Tag: recht

  • Varend ontgassen: internationaal vs nationaal recht

    Eerder deze week publiceerde Sargasso over het rapport van ‘Floating Degassing in the Netherlands: Rights and Obligations under International Law‘. De eerdere publicatie was vooral op basis van berichtgeving bij Omroep Flevoland en NRC. Inmiddels hebben we het rapport zelf doorgelezen, een presentatie over het rapport door de onderzoekers bijgewoond en de reactie van de minister gelezen. Tijd dus voor wat meer inhoudelijke duiding. Te beginnen bij het rapport van de Erasmus Universiteit. Kleine spoiler: de onderzoekers van de Erasmus Universiteit hebben nog niet gereageerd op de brief van Minister Harbers.

    Ontstaansgeschiedenis van rapport

    Het rapport is het gevolg van een vraag van Omroep Flevoland aan de Erasmus Universiteit. Een vraag die deels voort is gekomen uit overleg van ondergetekende met Omroep Flevoland over het ontbreken van de onderbouwing van het internationale verbod op een nationaal verbod op varend ontgassen. NRC heeft zich later aangesloten bij Omroep Flevoland. Sargasso is daarbij helaas buiten de boot gevallen, als vrijwilligersclub hebben we nou eenmaal niet het geld en de capaciteit om volop mee te draaien in een dergelijk onderzoekstraject. Niks mis mee, Omroep Flevoland en NRC hebben belangrijke informatie boven tafel gekregen.

    Die informatie verder gaat dan enkel het rapport. Bijvoorbeeld dat binnenvaarttankers nog steeds ontgassen in Natura2000 gebied (De Biesbosch) in provincies met een provinciaal ontgasverbod. Dat schippers en hun bemanning last hebben van gezondheidsklachten tijdens het varend ontgassen en dat de Inspectie Leefomgeving & Transport de rol van de Arbeidsinspectie vervuld bij binnenvaarttankers. Een taak die volgens de Inspectie niet bovenaan hun prioriteitenlijst staat en waar je je van kunt afvragen of het bij hun kerntaken hoort. Vraag aan de politiek: hebben schippers en hun bemanning niet gewoon recht op een veilige, gezonde werkomgeving en een fatsoenlijke inspectie met verstand van arbeidsomstandigheden die daar op toe ziet? Het gaat om zeer zorgwekkende stoffen, stoffen waar in elke sector strikte voorwaarden voor blootstelling tijdens werk gelden. Voor benzeen is de maximale blootstelling 0,2 ppm of 8 mg/m3 gedurende 8 uur. Ik betwijfel of die concentratie gehaald wordt op binnenvaarttankers tijdens het varend ontgassen van benzeen…

    Rapport Floating Degassing in the Netherlands: Rights and Obligations under International Law

    Dan het rapport. Een degelijk werk, waarbij de onderzoekers gekeken hebben naar de volgende internationale verdragen: ADN (vervoer gevaarlijke stoffen over binnenwateren), CDNI (scheepsafvalstoffenverdrag), de CDNI aanpassingen uit 2017 en het verdrag van Mannheim uit 1868 (revisie in 1963). In hun presentatie gaven de onderzoekers een opsomming van relevante artikelen uit de verschillende verdragen.

    ADN

    • Article 6 Sovereign right of States
      Each Contracting Party shall retain the right to regulate or prohibit the entry of dangerous goods into its territory for reasons other than safety during carriage.
    • Article 9 Applicability of other regulations
      The transport operations to which this Agreement applies shall remain subject to local, regional or international regulations applicable in general to the carriage of goods by inland waterways.
    • 7.2.3.7 Gas-freeing of empty cargo tanks
      Gas-freeing of empty or unloaded cargo tanks is permitted under the conditions below but only if it is not prohibited on the basis of international or domestic legal requirments.

    CDNI aanpassing uit 2017:

    • Inwerkingtreding op de eerste dag van de zesde maand na ratificatie door alle deelnemende partijen;
    • Article 3
      Prohibition of dumping, discharging and release
      (1) Dumping, discharging or permitting the outflow of waste generated on board, or any part of the cargo from vessels into the waterways, or releasing vapours into the atmosphere on the waterways referred to in Annex 1 shall be prohibited.

    De onderzoekers trekken op basis van deze twee verdragen de conclusie dat bestaande verdragen geen juridisch obstakel vormen voor het unilateraal instellen van een nationaal ontgasverbod door Nederland. De verdragen erkennen het soevereine recht van lidstaten om ontgassen te reguleren en bevatten in elk geval geen regels om een dergelijke maatregel te voorkomen. Artikel 7.2.3.7 van het ADN geeft dus expliciet aan dat ontgassen (gas-freeing of empty cargo tanks) alleen mag als het niet is onderworpen aan internationale, nationale of lokale regels. De onderzoekers onderschrijven de uitleg die Ton Quist, de rechter en ik daaraan geven: een ontgasverbod mag. Een ontgasverbod doet geen afbreuk aan het vrije scheepvaartverkeer. Het argument dat het Nederland vanuit internationaal recht verboden wordt om een nationaal ontgasverbod in te stellen vinden ze dan ook niet overtuigend. Wat aansluit bij wat het Ministerie eerder schreef in reactie op burgervragen:

    De wijziging van de regeling is (mogelijk) een nationale kop op de Europese Richtlijn. (…) De actie van Duitsland werd dus niet als illegaal gezien, zoals u het stelt.

    Mensenrechten en ontgassen

    Een andere interessante invalshoek van de onderzoekers is het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (ECHR). Dit verdrag geeft verplichtingen voor de staat. De onderzoekers halen met name Artikel 2 (het recht op leven) “Het recht van een ieder op leven wordt beschermd door de wet (…)” en Artikel 8 (Recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven) “Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven” aan. Op basis van jurispredentie betekenen deze twee artikelen dat de overheid een rol heeft om haar inwoners te beschermen tegen milieuschade. Ze zijn ook gebruikt in de Urgenda Klimaatzaak.

    Volgens de onderzoekers is die zaak relevant, omdat de zaak liet zien dat de rechtbank bevoegd is in te grijpen op basis van het ECHR als er schade wordt berokkend aan inwoners van Nederland. Ook als deze schade in toekomst ligt. Verder kan de rechter besluiten om feiten die niet ter discussie staan tussen partijen voor waar aan te nemen. Dat varend ontgassen schadelijk is wordt erkend door opeenvolgende bewindspersonen. In 2021 werd zelfs in een Kamerbrief geschreven dat onderzoek naar de schadelijke effecten niet nodig is, omdat al duidelijk is dat varend ontgassen schadelijk is voor mens en milieu.

    Reactie Minister

    De reactie van Minister Harbers stelt, zoals vaker in dit dossier, teleur. Niet zo zeer omdat hij niet inzet op een nationaal verbod op varend ontgassen, maar omdat er wederom om inhoudelijke beantwoording heen gedraaid wordt. Maar laten we beginnen bij het goede nieuws. De minister erkent dat provinciale ontgasverboden door de rechterlijke uitspraken ook geldig zijn op Rijkswateren. Handhaving daarvan legt hij bij de provincies, die daarbij ondersteunt kunnen worden door de Inspectie Leefomgeving en Transport.

