van klimaatverandering en het belang van energietransitie hebben het CDA en VVD in Brabant een mooi coalitieakkoord gesloten met Forum voor Democratie, waarin de belangrijke punten op gebied van energie en klimaat overeind blijven.

In het stikstofdossier concludeert Trouw dat de boeren de winnaar en de natuur de verliezer is van het nieuwe coalitieakkoord.

Meer informatie in deze draadjes op twitter van Henri Bontenbal en Remco de Boer.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Kabinetsmaatregelen om te voldoen aan uitspraak Klimaatzaak

Na jaren van talmen en in beroep gaan heeft het kabinet vandaag maatregelen aangekondigd om de door de Hoge Raad bevestigde uitspraak in de Klimaatzaak te voldoen. Nederland moet volgens het vonnis de uitstoot van CO2 dit jaar met 25 procent terugbrengen ten opzichte van 1990. Uit berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat het Kabinet niet verder dan 19 tot 21 procent komt. Het nu gepresenteerde pakket levert bij daadwerkelijk uitvoer 8 megaton CO2 reductie op, dit komt bovenop de 4 megaton die eerdere maatregelen op leveren.

Maatregelen

Het kabinet wordt incidenteel geholpen bij het bereiken van deze doelstelling door het coronavirus. Dat levert echter geen structurele CO2-reductie op. Het Kabinet komt daarom met maatregelen om de CO2-emissie van kolencentrales te beperken door middel van een uitstootplafond. Ook breidt het kabinet de regeling reductie energieverbruik uit met 150 miljoen Euro, waarmee mensen compensatie kunnen krijgen voor bijvoorbeeld LED-lampen of het goed inregelen van hun verwarmingsinstallaties. Naast huiseigenaren kunnen ook huurders en MKB-bedrijven van deze regeling gebruikmaken. Woningcorporaties krijgen een korting op de verhuurdersheffing als ze investeren in verduurzaming van woningen. Hiervoor stelt het kabinet 150 miljoen euro beschikbaar. Mensen die een oude koel- of vrieskast inleveren, krijgen hiervoor een retourpremie van minimaal 35 euro bij aankoop van een nieuwe. Verder is het kabinet in gesprek met een aantal bedrijven over versnelde ombouw van installaties en het extra terugdringen van de uitstoot van lachgas (een sterk broeikasgas).

Reactie Urgenda

Urgenda, dat de Klimaatzaak in 2015 aanspande, noemt het pakket in haar reactie veelbelovend en een grote stap voorwaarts:

Maar liefst 30 van de 54 maatregelen uit het “54puntenplan” dat Urgenda met 800 organisaties als oplossing aan bood aan het kabinet, lijken uiteindelijk geheel of gedeeltelijk uitgevoerd te gaan worden. Daarmee kiest het kabinet niet alleen voor de goedkoopste optie (kolencentrales geheel of deels sluiten), maar ook voor maatregelen die zorgen voor draagvlak, een lagere energierekening, schonere lucht en meer biodiversiteit. Urgenda is blij dat in het extra pakket van vandaag ook middelen zitten die ook in deze coronacrisis kunnen helpen om meer werk te genereren voor het MKB en zelfstandigen. Het extra pakket bevat ook maatregelen die zorgen voor een lagere energierekening, vooral ook voor huurders en mensen met minder draagkracht, die daardoor blijvend lagere energiekosten kunnen krijgen.

Een deel van de 30 maatregelen die geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd waren al aangekondigd, zoals de grootste maatregel (nr.  54): 2 miljard extra voor de volgende SDE+ ronde waardoor vele daken zullen worden vol gelegd met zonnepanelen. Dat in combinatie met de verlenging van de salderingsregeling van 2020 naar 2023 met langzame afbouw naar 2031 (maatregel 9) en de uitvoering van maatregel 21 (het inzetten van reservetransformatoren voor het aansluiten van zon- en windprojecten) levert flink meer duurzame energie op. Daarnaast zij er veel maatregelen gekozen die energie besparen.

