Nieuwe Cambridge Analytica documenten tonen beïnvloeding in 68 landen

Via het twitteraccount @hindsightfiles zijn deze week nieuwe documenten van Cambridge Analytica gelekt. De meer dan 100.000 documenten geven een beeld van de wijze waarop het bedrijf in 68 landen, waaronder de VS, Brazilië, Oekraïne en het Verenigd Koninkrijk, de verkiezingen op ‘industriële schaal’ heeft beïnvloed. Nog niet alle documenten zijn gepubliceerd, het grootste deel zal de komende maanden nog volgen.

Volgens Brittany Kaiser, een voormalig medewerker van Cambridge Analytica die ook meewerkte aan de Netflix documentaire The Great Hack, tonen de documenten hoe veiligheidsdiensten, comerciële bedrijven en politieke campagnes mensen manipuleren en beïnvloeden. De documenten bevatten ook mailconversaties tussen politieke donoren (o.a. in de VS), waarin strategieën besproken worden om de herkomst van donaties te verduisteren.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Duurzame energie vervangt kerncentrales en verlaagt tegelijkertijd CO2 emissies

Een mythe waard door de Engelstalige wereld (en door Nederland): naar verluidt stijgt de CO2 uitstoot in Duitsland omdat hernieuwbare energiebronnen nucleaire energie niet kunnen vervangen – en dat Frankrijk gelijk heeft om te kiezen voor kernenergie. Wat laten de gegevens zien? Craig Morris onderzoekt het.

Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
Duitsland verlaagde de CO2 emissies terwijl het kerncentrales sloot (publiek domein).
Doorgaan met het lezen van “Duurzame energie vervangt kerncentrales en verlaagt tegelijkertijd CO2 emissies”

Tweede Kamer dringt wederom aan op voldoen aan vonnis Urgenda Klimaatzaak

Op 20 december wordt de uitspraak van de Hoge Raad in de Urgenda klimaatzaak verwacht. In aanloop daarnaartoe heeft de Tweede Kamer nogmaals bij het kabinet aangedrongen om zich in te spannen om het Urgenda-doel, 25% CO2 reductie in 2020 ten opzichte van 1990, te halen. Het parlement nam gisteren een reeks moties aan die hier op aandrongen.

NIEUWS –

Als gevolg van de rechterlijke uitspraak in de klimaatzaak van Urgenda tegen de staat moet Nederland in 2020 een CO2-reductie van 25% hebben bereikt ten opzichte van 1990. Het PBL presenteerde begin november berekeningen waaruit blijkt dat het kabinet dit doel waarschijnlijk niet gaat halen. Gelet op het eerdere advies van de procureur-generaal aan de Hoge Raad is de verwachting dat het vonnis in stand blijft. Het Kabinet presenteerde op 1 november extra maatregelen in reactie op het PBL rapport. De extra maatregelen bestaan uit een extra ronde in de SDE+, een verhoging van het subsidieplafond van de ISDE en een nieuwe regeling voor gemeenten om energiebesparing bij huiseigenaren te bereiken.

Ondanks deze maatregelen is de Tweede Kamer er niet gerust op dat het Urgenda-doel gehaald wordt. De Tweede Kamer nam verschillende moties aan, waaronder een motie van de Partij voor de Dieren die het Kabinet oproept de kans te minimaliseren dat de ondergrens van 25% CO2 reductie in 2020 gemist wordt. Tevens werd een  tweede motie van de Partij voor de Dieren waarin zij vraagt om het 40 puntenplan van Urgenda serieus te nemen werd aangenomen. Dat betekent dat het kabinet een schriftelijke reactie op de 40 voorgestelde maatregelen van Urgenda moet nemen. De GroenLinks motie waarin gevraagd wordt om een aanvullend maatregelenpakket voor 1 april werd ook aangenomen. Verder werd de motie van D66 en ChristenUnie aangenomen, waarin ze het kabinet oproepen om kort na de uitspraak van de Hoge Raad te inventariseren wat de resterende opgave is.