    Wat opvalt is dat het Ministerie voor het eerst in jaren een onderbouwing geeft van het internationale verbod op een nationaal verbod in de vorm van artikel 18 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht. Zonder enige verdere inhoudelijke onderbouwing stelt de minister dat het verdrag van Wenen prevaleert boven de verdragstekst uit het ADN. Terwijl het ADN staten het soevereine recht geeft om regels te stellen aan het ontgassen van ladingtanks. Niet op basis van veiligheid, want dat is geregeld in het ADN, maar wel op basis van milieu of volksgezondheid. Sargasso heeft de Erasmus School of Law om een reactie op de brief van minister Harbers gevraagd, maar deze nog niet ontvangen.

    Een manco is dat de minister de stelling betrekt dat de rekening bij een nationaal verbod bij de schipper komt te liggen. Hij doet dat zonder enige onderbouwing van het hoe en waarom deze rekening niet bij de verlader kan komen te liggen als het ontgasverbod landelijk wordt ingevoerd. De Minister geeft ook aan dat varend ontgassen niet vergelijkbaar is met de Urgenda Klimaatzaak, omdat de Staat haar verantwoordelijkheid heeft genomen door in te zetten op een internationaal verbod op varend ontgassen. Alsof het ondertekenen van het internationale klimaatverdrag zou betekenen dat Nederland geen eigenstandige verplichtingen en verantwoordelijkheden heeft. Daar vond de rechter in de klimaatzaak van Urgenda wat van en dat wijkt af van de stellingname van de Minister.

    De Minister bestrijd ook dat er in België een ontgasverbod geldt. Dit geldt volgens hem enkel voor de Antwerpse haven. Wie de Belgische gegevens nazoekt komt uit bij het Politiereglement voor de Beneden-Zeeschelde (pdf). Ruwweg het gebied vanaf de Antwerpse haven tot aan de Belgisch-Nederlandse grens. Artikel 32 verklaard het ontgsverbod voor zeeschepen ook van toepassing op binnenvaarttankers. En de Schelde is uiteraard het enige echt relevante vaarwater in Belgi. Dat verklaart waarom Zeeland (en dus ook de Biesbosch) nog steeds te maken hebben met Belgisch ontgastoerisme, terwijl de minister formeel niet jokt. Dat noemen ze in Den Haag hogere politiek…

    Tot slot beroept de minister zich weer op het bekende refrein dat er onvoldoende capaciteit aan ontgassingsinstallaties is. De minister stelt:

    Het is aan de provincies, als vergunningverlenend bevoegd gezag, om prioriteit te geven aan het aanleggen van ontgassingsinstallaties waarmee kan worden voldaan aan de verdragseis dat een voldoende dekkend netwerk van ontgassingsinstallaties aanwezig moet zijn. (…)

    Deze installaties moeten voldoen aan de geldende wet- en regelgeving wat betreft de aard van de dampen die worden opgevangen en de mogelijke emissie eisen

    Daarover gaat de minister in gesprek met provincies, brancheorganisaties etc. Het is zacht gezegd teleurstellend, maar eigenlijk ronduit beschamend, dat die gesprekken 5 jaar nadat het Ministerie aankondigde dat er vanaf 2020 een landelijk ontgasverbod van kracht zou worden nog steeds niet afgerond zijn. Zoals het ook beschamend is dat de minister blijft volhouden dat ontgassingsinstallaties aan de landelijke normen moeten voldoen en hij er dus willens en wetens voor kiest om 100% van de zeer zorgwekkende stoffen de lucht in te laten gaan in plaats van 80% op te vangen.

    De Minister had de afgelopen jaren prima kunnen gebruiken om via een algemene maatregel van bestuur tijdelijk lagere uitstootnormen vast te leggen. Dan hadden provincies tijdelijke vergunningen kunnen verlenen (bv met een looptijd van 5 jaar) aan ontgassingsinstallaties. Op die manier hadden de afgelopen vijf jaar gebruikt kunnen worden voor het in de praktijk testen van de verschillende technische oplossingen voor varend ontgassen. Waarna de installaties die aan de normen van het Activiteitenbesluit weten te voldoen een permanente vergunning kunnen krijgen en kunnen de anderen van de markt verdwijnen. Met de goed functionerende technische oplossingen kan vervolgens de landelijk dekkende infrastructuur opgebouwd worden.

    Het meten van de emissies uit deze installaties kan op dezelfde wijze als gebeurd bij de reguliere overslag van vluchtige organische stoffen. Of zou de minister dan met schaamrood op de kaken in de Tweede Kamer moeten uitleggen dat de uitstoot bij op- en overslag van vluchtige organische stoffen anno 2023 nog steeds gebeurd op basis van schattingen of berekeningen in plaats van op basis van metingen?

    Slotsom

    Al met al lijkt er nog steeds geen beweging in dit dossier te zitten. De financiële belangen voor verladers zijn dan ook groot. Met een geschatte kostenpost per verantwoorde ontgassing van 10 tot 40.000 Euro en zo’n 15 schepen die varend ontgassen per dag gaat het om een kostenpost van zo’n 55 tot 220 miljoen Euro per jaar. Een kostenpost enkel voor Nederland en die nog los staat van de kosten als ook de kust- en zeetankers een keer aangepakt gaan worden voordat ze buitengaats ontgassen…

    Voor omwonenden lijken er twee oplossingen mogelijk: inzetten op vergunningverlening aan installaties voor verantwoord ontgassen en op handhaving van de provinciale ontgasverboden, ook op rijkswateren. Waarmee een bijna nationaal dekkend ontgasverbod in werking zou treden (Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, Flevoland, Gelderland en Utrecht hebben een verbod). Of naar de rechter stappen om een nationaal ontgasverbod af te dwingen met een beroep op het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.

    In beide gevallen gaat er nog jarenlang een verschil zitten in de juridische werkelijkheid (verboden) en de praktijk (uitstoten in de buitenlucht) of op andere (mogelijk niet geheel legale) wijze zich ontdoen van de afgevangen vluchtige organische stoffen. De afval, olie, gas en vluchtige organische stoffen blijven namelijk sectoren waar niet alle bedrijven het even nauw nemen met de regels.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Hoogleraar internationaal recht: geen belemmering voor verbod ontgassen

    Wat Sargasso in november 2021 al schreef op basis van informatie van Ton Quist is nu bevestigd door Professor Alessandra Arcuri van de Erasmus School of Law: een nationaal verbod op varend ontgassen kan, er is geen enkele internationale belemmering. Sterker nog: het lijkt erop dat Nederland op basis van mensenrechtenverdragen het varend ontgassen van zeer zorgwekkende stoffen juist wél moet verbieden. Kamerlid Susanne Kröger, GroenLinks, heeft bij Omroep Flevoland aangekondigd de minister vandaag om een landelijk verbod op varend ontgassen te vragen.

    Wat is varend ontgassen ook al weer?

    Varend ontgassen gebeurd in de tankvaart en is nodig omdat er in de tanks van binnenvaarttankers die chemicaliën en aardolieproducten vervoeren ladingrestanten en ladingdampen achterblijven nadat de tanks geleegd zijn. Deze ladingrestanten en ladingdampen moeten uit het ruim verdwijnen voordat er een nieuwe lading aan boord komt. Dat heet ontgassen. Bij ontgassen komen vluchtige organische stoffen vrij, waaronder gevaarlijke en zeer zorgwekkende stoffen, zoals benzeen. Deze stoffen zijn kankerverwekkend en kunnen onder andere leukemie veroorzaken. Volgens het RIVM is er geen veilige concentratie waaronder geen effecten voorkomen. Er kan altijd gezondheidswinst worden behaald door reductie van de uitstoot van benzeen. Daarom geldt voor de uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen een minimalisatieplicht en vijfjaarlijkse informatieplicht.

