Subsidieregeling ter voorkoming van jurisprudentie mijnbouwschade geopend

Subsidie bedoelt voor rechtszaken van aardbevingsslachtoffers omgeleid naar arbitrage. Hierdoor komt het geld niet beschikbaar voor gedupeerden van mijnbouwschade die lange civielrechtelijk juridische procedures hebben lopen. De Tweede Kamer voorkomt door deze ombuiging dat er jurisprudentie wordt opgebouwd, die in toekomstige zaken bruikbaar zou zijn. Arbitrage-uitspraken leveren namelijk geen jurisprudentie op.

Achtergrond

In 2016 dienden GroenLinks en Partij voor de Dieren een amendement in op de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, waarmee ze 200.000 euro wisten te reserveren voor proefprocessen tegen de NAM. Dit amendement was nodig omdat toenmalig minister Kamp een aangenomen motie van Van Tongeren over het financieel ondersteunen van juridische procedures van gedupeerden weigerde uit te voeren. Het amendement had als doel om te zorgen dat Groningers makkelijker de weg naar de rechter zouden vinden. De rechter is in Nederland de enige die onafhankelijk is en afdwingbare uitspraken kan doen die maatgevend zijn voor soortgelijke gevallen.

Van jurisprudentie naar arbitrage

Inmiddels is het geld van het amendement bij motie van Van der Lee cs. ter beschikking gesteld voor juridische ondersteuning voor mensen die er niet uitkomen met de NAM nadat ze naar de arbiter bodembeweging zijn gestapt en daarin juridische begeleiding nodig hebben. De provincie Groningen publiceerde vorige week de nieuwe subsidieregeling daarvoor. Wat bij Nicolette Marié, een van de twee vasthoudende Groningers die eerder dit jaar op eigen kracht jurisprudentie uitlokte bij de Hoge Raad de volgende reactie oproept:

Aldus verwatert men amendement Van Tongeren/Ouwehand voor proefprocessen #gaswinning #groningen. Het woord #jurisprudentie (uit amendement) komt in subsidietekst niet voor. Dat kan ook niet: Arbiter-uitspraken leveren geen jurisprudentie op. #rechtsstaat #rechtsorde

En wat onvriendelijker gesteld:

De Tweede Kamer heeft in al zijn wijsheid (?) besloten om die 2 ton van dat amendement om te buigen naar dit subsidiepotje. *lalalalala* Mensen die (civielrechtelijk) procederen met uitzicht op #jurisprudentie, zakken maar in de stront. (Ik zeg het grof, zo voelt het ook.)

Ook andere reacties bij gedupeerden van mijnbouwschade, die soms al jaren procederen liegen er niet om, zoals van een bewoner met case nummer 517:

Twee rechtszaken tegen de @NAMbv en #cvw gestart. 1)over het nog steeds niet volledig afhandelen van mijn dossier 517 (ja 517) ondanks arbiter en 2) het volledig ruïneren van drie monumentale schoorstenen (volledig in strijd met vastgestelde plan van aanpak) Maar subsidiabel?

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Groningse tegenslagen voor het rijk bij juridische aanpak mijnbouwschade

De Nederlandse staat is (indirect) aansprakelijk voor schade die ontstaat door gaswinning in Groningen. Dat stelt de Hoge Raad in antwoorden op prejudiciële vragen die daarover door een lagere rechtbank waren gesteld. Ook blijkt uit het nader rapport van het tijdelijk wetsvoorstel Groningen dat de Raad van State de poging van het rijk. Shell en Exxonmobil om de civielrechtelijke route af te sluiten voor gedupeerden heeft getorpedeerd, omdat dat in strijd is met artikel 112 van de Grondwet.

Tijdelijk wetsvoorstel Groningen

In het wetsvoorstel Minimaliseren gaswinning Groningen gaf het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat aan dat gewerkt werd aan een oplossing voor gedupeerden van mijnbouwschade, waarbij de afhandeling onder publiekrecht gebracht zou worden. Dit voornemen werd ook vastgelegd in het Akkoord op Hoofdlijnen dat de staat en NAM (Shell en Exxonmobil) sloten over compensatie voor het dichtdraaien van de Groningse gaskraan in 2030. Het Tijdelijk wetsvoorstel Groningen, kamerstuk 35250, had dit moeten regelen. In 2018 kregen de juristen Hammerstein, Teuben en Franssen de opdracht om in het Technisch advies Wet Instituut Mijnbouwschade aan te geven of:

