Milieubeleid is slecht voor de werkgelegenheid

Dat is de strekking van discussies die de Republikeinen in de VS voeren. Veel van de discussies die in de VS beginnen belanden uiteindelijk ook in Nederland. Daarom nu maar vast twee fragmenten uit The Colbert Report over het effect van het Amerikaanse milieuagentschap (EPA) op de werkgelegenheid. Om te starten de intro:

YES! This job-killing cemetery is murdering jobs and then burying them in itself. Jobs. Everyone knows pollution is a job creator.”

En het interview met Carol Browner, voormalig hoofd van de EPA:

Bron: Clean Environment Smackdown: Stephen Colbert and Former EPA Chief Carol Browner Debate

Uit de inbox: De kracht van de samenleving

In de inbox vond ik deze week een bericht over twee initiatieven van het Ministerie van Infrastructuur & Milieu. Beide richten zich op burgerparticipatie bij beleidsontwikkeling. De deadlines zijn al snel dus wie mee wil doen moet zich snel aanmelden. Uit zomerse luiheid hieronder simpelweg de tekst van het bericht gekopieerd:

Graag jullie aandacht voor twee activiteiten waar ik momenteel sterk mee bezig ben. Beide initiatieven gaan over het beter worden in het waarnemen van de werkzame krachten in de samenleving en het vervolgens gebruiken voor de publieke zaak:

  1. De Eo Wijers prijsvraag 2011-2012. NIEUWE ENERGIE VOOR DE VEENKOLONIËN, op zoek naar regionale comfortzones. De deelnemende ruimtelijke ontwerpers, onderzoekers en ontwikkelaars wordt gevraagd om vanaf de start inwoners, ondernemers, bestuurders uit de streek te betrekken bij het ontwikkelen van regionale plannen. Inschrijven vóór 9 september a.s. Zie verder: www.eowijers.nl .
  2. De INNOVATIE ESTAFETTE INFRASTRUCTUUR EN MILIEU. Dit keer op 4 oktober 2011 in de Van Nellefabriek Rotterdam. Met aandacht voor innovaties op het terrein van voorheen VROM (ruimte en milieu) en voorheen V&W (water, mobiliteit, logistiek). Eén van de vijf thema’s van deze estafette is “de kracht van de samenleving”. Door te redeneren vanuit de kracht van burgers en bedrijven ontstaat er een nieuw perspectief op infrastructuur en milieu! De inschrijving is inmiddels geopend. Zie: www.clubvanmaarssen.org .

Jullie zijn bij deze uitgenodigd om mee te doen. En informeer de mensen in jullie netwerk waarvoor deze activiteiten (wel/ook) relevant zouden kunnen zijn.

Wat een creatieve milieu-econoom al niet vermag…

De economische wetenschap is sinds de economische recessie niet overal even populair. Het onderstaande filmpje met Rob Harmon laat zien dat creatief gebruik van de inzichten die de economische wetenschap biedt in menselijk handelen met wat creativiteit & juridische hulp ten bate van het milieu ingezet kunnen worden. Met als resultaat: meer water in de sloot 😉

Uit de inbox: Reactie ABP op oliewinning uit teerzand

Eerder deze week schreef ik over de investeringen van ABP in oliebedrijven die actief zijn in de winning van olie uit teerzand. Inmiddels heb ik een reactie van ABP ontvangen. De reactie staat onderaan dit bericht volledig weergegeven. Wat me opvalt is dat ABP net als een aantal jaar geleden aangeeft dat ze bedrijven (in dit geval oliebedrijven) aanspreken om de schade milieu en negatieve effecten voor de lokale bevolking te minimaliseren.

Ik hoop dat dergelijke gesprekken ook consequenties kunnen hebben voor de investeringen van ABP, zoals de ASN en Triodos soms ook besluiten om bedrijven uit hun investeringsuniversum te verwijderen als ze niet voldoen aan de duurzaamheidseisen die deze banken stellen. Afgaande op de  investeringen die ABP nog steeds heeft in het mijnbouwbedrijf Freeport McMoRan kan dat echter nog wel even duren. Milieudefensie organiseerde namelijk in 1997 al een actie tegen de investeringen van ABN Amro in Freeport McMoran. ABN Amro trok zich in 1999 terug uit Freeport McMoran, terwij ABP volgens het overzicht van beursgenoteere deelnemingen het 2e kwartaal van 2010 nog steeds investeringen in Freeport McMoran had.

