Klimaatlabel politieke partijen 2019

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 heeft Sargasso het klimaatbeleid uit alle verkiezingsprogramma’s beoordeeld. Voor de provinciale verkiezingen is dat ondoenlijk met een redactie vol vrijwilligers. In tegenstelling tot de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 speelt klimaatbeleid nu wel een landelijke rol, waarbij de provinciale statenverkiezingen een dubbel belang hebben. Klimaatbeleid voor de eigen provincie en de leden van de provinciale staten kiezen de nieuwe leden van de Eerste Kamer.

Het klimaatlabel politieke partijen biedt enig houvast voor wie klimaat wil laten meewegen bij het uitbrengen van zijn of haar stem. De initiatiefnemers bekeken daarvoor ruim 100 stemmingsuitslagen van de Tweede Kamer in de periode 2017-2019. Heel wat meer dan Sargasso eerder deed voor de verhoging van uw energierekening. De uitslag van het klimaatlabel politieke partijen vertoont echter wel wat overeenkomsten met ons kleinere onderzoek. Ook bij het klimaatlabel politieke partijen staat PvdD bovenaan. Alleen GroenLinks en SP wisselen stuivertje, PvdD deelt bij klimaatlabel de eerste plaats met GL i.p.v. met de SP. Ook de onderkant toont gelijkenissen. met klimaatlabel F voor PVV en FvD.

Klimaatlabel politieke partijen, gebaseerd op stemgedrag 2017-2019.

Het label is gebaseerd op het stemgedrag in de Tweede Kamer in de periode 2017-2019. Op de website van Klimaatlabel Politiek is terug te vinden welke stemmingen zijn meegenomen en hoe de partijen scoren op individuele voorstellen. Het klimaatlabel politieke partijen laat ook zien dat regeren pijn doet. PvdA stijgt van label D naar label B, CU zakt van label A naar label D en D66 zakt van label B naar label D. De uitdaging voor een volgende coalitie lijkt ook duidelijk: zorgen dat een van de coalitiepartijen in label C komt.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

De verhoging van uw energierekening komt uit het midden

De afgelopen maanden is er veel te doen over de betaalbaarheid van de klimaatplannen van het Kabinet. In augustus waarschuwde CDA leider Buma al voor een Fortuijn achtige revolte als de klimaatplannen niet betaalbaar zouden zijn voor de gewone man. Sinds de publicatie van het concept klimaatakkoord in december hebben veel politieke partijen hun zorgen uitgesproken over de betaalbaarheid van de klimaatplannen voor burgers. Voor de milieubeweging en de FNV was de lastenverdeling tussen burgers en bedrijfsleven zelfs reden om een dag voor publicatie van het klimaatakkoord hun handen van het klimaatakkoord af te trekken. Tijd dus om eens te kijken hoe de zorgen van politieke partijen zich het afgelopen half jaar hebben vertaald in voorstellen in de Tweede Kamer en in het stemgedrag van de verschillende politieke partijen als het gaat om de verdeling van de kosten van energiebelasting en opslag duurzame energie over burgers en bedrijven.

Opbouw energierekening

De energierekening kent drie belangrijke posten waar de Tweede Kamer jaarlijks invloed op heeft. Op de eerste plaats zijn dit de  energiebelasting en de vermindering hierop, op de tweede plaats de opslag duurzame energie, . Met deze laatste worden de kasuitgaven van de SDE+ gefinancierd (al zal het Ministerie van Financiën ontkennen dat er een rechtstreekse koppeling is). Over de hoogte van de tarieven van beide is eind 2018 gestemd in de Tweede Kamer. Bij het berekenen van het effect op de energierekening ben ik uitgegaan van het gemiddeld verbruik volgens Milieucentraal (1.470 m3 gas en 3.000 kWh elektriciteit per jaar). In 2018 betaalde mensen met een dergelijk verbruik zo’n 400 Euro aan energiebelasting en opslag duurzame energie, waarbij ik de korting op de energiebelasting en de BTW al heb verrekend. In 2019 wordt dit bij ongewijzigd verbruik 162 Euro meer.

