Klimaatverandering: het effect op het stookseizoen

Al jaren publiceert Steeph maandelijks een update van de wereldtemperatuur op Sargasso. Zelf hou ik sinds we ons huis kochten maandelijks ons energieverbruik bij. Daarbij heb ik gaandeweg geleerd dat een goede vergelijking van het verbruik door de jaren heen standaardisatie vergt. Waarbij het energieverbruik gecorrigeerd wordt voor het aantal gewogen graaddagen per jaar. Als gevolg van de publicatie van het nieuwe klimaatnormaal door het KNMI kwam bij mij de vraag op welk deel van onze energiebesparing eigenlijk komt door klimaatverandering. De langst lopende reeks die ik daarvoor heb kunnen vinden is de reeks met de gemiddelde dagtemperatuur van meetstation De Bilt. De reeks van het meetstation Rotterdam, waarmee ik mijn persoonlijke verbruik corrigeer voor temperatuur, start pas in 1957. Conclusie van mijn analyse: het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar is sinds begin vorige eeuw met 15% gedaald in De Bilt.

Gehanteerde methodiek

Ik heb de volgende methode gebruikt om het aantal gewogen graaddagen per jaar te bepalen. Allereerst is het aantal graaddagen per dag berekend. Het uitgangspunt daarbij is dat je in een etmaal waarin de gemiddelde buitentemperatuur hoger is dan de gemiddelde binnentemperatuur geen gas verbruikt. Ligt de buitentemperatuur echter lager, dan ga je stoken en moeten er graaddagen geteld worden. Ik ben daarbij uitgegaan van een gemiddelde binnentemperatuur van 18 °C. Waarmee ik aansluit bij de methodiek van de website Mindergas, waar ik ooit begonnen ben met het bepalen van mijn verbruik per gewogen graaddag.

De etmaalgemiddelde buitentemperatuur van een koudere dag wordt afgetrokken van de etmaalgemiddelde binnentemperatuur van 18 graden. Als het op een dag buiten gemiddeld 10 graden was, reken je als volgt: 18 – 10 = 8 graaddagen. Was de gemiddelde buitentemperatuur over 24 uur hoger dan 18 graden, dan kom je altijd uit op 0 graaddagen.

Behalve de buitentemperatuur, zijn er per jaargetijde nog meer weersomstandigheden van invloed op hoe hard je wil stoken. Denk bijvoorbeeld aan de warmte van zonnestralen op het huis. Om de invloed van die wisselingen op de berekeningen te minimaliseren, worden de graaddagen vermenigvuldigd met een seizoensafhankelijke weegfactor. Dit noemen we gewogen graaddagen. De weegfactor is als volgt gedurende het jaar:

  • april t/m september: 0,8
  • maart en oktober: 1,0
  • november t/m februari: 1,1

Daarna heb ik het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar berekend. De eerste periode waarvoor dat kan op basis van de cijfers De Bilt is de periode 1901-1930. Het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar over die periode was 3341. Het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar over de laatste periode, te weten 1991-2020 was 2847. Een daling van 15%.

Het effect op het aantal gewogen graaddagen van meetstation Rotterdam heb ik vervolgens berekend door een lineaire regressie te maken met meetstation De Bilt. Hierbij heb ik de jaren gebruikt waarvoor van beide stations gegevens zijn. Met behulp hiervan heb ik een inschatting gemaakt van het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar in de periode 1901-1930 voor Rotterdam. Met 3.172 ligt het aantal graaddagen in Rotterdam lager dan in De Bilt, wat te verwachten is door de nabijheid van zee. De daling van het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen per jaar voor Rotterdam ligt met 13% lager dan voor De Bilt.

Impact op stookseizoen De Bilt

De kans dat een koude dag in juli of augustus ervoor zorgt dat je gaat stoken is klein. De kans dat je in april nog stookt of september al gaat stoken is groter. Het echte stookseizoen loopt in Nederland van oktober tot en met maart. De maanden april tot en met september vormen ongeveer 20% van het totaal aantal gewogen graaddagen per jaar.

In het stookseizoen is het 30 jarig gemiddelde van het aantal gewogen graaddagen met 11% teruggelopen. Het grootste deel daarvan zit in het vierde kwartaal met een daling van 13%, in het het eerste kwartaal is de terugloop 9%. Van 1942 tot en met 1992 lag het 30 jarig gemiddelde van het gemiddeld aantal gewogen graaddagen in het eerste kwartaal zelfs tot 4% hoger dan in de periode 1901-1930. Dat heeft de terugloop in het gemiddeld aantal gewogen graaddagen in het vierde kwartaal in de jaren 40 en jaren 60 weten op te vangen, maar de overall trend in het stookseizoen is al 90 jaar omlaag. Ondanks de kou in maart lag het 30 jarig gemiddelde aantal gewogen graaddagen in het eerste kwartaal over de periode 1992-2021 een vol procent lager dan over de periode 1991-2020.

