Stadsverwarming: financiële donderwolk boven de Randstad

In het Klimaatakkoord is een belangrijke rol weggelegd voor stadsverwarming. Afgelopen jaar zijn er echter verschillende berichten naar buiten gekomen die grote problemen laten zien bij warmtebedrijven. De Rekenkamer Nijmegen was begin dit jaar kritisch over de totstandkoming van het warmtenet in de wijk Nijmegen-Noord. In Rotterdam was de rekenkamer ook kritisch over de plannen voor een leiding naar Leiden en bericht de NRC al een paar weken over de oplopende tegenvallers bij het Warmtebedrijf Rotterdam, waarvoor de gemeente en provincie garant staan. Het Afval Energie Bedrijf (AEB) in Amsterdam, waar de tegenvaller voor de gemeente volgens de Telegraaf op kan lopen tot een half miljard Euro, is voorlopig gered met een kapitaalinjectie van 16 miljoen Euro door gemeente en een consortium van banken.

Verwarmen met restwarmte

Op papier klinkt het altijd mooi: waarom huizen en gebouwen verwarmen met aardgas, als het ook kan met restwarmte van de industrie, elektriciteitscentrales of afvalcentrales? In de praktijk lopen bewoners, bestuurders en gemeenteraadsleden met regelmaat tegen problemen op. Een van de standaardproblemen doet zich voor bij bewoners en heeft zijn achtergrond in de regelgeving. Op papier mogen de kosten voor stadsverwarming niet hoger zijn dan de kosten van verwarmen met aardgas, in de praktijk hebben er altijd behoorlijk wat gaten in de regelgeving gezeten.

De belangrijkste en makkelijkste weg om de afzet van warmte te verhogen en de kosten voor de bewoner op te schroeven is dat aansluiting aaneen warmtenet meetelt bij het bepalen van de energiezuinigheid van een huis. Daardoor is er minder isolatie nodig om op papier even energiezuinig te zijn als een woning die met aardgas wordt verwarmd. De warmtevraag van een woning met stadswarmte ligt dan wel hoger dan een woning met aardgas die op papier dezelfde energiezuinigheid heeft. Het verschil kan in de loop van de jaren behoorlijk in de papieren lopen ten nadele van de afnemer van stadswarmte.

Doordat de prijs van warmte gekoppeld is aan de prijs van aardgas en de energiebelasting op aardgas al een aantal jaren stapsgewijs oploopt loopt ook de energierekening stapsgewijs op. Vereniging Eigen Huis schat in dat huishoudens met blok- of stadsverwarming door deze koppeling in 2019 gemiddeld €164 meer dan in 2018 betalen voor de levering van warmte. Er liggen al jaren plannen om de koppeling tussen de gasprijs en stadswarmte te schrappen, tot op heden zijn die niet uitgevoerd. Warmteleveranciers mogen ook lagere tarieven rekenen dan de maximumtarieven die de Autoriteit Consument en Markt (ACM) stelt.

Nijmegen

In Nijmegen werd al in 1996 besloten dat de nieuwe wijk Waalsprong gasloos zou worden. Aanvankelijk werd gekozen voor een zogeheten hybride warmtenet om te komen tot een duurzame warmtevoorziening in de Waalsprong. Maar op onnavolgbare wijze werd in 2011 gekozen voor een traditioneel middentemperatuurnet. De raad is over dat besluit van het college pas achteraf geïnformeerd en is daardoor volgens de Rekenkamer Nijmegen onvoldoende in de gelegenheid gesteld zijn controlerende en kaderstellende rol te vervullen. De Rekenkamer Nijmegen noemde de totstandkoming van het warmtenet in de wijk Nijmegen-Noord eind vorig jaar:

Inconsistent, niet transparant, en daardoor onnavolgbaar en niet controleerbaar.

De gemeente Nijmegen is ook onvoldoende in staat geweest strategische belangen te borgen. Waardoor de gemeente sterk afhankelijk geworden van Nuon, ook voor de energietransitie in de bestaande stad.  Zo blijkt dat de raad in 2012 niet is gekend in de keuze in te zetten op ondertekening van een  contract met Nuon, waarin een aansluitplicht op het warmtenet in de Waalsprong en het Waalfront werd vastgelegd. Voor inwoners van de Waalsprong is het daardoor nauwelijks mogelijk voor een  andere oplossing te kiezen bij de bouw of verbouw (verduurzaming) van hun woning. Al heeft Nuon de afsluitboete voor bewoners inmiddels geschrapt, toch klaagden bewoners eerder dit jaar tegen Omroep Gelderland nog over de hoge stookkosten en de over het gebrek aan alternatieven:

Die warmtewisselaar van de Nuon is heel klein, die past in de meterkast. Een warmtepomp past daar niet in. Ook verwarming met bijvoorbeeld waterstof is volgens hem onmogelijk omdat er in Nijmegen Noord geen gasleidingen zijn aangelegd die (met aanpassingen) waterstof zouden kunnen aanvoeren naar de woningen

De Rekenkamer Nijmegen stelt ook dat er geen duidelijkheid is over hoe duurzaam het warmtenet in de praktijk is. Er zijn namelijk geen transparante berekeningen van de CO2-reductie die met het warmtenet gerealiseerd wordt. Ook is niet bekend in welke mate het warmtenet bijdraagt aan het doel Nijmegen energieneutraal in 2045. Voorafgaand aan de aanleg werd aangegeven dat die daar een belangrijke bijdrage aan zou leveren.

Rotterdam

De provincie Zuid-Holland heeft grootse plannen met warmte. Al jaren wordt door het bureau Warmte Koude Zuid-Holland gewerkt aan de warmterotonde. Eerder waren er tegenvallers doordat de kolencentrales na grote maatschappelijke druk niet aangesloten mochten worden op de warmterotonde, onder andere de raad van Den Haag en de Tweede Kamer keerde zich hier tegen.

