2015 herzien

De statistieken hulpaapjes van WordPress.com hebben het jaarlijks rapport van 2015 voor mijn blog voorbereid. Lijkt me een mooie positieve manier om het jaar af te sluiten.

Hier is een fragment:

In de concertzaal in het Sydney Opera House passen 2.700 mensen. Deze blog werd in 2015 ongeveer 33.000 keer bekeken. Als je blog een concert zou zijn in het Sydney Opera House, zou het ongeveer 12 uitverkochte optredens nodig hebben voordat zoveel mensen het zouden zien.

Klik hier om het complete rapport te bekijken.

Mijn weblog in 2011

In 2011 heb ik mijn best gedaan mijn weblog wat constanter bij te werken. Dat is zeker niet het hele jaar door gelukt. Met 134 berichten heb ik in 2011 wel gemiddeld 2 berichten per week weten te schrijven naast mijn werk en gezinsleven. Best een behoorlijk aantal, al heb ik ook een hoop berichten in concept staan die dat nooit ontgroeid zijn en in de loop van de tijd achterhaald zijn.

2011 leverde wel het hoogste aantal bezoeken op. Al is dat aantal al een paar jaar redelijk stabiel rond de 17 duizend.

Aantal bezoekers
2007 100
2008 9.476
2009 17.833
2010 17.061
2011 17.946

Top verwijzers

De impact van sociale media is in de lijst met verwijzers erg duidelijk aan het worden. Voorheen was dat lijstje eigenlijk saai, saaier, saaist met Google aan kop gevolgd door andere zoekmachines, zoals Yahoo! en Bing. Voor 2011 ziet dat lijstje er duidelijk anders uit met twitter.com, facebook.com, startgoogle.startpagina.nl en linkedin.com. Dat zijn dus 3 sociale netwerksites en de google subpagina van startpagina, en geen google.com. De 5e is een intern IP nummer (127.0.0.1), dus ik vermoed dat er vanuit een aantal bedrijven en organisaties driftig meegelezen wordt… De koppeling die ik heb tussen mijn verschillende sociale netwerkprofielen, waardoor ik blogberichten automatisch doorplaats op Twitter, Facebook en LinkedIn heeft dus effect. Hyves komt niet voor in de lijst al plaats ik mijn berichten daar ook nog steeds. Buiten mijn nichtjes zie ik daar eigenlijk nauwelijks tot geen activiteit meer plaatsvinden.

De meest gezochte termen waren symbid, (het) zonnecollectief, krispijn beek (hoe verrassend šŸ˜‰ en wijwillenzon (de collectieve inkoopactie voor zonnepanelen van Urgenda).

Meest gelezen berichten

In het lijstje met meest gelezen berichten valt vooral een ouwetje op over de Seagulll buitenboordmotor. Daarnaast is er in Nederland blijkbaar erg veel belangstelling voor zonneboilers en zonnepanelen, want dat is het voornaamste onderwerp dat verder de top 5 heeft gehaald. Buiten dan We Generate, dat inmiddels is samengegaan met Qurrent. Of ben ik zo saai in onderwerpkeuze geworden dat het enkel nog over duurzame energie gaat? šŸ˜‰

  1. Seagull aan de praatĀ  August 2004
  2. Wij willen zon!Ā  November 2010
  3. Zonneboiler actie van Urgenda & het Zonneboilercollectief July 2011
  4. We Generate: het energiebedrijf van de toekomst February 2011
  5. De zonneboiler in gebruik May 2011

Kosten van kernenergie

Kernenergie wordt de laatste tijd in diverse landen en door verschillende mensen, waaronder Willem Vermeend, gezien als een belangrijke oplossing voor het verminderen van de CO2 emissie. Zelfs een deel van de oude tegenstanders is inmiddels voorstander van kernenergie vanuit het oogpunt van klimaatverandering.

Daarnaast wordt kernenergie vaak gezien als goedkope stroom. Afgelopen week doken op verschillende sites twee studies uit 2009 op die daar kanttekeningen bij plaatsen. De eerste studie van de Citybank groep met de titel “New Nuclear ā€“ The Economics Say No” (pdf) laat zien dat de kosten en financiĆ«le risico’s van kernenergie groot zijn voor private investeerders. De studie somt vijf grote risicogebieden op waar ontwikkelaars en beheerders van nieuwe kerncentrales rekening mee moeten houden: planning, bouw, energieprijs, beheer en sluitingskosten.

Volgens de studie hebben overheden in geĆÆndustrialiseerde landen tot nu toe enkel de risico’s op het vlak van planning afgebouwd. Hoewel het een belangrijke factor is, “is het de factor met de minste financiĆ«le impact”. Bouw, energieprijs en beheer zijn de belangrijkste risicogebieden, zo enorm dat ze echte “corporate killers” zijn en ook de grootste energiebedrijven op de knieĆ«n kunnen dwingen, volgens het rapport.

