Het decennium waarin we klimaatverandering bijna stopten

Een lang stuk van Nathaniel Rich in de New York Times over de periode 1979-1989: het decennium waarin de mensheid voor het eerst tot breed inzicht in de oorzaken en gevaren van klimaatverandering kwam. En een decennium waarin een oplossing binnen handbereik leek.

Ht Miko F Lohr.

Open waanlink

Lees ook de kritiek op het stuk in The Atlantic waar er op wordt gewezen dat het artikel van The New York Times de rol van de olie- en gasindustrie, die al veel eerder op de hoogte waren van het risico op klimaatverandering, en van de Republikeinse partij wel erg stevig verkleind. In The Intercept legt Naomi Klein de schuld (voorspelbaar) bij ‘het kapitalisme’.

Dit stuk is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Klimaatbeleid: aanbodbeperking in de praktijk

Kolenmijn

Vorige maand schreef ik over de kansen die aanbodbeperkend klimaatbeleid volgens onderzoekers biedt. Afgelopen week toonde Bloomberg de kracht er van bij kolen. Al wordt de aanbodbeperking niet alleen veroorzaakt door overheidsbeleid, maar ook door een groeiend aantal financiers dat niet meer in bedrijven en projecten wil investeren die met kolen samenhangen.

Bloomberg beschrijft hoe het beleid van China om vervuilende kolenmijnen te sluiten en het opdrogen van financiering voor nieuwe kolenmijnen leidt tot een kleiner aanbod aan kolen, waardoor de prijs voor kolen stijgt en de winstgevendheid van kolencentrales onder druk staat. De winstgevendheid van kolenmijnbouwbedrijven stijgt ondertussen fors. Anglo American heeft zijn inkomsten uit kolen sinds 2015 zien verdrievoudigen, Glencore heeft ze zien verdubbelen en BHP Biliton rapporteert een verzesvoudiging van inkomsten uit kolen.

De stijgende financieringskosten zijn een van de redenen dat de mijnbouwbedrijven niet reageren met het aankondigen van plannen voor nieuwe mijnen, ondanks het feit dat de kolenprijs op het hoogste punt in jaren staat. Een groeiend aantal banken en grote institutionele investeerders wil niet meer in kolen investeren. Het niet van de grond komen van de Australische Carmichael kolenmijn is illustratief, het Indiase bedrijf Ardani weet de benodigde financiering niet rond te krijgen ondanks de openlijke steun van de Australische overheid.

De stijgende kosten van financiering zijn niet de enige oorzaak van het uitblijven van nieuwe kolenmijnen, want ook mijnbouwbedrijven die geen externe financiering aan hoeven te trekken voor de aanleg van een nieuwe kolenmijn zijn niet geïnteresseerd in de ontginning van nieuwe mijnen. De druk vanuit overheden en consumenten om het gebruik van kolen terug te dringen is een belangrijke reden hiervoor.

De hogere prijs van kolen zorgt er uiteindelijk voor dat de energietransitie versneld wordt. Door de hoge kolenprijs hebben kolencentrales meer concurrentie van gascentrales, windturbines en zonne-energie. De prijs van zonne-energie en windenergie daalt nog steeds, terwijl er geen zicht is op een hogere kolenproductie en de prijs van kolen dus hoog zal blijven. Uiteindelijk ondergraaft deze kostendaling de economische ratio om een vervuilende brandstof, zoals kolen, te blijven gebruiken. In de VS heeft de eerste eigenaar van kolen- en kerncentrales al faillissement aangevraagd. Bijkomend effect: de kolenmijnen draaien recordwinsten. Slim overheidsbeleid kan er voor zorgen dat dergelijke winsten afgeroomd wordt, zodat het voor maatschappelijke doelen ingezet kan worden. Bijvoorbeeld om de kosten van de energietransitie voor mensen met een minder diepe portomonnee te bekostigen.

Dit bericht is geschreven voor en eerder gepubliceerd op Sargasso.