Een ander kwakkelend onderdeel van de plannen om tot een warmterotonde te komen is het Warmtebedrijf Rotterdam. Waar al jaren geld bij moet vanuit de gemeente, NRC spreekt over 80 tot 200 miljoen euro sinds de oprichting in 2006. Eerder dit jaar toonde de Rekenkamer Rotterdam zich kritisch over de plannen van Warmtebedrijf Rotterdam voor een transportleiding naar Leiden om de levering van warmte aan Nuon over te nemen van de huidige warmteleverancier Uniper. De Rekenkamer Rotterdam vond dat het Rotterdams college eerlijk moest zijn zijn over de financiële risico’s die deze uitbreiding van het warmtenet met zich meebrengt. Die tekortkomingen staan niet duidelijk genoeg in de risicoanalyse, stelt de Rekenkamer Rotterdam. De risicoanalyse kreeg van de Rotterdamse Rekenkamer een onvoldoende. Ook twijfelde de Rekenkamer Rotterdam over de juistheid van de voorgespiegelde CO2 reductie. De gemeente gaat uit van 60-70 kiloton minder CO2 uitstoot. De Rekenkamer komt niet verder 45 kiloton. Ook constateerde de Rekenkamer Rotterdam dat het realiseren van meer aansluitingen op het warmtenet in Rotterdam in plaats van de leiding naar Leiden verhoudingsgewijs lokaal meer emissies van broeikasgassen en stikstofoxiden worden vermeden, tegen fors minder kosten en met minder risico’s.  Wat ook beter bijdraagt aan het publieke belang van de Rotterdamse deelneming in Warmtebedrijf Rotterdam.  WBR en de gemeente zijn echter juridisch gebonden aan uitbreiding naar Leiden.

De raad van Rotterdam stemde begin februari in met de uitbreiding naar Leiden die 118 miljoen Euro moest kosten, ondanks deze waarschuwing van de Rotterdamse Rekenkamer. Daarbij speelde mee dat het Warmtebedrijf Rotterdam zich heeft verplicht om vanaf 1 januari 2020 warmte te leveren aan Nuon in Leiden en dat later beslissen er toe zou leiden dat de leiding niet meer dit jaar aangelegd zou kunnen worden. Inmiddels is duidelijk dat de aanleg van de warmteleiding vertraagd is en dat de aandeelhouders van het Warmtebedrijf Rotterdam, in casus de Provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam, volledig verantwoordelijk zijn voor de schade die dit Nuon oplevert.

Het Warmtebedrijf Rotterdam is in 2006 opgericht door het Havenbedrijf Rotterdam en de gemeente Rotterdam. Curieus daarbij is dat de gemeente voor 30% aandeelhouder is in Eneco, de grootste regionale concurrent van het Warmtebedrijf Rotterdam. Eneco legde een aantal jaren geleden zelf een leiding over noord aan, waardoor het Warmtebedrijf Rotterdam een belangrijk deel van de lokale markt kwijt raakte aan een ander gemeentelijk bedrijf.

Het Warmtebedrijf Rotterdam heeft lokaal nooit voldoende afnemers gevonden voor de warmte die het verplicht inkoopt bij afvalverbrander AVR – een deal die de gemeente voor het Warmtebedrijf sloot. Regelmatig is gesuggereerd door wethouders en bedrijfsleiding dat een rendabele toekomst voor het Warmtebedrijf dichtbij was, terwijl het van crisis naar crisis zwalkte. In 2016 en 2017 ontwikkelen de gemeente Rotterdam en de Provincie Zuid-Holalnd samen een reddingsplan. De oplossing voor de financiële nood van het Warmtebedrijf, zo denkt wethouder Adriaan Visser (D66), ligt in Leiden. Nuon levert daar warm water aan zo’n 13.000 Leidse huizen en 200 bedrijven. Het contract van Nuon met warmteleverancier Uniper loopt in 2020 af. Als het Warmtebedrijf (WBR) de positie van Uniper kan innemen, heeft het eindelijk afnemers voor de overtollige warmte die het al jaren verplicht inkoopt bij AVR.

Om het water in Leiden te krijgen, is naar schatting maximaal 140 miljoen euro nodig. Het probleem van het Warmtebedrijf ziet er voor de Zuid-Hollandse gedeputeerde Han Weber uit als een oplossing: restwarmte van de Rotterdamse industrie gebruiken om het gasverbruik bij huishoudens en bedrijven te verlagen. In het coalitieakkoord van 2015 heeft D66 100 miljoen euro binnengehaald voor de ontwikkeling van duurzame energie. Een prachtig resultaat, waar de leiding naar Leiden prima in past als onderdeel van de warmterotonde.

Inmiddels is de aanleg minimaal twee jaar vertraagd en mag de gemeenteraad van Rotterdam zich na het reces buigen over het zoveelste reddingsplan voor het Warmtebedrijf Rotterdam.

Amsterdam

In Amsterdam is een van de warmtebronnen voor stadswarmte het Afval Energie Bedrijf (AEB). Het AEB verwerkt en verbrand niet alleen afval, maar levert ook warmte aan zo’n 35.000 huishoudens en is met Nuon eigenaar van Westpoort Warmte. Westpoort Warmte bezit het warmtenet in Amsterdam Noord en Nieuw-West. Vorig jaar concludeerde de Amsterdamse Rekenkamer dat de gemeente financiële en juridische risico’s loopt door de rommelige wijze waarop Westpoort Warmte gegroeid is. De uitbreiding van stadsverwarming naar nieuwe buurten onderhands gegund aan Westpoort Warmte. De Rekenkamer vraagt zich af of dat wel strookt met Europese staatssteun- en aanbestedingsregels. Als concurrenten van Nuon en AEB zich daardoor gedupeerd voelen, loopt de gemeente juridische risico’s. De gemeente Amsterdam heeft afvalenergiebedrijf AEB in de tussentijd verzelfstandigd. Als enige aandeelhouder van AEB heeft de gemeente geen directe zeggenschap meer over Westpoort Warmte. Maar zonder dat de gemeente beschikt over afvalovens of andere warmtebronnen staat de gemeente nog wel garant voor de levering van warmte voor tienduizenden huishoudens door Westpoort Warmte. Dat kan de gemeente in verlegenheid brengen als de afvalverbrandingsovens van AEB stukgaan.

En laat dat nou net gebeurd zijn. Momenteel liggen 4 van de 6 verbrandingsovens op last van de Omgevingsdienst Noorzeekanaalgebied stil. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied vond dat de installaties van AEB een groot risico opleverden voor medewerkers en omgeving. Het kan negen maanden duren voor alle ovens weer werken, zegt AEB.

