Het elitaire stemgedrag van Europa’s anti-elite partijen

Corporate Europe Observatory heeft een onderzoek gepubliceerd naar wat ze autoritair-rechtse politieke partijen noemt, zoals de PVV in Nederland. CEO onderzocht of het stemgedrag van deze partijen overeenstemt met het beeld dat ze scheppen van een partij die opkomt voor de gewone hardwerkende mens en sociale rechten. De uitkomst: nee, met de PVV als slechts scorende. Van de 14 onderzochte voorstellen steunde de PVV er maar één. Iets om over na te denken als u donderdag in het stemhokje staat.

Het onderzoek

Corporate Europe Observatory (CEO) is een Europese onderzoeks- en campagne organisatie, die de invloed van het bedrijfsleven op de Europese Unie onderzoekt. Voor dit onderzoek onderzocht CEO hoe de verschillende autoritair rechtse partijen stemden over 14 voorstellen die te maken hebben met sociale rechten voor werkende mensen. De onderzochte voorstellen gaan bijvoorbeeld over gezondheid en veiligheid op het werk, fatsoenlijke werkomstandigheden, het tegengaan van belastingontwijking, het invoeren van een Europees minimumtarief voor winstbelasting van 25% en bescherming van werknemers tegen kankerverwekkende en mutagene stoffen.

De PVV stemde tegen 13 van de 14 onderzochte voorstellen, waaronder alle hiervoor genoemde voorstellen, en is daarmee de slechts scorende autoritair rechtse partij.

Working class heroes?

CEO concludeert dat autoritair rechtse partijen vaak claimen dat ze de enige zijn die het opnemen voor de gewone werkende mens, maar bij nader onderzoek blijkt daar uit hun stemgedrag en gedrag weinig van. Sterker veelal steunen ze de rijken en het grote bedrijfsleven. Deze partijen zeggen vaak tegen corruptie te zijn, maar ze hebben een slecht track record als het gaat om tweede baantjes of ander schandalen. Ze zeggen belastingontwijking en de macht van multinationals te willen aanpakken, maar als er voorstellen voor liggen maken ze terugtrekkende bewegingen of sluiten ze een bondje met multinationals. Slechts op één punt maken ze hun verklaarde principes waar: autoritair rechtse partijen stellen veelal niet om klimaatverandering te geven. De meeste doen dat ook niet, de PVV inclusief.

Bij autoritair rechtse partijen die aan de macht zijn, zoals Lega, Fidesz en ANO, is de praktijk van corruptie, bevoordelen van het grote bedrijfsleven (zowel nationaal en internationaal) en zelfs de creatie van nieuwe oligarchen. Aan dit rijtje kan inmiddels de FPÖ worden toegevoegd, waarvan de voorman in een klassieke honeytrap getrapt te zijn. In een video die vrijdag opdook bij de Süddeutsche Zeitung en Der Spiegel praten de politici van de FPÖ met een vrouw, die zich voordoet als een vermogende Russische, over hoe zij zo’n 250 miljoen euro kan investeren in Oostenrijk, bijvoorbeeld door de grote krant Kronen Zeitung over te nemen. Die zou volgens Strache de FPÖ dan een handje kunnen helpen bij de verkiezingscampagne en in ruil zou de Russische dan alle openbare opdrachten in de wegenbouw toegespeeld krijgen. Inmiddels heeft de video met vermeende omkoping tot de val van het Oostenrijkse kabinet geleidt.

Conclusie

Europese autoritair rechtse partijen, de PVV incluis, laten in hun stemgedrag in het Europees Parlement weinig zien van de beleden bescherming van de hardwerkende medemens. Ook van het aanpakken van de macht van het grote bedrijfsleven of de rijken blijft er in de praktijk weinig over.

CEO concludeert dat geen van de autoritair rechtse partijen die aan de macht zijn een beter werkende democratie heeft gecreëerd, waarin burgers gehoord kunnen worden en beleid dat hun leven raakt kan beïnvloeden. Sterker de aanvallen op de persvrijheid, de rechtspraak en het maatschapelijk middenveld in Hongarije, Polen en Tsjechië maakt het veel moeilijker om politici verantwoordelijk te houden voor de gevolgen van hun beleid.

Er valt donderdag 23 mei dus wat te kiezen.

Het hele onderzoek van CEO is hier te vinden volledige overzicht van de stemmingen is hier te vinden.