Vergeten klimaatbeleid: aanbodbeperking

Tabel met typen klimaatbeleid

Binnen de milieubeweging en onder activisten is het beperken van de winning van fossiele brandstoffen al langer een thema. Economen en beleidsmakers geven meestal de voorkeur aan in hun ogen optimale beleidsinstrumenten, zoals beprijzing van CO2 emissies. Nieuw onderzoek van Green en Denniss laat zien dat er zowel politieke als economische argumenten zijn voor het beperken van het aanbod aan fossiele brandstoffen.

Vier vormen van beleid

Volgens Green en Denniss zijn er vier soorten klimaatbeleid te onderscheiden. Waarbij de auteurs aan de ene kant onderscheid maken tussen restrictief beleid en stimuleringsbeleid, en aan de andere kant tussen beleid dat zich richt op de aanbodzijde en beleid op de vraagzijde. Visueel vatten de auteurs de mogelijkheden in de volgende matrix samen:

Tabel met typen klimaatbeleid
Typen klimaatbeleid

Een Nederlands voorbeeld van aanbod gericht stimuleringsbeleid zijn de subsidies voor duurzame energie, maar ook het kleine veldenbeleid voor gaswinning. Een voorbeeld van stimuleringsmaatregelen gericht op de vraagzijde is de ISDE subsidie, waar bewoners subsidie krijgen als ze overschakelen op een (hybride) warmtepomp of een zonneboiler installeren. Voorbeelden van restrictief beleid gericht op de vraagzijde zijn de CO2-emissienormen voor auto’s en de Europese emissiehandel in CO2 (ETS).

Voordelen aanbodbeperking

Vanuit economisch oogpunt is het voordeel van aanbodbeperkend beleid dat er minder administratieve lasten zijn, de winning van fossiele brandstoffen wordt om andere redenen al bijgehouden en er zijn minder bedrijven bij betrokken. Een tweede argument is dat het beprijzen van CO2 in theorie lijdt tot optimale keuzes, doordat de CO2 emissie op de goedkoopste manier wordt beperkt. In de praktijk dekt CO2 beprijzing zelden de volledige economie en wordt er met regelmaat een beroep gedaan op de angst voor het waterbed effect. Bovendien zorgt de lagere vraag naar fossiele brandstoffen als gevolg van hogere CO2 prijzen voor een lagere brandstofprijs, wat weer zorgt voor meer vraag. Het beperken van het aanbod kan dit effect tegengaan.

Een derde economisch argument is dat het beperken van het aanbod een infrastructurele lockin kan voorkomen. Het aanleggen van nieuwe gaspijpleidingen zorgt er bijvoorbeeld voor dat er meer aanbod komt. Zelfs als de huidige eigenaar van een pijpleiding failliet gaat zal een nieuwe eigenaar de pijpleiding blijven exploiteren zolang de marginale opbrengsten voor transport van gas of olie hoger zijn dan de marginale kosten. Tot slot voorkomt het beperken van het aanbod aan fossiele brandstoffen dat olie- en gasbedrijven de winning op korte termijn fors gaan verhogen om nog snel te cashen voordat de CO2 prijs zo hoog is dat ze uit de markt geprijsd worden.

Ook vanuit het oogpunt van politieke economie heeft het voeren van restrictief beleid op fossiele brandstoffen voordelen. In de eerste plaats kan restrictief beleid gericht op de aanbodzijde vaak op meer steun rekenen onder burgers en heeft het directer waarneembare voordelen. Hierdoor wordt het makkelijker om coalities te bouwen tussen burgers en organisaties, wat het draagvlak voor aanvullend beleid vergroot. Ook is het lastiger om voor tegenstanders om tegen dergelijk beleid te lobbyen door de bredere voordelen.

De olie, gas en kolenindustrie is goed georganiseerd. Een voordeel van aanbodbeperkend beleid is dat het scheidslijnen binnen de sector kan opwerpen, bijvoorbeeld tussen bestaande spelers en nieuwkomers, bijvoorbeeld als nieuwe winning verboden wordt. Of scheidslijnen tussen brandstoffen, bijvoorbeeld als de bouw van nieuwe kolencentrales verboden wordt en er daardoor mogelijk ruimte ontstaat voor nieuwe gascentrales.