Eerder dit jaar maakte Vattenfall/Nuon en AEB bekend dat ze 400 miljoen Euro wilde investeren om hun warmtenetten in Amsterdam onderling te verbinden. De bedoeling was om overtollige warmte van AEB te kunnen leveren aan het verzorgingsgebied van Nuon. Voorlopig heeft AEB door het stilleggen van 4 van de 6 verbrandingslijnen een te kort aan warmte. Volgens Het Parool wordt al gewerkt aan het bijplaatsen van dieselaggregaten om het te kort aan warmte vanaf september op te kunnen vangen. Bij besluitvorming over het warmtebedrijf heeft de gemeenteraad volgens de Amsterdamse Rekenkamer helemaal het nakijken. Bij besluiten over nieuwe investeringen in uitbreiding van het warmtenet wordt de gemeenteraad wel betrokken, maar belangrijke risico’s zijn volgens de Rekenkamer niet met de raad gedeeld.

De Telegraaf berichtte enige weken geleden dat het AEB op omvallen zou staan. De technische staat van de verbrandingsovens en stoomturbines is om te huilen en levensgevaarlijk om mee te werken. Daarnaast gaat iedere minuut minstens tien keer het alarm in de fabriek af wegens storingen en een groot deel van de werknemers is onbekwaam.

Over de gehele linie zijn de systemen niet robuust genoeg en het controlesysteem bevat vele componenten die verouderd zijn en niet meer kunnen worden vervangen. Ook is er een overload aan alarmen die het systeem genereert en die medewerkers niet meer kunnen overzien. Het aantal alarmen per uur is een veelvoud van waar menselijkerwijs op kan worden geacteerd”,

schreef de nieuwe directie van AEB in een brandbrief aan de gemeente.

De Vereniging Afvalbedrijven heeft ook een brandbrief aan de gemeente Amsterdam, de eigenaar van AEB, geschreven over de risico’s voor de inzameling van afval in Nederland door de problemen bij de Amsterdamse afvalverwerker AEB. Andere afvalbedrijven kunnen de problemen wel tijdelijk oplossen, maar dan moet AEB de extra kosten betalen. Het gaat dan om de kosten voor het transport van het afval naar andere afvalverbrandingsinstallaties en voor de kosten om importcontracten voor buitenlands afval af te kopen. En omdat AEB zelf geen geld heeft, moet de gemeente, als eigenaar, de portemonnee trekken. De totale kosten voor de gemeente Amsterdam lopen daarmee nog hoger op.

De AEB verwerkt enkel nog huisvuil uit de gemeente Amsterdam en omliggende gemeenten. Andere klanten die hun vuil in het Westelijk Havengebied laten verbranden, kunnen er voorlopig niet terecht. Zij moeten uitwijken naar elders. AEB heeft op zich genomen de financiële gevolgen te dragen. Alleen heeft AEB geen geld meer. Bovendien raken de opslagbuffers voor afval elders in Nederland vol, waardoor het opgehaalde afval nergens meer heen kan. Wanneer de buffers vol zijn kan ook het ophalen van afval in andere plaatsen in Nederland gaan stagneren.

Voorlopig lijkt het AEB gered door een kapitaalinjectie van 16 miljoen Euro door een consortium van banken, waarvan 6 miljoen gegarandeerd door de gemeente. Het bankenconsortium betreft banken die al leningen bij AEB hebben uitstaan. Dat verkleint voorlopig het risico dat banken waar AEB leningen van ruim 200 miljoen heeft uitstaan, waaronder ING, ABN Amro, Deutsche Bank en BNG Bank, zich terugtrekken. In dat geval zal er in totaal 350 miljoen euro van de gemeente nodig zijn. Accountantsorganisatie KPMG berekende bovendien dat de gemeente als eigenaar van de fabriek het eigen vermogen van AEB (145 miljoen euro) en een lening (108 miljoen euro) volledig moet afschrijven. De totale strop voor Amsterdam zou daarmee uitkomen op ruim een half miljard euro. Hoewel het

De gemeente Amsterdam heeft ook een crisisteam ingesteld dat plannen uitwerkt om het ophalen en de verwerking van Amsterdams huishoudelijk afval en de warmtelevering van 35.000 huishoudens in Amsterdam op korte én lange termijn te garanderen. De gemeente laat daarnaast een extern onderzoek uitvoeren naar de oorzaken en achtergronden van de ontstane situatie bij AEB. Buiten dat is de Rekenkamer Amsterdam kritisch op de informatievoorziening aan de raad en over de nagestreefde duurzaamheidsdoelen. Deze zijn naar mening van de Rekenkamer Amsterdam niet scherp gedefinieerd. Zo is onduidelijk hoe de gemeente de doelstellingen voor bv. CO2 reductie wil meten. Hetzelfde geldt voor doelstellingen als betaalbaarheid van de warmtevoorziening.

Conclusie

Ondanks de mooie plannen kan geconstateerd worden dat stadsverwarming in de praktijk weerbarstig is. Zowel de kosten voor bewoners kunnen tegenvallen, als de risico’s die gemeenten lopen bij hun plannen om een warmtebedrijf op te richten. Met name Rotterdam en Amsterdam lopen grote financiële risico’s, terwijl dit ook steden zijn met grootse plannen om hun warmtenetten verder uit te breiden. Dat roept de vraag op hoeveel politiek wensdenken er in de kostencalculatie en het CO2 effect van het klimaatakkoord zit voor het op warmtenetten aansluiten van bestaande woonwijken. Daarbij is democratische controle op de besluitvorming lastig, omdat veel informatie het stempel bedrijfsgeheim of vertrouwelijk krijgen. De Rekenkamers van Nijmegen, Rotterdam en Amsterdam constateren alle drie dat de raad door deze gebrekkige informatievoorziening haar controlerende en kaderstellende rol onvoldoende kan vervullen. Inmiddels denkt de gemeente Nijmegen ook over het oprichten van een eigen warmtebedrijf. Het is te hopen dat ze daarbij niet dezelfde vergissingen maken als Amsterdam en Rotterdam. Hetzelfde geldt voor de vele andere gemeenten die overwegen om een warmtebedrijf op te starten als middel om een aardgasvrije gebouwde omgeving te bereiken.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Windenergie vs zonne energie. Deel 2

Ga ik zonnepanelen op ons eigen dak, investeren in een volkszonnetuintje of handelen in wind. Dat is een van de vragen die ik mijzelf heb gesteld de afgelopen maanden. Elke optie heeft z’n voors en tegens. De opties roepen ook hun eigen geharnaste misverstanden op. Zo bestaat zelfs bij het wetenschappelijk bureau van GroenLinks het idee dat windenergie niet voor Jan Modaal is weggelegd. Daarom nog maar een keer een vergelijking van de verschillende opties op diverse aspecten, zoals ik die zelf heb gehanteerd bij de keuze voor Winddelen van De Windcentrale. Dit keer de focus op de financiële en fiscale kant van het verhaal, in het vorige deel ben ik al ingegaan op de nadelen met betrekking tot milieu, natuur en sociale aspecten.