Bericht van ABP:

Bedankt voor uw e-mail, waarin u aandacht vraagt voor het investeren in oliezanden en andere onconventionele olie. We begrijpen uw zorgen over de bijdrage van (on)conventionele oliewinning aan klimaatverandering.

Ook ABP maakt zich zorgen over de negatieve gevolgen van deze oliewinning. We spreken oliebedrijven dan ook aan om de schade aan milieu en de negatieve effecten voor de lokale bevolking te minimaliseren. Dit houdt in dat onze vermogensbeheerder de betrokken oliemaatschappijen aanspoort om transparant te zijn over de aanpak van milieuproblemen en sociale vraagstukken, inzicht te geven in bijkomende kosten en nieuwe technieken te ontwikkelen om de druk op het milieu (waaronder ook energie- en waterverbruik) te reduceren. Dit wordt gedaan tijdens directe gesprekken met de ondernemingen in kwestie, en tijdens de aandeelhoudersvergaderingen.

Wij zijn van mening dat de winning van olie uit teerzanden een stuk schoner kan door technologische vooruitgang. Met name bij specifieke vormen van oliezandwinning (in-situ) is er veel meer energiebesparing mogelijk. Overigens komt bij deze vorm veel minder afval vrij dan bij open mijnbouw en heeft deze veel minder ingrijpende gevolgen voor het landschap en de natuur. Voor open mijnbouw is in Canada de wetgeving voor oliebedrijven inmiddels strenger geworden, waardoor oliebedrijven gedwongen zijn om het restafval van de oliezandwinning (tailing ponds) op te ruimen. Dit dwingt de bedrijven nu te investeren in onderzoek naar nieuwe technieken.

Wat betreft uw oproep om er bij oliebedrijven op aan te dringen investeringen in duurzame energie te doen: voor ABP geldt dat het in duurzame energie investeert, maar alleen wanneer deze beleggingen gepaard gaan met goede en stabiele rendementen. Die hebben we nodig om onze deelnemers een betaalbaar pensioen te kunnen bieden. Van de ondernemingen waarin we beleggen verwachten we dan ook dat ze soortgelijke eisen stellen aan hun investeringen in duurzame energie. Alleen wanneer ze investeren in rendabele vormen van duurzame energie vormen deze ondernemingen een goede belegging voor een pensioenfonds.

Voor het investeren in duurzame energie is het belangrijk dat er sprake is van helder, betrouwbaar en duurzaam overheidsbeleid. Tijdens de klimaatconferentie in Kopenhagen en wederom bij de recente klimaat top in Cancun hebben we dan ook samen met 150 andere investeerders (verenigd in de Institutional Investors Group on Climate Change) die in totaal $9000 miljard beheren, internationale overheden opgeroepen tot een stringent klimaatakkoord.

Maar gelukkig zien we ook vandaag de dag al beleggingskansen die specifiek aan de aanpak bijdragen van belangrijke maatschappelijke en milieuproblemen, zoals armoede in ontwikkelingslanden en klimaatverandering Daarbij gaat het bijvoorbeeld om bedrijven die biobrandstoffen produceren, schone technologie-ondernemingen of duurzame infrastructuurfondsen (wind- en zonne-energie) maar ook om beleggingen in microfinanciering. We zouden graag meer investeren in dit soort projecten en blijven actief op zoek naar beleggingen met goede en stabiele rendementen.

Wanneer u meer wilt weten over de invulling van het Beleid Verantwoord Beleggen door ABP, dan kunt u daarvoor onze website abp.nl raadplegen

Met vriendelijke groet, namens ABP,
Medewerker Telefoon en E-mail APG

ABP's investeringen in oliewinning uit teerzand

Milieudefensie heeft een onderzoek laten uitvoeren naar investeringen door pensioenfondsen in oliebedrijven die betrokken zijn bij de oliewinning uit teerzand. De winning van olie uit teerzand veroorzaakt behoorlijke milieuproblemen. Milieuproblemen kunnen tot financiële risico’s voor investeerders leiden, zoals de olieramp in de Golf van Mexico vorig jaar zomer duidelijk maakte.

Volgens onderzoek van RiskMetrics in opdracht van Ceres gaat ook de winning van olie uit teerzand gepaard met financiële risico’s voor de betrokken bedrijven, en daarmee voor de investeerders in deze bedrijven. Een onderzoek van RiskMetrics stelt dat de sector als geheel de kosten van herstel van milieuschade kan dragen. Voor de grote oliebedrijven (zoals Exxon en Shell) levert dat geen problemen op, maar het rapport van RiskMetrics stelt wel vraagtekens bij de impact op kleinere oliebedrijven die gespecialiseerd zijn in de winning van olie uit teerzand.

