Stadsverwarming: financiële donderwolk boven de Randstad

In het Klimaatakkoord is een belangrijke rol weggelegd voor stadsverwarming. Afgelopen jaar zijn er echter verschillende berichten naar buiten gekomen die grote problemen laten zien bij warmtebedrijven. De Rekenkamer Nijmegen was begin dit jaar kritisch over de totstandkoming van het warmtenet in de wijk Nijmegen-Noord. In Rotterdam was de rekenkamer ook kritisch over de plannen voor een leiding naar Leiden en bericht de NRC al een paar weken over de oplopende tegenvallers bij het Warmtebedrijf Rotterdam, waarvoor de gemeente en provincie garant staan. Het Afval Energie Bedrijf (AEB) in Amsterdam, waar de tegenvaller voor de gemeente volgens de Telegraaf op kan lopen tot een half miljard Euro, is voorlopig gered met een kapitaalinjectie van 16 miljoen Euro door gemeente en een consortium van banken.

Verwarmen met restwarmte

Op papier klinkt het altijd mooi: waarom huizen en gebouwen verwarmen met aardgas, als het ook kan met restwarmte van de industrie, elektriciteitscentrales of afvalcentrales? In de praktijk lopen bewoners, bestuurders en gemeenteraadsleden met regelmaat tegen problemen op. Een van de standaardproblemen doet zich voor bij bewoners en heeft zijn achtergrond in de regelgeving. Op papier mogen de kosten voor stadsverwarming niet hoger zijn dan de kosten van verwarmen met aardgas, in de praktijk hebben er altijd behoorlijk wat gaten in de regelgeving gezeten.

De belangrijkste en makkelijkste weg om de afzet van warmte te verhogen en de kosten voor de bewoner op te schroeven is dat aansluiting aaneen warmtenet meetelt bij het bepalen van de energiezuinigheid van een huis. Daardoor is er minder isolatie nodig om op papier even energiezuinig te zijn als een woning die met aardgas wordt verwarmd. De warmtevraag van een woning met stadswarmte ligt dan wel hoger dan een woning met aardgas die op papier dezelfde energiezuinigheid heeft. Het verschil kan in de loop van de jaren behoorlijk in de papieren lopen ten nadele van de afnemer van stadswarmte.

Doordat de prijs van warmte gekoppeld is aan de prijs van aardgas en de energiebelasting op aardgas al een aantal jaren stapsgewijs oploopt loopt ook de energierekening stapsgewijs op. Vereniging Eigen Huis schat in dat huishoudens met blok- of stadsverwarming door deze koppeling in 2019 gemiddeld €164 meer dan in 2018 betalen voor de levering van warmte. Er liggen al jaren plannen om de koppeling tussen de gasprijs en stadswarmte te schrappen, tot op heden zijn die niet uitgevoerd. Warmteleveranciers mogen ook lagere tarieven rekenen dan de maximumtarieven die de Autoriteit Consument en Markt (ACM) stelt.

Nijmegen

In Nijmegen werd al in 1996 besloten dat de nieuwe wijk Waalsprong gasloos zou worden. Aanvankelijk werd gekozen voor een zogeheten hybride warmtenet om te komen tot een duurzame warmtevoorziening in de Waalsprong. Maar op onnavolgbare wijze werd in 2011 gekozen voor een traditioneel middentemperatuurnet. De raad is over dat besluit van het college pas achteraf geïnformeerd en is daardoor volgens de Rekenkamer Nijmegen onvoldoende in de gelegenheid gesteld zijn controlerende en kaderstellende rol te vervullen. De Rekenkamer Nijmegen noemde de totstandkoming van het warmtenet in de wijk Nijmegen-Noord eind vorig jaar:

Inconsistent, niet transparant, en daardoor onnavolgbaar en niet controleerbaar.

De gemeente Nijmegen is ook onvoldoende in staat geweest strategische belangen te borgen. Waardoor de gemeente sterk afhankelijk geworden van Nuon, ook voor de energietransitie in de bestaande stad.  Zo blijkt dat de raad in 2012 niet is gekend in de keuze in te zetten op ondertekening van een  contract met Nuon, waarin een aansluitplicht op het warmtenet in de Waalsprong en het Waalfront werd vastgelegd. Voor inwoners van de Waalsprong is het daardoor nauwelijks mogelijk voor een  andere oplossing te kiezen bij de bouw of verbouw (verduurzaming) van hun woning. Al heeft Nuon de afsluitboete voor bewoners inmiddels geschrapt, toch klaagden bewoners eerder dit jaar tegen Omroep Gelderland nog over de hoge stookkosten en de over het gebrek aan alternatieven:

Die warmtewisselaar van de Nuon is heel klein, die past in de meterkast. Een warmtepomp past daar niet in. Ook verwarming met bijvoorbeeld waterstof is volgens hem onmogelijk omdat er in Nijmegen Noord geen gasleidingen zijn aangelegd die (met aanpassingen) waterstof zouden kunnen aanvoeren naar de woningen

De Rekenkamer Nijmegen stelt ook dat er geen duidelijkheid is over hoe duurzaam het warmtenet in de praktijk is. Er zijn namelijk geen transparante berekeningen van de CO2-reductie die met het warmtenet gerealiseerd wordt. Ook is niet bekend in welke mate het warmtenet bijdraagt aan het doel Nijmegen energieneutraal in 2045. Voorafgaand aan de aanleg werd aangegeven dat die daar een belangrijke bijdrage aan zou leveren.

Rotterdam

De provincie Zuid-Holland heeft grootse plannen met warmte. Al jaren wordt door het bureau Warmte Koude Zuid-Holland gewerkt aan de warmterotonde. Eerder waren er tegenvallers doordat de kolencentrales na grote maatschappelijke druk niet aangesloten mochten worden op de warmterotonde, onder andere de raad van Den Haag en de Tweede Kamer keerde zich hier tegen.