Ook enkele ‘groene’ maatregelen worden uitgevoerd. Hieronder valt bijvoorbeeld uitbreiding van bos en duurzamer bosbeheer (735), is er 30 miljoen euro beschikbaar voor led-verlichting in kassen (24), 60 miljoen extra voor de krimp van de varkenssector (22) en binnen het stikstofpakket nog eens 300 miljoen per jaar voor het helpen stoppen van andere veehouders (253). Maatregel 49 -groen en gezond wonen – krijgt ‘appreciatie’ van het kabinet en wordt doorgestuurd naar de gemeenten.

Urgenda is ook heel blij met al die maatregelen waarmee de energierekening van burgers omlaag gaat: van radiatorfolie tot ledlampen en stand-by killers. Hiervoor waren in het najaar al diverse subsidiemogelijkheden in het leven geroepen, verlengd of verhoogd en nu trekt het kabinet nog eens extra geld uit voor energiebesparing bij huurders, woningeigenaren en MKB’ers (maatregelen 141526293439414243 en 46).

Verder gaat de overheid beter controleren en handhaven op de wet energiebesparing (81344), meer plastic recyclen (3247), is er 10 miljoen uitgetrokken voor duurzamer asfalt (37), daken van overheidsgebouwen vol leggen met zonnepanelen (20), scholen stimuleren om te verduurzamen (23), energie coöperaties beter ondersteunen (33), rijden we geen 130 meer (3) en wordt duurzamer rijden gestimuleerd (25).

Conclusie

De aankondiging van de maatregelen om te voldoen aan het vonnis in de Klimaatzaak zijn

goed nieuws voor de rechtstaat: het kabinet is ondanks de coronacrisis van zins om zich te houden aan de uitspraak van de rechter. Het is ook goed nieuws voor degene die inzetten op een Green New Deal ter bestrijding van de economische kant van de coronacrisis, want het kabinet verwacht dat het maatregelenpakket zorgt voor een economische impuls in sectoren als de installatiebranche.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Sterke daling Duitse CO2-emissie in 2019 brengt doelstelling 2020 binnen bereik

De Duitse CO2-uitstoot is in 2019 voor het derde jaar op rij sterk gedaald. Hierdoor komt de reeds losgelaten doelstelling van 40% CO2-reductie in 2020 ten opzicht van 1990 weer in zicht. De daling doet zicht met name voor in de energiesector en bij de industrie, de gebouwde omgeving en met name de transport sector hebben meer moeite om een emissiedaling te realiseren. Het Duitse milieuagentschap UBA stelt dat het land goed op weg is om de klimaatdoelstellingen voor 2030 te halen, maar waarschuwt dat het coronavirus geen structurele daling van de CO2-emissie zal veroorzaken.

De Duitse uitstoot van broeikasgassen nam in 2019 opnieuw een duik. Duitsland stootte vorig jaar ongeveer 805 miljoen ton CO2 uit, een daling van 6,3% vergeleken met het jaar ervoor, de sterkste daling sinds de recessie van 2009. De emissies waren vorig jaar 35,7% lager dan in 1990. De energiesector zorgde, zoals halverwege vorig jaar al verwacht, voor de grootste reductie, gevolgd door de industriële sector. De daling in deze sectoren werd, volgens de Duitse federale milieuagentschap (UBA), sterk beïnvloed door stijgende emissieprijzen in het Europese emissiehandelssysteem (EU-ETS). Ondanks dat de transport- en gebouwensector beide een stijgende uitstoot zagen, betekent de vermindering van de uitstoot van de energie- en industriesector dat Duitsland dicht bij de doelstelling komt om de uitstoot met 40 procent te verminderen in vergelijking met 1990, wat de regering al een onhaalbare doelstelling achtte. De Duitse regering verliet de doelstelling om de CO2-emissie met 40% te reduceren ten opzichte van 1990 tijdens de coalitiegesprekken na de verkiezingen van 2017 en verving deze door een emissiebudget in de nieuwe klimaatwet. Minister van Milieu Schulze zei tijdens een persconferentie in Berlijn:

Met uitzondering van het jaar van de wereldwijde financiële crisis in 2009 is er geen grotere reductie geweest. In de reguliere economische tijden is er nog nooit zo’n sterke daling geweest.