Verschillende vormen van coöperaties

Bij een ‘traditionele’ windcoöperatie (zoals De Windvogel, waar wij zelf lid van zijn) kun je voor weinig geld lid worden (eenmalig € 50). De leden zijn via de coöperatieve vereniging eigenaar van de windmolens. Als lid kun je geld uitlenen aan de coöperatie om de windmolens te financieren, hierover ontvang je rente. Daarnaast kun je bij De Windvogel er voor kiezen om zelf stroom af te nemen bij de coöperatie. Er is geen verband tussen de hoeveelheid elektriciteit die je afneemt en het bedrag dat je uitleent aan de coöperatie, wel is de hoeveelheid elektriciteit die je kunt afnemen gemaximeerd op 3.500 kWh.

De Windcentrale, Zonnepark Nederland in Nijmegen en SolarGreenPoint hebben een ander model gekozen. Bij Zonnepark Nederland en SolarGreenPoint koop je een zonnepaneel op een publiek dak. De energieopbrengst van dat paneel is de komende 25 jaar voor jou. Bij SolarGreenPoint zijn nog geen definitieve gegevens te vinden. Bij Zon op Nijmegen bedraagt de investering € 500 per zonnepaneel met een gemiddelde opbrengst van 197 kWh per jaar. Daar komt nog € 15 per jaar onderhoudskosten bovenop.

De Windcentrale verdeelt de opbrengst van haar windmolens in Winddelen van elk 500 kWh per jaar. Deze biedt ze aan voor € 345 per stuk, daar komt nog € 15 onderhoudskosten per jaar bovenop. De opbrengst kan per jaar iets fluctueren afhankelijk van de hoeveelheid wind. De windmolens gaan naar verwachting nog 16 jaar mee.

Financiële vergelijking verschillende opties

In onderstaande tabellen vergelijk ik de verschillende mogelijkheden om je eigen elektriciteit op te wekken. Tabel 1 is meer kwalitatief en toont de benodigde investering en jaarlijkse kosten. Tabel 2 vergelijkt de prijs per kiloWattuur voor de verschillende mogelijkheden.

Tabel 1. Beoordelingsmatrix

Aspect Winddeel (Windcentrale) Windcoöperatie (Windvogel) Zonnepanelen (eigen dak) Zondeel (Zonnepark Nederland)
Uitbetaling In kWh Rente op lening In kWh In kWh
Energiebelasting over opgewekte elektriciteit Ja a Ja b Nee Nee c
Omzetbelasting over opgewekte elektriciteit Nee Onbekend Nee Onbekend
Onderhoud/storing Regelt coöperatie Regelt coöperatie Zelf regelen Regelt coöperatie
Investering d € 2.415 n.v.t. € 6.990e € 8.000
Lidmaatschap Inbegrepen € 50 n.v.t. Inbegrepen
Jaarlijkse kosten € 15/winddeel n.v.t. Geen € 15/zondeel
Terugverdientijd 8 jaar n.v.t. 5-11 jaar 11 jaar
Levensduur min. 16 jaar n.v.t. 20-25 jaar 25 jaar

a) De Windcentrale draagt over opgewekte energie van de Winddelen energiebelasting af. Al zijn ze voorstander van het afschaffen daarvan.
b) De Windvogel is gestopt met afdracht van energiebelasting, maar de Belastingdienst is inmiddels een rechtszaak begonnen tegen De Windvogel. Tot die tijd verlaagt De Windvogel de tarieven voor afnemers van de elektriciteit niet, maar stopt het geld in een aparte pot in afwachting van de uitspraak van de rechtbank.
c) Zon op Nijmegen stelt bij de Zondelen gebruik te maken van de ruimte die de wet biedt om geen energiebelasting te betalen over zelfopgewekte duurzame energie voor de meter. De gemeente Nijmegen staat de eerste jaren garant voor het geval dat een onjuiste interpretatie is.
d) Uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh
e) Uitgaande van een installatie van 3,9 kWp, prijs bepaald met behulp van Compare my Solar www.CompareMySolar.nl

Tabel 2: tariefopbouw per initiatief

Initiatief Kostprijsa Energiebelasting Omzetbelasting Totaal prijs
GreenChoice b 5,80 11,40 5,80 20,47
Windcentrale 7,74 11,40 2,17 21,31
Windvogel (1) c 7,71 11,40 3,63 22,74
Windvogel (2) d 12-18 0 0 12-18
Zon op Nijmegen e 17,8 0 0 17,80
Zon pv (1) f 8 0 0 8
Zon pv (2) g 13,2 0 0 13,2

a) Kostprijzen zijn nagerekend op basis van gegevens van de websites van de aanbieders en is inclusief de jaarlijkse bijdrage per winddeel en zondeel.
b) actietarief Greenchoice op Gaslicht.com d.d. 7 augustus 2012.
c) Tarieven Windvogel 1 op basis van document zelflevering
d) Tarief Windvogel 2 op basis van document zelflevering. Kostprijs is 7-12 cent, daarbovenop stelt De Windvogel 5 Eurocent voor overhead.
e) Uitgaande van toewijzing van het recht op zelflevering, wanneer dit niet wordt toegestaan daalt het rendement. De gemeente Nijmegen staat garant voor de eerste 2 jaar energiebelasting. Inmiddels is wel duidelijk dat het slagen van het zelfleveringsconcept van Zon op Nederland afhangt van goedkeuring door de belastingdienst. Wat dat betreft kan Zon op Nederland zich aansluiten bij de rechtszaak van De Windvogel en de belastingdienst.
f)  Op basis berekeningen Vincent Dekker
g) Op basis berekeningen Zonnestroomnl.nl april 2012. Systeemgrootte 2,5 kWp, rentevoet 3%.

