De verhoging van uw energierekening komt uit het midden

De afgelopen maanden is er veel te doen over de betaalbaarheid van de klimaatplannen van het Kabinet. In augustus waarschuwde CDA leider Buma al voor een Fortuijn achtige revolte als de klimaatplannen niet betaalbaar zouden zijn voor de gewone man. Sinds de publicatie van het concept klimaatakkoord in december hebben veel politieke partijen hun zorgen uitgesproken over de betaalbaarheid van de klimaatplannen voor burgers. Voor de milieubeweging en de FNV was de lastenverdeling tussen burgers en bedrijfsleven zelfs reden om een dag voor publicatie van het klimaatakkoord hun handen van het klimaatakkoord af te trekken. Tijd dus om eens te kijken hoe de zorgen van politieke partijen zich het afgelopen half jaar hebben vertaald in voorstellen in de Tweede Kamer en in het stemgedrag van de verschillende politieke partijen als het gaat om de verdeling van de kosten van energiebelasting en opslag duurzame energie over burgers en bedrijven.

Opbouw energierekening

De energierekening kent drie belangrijke posten waar de Tweede Kamer jaarlijks invloed op heeft. Op de eerste plaats zijn dit de  energiebelasting en de vermindering hierop, op de tweede plaats de opslag duurzame energie, . Met deze laatste worden de kasuitgaven van de SDE+ gefinancierd (al zal het Ministerie van Financiën ontkennen dat er een rechtstreekse koppeling is). Over de hoogte van de tarieven van beide is eind 2018 gestemd in de Tweede Kamer. Bij het berekenen van het effect op de energierekening ben ik uitgegaan van het gemiddeld verbruik volgens Milieucentraal (1.470 m3 gas en 3.000 kWh elektriciteit per jaar). In 2018 betaalde mensen met een dergelijk verbruik zo’n 400 Euro aan energiebelasting en opslag duurzame energie, waarbij ik de korting op de energiebelasting en de BTW al heb verrekend. In 2019 wordt dit bij ongewijzigd verbruik 162 Euro meer.

Energiebelasting

Het belastingplan 2019 verhoogt de energiebelasting voor gas en verlaagt de energiebelasting voor elektriciteit. Ook de heffingsvermindering energiebelasting wordt verlaagd. Per saldo kost dat een gemiddeld huishouden 99 Euro per jaar extra. Bij de behandeling van het wetsvoorstel werden twee amendementen ingediend om de verlaging van de heffingsvermindering terug te draaien. In het voorstel van GroenLinks werd de dekking hiervoor gevonden door de tarieven van de hogere schijven van de energiebelasting voor gas en elektriciteit te verhogen. De SP stelde voor om dit te financieren door de tarieven in hoogste schijf van de energiebelasting te verhogen (de echte grootverbruikers). Beide amendementen werden verworpen. In beide gevallen had dit huishoudens Euro 62 per jaar gescheeld. Voor het voorstel van GroenLinks stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en Denk. Tegen het voorstel van GroenLinks stemden VVD, CDA, ChristenUnie, D66, PVV, SGP en Forum voor Democratie. De stemmingsuitslag van het voorstel van de SP verschilde weinig, enkel 50PLUS wisselde stuivertje en stemde tegen het voorstel van de SP.

Het wetsvoorstel werd uiteindelijk wel aangenomen, waarbij VVD, CDA, D66, GroenLinks, PvdA, ChristenUnie, PvdD, 50PLUS en SGP voor stemden. Tegen stemden PVV, SP, DENK en Forum voor Democratie.

Verder terugzoeken in de tijd levert een heel reeks amendementen op. In 2017 diende GroenLinks een amendement in om de tijdelijke verhoging van de energiebelasting uit het energieakkoord enkel ten laste van de korting op de energiebelasting voor het bedrijfsleven te brengen in plaats. Dit amendement werd verworpen. Voor stemden GroenLinks, SP, PvdD en DENK. De andere partijen stemden tegen.

In 2016 stelde GroenLinks voor om de energiebelasting voor het bedrijfsleven te verhogen en de opbrengst te gebruiken voor meer innovatiegelden en voor verhoging van de arbeidskorting. Voor stemden SP, D66, GroenLinks en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, CDA, PVV, ChristenUnie, SGP, Groep Bontes/Van Klaveren, DENK (Groep Kuzu/Öztürk, 50PLUS, Houwers, Klein en Van Vliet.