Om het 30 jarig gemiddelde aantal gewogen graaddagen terug te brengen op het niveau van de periode 1901-1930 zijn 16 jaren zoals 1963 nodig, het jaar met het hoogste aantal gewogen graaddagen in de periode 1901-2020. Het jaar ook met de winter van 1962-1963 als de strengste winter van de vorige eeuw, waarin je met de auto over het ijs van Stavoren naar Enkhuizen kon rijden.

Effect op energieverbruik voor verwarming

Dat het aantal gewogen graaddagen per jaar gemiddeld met gedaald is heeft ook effect op het energieverbruik voor verwarming. Mijn eigen verbruik in de periode 2011-2018 (stoken op aardgas) is gemiddeld 2,17 kWh/gewogen graaddag, berekend op meetstation Rotterdam. Voor een standaardjaar uit de periode 1901-1931 levert dat een verbruik van 6.884 kWh op, dat is ongeveer 690 m3 aardgas. Een daling van 13% betekent 896 kWh minder energieverbruik voor verwarming per jaar, ongeveer 90 m3 aardgas.

Voor 2020 is het verschil nog groter, 2020 kende 2.368 gewogen graaddagen. Een verschil van 801 gewogen graaddagen met het gemiddeld aantal gewogen graaddagen in de periode 1901-1930. Ons werkelijke verbruik lag op 2.878 kWh. Dat is 4.006 kWh, oftewel 58%, lager dan verwacht op basis van ons gasverbruik in de periode 2011-2018. Hiervan wordt 54% veroorzaakt door de vermindering van het aantal gewogen graaddagen en 46% door besparingsmaatregelen in huis.

Conclusie

Door mensen veroorzaakte klimaatverandering heeft een effect. Uitgedrukt in de gemiddelde wereldwijde temperatuurstijging lijkt dat effect tot nu toe wellicht klein, met een opwarming van ongeveer 1 graad Celsius. Ingezoomd op het gemiddeld aantal gewogen graaddagen per jaar is het effect in Nederland veel sterker, met een daling van 15% voor meetstation De Bilt. De kans dat die trend keert is ook niet groot, aangezien terugkeer naar het oude gemiddelde over de periode 1901-1930 zestien keer op rij herhaling van het jaar met het hoogste aantal gewogen graaddagen in de periode 1901-2020 vergt. In dat jaar, 1967, lag het aantal gewogen graaddagen ruim 900 hoger dan het 30 jarig gemiddelde over de periode 1991-2020 en bijna 1.300 hoger dan in 2020.

2021 telt tot en met oktober 2039 gewogen graaddagen. Dat betekent dat er in november en december nog ruim 1.700 nodig zijn om in de buurt van 1967 te komen. De kans daarop acht ik klein.

Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Opmerkelijke klimaatzaken

De Amerikaanse Climate Change Litigation database telt inmiddels 1224 Amerikaanse klimaatzaken en 368 niet Amerikaanse klimaatzaken. Waarbij een klimaatzaak breder gaat dan enkel rechtszaken, het kan ook gaan om dagvaardingen of dreigingen met een rechtszaak. De database is een initiatief van het Sabin Center for Climate Change Law van de Columbia Law School en Arnold & Porter. De afgelopen weken zijn er een aantal ontwikkelingen die de komende jaren grote gevolgen kunnen hebben.

Uitspraak in Ierse klimaatzaak: klimaatbeleid te vaag

De Ierse milieuorganisatie Friends of the Irish Environment (FIE) had een zaak aangespannen tegen de Ierse overheid. FIE stelde dat de Ierse overheid niet voldoet aan verplichtingen uit de Climate Action and Low Carbon Development Act, een wet uit 2015 die zegt dat de overheid plannen moet maken om de transitie naar een klimaatneutrale economie in 2050 te realiseren. Een panel van zeven Ierse opperrechters gaf de milieuorganisatie unaniem gelijk.

Zij bevestigden afgelopen vrijdag dat uit de huidige plannen niet valt af te leiden dat Ierland op weg is om zijn doelen te behalen. De rechter heeft de overheid daarom opgedragen op om een nieuw, gedetailleerd plan te maken. Daarbij moet een redelijk geïnformeerd persoon kunnen beoordelen of het plan realistisch is en of ze het eens zijn met de in het plan gemaakte beleidskeuzes. Het plan moet ook de volle periode tot 2050 beslaan, de latere jaren mogen wel minder gedetailleerd zijn dan de periode tot 2030. De Ierse Hoge Raad is in haar uitspraak niet ingegaan op grondwettelijke of mensenrechten zaken, aangezien de zaak niet door een individu was aangespannen. Dit kan in toekomstige rechtszaken nog wel een rol gaan spelen.