Update 20 september: Zelf rekenen, zie hier.

Ontwikkelingen om rekening mee te houden

Er zijn een paar ontwikkelingen om rekening mee te houden op gebied van regelgeving. Het gaat daarbij om:

  1. Verandering van het energiebelastingtarief. Hoe hoger dat tarief wordt, hoe interessanter het wordt om te kiezen voor zonnepanelen op eigen dak. Bij die optie heb je daar tenslotte geen last van.
  2. Verandering van het btw tarief voor energie. Hoe hoger dat tarief wordt, hoe interessanter het wordt om te kiezen voor zonnepanelen op eigen dak. Bij die optie heb je daar tenslotte geen last van.
  3. Meer mogelijkheden voor zelflevering voor de meter. Als dat mogelijk wordt wordt het interessanter om met je buurt of stad samen te investeren in je eigen duurzame energie opwekking.
  4. Verandering van de salderingsregels voor eigen energieopwekking. Er zijn grofweg 2 stromingen. De eerste vind de huidige salderingsregels een vorm van subsidie en wil deze aanpassen. Daarbij gaat het met name om een vergoeding voor de programmaverantwoordelijkheid die elektriciteitsbedrijven dragen. Dat wil zeggen dat ze je ook stroom leveren als je zonnepanelen of windmolen niet werken en de elektriciteit die je tijdelijk te veel hebt afnemen. De andere kant wil juist de huidige limiet van 5.000 kWh ophogen.
  5. Binnen Europa wordt al een tijdje gesproken over herziening van de energiebelasting, waarbij het de bedoeling is om minimumtarieven in te stellen op basis van de energie-inhoud en CO2 inhoud van een energiebron. Invoer daarvan kan gunstig zijn voor wind en zonne-energie.

De komende verkiezingen kunnen een groot verschil maken, zeker voor duurzame energie en zelflevering. Een overzicht van de standpunten op gebied van duurzame energie vind je hier, een breder overzicht van standpunten op gebied van duurzaam ondernemen vind je bij de Groene Zaak.

Conclusie

Zoals je in tabel 1 kunt zien is het investeren in eigen opwekking van windenergie de meest haalbare voor Jan Modaal. Het vergt het minste kapitaal. Bij De Windvogel is enkel een eenmalig lidmaatschapsgeld van € 50 verschuldigd. Je houdt dan natuurlijk de kans op jaarlijkse stijgingen van de energieprijs als de leden/investeerders stemmen voor een hoger rendement op hun ingelegde geld.

Bij De Windcentrale krijg je met een investering van € 345 de komende jaren 500 kWh per jaar en je bent voordeliger uit ongeacht de uitkomst van de discussie over zelflevering voor de meter. Zonne-energie vergt een hogere investering voor minder kWh per jaar. Of je het nu doet op je eigen dak of dat je gokt op de mogelijkheid van zelflevering voor de meter. In beide gevallen is de benodigde investering aanzienlijk hoger.

Onze keuze

Als je bovenstaande hebt gelezen zal het je niet verbazen dat we ervoor hebben gekozen om 2 winddelen te kopen i.p.v. te investeren in zonne-energie. Met 2 winddelen wekken we op jaarbasis ongeveer 1.000 kWh op, dat is ongeveer 1/3 van ons elektriciteitsverbruik. We hadden 5 winddelen kunnen kopen. Vooralsnog doen we dat niet. De charme van De Windcentrale is namelijk de 1 op 1 relatie met de windmolen. Daarmee krijg je draagvlak onder de omwonenden, alleen wonen we niet in Delfzijl maar in Schiedam. Zodra er een windcentrale in onze regio komt zullen we dus winddelen bij kopen.

Van zelflevering naar duurzame energiebaten

Na het afsluiten van het Lenteakkoord is wel weer duidelijk geworden dat mooie plannen van politici makkelijk kunnen stranden in de angst voor verlies aan energiebelasting van ambtenaren. Daarom wordt de btw op zonnepanelen niet verlaagd en komen er slechts pilots met zelflevering van elektriciteit. Waarmee Nederland respectievelijk terug gaat naar de oude SDE situatie waarin het installeren van zonne-energie niet eens als seizoensarbeid aangemerkt kan worden en de pilot van Eneco en De Windvogel van een paar jaar weer dunnetjes overgedaan gaat worden.

In een artikel in de NRC verwoord Liesbeth van Tongeren een aantal angsten van de ambtenaren van Financiën. De belangrijkste lijkt te zijn dat de btw verlaging een open einde regeling is, waarbij je niet weet hoeveel mensen er gebruik van gaan maken. Wat ook maakt dat het lastig is om het budgettair effect in te schatten. Alsof de energiebelasting bij de huidige tarieven en de doorgaande prijsdalingen voor duurzame energie nog een lang leven beschoren is op de particuliere woningmarkt? En dan hebben we het nog niet over de administratieve hel die uitbreekt als particulieren hun elektrische of plugin hybride auto in de toekomst als buffer gaan gebruiken… Het wegvallen van de opbrengst van energiebelasting lijkt ook de belangrijkste drijfveer achter de weerstand tegen “zonnetuintjes” of andere vormen van zelflevering. Liesbeth van Tongeren geeft aan er een warm voorstander van te zijn, daarom hieronder nogmaals de doorrekening van het alternatief voor de huidige energiebelasting: duurzame energiebaten.

De probleemstelling

Wanneer we zoals GroenLinks bij monde van Liesbeth van Tongeren uitgaan van particulieren hebben we het over een verlies aan inkomsten voor de belastingdienst van ongeveer € 0,15 per kWh (Energiebelasting € 0,1140, BTW: € 0,0364).