    Schepen die hun lading hebben gelost worden vol ladingdamp weggestuurd van de terminal. Om een volgende lading te kunnen laden moeten ze veelal aantonen dat ze gasvrij zijn aan de terminal van de nieuwe verlader. Dat kan op verschillende manieren, bij een tankschoonmaakbedrijf of door te ontgassen aan de buitenlucht. Ontgassen aan de buitenlucht is enkel varend toegestaan als dit via het zogenaamde manifold plaatsvind. Behalve in de buurt van sluizen, bruggen en bij dichtbevolkte gebieden. In de havens van Rotterdam en Amsterdam zijn door de lokale autoriteiten plaatsen aangewezen waar schepen stilliggend mogen ontgassen. Bij 20 graden Celsius gaat om 900 kilogram per schip. Op warme zomerse dagen kan het om aanzienlijke meer gaan: 2.000 tot 3.000 kilogram benzeen per schip.

    Eerdere ontwikkelingen m.b.t. verbod op varend ontgasssen

    In 2014 paste het RIVM de officiële emissiecijfers voor varend ontgassen aan en sloten de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en het toenmalig ministerie van I&M een regionaal akkoord om varend ontgassen te verbieden. Het Ministerie van I&M kwam later op basis van (een nog steeds geheim) advies van de landsadvocaat tot de conclusie dat provinciale ontgasverboden niet rechtsgeldig zijn. Ondertussen hielden opeenvolgende bewindspersonen vol dat een nationaal verbod niet mogelijk was door internationale verdragen. Ondanks herhaaldelijke verzoeken per telefoon en email van Sargasso om specificatie heeft het Ministerie nooit aangegeven welke verdragsbepalingen het betreft.

    Er wordt al jaren (of beter gezegd decennia) gewerkt aan een internationaal verbod op varend ontgassen. De invoer van provinciale ontgasverboden in 2015 in Nederland en in de haven van Antwerpen hebben de internationale onderhandelingen in een stroomversnelling gebracht, waarschijnlijk uit angst voor afwijkende regelgeving tussen vaargebieden. Per 1 juli 2019 is in Nederland het nieuwe ADN van kracht, waarin aanvullende regels voor varend ontgassen worden gesteld. Hierdoor is varend ontgassen via de luiken niet meer toegestaan. Zie ook deze uitlegfilm van de Nederlandse overheid:

    https://youtube.com/watch?v=wHzeOzenifM%3Ffeature%3Doembed

    In het CDNI wordt varend ontgassen volledig verboden. Nederland heeft dit verdrag al geratificeerd, het wachten is nog op Frankrijk en Zwitserland. Al is dat voor een nationaal verbod dus niet nodig.

    De afgelopen jaren dook het dossier met enige regelmaat op in de publiciteit. Onder andere doordat omwonenden langs de lek zich verenigden in de vereniging Stop Ontgassen, de publiciteit zochten en handhavingsverzoeken deden bij omgevingsdiensten. Vorig jaar kregen ze gelijk van de rechter: de provincie moet het provinciaal ontgasverbod handhaven. Ook was er ophef in Gelderland en Zeeland over ontgastoerisme vanuit Duitsland en België.

    Het meest recent zorgde het dossier voor commotie in Flevoland. Een provincie zonder veel chemie, maar wel een provincie waar veel schippers naar uitwijken om varend te ontgassen sinds het provinciaal ontgasverbod in Noord-Holland. Die commotie leidde vorig jaar volgens schipper Ton Quist eindelijk tot beweging.

    Onderzoek Erasmus Universiteit

    Op verzoek van Omroep Flevoland onderzocht de Erasmus Universiteit (pdf) of de verschillende argumenten die het Ministerie tegen een landelijk verbod heeft gehanteerd kloppen. Uit dat onderzoek blijkt dat er weinig van de argumenten van opeenvolgende bewindspersonen klopt. Sterker op grond van mensenrechtenverdragen móét Nederland het hoogstwaarschijnlijk verbieden, omdat de gezondheid van inwoners op het spel staat en het milieu wordt belast.

    Seline Trevisanut van de Universiteit van Utrecht heeft het rapport van de Erasmus Universiteit ook bekeken. Tegenover Omroep Flevoland en NRC onderschrijft zij de bevindingen van Arcuri en Erol:

    Het onderzoek laat overtuigend zien dat internationale verdragen geen belemmering vormen om een verbod in te voeren. Het ministerie heeft nu de plicht om uit te leggen waarom dat niet mogelijk zou zijn.

    Professor Arcuri vindt het grootste probleem dat ministers de Tweede Kamer nooit hebben verteld waar precies staat dat varend ontgassen niet verboden kan worden.

    Je maakt het op die manier erg moeilijk voor het publiek om de regering te controleren. Gezien de passiviteit van de Nederlandse overheid en omdat het ontgassen aannemelijk ernstige gevolgen heeft voor de gezondheid, is dit erg zorgelijk. Ook bestaat het risico dat dit soort technische wetten worden gebruikt als excuus om niet te handelen.

    De NRC opende gisteren op de voorpagina en met een groot achtergrondartikel over het onderzoek. De NRC heeft ook een podcast aan varend ontgassen gewijd. Meest opvallende uitspraak is dat het onderwerp ‘helemaal nieuw’ is voor NRC. Dat de onderzoeksredactie van NRC Sargasso niet leest snappen we nog. Maar dat ze het eigen archief niet doorspitten is verbazingwekkender. Op de opiniepagina van NRC werd in 2018 namelijk al opgeroepen tot een verbod op varend ontgassen.

    GroenLinks wil nationaal verbod op varend ontgassen

    Gisteren heeft Susanne Kröger, Tweede Kamerlid voor GroenLinks, aangekondigd vandaag te vragen om een nationaal verbod op varend ontgassen. Ik ben benieuwd welke fracties daar tegen gaan stemmen. In de provincie Flevoland heeft JA21 kritische vragen over de gezondheidseffecten van varend ontgassen gesteld, landelijk had de VVD in 2017 al een verbod op varend ontgassen in de doorrekening door PBL zitten en was het Tweede Kamerlid Remco Dijkstra woedend op bedrijven die hun schippers opdracht gaven de provinciale ontgasverboden te ontduiken. GroenLinks, PvdA, PvdD, SP en D66 schat ik in als voorstander van een snelle invoer van een landelijk verbod op varend ontgassen. Een Kamermeerderheid lijkt me dus haalbaar. Mogelijke tegenstemmmers: CDA, PVV, FvD, BBB en SGP.

    Het laatste bastion tegen het invoeren van een nationaal verbod is dat er te weinig installaties zijn waar schippers terecht kunnen. Precies zoals Sargasso ook al jaren geleden voorspelde. Er is één bestaande installatie bij ATM in Moerdijk. Omgevingsdienst Noordzeekanaal geeft tegen NRC aan dat ze werken aan een vergunning voor een tweede installatie. Ruimschoots onvoldoende om de ongeveer 15 ontgassende schepen per dag verantwoord te ontgassen.