Duurzaam denken is nog niet duurzaam doen

Binnenlands Bestuur heeft een onderzoek naar het klimaatbewustzijn en het gedrag van mensen laten doen door I&O research. In het onderzoek is gekeken hoe Nederlanders denken overduurzaamheid, welk gedrag ze vertonen, en hoe dit gedrag leidt tot eengrote of minder grote ecologische voetafdruk. Het verschil dustussen denken en doen. Het onderzoek kijkt ook naar de verschillen tussen stemmers op diverse politieke partijen. Reden voor verschillende twitteraars om al kersen plukkend de stemmer op de politieke partij van hun keuze af te schieten. Reden om eens wat dieper in het oorspronkelijke onderzoek te duiken. Te beginnen met een open deur.

Open deur: hoger inkomen leidt tot hogere CO2 uitstoot

Ik noem het een open deur, maar vaak wordt de theorie aangehangen dat een hoger inkomen tot milieubewuster gedrag leidt en dat daarmee de klimaatimpact zal dalen. De zogenaamde milieu Kuznetscurve, waarbij gesteld wordt dat het inkomen eerst moet stijgen tot een bepaald niveau voordat mensen milieubewuster gaan leven. Bij klimaat is dat in de resultaten van het onderzoek van I&O research niet terug te vinden:

In figuur 2.2 is ook terug te zien dat mensen met een hogere opleiding nou niet echt minder CO2 uitstoten. Dus ook een leercurve lijkt niet aanwezig te zijn. Hooguit is het dat hoger opgeleide mensen zich vaker zorgen maken over klimaatverandering:

Invloed politieke voorkeur op klimaatuitstoot

Een aantal media was vlot met het overnemen van sappige details, bijvoorbeeld RTL Nieuws dat meldde dat GroenLinks stemmers net zoveel uur vliegen als stemmers op Forum voor Democratie. Hieronder daarom het volledige overzicht van grafieken uit het onderzoek waarin CO2 uitstoot of milieuonvriendelijk gedrag gekoppeld wordt aan politieke voorkeur. Oordeel vooral zelf. Spoiler alert: RTL Nieuws vertelde geen onwaarheid, het was echter wel wat selectief winkelen uit de gegevens.

In het onderzoek zijn aan de gemiddelde uitstoot van een Nederlander 1.000 punten toegekend. De totale CO2 uitstoot per politieke partij, op basis van stemgedrag voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2017, ziet er als volgt uit.

De VVD stemmer scoort het slechts, gevolgd door het CDA. Opvallend is de slechte score van D66, dat zich als politieke partij toch voorstaat op haar groene ambities. Haar kiezers hebben daar duidelijk wat meer moeite mee. Iets meer nog zelfs dan stemmers van PVV en FvD. De kiezers van SP, ChristenUnie, GroenLinks en Partij voor de Dieren hebben een lager dan gemiddelde uitstoot.

Energieverbruik in huis

Wanneer gekeken wordt naar het energieverbruik in huis ziet het beeld er als volgt uit. Waarbij een rangschikking is gekozen van hoogste naar laagste energierekening. Tevens is weergegeven of mensen energie afnemen van een groene energieleverancier en of ze met anderen praten over klimaatverandering. Als definitie voor groene energieleverancier is gekeken naar de voorlopers volgens het jaarlijkse onderzoek van WISE, Greenpeace, Natuur & Milieu en de Consumentenbond. Op de methodologie van dit onderzoek is kritiek of het wel de juiste manier is om te bepalen of energiebedrijf groen is is de vraag. Aan de andere kant nodigt I&O Research criticasters expliciet uit om verbeteringen in de methodologie aan te dragen. 

Mobiliteit

Bij mobiliteit is naar twee belangrijke componenten gekeken. Op de eerste plaats naar autogebruik, waarbij ook gevraagd is of mensen hun bandenspanning regelmatig controleren. Ook is gevraagd of mensen bereid zijn de maximumsnelheid naar 100 km/uur te verlagen. De uitkomsten staan in onderstaande figuur:

De tweede component voor mobiliteit bestaat uit vliegen. Daarbij is gekeken naar het aantal vlieguren per jaar. Waarbij opvalt dat GroenLinks stemmers inderdaad hoog zitten, iets hoger zelfs dan stemmers op FvD. Enkel stemmers op VVD en D66 vliegen meer. Een andere aardigheid is dat stemmers op SP, 50Plus en PVV minder vliegen dan stemmers op de Partij voor de Dieren.

Vlees

Bij voedsel is enkel gekeken naar de consumptie van vlees. De rangschikking van links naar rechts in onderstaande figuur is op basis van het aantal gram vlees dat per week gegeten wordt. Weinig verrassend scoort de PvdD daarbij het laagst. Opvallender vind ik dat het nog steeds 356 gram per week is. Hier laat zich een grote spagaat tussen denken en doen zien: 45% van de PvdD stemmers is van plan om minder vlees te eten en 26% voelt zich schuldig als hij of zij vlees eet. Dat is ook zichtbaar bij GroenLinks en D66 stemmers, ook daar wil meer dan 40% van de stemmers minder vlees eten.