de wijze waarop de afhandeling van schade door de overheid en de (financiële) aansprakelijkheid van de exploitant in dit wetsvoorstel is vormgegeven een effectieve invulling is van de, mede in het akkoord op hoofdlijnen verwoorde, uitgangspunten dat: – het Instituut exclusief bevoegd is om aanvragen om vergoeding van schade af te handelen; – gedupeerden niet meer bij NAM maar bij het Instituut aanspraak kunnen maken op vergoeding, enOok voor de kleine velden zijn er zeer waarschijnlijk afspraken met NAM, Vermillion en andere – NAM niet meer zelf aansprakelijk zal zijn jegens gedupeerden, maar wel de financiële gevolgen van afhandeling van schade door de overheid blijft dragen.

De Raad van State heeft hier met haar advisering op het wetsvoorstel een stokje voor gestoken:

De Afdeling stelt voorop dat de mogelijkheid om een vergoeding ter zake van schade bij de Tijdelijke Commissie of het Instituut te vragen, de aansprakelijkheid van de NAM onverlet laat. Artikel 112 van de Grondwet brengt mee dat de burgerlijke rechter bevoegd is kennis te nemen van vorderingen waaraan de eiser ten grondslag heeft gelegd dat jegens hem een onrechtmatige daad is gepleegd. Blijkens de jurisprudentie van de Hoge Raad geldt dat ook indien de wetgever de bestuursrechter ‘bij uitsluiting’ bevoegd heeft verklaard. Het is daarom aan de burgerlijke rechter zelf om te bepalen of een vordering ontvankelijk is. Daarbij komt dat bij de burgerlijke rechter ook nog andere vorderingen kunnen worden ingesteld dan een vordering tot schadevergoeding. Dit betekent dat de toegang tot de burgerlijke rechter als restrechter niet door de wetgever kan worden uitgesloten. Overigens wijst de Afdeling erop dat tot nog toe slechts enkele gedupeerden de NAM aansprakelijk hebben gesteld, ondanks dat de Tijdelijke Commissie niet bevoegd is alle vormen van schade te vergoeden. De voorgestelde uitbreiding van de bevoegdheid van het Instituut, vult deze leemte op. De veronderstelling lijkt daarom gerechtvaardigd dat het beroep op het Instituut nog zal toenemen, in het bijzonder wat betreft schade door waardedaling van woningen. Voorts bestaat er op voorhand geen aanleiding om te veronderstellen dat de burgerlijke rechter en de bestuursrechter over de schade verschillend zullen oordelen. De bestuursrechter heeft sinds 1994 ervaring opgedaan met schadezaken en is daarbij gehouden de relevante regels van het BW toe te passen, die daarvoor bij uitstek zijn bedoeld. Het risico van uiteenlopende uitspraken is daardoor klein. Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling af te zien van de exclusiviteit van het Instituut en de regel dat burgerlijke rechter een vordering tot vergoeding van schade niet-ontvankelijk dient te verklaren, te schrappen.

Het ministerie van EZK heeft het advies van de Raad van State gevolgd in het wetsvoorstel Tijdelijke wet Groningen, waarmee het Technisch advies Wet Instituut Mijnbouwschade van Hammerstein, Teuben en Franssen uit 2018 de facto achterhaald is. Hierdoor houden mensen met mijnbouwschade twee routes om deze te verhalen. De voorkeursroute van het rijk is via het Instituut Mijnbouwschade Groningen en loopt via het bestuursrecht. Volgens sommige juristen heeft deze route een aantal voordelen voor gedupeerden ten opzichte van de civiel rechterlijke route, bijvoorbeeld als het gaat om de duur van de gerechtelijke procedure.

Om te voorkomen dat een gedupeerde zowel via bestuursrecht als via civiel recht haar gelijk probeert te halen stelt de Tijdelijke wet Groningen dat een gedupeerde haar claim op het mijnbouwbedrijf, in casu NAM en/of EBN, overdraagt aan de staat. Dit betekent in de praktijk dat als een gedupeerde een aanvraag bij het Instituut Mijnbouwschade heeft ingediend en deze door het Instituut in behandeling is genomen, hij niet later alsnog kan besluiten om zijn schadevergoeding via de burgerlijke rechter op de exploitant te verhalen. Ook is bepaald dat, wanneer een gedupeerde ervoor kiest om zijn schade langs de civielrechtelijke weg direct op exploitant te verhalen door een schikkingsovereenkomst te sluiten met de exploitant of een vordering tot vergoeding van schade in te stellen bij de burgerlijke rechter, hij niet terecht kan bij het Instituut. Als de gedupeerde de onderhandelingen met NAM afbreekt of de vordering bij de burgerlijke rechter intrekt, voordat deze een uitspraak heeft gedaan over de vergoeding waar de gedupeerde recht op heeft, kan de gedupeerde wel bij het Instituut terecht.