    Probleem voor het Rijk is dat vergunningverlening aan deze installaties een bevoegdheid is van gemeenten en/of provincies. De normen waaraan deze installaties moeten voldoen zijn vastgelegd in het landelijke Activiteitenbesluit. Veel van de installaties zijn nieuw en halen de normen uit het Activiteitenbesluit niet of kunnen niet aantonen dat ze die halen. Dat biedt meteen de vrij eenvoudige oplossing: maak op landelijk niveau een tijdelijke regeling via een AmvB waarmee installaties die ten minste 80% van de emissies afvangen een tijdelijke vergunning voor 5 jaar kunnen krijgen, mits ze voldoen aan de veiligheidsvoorschriften. Monitor de emissies naar de lucht van die installaties en geef iedere installatie die over 5 jaar voldoet aan de eisen uit het Activiteitenbesluit een definitieve vergunning. De rest mag inpakken en wegwezen.

    Eerdere berichtgeving vind je in ons dossier varend ontgassen.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Uitspraak in hoger beroep Klimaatzaak

    De rechtbank in Den Haag heeft vandaag besloten dat de Staat meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen. De Staat moet ervoor zorgen dat de uitstoot in Nederland in 2020 ten minste 25% lager is dan in 1990. De stichting Urgenda had de rechtbank om een uitspraak verzocht.

    Op basis van het huidige beleid van de Staat zal Nederland in 2020 een vermindering van ten hoogste 17% bereiken. Dat is volgens de rechtbank onder de norm van 25 tot 40% die in de klimaatwetenschap en het internationale klimaatbeleid noodzakelijk wordt geacht voor de geïndustrialiseerde landen.

    Volgens de rechtbank moet de Staat meer doen om het dreigende gevaar veroorzaakt door de klimaatverandering te keren. Daarbij wijst de rechtbank ook op de zorgplicht van de Staat voor de bescherming en verbetering van het leefmilieu. De kosten van de door de rechtbank bevolen maatregelen zijn niet onaanvaardbaar hoog. De Staat kan zich niet verschuilen achter het argument dat de oplossing van het wereldwijde klimaatprobleem niet alleen afhangt van Nederlandse inspanningen. Elke vermindering van uitstoot draagt namelijk bij aan het voorkomen van een gevaarlijke klimaatverandering. Nederland zou als geïndustrialiseerd land hierin voorop moeten lopen. Volgens de NOS verwierp het hof zo goed als alle argumenten die de landsadvocaat had aangevoerd.

    In tegenstelling tot sommige juristen is de rechtbank van mening dat zij met deze uitspraak zich niet het terrein van de politiek begeeft. De rechtbank moet rechtsbescherming bieden, ook in zaken tegen de overheid. Tegelijkertijd moet de rechtbank de vrije beleidsruimte van de overheid respecteren. Daarom past de rechter terughoudendheid. Dat is een reden om het bevel te beperken tot 25%, de ondergrens van de norm van 25 tot 40%. De rechtbank doet ook geen uitspraak over welke maatregelen de overheid zou moeten nemen om te voldoen aan de uitspraak.

    Update 9 oktober 2018 15.15u:

    Huidig pad emissie broeikasgas en mogelijke maatregelen

    emissie-ontwikkeling-nederland
    Ontwikkeling van de CO2 emissies in Nederland en doelen uit klimaatzaak en IPCC rapport 1,5 graden. Bron: Datagraver.

    De grafiek hierboven laat zien wat de bereikte daling in broeikasgasemissies ten opzichte van 1990 is, wat de eis uit de Klimaatzaak is en welke doelstelling volgt uit het recente rapport van IPCC over wat er nodig is om de klimaatverandering te beperken tot 1,5 graden Celsius. Zoals te zien is, betekent de uitspraak van het hof in hoger beroep een behoorlijke opgave voor de komende 2 jaar. In 1990 stootte Nederland 220 megaton CO2-equivalenten uit. In 2017 werd 193 megaton CO2 equivalenten uitgestoten. Zonder aanvullend beleid wordt gerekend op 17% CO2-reductie, dat is 183 megaton. De Urgenda Klimaatzaak vereist dat dit daalt tot 166 megaton. Dat betekent dat de emissie nog met 17 megaton extra omlaag moet.

    De doorrekening van de verkiezingsprogramma’s door het PBL en het CPB geeft geen uitsluitsel over hoe dit bereikt kan worden. Ik kijk daarom terug naar de oudere Quick scan mogelijke aanvullende maatregelen emissiereductie 2020 ten behoeve van Urgenda Klimaatzaak van het PBL en ECN (Energie Centrum Nederland) uit september 2015. Dit heeft zijn beperkingen, omdat toen werd gesteld dat het maximale reductiepotentieel 16 megaton was, maar dat dit 3 megaton minder zou zijn bij uitstel met een jaar. Inmiddels heeft de staat het nemen van maatregelen met 3 jaar uitgesteld. Daardoor is het reductiepotentieel waarschijnlijk niet groter geworden. Het is daarbij goed te bedenken dat het hoger beroep dat de Staat in heeft gesteld geen opschortende voorwaarde kreeg van de rechter.

    Maatregelen uit de categorie ‘snel en tegen lage kosten’:

    • Verlagen van de maximum snelheid op snelwegen. In 2015 was nog sprake van 120 km/uur naar 100 km/uur en 100 km/uur terug naar 80 km/uur. De bijbehorende CO2-reductie was 1,2 megaton. Inmiddels kan de snelheid terug van 130 km/uur naar 100 km/uur. Daarmee is de te behalen CO2-reductie ten minste 0,2 megaton groter.
    • Invoering kilometerheffing. Potentieel 1,2 tot 1,8 megaton CO2-reductie.

    Maatregelen uit de categorie ‘snel en tegen matige kosten’:

    • Emissiebeperkende maatregelen bij kolencentrales (biomassameestook, CCS, inzet gas in plaats van kolen). Potentieel 4,7– 8,5 megaton CO2.
    • Verhoging van de energiebelasting industrie. Dit levert 0,5 tot 0,8 megaton CO2-reductie op. Door de korte tijd die nog resteert tot 2020 is dit potentieel waarschijnlijk lager, want investeringen in de industrie vergen tijd om voor te bereiden en door te voeren.
    • Tender voor energiebesparing industrie. Dit kan 0,7 tot 1,4 megaton CO2 reductie opleveren. De vraag is of dit potentieel nog volledig realiseerbaar is binnen 2 jaar, omdat de tenderregeling nog niet ontwikkeld is.
    • Aanscherping van de bestaande vrijwillige afspraken betreffende energie-efficiëntie tussen overheid en ETS-industrie (MEE convenant). Potentie 1 megaton. De vraag is of het op deze korte termijn nog lukt om de afspraken aan te scherpen en de industrie ook daadwerkelijk tot extra maatregelen te bewegen.
    • Isolatie, proces- en distributieoptimalisaties, opwekking (zoals stoom) en elektromotoren en WKK omschakelen naar Bio-WKK, prijsprikkel
    • Energieverbruik door bonus-malus (6€/GJ) in combinatie met WKK-omschakeling en het regelen van een Biomasssamarkt). Potentieel 2,4 megaton CO2.
    • Maatregelen gericht op huishoudens, zoals een verplichting tot isolatie of vergroening van de installaties (bv. het verplichten van de warmtepomp bij bestaande bouw) vallen net als het inzetten op meer duurzame energie in de categorie langere termijn maatregelen. PBL en ECN verwachtten daar in 2015 geen snelle effecten van.

    Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

  • Nieuwe mijnbouwwet maakt generaliteitsland van Groningen

    Wiebes-272x300Even leek het erop alsof Wiebes de verademing zou zijn waar Groningen op wachtte. Dat kwam vooral door zijn besluit om de gaswinning in Groningen sterk te verminderen en zijn brief aan grootverbruikers om snel op zoek te gaan naar een alternatief voor laag calorisch (Gronings) gas. Wie beter in de details duikt en bv. het Besluit mijnbouwschade Groningen van 31 januari 2018 of het concept wetsvoorstel Minimaliseren gaswinning Groningen leest, wist al beter. Met het opschorten van de versterkingsoperatie, het opstappen van Hans Alders, het openbaar maken van het definitieve wetsvoorstel Minimaliseren gaswinning Groningen, het verhaal van één scheur en 2 instanties, en de deal tussen Staat, Shell en Exxon is het voor bijna iedere Groninger duidelijk: Wiebes is geen Kamp.

    Wetsvoorstel Minimaliseren gaswinning Groningen

    Wiebes kondigde eerder dit jaar het einde van de gaswinning in Groningen vanaf 2030 aan. Om dit te ondersteunen heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat eind maart een wetsvoorstel ter consultatie aangeboden dat de afbouw van de gaswinning regelt. Het wetsvoorstel zorgt er onder andere voor dat het Groninger gasveld niet meer de basis van de gasvoorziening vormt, maar meer de backup gaat vormen. Voor een wetsvoorstel dat het einde van de Groningse gaswinning moet betekenen valt het op dat een jaartal waarin de productie fors verlaagd moet zijn en het jaartal waarop de gaswinning definitief gestaakt wordt ontbreekt. Het afbouwschema voor de gaswinning is ondergebracht in de privaatrechtelijk overeenkomst tussen Shell, ExxonMobil en de staat. Het is de vraag hoe dat zich dan verhoudt tot de toezichtstaak van Staatstoezicht op de Mijnen. Wat gebeurt er als SodM een lagere gaswinning voorschrijft vanuit veiligheidsoverwegingen voor de Groningse bevolking?

    afbouwschema_gaswinning

    Wat ook opvalt is dat wel gesproken wordt over het Groningenveld, maar dat enige definitie daarvan ontbreekt. Het wetsvoorstel bevat geen coördinaten van het Groningenveld, geen diepte of aardlaag waar het in ligt (Rotliegend).

    Het wetsvoorstel voert wel een winningsplicht in voor de exploitant van het Groninger gasveld. Die winningsplicht is niet begrensd in de tijd. Welke Groninger gelooft de Minister van EZK op zijn blauwe ogen dat deze winningsplicht na 2030 niet meer gebruikt wordt voor gas in de Rotliegend laag en dat gaswinning uit diepere lagen hiermee ook is uitgesloten na 2030?

    Het wetsvoorstel geeft de Minister via wijziging van artikel 34 en 105 van de Mijnbouwwet de mogelijkheid om meer gas te winnen of om gas op een later moment te winnen. Voorwaarde is wel dat de eerder berekende en beoordeelde bodembeweging (bodemdaling en bodemtrillingen) en de risico’s voor de omgeving niet anders beoordeeld zullen kunnen worden. Het probleem hierbij is dat er in Nederland geen goed en onafhankelijk gevalideerd model voor bodembeweging ten gevolge van gaswinning bestaat. Het is nog steeds wachten op de op 4 juli 2017 door Kamp toegezegde TNO-modellen die bedoeld waren om de NAM modellen te verifiëren. Ook het TUDelft fase 2 validatierapport Buitengebied dat in 2017 gereed zou zijn is nog steeds niet gepubliceerd, terwijl al in 2016 door zowel NCG Alders als toenmalig minister Kamp werd toegezegd, dat dit mede gebruikt zou bij het opstellen van een nieuw schadeprotocol.

    Leveringszekerheid versus veiligheid bewoners

    Het wetsvoorstel schrapt ook gronden om gaswinning te verminderen of stoppen. In de consultatieversie werden de gronden milieu en natuur geschrapt. In het uiteindelijk wetsvoorstel lijkt dit niet te gebeuren. In een speciaal Gronings hoofdstuk wordt leveringszekerheid voor eindafnemers en een nieuwe definitie van het veiligheidsbegrip geïntroduceerd. Met dat laatste begrip is wat bijzonders aan de hand, want in het wetsvoorstel slaat dit niet alleen op de veiligheid van Groningers, maar ook op leveringszekerheid voor gebruikers van gas. Leveringszekerheid levert al jaren discussie op in de Tweede Kamer: gaat leveringszekerheid boven de veiligheid van Groningers of niet? De minister lost het op, voortaan is leveringszekerheid onderdeel van het veiligheidsbegrip voor gaswinning in Groningen. Sterker, tegen het advies van de Raad van State in wordt leveringszekerheid gekoppeld aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). In het advies van de Raad van State staat hierover:

    De Afdeling merkt op dat dit een wat geforceerde indruk maakt. De Afdeling onderschrijft het belang van leveringszekerheid, maar acht het aanmerken van leveringszekerheid als grondrecht in de zin van de artikelen 2 en 8 van het EVRM nodig noch wenselijk.

    De afweging tussen leveringszekerheid voor eindafnemers en veiligheid van Groningers komt meerdere keren in het wetsvoorstel terug, zowel in artikel 52a, artikel 52d en artikel 167c. Het is naar mijn mening dan ook de vraag of het amendement van Tom van der Lee, waarin hij stelt dat het veiligheidsbelang boven het maatschappelijk belang van eindafnemers moet gaan deze dubbeling voldoende doet door hellen naar het belang van Groningers. Het amendement voegt hiervoor namelijk lid 4a toe dat bij artikel 52d, artikel 167c wordt ongemoeid gelaten evenals de definitie van veiligheidsbelang uit artikel 52a.  Zelfs als de Tweede Kamer leveringszekerheid uit het wetsvoorstel amendeert is het de vraag welke parlementariër het aandurft om ook de definitie van veiligheidsbegrip aan te passen. Al zou dat wel in lijn zijn met de aanbevelingen van de OVV.

    Een extra aanwijzing dat de minister niet echt van zins lijkt om het veiligheidsbelang van Groningers voorop stelt is artikel 52 lid 2c waarin de minister aanvullende maatregelen kan treffen als:

    een aardbeving leidt tot één of meer dodelijke slachtoffers of tot ernstigeverwondingen van meerdere personen.

    Het wetsvoorstel doet echter nog een paar zaken. Zo spreekt het wetsvoorstel weer over schade door aardbevingen en over het aardbevingsgebied. Aardbevingen zijn maar een zeer klein deel van de mogelijke schadeoorzaken ten gevolge van mijnbouwactiviteiten. Het schadebegrip van artikel 33 van de huidige mijnbouwwet en artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek is veel ruimer. Bij Groningers en parlementariërs die de ellenlange discussie over het gebruik van de term aardbevingsschade door NAM en het hanteren van contourenkaarten nog kennen zouden hierbij toch alle alarmbellen af moeten gaan.

    Wat is het Groninger gasveld?