Apparaten

Bij apparaten is het onderscheidt tussen verschillende partijen minder duidelijk zichtbaar. Het percentage mensen dat kiest voor de meest zuinige variant loopt wel uiteen.

Kleding

Bij kleding zijn er wel duidelijk verschillen, al is goed zichtbaar dat dit een thema is dat minder lang op de agenda staat. Gemiddeld let slechts 20% van de mensen op waar kleding gefabriceerd. Uitschieters zitten met name bij D66, GroenLinks en PvdD.

Conclusie

Bovenstaand overzicht is slechts een bloemlezing uit het rapport. Er zit veel meer interessante informatie in. Bijvoorbeeld over de rol van de overheid. Het rapport geeft ook een overzicht van de hoogst scorende CO2-uitstoters. Oordeel zelf op wie de focus zich in het publieke debat behoort te richten:

Het hele onderzoek is hier te downloaden (na registratie)

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Klimaatlabel politieke partijen 2019

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 heeft Sargasso het klimaatbeleid uit alle verkiezingsprogramma’s beoordeeld. Voor de provinciale verkiezingen is dat ondoenlijk met een redactie vol vrijwilligers. In tegenstelling tot de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 speelt klimaatbeleid nu wel een landelijke rol, waarbij de provinciale statenverkiezingen een dubbel belang hebben. Klimaatbeleid voor de eigen provincie en de leden van de provinciale staten kiezen de nieuwe leden van de Eerste Kamer.

Het klimaatlabel politieke partijen biedt enig houvast voor wie klimaat wil laten meewegen bij het uitbrengen van zijn of haar stem. De initiatiefnemers bekeken daarvoor ruim 100 stemmingsuitslagen van de Tweede Kamer in de periode 2017-2019. Heel wat meer dan Sargasso eerder deed voor de verhoging van uw energierekening. De uitslag van het klimaatlabel politieke partijen vertoont echter wel wat overeenkomsten met ons kleinere onderzoek. Ook bij het klimaatlabel politieke partijen staat PvdD bovenaan. Alleen GroenLinks en SP wisselen stuivertje, PvdD deelt bij klimaatlabel de eerste plaats met GL i.p.v. met de SP. Ook de onderkant toont gelijkenissen. met klimaatlabel F voor PVV en FvD.

Klimaatlabel politieke partijen, gebaseerd op stemgedrag 2017-2019.

Het label is gebaseerd op het stemgedrag in de Tweede Kamer in de periode 2017-2019. Op de website van Klimaatlabel Politiek is terug te vinden welke stemmingen zijn meegenomen en hoe de partijen scoren op individuele voorstellen. Het klimaatlabel politieke partijen laat ook zien dat regeren pijn doet. PvdA stijgt van label D naar label B, CU zakt van label A naar label D en D66 zakt van label B naar label D. De uitdaging voor een volgende coalitie lijkt ook duidelijk: zorgen dat een van de coalitiepartijen in label C komt.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

De verhoging van uw energierekening komt uit het midden

De afgelopen maanden is er veel te doen over de betaalbaarheid van de klimaatplannen van het Kabinet. In augustus waarschuwde CDA leider Buma al voor een Fortuijn achtige revolte als de klimaatplannen niet betaalbaar zouden zijn voor de gewone man. Sinds de publicatie van het concept klimaatakkoord in december hebben veel politieke partijen hun zorgen uitgesproken over de betaalbaarheid van de klimaatplannen voor burgers. Voor de milieubeweging en de FNV was de lastenverdeling tussen burgers en bedrijfsleven zelfs reden om een dag voor publicatie van het klimaatakkoord hun handen van het klimaatakkoord af te trekken. Tijd dus om eens te kijken hoe de zorgen van politieke partijen zich het afgelopen half jaar hebben vertaald in voorstellen in de Tweede Kamer en in het stemgedrag van de verschillende politieke partijen als het gaat om de verdeling van de kosten van energiebelasting en opslag duurzame energie over burgers en bedrijven.

Opbouw energierekening

De energierekening kent drie belangrijke posten waar de Tweede Kamer jaarlijks invloed op heeft. Op de eerste plaats zijn dit de  energiebelasting en de vermindering hierop, op de tweede plaats de opslag duurzame energie, . Met deze laatste worden de kasuitgaven van de SDE+ gefinancierd (al zal het Ministerie van Financiën ontkennen dat er een rechtstreekse koppeling is). Over de hoogte van de tarieven van beide is eind 2018 gestemd in de Tweede Kamer. Bij het berekenen van het effect op de energierekening ben ik uitgegaan van het gemiddeld verbruik volgens Milieucentraal (1.470 m3 gas en 3.000 kWh elektriciteit per jaar). In 2018 betaalde mensen met een dergelijk verbruik zo’n 400 Euro aan energiebelasting en opslag duurzame energie, waarbij ik de korting op de energiebelasting en de BTW al heb verrekend. In 2019 wordt dit bij ongewijzigd verbruik 162 Euro meer.