Energiebelasting

Het belastingplan 2019 verhoogt de energiebelasting voor gas en verlaagt de energiebelasting voor elektriciteit. Ook de heffingsvermindering energiebelasting wordt verlaagd. Per saldo kost dat een gemiddeld huishouden 99 Euro per jaar extra. Bij de behandeling van het wetsvoorstel werden twee amendementen ingediend om de verlaging van de heffingsvermindering terug te draaien. In het voorstel van GroenLinks werd de dekking hiervoor gevonden door de tarieven van de hogere schijven van de energiebelasting voor gas en elektriciteit te verhogen. De SP stelde voor om dit te financieren door de tarieven in hoogste schijf van de energiebelasting te verhogen (de echte grootverbruikers). Beide amendementen werden verworpen. In beide gevallen had dit huishoudens Euro 62 per jaar gescheeld. Voor het voorstel van GroenLinks stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en Denk. Tegen het voorstel van GroenLinks stemden VVD, CDA, ChristenUnie, D66, PVV, SGP en Forum voor Democratie. De stemmingsuitslag van het voorstel van de SP verschilde weinig, enkel 50PLUS wisselde stuivertje en stemde tegen het voorstel van de SP.

Het wetsvoorstel werd uiteindelijk wel aangenomen, waarbij VVD, CDA, D66, GroenLinks, PvdA, ChristenUnie, PvdD, 50PLUS en SGP voor stemden. Tegen stemden PVV, SP, DENK en Forum voor Democratie.

Verder terugzoeken in de tijd levert een heel reeks amendementen op. In 2017 diende GroenLinks een amendement in om de tijdelijke verhoging van de energiebelasting uit het energieakkoord enkel ten laste van de korting op de energiebelasting voor het bedrijfsleven te brengen in plaats. Dit amendement werd verworpen. Voor stemden GroenLinks, SP, PvdD en DENK. De andere partijen stemden tegen.

In 2016 stelde GroenLinks voor om de energiebelasting voor het bedrijfsleven te verhogen en de opbrengst te gebruiken voor meer innovatiegelden en voor verhoging van de arbeidskorting. Voor stemden SP, D66, GroenLinks en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, CDA, PVV, ChristenUnie, SGP, Groep Bontes/Van Klaveren, DENK (Groep Kuzu/Öztürk, 50PLUS, Houwers, Klein en Van Vliet.

GroenLinks diende in 2011 een amendement in dat een grote verschuiving van lasten van werknemers naar bedrijfsleven zou hebben betekend. Het amendement wilde de arbeidskorting in vier stappen met in totaal 508 euro in 2015 verhogen en de bezuinigingen op de uitkeringen terugdraaien. Dit zou betaald moeten worden door de kinderbijslag inkomensafhankelijk te maken en door in vier jaar tijd korting op de energiebelastingtarieven voor alle grootverbruikers in 4 stappen te verlagen tussen 2012 en 2015. Dit zou een lastenverschuiving van een paar miljard hebben opgeleverd. Voor stemden SP, D66, GroenLinks en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, PVV, CDA, ChristenUnie en SGP.

Tarief Opslag duurzame energie

Op 20 november stemde de Kamer over het wetsvoorstel Wijziging van de Wet opslag duurzame energie, in verband met de vaststelling van tarieven voor het jaar 2019. Net als bij de energiebelasting wordt bij de opslag duurzame energie het uitgangspunt gehanteerd dat de helft van de jaarlijkse opbrengsten van kleinverbruikers komt en de helft van grootverbruikers. De tarieven in het wetsvoorstel leiden tot een stijging van de energierekening met 63 Euro voor een gemiddeld huishouden.

Bij de behandeling zijn twee amendementen ingediend. Het eerste amendement van de SP (kamerstuk 35004 – 9) stelt voor om de verdeling van de lasten van de ODE te verschuiven naar grootverbruikers, zodat een verhouding ontstaat van 20:80 in plaats van 50:50. Wanneer dit amendement was aangenomen was de energierekening voor een gemiddeld huishouden met 34 Euro gedaald in plaats van met 63 Euro gestegen. Voor stemden SP, PvdA, PvdD en Denk. Alle andere partijen stemden tegen. Het amendement van de SP was een extremere versie van een GroenLinks amendement uit 2017, dat voorstelde om de lasten van de opslag duurzame energie in een verhouding 40:60 te verdelen over huishoudens en bedrijfsleven. Ook dit voorstel werd afgewezen. In 2018 stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en DENK voor. Alle andere partijen stemden tegen, waaronder VVD, CDA, Forum voor Democratie en PVV.

Het tweede amendement dat in 2018 werd ingediend door GroenLinks en voerde een heffingsvermindering van 51 Euro in (Kamerstuk 35004 – 16) te bekostigen door het verhogen van de hogere schijven van de opslag duurzame energie. Als dit amendement was aangenomen waren de kosten van de opslag duurzame energie in 2019 voor een gemiddeld huishuiden met slechts 1 euro gestegen ten opzichte van 2018. Voor stemden GroenLinks, SP, PvdA, PvdD en Denk. Tegen stemden VVD, CDA, D66, CU, PVV en Forum voor Democratie.