GroenLinks diende in 2011 een amendement in dat een grote verschuiving van lasten van werknemers naar bedrijfsleven zou hebben betekend. Het amendement wilde de arbeidskorting in vier stappen met in totaal 508 euro in 2015 verhogen en de bezuinigingen op de uitkeringen terugdraaien. Dit zou betaald moeten worden door de kinderbijslag inkomensafhankelijk te maken en door in vier jaar tijd korting op de energiebelastingtarieven voor alle grootverbruikers in 4 stappen te verlagen tussen 2012 en 2015. Dit zou een lastenverschuiving van een paar miljard hebben opgeleverd. Voor stemden SP, D66, GroenLinks en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, PVV, CDA, ChristenUnie en SGP.

Tarief Opslag duurzame energie

Op 20 november stemde de Kamer over het wetsvoorstel Wijziging van de Wet opslag duurzame energie, in verband met de vaststelling van tarieven voor het jaar 2019. Net als bij de energiebelasting wordt bij de opslag duurzame energie het uitgangspunt gehanteerd dat de helft van de jaarlijkse opbrengsten van kleinverbruikers komt en de helft van grootverbruikers. De tarieven in het wetsvoorstel leiden tot een stijging van de energierekening met 63 Euro voor een gemiddeld huishouden.

Bij de behandeling zijn twee amendementen ingediend. Het eerste amendement van de SP (kamerstuk 35004 – 9) stelt voor om de verdeling van de lasten van de ODE te verschuiven naar grootverbruikers, zodat een verhouding ontstaat van 20:80 in plaats van 50:50. Wanneer dit amendement was aangenomen was de energierekening voor een gemiddeld huishouden met 34 Euro gedaald in plaats van met 63 Euro gestegen. Voor stemden SP, PvdA, PvdD en Denk. Alle andere partijen stemden tegen. Het amendement van de SP was een extremere versie van een GroenLinks amendement uit 2017, dat voorstelde om de lasten van de opslag duurzame energie in een verhouding 40:60 te verdelen over huishoudens en bedrijfsleven. Ook dit voorstel werd afgewezen. In 2018 stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en DENK voor. Alle andere partijen stemden tegen, waaronder VVD, CDA, Forum voor Democratie en PVV.

Het tweede amendement dat in 2018 werd ingediend door GroenLinks en voerde een heffingsvermindering van 51 Euro in (Kamerstuk 35004 – 16) te bekostigen door het verhogen van de hogere schijven van de opslag duurzame energie. Als dit amendement was aangenomen waren de kosten van de opslag duurzame energie in 2019 voor een gemiddeld huishuiden met slechts 1 euro gestegen ten opzichte van 2018. Voor stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD en Denk. Tegen stemden VVD, CDA, D66, CU, PVV en Forum voor Democratie.

Van de zijde van Forum voor Democratie, PVV, VVD, CU en CDA kwamen in 2018 geen voorstellen om de lastenverzwaring voor kleinverbruikers te beperken. Er lag ook geen amendement van PVV of Forum voor Democratie om de opslag duurzame energie af te schaffen.

De stemming over twee GroenLinks amendementen uit 2016 laat zien hoe belangrijk de coalitie is in het voorkomen van de verschuiving van lasten van burger naar bedrijfsleven.  In 2016 werden door GroenLinks twee amendementen ingediend. Beide amendementen draaiden de verhoging van de ODE voor kleinverbruikers terug en dekten dit door de ODE voor grootverbruikers te verhogen. Het ene amendement deed dit voor de ODE op gas, het andere voor de ODE op elektriciteit. Voor stemden in 2016 de SP, ChristenUnie, GroenLinks, Denk (Groep Kuzu/Öztürk), PvdD, 50PLUS en Klein. Tegen de verschuiving van lasten van burgers naar bedrijfsleven stemden VVD, PvdA, CDA, D66, PVV, SGP, Bontes/Van Klaveren, Houwers, Monasch en Van Vliet.