De Duitse fysicus Christoph Pistner van het Duitse Instituut voor Toegepaste Ecologie komt tot gelijkaardige conclusies. In zijn rapport “Renaissance of nuclear energy” (pdf, Duits) voert Pistner aan dat ontwikkelaars “de enorme bouwkosten van een nieuwe kerncentrale op voorhand en voor een ongewoon lange termijn moeten financieren.” Het duurt volgens Pistner minstens twintig jaar voor de operationele kosten terugbetaald zijn. Pas na die periode maakt de centrale winst.

Als dat klopt verklaart dat ook de lange lijst en grote bedragen subsidies voor kernenergie die het weblog Climate Progress een paar jaar geleden opsomde onder de titel Nuclear Pork ā€” Enough is Enough. Het verklaart ook waarom Obama ruim 8 miljard dollar aan garanties beschikbaar stelt voor de bouw van 2 nieuwe kerncentrales. Zonder de garanties zijn de risico’s blijkbaar te groot voor private investeerders in de VS.

Ook verklaart het waarom Jonathan Porrit, voormalig voorzitter van de Sustainable Development Commission in het Verenigd Koninkrijk in heeft gezet op geen subsidie voor nucleair (uit The Guardian van 25 juli 2009):

Little more than a year ago, these nuclear zealots were telling the world that any new nuclear in the UK would require zero public subsidies. Hardened anti-nuclear campaigners such as myself fell about laughing ā€“ not one kilowatt-hour of nuclear-generated electricity has ever gone on to the grid, anywhere in the world, over 40 years, without some kind of public subsidy. So why does anybody suppose that itā€™s going to be any different this time round?

ā€œWe [in the SDC] said categorically that there was no way the industry could build new stations without subsidies. Government said we were wrong, explicitly. All the energy companies, too said they did not need subsidies. Now, they are all in there asking for large amounts of public money.

Het hele interview van The Guardian met Jonathon Porritt kun je hier vinden. Meer informatie over de studies van Citybank en Christoph Pistner vind je bij IPS, MO nieuws of Duurzaam Nieuws.

En nu op naar de Leefbaarometer 2.0

De afgelopen maanden ben ik weer blij verrast met een aantal mooie overheidsinitiatieven om statistieken beter toegankelijk te maken voor burgers, een onderwerp waar ik al eerder over schreef. De initiatieven variƫren van het vernieuwen van de gegevens op een website over leefbaarheid tot de aankondiging dat iedere overheidsdienst haar informatie in een open standaard, herbruikbaar en machine leesbaar dient te gaan aanbieden.

De Leefbarometer

VROM heeft een nieuwe versie van de Leefbaarometer gepubliceerd. Op deze site kun je zien hoe het gesteld is met de leefbaarheid bij jou in de straat, buurt, wijk of stad. Ook zijn de trends sinds 1998 te volgen. De site combineert volgens de NRC gegevens uit veel verschillende bronnen. Imposant, alleen wat kan je als burger weinig met de Leefbaarometer in zijn huidige vorm…

Wat wil ik dan?

Ik ga begin volgend jaar zoeken naar een ander huis. De leefbaarheid van een buurt is daarbij voor mij erg belangrijk, dus de Leefbaarometer bevat een schat aan nuttige informatie. Alleen waarom kom ik daar niet bij op de plek waar ik het wil hebben (Jaap, Funda of andere huizensites)? En waarom kan ik deze tijd van individualisering en de mondige burger niet zelf aangeven welke aspecten ik van belang vind voor de leefbaarheid van de buurt waar ik een huis ga zoeken?

Het kan ook anders

Dat het ook anders kan laat de Wereldbank zien. Zij hebben hun statistieken via een zogenaamde publieke API benaderbaar gemaakt. Dat betekent dat bouwers van websites en ontwerpers de gegevens van 17 indicatoren kunnen opvragen en op hun eigen website kunnen tonen. Google is daar recent mee begonnen, zodat je bij zoekvragen die te herleiden zijn tot Wereldbank statistieken nu de officiƫle statistieken bovenaan de zoekresultaten te zien krijgt. Zoek bv. op internetgebruikers in de VS en zie de Wereldbank gegevens over Internet users as percentage of population, United States bovenaan staan.

Kent iemand een makkelijkere manier om officiĆ«le statistieken in de top 10 van zoekresultaten terug te krijgen? Want als je nu zoekt op ĀØontwikkeling leefbaarheid Nederlandā€ komt op 1 het nieuwsbericht van VROM tegen, maar de Leefbaarometer staat niet in de top 10 en het nieuwsbericht van VROM bevat geen link naar de Leefbaarometer.

Gegevens die in de top 10 van zoekresultaten terecht komen gelden voor veel mensen als betrouwbaar. Of dat terecht is is een tweede, je kan er als overheid echter ook gebruik maken van dergelijke mechanismes. Wanneer de burger steeds wantrouwiger tegen de overheid staat is het wellicht tijd om gebruik te maken van het vertrouwen dat andere merken uitstralen.