Van de zijde van Forum voor Democratie, PVV, VVD, CU en CDA kwamen in 2018 geen voorstellen om de lastenverzwaring voor kleinverbruikers te beperken. Er lag ook geen amendement van PVV of Forum voor Democratie om de opslag duurzame energie af te schaffen.

De stemming over twee GroenLinks amendementen uit 2016 laat zien hoe belangrijk de coalitie is in het voorkomen van de verschuiving van lasten van burger naar bedrijfsleven.  In 2016 werden door GroenLinks twee amendementen ingediend. Beide amendementen draaiden de verhoging van de ODE voor kleinverbruikers terug en dekten dit door de ODE voor grootverbruikers te verhogen. Het ene amendement deed dit voor de ODE op gas, het andere voor de ODE op elektriciteit. Voor stemden in 2016 de SP, ChristenUnie, GroenLinks, Denk (Groep Kuzu/Öztürk), PvdD, 50PLUS en Klein. Tegen de verschuiving van lasten van burgers naar bedrijfsleven stemden VVD, PvdA, CDA, D66, PVV, SGP, Bontes/Van Klaveren, Houwers, Monasch en Van Vliet.

Zoals te zien is hebben PvdA en CU hun stemgedrag sinds 2016 aangepast. PvdA steunt inmiddels het verzwaren van lasten voor het bedrijfsleven ten gunste van de burger, de ChristenUnie stemt hier inmiddels tegen. Vaste constante in het tegenstemmen zijn VVD, CDA en PVV. Wie verder terug zoekt komt een amendement van D66 tegen uit 2012, dit amendement stelt voor om bij de opslag duurzame energie te werken met een vlaktaks in plaats van met verschillende schijven met een aflopend tarief naarmate het energieverbruik hoger is. Dit amendement zou een veel groter deel van de kosten van de SDE+ regeling bij het bedrijfsleven hebben gelegd. Voor stemden SP, D66, ChristenUnie, GroenLinks, 50PLUS en PvdD. Tegen stemden VVD, PvdA, PVV, CDA en SGP.

Klimaatakkoord

In het ontwerp klimaatakkoord zijn twee varianten opgenomen voor een lastenneutrale schuif in de energiebelasting:

A. Een verhoging van de energiebelasting van jaarlijks +1 cent op gas vanaf 2020 t/m 2029 i.c.m. de eerste vier jaar een verhoging belastingvermindering oplopend tot 65 euro, en daarna zes jaar verlaging elektriciteitstarief met -0,5 cent. Aangevuld met een extra ISDE budget van 50 miljoen euro/jaar t/m 2022.

B. Een verhoging van de energiebelasting op gas in 2020 met +4 cent en verhoging belastingvermindering met 65 euro met in de zes jaar daarna een verhoging van de energiebelasting op gas van jaarlijks +1 cent en een verlaging van de energiebelasting op elektriciteit van jaarlijks -0,5 cent tot 2030.

Beide varianten lopen door tot 2030. Uitgaande van hetzelfde gemiddelde verbruik van een huishouden leveren beide varianten een lichte daling van de kosten voor energiebelasting op ten opzichte van 2019. Ten opzichte van 2018 blijft het echter een forse stijging van de energiebelasting.

JaarA t.o.v. 2019A t.o.v. 2018B t.o.v. 2019B t.o.v. 2018
2020-€1.88€97.15-€7.50€91.52
2021-€3.75€95.27-€7.87€91.16
2022-€5.63€93.40-€8.23€90.79
2023-€7.50€91.52-€8.59€90.43
2024-€7.87€91.16-€8.95€90.07
2025-€8.23€90.79-€9.32€89.71
2026-€8.59€90.43-€9.68€89.34
2027-€8.95€90.07-€27.83€71.19
2028-€9.32€89.71-€45.98€53.04
2029-€9.68€89.34-€64.13€34.89
2030-€9.68€89.34-€82.28€16.74

In bovenstaande tabel heb ik nog geen rekening gehouden met de stijging van de opslag duurzame energie van 2019, die naar ik verwacht de komende jaren verder zal stijgen door de realisatie van meer duurzame energieprojecten en uitbreiding van de SDE+ naar de SDE++ regeling. Door deze laatste uitbreiding komt er naar verwachting ook ruimte in de SDE++ regeling (die gefinancierd wordt vanuit de opslag duurzame energie) voor infrastructurele projecten, zoals biogasnetwerken, CO2 leidingen en warmtenetten, en voor CO2 afvang en opslag. Waarmee de opbrengsten van de opslag duurzame energie nog meer dan nu als subsidie naar het bedrijfsleven gaan.