Dat is voor mij reden om het ABP weer eens een mail te sturen over hun beleggingsbeleid, aangezien ik verschillende bedrijven die genoemd worden tegen kom in het beleggingsoverzicht van het tweede kwartaal 2010 (het meest recente overzicht dat ik op de website van ABP tegenkom). Ik heb de standaardbrief van Milieudefensie wel wat aangepast. Ik vind duurzaamheid namelijk belangrijk, maar gezien de uitlatingen van ABP in het verleden en de discussie over de dekkingsgraad van ABP vermoed ik dat daar het financiële argument nog steeds belangrijker is.

U beheert het geld dat ik spaar voor mijn pensioen. Naar aanleiding van berichten in de media en onderzoeken van milieuorganisaties, maak ik mij zorgen over de toekomst van mijn pensioen. Ik wil niet dat mijn pensioengeld wordt belegd ten koste van mens en milieu.

Olieconcerns zijn op zoek naar nieuwe bronnen van olie. Denk daarbij aan olie uit de diepzee en teerzand. Dat kan grote gevolgen hebben voor het milieu, maar ook voor het financiële rendement van mijn pensioenbeleggingen. De olieamp in de Golf van Mexico heeft de koppeling tussen milieurisico’s en financiële risico’s zeer duidelijk gemaakt.

Financieel rendement
Uit een rapport in opdracht RiskMetrics Groupe in opdracht van Ceres blijkt dat de milieuschade door de exploitatie van teerzanden aanzienlijke financiële risico’s met zich meebrengt voor de betrokken oliebedrijven en daarmee voor de investeerders in deze bedrijven.

Acties als WijWillenZon van Urgenda en De Betere Wereld laten zien dat het nu al mogelijk is tegen concurerende tarieven over te schakelen op hernieuwbare energiebronnen.

Wat daarvoor vaakt ontbreekt zijn de financiële middelen. Helaas heb ik het ABP tot op heden niet kunnen betrappen op het steunen van dergelijke toekomstgerichte acties van burgers, waaronder ongetwijfeld ook veel van de deelnemers van het ABP.

Milieu-effect van teerzandwinning
De open dagmijn technieken die gehanteerd worden voor de winning van olie uit teerzand vergt veel energie en lijdt tot grote milieuschade. Niet alleen om klimaatemissies, maar het rapport van RiskMetrics wijst ook op mogelijke vervuiling van oppervlakte- en grondwater als gevolg van de winning en raffinage van teerzandolie.

Investeer in mijn toekomst!
Uit onderzoek is gebleken dat pensioenfondsen 0,3 procent van alle pensioengelden in teerzanden stoppen. Twee miljard euro, die voor mijn toekomst en die van mijn kinderen beter gestoken zouden kunnen worden in duurzame ontwikkelingen, zoals duurzame energie en energiebesparing.

Voor pensioenfondsen zijn projecten met een lange gegarandeerde opbrengst zoals windparken of zonne-energiecentrales een interessant beleggingsobject.

Voor olieconcerns zijn, gezien hun ervaring met grote projecten en hun relatief makkelijke toegang tot de kapitaalmarkt, de meer innovatieve megaprojecten zoals zonneparken in de Sahara uitermate geschikt.

Mijn verzoek

  • Stop uw beleggingen in olieconcerns die blijven kiezen voor nieuwe investeringen in onconventionele olie.
  • Vraag olieconcerns om fors in te zetten op duurzame energievormen.
  • Investeer mijn geld in duurzame (energie) projecten.

Gebruikte bronnen:

Update 9 januari: zie ook de reactie van ABP

De wisselwerking tussen klimaatbeleid en luchtkwaliteitsbeleid

Vanmorgen vond ik in de mailbox het nieuwste themanummer van de Science for Environment Policy nieuwsbrief. De nieuwsbrief is dit keer geheel gewijd aan de wisselwerking tussen klimaatemissies en luchtverontreinigende emissies. Interessante onderzoeken, maar een waarschuwing vooraf: lezen van onderstaande stuk uit de nieuwsbrief maakt het er niet makkelijker op. Klimaatbeleid en luchtkwaliteitsbeleid kunnen elkaar namelijk versterken, maar ook tegenwerken…

Continued reductions in air pollution and greenhouse gas (GHG) emissions are essential, as they pose serious threats to both people’s health and the environment across the world. Air quality and climate policies can provide mutual benefits: climate change mitigation actions can help reduce air pollution, and clean air measures can help reduce GHG emissions leading to reductions in global warming. There can also be trade-offs, if reducing a particular pollutant emission leads to additional atmospheric warming rather than cooling.