Klimaatactivisten noemen de ontwikkeling hoopgevend. In de uitspraak verwijst de Ierse Hoge Raad (pdf) verschillende keren naar de klimaatzaak van Urgenda. De Ierse regering heeft de uitspraak van de Ierse Hoge Raad positief ontvangen. De nieuwe coalitie, met daarin onder andere de Ierse Groenen, wil dat de uitstoot van broeikasgassen vanaf nu elk jaar met 7 procent afneemt.

Massachusetts vs Exxon Mobil

Eerder dit jaar verloor de aanklager van New York zijn klimaatzaak tegen Exxon Mobil. De aanklager van New York stelde dat Exxon Amerikaanse beleggers en investeerders had misleid over de financiële risico’s van klimaatverandering voor de bedrijfsvoering en waarde van Exxon Mobil. Daarmee zijn de zorgen voor Exxon Mobil niet weg, want Massachusetts heeft een soortgelijke klimaatzaak aangespannen tegen het Amerikaanse olie- en gasbedrijf. Exxon probeert de rechtszaak naar de federale rechtbank verplaatst te krijgen, maar slaagt daar vooralsnog niet in. De rechtbank van Massachusetts heeft eind mei aangegeven van mening te zijn dat de aanklacht van Massachusetts enkel betrekking heeft op mogelijke overtreding van staatswetgeving en dat deze geen federale vragen bevat.

Om de zaken nog wat erger te maken voor Exxon Mobil, maar ook voor andere fossiele energiebedrijven, heeft het Amerikaanse Huis voor Klokkenluiders (National Whistleblower Center (NWC)) op 23 juli het rapport Exposing a Ticking Time Bomb: How Fossil Fuel Industry Fraud is Setting Us Up for a Financial Implosion – and What Whistleblowers Can Do About It gepubliceerd. John Kostyack, NWC Executive Director stelt:

In light of the deceptions we found, the handful of pending fraud cases challenging climate risk disclosures by fossil fuel companies are probably just the tip of the iceberg. We anticipate that the number of cases and defendants will increase dramatically in the near future once potential whistleblowers learn about the benefits of modern whistleblower laws and begin providing information to regulators and prosecutors about climate risk deceptions along the lines of those outlined in our report.

De belangrijkste bevindingen van het rapport zijn dat misleiding over de financiële risico’s van klimaatverandering alomtegenwoordig is in de fossiele brandstofindustrie. Het gaat daarbij om het routinematig weglaten van twee soorten informatie in verklaringen van bedrijven aan aandeelhouders. Op de eerste plaats de onmiddellijke risico’s die klimaatverandering vormt voor de financiële toestand van bedrijven en ten tweede het risico dat de vermindering van de de waarde van activa van het bedrijf zal bijdragen aan een economiebrede financiële implosie. Op de tweede plaats wijst het rapport er op dat de groeiende rol van klokkenluiders in de strijd tegen fraude betekent dat het handjevol van lopende effectenfraudezaken slechts het topje van de ijsberg vormen. Er zijn momenteel slechts vijf lopende zaken – allemaal tegen Exxon – over de vraag of de verklaringen van het bedrijf over de financiële risico’s van klimaatverandering volgens staats- of federale wetgeving vallen onder effectenfraude. De NCW verwacht dat het aantal zaken en gedaagden sterk zal toenemen zodra potentiële klokkenluiders leren over de bescherming en beloningen, die door de huidige Amerikaanse klokkenluiderswet wordt geboden voor het verstrekken van gedetailleerde informatie aan toezichthouders en openbaar aanklagers over fraude met klimaatrisico’s. Volgens het NCW kunnen klokkenluiders in de fossiele brandstof industrie, net als hun voorgangers in tabaksindustrie, bankwezen en gezondheidszorg een centrale rol spelen in de hervorming van hun bedrijfstak en kunnen ze helpen om een wereldwijde financiële implosie te voorkomen.

Afrondend

De recente ontwikkelingen laten zien dat de uitspraak in de Urgenda klimaatzaak niet uniek is. De uitspraak van de Ierse Hoge Raad ligt in het verlengde en dwingt de Ierse overheid tot het maken van concretere plannen. Daarmee is duidelijk dat uitspraak van de Nederlandse Hoge Raad in de Urgenda klimaatzaak niet enig in zijn soort is. Daarmee kan er ook uitstraling naar andere overheden binnen met name de EU zijn. Voor Exxon Mobil en andere olie, gas en kolenbedrijven betekent de publicatie van het Amerikaanse Huis voor Klokkenluiders en van de rechtbank in Massachusetts dat de juridische gevaren na het winnen van de rechtszaak in New York nog lang niet geweken zijn.