Zodra de doorrekening van PBL beschikbaar is wil ik de effecten van het klimaatakkoord op de energierekening van een gemiddelde huishouden vergelijken met de tarieven die politieke partijen hebben gehanteerd in de doorrekening van hun verkiezingsprogramma.

Wat al wel te zeggen is is dat de verhoging van de belastingvermindering met Euro 65 weggestreept moet worden tegen de verlaging met 51 Euro van dit jaar. Per saldo levert het klimaatakkoord dus slechts 14 Euro meer belastingvermindering op dan u tot vorig jaar al kreeg.

Amendement kosten energietransitie

Een amendement dat apart vermeldenswaardig is betreft het amendement van de PvdA over € 500 miljoen voor koopkrachteffecten energietransitie. Dit amendement reserveert eenmalig 500 miljoen Euro om koopkrachteffecten bij burgers te repareren. Waarbij verwezen wordt naar een soortgelijke reserve die is opgenomen in de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, hetgeen volgens de PvdA waarschijnlijk ten goede zal komen aan bedrijven. Voor het amendement stemden PVV, GroenLinks, SP, PvdA, PvdD, 50PLUS en DENK. Tegen stemden VVD, CDA, D66, ChristenUnie, SGP en Forum voor Democratie.

Conclusie

Het is opvallend dat CDA en VVD, die afgelopen maand beide een nummertje maakten over de betaalbaarheid van de klimaatplannen voor gewone mensen, de afgelopen jaren consequent tegen het verschuiven van de lasten van burgers naar bedrijven stemmen. Dat speelt zowel bij de energiebelasting als bij de opslag duurzame energie. D66 heeft ergens tussen 2012 en nu een draai gemaakt. Waren ze in 2012 nog indiener van een voorstel om de opslag duurzame energie als vlaktaks in te voeren, waarmee een groter deel van de opslag duurzame energie door het bedrijfsleven zou worden betaald. Inmiddels stemmen ze al een aantal jaar consequent tegen voorstellen om de energiebelasting of de opslag duurzame energie voor bedrijven meer te laten stijgen dan voor burgers. Alleen een voorstel om voor hogere energiebelasting die ten gunste komt van innovatie in het bedrijfsleven kon op steun rekenen. De ChristenUnie heeft met het toetreden tot de coalitie stuivertje gewisseld met de PvdA. De ChristenUnie stemt sinds de toetreding tot de coalitie consequent mee met VVD en CDA.

Ook het stemgedrag van de PVV en Forum voor Democratie is opvallend, consequent stemmen ze tegen de wetsvoorstellen energiebelasting en opslag duurzame energie. Tevens stemmen beide op gebied van energie consequent tegen amendementen die lasten van burgers naar bedrijfsleven verschuiven.

Tot slot: De uitlatingen van politici in de media staan de komende maanden in het teken van de provinciale en Europese verkiezingen. Als u in de Eerste Kamer partijen wilt die rekening houden met de verdeling van lasten tussen burgers en bedrijven dan biedt hun stemgedrag de beste garantie op succes. De partijen die de afgelopen jaren het meest consequent gestemd hebben voor verschuiving van lasten van burger naar bedrijfsleven zijn SP en PvdD, gevolgd door GroenLinks. Een grotere midddengroep bestaande uit DENK, ChristenUnie en PvdA stemt nu eens voor, dan eens tegen. De partijen die consequent tegen stemmen zijn VVD, CDA, D66, PVV, Forum voor Democratie en SGP. Waarbij PVV en Forum voor Democratie zich nog kunnen verschuilen achter hun standpunt dat klimaatbeleid niet nodig is, al blijft onduidelijk hoe ze het eventueel afschaffen van energiebelasting en opslag duurzame willen dekken. De PVV heeft in een aantal gevallen zich over haar principes heen gezet en gestemd voor de portemonnee van haar kiezer, zoals bij het amendement voor koopkrachtreparatie van PvdA. Forum voor Democratie stemde ook hier tegen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Energie & klimaat in de verkiezingsprogramma’s

Lang leesvoer van Gert Jan Kramer, hoogleraar duurzame energievoorziening, van de Universiteit van Utrecht over de plaats die energietransitie, klimaatverandering en ecologisch denken in de verschillende verkiezingsprogramma’s hebben.

