Voorwaarden aan bedrijfssteun in coronatijd

Al weken klinkt er vanaf verschillende kanten de roep om eisen te stellen aan steun voor bedrijven, zowel in Nederland als internationaal. Het Kabinet is er echter nog niet van overtuigd dat dit mogelijk is, getuige het optreden van minister Kaag bij Wakker Nederland. Tegelijkertijd worden in andere EU landen de eerste contouren van de steunpakketten duidelijk. In Denemarken en Oostenrijk hebben ze duidelijk minder moeite om eisen te stellen aan bedrijven die overheidssteun willen. Met de Tweede Kamerverkiezingen in 2021 op komst wordt het steunpakket voor het Nederlands bedrijfsleven de lakmoesproef voor partijen: zijn het mooie woorden over aanpak van belastingontwijking, beloningsbeleid en duurzaamheid, of horen daar ook daden richting het bedrijfsleven bij?

Steunpakket fase 1

In de eerste fase van de coronacrisis heeft het steunpakket zich terecht gericht op het bieden van inkomenszekerheid aan werknemers, zzp’ers en mkb-ondernemers. Of dat noodverband geslaagd is in zijn opzet lijkt me een mooi onderwerp voor een stevige evaluatie. Afgaande op de berichten die ik lees over ontslagen van met name medewerkers met tijdelijke contracten en zzp’ers die zonder opdracht zijn komen te zitten en diverse ondernemers zijn daar vraagtekens bij te plaatsen. Belangrijker is dat in Nederland de flexibele schil kwetsbaar blijkt voor grote verstoringen, omdat velen niet in staat zijn om voldoende buffers op te bouwen in goede tijden.

Steunpakket fase 2

Voor fase 2 is de vraag of en zo ja welke maatschappelijke eisen gesteld gaan worden aan bedrijven die om financiële steun vragen. Waar Minister Kaag zich afvraagt of dat überhaupt kan zijn er al minstens drie voorbeelden binnen de EU waar het gewoon gebeurd: Polen, Denemarken en Oostenrijk. In Polen komen alleen bedrijven die in Polen vennootschapsbelasting betalen of dat binnen 9 maanden gaan doen in aanmerking voor overheidssteun. In Denemarken heeft de overheid bekend gemaakt dat bedrijven die dividend uitbetalen, aandelen terugkopen of geregistreerd staan in belastingparadijzen niet in aanmerking komen voor de steunprogramma’s, die onder andere bestaan uit leningen en garantstellingen. Daarmee is steun enkel beschikbaar voor bedrijven die in goede tijden ook hun eerlijke financiële bijdrage leveren aan de Deense samenleving. Een prima startpunt voor politieke partijen die belastingontwijking aan willen pakken, al is die registratie in een belastingparadijs wat lastig voor belastingparadijs Nederland… Vervangen van de vestiging in een belastingparadijs door de eis dat een bedrijf geen ruling met de belastingdienst heeft om de belastingafdracht te verlagen en deze gedurende de looptijd van de steunmaatregel niet zal sluiten kan een alternatief zijn.

In Oostenrijk wordt ondertussen ook gewerkt aan eisen aan staatssteun. De regeringscoalitie van OVP en groenen lijkt een pakket op te leveren waarbij aan de ene kant ingezet wordt op garanties voor baanbehoud in Oostenrijk en aan de andere kant klimaateisen. Zo lijkt Austrian Airlines, dat onderdeel is van Lufthanse Group, geconfronteerd te gaan worden met eisen om banen in Oostenrijk te behouden en om te vergroenen. De discussie over baanbehoud tussen het Oostenrijkse Austrian Airlines en het Duitse moederbedrijf Lufthansa is vergelijkbaar met de Nederlandse discussie hierover tussen Air France en KLM. De huidige marktomstandigheden, waarbij KLM een fors steunpakket nodig lijkt te hebben bieden meer kansen op invloed op de plaats van KLM binnen de alliantie Air France – KLM dan het kopen van een aandeel in Air France – KLM. De klimaateisen aan Austrian Airlines waar Oostenrijk aan denkt kunnen als voorbeeld dienen voor Nederland. Maatregelen waar aan gedacht wordt zijn bijvoorbeeld beperking van het aantal korte vluchten, samenwerking met treinmaatschappijen, inzet van duurzamere brandstoffen en stevigere belastingen op vliegen.

In een interview met het Oostenrijkse Kurier geeft de Oostenrijkse Minister van Milieu Gewessler dat het stellen van klimaateisen voor haar de norm dient te zijn bij steun aan bedrijven. Daarmee lijkt de inzet breder dan enkel voor Austrian Airlines te gelden. Wat ook blijkt uit de voorbeelden die ze geeft. Een daarvan is de Oostenrijkse subsidie voor het vervangen van oliekachels, die regionale werkgelegenheid oplevert en het klimaat ten goede komt.

Ook Partij voor de Dieren, SP, GroenLinks en PvdA pleiten inmiddels voor het stellen van strenge maatschappelijke eisen aan bedrijven die overheidssteun willen. Klaver wil eisen dat bedrijven geen bonussen betalen aan hun topmensen. Dat ze geen dividend aan aandeelhouders mogen betalen en dat ze geen eigen aandelen mogen opkopen. Ook moeten bedrijven werk maken van verduurzaming en dat bedrijven niet gevestigd zijn in een belastingparadijs. Al blijft die laatste eis in mijn ogen lastig voor een land dat zelf een belastingparadijs is…