Dit bericht is begin augustus 2020 geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Juli 2020: Milieucommissie Europarlement wil internationale scheepvaart onder CO2-emissiehandel brengen

De Milieucommissie van het Europees Parlement wil dat de internationale scheepvaart vanaf 1 januari 2022 onder het Emissiehandelssysteem (ETS) valt. Dit moet vanaf 2021 gelden voor reizen die vertrekken van, of aankomen in Europese havens. Ook wil de milieucommissie de sector een bindende CO2-reductiedoelstelling opleggen van 40% in 2030 ten opzichte van 2018. De milieucommissie wil ook een fonds opzetten voor de opbrengsten van het veilen van CO2-rechten terug laten vloeien naar de scheepvaartsector voor investeringen in nieuwe CO2-reducerende technieken.

In een reactie op het besluit van de milieucommissie van het Europees Parlement stelt Jutta Paulus, de rapporteur van het Europees Parlement:

The Environment Committee has today made an important contribution to achieving the Paris Climate Agreement goals! I am very pleased that a majority of MEPs support the extension of the EU ETS to maritime transport. We also agreed that half of the revenue should go to a fund that supports research and development of innovative, climate-friendly ships and co-finances nature conservation in our seas.

It was important to everyone that, in addition to CO2, other climate-damaging gases, especially methane, should also be included in the monitoring programme. The ambitious efficiency target of 40% less CO2 per tonne of freight transported and nautical mile travelled will probably have the greatest effect. For this will provide a real incentive to build more economical ships – which will also operate outside the EU.

Today’s vote in the Environment Committee is an important step in the fight against the climate crisis. International maritime shipping is the only transport sector not subject to a binding target for reducing climate-damaging emissions, despite the fact that it is responsible for around three percent of global greenhouse gases.

In its present form, the MRV Regulation has done important groundwork and provided valuable data on CO2 emissions from ships. However, data alone does not reduce greenhouse gases. That is why we MEPs have gone far beyond the Commission proposal.

Na de zomer stemt het voltallig Europees Parlement over het voorstel, daarna beginnen de onderhandelingen met de EU-landen over de uiteindelijke wet. Het gaat interessant worden om te zien wat het openbare standpunt van de Nederlandse regering wordt en hoe ze zich achter de schermen opstellen. Evenals de opstelling van de havens van Rotterdam en Amsterdam, en de Nederlandse reders.

Dit bericht is in juli 2020 geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

‘Het is geen genocide of zo’

In het eigen FvD journaal kreeg Baudet de vraag voorgelegd:

Hoe sta je tegenover Groningen? Meer gas geboord worden of moet de kraan dicht? Zou Fvd ook meer steun kunnen geven aan Groningers voor de schade die veroorzaakt is door het boren?


Het antwoord van Baudet kun je hier zelf zien (of onder de video lezen):

Er zit voor iets van 500 miljard aan gas in de grond in Groningen en dat is een conservatieve schatting want er wordt steeds nieuw bij gevonden. Maar dat is een astronomisch bedrag. De totale waarde van al die huizen daar die door aardbevingen geraakt worden enzovoort loopt in de tientallen miljarden maximaal. Dus dat is een, dat staat totaal, dat staat niet in verhouding tot elkaar.

Dus wat je moet doen. Wat je had had moeten doen als je een normale daadkrachtige regering had gehad die problemen kon oplossen dat je onmiddellijk die mensen compenseert. Het is heel, het is heel, want je moet ook niet overdrijven het is niet heel erg wat er gebeurd is met die aardbevingen. Maar het is wel, het is verdomd vervelend. Een scheur in je huis, je moet een weekend ergens anders logeren dat soort dingen allemaal. He ik bedoel het is geen genocide of zo, het is niet dat die mensen allemaal massaal…

En toen ging het beeld zwart…

Uit het verhaal van Baudet over mijnbouwschade in Groningen onderschrijf ik één ding: de overheid moet mensen onmiddellijk compenseren voor mijnbouwschade. De waarde van woningen in Groningen bedroeg volgens het CBS in 2019 een kleine 48 miljard Euro. Of dat valt binnen de tientallen miljarden van Baudet laat ik aan hem.

Of de mijnbouwschade valt in de categorie ‘verdomd vervelend’ waag ik echter zacht gezegd te betwijfelen. Wie v

orig jaar het dossier Ik Wacht bij Dagblad van het Noorden heeft gevolgd weet dat de gevolgen voor mensen veel groter kunnen zijn dan ‘verdomd vervelend’. Wat ‘verdomd vervelend’ is, is een zwart scherm tijdens een lifestream. Mijnbouwschade lijdt tot grote financiële problemen bij bewoners die kampen met mijnbouwschade en zorgt nog steeds voor psychische problemen, waar Sargasso al in 2016 over schreef.

Dit bericht schreef ik in juni 2020 voor Sargasso.

The devil put the coal in the ground

Op 5 april 2010 kwamen 29 mijnwerkers in West Virginia om het leven bij een explosie. Theatermakers Jessica Blank en Erik Jensen maakten een stuk op basis van interviews met de overlevenden en familie van de overledenen. Steve Earl schreef, op basis van de interviews, de nummers voor het stuk. Waaronder het nummer The devil put the coal in the ground. Ter herinnering dat niet alleen mijnbouw in Congo zwaar en gevaarlijk werk is, maar ook mijnbouw voor oude vormen van energie: kolen.