Energiebelasting

Het belastingplan 2019 verhoogt de energiebelasting voor gas en verlaagt de energiebelasting voor elektriciteit. Ook de heffingsvermindering energiebelasting wordt verlaagd. Per saldo kost dat een gemiddeld huishouden 99 Euro per jaar extra. Bij de behandeling van het wetsvoorstel werden twee amendementen ingediend om de verlaging van de heffingsvermindering terug te draaien. In het voorstel van GroenLinks werd de dekking hiervoor gevonden door de tarieven van de hogere schijven van de energiebelasting voor gas en elektriciteit te verhogen. De SP stelde voor om dit te financieren door de tarieven in hoogste schijf van de energiebelasting te verhogen (de echte grootverbruikers). Beide amendementen werden verworpen. In beide gevallen had dit huishoudens Euro 62 per jaar gescheeld. Voor het voorstel van GroenLinks stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en Denk. Tegen het voorstel van GroenLinks stemden VVD, CDA, ChristenUnie, D66, PVV, SGP en Forum voor Democratie. De stemmingsuitslag van het voorstel van de SP verschilde weinig, enkel 50PLUS wisselde stuivertje en stemde tegen het voorstel van de SP.

Het wetsvoorstel werd uiteindelijk wel aangenomen, waarbij VVD, CDA, D66, GroenLinks, PvdA, ChristenUnie, PvdD, 50PLUS en SGP voor stemden. Tegen stemden PVV, SP, DENK en Forum voor Democratie.

Verder terugzoeken in de tijd levert een heel reeks amendementen op. In 2017 diende GroenLinks een amendement in om de tijdelijke verhoging van de energiebelasting uit het energieakkoord enkel ten laste van de korting op de energiebelasting voor het bedrijfsleven te brengen in plaats. Dit amendement werd verworpen. Voor stemden GroenLinks, SP, PvdD en DENK. De andere partijen stemden tegen.

In 2016 stelde GroenLinks voor om de energiebelasting voor het bedrijfsleven te verhogen en de opbrengst te gebruiken voor meer innovatiegelden en voor verhoging van de arbeidskorting. Voor stemden SP, D66, GroenLinks en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, CDA, PVV, ChristenUnie, SGP, Groep Bontes/Van Klaveren, DENK (Groep Kuzu/Öztürk, 50PLUS, Houwers, Klein en Van Vliet.

GroenLinks diende in 2011 een amendement in dat een grote verschuiving van lasten van werknemers naar bedrijfsleven zou hebben betekend. Het amendement wilde de arbeidskorting in vier stappen met in totaal 508 euro in 2015 verhogen en de bezuinigingen op de uitkeringen terugdraaien. Dit zou betaald moeten worden door de kinderbijslag inkomensafhankelijk te maken en door in vier jaar tijd korting op de energiebelastingtarieven voor alle grootverbruikers in 4 stappen te verlagen tussen 2012 en 2015. Dit zou een lastenverschuiving van een paar miljard hebben opgeleverd. Voor stemden SP, D66, GroenLinks en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, PVV, CDA, ChristenUnie en SGP.

Tarief Opslag duurzame energie

Op 20 november stemde de Kamer over het wetsvoorstel Wijziging van de Wet opslag duurzame energie, in verband met de vaststelling van tarieven voor het jaar 2019. Net als bij de energiebelasting wordt bij de opslag duurzame energie het uitgangspunt gehanteerd dat de helft van de jaarlijkse opbrengsten van kleinverbruikers komt en de helft van grootverbruikers. De tarieven in het wetsvoorstel leiden tot een stijging van de energierekening met 63 Euro voor een gemiddeld huishouden.

Bij de behandeling zijn twee amendementen ingediend. Het eerste amendement van de SP (kamerstuk 35004 – 9) stelt voor om de verdeling van de lasten van de ODE te verschuiven naar grootverbruikers, zodat een verhouding ontstaat van 20:80 in plaats van 50:50. Wanneer dit amendement was aangenomen was de energierekening voor een gemiddeld huishouden met 34 Euro gedaald in plaats van met 63 Euro gestegen. Voor stemden SP, PvdA, PvdD en Denk. Alle andere partijen stemden tegen. Het amendement van de SP was een extremere versie van een GroenLinks amendement uit 2017, dat voorstelde om de lasten van de opslag duurzame energie in een verhouding 40:60 te verdelen over huishoudens en bedrijfsleven. Ook dit voorstel werd afgewezen. In 2018 stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en DENK voor. Alle andere partijen stemden tegen, waaronder VVD, CDA, Forum voor Democratie en PVV.