Tot slot is internationale samenwerking volgens Green en Dennis makkelijker bij restrictief aanbod beleid. Dat is van belang omdat het klimaatakkoord van Parijs opgebouwd is uit vrijwillige bijdragen van de deelnemende landen en geen internationaal juridisch bindend bolwerk is geworden. Restrictief aanbodbeleid komt daarbij goed van pas. Als de prijselasticiteit van de vraag (de mate waarin afnemers een alternatief kunnen vinden) relatief hoog is ten opzichte van de prijselasticiteit van het aanbod, dat zorgt voor een minder groot waterbedeffect dan beleid dat zich richt op de vraagzijde.  Dit lijkt bij kolen het geval, waardoor het eenzijdig verlagen van het aanbod van kolen effectiever is voor het verlagen van de wereldwijde emissies dan het eenzijdig verlagen van de consumptie.

Daarnaast geldt dat restrictief aanbodbeleid makkelijker te monitoren is, waardoor het ook eenvoudiger te controleren voor andere landen. En controleerbare en meetbare maatregelen geven meer vertrouwen in het beleid van andere landen, waardoor samenwerking makkelijker wordt en er een grotere kans is dat landen bereidt zijn samen te werken aan verdere wereldwijde emissiereductie.

Conclusie

In het klimaatdebat is er veel aandacht voor met name restrictief beleid gericht op de vraagzijde. Daarin past ook het pleidooi dat partijen als VVD, VNO-NCW en Shell jarenlang hebben gehouden voor inzet op CO2 reductie in plaats van op CO2 reductie (restrictief beleid vraagzijde), energiebesparing (stimulerend beleid vraagzijde) en duurzame energie (stimulerend beleid aanbodzijde).

Vanuit oogpunt van draagvlak geeft PBL al aan dat inzet op energiebesparing en duurzame energie nodig kan zijn. Het artikel van Green en Denniss voegt met de herwaardering van restrictief beleid gericht op de aanbodzijde een vierde doel aan toe: beperken van het aanbod van gas, olie en kolen. Volgens David Roberts tonen Green en Denniss daarmee het belang aan van actievoerders die pleiten voor het in de grond houden van fossiele brandstoffen en voor het strijden tegen uitbreiding van infrastructuur voor fossiele brandstoffen. Tege

Voorbeelden van Nederlands restrictief aanbodbeleid zijn het afbouwen van de gaswinning in Groningengeen schaliegas winnen. Nog een stap verder kan het stoppen met alle nieuwe exploratie- en winningsvergunningen (zoals Frankrijk al doet). Of het afbouwen van de overslag van kolen in de Rotterdamse haven. Nu Nederland een aantal restrictieve aanbodmaatregelen neemt wordt het interessant om te zien of de voordelen die Green en Denniss in hun artikel noemen in de praktijk zichtbaar gaan worden.

Gastbijdrage: Duitsland mijlenver verwijderd van CO2 reductiedoelstelling voor 2020

Een recente studie in opdracht van de Duitse Groenen komt tot de conclusie dat Duitsland weinig kans heeft om de 40% CO2 reductiedoelstelling voor 2020 te halen. Maar als je denkt dat elektriciteitsproductie door kolencentrales het grote probleem zijn, zal je verbaasd zijn over de analyse van Craig Morris.

Niederaussem
Emissies blijven hoog, maar kolen zijn mogelijk niet de boosdoener (foto door Leon Liesener, edited, CC BY-SA 3.0).

Noem het onzinnig – of misschien simpelweg onrealistisch: maar in 2007 stelden Bondskanselier Merkel en toenmalig milieuminister Gabriel een ambitieuze doelstelling vast om de CO2 emissies met 40% te verminderen in 2020 ten opzichte van 1990. Hoe onrealistisch was het?

img1-1_germany_miss_2020_carbon_target

Overweeg in de eerste plaats dat de oorspronkelijk uitfasering van kernenergie in 2002 (teruggedraaid in 2020 en toen weer vastgesteld in 2011) er toe zou leiden dat de meeste kerncentrales in Duitsland in 2020 gesloten zouden zijn. De sluiting van deze CO2 arme energiecentrales zou het enkel moeilijker maken om de CO2 emissies in die jaren te verlagen.