Dat geldt ook voor de omgang met de werknemers en het milieu. De afgelopen jaren hebben verschillende Amerikaanse kolenmijnen geprobeerd om van hun verplichtingen ten aanzien van landschapsherstel, pensioenen en zieke werknemers af te komen via de Amerikaanse Chapter 11 procedure. Een methode die in iets aangepaste vorm in Nederland wordt toegepast bij de gaswinning in Groningen, waar het leeuwendeel van de 101 mensen die het Dagblad van het Noorden vorig jaar interviewde voor de serie Ik wacht nog steeds wacht op het verhelpen van de mijnbouwschade ten gevolge van gaswinning.

HT De Groene Amsterdammer.

Dit bericht is eerder gepubliceerd als Closing Time op Sargasso.

Grootschalig landherstel

Op Sargasso besteden we regelmatig aandacht aan ontwikkelingen op gebied van duurzame energie, maar minder aan andere oplossingen voor de ecologische crises waar we voor staan. Vandaag een korte film over hoe een stuk Egyptische woestijn regeneratief hersteld werd door Sekem. Sekem is een initiatief uit 1977 van het echtpaar Ibrahim en Gudrun Abouleis, dat 40 jaar geleden begon met het omvormen van 70 hectare woestijngrond tot landbouwgrond. Inmiddels is het project zowel sociaal, cultureel, economisch als ecologisch fors gegroeid. Het project omvat inmiddels scholingsprogramma’s, verschillende bedrijven en er wordt gewerkt aan het herstel van nog eens 2500 hectare woestijn.

Naast Sekem is ook het Nederlandse Commonland actief met grootschalig landschapsherstel. Een van de projecten van Commonland is het ecologisch herstel van de veenweidegebieden in de Vechtstreek. Twee andere Nederlandse initiatieven die zich richten op een duurzamere landbouw zijn Land van Ons (disclaimer: ik ben sinds begin dit jaar lid van Land van Ons) en Herenboeren.

Klimaateffect

Het herstel van gedegradeerde grond is niet alleen van belang voor lokale mensen, dieren en planten. Het kan ook een bijdrage leveren aan het tegengaan van klimaatverandering. Volgens berekeningen van Project Drawdown kan met het herstellen van gedegradeerde landbouwgronden wereldwijd 12 tot 25 gigaton CO2 worden vastgelegd tot 2050. De kosten van deze maatregel bedragen US$100 tot US$160 miljard. De financiële opbrengsten over de levensduur worden ingeschat op US$2.660 tot US$4.300 miljard. Dat staat nog los van de effecten van herstel van tropisch regenwoud, bossen in gematigde klimaatzones of het planten van boomplantages op gedegradeerde landbouwgronden.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Quote du Jour | Op ramkoers met Duitsland

In Trouw reageerde Rob de Wijk op de Nederlandse reactie op de voorstellen voor het steunpakket van de Europese Commissie. Hij blijft zich verbazen over dit gedrag, waardoor Nederland nu ook op ramkoers met bondgenoot Duitsland is komen te liggen. Iets wat niet echt in het belang van Nederland is, maar ja:

Nederland ziet de begroting als een huishoudboekje dat moet kloppen. Veel andere landen zien de begroting als een politiek instrument om iets te bereiken. Het gevolg van de Nederlandse boekhoudersmentaliteit is dat burgers in tegenstelling tot die in andere landen al jarenlang op de nullijn zitten. De koopkracht had kunnen stijgen als de staatsschuld iets groter was geweest.

Nederland is met zijn open economie een van de grootste profiteurs van de Euro. Door de muntunie kan Nederland tegen een gunstige wisselkoers naar de rest van de wereld exporteren. De zwakkere Zuid-Europese landen helpen ons aan die gunstige wisselkoers. Dat Nederlanders daar weinig van merken in hun portemonnee is een politieke keuze, geen wet van meden en perzen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

CO2 emissies India dalen voor het eerste in bijna 40 jaar

De CO2 uitstoot van India is in het fiscale jaar dat eindigde in maart voor het eerst in 40 jaar gedaald, dat blijkt uit een analyse van Carbon Brief. Zowel de vraag naar kolen als olie is gedaald door de lockdown ten gevolge van het coronavirus.

De tijdelijke gevolgen van de coronacrisis kunnen om verschillende redenen een blijvende impact op de ontwikkeling van de toekomstige CO2 uitstoot van India kunnen hebben:

  • Post-crisis economic stimulus could be directed towards reinvigorating the country’s renewable energy programme.
  • Plummeting electricity demand has brought the power industry’s long-brewing financial problems to a head, necessitating bailouts with the potential for structural changes.
  • Experience of exceptional air quality could add momentum to efforts against air pollution, resulting in strengthened targets and standards.