    Wat ook opvalt is dat het Groninger gasveld niet gedefinieerd wordt in het wetsvoorstel. Tot hoe diep in de ondergrond loopt het voornemen om te stoppen met winning? Waar lopen de ‘contouren’ van het Groninger gasveld? Meerdere bronnen geven aan dat daar discussie over is tussen NAM en de staat. In aardlagen onder de huidige winning in het ‘Groninger gasveld’ zit namelijk ook olie en gas. Valt dit onder het stoppen met gaswinning? Of maakt dit onderdeel van de private deal die Wiebes deze week bekend maakte: geen claims voor het stoppen van de gaswinning in het ‘Groninger veld’ in ruil voor toestemming van winning uit de diepere lagen? Of zou de NAM tevreden zijn met het vrijstellen van afdrachten over het gas dat gebufferd wordt in NORG en Grijpskerk?

    Beperken aansprakelijkheid NAM

    Met het invoeren van de winningsplicht wordt ook de aansprakelijkheid voor nadelige gevolgen van mijnbouwactiviteiten zoals vastgelegd in artikel 33 van de mijnbouwwet en in artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek aangepast, lees verminderd. In het wetsvoorstel staat uitgelegd dat de exploitant is verplicht tot winning, wat voor het Ministerie van EZK reden is om het handelen van de exploitant in Groningen niet meer te laten vallen onder de Wet economische delicten, waarmee de toegang voor bewoners tot strafrecht afgesloten wordt. Fijn voor NAM (waar een strafzaak tegen loopt) en fijn voor EBN (de 100% dochter van het ministerie van EZK). Het wetsvoorstel zwakt ook de bescherming van mens en milieu tegen de gevolgen van een zwaar ongeval af. In de mijnbouwwet moeten deze gevolgen voorkomen worden, in Groningen hoeft de exploitant de gevolgen enkel nog te beperken.

    Uitkleden bestuursrecht voor Groningen

    De toegang tot het strafrecht is niet het enige recht dat Wiebes Groningers ontzegt. Hoewel de beperking van de algemene inspraakprocedure van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) minder zwaar is dan in de consultatieronde zitten er nog wel een aantal adders onder het gras. Een ieder kan weer een zienswijze indienen, alleen is artikel 8.4 uit het Awb van toepassing waardoor beroep aantekenen niet mogelijk is. Er wordt tenslotte een wettelijke winningsplicht ingesteld voor Groningen in dit wetsvoorstel.

    Schadeafhandeling

    Een belangrijk punt voor Groningers is een snelle en fatsoenlijke schadeafhandeling. Veel bewoners leven al jaren in onzekerheid en leiden daardoor grote psychische schade. Alle veranderingen van de afgelopen jaren hebben nog steeds geen oplossing gebracht voor veel van de oudere schadegevallen. De verandering van de afhandeling van schadegevallen van civielrechtelijk naar bestuursrechtelijk heeft weer geheel nieuwe problemen met zich meegebracht. Niet alleen wordt met deze stap ruim 80 jaar aan jurisprudentie over het veroorzaken van schade aan derden aan de kant gezet, ook levert het Kafkaëske situaties op. Zeg maar paarse krokodil 2.0.

    Bijvoorbeeld bij een scheur die gemeld is aan het CVW, maar doorgroeit. De groei moet gemeld worden bij de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen. Waarbij de legitimiteit van de eerste claim civielrechtelijk beoordeeld wordt door CVW en het nieuwe deel onder bestuursrecht door de TCMG. Zelfs als de schadevergoeding voor beide delen van de scheur wordt toegekend is de kans dat dat gelijktijdig gebeurt klein. Als de toekenning van schadevergoeding van het eerste deel in 2018 plaats vind en de toekenning van het tweede deel in 2019, waardoor schadeherstel pas in 2019 plaats kan vinden, moet belasting betaald worden over de claim die in 2018 is toegekend. Deze telt mee als inkomen en/of vermogen aldus de website van de belastingdienst. Er kunnen dus gevolgen zijn voor de belasting en voor toeslagen. Dat geldt zowel voor inwoners als voor ondernemers. Het nieuws daarover zorgde in Groningen al voor de nodige verontwaardiging.

    Conclusie

    Het wetsvoorstel vermindering gaswinning Groningen geeft Groningers een hoop nieuwe zorgen en kondigt nieuwe zorgen aan. Het is ook de vraag wat de waarde van het wetsvoorstel is nu er een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de staat en Shell en Exxonmobil ligt. De minister geeft ook aan te werken aan een permanente oplossing voor de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen. Betekent dit dat we straks het verhaal van één scheur en 3 instanties krijgen? Of dat de rest van Nederland zich op kan maken voor een overgang van civielrechtelijke behandeling van schadeclaims richting het bestuursrecht?

    Wat wel duidelijk is is dat er maar één manier is om Wiebes terug naar de onderhandelingstafel te sturen: het wetsvoorstel wegstemmen. Het wetsvoorstel vermindering gaswinning Groningen maakt namelijk onderdeel uit van het private akkoord van de staat met Shell en ExxonMobil. Daar ligt een schone taak voor onze volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Klimaatzaak tegen Noorwegen

    Noorwegen wordt gezien als een groen rolmodel door de ambitie om klimaatneutraal te zijn in 2030, de grote hoeveelheid waterkracht in de energievoorziening en de ambitieuze plannen voor elektrische auto’s. Toch is een alliantie van actievoerders een rechtszaak gestart over de beslissing van de Noorse overheid om oliewinning in de Barantszee toe te staan. Volgens de actievoerders is dit in strijd met het Noorse recht en bedreigt de beslissing het Klimaatakkoord van Parijs. De alliantie van actievoerders bestaat onder andere uit Greenpeace, jongerengroepen en James Hansen, de voormalig directeur van Nasa’s Goddard instituut voor ruimteonderzoek.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd als open waanlink op Sargasso.

  • Oproep klimaatzaak tegen Amerikaanse energiebedrijven & lobbyisten

    In Amerika liggen fossiele energiebedrijven en hun lobbyisten in toenemende mate onder vuur. Al langere tijd wordt hun aanpak vergeleken met de wijze waarop de tabaksindustrie kennis over het gevaar van roken bijna 50 jaar lang heeft bestreden. Nu liggen er ook oproepen om de deze lobby aan te pakken op de wijze waarop de tabaksindustrie is aangepakt.

    De Amerikaanse  Senator Sheldon Whitehouse heeft opgeroepen tot het aanpakken van de energiebedrijven en aanverwante lobby-organisaties via de RICO (Racketeer Influenced and Corrupt Organizations Act) wet. Een aanpak die eerder succesvol is gebruikt om een einde te maken aan de twijfel die de tabaksindustrie en aanverwante lobby-organisaties zaaiden over de schadelijkheid van (passief) roken.

    Amerikaanse wetenschappers hebben zich inmiddels bij de oproep van senator Whitehouse aangesloten via een gezamenlijke brief aan president Obama, procureur generaal Lynch en directeur Holdren van het Office of Science and Technology Policy

    De oproepen volgen op onthulling dat Exxon wetenschappers in interne documenten uit septermber 1982 de expert consensus over door mensen veroorzaakte klimaatverandering als volgt samenvatten:

    The consensus is that a doubling of atmospheric CO2 from its pre-industrial revolution value would result in an average global temperature rise of (3.0 ± 1.5)°C … There is unanimous agreement in the scientific community that a temperature increase of this magnitude would bring about significant changes in the earth’s climate, including rainfall distribution and alterations in the biosphere … the results of our research are in accord with the scientific consensus on the effect of increased atmospheric CO2 on climate.