Om de rechtseenheid tussen bestuursrecht en civielrecht te bewaren wordt in de memorie van toelichting ingegaan op de wijze waarop dit nu geregeld is. Het Kabinet geeft ook aan welke extra maatregelen ze voorbereid om de rechtseenheid tussen de verschillende hoogste rechtsorganen te bewaren.

Effect advies Raad van State op Akkoord op Hoofdlijnen

Het advies van de Raad van State dat de afspraak uit het Akkoord op Hoofdlijnen om de schadeafhandeling onder publiekrecht te brengen in strijd is met artikel 112 van de Grondwet kan vergaande gevolgen hebben voor de geldigheid van het Akkoord op Hoofdlijnen. Daarmee bevat het Akkoord op Hoofdlijnen namelijk een nietige afspraak, een afspraak die de staat niet had mogen maken op grond van de Grondwet. De hamvraag is dan of de afspraak over uitsluiting van de toegang tot het civiel recht onlosmakelijk verbonden met de rest van het Akkoord op Hoofdlijnen? Als dat het geval is is de hele overeenkomst ongeldig, het antwoord op die vraag is voer voor juristen. Als het ministerie van EZK zijn deel van de afspraken uit de Overeenkomst op Hoofdlijnen niet kan nakomen staat het NAM (en haar aandeelhouders) vrij om naar de arbitragerechter te stappen.

De minister heeft in april het advies van de Technische Commissie Bodembeweging (TCBB) over een landelijke aanpak mijnbouwschade aan de Tweede Kamer gestuurd. In de appreciatie daarvan schrijft de minister dat hij hecht aan een uniform gedragen landelijk schadeprotocol voor de kleine gasvelden op land. De TCBB adviseert ook om tot een schadeprotocol per type mijnbouw te komen. Te beginnen met de kleine gasvelden.
Ook voor dit schadeprotocol voor de kleine velden is het advies van de Raad van State belangrijk, want er zijn vermoedelijk conceptovereenkomsten gemaakt met operators over de bestuursrechtelijke route als exclusieve mogelijkheid. In een van de recente winningsplannen voor kleine velden (helaas niet goed gearchiveerd door mij) werden al opmerkingen gemaakt die daar op leken te wijzen. Deze overeenkomsten zouden dus ook alle nietig kunnen zijn. Temeer omdat de Raad van State in haar advies op de Tijdelijke wet Groningen ook aangeeft dat het Het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht als uitgangspunt heeft dat schade die is veroorzaakt door een private partij in beginsel langs civielrechtelijke weg op die partij zelf wordt verhaald. Het is uitzonderlijk dat de overheid de afhandeling van schade overneemt van een private partij, daarom vind de Raad van State dat de voorgestelde regeling een tijdelijk karakter dient te krijgen.

Staat sinds 2005 indirect aansprakelijk voor mijnbouwschade Groningen

Naar aanleiding van een rechtszaak van een Gronings echtpaar met aardbevingsschade aan hun huis heeft de rechtbank Noord-Nederland prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad over de wijze waarop bepaalde rechtsregels moeten worden toegepast. Het echtpaar heeft niet alleen de NAM gedaagd maar ook de staat, Energie Beheer Nederland (EBN) en de Maatschap Groningen.
In de beantwoording van de vragen oordeelt de Hoge Raad dat niet alleen de NAM, maar ook EBN als exploitant van het Groninger gasveld geldt en daarmee aansprakelijk is voor schade door gaswinning. Dat maakt dat de staat, als 100% aandeelhouder van EBN, indirect aansprakelijk is. Daarnaast stelt de Hoge Raad dat de Nederlandse staat sinds 2005

op de hoogte moeten zijn van de reële kans op ernstige of wijdverbreide schade door aardbevingen als gevolg van gaswinning

In 2003 deed zich een piek voor in het aantal aardbevingen, die bovendien ook sterker werden. Het ging ook toen al om meerdere bevingen met een kracht van boven de 3. Daar kwam bij dat het KNMI in 2004, ruim voor de aardbeving in Huizinge van 2012, een rapport publiceerde, waarin stond dat de situatie in de Groningse ondergrond niet langer “stationair” was.