Wet- en regeling op orde brengen

Gelet op de uitspraak van de Hoge Raad in de klimaatzaak en de uitspraak van de Raad van State over de programmatische aanpak stikstof is het hoog tijd dat Nederland werk gaat maken van milieubeleid. Niet meer door te roepen dat we niet het schoonste jongetje van de EU hoeven te zijn, want dat zijn we gelet op de twee rechterlijke tikken op de vingers van Nederlandse beleidsmakers niet meer. Eerder wordt het tijd om de wet- en regelgeving daadwerkelijk gereed te maken voor de broodnodige verduurzaming van de Nederlandse economie. Behalve het moderniseren van de elektriciteitswet, de gaswet en de warmtewet hoort daar ook bij dat maatregelen om uit de stikstofcrisis te geraken en maatregelen uit het Klimaatakkoord, zoals de invoer van de CO2-prijs, niet op de lange baan geschoven worden. Zeker gemeenten, provincies en waterschappen en een deel van het bedrijfsleven hun verantwoordelijkheid wel pakken en wel doorgaan met het uitvoeren van de afspraken uit het Klimaatakkoord. Soms met vertraging, omdat besluitvorming en participatie over bijvoorbeeld de regionale energiestrategieën nu in een ander tempo lopen, soms nog steeds sneller dan afgesproken. Een voorbeeld van die versnelling zit bij de grond-, weg- en waterbouw, waar aannemers en leveranciers samen werken aan het bereiken van een emissieloze bouwplaats in 2026 in plaats van in 2030, zoals vastgelegd in het nationale Klimaatakkoord.  Om de koplopers te belonen

Het wegvallen van een deel van het wegverkeer biedt ook kansen voor gemeenten, bijvoorbeeld om straten voetganger- en fietsvriendelijker in te richten of om de snelheden blijvend aan te passen. Lagere snelheden hebben vanuit verkeersveiligheid namelijk grote voordelen, terwijl de effecten op binnenstedelijke reistijd beperkt zijn.

Voordelen

Het wegvallen van een deel van het wegverkeer en een groot deel van het vliegverkeer blijkt grote voordelen te hebben. Zowel als het gaat om vermindering van het aantal files en verbetering van de gezondheid als waar het gaat om verlaging van de overlast door luchtvervuiling en geluid. Een ander mooi bijeffect dat ik dagelijks zie in de straat waar ik woon is dat de straat weer van de kinderen is in plaats van dat deze toebehoort aan rond razende blikken op de weg.

Slotsom

Hoog tijd dus voor Nederlandse ambtenaren en politici om hun lofzang op het Deense model uit te breiden tot het leveren van een eerlijke bijdrage door bedrijven aan het collectief. Kunnen ze het meteen aanvullen met een lofzang op het Oostenrijkse model voor banenbehoud en klimaat. Van politieke partijen met visie mag je verwachten dat ze zich de komende weken en maanden inzetten om de overheidssteun aan het bedrijfsleven te gebruiken hun lange termijnvisie ten aanzien van de economie en dan met name het bedrijfsleven dichter bij te brengen. Anders dreigt wederom een verloren decennium voor het milieu en voor de aanpak van situaties in het bedrijfsleven, zoals de belastingmoraal van multinationals, die tot veel gekrakeel in de Tweede Kamer leiden.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Kabinet gedoogt vliegvelden

Vorig jaar september werd duidelijk dat de Nederlandse luchthavens niet over een natuurvergunning beschikken. De Schiphol Groep beweerde toen nog dat er geen natuurvergunning nodig zou zijn voor de vliegvelden. Minister Schouten komt tot een andere conclusie, maar geeft de vliegvelden een half jaar om alsnog een natuurvergunning aan te vragen. Tot die tijd gedoogt het kabinet de overtreding van de natuurbeschermingswet door overheidsbedrijf Schiphol. Mobilisation for the Environment (MOB), dat vorig jaar aan het licht bracht dat de vliegvelden niet over een natuurvergunning beschikken en dat de programmatische aanpak stikstof (PAS) succesvol aanvocht voor de rechtbank, heeft aangekondigd beroep aan te tekenen tegen het besluit van de minister.

Programmatische aanpak stikstof (PAS): hoe zat het ook al weer?

De neerslag van stikstofoxides en ammoniak (in de pers vaak samengevoegd onder de term stikstof) op Nederlandse natuurgebieden is al jaren te hoog. Dat betekent dat Nederland onder in Europees verband gemaakte afspraken maatregelen dient te nemen om de stikstofdepositie te in natuurgebieden te verminderen. De rijksoverheid tuigde hier een ingewikkelde rekenmethodiek voor op, die het mogelijk maakte om extra neerslag nu te compenseren met toekomstige maatregelen, ook al was het effect van dergelijke toekomstige maatregelen niet altijd duidelijk. In haar advisering over de PAS waarschuwde de Raad van State al dat de PAS aanpak mogelijk in tegenspraak was met Europese regelgeving. Vorig jaar werd dit bevestigd in een rechtszaak die onder andere door MOB was aangespannen. Sindsdien heeft het Kabinet een aantal maatregelen genomen, zoals het verlagen van de snelheid op snelwegen naar 100 km per uur.

Natuurvergunning en krimp

Als bijvangst van de PAS rechtszaak kwam ook naar boven dat veel bedrijven met stikstofuitstoot niet over een natuurvergunning beschikken en dat provincies en rijk hier nauwelijks tot niet op handhaven. Ook de Nederlandse vliegvelden beschikken niet over een natuurvergunning. Reden voor MOB om een handhavingsverzoek tegen Groningen Airport Eelde, Maastricht Aachen Airport, Rotterdam
The Hague Airport, Lelystad Airport, Eindhoven Airport Schiphol Airport. In juli 2019 heeft de Stichting Red de Veluwe een handhavingsverzoekover Lelystad Airport ingediend. Vorige week nam minister Schouten een besluit over deze handhavingsverzoeken, met uitzondering van het handhavingsverzoek tegen het grote vliegverkeer in Lelystad Airport, dat al in december 2019 werd genomen.