Een ander kwakkelend onderdeel van de plannen om tot een warmterotonde te komen is het Warmtebedrijf Rotterdam. Waar al jaren geld bij moet vanuit de gemeente, NRC spreekt over 80 tot 200 miljoen euro sinds de oprichting in 2006. Eerder dit jaar toonde de Rekenkamer Rotterdam zich kritisch over de plannen van Warmtebedrijf Rotterdam voor een transportleiding naar Leiden om de levering van warmte aan Nuon over te nemen van de huidige warmteleverancier Uniper. De Rekenkamer Rotterdam vond dat het Rotterdams college eerlijk moest zijn zijn over de financiële risico’s die deze uitbreiding van het warmtenet met zich meebrengt. Die tekortkomingen staan niet duidelijk genoeg in de risicoanalyse, stelt de Rekenkamer Rotterdam. De risicoanalyse kreeg van de Rotterdamse Rekenkamer een onvoldoende. Ook twijfelde de Rekenkamer Rotterdam over de juistheid van de voorgespiegelde CO2 reductie. De gemeente gaat uit van 60-70 kiloton minder CO2 uitstoot. De Rekenkamer komt niet verder 45 kiloton. Ook constateerde de Rekenkamer Rotterdam dat het realiseren van meer aansluitingen op het warmtenet in Rotterdam in plaats van de leiding naar Leiden verhoudingsgewijs lokaal meer emissies van broeikasgassen en stikstofoxiden worden vermeden, tegen fors minder kosten en met minder risico’s.  Wat ook beter bijdraagt aan het publieke belang van de Rotterdamse deelneming in Warmtebedrijf Rotterdam.  WBR en de gemeente zijn echter juridisch gebonden aan uitbreiding naar Leiden.

De raad van Rotterdam stemde begin februari in met de uitbreiding naar Leiden die 118 miljoen Euro moest kosten, ondanks deze waarschuwing van de Rotterdamse Rekenkamer. Daarbij speelde mee dat het Warmtebedrijf Rotterdam zich heeft verplicht om vanaf 1 januari 2020 warmte te leveren aan Nuon in Leiden en dat later beslissen er toe zou leiden dat de leiding niet meer dit jaar aangelegd zou kunnen worden. Inmiddels is duidelijk dat de aanleg van de warmteleiding vertraagd is en dat de aandeelhouders van het Warmtebedrijf Rotterdam, in casus de Provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam, volledig verantwoordelijk zijn voor de schade die dit Nuon oplevert.

Het Warmtebedrijf Rotterdam is in 2006 opgericht door het Havenbedrijf Rotterdam en de gemeente Rotterdam. Curieus daarbij is dat de gemeente voor 30% aandeelhouder is in Eneco, de grootste regionale concurrent van het Warmtebedrijf Rotterdam. Eneco legde een aantal jaren geleden zelf een leiding over noord aan, waardoor het Warmtebedrijf Rotterdam een belangrijk deel van de lokale markt kwijt raakte aan een ander gemeentelijk bedrijf.

Het Warmtebedrijf Rotterdam heeft lokaal nooit voldoende afnemers gevonden voor de warmte die het verplicht inkoopt bij afvalverbrander AVR – een deal die de gemeente voor het Warmtebedrijf sloot. Regelmatig is gesuggereerd door wethouders en bedrijfsleiding dat een rendabele toekomst voor het Warmtebedrijf dichtbij was, terwijl het van crisis naar crisis zwalkte. In 2016 en 2017 ontwikkelen de gemeente Rotterdam en de Provincie Zuid-Holalnd samen een reddingsplan. De oplossing voor de financiële nood van het Warmtebedrijf, zo denkt wethouder Adriaan Visser (D66), ligt in Leiden. Nuon levert daar warm water aan zo’n 13.000 Leidse huizen en 200 bedrijven. Het contract van Nuon met warmteleverancier Uniper loopt in 2020 af. Als het Warmtebedrijf (WBR) de positie van Uniper kan innemen, heeft het eindelijk afnemers voor de overtollige warmte die het al jaren verplicht inkoopt bij AVR.

Om het water in Leiden te krijgen, is naar schatting maximaal 140 miljoen euro nodig. Het probleem van het Warmtebedrijf ziet er voor de Zuid-Hollandse gedeputeerde Han Weber uit als een oplossing: restwarmte van de Rotterdamse industrie gebruiken om het gasverbruik bij huishoudens en bedrijven te verlagen. In het coalitieakkoord van 2015 heeft D66 100 miljoen euro binnengehaald voor de ontwikkeling van duurzame energie. Een prachtig resultaat, waar de leiding naar Leiden prima in past als onderdeel van de warmterotonde.

Inmiddels is de aanleg minimaal twee jaar vertraagd en mag de gemeenteraad van Rotterdam zich na het reces buigen over het zoveelste reddingsplan voor het Warmtebedrijf Rotterdam.

Amsterdam

In Amsterdam is een van de warmtebronnen voor stadswarmte het Afval Energie Bedrijf (AEB). Het AEB verwerkt en verbrand niet alleen afval, maar levert ook warmte aan zo’n 35.000 huishoudens en is met Nuon eigenaar van Westpoort Warmte. Westpoort Warmte bezit het warmtenet in Amsterdam Noord en Nieuw-West. Vorig jaar concludeerde de Amsterdamse Rekenkamer dat de gemeente financiële en juridische risico’s loopt door de rommelige wijze waarop Westpoort Warmte gegroeid is. De uitbreiding van stadsverwarming naar nieuwe buurten onderhands gegund aan Westpoort Warmte. De Rekenkamer vraagt zich af of dat wel strookt met Europese staatssteun- en aanbestedingsregels. Als concurrenten van Nuon en AEB zich daardoor gedupeerd voelen, loopt de gemeente juridische risico’s. De gemeente Amsterdam heeft afvalenergiebedrijf AEB in de tussentijd verzelfstandigd. Als enige aandeelhouder van AEB heeft de gemeente geen directe zeggenschap meer over Westpoort Warmte. Maar zonder dat de gemeente beschikt over afvalovens of andere warmtebronnen staat de gemeente nog wel garant voor de levering van warmte voor tienduizenden huishoudens door Westpoort Warmte. Dat kan de gemeente in verlegenheid brengen als de afvalverbrandingsovens van AEB stukgaan.