Bovendien wisten we in 2007 nog niet dat hernieuwbare energie zo snel zou groeien. Van 2000 tot 2006 steeg het aandeel groene stroom van 6,6 procent naar 11,2 procent, een groei van minder dan één procentpunt per jaar. Sinds 2006 is dat aandeel twee keer zo hard gegroeid, maar in 2007 was het was nog niet zeker of dit succes zou doorzetten.

End dan was er nog de daling van CO2 emissies. Volgens het Kyoto protocol diende Duitsland in 2012 21 procent minder CO2 uit te stoten, wat nog acht jaar overlaat voor de resterende 19 procent – ruwweg 2,4 procentpunt per jaar. Om dit cijfer in context te plaatsen, de doelstelling voor 2050 is 80% reductie; gemeten vanaf 2012 is dat 1,55 procent per jaar. Dus de korte termijndoelstelling is 50% ambitieuzer dan de lange termijn doelstelling – ondanks de gelijktijdige uitfasering van kernenergie!

Er is een verzachtende factor: de werkelijke emissiereductie in Duitsland naderde in 2012 met 25% veel hoger dan Duitslands Kyoto doelstelling. Dat betekent dat Duitsland in 2020 zijn emissies nog slechts met 15 procentpunt hoefde te verlagen. Maar toch, 15 procent in acht jaar is snel – een derde sneller dan het lange termijn gemiddelde.

Gebaseerd op de uitfasering van kernenergie en de staat van hernieuwbare energie in 2007 ligt het meer voor de hand dat de vermindering van de CO2 uitstoot in de periode 2012-2020 lager zou liggen dan het lange termijn gemiddelde. Misschien dat Merkel en Gabriel dachten dat er voldoende laag hangend fruit was om succes te verzekeren. Hoe dan ook schat Arepo Consult in een rapport voor de Groenen (PDF in Duits) dat Duitse CO2 emissies in 2016 met 0,5 procent waren gestegen in 2016.

De harde cijfers voor 2016 zijn nog niet beschikbaar, maar in januari publiceerde het Duitse milieuagentschap UBA de cijfers voor 2015. Een kleine daling van 0,3 procent bracht de totale CO2 reductie t.o.v. 1990 op 27,9%. Duitsland heeft nu nog vijf jaar om de emissies met 12,1% te laten dalen – dat is 2,4 procent per jaar. Sinds 2012 zijn de emissies met slechts 0,5% per jaar gedaald. In dat tempo komt Duitsland dichter bij 32% dan bij 40% in 2020.

Kolen zijn misschien niet eens het grootste probleem

Hou in gedachten dat de emissies van kolencentrales omlaag zijn gegaan. Zowel UBA (PDF persbericht van 20 maart) als Arepo wijzen er op dat de emissies van transport en warmte het probleem zijn. De emissies van de gebouwde omgeving is praktisch gelijk aan de emissie in 1995; voor transport zijn ze gelijk aan het niveau van 1990. Er is duidelijk te weinig voortgang gemaakt in warmte en transport; Duitslands energietransitie blijft een elektriciteitstransitie.

Vluchtelingen zorgden in 2016 voor een stijging van de bevolking van Duitsland met ongeveer 1%. Veel van hen werden tijdelijk gehuisvest in grote, ongeïsoleerde tenten waar hete lucht in werd geblazen – een zeer inefficiënt proces. Dit effect kan echter tijdelijk blijken.

Maar dit tijdelijke effect telt op bij een structureel probleem: Duitsland heft nog niet bedacht hoe ze het tempo van energie-efficiënte gebouw renovaties kan opvoeren. En Berlijn heeft het afgelopen decennium besteed aan het verdedigen van diesel in plaats van elektrische mobiliteit, inclusief openbaar vervoer – om het maar niet te hebben over fietspaden en beloopbare steden.