De minister concludeert in haar besluiten, in tegenstelling tot wat Schiphol beweerde, dat vliegvelden wel degelijk een natuurvergunning nodig is voor de vliegvelden. Alleen vliegveld Eelde beschikt over een natuurvergunning, het vliegveld Maastricht Aachen Airport valt volgens de minister binnen overgangsrecht. De overige vliegvelden (Schiphol, Rotterdam The Hague Airport, Eindhoven Airport en Lelystad Airport) beschikken niet over een natuurvergunning. Bij Lelystad gaat het niet alleen om de natuurvergunning voor de grote luchtvaart, ook de natuurvergunning voor de huidige kleine luchtvaart mist. De minister weigert te handhaven, ondanks dat er geen zicht is op legalisatie, en geeft de vliegvelden tot oktober om met een verschillenberekening te onderbouwen dat de stikstofuitstoot van het huidige maximale aantal vluchten past binnen hun bestaande vergunningsruimte. Schiphol Group heeft inmiddels een vergunningsaanvraag ingediend voor Lelystad Airport, ook al vonden ze eerder dat er geen natuurvergunning nodig is. Zowel de bestaande kleine luchtvaart als de 45.000 extra starts en landingen van vakantiecharters zal door Lelystad Airport aangevraagd moeten worden. Opvallend in het besluit van Lelystad Airport is dat er te weinig tijd is geweest om een verschillenberekening voor de emissies van de kleine luchtvaart te maken, maar dat het advocatenkantoor dat Lelystad Airport heeft ingehuurd op voorhand wel durft te stellen dat de emissies binnen het plafond uit het aanwijzingsbesluit van 1999 passen.

Als gevolg van de beslissing van de minister dreigt volgens Een Vandaag krimp voor verschillende vliegvelden. Schiphol heeft volgens de minister recht op de stikstofuitstoot die hoort bij 480.000 vluchten, dat is minder dan de 520.000 vliegbewegingen die in 2019 plaats vonden. Eindhoven Airport heeft rechten die stammen uit 2007, de groei in vliegbewegingen sinds die tijd moet opnieuw vergund worden. Het is de vraag of dat past binnen de grenzen uit 2007.

MOB wil in beroep

MOB wil in beroep tegen de besluiten van de minister om de stikstofdepositie van vliegvelden te gedogen. Om de kosten hiervan te dragen hebben ze een crowdfundingactie gestart, die inmiddels het benodigde geld heeft opgehaald. Het Kabinet lijkt in ieder geval niet van plan om de ontbrekende natuurvergunningen bij vliegvelden te gebruiken om de titel ‘groenste kabinet ooit’ in daden om te zetten. Wederom lijkt het er op dat de rechter er aan te pas dient te komen om het kabinet tot actie te dwingen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Een vol jaar met infraroodverwarming

Sinds maart 2019 verwarmen we ons huis met infraroodverwarming. Dat betekent dat we inmiddels een vol jaar stoken op elektriciteit er op hebben te zitten. Huidige stand van zaken: verbruik elektriciteit voor verwarming 3.034 kWh, ongecorrigeerd voor temperatuur. Als ik dat corrigeer voor temperatuur is ons verbruik 3.400 kWh per jaar, het langjarig gemiddelde met cv-ketel was 5.600 kWh per jaar (572 m3 aardgas). Het resterend gasverbruik voor warm water is 1.377 kWh, oftewel 141 m3 aardgas voor warm water.

Het is goed te beseffen dat ik ons gasverbruik om heb gerekend van kubieke meters naar kilowattuur. Waarbij een kubieke meter gas gelijk staat aan 9,77 kWh.

Situatie huis

We wonen in een rijtjeshuis van 119 m2 met bouwjaar 1991 en energielabel C (Rc waardes van de muren 2,5). We hebben al de nodige maatregelen in huis genomen, van een zonneboiler tot zonnepanelen en HR++ ramen op de zuidzijde van de zolder. We verbruiken rond de 700 m3 aardgas per jaar voor verwarming en warm water (omgerekend zo’n 6.800 kWh aan aardgas, waarvan 5.600 kWh voor verwarming), en rond de 3.300 kWh elektriciteit. Ons aardgasverbruik ligt laag doordat we een deel van ons warm water opwekken met behulp van een zonneboiler. Onze stroom wekken we op met zonnepanelen op ons dak (2.300 kWh) en met winddelen (1.500 kWh).

De volgende stap waar we voor stonden was de vraag hoe we ons gasverbruik verder zouden verminderen. Daarbij hadden we grofweg twee opties, die in prijs ongeveer even duur waren. Ofwel een ronde isolatie a 20.000 Euro: 10.000 Euro investeren in een beter geïsoleerde schuifpui, 5.000 Euro voor nieuwe Veluxramen en 5.000 Euro voor het beter isoleren van de spouwmuren. Verwacht effect op ons energieverbruik: 20 tot 30% besparing op het gasverbruik voor verwarming (110 tot 180 m3 aardgas) en een huis waarvan de schil gereed is voor lage temperatuurverwarming, bv m.b.v. een warmtepomp. Of een kleine 10.000 Euro investeren in het installeren van infraroodverwarming in alle kamers in ons huis. Aangezien ik wel van een experiment hou en de infraroodverwarming in onze badkamer goed bevalt viel de keuze op de infraroodverwarming.

Verwachtingen voor installatie

In de Nederlandse modellen, zoals CE’s CEGOIA model, wordt ervan uitgegaan dat infraroodverwarming een rendement van 100% heeft: 1 eenheid elektriciteit produceert 1 eenheid warmte. Dit in tegenstelling tot warmtepompen, de betere weten met behulp van een bron en 1 eenheid elektriciteit 4 tot 5 eenheden warmte te produceren. Dit wordt aangeduid als de Coefficient of Performance (COP) van een warmtepomp. Nederlandse modellen gaan er vanuit dat met infraroodverwarming bij een lagere luchttemperatuur eenzelfde comfortniveau kan worden bereikt. Ook kan met infraroodverwarming lokaal verwarmd worden, waardoor enkel de plaatsen waar je zit worden verwarmd. Dit zorgt voor een besparing ten opzichte van een cv-ketel van 15-24%.