En laat dat nou net gebeurd zijn. Momenteel liggen 4 van de 6 verbrandingsovens op last van de Omgevingsdienst Noorzeekanaalgebied stil. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied vond dat de installaties van AEB een groot risico opleverden voor medewerkers en omgeving. Het kan negen maanden duren voor alle ovens weer werken, zegt AEB.

Eerder dit jaar maakte Vattenfall/Nuon en AEB bekend dat ze 400 miljoen Euro wilde investeren om hun warmtenetten in Amsterdam onderling te verbinden. De bedoeling was om overtollige warmte van AEB te kunnen leveren aan het verzorgingsgebied van Nuon. Voorlopig heeft AEB door het stilleggen van 4 van de 6 verbrandingslijnen een te kort aan warmte. Volgens Het Parool wordt al gewerkt aan het bijplaatsen van dieselaggregaten om het te kort aan warmte vanaf september op te kunnen vangen. Bij besluitvorming over het warmtebedrijf heeft de gemeenteraad volgens de Amsterdamse Rekenkamer helemaal het nakijken. Bij besluiten over nieuwe investeringen in uitbreiding van het warmtenet wordt de gemeenteraad wel betrokken, maar belangrijke risico’s zijn volgens de Rekenkamer niet met de raad gedeeld.

De Telegraaf berichtte enige weken geleden dat het AEB op omvallen zou staan. De technische staat van de verbrandingsovens en stoomturbines is om te huilen en levensgevaarlijk om mee te werken. Daarnaast gaat iedere minuut minstens tien keer het alarm in de fabriek af wegens storingen en een groot deel van de werknemers is onbekwaam.

Over de gehele linie zijn de systemen niet robuust genoeg en het controlesysteem bevat vele componenten die verouderd zijn en niet meer kunnen worden vervangen. Ook is er een overload aan alarmen die het systeem genereert en die medewerkers niet meer kunnen overzien. Het aantal alarmen per uur is een veelvoud van waar menselijkerwijs op kan worden geacteerd”,

schreef de nieuwe directie van AEB in een brandbrief aan de gemeente.

De Vereniging Afvalbedrijven heeft ook een brandbrief aan de gemeente Amsterdam, de eigenaar van AEB, geschreven over de risico’s voor de inzameling van afval in Nederland door de problemen bij de Amsterdamse afvalverwerker AEB. Andere afvalbedrijven kunnen de problemen wel tijdelijk oplossen, maar dan moet AEB de extra kosten betalen. Het gaat dan om de kosten voor het transport van het afval naar andere afvalverbrandingsinstallaties en voor de kosten om importcontracten voor buitenlands afval af te kopen. En omdat AEB zelf geen geld heeft, moet de gemeente, als eigenaar, de portemonnee trekken. De totale kosten voor de gemeente Amsterdam lopen daarmee nog hoger op.

De AEB verwerkt enkel nog huisvuil uit de gemeente Amsterdam en omliggende gemeenten. Andere klanten die hun vuil in het Westelijk Havengebied laten verbranden, kunnen er voorlopig niet terecht. Zij moeten uitwijken naar elders. AEB heeft op zich genomen de financiële gevolgen te dragen. Alleen heeft AEB geen geld meer. Bovendien raken de opslagbuffers voor afval elders in Nederland vol, waardoor het opgehaalde afval nergens meer heen kan. Wanneer de buffers vol zijn kan ook het ophalen van afval in andere plaatsen in Nederland gaan stagneren.

Voorlopig lijkt het AEB gered door een kapitaalinjectie van 16 miljoen Euro door een consortium van banken, waarvan 6 miljoen gegarandeerd door de gemeente. Het bankenconsortium betreft banken die al leningen bij AEB hebben uitstaan. Dat verkleint voorlopig het risico dat banken waar AEB leningen van ruim 200 miljoen heeft uitstaan, waaronder ING, ABN Amro, Deutsche Bank en BNG Bank, zich terugtrekken. In dat geval zal er in totaal 350 miljoen euro van de gemeente nodig zijn. Accountantsorganisatie KPMG berekende bovendien dat de gemeente als eigenaar van de fabriek het eigen vermogen van AEB (145 miljoen euro) en een lening (108 miljoen euro) volledig moet afschrijven. De totale strop voor Amsterdam zou daarmee uitkomen op ruim een half miljard euro. Hoewel het

De gemeente Amsterdam heeft ook een crisisteam ingesteld dat plannen uitwerkt om het ophalen en de verwerking van Amsterdams huishoudelijk afval en de warmtelevering van 35.000 huishoudens in Amsterdam op korte én lange termijn te garanderen. De gemeente laat daarnaast een extern onderzoek uitvoeren naar de oorzaken en achtergronden van de ontstane situatie bij AEB. Buiten dat is de Rekenkamer Amsterdam kritisch op de informatievoorziening aan de raad en over de nagestreefde duurzaamheidsdoelen. Deze zijn naar mening van de Rekenkamer Amsterdam niet scherp gedefinieerd. Zo is onduidelijk hoe de gemeente de doelstellingen voor bv. CO2 reductie wil meten. Hetzelfde geldt voor doelstellingen als betaalbaarheid van de warmtevoorziening.