De auteurs van Arepo hebben duidelijk aanbevelingen: sluit kolencentrales en maak de omslag naar hybride en elektrische mobiliteit, inclusief spoorwegen. Voor de warmtesector bevelen ze “grotere efficiency” aan. Maar hoe? Oproepen om huiseigenaren te dwingen tot geode isolatie en het vervangen van oud olie gestokte verwarmingssystemen door efficiëntere nieuwere (idealiter draaiend op gas of hernieuwbare warmte) worden beantwoord met beschuldigingen van aantasting van eigendomsrecht. Merkel is tegen een snelle uitfasering van kolen vanwege de impact op de betreffende gemeenschappen (bericht in het Duits). En gemeentelijke overheden die gaan over het aanleggen van fietspaden en verbeteren van openbaar vervoer missen de financiële middelen.

We weten allemaal wat de problemen zijn. We hebben zelfs een heleboel oplossingen. De oplossingen geïmplementeerd krijgen – dat is de crux. Om dat voor elkaar te krijgen hebben we sociale, en niet alleen technische, oplossingen nodig. Het Duitse publiek, dat naar verluidt de Energiewende sterk steunt, moet overtuig worden om de juiste stappen te nemen buiten de elektriciteitssector.

Craig Morris (@PPchef) is de hoofdauteur van Global Energy Transition. He is co-auteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van de Duitse Energiewende en hij is momenteel Senior Fellow bij IASS.

Dit artikel is eerder verschenen op Energytransition en is door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

Energie & klimaat in de verkiezingsprogramma’s

Lang leesvoer van Gert Jan Kramer, hoogleraar duurzame energievoorziening, van de Universiteit van Utrecht over de plaats die energietransitie, klimaatverandering en ecologisch denken in de verschillende verkiezingsprogramma’s hebben.

GroenLinks en de ChristenUnie staan het meest duidelijk aan de ecologische kant. De ChristenUnie schrijft in haar verkiezingsprogramma dat het voor haar “als een paal boven water dat het in de economie niet dient te draaien om groei, maar om het goede leven.” Het is daarmee – met deze ene zin – de partij die explicieter dan welke andere partij ook de zelf-evidentie van economische groei en groei-om-de-groei ter discussie stelt. Zelfs GroenLinks durft dat niet aan.

(…)

Aan de andere kant van het spectrum staat de VVD. Wie de introductie leest van het hoofdstuk Energie en Klimaat in het verkiezingsprogramma waant zich wat de probleembeschrijving terug in de tijd van het kabinet Biesheuvel

Conclusie:

Vrijwel iedere geïnformeerde en betrokken burger onderkent inmiddels het klimaatprobleem en de noodzaak om urgent te handelen. Dat is bij de veel partijen gelukkig ook het geval, maar bij een aantal ook niet. Van populistisch rechts is dit te verwachten – klimaatverandering is een onderwerp waartegen the world over populisten zich afzetten. Maar de inadequate opstelling van de VVD is op zijn minst teleurstellend, maar eigenlijk gewoon onbegrijpelijk. Dit geldt, zij het in iets mindere mate, ook voor het CDA. Wie vanuit een conservatief of conservatief-liberaal perspectief het klimaatprobleem beschouwt en zich rekenschap geeft van de mogelijkheden die alternatieve energie nu biedt om het energiesysteem en de economie te vernieuwen, zou het onderwerp hoger en urgenter agenderen, en zou concrete oplossingsrichtingen aandragen – en dit niet aan links overlaten.

Open waanlink

Dit bericht is eerder als open waanlink op Sargasso gepubliceerd.

GroenLinks: de plannen & cijfers (focus energie & klimaat)

Met minder dan 2 weken te gaan voor de verkiezingen leek het me tijd om nog even de belangrijkste effecten van de plannen van GroenLinks op een rij te zetten, met daarin de focus op de effecten op klimaat, energie en milieu. De plannen kun je nalezen in het verkiezingsprogramma en in de analyses van het verkiezingsprogramma door PBL, CPB, en SCP.

programma_gl_ruggegraat
Bron: GroenLinks

 

Klimaat en energie

GroenLinks heeft (zoals je kan verwachten) ambitieuze plannen op gebied van klimaat en energie. De CO2 reductie die GroenLinks behaalt ligt met 62% boven de doelstelling van het verkiezingsprogramma en boven wat volgens PBL nodig is om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. Volledigheidshalve: volgens Greenpeace en Urgenda is meer nodig dan PBL stelt.

image2

In de grafiek kan je zien dat GroenLinks met haar plannen behoorlijk op weg gaat om in 2050 uit te komen op 95% CO2 reductie.Terwijl het basispad na 2030 een behoorlijke versnelling vereist, kiest GroenLinks juist voor een versnelling in de komende jaren.