De wintermaanden bieden Rutte bij terugkomst van de klimaattop in Spanje volop ruimte om invulling te geven aan zijn uitspraak dat dit het groenste kabinet ooit is.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Burgers laten Nederlandse bewindspersonen CO2-neutraal naar Madrid vliegen

Momenteel vindt de 25e klimaatconferentie plaats in Madrid. De Nederlandse bewindspersonen reizen per vliegtuig heen en terug. De afstand Schiphol-Madrid vv. bedraagt 2925 kilometer. Een vlucht tussen de 700-2500 kilometer stoot 200 gram CO2 per reizigerskilometer uit. Dat maakt 585 kilogram CO2 per kilometer. Premier Rutte en de Nederlandse overheid lijken niet in staat om deze CO2 uitstoot te compenseren, of doen dat alleen via aankoop van CO2-credits.

Op initiatief van Andy van den Dobbelsteen, Hoogleraar Climate Design & Sustainability aan de TU Delft, heeft een gelegenheidscoalitie van 7 twitteraars 7 ton CO2 gecompenseerd via Carbon Killer.

De compensatie via Carbon Killer zorgt ervoor dat er 7 ton CO2 uit het Europees Emissiehandelsysteem afgeboekt is. Waarmee de beschikbare emissieruimte voor de industrie is gedaald. Ondergetekende heeft nog een ton CO2 extra mogen compenseren via Carbon Killer ter compensatie van domme rekenfouten over de hoeveelheid CO2 compensatie die Klaas Dijkhoff van zijn wachtgeld zou kunnen betalen.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

2019: Kolen omlaag, CO2 omhoog

De productie van elektriciteit in kolencentrales daalt dit jaar met zo’n 300 TWh. Tegelijkertijd is er volgens de  World Meteorological Organization nog geen zicht op stabiliserende, laat staan dalende, wereldwijde CO2 emissies.

Daling kolen

Eerder schreef ik al over de wereldwijde terugval in de kolensector. In een nieuwe analyse van de elektriciteitsproductie van de eerste 6 tot 9 maanden van 2019 komt Carbon Brief tot de conclusie dat de productie van kolenstroom dit jaar met 3% daalt. Dat is 300 TWh, oftewel zo’n 230 keer de hoeveelheid stroom die de NS in 2018 verbruikte.  De daling van kolenstroom wordt veroorzaakt door een daling van de hoeveelheid kolenstroom in ontwikkelde landen, zoals de Zuid-Korea, de EU (inclusief Duitsland). De daling is het grootst in de VS, waar weinig terecht komt van Trump’s belofte om de kolensector te redden. Dit jaar sloot wederom 14GW aan Amerikaanse kolencentrales (5,8% van de totale capaciteit) Een tweede belangrijke reden is de scherpe koerswijziging in India. In China stabiliseert de vraag naar elektriciteit.

In China wordt nog steeds iedere twee weken een kolencentrale opgeleverd. De vraag stijgt echter niet mee, waardoor de capaciteitsfactor (hoeveel % van de tijd een centrale stroom produceert) van Chinese kolencentrales daalt. Dit jaar ligt de capaciteitsfactor voor het vierde jaar op rij onder de 50%. Een andere zorgwekkende ontwikkeling voor de kolensector is dat in China volgend jaar de eerste wind- en zonneparken in gebruik worden genomen die tegen dezelfde kosten als kolencentrales stroom gaan leveren. Waarmee de sector op weg is naar subsidievrije productie. In India ligt de capaciteitsfactor van de kolencentrales momenteel op 58%. De kolensector heeft last van de economische terugval, terwijl de elektriciteitsproductie van wind- en zonne-energie blijft groeien.