Het tweede amendement dat in 2018 werd ingediend door GroenLinks en voerde een heffingsvermindering van 51 Euro in (Kamerstuk 35004 – 16) te bekostigen door het verhogen van de hogere schijven van de opslag duurzame energie. Als dit amendement was aangenomen waren de kosten van de opslag duurzame energie in 2019 voor een gemiddeld huishuiden met slechts 1 euro gestegen ten opzichte van 2018. Voor stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD en Denk. Tegen stemden VVD, CDA, D66, CU, PVV en Forum voor Democratie.

Van de zijde van Forum voor Democratie, PVV, VVD, CU en CDA kwamen in 2018 geen voorstellen om de lastenverzwaring voor kleinverbruikers te beperken. Er lag ook geen amendement van PVV of Forum voor Democratie om de opslag duurzame energie af te schaffen.

De stemming over twee GroenLinks amendementen uit 2016 laat zien hoe belangrijk de coalitie is in het voorkomen van de verschuiving van lasten van burger naar bedrijfsleven.  In 2016 werden door GroenLinks twee amendementen ingediend. Beide amendementen draaiden de verhoging van de ODE voor kleinverbruikers terug en dekten dit door de ODE voor grootverbruikers te verhogen. Het ene amendement deed dit voor de ODE op gas, het andere voor de ODE op elektriciteit. Voor stemden in 2016 de SP, ChristenUnie, GroenLinks, Denk (Groep Kuzu/Öztürk), PvdD, 50PLUS en Klein. Tegen de verschuiving van lasten van burgers naar bedrijfsleven stemden VVD, PvdA, CDA, D66, PVV, SGP, Bontes/Van Klaveren, Houwers, Monasch en Van Vliet.

Zoals te zien is hebben PvdA en CU hun stemgedrag sinds 2016 aangepast. PvdA steunt inmiddels het verzwaren van lasten voor het bedrijfsleven ten gunste van de burger, de ChristenUnie stemt hier inmiddels tegen. Vaste constante in het tegenstemmen zijn VVD, CDA en PVV. Wie verder terug zoekt komt een amendement van D66 tegen uit 2012, dit amendement stelt voor om bij de opslag duurzame energie te werken met een vlaktaks in plaats van met verschillende schijven met een aflopend tarief naarmate het energieverbruik hoger is. Dit amendement zou een veel groter deel van de kosten van de SDE+ regeling bij het bedrijfsleven hebben gelegd. Voor stemden SP, D66, ChristenUnie, GroenLinks, 50PLUS en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, PVV, CDA en SGP.

Klimaatakkoord

In het ontwerp klimaatakkoord zijn twee varianten opgenomen voor een lastenneutrale schuif in de energiebelasting:

A. Een verhoging van de energiebelasting van jaarlijks +1 cent op gas vanaf 2020 t/m 2029 i.c.m. de eerste vier jaar een verhoging belastingvermindering oplopend tot 65 euro, en daarna zes jaar verlaging elektriciteitstarief met -0,5 cent. Aangevuld met een extra ISDE budget van 50 miljoen euro/jaar t/m 2022.

B. Een verhoging van de energiebelasting op gas in 2020 met +4 cent en verhoging belastingvermindering met 65 euro met in de zes jaar daarna een verhoging van de energiebelasting op gas van jaarlijks +1 cent en een verlaging van de energiebelasting op elektriciteit van jaarlijks -0,5 cent tot 2030.

Beide varianten lopen door tot 2030. Uitgaande van hetzelfde gemiddelde verbruik van een huishouden leveren beide varianten een lichte daling van de kosten voor energiebelasting op ten opzichte van 2019. Ten opzichte van 2018 blijft het echter een forse stijging van de energiebelasting.

JaarA t.o.v. 2019A t.o.v. 2018B t.o.v. 2019B t.o.v. 2018
2020-€1.88€97.15-€7.50€91.52
2021-€3.75€95.27-€7.87€91.16
2022-€5.63€93.40-€8.23€90.79
2023-€7.50€91.52-€8.59€90.43
2024-€7.87€91.16-€8.95€90.07
2025-€8.23€90.79-€9.32€89.71
2026-€8.59€90.43-€9.68€89.34
2027-€8.95€90.07-€27.83€71.19
2028-€9.32€89.71-€45.98€53.04
2029-€9.68€89.34-€64.13€34.89
2030-€9.68€89.34-€82.28€16.74

In bovenstaande tabel heb ik nog geen rekening gehouden met de stijging van de opslag duurzame energie van 2019, die naar ik verwacht de komende jaren verder zal stijgen door de realisatie van meer duurzame energieprojecten en uitbreiding van de SDE+ naar de SDE++ regeling. Door deze laatste uitbreiding komt er naar verwachting ook ruimte in de SDE++ regeling (die gefinancierd wordt vanuit de opslag duurzame energie) voor infrastructurele projecten, zoals biogasnetwerken, CO2 leidingen en warmtenetten, en voor CO2 afvang en opslag. Waarmee de opbrengsten van de opslag duurzame energie nog meer dan nu als subsidie naar het bedrijfsleven gaan.