GroenLinks en de ChristenUnie staan het meest duidelijk aan de ecologische kant. De ChristenUnie schrijft in haar verkiezingsprogramma dat het voor haar “als een paal boven water dat het in de economie niet dient te draaien om groei, maar om het goede leven.” Het is daarmee – met deze ene zin – de partij die explicieter dan welke andere partij ook de zelf-evidentie van economische groei en groei-om-de-groei ter discussie stelt. Zelfs GroenLinks durft dat niet aan.

(…)

Aan de andere kant van het spectrum staat de VVD. Wie de introductie leest van het hoofdstuk Energie en Klimaat in het verkiezingsprogramma waant zich wat de probleembeschrijving terug in de tijd van het kabinet Biesheuvel

Conclusie:

Vrijwel iedere geïnformeerde en betrokken burger onderkent inmiddels het klimaatprobleem en de noodzaak om urgent te handelen. Dat is bij de veel partijen gelukkig ook het geval, maar bij een aantal ook niet. Van populistisch rechts is dit te verwachten – klimaatverandering is een onderwerp waartegen the world over populisten zich afzetten. Maar de inadequate opstelling van de VVD is op zijn minst teleurstellend, maar eigenlijk gewoon onbegrijpelijk. Dit geldt, zij het in iets mindere mate, ook voor het CDA. Wie vanuit een conservatief of conservatief-liberaal perspectief het klimaatprobleem beschouwt en zich rekenschap geeft van de mogelijkheden die alternatieve energie nu biedt om het energiesysteem en de economie te vernieuwen, zou het onderwerp hoger en urgenter agenderen, en zou concrete oplossingsrichtingen aandragen – en dit niet aan links overlaten.

Open waanlink

Dit bericht is eerder als open waanlink op Sargasso gepubliceerd.

Impact klimaatakkoord Parijs voor Nederlands langetermijn-klimaatbeleid

Vorig jaar heeft Sargasso veel aandacht besteed aan klimaat in de verkiezingsprogramma’s. Onderstaand bericht heb ik geschreven voor Sargasso om te kijken naar wat volgens het Planbureau voor de Leefomgeving de impact is van het klimaatakkoord van Parijs op het Nederlands langetermijn-klimaatbeleid en dit te vergelijken met wat verschillende politieke partijen in hun verkiezingsprogramma hebben opgenomen. Bijstellingen op basis van amendementen bij partijcongressen zijn (nog) niet verwerkt, ontbreekt me de tijd voor. Voeg gerust met bronvermelding toe in de reacties, dan werk ik het overzicht bij.

Impact klimaatakkoord van Parijs volgens PBL

Om te bepalen hoeveel minder CO2 Nederland mag uitstoten heeft PBL eerst berekend hoe groot het wereldwijde koolstofbudget nog is. Hiervan heeft PBL concretere doelstellingen voor emissies in Nederland afgeleid. Hoe deze doelstellingen er uit zien hangt onder andere af van wat een rechtvaardige en eerlijke verdeling is van de wereldwijde emissieruimte per land. PBL is uitgegaan van een gelijke wereldwijde emissies per hoofd van de bevolking. De Nederlandse uitstoot moet dan dalen met 37 tot 47% in 2030 en met meer dan 87% in 2050.

Belang van snelle omslag

Volgens PBL zijn de komende jaren cruciaal, zowel wereldwijd als in Nederland, om aan de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te voldoen. De beleidsvoornemens moeten fors worden aangescherpt om binnen het koolstofbudget te blijven. Waarbij vermindering van de CO2 emissie en energietransitie de kern van de klimaatbeleidsopgave vormen. In Nederland wordt 85% van de broeikasgasemissies gevormd door CO2 en CO2 heeft een lange levensduur, een lagere CO2 emissie is volgens de analyse van PBL dan ook het belangrijkst voor het tegengaan lange termijn klimaatverandering.

Op termijn zijn negatieve emissies volgens PBL mogelijk, maar de technieken hiervoor zijn niet onomstreden. Negatieve emissies kunnen bestaan uit CO2 afvang en opslag (CCS), CO2 afvang en vastlegging (CCU) in bijvoorbeeld bouwproducten, of het vastleggen van CO2 door bijvoorbeeld herbebossing. De CO2 emissie moet verder omlaag als er geen gebruik gemaakt wordt van negatieve emissies. Voor de doelstelling van 1,5°C  heeft PBL enkel een scenario doorgerekend met inzet van negatieve emissies.