De belangrijkste oorzaak voor de lagere emissiecijfers is de verminderde inzet van de kolencentrales, zei Schulze. Dit wordt veroorzaakt door zowel vervanging van kolen door aardgas als gevolg van lagere gasprijzen als door de stijgende prijzen voor CO2 in EU-ETS. De hogere CO2-prijzen zorgde zowel voor lager kolengebruik als voor grotere inspanningen door de industrie voor energie-efficiëntie. De winderige weersomstandigheden en de zachte winter hebben bijgedragen aan een lagere uitstoot, maar de lagere uitstoot in de energie- en industriesector zijn ook het resultaat van politieke beslissingen. Denk daarbij aan de uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen en de geleidelijke sluiting van kolencentrales sinds 2016.

Problemen zijn er ook voor het Duitse klimaatbeleid. Zo zijn er problemen met de uitbreiding van wind- en zonne-energie. De ontwikkelingen in de transportsector, waar de CO2 uitstoot 1 miljoen ton hoger ligt dan in 1990, en de gebouwde omgeving, waar de CO2-uitstoot 5 miljoen ton hoger ligt dan in 1990, laten zien dat vooral daar nog veel moet worden bereikt. Het laat echter ook zien dat de uitdaging voor het Duitse klimaatbeleid niet zit in de energiesector, hoe graag Nederlanders ook kritiek willen leveren op het Duitse energiebeleid. Uit twee onderzoeken in opdracht van Schulze’s ministerie van Milieu (BMU) en het ministerie van Economie (BMWi) is onlangs gebleken dat maatregelen die zijn uiteengezet in het klimaatpakket van de regering voor 2030 en de geleidelijke afschaffing van kolen niet volstaan ​​om de beoogde vermindering van 55 procent te bereiken en in plaats daarvan peil het effect tot 52 procent.

Klimaatbeleidadviseur Henrik Maatsch van WWF Duitsland zei dat het succes van de reductie de “structurele traagheid” van de klimaatinspanningen van de regering niet mag verbergen. Maatsch zei dat de regering moeite had om een ​​werkbare strategie te vinden voor het implementeren van al lang bekende oplossingen om de inzinking van windenergie-uitbreiding te overwinnen of om continue ondersteuning van zonne-energie te garanderen.

Duitse CO2-emissie 1990-2019. Bron CleanEnergyWire

UBA: groen stimuleringspakket nodig om de economische activiteit te doen herleven na de huidige neergang

UBA-hoofd Messner zei dat het belangrijk zal zijn om ervoor te zorgen dat alle ondersteunende maatregelen voor de economie zijn ontworpen met de klimaatdoelstellingen in gedachten. Waarbij hij aangeeft dat deze maatregelen bijvoorbeeld kunnen bestaan ​​uit energiezuinige renovatie van gebouwen, de uitrol van elektrische voertuigen en meer mogelijkheden voor openbaar vervoer, evenals meer aandacht voor waterstof- gebaseerde brandstoffen voor industriële toepassingen. Mesner zei:

Duitsland gaat de goede kant op met betrekking tot de klimaatdoelstellingen voor 2030 en dat is zeer welkom. We weten echter ook dat we momenteel op onze lauweren rusten, vooral met betrekking tot hernieuwbare energiebronnen.

Hij zei dat zorgen dat de uitbreiding van hernieuwbare energie weer op de rails komt en dat de elektrificatie van de transportsector snel wordt opgeschaald de prioriteit heeft. Transport-NGO VCD had kritiek op de matige prestaties op het gebied van emissiereductie in de transportsector, erop wijzend dat de winst op het gebied van motorefficiëntie routinematig wordt gecompenseerd door de verkoop van zwaardere en meer voertuigen en meer met de auto afgelegde kilometers, en dat het aandeel van het vervoer in de totale uitstoot voortdurend toeneemt. In plaats van voorrang te geven aan auto’s, zou de Duitse regering meer in moeten zetten op duurzame alternatieven, vooral in binnensteden.

Verwachting CO2 uitstoot 2020

De verwachting is dat de Duitse CO2 uitstoot in 2020 verder daalt. Deels komt dat door de hogere CO2 prijzen en de zachte weersomstandigheden in het eerste kwartaal van 2020. Een ander deel wordt veroorzaakt door de terugvallende economie als gevolg van het coronavirus. De verwachting is dat het coronavirus een tijdelijk effect heeft op de CO2 uitstoot. Reden voor UBA om te pleiten voor economisch stimuleringspakket dat rekening houdt met de lange termijn klimaatdoelen.