    Als de Amerikaanse overheid daadwerkelijk besluit het onderzoek op te starten is dat het derde traject dat gaat lopen. Na de uitspraak in 2007 van het Amerikaanse hogerechtshof in Massachusetts vs EPA dat CO2 een vervuilende stof is in het licht van de Amerikaanse Clean Air Act en de uitstoot daarom door EPA gereguleerd moet worden en de uitspraak in Washington in een zaak aangespannen door Our Children’s Trust dat de staat op wetenschap gestoelde doelstellingen moet hanteren in het klimaatbeleid.

    Ook in de rest van de wereld wordt niet stilgezeten als het gaat om de nemen van juridische stappen. Zo heeft bv. een Peruaanse boer RWE aangeklaagd voor 0,47% van de kosten voor klimaatadaptatie, omdat RWE goed is voor 0,47% van de mondiale klimaatemissies tussen 1751 en 2010.

    Tot slot nog de link naar het hele onderzoeksdossier Exxon the road not taken van InsideClimatenews.

    Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

  • Amerikaanse opsteker voor Urgenda’s wijwillenactie

    Mooie afsluiter van 2012 en opsteker voor Urgenda en hun Wij Willen Actie aanpak. De Amerikaanse rechtbank herbevestigd de uitkomst van een rechtszaak uit 2006 dat EPA CO2 mag reguleren op basis van Clean Air Act.

  • Revolutie met recht gestart

    Vorig jaar schreef ik over het boek Revolutie met recht van Roger Cox. Deze week werd duidelijk dat het Roger Cox en Urgenda ernst is. Na 5 jaar positieve acties, icoonprojecten, regiotours, dagen en nachten van de duurzaamheid, heeft Urgenda nu de eerste stappen richting een rechtzaak gezet met het sturen van een brief aan de Staat. Inzet is om klimaatmaatregelen in Nederland af te dwingen.

    Urgenda pakt het groot aan met de website Wij Willen Actie waarop iedereen zijn of haar bijdrage kan leveren bij het verzamelen van feiten, informatie en argumenten.

    De basis

    Als je gaat kijken naar hoe Nederland het internationaal gezien doet dan is er alle reden om de rijksoverheid te helpen met het zetten van een extra stapje. De ambities voor duurzame energie zijn onder Rutte 2b weer wat omhooggeschroefd, de realisatie laat echter nog steeds te wensen over. Nederland bungelt nog steeds onderaan de lijstjes met duurzame energie opwekkende lidstaten en is van duurzame koploper tot fossiele achterblijver verworden. Terwijl we als burger wel 2 keer zoveel energiebelasting betalen als de Duitsers aan feedin opslag kwijt zijn. Peter Desmet noemt dat betalen voor een energietransitie die we niet krijgen. ECN heeft het over een energiebeleid dat niet is afgestemd op energietransitie.

    Duurzame energie is echter maar een klein stukje van de puzzel die klimaatverandering oplevert, zoals de Algemene Rekenkamer deze week in een onderzoek over klimaatadaptatie liet zien. Klimaatadaptatie is een ander belangrijk onderdeel. Het effect van klimaatverandering op waterhuishouding en ruimtelijk ordening is op orde. Op een aantal andere terreinen zijn de effecten van klimaatverandering nog niet goed onder­zocht volgens de Algemene Rekenkamer: gezondheid, energie, transport en recreatie. Daardoor bestaat er geen goed zicht op wat de risico’s en kwets­baarheden in deze sectoren zijn. Ook blijven in de afzonderlijke onderzoeken van kennis- en onderzoeks­instituten de raakvlakken tussen de problemen (versterken effecten elkaar? welke gevolgen heeft een adaptatiemaatregel in sector x voor sector y?) veelal buiten beeld.

    Naarmate maatregelen later genomen worden lopen de kosten volgens de Rekenkamer op. Als ik me het boek Revolutie met Recht goed herinner kan dat ook reden zijn om nu al maatregelen af te dwingen via de rechter.

    Mijn mening

    Ik blijf mijn bedenkingen hebben tegen de juridische route, dat neemt niet weg dat ik de verrichtingen van Urgenda met  nieuwsgierigheid ga volgen. Dat er vandaag bij de SER gesproken is over een nationaal energieakkoord klinkt hoopgevend. Ik heb echter genoeg mooie woorden gehoord, het is tijd voor woorden die ondersteund worden met daden. Dus niet roepen dat je energiebesparing bij woningbouwcorporaties belangrijk vind terwijl je ondertussen 2 miljard van hun reserves de staatskas in sluist en de huurtarieven aanpast (naar 4,5% van de WOZ waarde). Of wel de hypotheekrenteaftrek aanpassen, maar daarin weer niks regelen voor mensen die hun huis willen verduurzamen.

  • Revolutie met recht

    In Revolutie met Recht neemt Roger Cox een behoorlijke uitgebreide aanloop om te betogen dat de rechterlijke macht ons laatst overgebleven redmiddel is om te zorgen dat maatregelen tegen klimaatverandering genomen gaan worden. De vraag die mij bekruipt na het lezen van het boek is waarom je zoveel tijd (5 jaar) steekt in het schrijven van een boek, als je in die tijd ook de gewenste rechterlijke uitspraak had kunnen krijgen? Buiten dat zitten er nog wat zaken in het boek waar ik me niet in kan vinden, maar eerst kort de inhoud.

    Deel 1: Energie en oliekrimp

    In het eerste deel van het boek gaat Cox uitgebreid in op de manieren waarop onze maatschappij van olie afhankelijk is en de wijze waarop oliemaatschappijen de afgelopen anderhalve eeuw gesteund zijn door de overheid. En passant komt ook de macht van de financiële sector voorbij, de voedselcrisis (eigenlijk vooral ook een oliecrisis in de ogen van Cox) en de ontaarding van grote multinationals.

    Op basis van de theorieën van peak oil betoogt Roger Cox dat het einde van goedkope energie voorbij is en dat dat ingrijpende gevolgen gaat hebben voor de Westerse samenlevingen. Voor een groot deel van onze welvaart zijn we tenslotte afhankelijk van goedkope olie. Of het nu gaat om goedkoop transport van voedsel dat van over de hele wereld hier naar toe wordt gesleept of om de verwarming van ons huis. Cox voorspelt dan ook dat energiearmoede een groeiend probleem gaat worden, een standpunt dat onder andere Hans Verbeek ook regelmatig uitdraagt op zijn weblog. Energie armoede is een probleem dat in Nederland nog maar weinig aandacht krijgt in de media, al zijn er wel woningbouwcorporaties en gemeenten die inzien dat veel van het armoedebeleid en welzijnswerk zinloos is als de stijgende energierekening niet wordt ingedamd.

    Cox rekent ook voor dat investeringen in duurzame energie slechts beperkt soelaas zullen bieden. Deze investeringen vergen tenslotte geld, wat de teruggang in eerste instantie enkel verergert. Alle Europese landen zijn al fors aan het bezuinigingen geslagen om de gevolgen van de bankencrisis uit 2008 te bestrijden. Extra uitgaven voor duurzame energie zullen een nog grotere bezuiniging op andere gebieden vergen.