Huidig beleid

De Nederlandse broeikasgasemissies dalen nu tamelijk geleidelijk: de emissiereductie in de laatste 10 jaar bedroeg zo’n 0,7 procentpunt per jaar voor alle Kyoto-broeikasgassen en ongeveer 0,5 procentpunt per jaar voor alleen CO2 (ten opzichte van het emissieniveau in 1990). Om de doelen voor 2030 en 2050 uit de illustratieve berekeningen te halen zou de jaarlijkse reductie 2,6-2,8 procentpunt moeten bedragen van het emissieniveau in 1990.

PBL constateert dan ook dat het huidige en voorgenomen beleid in Nederland onvoldoende is. Met het voorgenomen beleid komt de CO2 reductie uit op 12%in 2030 ten opzichte van 1990. Daar komt dan nog 12% bij als gevolg van de daling van andere broeikasgassen, zoals methaan en lachgas. Om het Nederlandse beleid in lijn te brengen met het Parijsakkoord is in 2030 40-50% minder CO2 uitstoot nodig ten opzichte van 1990. In 2050 moet de CO2 emissie tenminste 87% lager zijn. Om de 1,5°C doelstelling te halen is in 2050 meer dan 100% emissiereductie nodig. Oftewel: CO2 afvangen en opslaan of gebruiken.

Mogelijk maatregelen om beleid in lijn te brengen

Om het Nederlandse beleid, zonder gebruik van kernenergie, is het volgens PBL nodig om onder meer in te zetten op energiebesparing, elektrificatie van het energieverbruik, inzet van meer hernieuwbare energie en afvang en opslag van CO2. Het halen van de doelen vergt inzet op al deze terreinen, dus geen of- of, maar en – en. Om een versnelling te bereiken is het daarnaast nodig om waarborgen in te bouwen, zodat een robuust investeringsklimaat ontstaat. PBL stelt verder dat het van belang is dat er beleid ingezet wordt om alle infrastructurele, technische en institutionele randvoorwaarden op orde te maken voor grootschalige toepassing van CO2-arme technieken.

Vergelijking doelstellingen politieke partijen met PBL

In onderstaande tabel heb ik de doelstellingen de verschillende partijen voor vermindering van de CO2 uitstoot opgenomen voor 2030 en 2050. Sommige partijen doelen daarbij op de CO2 emissie, andere op alle broeikasgassen. Ik heb niet alle partijprogramma’s hierop nagelopen, waar bekend heb ik het aangegeven.

Doel (t.o.v. 1990) 2030 2050
2 °C (met negatieve emissies) 37% 87%
2 °C (zonder negatieve emissies) 40% 96%
1,5 °C (met negatieve emissies) 47% >100%
Basispad Nationale Energieverkenning 2016 24% (waarvan 12% CO2) Niet bekend
PvdD 65%* 100%* (in 2040)
ChristenUnie 55% Tenminste 85% voor 2050**
GroenLinks Tenminste 55%* Tenminste 95%*
PvdA Tenminste 55%* Tenminste 95%*
D66 Tenminste 50% Tenminste 90%
VVD 40% in EU verband 80-95% in EU verband
CDA 40% in EU verband 80-95% in EU verband
SP geen 100%
DENK ? ?
SGP ? ?
Nieuwe Wegen ? ?
Ondernemerspartij ? ?
50Plus ? ?
VNL ? ?
Piraten Partij ? ?
PVV ? ?
Forum voor Democratie ? ?

* betreft alle broeikasgassen
** De ChristenUnie zet in op een snelle en volledige energietransitie binnen één generatie. Dit heb ik opgevat als het binnen 30 jaar naar nul brengen van de CO2 emissies van energieverbruik. Volgens PBL is energieverbruik 85% van de CO2 emissies energiegerelateerd.

Mocht ik doelstellingen over het hoofd hebben gezien in de analyses of doelstellingen van partijen verkeerd weergeven, vul ze dan gerust met bronvermelding aan in de reacties. Dan voeg ik ze toe.

Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Steun van SP, D66 en ChristenUnie voor Klimaatwet

De Klimaatwet, die in 2015 door GroenLinks en PvdA werd gepresenteerd en in september 2016 aan de Raad van State werd gezonden voor advies, wordt nu ook ondersteund door SP, D66 en CU. Volgens de NOS wordt het wetsvoorstel niet meer voor de Tweede Kamerverkiezingen behandeld in de Tweede Kamer, doordat de voorbereiding meer tijd kostte dan eerder verwacht. De partijen zien de afspraken dan ook als inzet voor de campagne en de coalitie-onderhandelingen daarna.