Conclusie

Ondanks de mooie plannen kan geconstateerd worden dat stadsverwarming in de praktijk weerbarstig is. Zowel de kosten voor bewoners kunnen tegenvallen, als de risico’s die gemeenten lopen bij hun plannen om een warmtebedrijf op te richten. Met name Rotterdam en Amsterdam lopen grote financiële risico’s, terwijl dit ook steden zijn met grootse plannen om hun warmtenetten verder uit te breiden. Dat roept de vraag op hoeveel politiek wensdenken er in de kostencalculatie en het CO2 effect van het klimaatakkoord zit voor het op warmtenetten aansluiten van bestaande woonwijken. Daarbij is democratische controle op de besluitvorming lastig, omdat veel informatie het stempel bedrijfsgeheim of vertrouwelijk krijgen. De Rekenkamers van Nijmegen, Rotterdam en Amsterdam constateren alle drie dat de raad door deze gebrekkige informatievoorziening haar controlerende en kaderstellende rol onvoldoende kan vervullen. Inmiddels denkt de gemeente Nijmegen ook over het oprichten van een eigen warmtebedrijf. Het is te hopen dat ze daarbij niet dezelfde vergissingen maken als Amsterdam en Rotterdam. Hetzelfde geldt voor de vele andere gemeenten die overwegen om een warmtebedrijf op te starten als middel om een aardgasvrije gebouwde omgeving te bereiken.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Sargassoredacteur Steeph bij EenVandaag over hitterecords

Vorige week was Sargassoredacteur Steeph te gast bij EenVandaag in een item over het nieuwe hitterecord, mede naar aanleiding van de serie wereldtemperatuur, die hij op Sargasso bijhoudt. Het item van EenVandaag staat helaas nog niet los op de website, dus we doen het met een tweet waar het item in zit:

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Wetenschap: kans op hittegolf juni minstens vijf keer zo waarschijnlijk door klimaatverandering

Afgelopen juni was wereldwijd de heetste juni ooit gemeten. Ook werden er verschillende Europese weerrecords gebroken. Deze extreme hitte leidde onder andere tot natuurbranden in Spanje, verlaging van de maximumsnelheid op Duitse wegen en uitstel van nationale schoolexamens in Frankrijk. Kunnen we dit extremere weer toeschrijven aan klimaatverandering?

Klimaatwetenschapper Geert Jan van Oldenborgh van het KNMI werkt met een groep onderzoekers van World Weather Attribution aan zogenaamde ‘attributiewetenschap’. Uit de studie naar de hittegolf van afgelopen juni in Frankrijk bleek dat deze hittegolf minstens vijf keer zo waarschijnlijk is geworden door klimaatverandering. De effecten van klimaatverandering zijn dus nu al merkbaar.

Onderzoeken kunnen ook aantonen dat er geen relatie is met klimaatverandering, vertelt Geert Jan van Oldenborgh:

We hebben ook studies gedaan naar de droogte in Oost-Afrika, waar we geen enkel verband konden vinden met klimaatverandering. Dat rapporteren we ook.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Rekenkamer: stimuleren elektrisch rijden 65% goedkoper dan verwacht

Gisteren kwam de Rekenkamer met een brief aan de Tweede Kamer over de kosten van het stimuleren van elektrisch rijden. Het onderzoek is uitgevoerd op verzoek van de Tweede Kamer. De Rekenkamer concludeert dat het reduceren van CO2 via het stimuleren van elektrisch rijden een dure manier is om de CO2 uitstoot te verlagen. De Rekenkamer kwam in de verantwoordingsonderzoeken over 2013 en 2014 ook al tot deze conclusie. Het Interdepartementale Beleidsonderzoek CO2 (IBO CO2) uit 2016 noemde het stimuleren van elektrisch rijden de duurste maatregel per ton CO2 reductie bezien vanuit de overheidsfinanciën. De Rekenkamer trekt in zijn brief de berekeningen van de staatssecretaris , die uitkomt op € 1.700 per vermeden ton CO2, in twijfel. Met de rekenmethode van de Algemene Rekenkamer kunnen die kosten oplopen tot bijna € 2.000 euro per bespaarde ton CO2. Dat is echter nog steeds een 65% lager dan de € 5.700 per bespaarde ton CO2 uit IBO CO2 van 2016. De echte vraag zou moeten zijn: waarom wijkt de prognose van IBO CO2, PBL en ECN zoveel af van de werkelijke overheidskosten per ton CO2 reductie?

Kosten elektrisch rijden: IBO CO2 en Rekenkamer

In het IBO CO2 van 2016 (pdf) staan tabellen met de kosten en effecten van verschillende maatregelen om CO2 te reduceren. In tabel 5.2 staat voor het stimuleren van elektrisch rijden een prijs van € 5.700 per ton vermeden CO2 voor de overheid. Ook de Rekenkamer constateerde al in 2013 en 2014 dat elektrisch rijden een dure manier is om de CO2 uitstoot te reduceren. Elektrisch rijden is dan ook een maatregel die thuishoort in de categorie meters voorbereiden in plaats van meters maken. Bij meters voorbereiden gaat het om doorbraaktechnologieën die nodig zijn om in 2050 de CO2 reductie te halen. De nationale kosten lagen volgens IBO CO2 met ruim € 900 per bespaarde ton CO2 een stuk lager en dalen richting 2030 scherp naar € 90 per ton CO2. De nieuwste prognoses van het PBL zijn dat de nationale kosten in 2030 nog lager zullen zijn en rond de € 0 per ton CO2 reductie uit komen. Journalisten en politici draaien het frame ondertussen de andere kant op en doen het voorkomen alsof de hoge overheidskosten voor het stimuleren van elektrisch rijden een verrassing zijn, terwijl ze dus feitelijk nu al 65% lager liggen dan de verwachte overheidskosten per ton CO2 reductie in 2020.