De formule die tot die tijd was gebruikt om de maximaal te verwachten magnitude van een aardbeving te berekenen, was daardoor niet goed bruikbaar.

De rechtbank Noord-Nederland zal nu de vraag moeten beantwoorden of de staat na 2005 voldoende heeft gedaan om ernstige schade te voorkomen en om haar burgers te beschermen. In NRC stelt Herman Bröring, hoogleraar bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, daarover:

Er komen nu zeven jaren bij van mogelijke aansprakelijkheid. Dat wordt heel interessant.

Tegenover de NOS stelt de advocaat van het Groningse echtpaar, Woltman, dat het oordeel van de Hoge Raad van belang is voor alle zaken over aardbevingsschade. Want niet alleen is nu bepaald dat de staat indirect verantwoordelijkheid draagt, ook spreekt de Hoge Raad zich uit over waardedaling van huizen en immateriële schade, oftewel smartengeld. Woltman:

De Hoge Raad geeft nu een duidelijk spoorboekje hoe rechters en gerechtshoven kunnen handelen. Je kunt daarmee wel spreken van een kleine aardverschuiving binnen de rechtsorde.

In een reactie van zondag 21 juli 2019 geeft de Groninger Bodem Beweging aan wat volgens haar de belangrijkste punten uit de beantwoording van de Hoge Raad zijn, naast de al eerder genoemde indirecte aansprakelijkheid van de staat:

  • Het bewijsvermoeden is alleen te weerleggen als bewezen wordt, of voldoende aannemelijk gemaakt, dat gaswinning niet de oorzaak is. De Hoge Raad hanteert een iets ander criterium als de technische commissie van de TCMG voor het ontkrachten van het bewijsvermoeden. Dit zal echter in de praktijk weinig verschil maken.
  • Immateriële schade, zoals geestelijk letsel, wordt toegekend. Je moet het wel kunnen aantonen en dat is bijna niet te doen.
  • Gederfd woongenot wordt als schade gezien. Dit kan berekend worden middels virtuele gederfde huurinkomsten.
  • Waardevermindering kan pas worden vastgesteld op het moment dat de bodem tot rust is gekomen. De rechter kan wel een voorschot toewijzen. Dit oordeel sluit niet uit dat een regeling kan worden getroffen voor een tegemoetkoming, uitkoop of garantie, zoals de waardeverminderingsregeling waar minister Wiebes momenteel aan werkt.

Met dat laatste oordeel gaat de Groninger Bodem Beweging in tegen de reactie van advocaat Pieter Huitema, die de belangen verdedigt van Stichting WAG (Waardevermindering door Aardbevingen Groningen). Stichting WAG vertegenwoordigt zo’n 5.000 gedupeerden die de waardevermindering van hun woning vergoed willen krijgen. De Groninger Bodem Beweging zit daarmee op de lijn van Nicolette Marié, namens wie advocaat Woltman optreed:

Amendement 2016 geld voor proefprocessen

In 2016 diende GroenLinks en Partij voor de Dieren een amendement in op de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, waarmee ze Euro 200.000 wisten te reserveren voor proefprocessen tegen de NAM. Dit amendement dat nodig was omdat toenmalig minister Kamp een aangenomen motie van Van Tongeren over het financieel ondersteunen van juridische procedures van gedupeerden weigerde uit te voeren. Het amendement had als doel om te zorgen dat Groningers makkelijker de weg naar de rechter zouden vinden. De rechter is in Nederland de enige die onafhankelijk is en afdwingbare uitspraken kan doen die maatgevend zijn voor soortgelijke gevallen.

De Hoge Raad geeft met haar beantwoording van de prejudiciële vragen de aanzet tot rechterlijke uitspraken waarop andere gedupeerden zich kunnen beroepen De rechtszaak van het Gronings echtpaar beschouw ik als het type proefproces waarvoor het amendement Van Tongeren-Ouwehand bedoeld was (disclaimer: ik was op de achtergrond de opsteller van het amendement). De afgelopen jaren heeft het ministerie van EZK geweigerd het amendement Van Tongeren-Ouwehand uit te voeren, het Gronings echtpaar dat via de rechtbank Noord-Nederland prejudiciële vragen wist te laten beantwoorden door de Hoge Raad heeft dus ook geen financiële ondersteuning vanuit het ministerie van EZK ontvangen.