Dit stuk is gebaseerd op een artikel van CleanEnergyWire en eerder gepubliceerd op Sargasso.

Tweede Kamer dringt wederom aan op voldoen aan vonnis Urgenda Klimaatzaak

Op 20 december wordt de uitspraak van de Hoge Raad in de Urgenda klimaatzaak verwacht. In aanloop daarnaartoe heeft de Tweede Kamer nogmaals bij het kabinet aangedrongen om zich in te spannen om het Urgenda-doel, 25% CO2 reductie in 2020 ten opzichte van 1990, te halen. Het parlement nam gisteren een reeks moties aan die hier op aandrongen.

NIEUWS –

Als gevolg van de rechterlijke uitspraak in de klimaatzaak van Urgenda tegen de staat moet Nederland in 2020 een CO2-reductie van 25% hebben bereikt ten opzichte van 1990. Het PBL presenteerde begin november berekeningen waaruit blijkt dat het kabinet dit doel waarschijnlijk niet gaat halen. Gelet op het eerdere advies van de procureur-generaal aan de Hoge Raad is de verwachting dat het vonnis in stand blijft. Het Kabinet presenteerde op 1 november extra maatregelen in reactie op het PBL rapport. De extra maatregelen bestaan uit een extra ronde in de SDE+, een verhoging van het subsidieplafond van de ISDE en een nieuwe regeling voor gemeenten om energiebesparing bij huiseigenaren te bereiken.

Ondanks deze maatregelen is de Tweede Kamer er niet gerust op dat het Urgenda-doel gehaald wordt. De Tweede Kamer nam verschillende moties aan, waaronder een motie van de Partij voor de Dieren die het Kabinet oproept de kans te minimaliseren dat de ondergrens van 25% CO2 reductie in 2020 gemist wordt. Tevens werd een  tweede motie van de Partij voor de Dieren waarin zij vraagt om het 40 puntenplan van Urgenda serieus te nemen werd aangenomen. Dat betekent dat het kabinet een schriftelijke reactie op de 40 voorgestelde maatregelen van Urgenda moet nemen. De GroenLinks motie waarin gevraagd wordt om een aanvullend maatregelenpakket voor 1 april werd ook aangenomen. Verder werd de motie van D66 en ChristenUnie aangenomen, waarin ze het kabinet oproepen om kort na de uitspraak van de Hoge Raad te inventariseren wat de resterende opgave is.

De wintermaanden bieden Rutte bij terugkomst van de klimaattop in Spanje volop ruimte om invulling te geven aan zijn uitspraak dat dit het groenste kabinet ooit is.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Advies aan Hoge Raad: Urgenda vonnis in klimaatzaak kan in stand blijven

De uitspraak van het gerechtshof Den Haag dat de Nederlandse Staat de uitstoot van broeikasgassen vóór het einde van 2020 met tenminste 25 procent moet verminderen ten opzichte van 1990, kan in stand blijven. Dat adviseren plv. procureur-generaal Langemeijer en advocaat-generaal Wissink de Hoge Raad in hun conclusie van vandaag.

Ook zijn de plv. procureur-generaal Langemeijer en advocaat-generaal Wissink het niet eens met het standpunt van de Staat dat het klimaatbeleid typisch een vraagstuk is, waarover beter door de politiek (de wetgever) dan door de burgerlijke rechter kan worden beslist. Het onderwerp heeft dan wel de aandacht van de politiek, toch onderschrijven Langemeijer en Wissink het uitgangspunt van het hof dat de rechter kan bepalen hoe ver de mensenrechtelijke verplichtingen van de Staat reiken. De rechter moet rechtsbescherming bieden, ook in zaken tegen de overheid, en moet daarbij rechtstreeks werkende bepalingen van verdragen waarbij Nederland partij is, toepassen. In het advies aan de Hoge Raad staat dat de beleidsvrijheid van de overheid

overheden niet bevrijdt van hun verplichting “to act in good time, in an appropriate and, above all, consistent manner” (zie alinea 2.64 hiervoor). De klachten berusten op een onjuiste rechtsopvatting, voor zover zij inhouden dat de margin of appreciation-doctrine een (indringende) toetsing door de rechter van het tijdstip en het tempo van de reductiemaatregelen verhindert