Op basis van de gegevens van ThermIQ, onze leverancier van infraroodverwarming, was de verwachting vorig jaar dat we tenminste 1/3 op ons energieverbruik voor verwarming zouden besparen. Op basis van een langjarig gemiddeld energieverbruik voor verwarming van 5.600 kWh per standaard stookjaar met 2.790 graaddagen per jaar betekent dit een besparing van een 1.850 kWh per jaar. Waarmee het verwachte elektriciteitsverbruik op 3.750 kWh uit zou komen. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik bij de eerste berekeningen in 2015 nog uitging van een veel groter besparingspotentieel van infraroodverwarming, waarmee het elektriciteitsverbruik voor verwarming rond de 1.600 kWh zou liggen. In de voorbereidingen naar de keuze voor infraroodverwarming heeft mijn leverancier me duidelijk gemaakt dat dat te optimistisch ingeschat was.

Installatie en investeringskosten

We hebben in totaal 8 infraroodpanelen in ons huis. 6 stuks van 1.100 Watt en 2 van 550 Watt, in totaal 7.700 Watt. Deze vervangen onze Remeha Calenta CW5 met een vermogen van 6.600 tot 31.200 Watt, waarbij het piekvermogen van de cv-ketel vooral voor warm water bedoeld is.

De infraroodpanelen worden aangestuurd via de BeNext app. Daarmee zijn ook de maximale vermogens per infraroodpaneel in te stellen, ’s nachts staan de panelen in de slaapkamer bijvoorbeeld op maximaal 20%. De totale kosten voor het plaatsen van 8 infraroodpanelen in ons huis, inclusief installatie en aanpassing van de elektriciteitsmeter zijn ongeveer Euro 8.700,-. Een beetje handige klusser (de categorie waar ik niet toe behoor) kan de infraroodpanelen zelf installeren. Wij hebben het laten doen, wat in totaal twee dagen werk was.

Ervaringen comfort

Tot nu toe zijn de ervaringen met de infraroodverwarming positief. De warmte is aangenaam en de infraroodpanelen weten het huis goed warm te houden. Net als bij een hr-ketel heeft het systeem een halve graad temperatuurschommeling. Bij het uitschakelen van het systeem en het afkoelen valt het wel op dat het comfort sterk daalt als de temperatuur 0,4 graden gedaald is. Een zelfmodulerend systeem dat de stralingssterkte automatisch verlaagd als de gewenste temperatuur is bereikt en een kleinere temperatuurschommeling zouden het comfort sterk kunnen verbeteren. Nu zet ik de panelen op koude dagen handmatig weer aan als de temperatuur met 0,3 tot 0,4 graden gedaald is.

Ervaringen gebruiksgemak

De aansturing van de panelen gebeurd bij ons thuis via BeNext. Een verbetering tegenover de oude klokthermostaat die we in de badkamer gebruikte. Wat ook een verbetering is is dat we de temperatuur met infraroodverwarming per ruimte kunnen regelen. Zeker nu de kinderen wat groter worden en ook op hun kamer willen spelen of huiswerkmaken is dat een vooruitgang.

De infraroodpanelen reageren vlot, wat betekent dat we de basistemperatuur op de slaapkamers laag kunnen houden (15 graden). Door de grote mate van straling in de warmtemix is het binnen 10 tot 15 minuten comfortabel op de kinderkamers. Het verwarmen van de grotere werkkamer op zolder vergt met 15 tot 30 minuten wat meer tijd voordat het comfortabel is.

Het bedienen van BeNext is eenvoudig, maar het goed instellen vergt wel wat ontdekken en uitproberen. De panelen worden standaard enkel 100% aangeschakeld op het moment dat een ruimte verwarmd moet worden. Dat is in ons geval, behalve bij stevige vorst, veel te veel stralingswarmte om comfortabel te zijn. Het is ook veel te veel stralingswarmte als het enkel gaat om vorstbeveiliging in een ruimte.

Naast het instellen van de klokthermostaat per ruimte met de gewenste temperatuur heb ik daarom ook regels aangemaakt waarmee de verschillende infraroodpanelen een ingestelde stralingssterkte krijgen die varieert per ruimte en dagdeel. ’s nachts gaan ze niet harder dan 20% aan, in de ochtend gaan de keuken en de eethoek op 50% aan en de zithoek in de woonkamer slechts 30%. Bij het avondeten staan alle hoeken op 50%, ’s avonds laat gaat de zithoek wat hoger naar 70% en de keuken en de eethoek naar 40%. Mocht het teveel of te weinig blijken op een avond dan is elk paneel traploos verstelbaar in stralingssterkte.

Energieverbruik verwarming

Het energieverbruik voor verwarming (ongecorrigeerd voor de temperatuur) is de afgelopen 12 maanden op 3.035 kWh uitgekomen. Deels wordt dit veroorzaakt door de warme winter, of moet ik zeggen de koude herfst? Het verbruik per graaddag ligt deze winter echter ook aanzienlijk lager dan eerdere jaren. Ons voortschrijdend gemiddeld energieverbruik per graaddag over een periode van 12 maanden toont vanaf het moment van installeren in maart 2019 een duidelijk knik naar beneden, tijdelijk onderbroken door de zomermaanden. Zoals te zien in onderstaande grafiek.