In de huidige situatie maakt het uit waar of je voor of achter je meter elektriciteit opwekt. Heb je een geschikt dak dan vergelijk je de kosten van het zelf opwekken van elektriciteit met de prijs inclusief energiebelasting en btw die je betaalt aan je energiebedrijf. Het goedkoopste tarief dat ik vandaag kon vinden op Gaslicht.com was Greenchoice 1 jaar vast met een kostprijs van € 0,2278 per kWh, daarvan is € 0,0774 bestemd voor Greenchoice.

Als je in de huidige situatie een zonnetuintje wil beginnen vergelijk je de kosten daarvan met € 0,0774, want je moet energiebelasting en btw betalen. Bij een kostprijs van € 0,08 per kWh ben je dus een dief van je eigen portemonnee totdat de energieprijs stijgt. Het risico ligt bovendien volledig bij de particuliere investeerders.

Wat we dus zoeken is een alternatief systeem dat (een deel) van de vijftien Eurocent die Financiën ontvangt per kWh terugverdient voor de Nederlandse staat en bij voorkeur tegelijkertijd particulieren die investeren in een zonnetuintje, gezamenlijke windmolen of biovergister zekerheid biedt over de kostprijs.

Een mogelijk alternatief: Duurzame energiebaten

Duurzame energiebaten kunnen zo’n alternatief zijn. De opzet is gelijk met de opzet van de aardgasbaten: de Nederlandse staat investeert tot 40% risicodragend in duurzame energieprojecten en ontvangt daarvoor 40% van de opbrengsten, ook mag voor deze projecten geen SDE+ aangevraagd worden. Als het inkomstenverlies voor de rekenmeesters van Financiën te groot is kan het verkleind worden door een verlaagd energiebelastingtarief in te voeren voor duurzame energie, zoals dat bij de BPM ook bestaat voor energiezuinige auto’s.

Het vehikel om de investering te doen bestaat al en heet Energie Beheer Nederland. Een 100% dochter van de Nederlandse staat, ondergebracht bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Een alternatieve mogelijkheid is om de financiering te regelen via een staatsdeelneming in de onlangs door Holland Financial Center voorgestelde Groene Investeringsmaatschappij.

Rekenvoorbeeld 1: Windbaten

De energieopbrengst en het aantal windmolens in het rekenvoorbeeld zijn aangepast n.a.v. tweet Pauline Westendorpdie op fout wees. De betreffende fout heeft geen effect op onderstaande berekeningen.

In het laatste nummer van 2011 van het tijdschrift Milieu (van de Vereniging voor Milieuprofessionals) stond een artikel van Geert Bosch over de kosten van windenergie. Hij rekende voor dat een windmolen een windpark met 5 windmolens van 3 MW een investering vergt van 22,5 miljoen Euro en jaarlijks gemiddeld 23.000.000 33.000.000 kWh elektriciteit levert. De kostprijs bedraagt volgens Geert Bosch 9,6 Eurocent/kWh, dat is wat hoger dan de kostprijs waar ik bij De Windcentrale op uitkwam. De subsidie bedraagt 3,6 Eurocent per kWh volgens Geert Bosch.

Bedragen in Eurocent/kWh Huidig Windbaten Windbaten met laag EB
Kostprijs energie 7,74 9,60 9,60
Energiebelasting (EB) 11,40 0,00 5,00
BTW 3,64 0,00 0,00
Subsidie windenergie -3,60 0,00 0,00
Windbaten
5,27 5,27
Saldo overheid 11,44 5,27 10,27
Verschil met huidig
6,16 1,16
Kostprijs consument 22,78 14,87 19,87
Verschil met huidig
7,91 2,91

Zoals je ziet ‘verliest’ de overheid bij de invoer van windbaten 6,168 Eurocent per kWh, terwijl de particulier er 7,9 Eurocent per kWh op vooruitgaat. Op jaarbasis bespaart de particulier op deze manier ruim Euro 270 op z’n energierekening (uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh). Als de overheid 5 Eurocent energiebelasting instelt resteert een verlies van 1,168 Eurocent per kWh voor de overheid, terwijl de particulier 2,9 Eurocent minder voor z’n elektriciteit betaalt. Voor de particulier resteert dan een daling van de energierekening van ongeveer Euro 100.

In bovenstaande berekening is met een aantal zaken geen rekening gehouden:

  • kapitaalkosten voor de overheid;
  • de vermindering in kosten voor de overheid door het wegvallen van de mogelijkheid tot subsidie;
  • werkgelegenheidseffect;
  • mogelijke verandering in draagvlak (en daarmee proceskosten) en gedrag als mensen zelf voordeel hebben van windenergie, of er zelfs eigenaar van worden.

Rekenvoorbeeld 2: Zonnebaten voor de meter

Sterk in opkomst zijn momenteel de projecten waarbij gewerkt wordt aan zonnetuintjes. Bijvoorbeeld in Nijmegen (Zonnepark Nederland) en Amsterdam. Stel nu dat we de duurzame energiebaten invoeren voor collectieve zonnestroomprojecten, zoals in Nijmegen. Dan zie je de uitkomst per kWh hieronder (gebaseerd op het rekenvoorbeeld van Zonnepark Nijmegen).

Bedragen in Eurocent/kWh Huidig Zonnebaten Zonnebaten met laag EB
Kostprijs energie 7,74 17,80 17,80
Energiebelasting (EB) 11,40 0,00 5,00
BTW 3,64 0,00 0,00
Subsidie zonne-energie -7,00 0,00 0,00
Zonnebaten
1,99 1,99
Saldo overheid 8,04 1,99 6,99
Verschil met huidig
6,04 1,04
Kostprijs consument 22,78 19,79 24,79
Verschil met huidig
2,99 -2,01

Voor projecten die voor SDE+ in aanmerking komen gaat de overheid er 6 cent op achteruit, gelijk aan windenergie. Als het gaat om projecten die momenteel zonder subsidie van de grond komen gaat de overheid er per saldo 13 cent op achteruit. De particulier gaat er bij het systeem van zonnebaten 3 Eurocent op vooruit. Dat is minder dan bij windenergie. Op jaarbasis kost zonne-energie de particulier 170 Euro meer dan windenergie (uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh), maar de particulier bespaart nog steeds ruim 100 Euro op z’n energierekening.