Stijging CO2 emissies

De daling in kolenstroom heeft vooralsnog geen grote effecten op de wereldwijde CO2 emissie. Sterker Petteri Taalas, the WMO secretary-general, zei bij de recente publicatie van een nieuw rapport over de CO2 concentratie:

There is no sign of a slowdown, let alone a decline, despite all the commitments under the Paris agreement on climate change. We need to increase the level of ambition for the sake of the future welfare of mankind.

It is worth recalling that the last time the Earth experienced a comparable concentration of carbon dioxide was 3-5m years ago. Back then, the temperature was 2-3C warmer and sea level was 10-20 metres higher than now.

Daarbij is driekwart van de reductiedoelstellingen die landen hebben ingediend voor het klimaatakkoord van Parijs volstrekt onvoldoende is om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. Ook de hoeveelheid olie, gas en kolen die landen nog willen winnen is te hoog om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. De winning van olie, kolen en gas wordt door veel overheden nog steeds stevig ondersteund in alle fases van het proces. Van opsporing tot daadwerkelijk winning.

Conclusie

Dat de wereldwijde stroomproductie m.b.v. kolen daalt is goed nieuws, al is het nog even wachten of de trend in 2020 en verder doorzet (wat ik zelf wel verwacht). Voor het halen van de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs zijn we er daarmee nog niet. Dat vergt zowel verdergaande maatregelen om de CO2 te verminderen als maatregelen om de winning van olie, kolen en gas aan banden te leggen. Tot nu toe is er slechts een handvol landen dat de winning van fossiele brandstoffen aan banden legt. Nederland heeft daarin slechts een zeer klein stapje genomen door geen nieuwe opsporingsvergunningen voor aardgas meer af te geven buiten bestaande opsporingsconcessies.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Raad van State kritisch: klimaatplan volstaat niet voor behalen doelen klimaatwet

In juni presenteerde het Kabinet het Klimaatakkoord, waarin het klimaatbeleid tot 2030 vast wordt gelegd. Het Klimaatakkoord is bedoeld als het eerste Klimaatplan, zoals deze volgens de Klimaatwetten minste elke 5 jaar moet worden opgesteld door het kabinet. In de klimaatwet zijn de harde doelstellingen voor 2030 vervallen. Volgens de Afdeling advisering van de Raad van State geeft het eerste Klimaatplan van de regering blijk van een stevig klimaatbeleid. Maar volgens de Raad van State zijn, net als het Planbureau voor de Leefomgeving eerder al concludeerde, aanvullende maatregelen nodig om in 2030 een broeikasgasreductie van 49% te behalen.

Het uiteindelijke doel is een broeikasgasreductie van 95% in 2050. Dit vergt volgens de Raad van State een herordening van productie en consumptie in alle sectoren van de maatschappij en de economie, en niet een veelheid aan losse maatregelen. Het Klimaatplan geeft nog weinig blijk van dit besef.

Toetsing Klimaatplan door Raad van State

De Klimaatwet schrijft voor dat de Raad van State over het Klimaatplan wordt “gehoord”. De Klimaatwet is bijzonder: niet alleen zijn daarin klimaatdoelstellingen voor de regering vastgelegd, maar ook een kader voor beleidsontwikkeling, effectmeting en verantwoording door de regering. Dit beleidskader is voor alle betrokken partijen nieuw. Alle betrokken partijen – ook de Afdeling – moeten ervaring opdoen met hun nieuwe taak. De Afdeling is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur. De Afdeling advisering van de Raad van State heeft voor haar advies een toetsingskader opgesteld dat zij voor de beschouwing over het Klimaatplan heeft gehanteerd. Het toetsingskader bestaat uit vier hoofdonderwerpen. De vier hoofdonderwerpen zijn: klimaatdoelen, economische afwegingen, bestuur en uitvoering en juridische aspecten. Voor de onderwerpen doelrealisatie en economische afwegingen gaat de Afdeling uit van de onafhankelijke analyses en ramingen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB).