De grafiek laat goed zien dat het energieverbruik per graaddag deze winter aanzienlijk lager ligt dan eerdere jaren. Ons energieverbruik per graaddag is met 44% gedaald ten opzichte van het gemiddelde over de periode 2011-2018. Als ik geen rekening hou met 2013, vanwege het hogere stookgedrag in de eerste helft van dat jaar, is het energieverbruik per graaddag nog steeds met 41% gedaald. Dat is meer dan de 33% die ThermIQ had opgegeven, en beduidend meer dan de 15 tot 24% waar de COP = 1 politie mee rekent.

Waarbij ik ook meteen de illusie kan wegnemen dat ons stookgedrag is gewijzigd: de gemiddelde temperatuur in onze woonkamer is gelijkgebleven na de overstap naar infraroodverwarming. Infraroodverwarming verwarmt objecten, en pas indirect de lucht. Daarmee zou een lagere luchttemperatuur mogelijk moeten zijn bij hetzelfde comfortniveau. Tot op heden is daar bij ons niks van gebleken. Ik heb het een paar keer geprobeerd, maar de dames hebben het meteen door en klagen over gebrek aan comfort bij een lagere luchttemperatuur. De 15 tot 24% energiebesparing die ik daarmee zou kunnen bereiken is dus niet bereikt.

Onze cv-ketel is niet optimaal getuned. Daarmee hadden we volgens het Paris Proof Plan van Lars Boelen 15% kunnen besparen.

Wanneer ik het energieverbruik voor verwarming omzet naar een standaardjaar met 2.790 graaddagen per jaar ligt het energieverbruik flink lager dan in voorgaande jaren, zoals in bovenstaande grafiek te zien is. Van gemiddeld 6.050 kWh in de periode 2011-2018, of 5.600 kWh als ik 2013 niet meereken, is het het energieverbruik in een standaardjaar gedaald naar 3.400 kWh. Een daling van respectievelijk 44% of 39%.

Dat is ook een stuk lager dan CE’s CEGOIA model verwacht. Het CEGOIA model gaat voor een C-label woning uit van 1.360 m3 aardgas (oftewel 12.775 kWh) bij verwarming met een hr-ketel en 9.850 kWh elektriciteit als gekozen wordt voor infraroodverwarming. In de praktijk verbruik ik veel minder aardgas in onze label C woning. Daarom heb ik gekeken naar hoeveel elektriciteit we voor verwarming zouden gebruiken uitgaande van de 24% besparing ten opzichte van de hr-ketel, waar het CEGOIA model mee rekent.

De lijn Cegoia en langjarig gas geeft aan wat het verwachte elektriciteitsverbruik van infraroodverwarming is als ik afga op 24% besparing ten opzichte van ons gasverbruik. De verwachting is dan dat ik 4.600 kWh elektriciteit voor verwarming verbruik. Daar zitten we onder. De lijn verwachting CEGOIA geeft aan hoeveel elektriciteit we verbruiken uitgaande van 24% energiebesparing ten opzichte van het jaarverbruik in de periode maart 2018 tot en met februari 2019. Ook daar zitten we onder.

Stookkosten

Een ander belangrijk punt bij het overstappen naar een andere verwarmingsbron zijn de kosten. Teruggerekend naar een standaardjaar zouden onze stookkosten tegen de huidige gasprijs zo’n 480 Euro bedragen. Verwarmen met infraroodverwarming blijkt, ondanks mijn eerste indruk vorig jaar, met 830 Euro toch 350 Euro duurder. Iets wat overigens nog niet echt terug te zien is in mijn energierekening van vorig jaar. Dat zou kunnen liggen aan de warmere winter, aan de andere kant was de teruggave energiebelasting vorig jaar lager dan voorgaande jaren.

Screenshot_20200314-234931_Greenchoice

Het grootste deel van de stijging van de verwarmingskosten is overigens goed te maken wanneer de aardgasaansluiting er af kan, dat scheelt 246 Euro per jaar aan netwerkkosten en 70 Euro aan vaste leveringskosten. Een ander deel zal de komende jaren dalen wanneer de gasprijs stijgt, al scheelt dat de komende 6 jaar jaarlijks slechts 5 Euro per jaar. De daling van de energiebelasting op elektriciteit zal het verschil nog wat verder verkleinen.

Thuisbaas heeft vorig jaar een onderzoek gedaan naar het energieverbruik van verschillende woningen die ze met infraroodverwarming hebben uitgerust. Daaruit komt naar voren dat 12 van de 14 bewoners de energierekening hebben weten te verlagen. Het is dus wel degelijk mogelijk om de energierekening te verlagen met infraroodverwarming, al is dat mij nog niet gelukt.

CO2 emissie

Een laatste niet onbelangrijk punt is hoe onze CO2 uitstoot zich ontwikkelt heeft. In de periode 2011-2018 was onze CO2 uitstoot als gevolg van verwarming zo’n 1 ton per jaar. In 2019 zijn we overgestapt op infraroodverwarming. De vraag is natuurlijk of onze CO2 uitstoot daarmee gedaald of gestegen is, want daar doen we het tenslotte toch voor? Voor onderstaande berekening ben ik uitgegaan van de CO2 emissie van de stroom die we afnemen van GreenChoice, waar we een stroommix afnemen van Nederlandse wind, zon en 27% biogas.

CO2-uitstoot van verwarming 2011-2020

In 2019 lag onze CO2 uitstoot voor verwarming op 0,5 ton CO2 als je uitgaat van de elektriciteitsmix die we afnemen. Oftewel uitgaande van de mix die we afnemen van het elektriciteitsbedrijf is onze CO2 emissie gehalveerd. In 2020 zal onze CO2 uitstoot van verwarming naar verwachting ten opzichte van 2019, doordat ons gasverbruik in 2020 lager zal zijn dan in 2019. Dit wordt namelijk het eerste kalenderjaar waarin we de cv-ketel niet voor verwarming inzetten.