Ook de reactie van Remco Dijkstra, Tweede Kamerlid voor de VVD, speelt in op de hoogte van de subsidie.

Gelet op de verantwoordingsrapporten van de Rekenkamer uit 2013 en 2014 en het rapport van IBO CO2 uit 2016, dat in de Tweede Kamer volop gebruikt werd in de discussies over klimaatbeleid, kan het echter geen verrassing zijn dat het stimuleren van elektrisch rijden geen kosteneffectieve manier is om de CO2 uitstoot te verminderen. De verantwoordingsrapporten van de Rekenkamer uit 2013 en 2014 zijn voor de VVD ook geen reden geweest om na 2013 tegen de stimulans van elektrische auto’s te stemmen in de Tweede Kamer of om deze af te bouwen. Het is voor de VVD ook geen reden om zich zorgen te maken over de kosten van die andere vorm van nulemissie personenauto’s: waterstof. Sterker nog die kan Kamerlid Remco Dijkstra niet snel genoeg gaan:

Ook al zijn er miljoenensubsidies van de EU en Nederlandse staat nodig om een winstgevend bedrijf als Shell te porren om 4 waterstoftankstations aan te leggen. Shell ontvangt 1 miljoen Euro per waterstofstation van de Nederlandse staat en 7,2 miljoen van de EU voor de realisatie van 8 waterstoftankstations in de Benelux, waarvan 4 in Nederland. Uitgaande van de doelstelling om in 2025 15.000 waterstofauto’s te hebben rijden is dat een subsidie van 533 Euro per voertuig.

Daar komt dan nog de subsidie voor het voertuig bovenop en die gaan minstens gelijk zijn aan de kosten van elektrische auto’s. Ook bij waterstofauto’s zijn de voordelen vooral voor de zakelijke rijders, waarbij er voor waterstof een speciale Louwman-bonus geldt. Vanaf 2019 is er, voor de categorie van 4% bijtelling, een maximum van 50.000 euro fiscale waarde. Voor bedragen daarboven geldt het bijtellingspercentage van 22 procent. Uitzondering hierop zijn auto’s die op waterstof rijden. Een voordeel ten opzichte van batterij-elektrische auto’s met een fiscale waarde boven de 50.000 euro, dat vooral ten goede komt aan rijders van Toyota (80.000 Euro) en in minder mate Hyundai (vanaf 70.000 Euro). De overheidskosten per bespaarde ton CO2 gaan waarschijnlijk minstens zo hoog zijn als voor elektrische auto’s, waarschijnlijk zelfs hoger vanwege conversieverliezen bij de productie van waterstof en bij de conversie van waterstof naar elektriciteit om de elektromotor van de waterstofauto aan te drijven.

Klimaatbeleid tegen minder overheidskosten

Wie wil weten hoe klimaatbeleid dat een minder groot beslag legt op overheidsmiddelen er uit ziet kan ook bij het IBO CO2 rapport terecht, want de overheidsmiddelen zijn veel effectiever in te zetten voor klimaatbeleid. Alleen liggen die electoraal wat gevoelig bij de VVD en het CDA, die het klimaatbeleid sinds 2013 vorm heeft gegeven onder premier Rutte. Kijk maar even mee naar de rangschikking van klimaatmaatregelen op basis van oplopend overheidskosten, zoals het IBO CO2 die in 2016 publiceerde. Waarbij ik de tabellen van maatregelen voor sectoren die onder het Europees emissiehandelsysteem voor CO2 (ETS) en de sectoren die daar niet onder vallen heb samengevoegd. Het gaat om de overheidskosten en emissiereductie in 2020. Maatregelen waarvoor geen overheidskosten voor 2020 vermeld zijn heb ik weggelaten.

ETS of non-ETSMaatregelOverheidskosten (in EUR/tonDirecte emissiereductie (excl. Evt. waterbed)
ETS6. CO2 bodemprijs (brits model) industrie-233710
Non-ETS12. Kilometerheffing vrachtverkeer-13650,4
Non-ETS14. Kilometerheffing personenvervoer (7 Eurocent/km vlak)-8211,7
ETS2. Aanpassen 3e en 4e schijf EB op aardgas-6600,2
ETS10. Sluiting alle kolencentrales voor 2020-678,1
ETS7. Sluiting oude kolencentrales van voor 1990-610,7
ETS4. CO2 bodemprijs (brits model) elektriciteitsopwekking-441,6
ETS8. Verdubbelen kolenbelasting elektriciteitsopwekking0 -0,7
Non-ETS6. Reductie methaanslip uit (wkk-)gasmotoren00,9
Non-ETS7. Afspraken gemiddeld label B huurwoningen00,4
Non-ETS9. Verhogen aandeel biobrandstoffen transport00,6
ETS5. Opkoop ETS-rechten111
ETS11. Budgetneutrale prijsprikkel energie-intensieve160,6
ETS13. CCS demonstratieproject ROAD461,2
ETS14. SDE+ regeling wind op land813,7
Non-ETS10 Label C koopwoningen binnen 2 jaar na verhuizing860,5
Non-ETS13. Aanpassen 1e schijf EB aardgas (+) en elektriciteit (–)890
ETS12. SDE+ regeling biomassameestook kolencentrales934,3
Non-ETS11. Minimaal label B huurwoningen1390,9
Non-ETS8. Verplichting monomestvergisting van mest1511,3
ETS1. Verscherpte handhaving Wet Milieubeheer1541
Non-ETS1. Verscherpte handhaving Wet Milieubeheer1541
ETS16. SDE+ regeling grootschalig zon-pv1550,9
ETS15.SDE+ regeling wind o pzee1663,6
Non-ETS1. Verplichte toepassing zuiniger banden2191,2
Non-ETS3. EU-norm CO2 uitstoot personenauto’s naar 95g/km2510,7
Non-ETS5. Terugdraaaien verhoging maximum snelheid2580,1
Non-ETS15. STEP-regeling (huursector)9300,1
Non-ETS16. Fiscaal stimuleren nulemissieauto’s57000