Rekenvoorbeeld 3: Zonnebaten achter de meter

Het aantal particulieren dat investeert in zonnepanelen op het eigen dak (als ze dat kunnen) is ook sterk groeiende (al is er een tijdelijke hickup door de komende subsidieregeling). Al deze mensen leveren de belastingdienst een derving van vijftien Eurocent per kilowattuur zelf opgewekte elektriciteit op. Natuurlijk staat daar een eenmalige opbrengst in de vorm van btw over de geïnstalleerde zonnepanelen tegenover, maar per saldo resteert al snel een inkomstenderving voor de overheid.

Op eigen dak verliest de overheid in de huidige situatie 15 Eurocent per kWh die zelf opgewekt wordt. De invoer van zonnebaten vermindert dit met 3 Eurocent (uitgaande van de kostprijs van 15 Eurocent die ik eerder dit jaar berekend had). Als je uitgaat van de kostprijs van 8 Eurocent die Vincent Dekker van Trouw hanteert dan wordt het verlies vermindert tot 9 Eurocent, terwijl de particulier nog steeds 8,9 Eurocent per kWh goedkoper uit is. Op jaarbasis bedraagt het voordeel voor particulieren ruim 300 Euro (uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh).

Bedragen in Eurocent/kWh Huidig Zonnebaten Zonnebaten met laag EB
Kostprijs energie 7,74 8,00 8,00
Energiebelasting (EB) 11,40 0,00 5,00
BTW 3,64 0,00 0,00
Subsidie zonne-energie
0,00 0,00
Zonnebaten
5,91 5,91
Saldo overheid 15,04 5,91 10,91
Verschil met huidig
9,12 4,12
Kostprijs consument 22,78 13,91 18,91
Verschil met huidig
8,87 3,87

In bovenstaande berekeningen is met een aantal zaken geen rekening gehouden:

  • kapitaalkosten voor de overheid;
  • de vermindering in kosten voor de overheid door het wegvallen van de mogelijkheid tot subsidie;
  • werkgelegenheidseffect;
  • mogelijke verandering in draagvlak en gedrag als mensen zelf voordeel hebben van zonne-energie, of er zelfs eigenaar van worden.

Het verhogen van de energiebelasting en de btw die voor 2013 op het programma staan zal het aantal particulieren (of verhuurders van woonruimte aan particulieren) dat investeert in zonnepanelen op het dak enkel laten groeien. Kortom: door de dalende prijs van zonne-energie en de stijgende consumentenprijs voor elektriciteit is heeft de huidige energiebelasting z’n beste tijd gehad. Tijd dus om na te denken over alternatieven.

Collectieve zonnestroomparken

In Nijmegen start de gemeente in samenwerking met Zonnepark Nederland en netwerkbeheerder Liander een project waarbij mensen zonnepanelen kunnen kopen die op het dak van een publiek gebouw komen te liggen. Liander saldeert de opbrengst met je energierekening, alsof ze op je eigen dak liggen. Je betaalt dus geen energiebelasting of btw over de energie die op deze wijze wordt opgewekt. Vincent Dekker van Trouw ziet hierin de voorbode van zonnevolkstuintjes, a la de al langer bestaande volkstuintjes voor groente en fruit. Of dat terecht is is de vraag, tenzij er een juridisch verschil is tussen zelflevering van windenergie en zelflevering van zonne-energie…

De belangrijkste vraag blijft m.i. dan ook of de rechter de zienswijze deelt dat zelflevering van energie te vergelijken is met zelflevering van groenten en fruit uit een volkstuin. En wanneer de rechter dat besluit is de vraag wat de overheid als Plan B heeft om het potentiële gat in de begroting te repareren. Is dat alsnog een wettelijk verbod op zelflevering voor de meter invoeren, of een maatregel verzinnen om inkomsten te genereren en tegelijkertijd het halen van de doelstelling voor 14% duurzame energie in 2020 dichterbij te brengen?

Zelflevering en energiebelasting

Er zijn verschillende manieren om je eigen energie op te wekken. Een belangrijk onderscheidt is de vraag of de energieopwekking voor of achter de meter plaats vind. Bij energieopwekking achter de meter (bv. door zonnepanelen op je eigen dak) is de wet helder: salderen mag. Bij energieopwekking voor de meter is het diffuser. Volgens Zonnepark Nederland is de wet Elektriciteitswetgeving voor meerdere interpretaties vatbaar. Volgens De Windvogel is salderen voor de wet niet expliciet verboden, dus mag het. Reden waarom windcoöperatie De Windvogel, waar ik zelf ook lid van ben, vorig jaar is gestopt met het betalen van energiebelasting over de elektriciteit die ze aan haar leden levert. Inmiddels werkt de belastingdienst aan een dagvaarding van De Windvogel, Anode en mogelijk ook een aantal leden van De Windvogel.

Niet echt een zonnig teken voor de investeerders in Zonnepark Nederland. Al staat de gemeente Nijmegen de eerste twee jaar garant voor de energiebelasting bij Zonnepark Nederland. Wanneer de rechter beslist dat er over zelf opgewekte energie voor de meter toch energiebelasting en btw betaald moet worden valt de schade voor de kopers van zonnepanelen dus mee. Zonnepark Nederland schrijft daarover op haar site het volgende:

De methode van salderen van opgewekte energie op een ander dan je eigen dak is nog niet uitdrukkelijk bij wet geregeld. Deze pilot maakt hiertoe gebruik van een uitzondering in de huidige Elektriciteitswetgeving die voor meerdere interpretaties vatbaar is. De pilot loopt daarmee vooruit op een (mogelijke) aanpassing van de wetgeving op dit punt. Het Ministerie van EL&I is op de hoogte van de pilots die Liander m.b.t. collectief opgewekte energie uitvoert. Toch is er een zeker risico dat het salderen van de Energiebelasting en BTW zoals in deze pilot gebeurt, niet zal worden toegestaan door de fiscus. In dat geval staat de gemeente Nijmegen voor een periode van twee jaar garant, voor de gederfde inkomsten voor de deelnemers (energiebelasting en BTW). Doordat er zo in ieder geval tenminste twee jaar gesaldeerd kan worden, is de totale businesscase gerekend over 25 jaar, voor de deelnemers toch kostendekkend. Het financieel rendement zal dan wel lager zijn, dan wanneer salderen over de volledige periode wordt toegestaan door de wetgever.