Of India daadwerkelijk een duurzaam herstelpakket gaat maken blijft de vraag. Het lijkt zekerder dat de grote verbetering van de luchtkwaliteit tot meer maatschappelijke druk zal leiden om luchtvervuiling aan te pakken. Het aanpakken van luchtkwaliteit vergt aanpak van kolencentrales en vervanging van diesel door elektrische voertuigen.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Voorwaarden aan bedrijfssteun in coronatijd

Al weken klinkt er vanaf verschillende kanten de roep om eisen te stellen aan steun voor bedrijven, zowel in Nederland als internationaal. Het Kabinet is er echter nog niet van overtuigd dat dit mogelijk is, getuige het optreden van minister Kaag bij Wakker Nederland. Tegelijkertijd worden in andere EU landen de eerste contouren van de steunpakketten duidelijk. In Denemarken en Oostenrijk hebben ze duidelijk minder moeite om eisen te stellen aan bedrijven die overheidssteun willen. Met de Tweede Kamerverkiezingen in 2021 op komst wordt het steunpakket voor het Nederlands bedrijfsleven de lakmoesproef voor partijen: zijn het mooie woorden over aanpak van belastingontwijking, beloningsbeleid en duurzaamheid, of horen daar ook daden richting het bedrijfsleven bij?

Steunpakket fase 1

In de eerste fase van de coronacrisis heeft het steunpakket zich terecht gericht op het bieden van inkomenszekerheid aan werknemers, zzp’ers en mkb-ondernemers. Of dat noodverband geslaagd is in zijn opzet lijkt me een mooi onderwerp voor een stevige evaluatie. Afgaande op de berichten die ik lees over ontslagen van met name medewerkers met tijdelijke contracten en zzp’ers die zonder opdracht zijn komen te zitten en diverse ondernemers zijn daar vraagtekens bij te plaatsen. Belangrijker is dat in Nederland de flexibele schil kwetsbaar blijkt voor grote verstoringen, omdat velen niet in staat zijn om voldoende buffers op te bouwen in goede tijden.

Steunpakket fase 2

Voor fase 2 is de vraag of en zo ja welke maatschappelijke eisen gesteld gaan worden aan bedrijven die om financiële steun vragen. Waar Minister Kaag zich afvraagt of dat überhaupt kan zijn er al minstens drie voorbeelden binnen de EU waar het gewoon gebeurd: Polen, Denemarken en Oostenrijk. In Polen komen alleen bedrijven die in Polen vennootschapsbelasting betalen of dat binnen 9 maanden gaan doen in aanmerking voor overheidssteun. In Denemarken heeft de overheid bekend gemaakt dat bedrijven die dividend uitbetalen, aandelen terugkopen of geregistreerd staan in belastingparadijzen niet in aanmerking komen voor de steunprogramma’s, die onder andere bestaan uit leningen en garantstellingen. Daarmee is steun enkel beschikbaar voor bedrijven die in goede tijden ook hun eerlijke financiële bijdrage leveren aan de Deense samenleving. Een prima startpunt voor politieke partijen die belastingontwijking aan willen pakken, al is die registratie in een belastingparadijs wat lastig voor belastingparadijs Nederland… Vervangen van de vestiging in een belastingparadijs door de eis dat een bedrijf geen ruling met de belastingdienst heeft om de belastingafdracht te verlagen en deze gedurende de looptijd van de steunmaatregel niet zal sluiten kan een alternatief zijn.

In Oostenrijk wordt ondertussen ook gewerkt aan eisen aan staatssteun. De regeringscoalitie van OVP en groenen lijkt een pakket op te leveren waarbij aan de ene kant ingezet wordt op garanties voor baanbehoud in Oostenrijk en aan de andere kant klimaateisen. Zo lijkt Austrian Airlines, dat onderdeel is van Lufthanse Group, geconfronteerd te gaan worden met eisen om banen in Oostenrijk te behouden en om te vergroenen. De discussie over baanbehoud tussen het Oostenrijkse Austrian Airlines en het Duitse moederbedrijf Lufthansa is vergelijkbaar met de Nederlandse discussie hierover tussen Air France en KLM. De huidige marktomstandigheden, waarbij KLM een fors steunpakket nodig lijkt te hebben bieden meer kansen op invloed op de plaats van KLM binnen de alliantie Air France – KLM dan het kopen van een aandeel in Air France – KLM. De klimaateisen aan Austrian Airlines waar Oostenrijk aan denkt kunnen als voorbeeld dienen voor Nederland. Maatregelen waar aan gedacht wordt zijn bijvoorbeeld beperking van het aantal korte vluchten, samenwerking met treinmaatschappijen, inzet van duurzamere brandstoffen en stevigere belastingen op vliegen.