De CO2 reductie die GroenLinks haalt in 2030 ligt iets lager dan de Partij voor de Dieren in het verkiezingsprogramma heeft staan (62% GroenLinks vs. 65% PvdD), daar staat tegenover dat de PvdD haar plannen niet heeft laten doorrekenen.Ook is opvallend dat PvdA en SP met hun plannen in 2030 niet de CO2 reductie van de Klimaatwet halen. Terwijl ze de Klimaatwet wel mede-ondertekend hebben.

Voor energiebesparing en het aandeel duurzame energie heeft GroenLinks een stevige ambitie in vergelijking met andere partijen. Wat mij vooral opvalt is het lage percentage energiebesparing bij D66, terwijl deze partij toch meerdere initiatiefnota’s over energiebesparing op haar naam heeft staan (2013, 2016).

score-energietransitie-klein-1024x722
Aandeel duurzame energie en percentage energiebesparing in 2030, bron NVDE op basis van doorrekening PBL.

GroenLinks scoort ook goed als het gaat om het ondersteunen van de lange termijn energietransitie.

image1
Bron: doorrekening PBL

Luchtkwaliteit & biodiversiteit

Een bijkomend effect van voorstellen van GroenLinks is de verbetering van de luchtkwaliteit t.o.v. het basispad. De emissies door transport van fijn stof dalen met 14%, van NOx met 10% en de landbouwemissies van ammoniak met 14%. De biodiversiteit stijgt met 20-25% t.o.v. het basispad.

Wereldwijde top 10 acties om doelen klimaatakkoord van Parijs te halen

Climate Action Tracker heeft een rapport uitgebracht met daarin de top 10 belangrijkste acties voor komend decennium om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius. De top 10 ziet er als volgt uit:

  1. Elektriciteit: hou het groeitempo van hernieuwbare energiebronnen en andere CO2 arme en CO2 neutrale bronnen vast tot 2025 tot deze 100% bereiken in 2050
  2. Kolen: geen nieuwe kolencentrales meer en reduceer de CO2 emissie van bestaande kolencentrales met minstens 30% in 2025
  3. Wegtransport: verkoop van de laatste nieuwe auto met verbrandingsauto voor 2035
  4. Lucht- en scheepvaart: ontwikkel een toekomstvisie die past binnen 1.5°C opwarming en bereik hier een akkoord over
  5. Nieuwe gebouwen: allen nieuwe gebouwen fossiel vrij en bijna energieneutraal in 2020
  6. Renovatie van gebouwen: renovatie tempo opvoeren van <1 % in 2015 naar 5% in 2020
  7. Industrie: alle nieuwe installaties die na 2020 gebouwd worden in CO2 intensieve sectoren zijn CO2 arm; maximaliseer materiaalefficiency
  8. Verminder de uitstoot van bossen en ander landgebruik in 2030 met 95% t.o.v. 2010, stop netto ontbossing in de periode 2020-2030.
  9. Commerciële landbouw: hou emissies op het huidige niveau of verlaag ze, stel regionaal ‘best practices’ vast en verspreidt ze, voer het onderzoek op
  10. CO2 opslag en verwijdering: begin onderzoek naar technieken voor negatieve emissies en begin de toepassing er van in te plannen

Voor de vaste reageerders van Sargasso die zich regelmatig opwinden over het ontbreken van internationale luchtvaart en scheepvaart in de plannen: ze staan hier op nummer 4. Mocht iemand er tijd en zin in hebben dan kan je deze top 10 nog eens langs de analyse van de verkiezingsprogramma’s van de verschillende partijen leggen.

Open waanlink

Dit bericht is in november 2016 als open waanlink op Sargasso gepubliceerd.