De top 10 goedkoopste klimaatmaatregelen, bezien vanuit overheidsfinanciën leest als de lijst met taboeonderwerpen voor de opeenvolgende Kabinetten onder leiding van de VVD van de afgelopen jaren. Van Remco Dijkstra en Pieter Omtzigt, die zich zorgen maken over de hoge kosten van het stimuleren van elektrische auto’s hoor ik graag welke andere maatregelen ze dan wel hadden willen nemen. Bij Bart Snels heb ik daar wel een beeld van, want GroenLinks stond in 2016 vooral andere maatregelen voor om de CO2 uitstoot te verminderen. Maatregelen die een stuk dichter bij het lijstje met voor de overheid goedkope maatregelen komen, zie de Klimaatbegroting 2017-2020 uit 2016 (pdf). Al moet daarbij gezegd dat ook GroenLinks voorstander was van het stimuleren van elektrisch rijden, omdat het een belangrijke techniek is om de autoindustrie op de middellange termijn minder CO2 uit te laten stoten. En omdat elektrisch rijden strategisch een belangrijke techniek is om een wig te drijven tussen de oliebedrijven en de autofabrikanten.

Helemaal, helemaal onderaan staat het fiscaal stimuleren van nulemissieauto’s. Waarbij de CO2 reductie na verloop van het leasecontract ook nog wegvalt, omdat de auto dan naar het buitenland verplaatst wordt. Bij de industrie schreeuwen we dan moord en brand vanwege het waterbedeffect. Bij elektrische auto’s lijkt het kabinet het het niet zo erg te vinden, want hetzelfde probleem speelt al jaren en er is nog steeds geen fatsoenlijke stimulans om schone tweedehands auto’s in Nederland te houden. Wat ons extra CO2 uitstoot en extra stikstof uitstoot oplevert, want op de tweedehands markt wint de diesel nog steeds aan populariteit. Wat ons zowel voor CO2 als stikstof problemen oplevert met de internationaal afgesproken doelstellingen, de een vanuit het vonnis in de klimaatzaak van Urgenda (al zal het effect van het in Nederland houden van elektrische auto’s op de CO2 emissie in 2020 gering zijn), het ander vanuit het vonnis van de Raad van State dat de programmatische aanpak stikstof afkeurde.

Slot

De ophef gisteren over de brief van de Rekenkamer roept de vraag op of er nog journalisten zijn die hun huiswerk een beetje doen. Ieder zichzelf respecterende journalist had de Kabinetten en Tweede Kamerleden de afgelopen jaren kunnen bevragen waarom elektrische auto’s gestimuleerd worden terwijl Rekenkamer en het interdepartementale beleidsonderzoek CO2 beide aangeven dat het een erg dure optie is.

Wat mij veel meer opvalt is dat de leercurve van nulemissievoertuigen, en dan meer specifiek elektrische auto’s, in de praktijk zoveel afwijkt dan waar de modellen van PBL en ECN mee rekenen. Daardoor worden de kosten van klimaatbeleid veel te hoog weergegeven. Iets waar ik in 2016 ook al tegenaan liep bij de doorrekening van het verkiezingsprogramma van GroenLinks. De kostprijs voor wind op zee in 2030 lag toen rond dan de tenderprijzen voor wind op zee. Inmiddels is duidelijk dat de kostendaling inderdaad sneller gaat dan verwacht en dat de kosten van het Energieakkoord vele miljarden lager uitvallen. De werkelijke discussie zou moeten zijn hoe het kan dat de overheidsuitgaven voor elektrisch rijden, windenergie en zonne-energie in een kort tijdsbestek zo fors kunnen afwijken van de modellen van PBL en ECN. Elektrisch rijden is een relatief nieuwe techniek, dat die leercurve nog gebreken toont kan ik me voorstellen. Voor windenergie en zonne-energie is er wereldwijd voldoende data beschikbaar om een grote verbeterslag te maken.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

NWEA en Holland Solar: 73 TWh wind en zonne-energie op land in zicht

In het concept nationaal klimaatakkoord is een doelstelling opgenomen van 42 TWh voor hernieuwbare elektriciteitsproductie (groene stroom) in 2030. Deze bestaat uit 7 TWh zonne-energie op woonhuizen en 35 TWh grootschalige opwekking (bv. zon op bedrijfsdaken, zonneparken en windenergie). Tijdens de nationale Windenergy Days 2019 hebben de branchorganisaties voor windenergie (NWEA) en zonne-energie (Holland Solar) gisteren prognoses vrijgegeven voor de ontwikkeling van zonne-energie en windenergie. In totaal komen ze uit op een prognose van 73 TWh groene stroom uit zon en wind in 2030.

Opbouw prognose

Voor windenergie is de prognose van NWEA dat er 23 TWh opgewekt wordt in 2030 op basis van wat er nu staat (inclusief deel repowering) en alles wat in de pijplijn zit en waarmee de provincies al hebben ingestemd.

Voor zonne-energie is de verwachting van Holland Solar dat er in 2030 30TWh opgewekt wordt m.b.v. zakelijke dakopstellingen en 10 TWh met veldopstellingen. Wat in totaal 30 TWh aan groene stroom uit grootschalige zonne-energieprojecten betekent. Met de opbrengst van windenergie erbij zou dat 63 TWh grootschalige opwekking van groene stroom op land betekenen. Voor huishoudens gaat Holland Solar uit van 10 TWh zonnestroom in 2030. Wat het totaal hernieuwbaar op land op 73 TWh brengt.