Voor de fijnproevers: je kan ook uitgaan van de CO2-uitstoot van de Nederlandse stroommix. Door de afspraken die gemaakt zijn in het nationaal klimaatakkoord zal deze de komende 10 jaar verregaand vergroenen. Dat betekent dat ook met die berekeningmethode onze CO2-uitstoot de komende jaren zal dalen ten opzichte van verwarmen met aardgas. Te meer doordat de CO2 emissie van aardgas in Nederland gaat stijgen door de groeiende afhankelijkheid van import.

Conclusie

Afsluitend kan ik stellen dat de overstap naar infraroodverwarming ons bevalt, al heb ik in de eerste maand wel moeten wennen en zoeken naar de goede instellingen. Ons huis is deze winter echter behaaglijk en warm. We behalen ruimschoots de energiebesparing ten opzichte van verwarmen met een cv-ketel, ook al is het me niet gelukt om mijn gezin aan een een lagere luchttemperatuur te laten wennen. Toch heeft de overstap naar infraroodverwarming ons gasverbruik en onze CO2 emissie aanzienlijk verlaagd. Onze energierekening is vooralsnog niet gedaald, maar gestegen. Dat komt voor een groot deel doordat we de gasaansluiting nog niet de deur uit hebben gedaan. Voordat dat kan moeten we eerst een alternatief voor warm water in de winter hebben. Al met al lijkt infraroodverwarming ook in de praktijk een effectieve manier om van gas los te gaan.

Dit is een bewerking van een bericht dat ik voor Sargasso geschreven heb en een actualisatie van dit eerdere bericht.

Sterke daling Duitse CO2-emissie in 2019 brengt doelstelling 2020 binnen bereik

De Duitse CO2-uitstoot is in 2019 voor het derde jaar op rij sterk gedaald. Hierdoor komt de reeds losgelaten doelstelling van 40% CO2-reductie in 2020 ten opzicht van 1990 weer in zicht. De daling doet zicht met name voor in de energiesector en bij de industrie, de gebouwde omgeving en met name de transport sector hebben meer moeite om een emissiedaling te realiseren. Het Duitse milieuagentschap UBA stelt dat het land goed op weg is om de klimaatdoelstellingen voor 2030 te halen, maar waarschuwt dat het coronavirus geen structurele daling van de CO2-emissie zal veroorzaken.

De Duitse uitstoot van broeikasgassen nam in 2019 opnieuw een duik. Duitsland stootte vorig jaar ongeveer 805 miljoen ton CO2 uit, een daling van 6,3% vergeleken met het jaar ervoor, de sterkste daling sinds de recessie van 2009. De emissies waren vorig jaar 35,7% lager dan in 1990. De energiesector zorgde, zoals halverwege vorig jaar al verwacht, voor de grootste reductie, gevolgd door de industriële sector. De daling in deze sectoren werd, volgens de Duitse federale milieuagentschap (UBA), sterk beïnvloed door stijgende emissieprijzen in het Europese emissiehandelssysteem (EU-ETS). Ondanks dat de transport- en gebouwensector beide een stijgende uitstoot zagen, betekent de vermindering van de uitstoot van de energie- en industriesector dat Duitsland dicht bij de doelstelling komt om de uitstoot met 40 procent te verminderen in vergelijking met 1990, wat de regering al een onhaalbare doelstelling achtte. De Duitse regering verliet de doelstelling om de CO2-emissie met 40% te reduceren ten opzichte van 1990 tijdens de coalitiegesprekken na de verkiezingen van 2017 en verving deze door een emissiebudget in de nieuwe klimaatwet. Minister van Milieu Schulze zei tijdens een persconferentie in Berlijn:

Met uitzondering van het jaar van de wereldwijde financiële crisis in 2009 is er geen grotere reductie geweest. In de reguliere economische tijden is er nog nooit zo’n sterke daling geweest.

De belangrijkste oorzaak voor de lagere emissiecijfers is de verminderde inzet van de kolencentrales, zei Schulze. Dit wordt veroorzaakt door zowel vervanging van kolen door aardgas als gevolg van lagere gasprijzen als door de stijgende prijzen voor CO2 in EU-ETS. De hogere CO2-prijzen zorgde zowel voor lager kolengebruik als voor grotere inspanningen door de industrie voor energie-efficiëntie. De winderige weersomstandigheden en de zachte winter hebben bijgedragen aan een lagere uitstoot, maar de lagere uitstoot in de energie- en industriesector zijn ook het resultaat van politieke beslissingen. Denk daarbij aan de uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen en de geleidelijke sluiting van kolencentrales sinds 2016.

Problemen zijn er ook voor het Duitse klimaatbeleid. Zo zijn er problemen met de uitbreiding van wind- en zonne-energie. De ontwikkelingen in de transportsector, waar de CO2 uitstoot 1 miljoen ton hoger ligt dan in 1990, en de gebouwde omgeving, waar de CO2-uitstoot 5 miljoen ton hoger ligt dan in 1990, laten zien dat vooral daar nog veel moet worden bereikt. Het laat echter ook zien dat de uitdaging voor het Duitse klimaatbeleid niet zit in de energiesector, hoe graag Nederlanders ook kritiek willen leveren op het Duitse energiebeleid. Uit twee onderzoeken in opdracht van Schulze’s ministerie van Milieu (BMU) en het ministerie van Economie (BMWi) is onlangs gebleken dat maatregelen die zijn uiteengezet in het klimaatpakket van de regering voor 2030 en de geleidelijke afschaffing van kolen niet volstaan ​​om de beoogde vermindering van 55 procent te bereiken en in plaats daarvan peil het effect tot 52 procent.

Klimaatbeleidadviseur Henrik Maatsch van WWF Duitsland zei dat het succes van de reductie de “structurele traagheid” van de klimaatinspanningen van de regering niet mag verbergen. Maatsch zei dat de regering moeite had om een ​​werkbare strategie te vinden voor het implementeren van al lang bekende oplossingen om de inzinking van windenergie-uitbreiding te overwinnen of om continue ondersteuning van zonne-energie te garanderen.