Inmiddels is het geld van het amendement bij motie van Van der Lee cs. ter beschikking gesteld voor juridische ondersteuning voor mensen die er niet uitkomen met de NAM nadat ze naar de arbiter bodembeweging zijn gestapt en daarin juridische begeleiding nodig hebben. Een heel andere bestemming dan waar het geld voor bedoeld was en die geen jurisprudentie kan opleveren, hetgeen juist de oorspronkelijke bedoeling van de motie en de motie en het amendement van Van Tongeren was. Gelukkig zijn er Groningers die eigenwijzer en volhardender zijn dan Kamerleden:

PS Follow the Money heeft een groot wob-verzoek lopen over contacten tussen Shell en de overheid. Mocht iemand in de stukken daarvan iets tegenkomen over het amendement Van Tongeren – Ouwehand dan hou ik me aanbevolen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Mijnbouwschade Groningen: de smoezengenerator

Sargasso schreef al eerder over de aardbevingen in Groningen, de ellenlange procedures waar bewoners met mijnbouwschade mee geconfronteerd worden en wat dat doet psychisch doet met mensen. Inmiddels is Kor Dwarshuis een smoezengenerator gestart met echt gegeven alternatieve oorzaken voor de geconstateerde schade. Hieronder mijn favoriete smoes.

“Vraag van CVW ‘expert’ tijdens schade-opname in onze woning ‘heeft u kinderen?’ Antwoord: ‘ja 2 dochters, maar die zijn het huis al uit’. CVW expert: ‘dan weet ik de oorzaak van uw scheurvorming ook al’. ‘Oh?’ CVW expert: ‘het ligt aan het veranderende douche patroon in uw huis. Meiden douchen altijd langer, daardoor veel vocht in huis. Nu ze de deur uit zijn, is de vochthuishouding in uw woning veranderd en dat veroorzaakt scheuren’.

Mijn vrouw: ‘maar dat is toch vreemd?’ Antwoord: ‘nee hoor’. Mijn vrouw: ‘ik vind het wel vreemd…

Weten hoe hij verder gaat? Bezoek de smoezengenerator en lees en luister ze af tot je hem tegenkomt.

Ondertussen vertellen de overheid, NAM, Shell en ExxonMobil in de media een ander verhaal (“We gaan ruimhartig vergoeden”, “We hebben een ereschuld aan Groningen”).

Er zijn inmiddels 200.000 mensen met schade in het gaswinningsgebied. De ene helft krijgt de schade gewoon vergoed en de andere helft krijgt bovenstaande onzin over zich heen. Dit zorgt voor scheve ogen en nog meer boosheid.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Crisisplan NAM: Zo reageert de NAM na een dodelijke aardbeving

Na een zware aardbeving waarbij doden vallen, houdt de NAM rekening met relletjes en grote verontwaardiging. Zowel gaslocaties als directieleden worden dan beveiligd. Dit en meer staat in het crisisplan van de NAM dat na een Wob-verzoek is gepubliceerd op de site van toezichthouder SodM. Het document stamt uit 2017 en beschrijft nauwkeurig hoe het aardoliebedrijf moet handelen na een crisis. Het draaiboek wordt elk jaar geactualiseerd.

In het document staat verder onder meer dat NAM in de communicatie wel haar verantwoordelijkheid moet nemen, zonder daarbij de schuld op zich te nemen.

Het hele crisisplan van NAM uit 2017 is hier te vinden. Het is overigens niet ongebruikelijk om crisisplannen voor extreme situaties te hebben. Het is wel cru dat de versterkingsoperatie en het vergoeden van mijnbouwschade tergend traag gaat, terwijl de NAM in het ergste geval wel van een aardbeving met doden uitgaat.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Echtpaar krijgt aanslag belastingdienst over bevingsvergoeding

Een Gronings echtpaar dat gebruik maakte van de Regeling waardevermeerdering heeft een naheffing gekregen van € 1.500 van de belastingdienst. Het echtpaar in kwestie blijkt gekort te zijn op de zorgtoeslagen en een naheffing inkomstenbelasting ontvangen te hebben van de belastingdienst. Tegen RTV Noord zegt het echtpaar:

Protesteren had geen zin. We hebben ons verlies maar genomen, hoewel we het wel heel onrechtvaardig vinden. Hier kunnen we helemaal niets aan doen. We hebben gewoon schade en ook recht op een energiepremie.