Zoals te zien is hebben PvdA en CU hun stemgedrag sinds 2016 aangepast. PvdA steunt inmiddels het verzwaren van lasten voor het bedrijfsleven ten gunste van de burger, de ChristenUnie stemt hier inmiddels tegen. Vaste constante in het tegenstemmen zijn VVD, CDA en PVV. Wie verder terug zoekt komt een amendement van D66 tegen uit 2012, dit amendement stelt voor om bij de opslag duurzame energie te werken met een vlaktaks in plaats van met verschillende schijven met een aflopend tarief naarmate het energieverbruik hoger is. Dit amendement zou een veel groter deel van de kosten van de SDE+ regeling bij het bedrijfsleven hebben gelegd. Voor stemden SP, D66, ChristenUnie, GroenLinks, 50PLUS en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, PVV, CDA en SGP.

Klimaatakkoord

In het ontwerp klimaatakkoord zijn twee varianten opgenomen voor een lastenneutrale schuif in de energiebelasting:

A. Een verhoging van de energiebelasting van jaarlijks +1 cent op gas vanaf 2020 t/m 2029 i.c.m. de eerste vier jaar een verhoging belastingvermindering oplopend tot 65 euro, en daarna zes jaar verlaging elektriciteitstarief met -0,5 cent. Aangevuld met een extra ISDE budget van 50 miljoen euro/jaar t/m 2022.

B. Een verhoging van de energiebelasting op gas in 2020 met +4 cent en verhoging belastingvermindering met 65 euro met in de zes jaar daarna een verhoging van de energiebelasting op gas van jaarlijks +1 cent en een verlaging van de energiebelasting op elektriciteit van jaarlijks -0,5 cent tot 2030.

Beide varianten lopen door tot 2030. Uitgaande van hetzelfde gemiddelde verbruik van een huishouden leveren beide varianten een lichte daling van de kosten voor energiebelasting op ten opzichte van 2019. Ten opzichte van 2018 blijft het echter een forse stijging van de energiebelasting.

JaarA t.o.v. 2019A t.o.v. 2018B t.o.v. 2019B t.o.v. 2018
2020-€1.88€97.15-€7.50€91.52
2021-€3.75€95.27-€7.87€91.16
2022-€5.63€93.40-€8.23€90.79
2023-€7.50€91.52-€8.59€90.43
2024-€7.87€91.16-€8.95€90.07
2025-€8.23€90.79-€9.32€89.71
2026-€8.59€90.43-€9.68€89.34
2027-€8.95€90.07-€27.83€71.19
2028-€9.32€89.71-€45.98€53.04
2029-€9.68€89.34-€64.13€34.89
2030-€9.68€89.34-€82.28€16.74

In bovenstaande tabel heb ik nog geen rekening gehouden met de stijging van de opslag duurzame energie van 2019, die naar ik verwacht de komende jaren verder zal stijgen door de realisatie van meer duurzame energieprojecten en uitbreiding van de SDE+ naar de SDE++ regeling. Door deze laatste uitbreiding komt er naar verwachting ook ruimte in de SDE++ regeling (die gefinancierd wordt vanuit de opslag duurzame energie) voor infrastructurele projecten, zoals biogasnetwerken, CO2 leidingen en warmtenetten, en voor CO2 afvang en opslag. Waarmee de opbrengsten van de opslag duurzame energie nog meer dan nu als subsidie naar het bedrijfsleven gaan.

Zodra de doorrekening van PBL beschikbaar is wil ik de effecten van het klimaatakkoord op de energierekening van een gemiddelde huishouden vergelijken met de tarieven die politieke partijen hebben gehanteerd in de doorrekening van hun verkiezingsprogramma.

Wat al wel te zeggen is is dat de verhoging van de belastingvermindering met Euro 65 weggestreept moet worden tegen de verlaging met 51 Euro van dit jaar. Per saldo levert het klimaatakkoord dus slechts 14 Euro meer belastingvermindering op dan u tot vorig jaar al kreeg.

Amendement kosten energietransitie

Een amendement dat apart vermeldenswaardig is betreft het amendement van de PvdA over € 500 miljoen voor koopkrachteffecten energietransitie. Dit amendement reserveert eenmalig 500 miljoen Euro om koopkrachteffecten bij burgers te repareren. Waarbij verwezen wordt naar een soortgelijke reserve die is opgenomen in de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, hetgeen volgens de PvdA waarschijnlijk ten goede zal komen aan bedrijven. Voor het amendement stemden PVV, GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en DENK. Tegen stemden VVD, CDA, D66, ChristenUnie, SGP en Forum voor Democratie.