Marjan Minnesma, directeur van Urgenda, reageert via Twitter:

Dankbaar en ontroerd. Uitspraak Hoge Raad: 20 december 🙏🏻

De conclusie van de procureur-generaal is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad, die vrij is dat advies al dan niet te volgen. De definitieve uitspraak van de Hoge Raad volgt op 20 december 2019.

Dit bericht is op 13 september 2019 gepubliceerd op Sargasso.

Wereld ‘ernstig’ onvoorbereid op effecten van klimaatcrisis

Volgens een nieuw rapport van de Global Center on Adaptation is de wereld niet voorbereid op de gevolgen van klimaatverandering. In het voorwoord stellen de opstellers van het rapport, waaronder Ban Ki-moon en Bill Gates:

the climate crisis is here, now: wildfires ravage fragile habitats, city taps run dry, droughts scorch the land, and floods destroy people’s homes and livelihoods.

Klimaatverandering is volgens de opstellers van het rapport een van de grootste bedreigingen voor de mensheid, met verstrekkende en verwoestende effecten op mensen, het milieu en de economie. Klimaatverandering heeft effect op alle regio’s van de wereld en alle delen van de samenleving. Degene die het minst hebben bijgedragen aan het probleem – vooral degene die in arme en kwetsbare gebieden leven – lopen de grootste risico’s. En de risico’s nemen toe:

Climate change is upon us, and its impacts are getting more severe with each passing year. Global actions to slow climate change are promising but insufficient. We must invest in a massive effort to adapt to conditions that are now inevitable: higher temperatures, rising seas, fiercer storms, more unpredictable rainfall, and more acidic oceans.

Zonder adaptatie zorgt klimaatverandering voor een verlies van 30% van de groei van agrarische productie tot 2050. De 500 miljoen kleinste boeren in de wereld zullen hierdoor het hardst geraakt worden. Het aantal mensen met tenminste een maand per jaar gebrek aan water stijgt van 3,6 miljard nu naar 5 miljard in 2050. De stijgende zeespiegel en grotere stormvloeden hebben effect op honderden miljoenen mensen die in kustgebieden leven. Met een totale kostenpost van $1 triljoen dollar in 2050. Op de kortere termijn zorgt klimaatverandering ervoor dat meer dan 100 miljoen mensen in ontwikkelingslanden in 2030 onder de armoedegrens belanden.

De gevolgen van klimaatverandering beperken zich niet tot ontwikkelingslanden. Ook in Nederland zijn er gevolgen, zo hebben schippers voor het tweede jaar op rij te maken met beperkingen op de rivieren en waarschuwen drinkwaterbedrijven dat de Maas door de droogte steeds kwetsbaarder wordt als drinkwatervoorziening voor Zeeland en Zuid-Holland.

Drievoudig dividend van klimaatadaptatie

De opstellers van het rapport zien drie voordelen van adaptatiemaatregelen. Op de eerste plaats het voorkomen en beperken van toekomstige kosten. Het tweede voordeel betreft de economische voordelen van het verminderen van risico’s, het verhogen van productiviteit en innovatie als gevolg van klimaatadaptatie. Op de derde plaats zijn er voordelen voor mens en milieu. De opbrengsten van deze maatregelen wegen op tegen de kosten.

Er zijn volgens het rapport grote veranderingen nodig op het gebied van voedselproductie, watermanagement en natuur, stedenbouw en infrastructuur, bescherming tegen natuurrampen en financiering van klimaatadaptatie. Op de website zijn diverse voorbeelden van oplossingen te vinden, bijvoorbeeld hoe Los Angeles hittestress probeert tegen te gaan en hoe boeren op eilanden met behulp van nieuwe technieken geholpen worden om zich beter voor te bereiden op extreme weersomstandigheden.

Adaptatie of mitigatie?