Basispad Nationale Energieverkenning uit 2017

De prognoses van NWEA en Holland Solar zijn fors hoger dan het basispad uit de laatste Nationale Energieverkenning (NEV) uit 2017 (pdf). In het basispad zonder SDE+ na 2019 werd daar uitgegaan van 12 TWh wind op land, 5 TWh grootschalige zonne-energie, in totaal 1 7 TWh. Voor kleinschalige zonne-energie (zon op woonhuizen) werd in de NEV 2017 uitgegaan van 7 TWh in het basispad. In totaal ging de NEV 2017 dus uit van ongeveer 24 TWh groene stroom van wind- en zonne-energie.

Conclusie

Mijn eerste conclusie is het ik erg benieuwd ben naar het nieuwe basispad in de NEV 2019 en dat het in een zo snel ontwikkelende markt als hernieuwbare energie geen goede zaak is dat er vorig jaar voor gekozen is om de NEV 2018 over te slaan. Meer budget voor PBL en CPB had hier zeker meerwaarde gehad. Zeker ook voor de regionale energiestrategieën die elke regio na het ondertekenen van het klimaatakkoord moet gaan opstellen.

Ook duiden de prognoses van NWEA en Holland Solar er op dat de groei van groene stroom nu ook in Nederland eindelijk stevig van de grond is gekomen. Zo sterk dat ook onze modellen mogelijk binnenkort achter de werkelijkheid aan gaan lopen, in plaats van dat de ontwikkeling standaard langzamer gaat dan gehoopt.

Kanttekening bij de prognoses van NWEA en Holland Solar is natuurlijk wel dat de projecten nog niet daadwerkelijk gerealiseerd zijn. Zelfs als een deel niet gerealiseerd wordt lijkt de marge ten opzichte van de 42 TWh doelstelling voor 2030 ruim genoeg om te concluderen dat de doelstelling voor 2030 in zicht is. NWEA en Holland Solar houden in hun prognose er zelf ook rekening mee dat een deel niet gerealiseerd wordt. Voor zover ik begrepen heb zit dat verwerkt in de prognose voor 2030.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Klimaatnoodtoestand

De afgelopen maanden hebben Engeland, Wales, Schotland, Ierland en verschillende steden in de wereld (waaronder Londen, Bristol en Manchester) de klimaatnoodtoestand uitgeroepen. De Britse krant The Guardian paste z’n stijlhandboek ook aan en spreekt niet meer van klimaatverandering, maar van een klimaatcrisis. Vandaag stemt de Tweede Kamer over een motie van de Partij van de Dieren om de klimaatnoodtoestand in Nederland uit te roepen (pdf). Een tweede motie van de Partij voor de Dieren roept op tot het uitroepen van een biodiversiteitsnoodtoestand (pfd).

Wat is de klimaatnoodtoestand?

De Partij voor de Dieren stelt in haar motie dat ze van mening is dat het uitroepen van de klimaatnoodtoestand een sterke erkenning is van de gezamenlijke opdracht om een maximale inspanning te leveren om de opwarming van de aarde zo veel als mogelijk te beperken. Fractievoorzitter Marianne Thieme stelt:

Het zelfbenoemde ‘groenste kabinet ooit’ is tijdens de grootste ecologische crisis ooit een kabinet dat vooral afschuift en doorschuift. Afschuift aan klimaattafels, waar grootvervuilers zijn oververtegenwoordigd. En doorschuift naar toekomstige generaties. Dit gebrek aan dadendrang steekt schril af bij wat er om ons heen gebeurt. Jongeren gaan wereldwijd massaal de straat op voor een beter klimaatbeleid. Om met het gezicht van deze klimaatstakers, de Zweedse Greta Thunberg, te spreken: Ik wens dat u handelt zoals u in een crisis zou doen. Ik wil dat u doet alsof het huis in brand staat. Dat staat het namelijk.

Extinction Rebellion

De motie om de klimaatnoodtoestand uit te roepen vindt z’n oorsprong in de eisen van de actiegroep Extinction Rebellion, dat ook in Nederland een afdeling heeft. De meest in het oog springende actie tot nu toe van Extinction Rebellion Nederland was de actie tijdens Koningsdag. Ook vandaag hebben ze acties gepland op het plein bij Den Haag. Extinction Rebellion Nederland heeft eerder in een open brief 4 eisen aan de overheid en politici geformuleerd:

  1. Dat de Nederlandse overheid de waarheid vertelt aan haar burgers, bedrijven en andere betrokken over hoe levensbedreigend de huidige situatie is. Dit verhaal moet weerklank vinden binnen het onderwijs.
  2. Wij eisen dat de CO2 uitstoot naar netto nihil gaat in 2025 en ecosystemen moeten worden hersteld om broeikasgassen weg te nemen uit de atmosfeer. Regelgeving en internationale afspraken die dit doel in de weg staan moeten worden teruggedraaid en er moet internationaal gestreefd worden naar een economie die de planetaire grenzen respecteert.
  3. Er moet een Deltaplan Klimaat ontwikkeld en uitgevoerd worden dat recht doet aan de omvang van deze crisis. Deze transitie kan het best worden gecontroleerd door een burgerkamer, een nieuw bestuursorgaan die de diversiteit aan inwoners van dit land weerspiegeld.
  4. Wij willen dat de vervuiler betaalt en dat de lasten en kosten van de vereiste transitie op een rechtvaardige manier verdeeld worden.

In de Groene Amsterdammer van deze week is meer informatie over Extinction Rebellion, dat zich met name richt op de overheid, en Code Rood, de tegenhanger die zich richt op de fossiele energie industrie, te vinden.