Conclusie

Het is opvallend dat CDA en VVD, die afgelopen maand beide een nummertje maakten over de betaalbaarheid van de klimaatplannen voor gewone mensen, de afgelopen jaren consequent tegen het verschuiven van de lasten van burgers naar bedrijven stemmen. Dat speelt zowel bij de energiebelasting als bij de opslag duurzame energie. D66 heeft ergens tussen 2012 en nu een draai gemaakt. Waren ze in 2012 nog indiener van een voorstel om de opslag duurzame energie als vlaktaks in te voeren, waarmee een groter deel van de opslag duurzame energie door het bedrijfsleven zou worden betaald. Inmiddels stemmen ze al een aantal jaar consequent tegen voorstellen om de energiebelasting of de opslag duurzame energie voor bedrijven meer te laten stijgen dan voor burgers. Alleen een voorstel om voor hogere energiebelasting die ten gunste komt van innovatie in het bedrijfsleven kon op steun rekenen. De ChristenUnie heeft met het toetreden tot de coalitie stuivertje gewisseld met de PvdA. De ChristenUnie stemt sinds de toetreding tot de coalitie consequent mee met VVD en CDA.

Ook het stemgedrag van de PVV en Forum voor Democratie is opvallend, consequent stemmen ze tegen de wetsvoorstellen energiebelasting en opslag duurzame energie. Tevens stemmen beide op gebied van energie consequent tegen amendementen die lasten van burgers naar bedrijfsleven verschuiven.

Tot slot: De uitlatingen van politici in de media staan de komende maanden in het teken van de provinciale en Europese verkiezingen. Als u in de Eerste Kamer partijen wilt die rekening houden met de verdeling van lasten tussen burgers en bedrijven dan biedt hun stemgedrag de beste garantie op succes. De partijen die de afgelopen jaren het meest consequent gestemd hebben voor verschuiving van lasten van burger naar bedrijfsleven zijn SP en PvdD, gevolgd door GroenLinks. Een grotere midddengroep bestaande uit DENK, ChristenUnie en PvdA stemt nu eens voor, dan eens tegen. De partijen die consequent tegen stemmen zijn VVD, CDA, D66, PVV, Forum voor Democratie en SGP. Waarbij PVV en Forum voor Democratie zich nog kunnen verschuilen achter hun standpunt dat klimaatbeleid niet nodig is, al blijft onduidelijk hoe ze het eventueel afschaffen van energiebelasting en opslag duurzame willen dekken. De PVV heeft in een aantal gevallen zich over haar principes heen gezet en gestemd voor de portemonnee van haar kiezer, zoals bij het amendement voor koopkrachtreparatie van PvdA. Forum voor Democratie stemde ook hier tegen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Mogelijk sneller verbod op varend ontgassen

Minister Van Nieuwenhuizen gaat op verzoek van de Partij voor de Dieren onderzoeken of zij het schoonblazen van tanks door binnenvaartschepen tijdens de vaart eerder dan in 2020 kan verbieden. Ook zegde de minister tijdens een overleg met de Tweede Kamer toe het ontgassen maximaal in te perken tot een nationaal verbod geldt. Alleen wat zijn dan de alternatieven voor schippers?

Om bij die laatste toezegging te beginnen: het is onduidelijk hoe de minister dit denkt te bereiken. De actiegroep Stop Ontgassen stelt in een reactie:

Het gekke is dat we – behalve in het stukje zelf – nergens iets over die toezegging kunnen vinden. De minister heeft wel gezegd dat er in 2019 een proef komt met handhaving. We nemen aan dat het 6 december in de Transportraad besproken wordt.

De toezegging van de minister klinkt dan ook vooral als een herhaling van zetten. Soortgelijke geluiden waren er ook in 2013 (toen Sargasso voor het eerst over dit dossier publiceerde) te horen, concrete aanwijzingen dat comptabiliteitslijsten en dedicatievaart succes hebben zijn er niet. Of je moet uitgaan van de officiële cijfers van het RIVM (die al eerder aangepast zijn door het RIVM). Volgens de officiële cijfers bedroeg de benzeenemissie in 2012 60.751 kg. De meest recente cijfers voor 2016 laten een daling tot 24.430 kg zien. De emissie van MTBE (loodvervanger) is zelfs helemaal uit de statistieken van Emissieregistratie.nl verdwenen. Waaruit ik voorzichtig concludeer dat de sector per 2015 niet vrijwillige is gestopt met varend ontgassen van benzeen. Voorzichtig, omdat goede cijfers over ontgassen nog steeds niet beschikbaar zijn. De huidige emissiecijfers zijn gebaseerd op het rapport van CE Delft uit 2013, wat een update was van een rapport uit 2003. In beide gevallen rapporten waarvoor de opdracht mede door de industrie is gegeven. In 2013 stelde Sargasso al vragen bij de hoeveelheden uit die onderzoeken. Die vragen zijn in de tussentijd niet beantwoord.