Klimaatadaptatiebeleid kan niet gezien kan worden als vervanging van beleid en maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, zoals CO2 en methaan. Klimaatadaptatie is een broodnodige aanvulling op beleid dat zich richt op het terugdringen van door mensen veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen (klimaatmitigatie).

De kosten van klimaatverandering voor mensen en economie zijn duidelijk. De vraag is hoe de wereld zal reageren: gaan we verder uitstellen en meer betalen, of plannen we vooruit en voorkomen we de ergste kosten?

Het grootste obstakel voor voldoende klimaatadaptatie is volgens de opstellers van het rapport (politiek) leiderschap om mensen uit hun collectieve slaap te laten ontwaken. Er is een grote omslag nodig in het begrip van de gevaren van wereldwijde opwarming en in de wijze waarop oplossingen worden georganiseerd en gefinancierd. Daarin verschilt het probleem voor klimaatadaptatiebeleid dan weer niet van klimaatmitigatiebeleid.

Rutte oefende druk uit om presentatie doorrekening klimaatakkoord uit te stellen

Premier Rutte heeft vorig jaar druk laten uitoefenen op het PBL en CPB om de publicatie van de analyse van het voorstel voor hoofdlijnen van het klimaatakkoord uit te stellen tot na Prinsjesdag. Dit blijkt uit stukken die het rijk heeft vrijgegeven na een WOB-verzoek van Nieuwsuur.

PBL wil uitkomsten publiceren voor Prinsjesdag

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) wilden de bewuste doorrekeningen van het klimaatakkoord op 13 september 2018 naar buiten brengen. Een week voor Prinsjesdag en het belangrijkste debat van het jaar: de Algemene Politieke Beschouwingen. Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat, en zijn ambtenaren waren hiervan op de hoogte. Wiebes was eind augustus ook op de hoogte gebracht van de eerste indrukken van de doorrekening door PBL. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat was voorstander van publicatie uit angst voor lekken en omdat bij uitstel van publicatie de indruk zou kunnen bestaan dat de resultaten van de doorrekening onder de pet gehouden zouden worden. Formeel hadden de departementen ook geen invloed op het moment van publicatie, omdat zij niet de opdrachtgever van het onderzoek waren. Dat was Ed Nijpels als voorzitter van de klimaattafels. Wiebes is er vooraf door zijn ambtenaren op gewezen dat uitstel van publicatie een ongebruikelijke ingreep van het ministerie vergde.

Premier Rutte oefent drukt uit om publicatie uit te stellen

In een mail schrijft de raadsadviseur van het ministerie van Algemene Zaken aan het ministerie van Economische Zaken dat Rutte tegen publicatie van de doorrekening voor Prinsjesdag is (pagina 37 van de pdf met vrijgegeven documenten):

De doorrekening (en daarmee de appreciatie) wordt dan gespreksonderwerp op het APB (Algemene Politieke Beschouwingen) en dat is onwenselijk. MP (Minister President) wil vasthouden aan de procesafspraken in de MR (Ministerraad) van 24/8.

Uit de stukken is niet te halen of premier Rutte, net als Wiebes, op de hoogte was van de eerste indrukken van de doorrekening. Ed Nijpels, de voorzitter van de klimaattafels, reageert op 3 september uiterst stekelig op het verzoek van EZK om publicatie uit te stellen. Op 6 september constateert Sandor Gaastra, momenteel Directeur Generaal Klimaat en Energie bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, echter dat er een kleine opening is doordat Ed Nijpels heeft gevraagd om de departementen en tafelvoorzitters de tijd te geven om tussen 13 en 17 september de volledige analyse in te zien en om op de volledige analyse te kunnen reageren.

Vervolg

Verschillende Kamerfracties hadden gevraagd om publicatie van de doorrekening van het PBL voorafgaand aan Prinsjesdag en de Algemene Politieke Beschouwingen. Zowel Forum voor Democratie, PvdA en GroenLinks wilden opheldering over de rol van premier Rutte. Volledig begrijpelijk en terecht, klimaatbeleid gaat de komende decennia grote invloed hebben op het beleid. De meest logische plek om dat debat te voeren is niet in commissievergaderingen, maar juist in de plenaire zaal van de Tweede Kamer bij het belangrijkste debat van het jaar over de toekomstplannen van het Kabinet.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