Het echtpaar heeft een afbetalingsregeling gesloten met de belastingdienst en betaalt het bedrag in 23 maandelijkse termijnen.

De Regeling waardevermeerdering werd ingesteld door de het Ministerie van Economische Zaken voor woningeigenaren met een door het Centrum Veilig Wonen erkende aardbevingsschade van minstens € 1.000,-. Zij konden naast de vergoeding van de schade, een maximaal bedrag van € 4.000,- krijgen voor energiebesparende en energieopwekkende maatregelen. Deze regeling van het ministerie van Economische Zaken was bedoeld als compensatie voor overlast door aardbevingsschade.

Inmiddels hebben de Groningse Kamerleden Sandra Beckerman (SP) en Henk Nijboer van de PvdA Kamervragen gesteld over het optreden van de belastingdienst in deze en vergelijkbare zaken.

Open waanlink

Dit bericht is eerder verschenen op Sargasso.

Nieuwe mijnbouwwet maakt generaliteitsland van Groningen

Wiebes-272x300Even leek het erop alsof Wiebes de verademing zou zijn waar Groningen op wachtte. Dat kwam vooral door zijn besluit om de gaswinning in Groningen sterk te verminderen en zijn brief aan grootverbruikers om snel op zoek te gaan naar een alternatief voor laag calorisch (Gronings) gas. Wie beter in de details duikt en bv. het Besluit mijnbouwschade Groningen van 31 januari 2018 of het concept wetsvoorstel Minimaliseren gaswinning Groningen leest, wist al beter. Met het opschorten van de versterkingsoperatie, het opstappen van Hans Alders, het openbaar maken van het definitieve wetsvoorstel Minimaliseren gaswinning Groningen, het verhaal van één scheur en 2 instanties, en de deal tussen Staat, Shell en Exxon is het voor bijna iedere Groninger duidelijk: Wiebes is geen Kamp.

Wetsvoorstel Minimaliseren gaswinning Groningen

Wiebes kondigde eerder dit jaar het einde van de gaswinning in Groningen vanaf 2030 aan. Om dit te ondersteunen heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat eind maart een wetsvoorstel ter consultatie aangeboden dat de afbouw van de gaswinning regelt. Het wetsvoorstel zorgt er onder andere voor dat het Groninger gasveld niet meer de basis van de gasvoorziening vormt, maar meer de backup gaat vormen. Voor een wetsvoorstel dat het einde van de Groningse gaswinning moet betekenen valt het op dat een jaartal waarin de productie fors verlaagd moet zijn en het jaartal waarop de gaswinning definitief gestaakt wordt ontbreekt. Het afbouwschema voor de gaswinning is ondergebracht in de privaatrechtelijk overeenkomst tussen Shell, ExxonMobil en de staat. Het is de vraag hoe dat zich dan verhoudt tot de toezichtstaak van Staatstoezicht op de Mijnen. Wat gebeurt er als SodM een lagere gaswinning voorschrijft vanuit veiligheidsoverwegingen voor de Groningse bevolking?

afbouwschema_gaswinning

Wat ook opvalt is dat wel gesproken wordt over het Groningenveld, maar dat enige definitie daarvan ontbreekt. Het wetsvoorstel bevat geen coördinaten van het Groningenveld, geen diepte of aardlaag waar het in ligt (Rotliegend).

Het wetsvoorstel voert wel een winningsplicht in voor de exploitant van het Groninger gasveld. Die winningsplicht is niet begrensd in de tijd. Welke Groninger gelooft de Minister van EZK op zijn blauwe ogen dat deze winningsplicht na 2030 niet meer gebruikt wordt voor gas in de Rotliegend laag en dat gaswinning uit diepere lagen hiermee ook is uitgesloten na 2030?

Het wetsvoorstel geeft de Minister via wijziging van artikel 34 en 105 van de Mijnbouwwet de mogelijkheid om meer gas te winnen of om gas op een later moment te winnen. Voorwaarde is wel dat de eerder berekende en beoordeelde bodembeweging (bodemdaling en bodemtrillingen) en de risico’s voor de omgeving niet anders beoordeeld zullen kunnen worden. Het probleem hierbij is dat er in Nederland geen goed en onafhankelijk gevalideerd model voor bodembeweging ten gevolge van gaswinning bestaat. Het is nog steeds wachten op de op 4 juli 2017 door Kamp toegezegde TNO-modellen die bedoeld waren om de NAM modellen te verifiëren. Ook het TUDelft fase 2 validatierapport Buitengebied dat in 2017 gereed zou zijn is nog steeds niet gepubliceerd, terwijl al in 2016 door zowel NCG Alders als toenmalig minister Kamp werd toegezegd, dat dit mede gebruikt zou bij het opstellen van een nieuw schadeprotocol.