Furthermore, air pollution and climate change influence each other through complex interactions in the atmosphere. Increasing levels of GHGs alter the energy balance between the atmosphere and the Earth’s surface which, in turn, can lead to temperature changes that change the chemical composition of the atmosphere. Direct emissions of air pollutants (e.g. black carbon), or those formed from emissions such as sulfate and ozone, can also influence this energy balance. Thus, climate change and air pollution management have consequences for each other.

Given that emissions are linked to air quality and climate change, this thematic issue presents recent research that investigates the trade-offs and co-benefits that may be gained from reducing both long-lived GHGs, responsible for climate change, and air pollutants, responsible for adverse impacts on human health, ecosystems and the climate.

Although reducing particulate matter (PM) has clear health benefits, understanding the impact of this reduction on climate change is essential if mutual benefits for climate and health are to be delivered. The overall impacts of reductions are complex because PM is made up of many different chemical components with different physical properies, some of which lead to warming of temperatures (e.g. black carbon) by absorbing heat from the sun, whilst others (e.g. sulfates) bring about cooling effects by reflecting sunlight.

Several studies suggest that, in addition to health benefits, reducing black carbon sources would lead to cooling of global temperatures (see: ‘Reducing black carbon emissions benefits both climate and health’ download article (PDF)). On the other hand, other studies point out that reducing air pollution could worsen climate change in the short-term by contributing to an increase in global temperatures (see: ‘Do climate policies need a ‘pollution safety margin’?’ download article (PDF)). This is still an area of active research with many uncertainties to resolve.

Poor air quality is also caused by emissions of nitrogen oxides, methane and other volatile organic compounds that combine in the lower atmosphere to produce ozone. Ground-level ozone is a serious pollutant, which at high levels, damages human health and vegetation, including crop yields. In addition, ozone is a short-lived GHG contributing to climate change.

Changing environmental conditions, including rising temperatures caused by climate change, are expected to increase concentrations of ground-level ozone. Policies and management strategies to reduce ozone levels must be designed in light of evidence that there is a ‘climate penalty’ since increased temperatures make it more difficult to reach targets for ozone (and PM) in summertime. In particular, policies must incorporate evidence of how climate change is likely to affect different regions of Europe, if they are to be effective. The article, ‘How climate change could affect European ozone pollution’ download article (PDF), reports on research which suggests that climate change will lead to higher ozone levels across southern Europe this century.

The health costs of ozone pollution are likely to worsen under climate change. The impacts of climate change on air quality, ozone levels and ill-health are presented in ‘Climate impacts on air pollution could increase respiratory disease’ download article (PDF).

A reduction in pollutant emissions that produce ozone would not only improve public health but would also provide climate benefits. Integrating climate change and air quality policies would be the most effective approach.

One article, ‘Integrated climate change and air pollution strategies: a winning combination’ download article (PDF), compares the costs and benefits of implementing reductions in local air pollution and climate change actions separately or in combination. The message, again, is that simultaneous achievements in welfare and climate change are possible when decision-makers integrate both sets of policies.

Designing policies to combat future climate change is complicated by the many uncertainties associated with predicting the complex interactions governing long-term changes in climate and air pollutants. A recent study, detailed in ‘Unravelling the complex chemistry of the atmosphere’ download article (PDF), has reviewed progress in understanding the interactions between atmospheric chemical composition and climate. Continued and improved networks of measurements that provide long-term data are essential to gain a more robust understanding about past and present changes in concentrations of air pollutants and GHGs.

Such networks include surface, aircraft and satellite monitoring. Aircraft experiments combined with analysis using numerical models have proved to be particularly useful in advancing our knowledge about key chemical and physical processes in the atmosphere. There is also a clear need for improved emission inventories that track changing sources of air pollutants and GHGs over a wide range of locations and from year to year.

Ongoing research can provide opportunities for decision makers to choose policies that not only reduce GHGs but improve air quality and meet health goals.

Meer onderzoeken en artikelen vind je op de Science for Environment Policy website.