De gerechtvaardigde zorgen van de klimaatstakers

Begin april hebben klimaatwetenschappers een brief gepubliceerd in Science waarin ze aangeven dat de zorgen van de klimaatstakers gerechtvaardigd zijn, evenals hun roep om snelle maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

Bijna elk land heeft het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 ondertekend en geratificeerd. Waarmee ze zich hebben gecommitteerd aan het beperken van de wereldwijde temperatuurstijging tot  2°C boven pre-industrieel niveau en om zich in te spannen om de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C. Wetenschappers hebben vorig jaar ook duidelijk laten zien dat een wereldwijde opwarming met 2°C in plaats van 1,5°C de impact van klimaatverandering fors zou vergroten en het risico vergroot dat sommige effecten onomkeerbaar worden. Doordat veel effecten van klimaatverandering wereldwijd niet gelijk verdeeld is zorgt een 2°C warmere wereld bovendien voor een stijging van de wereldwijde ongelijkheid.

Volgens de briefschrijvers zijn er al veel sociale, technische en natuurlijke oplossingen voorhanden. De jonge actievoerders vragen volgens de wetenschappers terecht dat deze ingezet worden om een duurzame samenleving te bereiken. Dat vergt wel doelgerichte en snelle actie. De tijd ontbreekt om te wachten tot de jongere generatie aan de macht is. Er rust een grote verantwoordelijkheid op politici om de benodigde randvoorwaarden en beleidsvoorstellen tijdig te implementeren.

Het vertragingseffect

Bij het broeikaseffect gaat het niet alleen om de huidige uitstoot, maar vooral om de totale concentratie broeikasgassen in de lucht. Veel broeikasgassen blijven lang in de lucht zitten. Dat betekent dat later of minder reduceren de opgave voor de toekomst vergroot. Het effect daarvan is in onderstaande grafiek te zien.

Wereldwijde emissiereductie paden met 66% kans om meer dan 2°C opwarming te voorkomen op basis van startjaar. De vaste zwarte lijn toont de historische uitstoot, terwijl de gestippelde zwarte lijn gelijkblijvende emissies ten opzichte van 2016 toont. Data en grafiekontwerp door Robbie Andrew van CICERO en the Global Carbon Project. Illustratie: Carbon Brief.

Wereldwijde emissiereductie paden met 66% kans om meer dan 2°C opwarming te voorkomen op basis van startjaar. De vaste zwarte lijn toont de historische uitstoot, terwijl de gestippelde zwarte lijn gelijkblijvende emissies ten opzichte van 2016 toont. Data en grafiekontwerp door Robbie Andrew van CICERO en the Global Carbon Project. Illustratie: Carbon Brief.

Verschil moet er wezen

Carbon Brief heeft vorige week een interactieve tool op haar website beschikbaar gemaakt waarmee je op basis van geboortejaar en land kunt nazoeken hoe groot het CO2 budget is dat iemand ter beschikking heeft. Carbon Brief concludeert op basis van haar analyse dat kleinkinderen 8 keer minder CO2 mogen uitstoten dan hun grootouders om de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen.

Om de wereldwijde temperatuurstijging tot maximaal 1,5°C te beperken mag er nog minder CO2 worden uitgestoten. En moeten de CO2 emissies die Europese en Amerikaanse kinderen veroorzaken snel dalen naar het niveau van Indiase en Chinese kinderen.

Samenvattend

Wanneer rond 1995 een wereldwijde daling van de CO2 emissies was ingezet had de daling veel geleidelijker kunnen lopen. Verder uitstel of vertraging van de verlaging van de CO2 uitstoot zal de opgave voor de toekomst vergroten. Niet alleen zullen toekomstige generaties minder CO2 kunnen uitstoten gedurende hun levensduur, ook zullen ze een snellere afname van de CO2 emissies moeten bewerkstelligen. Het is dus volkomen logisch dat kinderen die op school de basisbeginselen van wetenschap onderwezen krijgen opstaan om te eisen dat de huidige machthebbers in de politiek en het bedrijfsleven hun verantwoordelijkheid nemen en alle beschikbare middelen inzetten om een daling van de wereldwijde CO2 uitstoot te bewerkstelligen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.