Infographic ontgassen. Bron: SVGRE

Wie naar bovenstaande infographic kijkt en dat vergelijkt met de normen die in de nationale emissierichtlijn voor benzeen staan of in de arbonormen mag zich nog even achter de oren krabben. De SVGRE stelt dat bij ontgassen de eerste uren terugloopt van 200.000 mg/m3 naar 3.000 mg/m3. De norm voor landinstallaties is 1 mg/m3. Da’s een overschrijding van de norm met een factor 200.0000 tot 1.000. Voor de opvarenden kan dat ook niet gezond zijn. De norm vanuit de arbo is met 0.7 mg/m3 namelijk lager dan de milieunorm.

De minister bezwoer in haar antwoorden op schriftelijke vragen heel vroom dat ontgassen in dichtbevolkt gebied niet mag, waardoor het risico voor omwonenden beperkt zou zijn. Helaas is het begrip dichtbevolkt gebied in de Nederlandse wet niet gedefinieerd. Van Stop Ontgassen begrijp ik dat er gehandhaafd kan worden als een schip dichter dan 25 meter bij bebouwing komt. Je kan dus prima varend kunt ontgassen door hartje Rotterdam, want de rivier is daar 500 meter breed. Alleen zorgen dat je uit de buurt van de bruggen blijft…

Wat het onderzoek naar een versneld invoeren van een nationaal verbod op ontgassen in gaat houden is ook onduidelijk. De wetgeving hiervoor zal ongetwijfeld al in de maak zijn. Meer haast maken met de benodigde wetswijziging lijkt me dan ook meer zoden aan de dijk zetten dan een onderzoek te starten naar de mogelijkheid om een jaar te versnellen.

Ophef in Duitsland

Inmiddels begint ook in Duitsland ophef te ontstaan over varend ontgassen. Ook daar blijkt de handhaving minder goed geregeld dan het op papier klinkt. Binnenvaarttankers zijn in Duitsland sinds 2001 verplicht om hun tanks op verantwoorde wijze te ontgassen. Langs de Rijn staan echter geen installaties waarmee dit mogelijk is. De kankerverwekkende gassen worden daarom vaak gewoon de lucht in geblazen.

In Duitsland mogen schippers benzeen alleen bij uitzondering varend ontgassen. Hiervoor moet speciaal toestemming worden aangevraagd. In 2012 werd er 3 keer toestemming gevraagd en werd deze toestemming 2 keer verleend. Het federaal milieuagentschap bevestigd in een interview dat benzeen (en andere stoffen) nog vaak in de lucht worden geloosd. De controle op varend ontgassen is ook in Duitsland ontoereikend, waardoor installaties om verantwoord te ontgassen economisch geen kans hebben.

Axel Friedrich, voormalig afdelingshoofd van het Federaal Milieuagentschap, co-auteur van de Federal Immission Control Act in de jaren negentig, stelt:

De huidige praktijk is absoluut onwettig. Er is een verbod en niemand controleert of het wordt gerespecteerd of kan worden gerespecteerd. Dat is een schandaal.

Jan Harm Brouwer, teamtrekker Lucht en Geluid bij de Provincie Zuid-Holland, noemt het Duitse verbod op varend ontgassen in een ingezonden brief in de NRC ook een lege huls. Hij stelt dat de provinciale verboden in Nederland geholpen hebben bij het doorbreken van de Duitse weerstand tegen een internationaal verbod op varend ontgassen.