Realisatie van de klimaatdoelen

Het concept-Klimaatplan heeft betrekking op de periode tot en met 2030. Daarom richt de Afdeling zich in deze beschouwing – als startpunt – op de vraag of dit concept-Klimaatplan de maatregelen bevat die ertoe leiden dat het tussendoel van 49%-emissiereductie van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990 wordt bereikt. Daarnaast beschouwt de Afdeling de maatregelen in het concept-Klimaatplan ook in het licht van het realiseren van het doel van 95%-emissiereductie in 2050.

PBL heeft de effecten van het Klimaatakkoord doorgerekend en de resultaten daarvan gepubliceerd in de policy brief ‘Het Klimaatakkoord: effecten en aandachtspunten’. De studie geeft antwoord op de vraag of het doel van 49% emissiereductie bij uitvoering van het akkoord bereikt wordt. Ondanks het grotere effect t.o.v. het ontwerp klimaatakkoord is het antwoord op deze vraag negatief. De studie concludeert dan met het akkoord een reductie van 43% – 48% bereikt kan worden. Naast het kwantitatieve gedeelte biedt de policy brief enkele belangrijke aandachtspunten voor de uitvoeringsfase van het akkoord.

De ramingen van PBL voor 2030 laten ruime bandbreedtes zien van boven- en ondergrenzen, die het gevolg zijn van vormgevings- en gedragsonzekerheden van de maatregelen. In de onzekerheidsanalyse in de KEV 2019 zijn daarnaast de onzekerheden over omgevingsfactoren (omgevingsonzekerheden) meegenomen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de prijsontwikkeling van fossiele brandstoffen, economische ontwikkelingen, technologische ontwikkelingen en ontwikkelingen in het buitenland. Deze zijn van groot belang voor de uiteindelijke emissies in 2030. Dit betekent dat de emissies in 2030 met uitvoering van het Klimaatakkoord nog lager of hoger kunnen uitvallen dan de onder- en bovengrens van 43-49%.

Het PBL concludeert dat het 2030-klimaatdoel van 49%-reductie met het Klimaatakkoord naar verwachting niet wordt bereikt. Het akkoord leidt tot een emissiereductie van 43 – 48% ten opzichte van 1990. Verder concludeert het PBL onder meer dat het Klimaatakkoord zich sterk richt op 49%-emissiereductie in 2030 en nog weinig voorsorteert op verdergaande reductie in de periode daarna. Het Nederlandse klimaatdoel 2050 impliceert ook een enorme opgave in de periode 2030-2050, die, meer dan de opgave tot 2030, structurele aanpassingen zal vergen.

Daar komt bij dat Nederland voor de verdere reductie van broeikasgassen vooral is aangewezen op de reductie van CO2, terwijl juist dat tot nu toe – volgens de KEV 2019 – niet eenvoudig is gebleken. Uit de KEV 2019 blijkt dat de totale emissie van broeikasgassen in 2018 bijna 15% lager is dan in het referentiejaar 1990. Deze afname komt echter vooral voor rekening van de overige broeikasgassen methaan, lachgas en fluorhoudende gassen (F-gassen), waarvan de gezamenlijke emissies sinds 1990 met 52% zijn gedaald. (zie noot 6) In de KEV 2019 wordt de verwachting uitgesproken dat tot 2030 nog maar een beperkte verdere reductie van deze overige broeikasgassen wordt bereikt.

Het concept-Klimaatplan geeft volgens de Raad van State wel blijk van een stevig klimaatbeleid, dat naar verwachting tot een aanzienlijke emissiereductie van broeikasgassen leidt. Vanwege de urgentie van de klimaat- en energietransitie is het zaak om dit jaar het Klimaatplan vast te stellen en de uitvoering van het klimaatbeleid voortvarend en planmatig ter hand te nemen. Daarbij is speciale aandacht nodig voor maatregelen die onvoldoende uitgewerkt zijn, zoals de CO2 heffing.