VVD, PVV en CDA zien niks in de Klimaatwet. Zij noemen de wet onrealistisch en vinden het ook niet nodig dat Nederland strengere doelen stelt dan in Europa noodzakelijk is.

Open waanlink

Dit bericht is eerder gepubliceerd als open waanlink op Sargasso.

Impressie boekpresentatie Verslaafd aan energie, Noud Köper

Vanmiddag was ik te gast bij de presentatie van Verslaafd aan energie, het nieuwe boek van Noud Köper. Het boek is geschreven met ondersteuning van Aedes, Bouwend Nederland en Energie Nederland en biedt een kijkje achter de schermen van 30 jaar duurzaam energie en klimaatbeleid in Nederland. Tijdens het officiële gedeelte heb ik weinig nieuws of opzienbarends gehoord.

Paneldiscussie Kamerleden

Bij de korte paneldiscussie met Kamerleden viel het standaard steekspelletje tussen oppositie en beoogde coalitiegenoten weer op. Dat was naar mijn mening een weinig constructief en tamelijk irritant onderdeel. Vooral het gemak waarmee het afschaffen van de stortbelasting voor afval door Rene Leegte van de VVD werd weggezet als wegnemen van subsidie voor duurzaam was tamelijk ontluisterend. Net als het gemak waarmee hij in een moeite door het verlagen van de belastinginkomsten voor de overheid en het laten vervallen van de enveloppe duurzaamheid uit het Lenteakkoord onder prudent begrotingsbeleid schaarde. De teleurstelling in de VVD is nog groter nu ik vanavond het eerste deel van Verslaaf aan energie heb gelezen waar toch met name VVD ministers figureren als voorvechters van milieubeleid. De PvdA kon nog even vrij uithalen naar het Lenteakkoord, waar beoogd coalitiepartner VVD toch ook een krabbel onder heeft gezet…

In positieve zin viel Stientje van Velthoven van D66 op met een helder betoog voor 3 zaken voor de komende regeerperiode:

  1. Stappen in duurzame energie.
  2. Energiebesparing: Werk maken van betaalbaarheid van de energierekening, met name ook voor zwakkere groepen in de samenleving.
  3. Hergebruik van grondstoffen.

Onno Dwars, Volker Wessels

Daarna volgde een kort gesprek tussen de dagvoorzitter en Onno Dwars, projectontwikkelaar bij Volker Wessels. Dat was een fris geluid over het gevoel dat hem bekroop na lezing van het boek: volstrekt gemis aan verantwoordelijkheid bij de mensen die in Nederland aan het stuur zitten als het gaat om de uitdagingen van deze tijd op gebied van duurzame energie en klimaatbeleid. Hij gaf ook aan zelf voornamelijk bezig te zijn met revitalisering van bestaand vastgoed binnen VWS en niet met nieuwbouw.

Paneldiscussie brancheorganisaties

Het officiële deel eindigde met een paneldiscussie met Jaap de Gruijter (namens Aedes), Eelco Brinkman (Bouwend Nederland), Hans Alders (Energie Nederland) en Jan Paul van Soest. Jaap de Gruijter werd het concreetst en gaf aan dat de woningbouwcorporaties wel doorgaan met verduurzaming van hun woningbestand. Hun bewoners geven regelmatig prikkels af dat ze meer woongenot en een lagere energierekening willen. Dat betekent dat ze ook minder wachten op de politiek. Jan Paul van Soest herhaalde zijn pleidooi voor focus op de ongewenste outputs van energiegebruik (bv. CO2 emissies) in plaats van op het inperken van energiegebruik vanuit klimaatbeleid en vermeende schaarste aan energie. Wat niet wegneemt dat het verlagen van de energierekening een legitiem doel kan zijn om in te zetten op enerigebesparing.

Verder kwam ook in deze discussie weinig nieuws naar voren. Al blijft het verbazingwekkend dat de lange termijn ambities die het Nederlands bedrijfsleven aanbiedt zoveel hoger liggen dan wat de Tweede Kamer wil. Dat is wel eens anders geweest. Een 10 met een griffel voor degene die een manier verzint om die ambities van het bedrijfsleven tot stand te brengen zonder directief van de overheid…

De slotborrel

Zoals wel vaker waren de gesprekken tijdens de slotborrel interessanter dan het officiële gedeelte. Zo ving ik mooie ontwikkelingen op rond de power to gas projecten in Duitsland, groen gas projecten in ontwikkeling, de draai die de bouwsector internationaal maakt richting duurzaam bouwen en de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen voor de energiesector. Ook werd ik door een aantal lezers uitgedaagd om de cijferbrij die bij tijd en wijle op mijn weblog verschijnt over energieverbruik en kostprijzen van coöperatieve zon- en windprojecten te koppelen aan maatschappelijk relevante thema’s. Een hele zin vol, waar ik nog eens rustig over ga slapen en waar ik zeker nog een keer over van gedachte ga wisselen.