Effecten klimaatverandering voor Nederland

Vrij Nederland had begin februari een uitgebreide rapportage (betaalmuur) over de effecten van zeespiegelstijging ten gevolge van klimaatverandering op Nederland. Verschillende experts gaven daarbij aan dat de huidige kustlijn van Nederland te beschermen is tot 1 a 2 meter zeespiegelstijging. Een versnelde zeespiegelstijging zal in de komende decennia nog niet tot grote problemen leiden. Maar voor de termijn daarna is er veel onzeker. Marjolein Haasnoot van onderzoeksinstituut Deltares en auteur van een rapport over de gevolgen van zeespiegelstijging voor Nederland vind dat bij heel grote infrastructurele werken rekening moet worden gehouden met een potentieel grote zeespiegelstijging.

Voor alle maatregelen is tijd nodig. Nu is de tijd er nog om daarover na te denken en een goed plan te maken. (…) Als het gaat om zeespiegelbeleid moet je kunnen omgaan met onzekerheden. Je kunt niet wachten tot je precies weet wat er gaat gebeuren. Als je het zeker weet, dan gebeurt het al, en zou het bovendien veel te snel kunnen gaan.

Een van de opties die de verschillende onderzoekers noemen is een gecontroleerde terugtrekking naar het hogerop gelegen deel van Nederland, oftewel richting Veluwestad en op naar Duitsland. Waarbij het deel van Nederland ten westen van de Utrechtse Heuvelrug de komende anderhalve eeuw grotendeels opgegeven wordt, oftewel de volledige Randstad. Een andere optie is een ring van dijken en meren rondom Nederland, dat vergt echter heel veel zandsuppleties. Ook blijven bestaande problemen met bodemdaling en verzilting dan bestaan. De uitdagingen om water te spuien bij hevige neerslag of grote afvoer van rivierwater zullen bij een dergelijk scenario ook niet kleiner worden.

Slot

Grote infrastructurele projecten worden voor 100 tot 200 jaar aangelegd. Dat maakt het volgens de onderzoekers nodig om de komende 20 tot 30 jaar strategische keuzes te maken: een rand van meren en dijken om Nederland heen, met alle bijbehorende kosten en energieverbruik, of zoeken we het hogerop voor de generaties na ons? Zo bezien zijn de motie van Partij voor de Dieren en de eisen van Extinction Rebellion niet zo buitensporig als ze op het eerste gezicht lijken. Zoals verwacht werd de motie verworpen en stemde enkel PvdD en GroenLinks voor de motie.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Rutte oefende druk uit om presentatie doorrekening klimaatakkoord uit te stellen

Premier Rutte heeft vorig jaar druk laten uitoefenen op het PBL en CPB om de publicatie van de analyse van het voorstel voor hoofdlijnen van het klimaatakkoord uit te stellen tot na Prinsjesdag. Dit blijkt uit stukken die het rijk heeft vrijgegeven na een WOB-verzoek van Nieuwsuur.

PBL wil uitkomsten publiceren voor Prinsjesdag

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) wilden de bewuste doorrekeningen van het klimaatakkoord op 13 september 2018 naar buiten brengen. Een week voor Prinsjesdag en het belangrijkste debat van het jaar: de Algemene Politieke Beschouwingen. Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat, en zijn ambtenaren waren hiervan op de hoogte. Wiebes was eind augustus ook op de hoogte gebracht van de eerste indrukken van de doorrekening door PBL. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat was voorstander van publicatie uit angst voor lekken en omdat bij uitstel van publicatie de indruk zou kunnen bestaan dat de resultaten van de doorrekening onder de pet gehouden zouden worden. Formeel hadden de departementen ook geen invloed op het moment van publicatie, omdat zij niet de opdrachtgever van het onderzoek waren. Dat was Ed Nijpels als voorzitter van de klimaattafels. Wiebes is er vooraf door zijn ambtenaren op gewezen dat uitstel van publicatie een ongebruikelijke ingreep van het ministerie vergde.

Premier Rutte oefent drukt uit om publicatie uit te stellen

In een mail schrijft de raadsadviseur van het ministerie van Algemene Zaken aan het ministerie van Economische Zaken dat Rutte tegen publicatie van de doorrekening voor Prinsjesdag is (pagina 37 van de pdf met vrijgegeven documenten):

De doorrekening (en daarmee de appreciatie) wordt dan gespreksonderwerp op het APB (Algemene Politieke Beschouwingen) en dat is onwenselijk. MP (Minister President) wil vasthouden aan de procesafspraken in de MR (Ministerraad) van 24/8.

Uit de stukken is niet te halen of premier Rutte, net als Wiebes, op de hoogte was van de eerste indrukken van de doorrekening. Ed Nijpels, de voorzitter van de klimaattafels, reageert op 3 september uiterst stekelig op het verzoek van EZK om publicatie uit te stellen. Op 6 september constateert Sandor Gaastra, momenteel Directeur Generaal Klimaat en Energie bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, echter dat er een kleine opening is doordat Ed Nijpels heeft gevraagd om de departementen en tafelvoorzitters de tijd te geven om tussen 13 en 17 september de volledige analyse in te zien en om op de volledige analyse te kunnen reageren.

Vervolg

Verschillende Kamerfracties hadden gevraagd om publicatie van de doorrekening van het PBL voorafgaand aan Prinsjesdag en de Algemene Politieke Beschouwingen. Zowel Forum voor Democratie, PvdA en GroenLinks wilden opheldering over de rol van premier Rutte. Volledig begrijpelijk en terecht, klimaatbeleid gaat de komende decennia grote invloed hebben op het beleid. De meest logische plek om dat debat te voeren is niet in commissievergaderingen, maar juist in de plenaire zaal van de Tweede Kamer bij het belangrijkste debat van het jaar over de toekomstplannen van het Kabinet.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.