In een interview met het Oostenrijkse Kurier geeft de Oostenrijkse Minister van Milieu Gewessler dat het stellen van klimaateisen voor haar de norm dient te zijn bij steun aan bedrijven. Daarmee lijkt de inzet breder dan enkel voor Austrian Airlines te gelden. Wat ook blijkt uit de voorbeelden die ze geeft. Een daarvan is de Oostenrijkse subsidie voor het vervangen van oliekachels, die regionale werkgelegenheid oplevert en het klimaat ten goede komt.

Ook Partij voor de Dieren, SP, GroenLinks en PvdA pleiten inmiddels voor het stellen van strenge maatschappelijke eisen aan bedrijven die overheidssteun willen. Klaver wil eisen dat bedrijven geen bonussen betalen aan hun topmensen. Dat ze geen dividend aan aandeelhouders mogen betalen en dat ze geen eigen aandelen mogen opkopen. Ook moeten bedrijven werk maken van verduurzaming en dat bedrijven niet gevestigd zijn in een belastingparadijs. Al blijft die laatste eis in mijn ogen lastig voor een land dat zelf een belastingparadijs is…

Wet- en regeling op orde brengen

Gelet op de uitspraak van de Hoge Raad in de klimaatzaak en de uitspraak van de Raad van State over de programmatische aanpak stikstof is het hoog tijd dat Nederland werk gaat maken van milieubeleid. Niet meer door te roepen dat we niet het schoonste jongetje van de EU hoeven te zijn, want dat zijn we gelet op de twee rechterlijke tikken op de vingers van Nederlandse beleidsmakers niet meer. Eerder wordt het tijd om de wet- en regelgeving daadwerkelijk gereed te maken voor de broodnodige verduurzaming van de Nederlandse economie. Behalve het moderniseren van de elektriciteitswet, de gaswet en de warmtewet hoort daar ook bij dat maatregelen om uit de stikstofcrisis te geraken en maatregelen uit het Klimaatakkoord, zoals de invoer van de CO2-prijs, niet op de lange baan geschoven worden. Zeker gemeenten, provincies en waterschappen en een deel van het bedrijfsleven hun verantwoordelijkheid wel pakken en wel doorgaan met het uitvoeren van de afspraken uit het Klimaatakkoord. Soms met vertraging, omdat besluitvorming en participatie over bijvoorbeeld de regionale energiestrategieën nu in een ander tempo lopen, soms nog steeds sneller dan afgesproken. Een voorbeeld van die versnelling zit bij de grond-, weg- en waterbouw, waar aannemers en leveranciers samen werken aan het bereiken van een emissieloze bouwplaats in 2026 in plaats van in 2030, zoals vastgelegd in het nationale Klimaatakkoord.  Om de koplopers te belonen

Het wegvallen van een deel van het wegverkeer biedt ook kansen voor gemeenten, bijvoorbeeld om straten voetganger- en fietsvriendelijker in te richten of om de snelheden blijvend aan te passen. Lagere snelheden hebben vanuit verkeersveiligheid namelijk grote voordelen, terwijl de effecten op binnenstedelijke reistijd beperkt zijn.

Voordelen

Het wegvallen van een deel van het wegverkeer en een groot deel van het vliegverkeer blijkt grote voordelen te hebben. Zowel als het gaat om vermindering van het aantal files en verbetering van de gezondheid als waar het gaat om verlaging van de overlast door luchtvervuiling en geluid. Een ander mooi bijeffect dat ik dagelijks zie in de straat waar ik woon is dat de straat weer van de kinderen is in plaats van dat deze toebehoort aan rond razende blikken op de weg.

Slotsom

Hoog tijd dus voor Nederlandse ambtenaren en politici om hun lofzang op het Deense model uit te breiden tot het leveren van een eerlijke bijdrage door bedrijven aan het collectief. Kunnen ze het meteen aanvullen met een lofzang op het Oostenrijkse model voor banenbehoud en klimaat. Van politieke partijen met visie mag je verwachten dat ze zich de komende weken en maanden inzetten om de overheidssteun aan het bedrijfsleven te gebruiken hun lange termijnvisie ten aanzien van de economie en dan met name het bedrijfsleven dichter bij te brengen. Anders dreigt wederom een verloren decennium voor het milieu en voor de aanpak van situaties in het bedrijfsleven, zoals de belastingmoraal van multinationals, die tot veel gekrakeel in de Tweede Kamer leiden.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Kabinet gedoogt vliegvelden

Vorig jaar september werd duidelijk dat de Nederlandse luchthavens niet over een natuurvergunning beschikken. De Schiphol Groep beweerde toen nog dat er geen natuurvergunning nodig zou zijn voor de vliegvelden. Minister Schouten komt tot een andere conclusie, maar geeft de vliegvelden een half jaar om alsnog een natuurvergunning aan te vragen. Tot die tijd gedoogt het kabinet de overtreding van de natuurbeschermingswet door overheidsbedrijf Schiphol. Mobilisation for the Environment (MOB), dat vorig jaar aan het licht bracht dat de vliegvelden niet over een natuurvergunning beschikken en dat de programmatische aanpak stikstof (PAS) succesvol aanvocht voor de rechtbank, heeft aangekondigd beroep aan te tekenen tegen het besluit van de minister.