Tegelijkertijd stelt de Raad van State dat het Kabinet aanvullende beleidsmaatregelen voor zou moeten bereiden om de 49% CO2 reductie in 2030 te bereiken en om het uiteindelijke, in de Klimaatwet verankerde, doel van 95% broeikasgasreductie in 2050 te bereiken. Een dergelijke, even noodzakelijke als enorme reductie vergt niet louter een veelheid aan losse maatregelen, maar herordening van productie en consumptie in alle sectoren van de maatschappij en economie. Het concept-Klimaatplan geeft onvoldoende blijk van dat besef en plaatst de maatregelen voor 2030 onvoldoende in het perspectief naar 2050.

Visie op 2050

Het behalen van deze lange termijn doelstelling vergt volgens de Raad van State dat Rutte de olifant waar met hoofdletters visie op staatonder ogen komt. De ontwikkeling van een visie met de benodigde structuurveranderingen voor de langere termijn richting 2050 vergen een grondige afweging. Een voor de hand liggende criterium daarbij is de  omvang van de uitstoot (in bijvoorbeeld een sector of subsector). Immers, daar waar de emissie van broeikasgassen het meest omvangrijk is, kan wellicht ook de grootste emissiereductie worden behaald. De Raad van State vraagt hierbij specifiek aandacht voor de grote omvang van de CO2 emissies in de transport- en mobiliteitssector. Ook in 2030 zullen de emissies van deze sector nog nauwelijks gedaald zijn ten opzichte van 1990. Terwijl de ontwikkelingen in de internationale scheepvaart en luchtvaart achterblijven, wat vraagt om aanvullende nationaal beleid (ook al tellen deze sectoren niet mee voor de Nederlandse CO2 uitstoot).

Bij kosteneffectiviteit als afweging spelen zowel de effectiviteit van een maatregel in termen van emissiereductie als de kosten van een maatregel een rol. Daar komt bij dat niet alleen naar iedere maatregel afzonderlijk zou moeten worden gekeken, maar ook naar de samenhang tussen verschillende maatregelen. Ook de samenhang tussen het diverse instrumentarium van klimaatbeleid en de keuze die daarin gemaakt wordt, is zeer relevant: beprijzing van de emissie van broeikasgassen, belastingen, subsidies en normering van gedrag. Aanvullend is ook technologiebeleid en beleid gericht op het verduurzamen van productieprocessen en consumptiepatronen nodig.

Het klimaatdoel voor 2050 vraagt om ingrijpende veranderingen van de structuur van de economie en om innovatie op systeemniveau. Het concept-Klimaatplan geeft nog te weinig blijk van een visie op de systeemvraagstukken in het licht van de doelen van 2050. De maatregelen in het huidige klimaatbeleid richten zich vooral op de aanpassing van productieprocessen, maar volgens de Raad van State is er meer nodig. Bijvoorbeeld nieuwe infrastructuur voor nieuwe energiebronnen, kennis ontwikkelen en basisinfrastructuur aan leggen voor onder meer de energie- en grondstoffenvoorziening gericht op de toekomst. De Raad van State vraagt in dit licht ook aandacht voor technologiebeleid gericht op systeeminnovatie.

Het concept-Klimaatplan besteedt volgens de Raad van State relatief weinig aandacht aan het aanpassen van consumptiepatronen, bijvoorbeeld op het gebied van voeding (minder vlees eten), mobiliteit (minder auto rijden) en energiegebruik. Voorlichting is daarbij belangrijk, maar dat is niet meer dan een eerste stap. Wenselijke consumptiepatronen van burgers, bedrijven en de overheid kunnen actief worden bevorderd, bijvoorbeeld door de overheid als consument via aanbestedingen door overheidsorganisaties. Bovendien kan meer gebruik worden gemaakt van beschikbare inzichten in (keuze)gedrag. Het beïnvloeden van consumentenkeuzes hangt bijvoorbeeld sterk samen met hoe keuzes worden gepresenteerd. Zonder te zeer inbreuk te maken op de keuzevrijheid van burgers kunnen hier kosteneffectieve stappen in de goede richting worden gezet. Gedragsverandering is daarbij niet alleen de verantwoordelijkheid van individuen, het moet ook mogelijk zijn en voldoende aantrekkelijk. Daar ligt een verantwoordelijkheid voor de overheid en voor bedrijven.