Leveringszekerheid versus veiligheid bewoners

Het wetsvoorstel schrapt ook gronden om gaswinning te verminderen of stoppen. In de consultatieversie werden de gronden milieu en natuur geschrapt. In het uiteindelijk wetsvoorstel lijkt dit niet te gebeuren. In een speciaal Gronings hoofdstuk wordt leveringszekerheid voor eindafnemers en een nieuwe definitie van het veiligheidsbegrip geïntroduceerd. Met dat laatste begrip is wat bijzonders aan de hand, want in het wetsvoorstel slaat dit niet alleen op de veiligheid van Groningers, maar ook op leveringszekerheid voor gebruikers van gas. Leveringszekerheid levert al jaren discussie op in de Tweede Kamer: gaat leveringszekerheid boven de veiligheid van Groningers of niet? De minister lost het op, voortaan is leveringszekerheid onderdeel van het veiligheidsbegrip voor gaswinning in Groningen. Sterker, tegen het advies van de Raad van State in wordt leveringszekerheid gekoppeld aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). In het advies van de Raad van State staat hierover:

De Afdeling merkt op dat dit een wat geforceerde indruk maakt. De Afdeling onderschrijft het belang van leveringszekerheid, maar acht het aanmerken van leveringszekerheid als grondrecht in de zin van de artikelen 2 en 8 van het EVRM nodig noch wenselijk.

De afweging tussen leveringszekerheid voor eindafnemers en veiligheid van Groningers komt meerdere keren in het wetsvoorstel terug, zowel in artikel 52a, artikel 52d en artikel 167c. Het is naar mijn mening dan ook de vraag of het amendement van Tom van der Lee, waarin hij stelt dat het veiligheidsbelang boven het maatschappelijk belang van eindafnemers moet gaan deze dubbeling voldoende doet door hellen naar het belang van Groningers. Het amendement voegt hiervoor namelijk lid 4a toe dat bij artikel 52d, artikel 167c wordt ongemoeid gelaten evenals de definitie van veiligheidsbelang uit artikel 52a.  Zelfs als de Tweede Kamer leveringszekerheid uit het wetsvoorstel amendeert is het de vraag welke parlementariër het aandurft om ook de definitie van veiligheidsbegrip aan te passen. Al zou dat wel in lijn zijn met de aanbevelingen van de OVV.

Een extra aanwijzing dat de minister niet echt van zins lijkt om het veiligheidsbelang van Groningers voorop stelt is artikel 52 lid 2c waarin de minister aanvullende maatregelen kan treffen als:

een aardbeving leidt tot één of meer dodelijke slachtoffers of tot ernstigeverwondingen van meerdere personen.

Het wetsvoorstel doet echter nog een paar zaken. Zo spreekt het wetsvoorstel weer over schade door aardbevingen en over het aardbevingsgebied. Aardbevingen zijn maar een zeer klein deel van de mogelijke schadeoorzaken ten gevolge van mijnbouwactiviteiten. Het schadebegrip van artikel 33 van de huidige mijnbouwwet en artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek is veel ruimer. Bij Groningers en parlementariërs die de ellenlange discussie over het gebruik van de term aardbevingsschade door NAM en het hanteren van contourenkaarten nog kennen zouden hierbij toch alle alarmbellen af moeten gaan.

Wat is het Groninger gasveld?

Wat ook opvalt is dat het Groninger gasveld niet gedefinieerd wordt in het wetsvoorstel. Tot hoe diep in de ondergrond loopt het voornemen om te stoppen met winning? Waar lopen de ‘contouren’ van het Groninger gasveld? Meerdere bronnen geven aan dat daar discussie over is tussen NAM en de staat. In aardlagen onder de huidige winning in het ‘Groninger gasveld’ zit namelijk ook olie en gas. Valt dit onder het stoppen met gaswinning? Of maakt dit onderdeel van de private deal die Wiebes deze week bekend maakte: geen claims voor het stoppen van de gaswinning in het ‘Groninger veld’ in ruil voor toestemming van winning uit de diepere lagen? Of zou de NAM tevreden zijn met het vrijstellen van afdrachten over het gas dat gebufferd wordt in NORG en Grijpskerk?