Zodra de doorrekening van PBL beschikbaar is wil ik de effecten van het klimaatakkoord op de energierekening van een gemiddelde huishouden vergelijken met de tarieven die politieke partijen hebben gehanteerd in de doorrekening van hun verkiezingsprogramma.

Wat al wel te zeggen is is dat de verhoging van de belastingvermindering met Euro 65 weggestreept moet worden tegen de verlaging met 51 Euro van dit jaar. Per saldo levert het klimaatakkoord dus slechts 14 Euro meer belastingvermindering op dan u tot vorig jaar al kreeg.

Amendement kosten energietransitie

Een amendement dat apart vermeldenswaardig is betreft het amendement van de PvdA over € 500 miljoen voor koopkrachteffecten energietransitie. Dit amendement reserveert eenmalig 500 miljoen Euro om koopkrachteffecten bij burgers te repareren. Waarbij verwezen wordt naar een soortgelijke reserve die is opgenomen in de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, hetgeen volgens de PvdA waarschijnlijk ten goede zal komen aan bedrijven. Voor het amendement stemden PVV, GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en DENK. Tegen stemden VVD, CDA, D66, ChristenUnie, SGP en Forum voor Democratie.

Conclusie

Het is opvallend dat CDA en VVD, die afgelopen maand beide een nummertje maakten over de betaalbaarheid van de klimaatplannen voor gewone mensen, de afgelopen jaren consequent tegen het verschuiven van de lasten van burgers naar bedrijven stemmen. Dat speelt zowel bij de energiebelasting als bij de opslag duurzame energie. D66 heeft ergens tussen 2012 en nu een draai gemaakt. Waren ze in 2012 nog indiener van een voorstel om de opslag duurzame energie als vlaktaks in te voeren, waarmee een groter deel van de opslag duurzame energie door het bedrijfsleven zou worden betaald. Inmiddels stemmen ze al een aantal jaar consequent tegen voorstellen om de energiebelasting of de opslag duurzame energie voor bedrijven meer te laten stijgen dan voor burgers. Alleen een voorstel om voor hogere energiebelasting die ten gunste komt van innovatie in het bedrijfsleven kon op steun rekenen. De ChristenUnie heeft met het toetreden tot de coalitie stuivertje gewisseld met de PvdA. De ChristenUnie stemt sinds de toetreding tot de coalitie consequent mee met VVD en CDA.

Ook het stemgedrag van de PVV en Forum voor Democratie is opvallend, consequent stemmen ze tegen de wetsvoorstellen energiebelasting en opslag duurzame energie. Tevens stemmen beide op gebied van energie consequent tegen amendementen die lasten van burgers naar bedrijfsleven verschuiven.

Tot slot: De uitlatingen van politici in de media staan de komende maanden in het teken van de provinciale en Europese verkiezingen. Als u in de Eerste Kamer partijen wilt die rekening houden met de verdeling van lasten tussen burgers en bedrijven dan biedt hun stemgedrag de beste garantie op succes. De partijen die de afgelopen jaren het meest consequent gestemd hebben voor verschuiving van lasten van burger naar bedrijfsleven zijn SP en PvdD, gevolgd door GroenLinks. Een grotere midddengroep bestaande uit DENK, ChristenUnie en PvdA stemt nu eens voor, dan eens tegen. De partijen die consequent tegen stemmen zijn VVD, CDA, D66, PVV, Forum voor Democratie en SGP. Waarbij PVV en Forum voor Democratie zich nog kunnen verschuilen achter hun standpunt dat klimaatbeleid niet nodig is, al blijft onduidelijk hoe ze het eventueel afschaffen van energiebelasting en opslag duurzame willen dekken. De PVV heeft in een aantal gevallen zich over haar principes heen gezet en gestemd voor de portemonnee van haar kiezer, zoals bij het amendement voor koopkrachtreparatie van PvdA. Forum voor Democratie stemde ook hier tegen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Energie & klimaat in de verkiezingsprogramma’s

Lang leesvoer van Gert Jan Kramer, hoogleraar duurzame energievoorziening, van de Universiteit van Utrecht over de plaats die energietransitie, klimaatverandering en ecologisch denken in de verschillende verkiezingsprogramma’s hebben.