Draagvlak

Het behalen van het klimaatdoel voor 2030, maar zeker ook het doel voor 2050, vergt ingrijpende veranderingen in economie en samenleving. Het huidige Klimaatplan zou hierin meer inzicht moeten geven dan nu gebeurt. Daarbij is ook aandacht nodig voor wanneer welke maatregelen worden getroffen en hoe de uitvoering gaat verlopen.

Om deze veranderingen door te voeren is het opbouwen en versterken van het draagvlak in de samenleving cruciaal. Zo moet duidelijk worden gemaakt wat de baten van klimaat- en energietransitie zijn. Daarbij valt te denken aan de verbetering van milieu en natuur, bescherming van de gezondheid, maar ook het voorkomen en tegengaan van zowel overstromingen als droogte. De kosten moeten inzichtelijk zijn en kosten en baten moeten evenwichtig worden verdeeld. De economische effect op inkomens, lasten en groei is beperkt, maar voor lagere inkomens is de impact het grootst. De gevolgen voor de werkgelegenheid betreffen naar verwachting transitieproblemen.

In het licht van draagvlak zijn deze gevolgen van de transitie van belang. Koolstofintensieve sectoren zullen in de toekomst minder werkgelegenheid bieden. De transitie van werknemers in dergelijke sectoren naar nieuwe werkgelegenheid is, ook in het licht van toenemende schaarste aan arbeid (vergrijzing), aanleiding om veel aandacht te besteden aan bij- en omscholing. Draagvlak voor de transitie zal kunnen worden bevorderd door hier vroegtijdig over na te denken en tijdig te handelen.

Samenwerking en sturing

Voor succesvol klimaatbeleid is de inzet van de hele samenleving nodig: overheden, (markt)partijen en burgers. Daarvoor is samenwerking essentieel. Niet alleen tussen verschillende onderdelen van de samenleving, maar zeker ook binnen alle bestuurslagen van de overheid. De urgentie en complexiteit van klimaat- en energietransitie vraagt van de wetgever een ‘samenhangend pakket van wetgeving waarbinnen stevige sturing, samenwerking en coördinatie plaatsvindt’. Alleen dan kan de noodzakelijke broeikasgasreductie daadwerkelijk en op tijd worden gerealiseerd.

Conclusie

Nu zowel het advies van de Raad van State, PBL al CPB op het klimaatakkoord gepubliceerd is is duidelijk dat er nog steeds werk aan de winkel is voor het kabinet. Niet alleen om aanvullende beleidsmaatregelen voor te bereiden om 49% CO2 reductie in 2030 te halen en om een visie op het bereiken van de doelstelling voor 2050 te ontwikkelen. Veel belangrijker gaat het worden om buiten de standaard klimaatbeleidshoek aan de slag te gaan met een eerlijke verdeling van de baten en lasten van de noodzakelijke transitie. Daarbij gaat het zowel om verdeling van de financiële kosten, die nu vooral bij de lagere inkomens neer lijken te slaan, als om het werken aan draagvlak voor het benodigde klimaatbeleid en om het opstellen van plannen om werknemers in krimpende sectoren van werk naar werk te begeleiden.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Closing Time – Babes in Toyland

Uit de tijd dat de kleine zaal van NightTown in Rotterdam vuige bandjes programmeerde en ik daar op de bonnefooi heen ging. Babes in Toyland met Bruise Violet. Ruige vrouwenrock, een bassiste die de hele avond achter haar haren verborgen zat en drie kwartier raggen op bas, gitaar en drum. Mijn liefde voor gitaarherrie was geboren.

Dit was mijn eerste bijdrage voor de onvolprezen serie Closing Time van Sargasso.