    Deel 2: Klimaatverandering als stresstest

    In klimaatverandering als stresstest gaat Cox in op de stijgende kosten van energie. Vooral beredeneert vanuit peak oil betoogt hij dat het tijd wordt om werk te gaan maken van emissieloze energieopwekking, kortere distributielijnen en andere brandstoffen dan olie voor transport.

    Cox beschrijft ook hoe de zekerheden die het IPCC koppelt aan door de mens veroorzaakte klimaatverandering zich verhouden tot jurisprudentie in eerdere zaken over milieu- en gezondheidsproblemen. Hij gaat met name in op asbest, waarvan het effect op de menselijke gezondheid nog niet onomstotelijk vast stond op het moment dat de rechter van mening was dat bedrijven aansprakelijk waren voor ontstane gezondheidsschade.

    Terecht betoogt Cox in dit deel van het boek ook dat veel markten zich in het verleden enkel hebben kunnen ontwikkelen door sturing van de overheid. Het huidige paradigma binnen de overheid met haar focus op privatiseren, dereguleren en liberaliseren lijkt daar blind voor. Zoals ook de bestaande ondersteuningsmaatregelen voor fossiele energiewinning niet meer als subsidie herkend worden.

    Deel 3: Het falen van de democratie

    In het derde deel beschrijft Cox hoe de invloed van lobbyisten, media en geld ervoor zorgt dat het democratisch proces niet tot het door hem gewenste eindresultaat komt. In dit deel toont zich naar mijn mening het duidelijkst de beperking van simplificerende theorieën. Want aan de ene kant ben ik een consument die niet in staat zou zijn om te kiezen voor duurzaam. Want geld kan niet van de een op de andere dag weg van je huidige bank naar een duurzame bank en Nederland kan niet in een keer massaal overstappen op duurzame energie. De reden daarvoor ligt volgens Cox in een beperkt aanbod aan duurzame banken en duurzame energie.

    Deel 4: Revolutie met recht

    In het laatste deel betoogt Roger Cox dat er kansen zijn om nationale overheden via het Europees Hof van Justitie te dwingen tot een stringenter klimaatbeleid. Een van de bouwstenen van zijn betoog is de uitspraak uit de VS waarin het oordeel luidde dat CO2 een vervuilende stof is, waar de EPA (het Amerikaans milieuagentschap) maatregelen tegen moet nemen.

    Mijn commentaar op Revoluite met recht

    Op een aantal fronten wordt ik een beetje moe van betogen als die van Roger Cox. In de eerste plaats wordt ik moedeloos van mensen die menen dat het hele complex aan uitdagingen dat er voor ons ligt terug te voeren valt op een of twee problemen. Of dat nu gaat om energie en klimaat (zoals Roger Cox doet) of om de islam (zoals de PVV doet). Naar mijn mening los je complexe problemen niet op door simplistische reducties. Zoals ik al eerder heb betoogd gaat de milieuproblematiek om veel meer dan enkel klimaatverandering en gaat de sociale problematiek waar we voor staan om veel meer dan enkel toenemende energieschaarste of stijgende energieprijzen. Uiteraard zijn er slimme beleidsmaatregelen mogelijk die ervoor zorgen dat je meerdere problemen tegelijk aanpakt. We leven tenslotte in een second best world en die vraagt om second best solutions.

    Voor wat betreft de stelling van Roger Cox dat consumenten niet massaal over kunnen stappen op duurzame banken en/of duurzame energie denk ik dat dat er al heel wat banken zijn die sinds 2007 hebben ontdekt dat een bankrun nog nooit zo makkelijk is geweest als nu. Een paar klikken met je muis en je geld staat bij een andere bank. Voor andere banken is dat gemak een groot probleem. Konden ze vroeger nog zien dat er een bankrun plaatsvond (rijen bij de concurrent) nu gebeurt het grotendeels onzichtbaar. Zodra een bankrun of bankencrisis in de lucht hangt droogt de interbancaire markt dus pijlsnel op en kunnen banken enkel nog bij de Europese Centrale Bank terecht.

    Wat duurzame energie betreft heb ik nog niet gehoord dat er energiebedrijven zijn die wachtlijsten hanteren voor nieuwe klanten. Mocht dat wel zo zijn dan hebben Nederlanders met een eigen huis nog de mogelijkheid om zelf duurzame energie op te gaan wekken. Voor zover ik weet hanteren installateurs nog geen quota of wachtlijsten als je zonnepanelen of urban windmolens besteld. Mocht je bang zijn dat zonnepanelen duurder zijn dan je huidige elektriciteitsrekening, dan zijn er inmiddels zelfs installateurs die daar een oplossing voor aanbieden.

    Klimaatbeleid via de rechtbank

    Het is naar mijn mening de vraag of het betoog van Roger Cox in de praktijk stand houdt voor een rechter. De Europese Unie en de Europese lidstaten nemen maatregelen om CO2 emissies te reduceren en de effecten van klimaatverandering tegen te gaan. Een rechtszaak binnen de EU zal dus anders dan in de VS gaan over de vraag of het gevoerde beleid effectief is. Het antwoord daarop zal denk ik minder zwart wit zijn dan we vanuit Nederlands perspectief denken.

    Wanneer we kijken naar het streven naar een emissieloze energievoorziening dan zijn er landen die een uitermate effectief beleid hebben. Landen als Denemarken, Duitsland, Spanje en Zweden halen hun elektriciteit voor een groot deel uit hernieuwbare en emissieloze bronnen. Nederland bungelt samen met Groot Brittannië en Malta al jaren in de staart van de lijst, alle inspanningen rond energietransitie MEP, SDE en SDE+ ten spijt. Ik vraag me af waarom je de Europese rechter nodig hebt om daar een eind aan te maken.

    Cox lijkt ook te geloven dat de Europese rechter als een held en verlosser zal worden binnengehaald. Dat een uitspraak te faveure van een stringenter klimaatbeleid zal leiden tot een hernieuwd geloof in de Europese instituties, lokale democratie en een kleinere afstand tussen politiek en burger. Ik waag dat te betwijfelen. Zoals Cox zelf ook betoogd leiden forsere inspanningen voor het omschakelen naar hernieuwbare en emissieloze energievormen tot forse investeringen nu, waardoor bezuinigingen op andere terreinen en vervroegde afschrijvingen op bestaande installaties nodig worden. Zowel de bezuinigingen als de vervroegde afschrijvingen zullen de nodige pijn geven bij burgers, maar ook bij banken en pensioenfondsen die de waarde van hun investeringen zien teruglopen. Juist op een moment dat hun reserves toch al fors onder druk staan.

    Het is naar mijn mening ook zeer de vraag of de kloof tussen burger en overheid kleiner wordt als de democratie onder curatele van de rechtbank wordt geplaatst, zoals Roger Cox terloops voorstelt. Naar zijn mening is klimaatverandering urgent genoeg om dat te doen. Daarmee voegt Cox klimaatverandering in het rijtje bankencrisis en eurocrisis, waarvoor hetzelfde wordt beweert door banken en beleggers. In mijn ogen geen aanbeveling. Bovendien is de PVV een van de partijen die het hardnekkigst tegen het voeren van milieubeleid is. Dat is nu ook net de partij die tijdens het proces tegen Wilders zeer effectief is gebleken in het in twijfel trekken van de onpartijdigheid van de rechterlijke macht. Een uitspraak pro klimaatbeleid gaat PVV stemmers echt niet overtuigen van het nut van Europa of de onpartijdigheid van de rechterlijke macht.