Friedrich herinnert zich dat er al in de jaren negentig ophef was over varend ontgassen in Duitsland.  In 2014 presenteerde het Duitse Federaal Milieuagentschap een haalbaarheidsstudie over de installatie van emissiecontrolesystemen langs de Rijn. In het 150 pagina’s tellende rapport – dat snel in de vergetelheid lijkt te zijn geraakt – zijn de problemen duidelijk beschreven. De belangrijkste verkeersas voor het vervoer van aardolieproducten in Duitsland is de Rijn. Aangezien er geen mogelijkheden voor verantwoord ontgassen zijn, gaat het rapport ervan uit dat “gedeeltelijk niet-geautoriseerde ventilatie wordt uitgevoerd”. Duitsland heeft twee decennia later nog steeds geen statistieken over varend ontgassen. Ook in die zin lijkt de Duitse situatie sterk op die in Nederland. Het enige voordeel voor bewoners van Gelderland is dat de slechte handhaving in Duitsland mogelijk betekent dat het meevalt met het ontgastoerisme.

Ook in Duitsland stelt men aan een internationale oplossing te werken. Net als in Nederland is dat geen garantie voor deugdelijke monitoring en handhaving.

Technische alternatieven voor varend ontgassen

Verschillende bedrijven hebben de afgelopen decennia alternatieven voor varend ontgassen ontwikkeld. Een deel van deze bedrijven heeft zich in Nederland inmiddels verenigd in de Sector Group Vapour Recovery and Emission Control Europe (SGVRE). Een brancheorganisatie die op initiatief van Antea Group en Berkenlinde Management Consultants is opgericht. Er zijn verschillende technieken om bij tankschepen vrijkomende vluchtige organische koolwaterstoffen te verwerken: mobiele adsorptie (actief kool), absorptie (gaswasser), oxidatie (verbranding) en condensatie-installaties. De laatste hebben de voorkeur in de markt vanwege hun duurzaamheid (hergebruik stoffen, circulaire economie), snelheid en veiligheid (inert).

Infographic ontgassen. Bron: SVRGE

In de infographic is te zien dat uitgegaan wordt van zo’n 2.000 ontgassingen per jaar in Nederland. Bij ATM in Moerdijk zijn in het vorige boekjaar 3.300 schepen gereinigd; daarvan zijn er 495 tevens ontgast. Dat betekent dat er nog zo’n 1.500 ontgassingen in de buitenlucht plaatsvinden. ATM heeft naar mijn weten een oxidatie installatie staan om schepen te kunnen ontgassen.

Een aantal jaar geleden gaf het havenbedrijf Rotterdam subsidie aan Greenpoint Maritime Services voor het realiseren van een mobiel alternatief. Dit werd de BF Don Quichote, die via crowdfunding is gefinancierd. Greenpoint Maritime Services gebruikt techniek van Vaporsol, dat gebruik maakt van absorptie. Tot op heden heeft deze naar mijn weten geen milieuvergunning weten te bemachtigen en is de installatie dus niet in gebruik. Greenpoint heeft op de website staan dat ze verwachten in het eerste kwartaal van 2019 in Rotterdam van start te kunnen. Dat is 4 jaar na invoer van het provinciale ontgasverbod. De website stelt dat het bedrijf sinds juli van dit jaar al wel in Amsterdam actief is.

Een andere optie is ontwikkeld door Linde Gas, dat schepen met behulp van stikstof verantwoord wil ontgassen. Linde Gas maakt daarbij gebruik van een condensatietechniek. De installatie van Linde Gas is mobiel, zodat de installatie naar schepen toe kan en schepen niet om hoeven te varen om verantwoord ontgast te worden.

Een nieuwkomer op de markt is 24-7 Nature Power. Ook zij hebben een mobiele techniek op basis van condensatie. 24-7 Nature Power is volgens De Gelderlander op zoek naar een locatie voor haar installatie in Gelderland.

Conclusie

Mijn voorlopige conclusie is dat de sector niet uit zichzelf gaat stoppen met varend ontgassen, anders waren ze hun toezegging aan de staatssecretaris uit 2014 om per 2015 te stoppen met het varend ontgassen van benzeen wel nagekomen. Ook een provinciaal, nationaal of internationaal verbod gaat daar niet voor zorgen, tenzij er werk gemaakt wordt van goede monitoring en handhaving. Er zijn inmiddels wel voldoende technische alternatieven ontwikkeld om een verbod snel in te kunnen voeren, mits er ook snelheid gemaakt wordt bij het verlenen van de benodigde milieuvergunning. Het volledig ontbreken van betrouwbare gegevens over varend ontgassen maakt het echter moeilijk voor marktpartijen om in te schatten hoeveel vraag er naar hun diensten is.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso als onderdeel van het dossier ontgassen binnenvaart.