GroenLinks en de ChristenUnie staan het meest duidelijk aan de ecologische kant. De ChristenUnie schrijft in haar verkiezingsprogramma dat het voor haar “als een paal boven water dat het in de economie niet dient te draaien om groei, maar om het goede leven.” Het is daarmee – met deze ene zin – de partij die explicieter dan welke andere partij ook de zelf-evidentie van economische groei en groei-om-de-groei ter discussie stelt. Zelfs GroenLinks durft dat niet aan.

(…)

Aan de andere kant van het spectrum staat de VVD. Wie de introductie leest van het hoofdstuk Energie en Klimaat in het verkiezingsprogramma waant zich wat de probleembeschrijving terug in de tijd van het kabinet Biesheuvel

Conclusie:

Vrijwel iedere geïnformeerde en betrokken burger onderkent inmiddels het klimaatprobleem en de noodzaak om urgent te handelen. Dat is bij de veel partijen gelukkig ook het geval, maar bij een aantal ook niet. Van populistisch rechts is dit te verwachten – klimaatverandering is een onderwerp waartegen the world over populisten zich afzetten. Maar de inadequate opstelling van de VVD is op zijn minst teleurstellend, maar eigenlijk gewoon onbegrijpelijk. Dit geldt, zij het in iets mindere mate, ook voor het CDA. Wie vanuit een conservatief of conservatief-liberaal perspectief het klimaatprobleem beschouwt en zich rekenschap geeft van de mogelijkheden die alternatieve energie nu biedt om het energiesysteem en de economie te vernieuwen, zou het onderwerp hoger en urgenter agenderen, en zou concrete oplossingsrichtingen aandragen – en dit niet aan links overlaten.

Open waanlink

Dit bericht is eerder als open waanlink op Sargasso gepubliceerd.

Impact klimaatakkoord Parijs voor Nederlands langetermijn-klimaatbeleid

Vorig jaar heeft Sargasso veel aandacht besteed aan klimaat in de verkiezingsprogramma’s. Onderstaand bericht heb ik geschreven voor Sargasso om te kijken naar wat volgens het Planbureau voor de Leefomgeving de impact is van het klimaatakkoord van Parijs op het Nederlands langetermijn-klimaatbeleid en dit te vergelijken met wat verschillende politieke partijen in hun verkiezingsprogramma hebben opgenomen. Bijstellingen op basis van amendementen bij partijcongressen zijn (nog) niet verwerkt, ontbreekt me de tijd voor. Voeg gerust met bronvermelding toe in de reacties, dan werk ik het overzicht bij.

Impact klimaatakkoord van Parijs volgens PBL

Om te bepalen hoeveel minder CO2 Nederland mag uitstoten heeft PBL eerst berekend hoe groot het wereldwijde koolstofbudget nog is. Hiervan heeft PBL concretere doelstellingen voor emissies in Nederland afgeleid. Hoe deze doelstellingen er uit zien hangt onder andere af van wat een rechtvaardige en eerlijke verdeling is van de wereldwijde emissieruimte per land. PBL is uitgegaan van een gelijke wereldwijde emissies per hoofd van de bevolking. De Nederlandse uitstoot moet dan dalen met 37 tot 47% in 2030 en met meer dan 87% in 2050.

Belang van snelle omslag

Volgens PBL zijn de komende jaren cruciaal, zowel wereldwijd als in Nederland, om aan de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te voldoen. De beleidsvoornemens moeten fors worden aangescherpt om binnen het koolstofbudget te blijven. Waarbij vermindering van de CO2 emissie en energietransitie de kern van de klimaatbeleidsopgave vormen. In Nederland wordt 85% van de broeikasgasemissies gevormd door CO2 en CO2 heeft een lange levensduur, een lagere CO2 emissie is volgens de analyse van PBL dan ook het belangrijkst voor het tegengaan lange termijn klimaatverandering.

Op termijn zijn negatieve emissies volgens PBL mogelijk, maar de technieken hiervoor zijn niet onomstreden. Negatieve emissies kunnen bestaan uit CO2 afvang en opslag (CCS), CO2 afvang en vastlegging (CCU) in bijvoorbeeld bouwproducten, of het vastleggen van CO2 door bijvoorbeeld herbebossing. De CO2 emissie moet verder omlaag als er geen gebruik gemaakt wordt van negatieve emissies. Voor de doelstelling van 1,5°C  heeft PBL enkel een scenario doorgerekend met inzet van negatieve emissies.