Programmatische aanpak stikstof (PAS): hoe zat het ook al weer?

De neerslag van stikstofoxides en ammoniak (in de pers vaak samengevoegd onder de term stikstof) op Nederlandse natuurgebieden is al jaren te hoog. Dat betekent dat Nederland onder in Europees verband gemaakte afspraken maatregelen dient te nemen om de stikstofdepositie te in natuurgebieden te verminderen. De rijksoverheid tuigde hier een ingewikkelde rekenmethodiek voor op, die het mogelijk maakte om extra neerslag nu te compenseren met toekomstige maatregelen, ook al was het effect van dergelijke toekomstige maatregelen niet altijd duidelijk. In haar advisering over de PAS waarschuwde de Raad van State al dat de PAS aanpak mogelijk in tegenspraak was met Europese regelgeving. Vorig jaar werd dit bevestigd in een rechtszaak die onder andere door MOB was aangespannen. Sindsdien heeft het Kabinet een aantal maatregelen genomen, zoals het verlagen van de snelheid op snelwegen naar 100 km per uur.

Natuurvergunning en krimp

Als bijvangst van de PAS rechtszaak kwam ook naar boven dat veel bedrijven met stikstofuitstoot niet over een natuurvergunning beschikken en dat provincies en rijk hier nauwelijks tot niet op handhaven. Ook de Nederlandse vliegvelden beschikken niet over een natuurvergunning. Reden voor MOB om een handhavingsverzoek tegen Groningen Airport Eelde, Maastricht Aachen Airport, Rotterdam
The Hague Airport, Lelystad Airport, Eindhoven Airport Schiphol Airport. In juli 2019 heeft de Stichting Red de Veluwe een handhavingsverzoekover Lelystad Airport ingediend. Vorige week nam minister Schouten een besluit over deze handhavingsverzoeken, met uitzondering van het handhavingsverzoek tegen het grote vliegverkeer in Lelystad Airport, dat al in december 2019 werd genomen.

De minister concludeert in haar besluiten, in tegenstelling tot wat Schiphol beweerde, dat vliegvelden wel degelijk een natuurvergunning nodig is voor de vliegvelden. Alleen vliegveld Eelde beschikt over een natuurvergunning, het vliegveld Maastricht Aachen Airport valt volgens de minister binnen overgangsrecht. De overige vliegvelden (Schiphol, Rotterdam The Hague Airport, Eindhoven Airport en Lelystad Airport) beschikken niet over een natuurvergunning. Bij Lelystad gaat het niet alleen om de natuurvergunning voor de grote luchtvaart, ook de natuurvergunning voor de huidige kleine luchtvaart mist. De minister weigert te handhaven, ondanks dat er geen zicht is op legalisatie, en geeft de vliegvelden tot oktober om met een verschillenberekening te onderbouwen dat de stikstofuitstoot van het huidige maximale aantal vluchten past binnen hun bestaande vergunningsruimte. Schiphol Group heeft inmiddels een vergunningsaanvraag ingediend voor Lelystad Airport, ook al vonden ze eerder dat er geen natuurvergunning nodig is. Zowel de bestaande kleine luchtvaart als de 45.000 extra starts en landingen van vakantiecharters zal door Lelystad Airport aangevraagd moeten worden. Opvallend in het besluit van Lelystad Airport is dat er te weinig tijd is geweest om een verschillenberekening voor de emissies van de kleine luchtvaart te maken, maar dat het advocatenkantoor dat Lelystad Airport heeft ingehuurd op voorhand wel durft te stellen dat de emissies binnen het plafond uit het aanwijzingsbesluit van 1999 passen.

Als gevolg van de beslissing van de minister dreigt volgens Een Vandaag krimp voor verschillende vliegvelden. Schiphol heeft volgens de minister recht op de stikstofuitstoot die hoort bij 480.000 vluchten, dat is minder dan de 520.000 vliegbewegingen die in 2019 plaats vonden. Eindhoven Airport heeft rechten die stammen uit 2007, de groei in vliegbewegingen sinds die tijd moet opnieuw vergund worden. Het is de vraag of dat past binnen de grenzen uit 2007.

MOB wil in beroep

MOB wil in beroep tegen de besluiten van de minister om de stikstofdepositie van vliegvelden te gedogen. Om de kosten hiervan te dragen hebben ze een crowdfundingactie gestart, die inmiddels het benodigde geld heeft opgehaald. Het Kabinet lijkt in ieder geval niet van plan om de ontbrekende natuurvergunningen bij vliegvelden te gebruiken om de titel ‘groenste kabinet ooit’ in daden om te zetten. Wederom lijkt het er op dat de rechter er aan te pas dient te komen om het kabinet tot actie te dwingen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.