Ook in Rotterdam zijn er plannen voor een collectieve zonne-energiecentrale op de geluidswal van de A20 ter hoogte van het Terbregseplein, deze plannen worden ontwikkeld door Solar Green Point.

Kosten collectieve zonnestroomcentrale

De kosten per zonnepaneel bedragen bij Zonnepark Nederland Euro 500, de verwachte opbrengst is gemiddeld 197 kWh. Daarnaast betaal je 25 jaar lang 15 Euro per jaar voor onderhoud en beheer. De totale kosten per paneel van 240 Wattpiek komen daarmee op Euro 875 ( € 500,– plus € 375,–) voor 25 jaar. Afgezien van de jaarlijkse bijdrage is de installatieprijs van Euro 2,08 per Wattpiek vergelijkbaar met de installatiekosten van zonnepanelen op je eigen dak, met als voordeel dat je er geen omkijken hebt. De jaarlijkse bijdrage van Euro 15 maakt het m.i. wat onaantrekkelijker, al kom je met een verwachte kostprijs van Euro 0,178 per kWh nog steeds onder het huidige consumententarief voor elektriciteit uit.

De kosten per paneel met een jaaropbrengst van 230 kWh bedragen bij Solar Green Point Euro 460. Al kan de definitieve prijs nog afwijken. Daarnaast rekent ook Solar Green Point met een bedrag per jaar voor onderhoud en beheer gedurende de 20 jaar waar Solar Green Point van uit gaat. Wanneer ik de jaarlijkse bijdrage per paneel gelijk hou aan de bijdrage bij Zonnepark Nederland kom ik uit op een totale investering van Euro 760 (460 + 20 * 15) en een kostprijs per kWh van Euro 0,165.

Wanneer de energiebelasting vervalt voor zelflevering van eigen energie voor de meter is de verwachte stroomprijs lager, zelfs als rekening wordt gehouden met de 4 Eurocent aan extra kosten die Hans Labohm en Rob Walter aan zonne-energie willen toerekenen.

Kosten collectieve zonne-energie vergeleken met collectieve windenergie

Naast aanbieders van collectieve zonnestroomcentrales in eigen bezit zijn er al langer coöperaties actief op het gebied van windenergie, zoals De Windvogel. Een nieuwer model vormt De Windcentrale. Bij De Windvogel betaal je eenmalig Euro 50 lidmaatschap en kun je daarnaast een bedrag uitlenen waarover rente vergoedt wordt. Bij De Windcentrale koop je winddelen in een windmolen, elk winddeel geeft recht op een deel van de elektriciteitsopbrengst. De Windcentrale gaat er van uit dat een winddeel ongeveer 500 kWh per jaar opwekt en tussen de Euro 300 en Euro 400 kost. De levensduur van een windmolen is 15 tot 20 jaar, wat betekent dat de kostprijs per kWh tussen de 3 en 5,3 Eurocent ligt. Dat is nog goedkoper dan collectieve zonnestroomcentrales.

Plan B: duurzame energie baten

Beide voorbeelden laten zien dat rendabele vormen van duurzame energie veeleer innovatie in de overheidsregulering vergen, dan innovatie in de markt. Het is dan ook tijd dat de overheid een Plan B verzint voor de toekomstige terugval in de opbrengst van de energiebelasting. Bij voorkeur op een manier die de energiemarkt zoveel mogelijk behandelt als andere markten, dus geen subsidies of fiscale ondersteuning voor uitontwikkelde technologieën als wind op land, olie en gas.

Wel nadenken over de wijze waarop de overheid een deel van de private winsten van publieke goederen als zon en wind kan afromen. Bijvoorbeeld in de vorm van duurzame energie baten.

Ik heb al een aantal keer eerder voorgerekend dat het grote prijsverschil tussen de kostprijs van windenergie (en in toenemende mate ook van collectieve zonne-energie) en de consumentenprijs van elektriciteit mogelijkheden geeft om de energiebelasting te vervangen door een systeem waarbij de overheid een deel van het rendement afroomt, zoals de staat dat via Energie Beheer Nederland ook doet bij aardgas en olie.

Een duurzaam weekje

Deze week heb ik twee bijeenkomsten over duurzame ontwikkeling bijgewoond. Maandagavond het debat Nederlands milieubeleid: ondergelopen polder? in Nijmegen en gisteren het jaarcongres van het programma Leren voor Duurzame Ontwikkeling.

Deelnemers aan het debat maandag waren

  • Pieter Leroy, hoogleraar Beleidswetenschappelijke milieukunde Radboud Universiteit
  • Jos Hessels, woordvoerder energie Tweede Kamerfractie CDA
  • Kees Kodde, adjunct-directeur Milieudefensie
  • Klaas van Egmond, hoogleraar Milieukunde Universiteit Utrecht en oud-directeur Milieu- en Natuurplatform.

Het ging over falende instituties, een democratische rechtsorde die niet in staat zou zijn om de huidige klimaatproblemen aan te pakken en gebrek aan visie en leiderschap bij de de politiek en de overheid. Ik vond het een nogal vermoeiende avond met veel rampverhalen en gezeur, zonder enig oog voor wat de aanwezigen zelf dagelijks kunnen aanpakken.

Als het een sociaal dilemma is voor de burger dat hij een schone en gezonde omgeving wil, maar als consument zo goedkoop mogelijk wil vliegen en kiloknallers koopt in de supermarkt, waarom moet de politiek dan ingrijpen om dat sociaal dilemma op te lossen met weer meer nieuwe regels? Ik zag het niet, ik zie het niet en het debat heeft daar geen snars aan veranderd.

Mijn conclusies aan het eind van de avond: milieu is moeilijk en vermoeiend en als burger ben ik weer inconsequent want als kiezer wil ik namelijk minder regels van de overheid. Maar omdat ik te dom/bang/onhandig (of is het gewoon slap?) ben om mijn eigen verantwoordelijkheid te nemen kijk ik op naar die grote instituties (die ik steeds minder vertrouw) om mij te helpen met… extra regels.

Gelukkig had ik het boek Eckard’s notes bij me voor wat inspiratie op de terugweg. Daarin vond ik ook de huiswerkparadox:

Doorgaan met het lezen van “Een duurzaam weekje”