Huidig beleid

De Nederlandse broeikasgasemissies dalen nu tamelijk geleidelijk: de emissiereductie in de laatste 10 jaar bedroeg zo’n 0,7 procentpunt per jaar voor alle Kyoto-broeikasgassen en ongeveer 0,5 procentpunt per jaar voor alleen CO2 (ten opzichte van het emissieniveau in 1990). Om de doelen voor 2030 en 2050 uit de illustratieve berekeningen te halen zou de jaarlijkse reductie 2,6-2,8 procentpunt moeten bedragen van het emissieniveau in 1990.

PBL constateert dan ook dat het huidige en voorgenomen beleid in Nederland onvoldoende is. Met het voorgenomen beleid komt de CO2 reductie uit op 12%in 2030 ten opzichte van 1990. Daar komt dan nog 12% bij als gevolg van de daling van andere broeikasgassen, zoals methaan en lachgas. Om het Nederlandse beleid in lijn te brengen met het Parijsakkoord is in 2030 40-50% minder CO2 uitstoot nodig ten opzichte van 1990. In 2050 moet de CO2 emissie tenminste 87% lager zijn. Om de 1,5°C doelstelling te halen is in 2050 meer dan 100% emissiereductie nodig. Oftewel: CO2 afvangen en opslaan of gebruiken.

Mogelijk maatregelen om beleid in lijn te brengen

Om het Nederlandse beleid, zonder gebruik van kernenergie, is het volgens PBL nodig om onder meer in te zetten op energiebesparing, elektrificatie van het energieverbruik, inzet van meer hernieuwbare energie en afvang en opslag van CO2. Het halen van de doelen vergt inzet op al deze terreinen, dus geen of- of, maar en – en. Om een versnelling te bereiken is het daarnaast nodig om waarborgen in te bouwen, zodat een robuust investeringsklimaat ontstaat. PBL stelt verder dat het van belang is dat er beleid ingezet wordt om alle infrastructurele, technische en institutionele randvoorwaarden op orde te maken voor grootschalige toepassing van CO2-arme technieken.

Vergelijking doelstellingen politieke partijen met PBL

In onderstaande tabel heb ik de doelstellingen de verschillende partijen voor vermindering van de CO2 uitstoot opgenomen voor 2030 en 2050. Sommige partijen doelen daarbij op de CO2 emissie, andere op alle broeikasgassen. Ik heb niet alle partijprogramma’s hierop nagelopen, waar bekend heb ik het aangegeven.

Doel (t.o.v. 1990) 2030 2050
2 °C (met negatieve emissies) 37% 87%
2 °C (zonder negatieve emissies) 40% 96%
1,5 °C (met negatieve emissies) 47% >100%
Basispad Nationale Energieverkenning 2016 24% (waarvan 12% CO2) Niet bekend
PvdD 65%* 100%* (in 2040)
ChristenUnie 55% Tenminste 85% voor 2050**
GroenLinks Tenminste 55%* Tenminste 95%*
PvdA Tenminste 55%* Tenminste 95%*
D66 Tenminste 50% Tenminste 90%
VVD 40% in EU verband 80-95% in EU verband
CDA 40% in EU verband 80-95% in EU verband
SP geen 100%
DENK ? ?
SGP ? ?
Nieuwe Wegen ? ?
Ondernemerspartij ? ?
50Plus ? ?
VNL ? ?
Piraten Partij ? ?
PVV ? ?
Forum voor Democratie ? ?

* betreft alle broeikasgassen
** De ChristenUnie zet in op een snelle en volledige energietransitie binnen één generatie. Dit heb ik opgevat als het binnen 30 jaar naar nul brengen van de CO2 emissies van energieverbruik. Volgens PBL is energieverbruik 85% van de CO2 emissies energiegerelateerd.

Mocht ik doelstellingen over het hoofd hebben gezien in de analyses of doelstellingen van partijen verkeerd weergeven, vul ze dan gerust met bronvermelding aan in de reacties. Dan voeg ik ze toe.

Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Steun van SP, D66 en ChristenUnie voor Klimaatwet

De Klimaatwet, die in 2015 door GroenLinks en PvdA werd gepresenteerd en in september 2016 aan de Raad van State werd gezonden voor advies, wordt nu ook ondersteund door SP, D66 en CU. Volgens de NOS wordt het wetsvoorstel niet meer voor de Tweede Kamerverkiezingen behandeld in de Tweede Kamer, doordat de voorbereiding meer tijd kostte dan eerder verwacht. De partijen zien de afspraken dan ook als inzet voor de campagne en de coalitie-onderhandelingen daarna.

VVD, PVV en CDA zien niks in de Klimaatwet. Zij noemen de wet onrealistisch en vinden het ook niet nodig dat Nederland strengere doelen stelt dan in Europa noodzakelijk is.

Open waanlink

Dit bericht is eerder gepubliceerd als open waanlink op Sargasso.