Duitse CO2-emissie 1990-2019. Bron CleanEnergyWire

UBA: groen stimuleringspakket nodig om de economische activiteit te doen herleven na de huidige neergang

UBA-hoofd Messner zei dat het belangrijk zal zijn om ervoor te zorgen dat alle ondersteunende maatregelen voor de economie zijn ontworpen met de klimaatdoelstellingen in gedachten. Waarbij hij aangeeft dat deze maatregelen bijvoorbeeld kunnen bestaan ​​uit energiezuinige renovatie van gebouwen, de uitrol van elektrische voertuigen en meer mogelijkheden voor openbaar vervoer, evenals meer aandacht voor waterstof- gebaseerde brandstoffen voor industriële toepassingen. Mesner zei:

Duitsland gaat de goede kant op met betrekking tot de klimaatdoelstellingen voor 2030 en dat is zeer welkom. We weten echter ook dat we momenteel op onze lauweren rusten, vooral met betrekking tot hernieuwbare energiebronnen.

Hij zei dat zorgen dat de uitbreiding van hernieuwbare energie weer op de rails komt en dat de elektrificatie van de transportsector snel wordt opgeschaald de prioriteit heeft. Transport-NGO VCD had kritiek op de matige prestaties op het gebied van emissiereductie in de transportsector, erop wijzend dat de winst op het gebied van motorefficiëntie routinematig wordt gecompenseerd door de verkoop van zwaardere en meer voertuigen en meer met de auto afgelegde kilometers, en dat het aandeel van het vervoer in de totale uitstoot voortdurend toeneemt. In plaats van voorrang te geven aan auto’s, zou de Duitse regering meer in moeten zetten op duurzame alternatieven, vooral in binnensteden.

Verwachting CO2 uitstoot 2020

De verwachting is dat de Duitse CO2 uitstoot in 2020 verder daalt. Deels komt dat door de hogere CO2 prijzen en de zachte weersomstandigheden in het eerste kwartaal van 2020. Een ander deel wordt veroorzaakt door de terugvallende economie als gevolg van het coronavirus. De verwachting is dat het coronavirus een tijdelijk effect heeft op de CO2 uitstoot. Reden voor UBA om te pleiten voor economisch stimuleringspakket dat rekening houdt met de lange termijn klimaatdoelen.

Dit stuk is gebaseerd op een artikel van CleanEnergyWire en eerder gepubliceerd op Sargasso.

Klimaatzaak tegen uitbreiding Heathrow gewonnen

In Nederland zijn alle ogen nog gericht zijn op de wijze waarop de Nederlandse overheid dit jaar gaat voldoen aan de uitspraak van het Hogerechtshof in de klimaatzaak, die Urgenda aanspande. Ondertussen zitten klimaatactivisten aan de andere kant van de Noordzee ook niet stil. Inmiddels hebben ze voor de derde keer uitbreidingsplannen van een vliegveld geblokkeerd. Waarvan twee keer door stemming in een gemeente- of districtsraad en een keer via de rechter met een beroep op de verplichtingen die het Verenigd Koninkrijk  is aangegaan in het klimaatverdrag van Parijs.

Eerder dit jaar stemden Uttlesford District County tegen de uitbreidingsplannen van Stansted en stemde de gemeenteraad van Bristol tegen de uitbreidingsplannen van het vliegveld van Bristol. Dit gebeurde mede door druk van omwonenden en van klimaatactivisten, zoals Extinction Rebellion, Greenpeace en Friends of the Earth (Milieudefensie). Omwonenden maken zich zorgen over de negatieve effecten voor de volksgezondheid van geluidsoverlast en luchtvervuiling.

In de uitspraak tegen de uitbreiding van Heathrow stelde de rechter dat de regering ten oprechte geen rekening had gehouden met de het klimaatakkoord van Parijs bij het vaststellen van de uitbreidingsplannen voor Heathrow:

The government when it published the ANPS (Airports National Policy Statement) had not taken into account its own firm policy commitments on climate change under the Paris agreement. That, in our view, is legally fatal to the ANPS in its present form.

De Britse regering heeft al aangegeven niet in cassatie te gaan tegen de uitspraak van de rechter. Heathrow Airport is dat wel van plan. De uitbreiding van Heathrow was alleen gebaseerd op de Britse klimaatwet uit 2008. De rechter heeft de uitbreiding niet verboden, maar eist dat de regering duidelijk maakt hoe die zich verhoudt tot het klimaatakkoord. Een derde landingsbaan kan er wel komen in de toekomst, als deze past binnen het Britse klimaatbeleid.

De uitspraak is een eerste keer dat plannen van een bedrijf getoetst zijn aan het klimaatakkoord van Parijs. Daarmee kan de uitspraak ook grote gevolgen hebben voor bedrijven in andere landen. Dennis van Berkel, die als advocaat van duurzaamheidsorganisatie Urgenda betrokken was bij de klimaatzaak tegen de Nederlandse staat, stelt tegen NRC:

Deze uitspraak laat zien dat het Parijs-akkoord niet zomaar een intentieverklaring is. Overheden zullen moeten uitleggen hoe hun beleid aansluit bij Parijs.

Door deze uitspraak wordt de luchtvaartsector, die buiten het klimaatakkoord van Parijs was gehouden, alsnog binnen de reikwijdte van het klimaatakkoord gebracht. Dit kan ook gevolgen hebben voor de uitbreidingsplannen van Schiphol en Lelystad Airport. Milieufederatie Noord-Holland zal de uitspraak gebruiken om naar de rechter te gaan, zegt directeur Sijas Akkerman tegen NRC. Het wachten is op een concreet besluit tot uitbreiding.