VVD-raadslid kijkt met selectieve blik naar subsidies voor de energiesector

In een opinieartikel in De Volkskrant trekt de heer W.R van Haga, raadslid voor de VVD te Haarlem en directeur van Solar4u, van leer tegen de subsidiemolen van de SDE+ en de in zijn ogen ambtelijke moloch Agentschap NL. Nu kan ik me prima vinden in inhoudelijke kritiek op subsidies voor energie, inclusief die voor duurzame energie. Toch wil ik een aantal kanttekeningen plaatsen bij zijn betoog.

Op de eerste plaats is de heer Van Haga directeur van Solar4u. Wie de website van het bedrijf bekijkt krijgt sterk de indruk op een site te komen waar particulieren een zonne-energie systeem voor thuisgebruik kunnen aanschaffen. Terwijl de heer Van Haga in zijn artikel nogal te keer gaat tegen subsidies voor duurzame energie stelt zijn bedrijf in de zeer beperkte FAQ op haar website:

De overheid stimuleert het aanschaffen van zonne-energie. Hierdoor zijn de systemen veel sneller rendabel en u kunt dus eerder dan u denkt aan uw centrale gaat verdienen

 Om voor deze subsidies in aanmerking te komen moeten de aanvragen tijdig en correct worden ingediend en moet de centrale door een erkend bedrijf worden geleverd en geïnstalleerd. Solar4U biedt u in dit proces een totaalproduct, van advies tot plaatsing en van subsidie tot gegarandeerde opbrengst. Zo bent u er zeker van dat alles goed gaat en u het hoogst mogelijk rendement haalt.

 Zonne-energie komt echter enkel in aanmerking voor de SDE+ bij installaties groter dan 15 kWp (bron: Agentschap NL). Voor de meeste particulieren is dat veel te groot, het zou de heer Van Haga sieren als zijn bedrijf duidelijk maakt dat deze subsidiemogelijkheid enkel voor grote installaties geldt.

Een tweede probleem dat ik heb met het verhaal van de heer Van Haga is dat hij stelt dat de overheid Agentschap NL in het leven heeft geroepen om de subsidiecarrousel voor duurzame energie gaande te houden. Wanneer hij de moeite had genomen om de website van Agentschap NL te bekijken had hij kunnen zien dat ze meer regelingen uitvoert dan enkel de SDE+. Ja, zelfs meer dan enkel energieregelingen. Grofweg is Agentschap NL opgebouwd uit de volgende onderdelen:

  • Energie;
  • Innovatie;
  • Ondernemerschap (waaronder de borgstellingsregelingen voor ondernemers op zoek naar bankkrediet);
  • Milieu-regelingen (zowel subsidies als ondersteuning van mede-overheden bij milieuvergunningverlening);
  • Internationaal Zakendoen (de voormalige EVD);
  • AntwoordVoorBedrijven.

En ik zal vast nog het een en ander vergeten. De boodschap lijkt me echter helder: de kans dat het afschaffen van de SDE+ tot opheffing van Agentschap NL leidt lijkt is klein.

Terugkomend op de kern van het betoog van de heer Van Haga: schaf subsidie voor alternatieve energie af en laat de markt haar werk doen. Van dat laatste ben ik voorstander, van dat eerste enkel als het woordje alternatief voor energie geschrapt wordt. Een gelijk speelveld ontstaat pas als ook alle impliciete en expliciete ondersteuning van fossiele energie geschrapt wordt. Dan gaat het om fiscale voordelen, risicodragende investeringen die de overheid via Energiebeheer Nederland doet en andere vormen van (verborgen) ondersteuning van de enerigesector. Want zoals zonnepanelen de neiging hebben in prijs te dalen ondanks gebrek aan ondersteuning door de Nederlandse overheid, zo heeft de prijs van fossiele brandstoffen de neiging te stijgen in prijs ondanks de ondersteuning van de Nederlandse overheid. Die prijsstijging zien we terug in de winsten van de fossiele energiebedrijven. Een sector die na ruim 100 jaar toch een keer op eigen benen moet kunnen staan. Maken we bij energie ook meteen een eind aan nostalgische subsidies uit vervlogen eeuwen, zoals de VVD bij statiegeld bepleit.