Beperken aansprakelijkheid NAM

Met het invoeren van de winningsplicht wordt ook de aansprakelijkheid voor nadelige gevolgen van mijnbouwactiviteiten zoals vastgelegd in artikel 33 van de mijnbouwwet en in artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek aangepast, lees verminderd. In het wetsvoorstel staat uitgelegd dat de exploitant is verplicht tot winning, wat voor het Ministerie van EZK reden is om het handelen van de exploitant in Groningen niet meer te laten vallen onder de Wet economische delicten, waarmee de toegang voor bewoners tot strafrecht afgesloten wordt. Fijn voor NAM (waar een strafzaak tegen loopt) en fijn voor EBN (de 100% dochter van het ministerie van EZK). Het wetsvoorstel zwakt ook de bescherming van mens en milieu tegen de gevolgen van een zwaar ongeval af. In de mijnbouwwet moeten deze gevolgen voorkomen worden, in Groningen hoeft de exploitant de gevolgen enkel nog te beperken.

Uitkleden bestuursrecht voor Groningen

De toegang tot het strafrecht is niet het enige recht dat Wiebes Groningers ontzegt. Hoewel de beperking van de algemene inspraakprocedure van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) minder zwaar is dan in de consultatieronde zitten er nog wel een aantal adders onder het gras. Een ieder kan weer een zienswijze indienen, alleen is artikel 8.4 uit het Awb van toepassing waardoor beroep aantekenen niet mogelijk is. Er wordt tenslotte een wettelijke winningsplicht ingesteld voor Groningen in dit wetsvoorstel.

Schadeafhandeling

Een belangrijk punt voor Groningers is een snelle en fatsoenlijke schadeafhandeling. Veel bewoners leven al jaren in onzekerheid en leiden daardoor grote psychische schade. Alle veranderingen van de afgelopen jaren hebben nog steeds geen oplossing gebracht voor veel van de oudere schadegevallen. De verandering van de afhandeling van schadegevallen van civielrechtelijk naar bestuursrechtelijk heeft weer geheel nieuwe problemen met zich meegebracht. Niet alleen wordt met deze stap ruim 80 jaar aan jurisprudentie over het veroorzaken van schade aan derden aan de kant gezet, ook levert het Kafkaëske situaties op. Zeg maar paarse krokodil 2.0.

Bijvoorbeeld bij een scheur die gemeld is aan het CVW, maar doorgroeit. De groei moet gemeld worden bij de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen. Waarbij de legitimiteit van de eerste claim civielrechtelijk beoordeeld wordt door CVW en het nieuwe deel onder bestuursrecht door de TCMG. Zelfs als de schadevergoeding voor beide delen van de scheur wordt toegekend is de kans dat dat gelijktijdig gebeurt klein. Als de toekenning van schadevergoeding van het eerste deel in 2018 plaats vind en de toekenning van het tweede deel in 2019, waardoor schadeherstel pas in 2019 plaats kan vinden, moet belasting betaald worden over de claim die in 2018 is toegekend. Deze telt mee als inkomen en/of vermogen aldus de website van de belastingdienst. Er kunnen dus gevolgen zijn voor de belasting en voor toeslagen. Dat geldt zowel voor inwoners als voor ondernemers. Het nieuws daarover zorgde in Groningen al voor de nodige verontwaardiging.

Conclusie

Het wetsvoorstel vermindering gaswinning Groningen geeft Groningers een hoop nieuwe zorgen en kondigt nieuwe zorgen aan. Het is ook de vraag wat de waarde van het wetsvoorstel is nu er een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de staat en Shell en Exxonmobil ligt. De minister geeft ook aan te werken aan een permanente oplossing voor de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen. Betekent dit dat we straks het verhaal van één scheur en 3 instanties krijgen? Of dat de rest van Nederland zich op kan maken voor een overgang van civielrechtelijke behandeling van schadeclaims richting het bestuursrecht?

Wat wel duidelijk is is dat er maar één manier is om Wiebes terug naar de onderhandelingstafel te sturen: het wetsvoorstel wegstemmen. Het wetsvoorstel vermindering gaswinning Groningen maakt namelijk onderdeel uit van het private akkoord van de staat met Shell en ExxonMobil. Daar ligt een schone taak voor onze volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer.

Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.