De uitspraak kan ook gevolgen hebben voor de verschillende rechtszaken die wereldwijd lopen tegen het klimaatbeleid van bedrijven. Bijvoorbeeld voor de zaak van Milieudefensie tegen Shell in Nederland.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Quote du Jour | Corporations should pay a higher tax rate than school teachers

De belastingmoraal en vooral de lage belastingtarieven voor multinationals liggen in Nederland al langer onder vuur. Ook in de VS neemt de kritiek toe:

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Europese kolensector in mineur, net als in de VS

 De elektriciteitsproductie door kolencentrales in de EU is vorig jaar met bijna een kwart gedaald ten opzichte van 2018. De daling was het grootst in landen met veel wind- en zonne-energie. Ook werd er in 2019 voor het eerst meer elektriciteit opgewekt met behulp van zonne-energie en windenergie dan met kolen. Dat blijkt uit de jaarlijkse analyse van de elektriciteitsproductie door Sandbag en Agora Energiewende. De wereldwijde malaise in de kolensector is daarmee ook in de EU voelbaar.

Ontwikkeling van elektriciteitsproductie door kolen, wind- en zonne-energie.

De productie van elektriciteit dor kolencentrales in de EU daalt al sinds 2002. De productie van elektriciteit door zon en windenergie stijgt al jaren. Inmiddels wordt er meer stroom opgewekt met behulp van wind- en zonne-energie dan door kolencentrales. Als de dalende lijn van kolen doorzet produceert windenergie alleen meer stroom dan kolencentrales. Sinds 2010 daalde de elektriciteitsproductie van kolencentrales met 10%.

De daling doet zich voor in alle landen van de EU, maar met name in landen met veel groene stroom. In Duitsland daalde de productie van kolenstroom met 58 TWh, waarvan 26 TWh steenkool en 32 TWh bruinkool. Daarmee zet ook de daling van bruinkool nu door. Bruinkoolcentrales stoten meer CO2 uit en hebben dus ook meer last van de gestegen CO2 prijzen. Uniper heeft inmiddels aangeven haar Duitse steenkoolcentrales in 2025 te willen sluiten.

Gas krijgt geen voet tussen de deur

Ondanks de vaak gebezigde opvatting dat aardgas een belangrijke transitiebrandstof is wisten gascentrales de afgelopen jaren niet te profiteren van de afname van elektriciteitsproductie door kolencentrales. De elektriciteitsproductie van gascentrales steeg in 2019 wel, maar ligt nog steeds 1% lager dan in 2010. Ook het aantal nieuw gebouwde gascentrales valt tegen. Wat al duidelijk was uit de problemen die Siemens heeft bij haar gasturbine onderdeel. Een onderdeel dat Siemens probeert te verzelfstandigen en waarvan het de Hengelose vestiging in 2018 verkocht aan VDL. Slechts in een beperkt aantal landen wist gas te profiteren van de daling van kolenstroom.

Verandering in elektriciteitsmix per land 2010-2019

Wat ook opvalt is dat de daling van kolenstroom het grootst is in landen met veel groene stroom. Met name in Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland daalt de hoeveelheid kolenstroom. Ook in kolenland Polen is de elektriciteitsproductie van kolencentrales gedaald. De productie van wind- en zonne-energie steeg sinds 2010 juist met met 13%. De elektriciteitsproductie van kerncentrales en biomassa/biogas veranderde nagenoeg niet. De elektriciteitsproductie van kernenergie daalde met een kleine 1%, vooral doordat kerncentrales in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk minder stroom produceerde.

Ontwikkeling CO2 emissie elektriciteitssector

Door de daling van kolenstroom en de daling in het elektriciteitsverbruik is ook de CO2 uitstoot van de elektriciteitssector gedaald. Ten opzichte van 2018 daalde de CO2 emissie van de elektriciteitssector met 12%. De verwachting is dat er dit jaar wederom veel wind- en zonne-energie bij gaat komen in de EU. Sandbag en Agora Energiewende verwachten daarom dat de daling van kolenstroom in 2020 door zal zetten.

Ontwikkelingen in de VS

De situatie in de Verenigde Staten was niet veel beter dan in de EU in 2019. Ondanks Trump’s verkiezingsbelofte om de kolensector te helpen, sloot een fors aantal kolencentrales de deuren. De verwachtingen voor 2020 zijn niet veel beter.

De Energy Information Administration (EIA) verwacht dat het aandeel van kolen in de Amerikaanse elektriciteitsmix de komende vijf jaar terugloopt naar ongeveer 13%. Mogelijk dat er nog wat cadeau’s worden uitgedeeld in de verkiezingstijd om onrendabele kolencentrales open te houden. Het is echter een kwestie van tijd tot goedkopere aardgascentraels, maar vooral ook duurzame elektriciteitsproductie de rol van kolen overnemen in de VS. Daarmee lijkt ook voor de VS de rol van aardgas als transitiebrandstof eindig.

Ontwikkelingen Japan

Japan is een van de weinige resterende landen die snelheid maakt met de bouw van nieuwe kolencentrales. De komende vijf jaar wil Japan 22 nieuwe kolencentrales bouwen. Daarmee zet Japan de geloofwaardigheid van ‘de groen’ Olympische Spelen nog meer onder druk. Eerder werd al bekend dat de waterstof voor de Olympische Spelen geproduceerd gaat worden met Australische bruinkool.

Conclusie

In de EU en in de VS is de neergang van de kolensector in 2019 niet tot staan gebracht en het lijkt er ook niet op dat dat de komende jaren zal veranderen. In de EU zijn er nog slechts 8 lidstaten waar de discussie over de einddatum voor kolen nog moet beginnen, 2 waar de discussie loopt en 16 die een einddatum hebben ergens tussen 2020 en 2038.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.