Wat wil ik dan?

De hoofdprijs is een publieke API zoals de Wereldbank heeft op de databanken van CBS, CPB, SCP, PBL, emissieregistratie, Kadaster, RIVM, KvK en politie, en een herbruikbare, machine leesbare lijst met geodata van alle verstrekte overheidssubsidies (in open standaard).

Als detailniveau kan het viercijferige postcodegebied worden genomen. Op die manier zijn de gegevens geanonimiseerd in te lezen door derden. Denk daarbij niet alleen aan zoekmachines zoals Google, maar ook aan commerciƫle sites als Funda of non profit sites als Jijendeoverheid.nl en verbeterdebuurt.nl.

Wat heb je daar dan aan?

Om even terug te gaan naar het voorbeeld aan het begin. Wanneer ik een huis ga zoeken wil ik andere voorzieningen in de buurt en heb ik andere voorkeuren dan iemand die bijna met pensioen gaat. Met een dochter hecht ik veel waarde aan groen in de buurt, schone lucht, weinig geluidshinder, een kindvriendelijke buurt, scholen op loopafstand en weinig tot geen zeden- of geweldsdelicten. Autodiefstallen vind ik minder interessant, want ik heb geen auto. Ook voorzieningen voor ouderen vind ik op dit moment nog niet zo heel erg interessant.

Het punt is dat ik nu wel 10 websites moet afstruinen om de gegevens bij elkaar te sprokkelen. Dat is niet meer van deze tijd. Ik wil de gegevens in een handzaam overzicht op de plek waar ik toch al ben, dus als ik een huis zoek op de huizensite die ik gebruik.

Het bijeffect van het aanbieden van de data op de plaats waar je zoekt naar een product of dienst is dat je mensen in staat stelt om abstracte begrippen als luchtkwaliteit en geluidsoverlast mee te laten wegen in hun keuze. Een snelweg op 100 meter van je huis? Dat levert x DB geluidsoverlast op. Combineer het met het actievermogen dat bv. De Eerlijke Bankwijzer biedt en de veroorzaker van de overlast krijgt meteen druk op de ketel om de overlast te beperken. Dat levert dus een permanente druk op verlaging van externe effecten op, zoals eerder beschreven.

Wat heeft de beleidsmaker/onderzoeker hieraan?

Als je kijkt naar het concept van Verbeterdebuurt.nl, waar mensen klachten en storingen kunnen melden die door de site worden doorgeleid naar de juiste overheidsdienst om op te lossen. Dan is snel te zien wat het voordeel voor de overheid kan zijn. De leefbaarheid van een buurt wordt (denk ik) negatief beĆÆnvloedt door kapotte straatlantaarns, slecht wegdek en slecht onderhouden groen. Verbeterdebuurt.nl biedt bewoners en bezoekers van een buurt de mogelijkheid om klachten hierover door te geven aan de overheid.

Door het combineren van de gegevens van de Leefbaarometer met de meldingen van Verbeterdebuurt.nl kan de gemeentelijke onderhoudsdienst prioriteiten stellen. Bijvoorbeeld door als uitgangspunt te nemen dat klachten in buurten waar het slecht gesteld is met de leefbaarheid binnen sneller verholpen zijn dan in buurten waar het goed gesteld is met de leefbaarheid. Of door sneller te kunnen zien of verstrekte subsidies of genomen maatregelen het gewenste effect hebben. Uiteraard kost het in sommige gevallen jaren om resultaten te boeken, wat niet wegneemt dat nu vaak de nulmeting ontbreekt. De Leefbaarometer biedt een mooie basis om als nulmeting te dienen, wat veel onderzoekswerk en tijd scheelt. En daarmee dus ook gemeenschapsgeld.

Hoe pak je dat dat aan?

Als eerste stap kan begonnen worden met een publieke API voor de datasets die gebruikt zijn voor de Leefbaarometer. Om te zorgen dat de data herbruikbaar wordt moet deze open zijn. Hoe je overheidsinformatie kunt ontsluiten doet kun je hier lezen, zoals ik ook al eerder beschreven heb.

De tweede stap is publicatie van het model op een wijze die de gebruiker van de site in staat stelt om zelf de waarde van parameters in te stellen. Een derde de publicatie van alle verstrekte subsidies zijn (en andere locatiespecifieke maatregelen) ter verbetering van een van de parameters uit het model. De vierde het toevoegen van de mogelijkheid om je eigen bevindingen aan de site toe te voegen, zodat de leefbaarheid op maandbasis gemonitord kan worden in plaats van eens in de 3 jaar.

Ook geplaatst op het netwerk van Ambtenaar 2.0

TED talks: ruwe data mobiel toegankelijk maken

De TED talks zijn al weer een paar maanden geweest, alleen was ik nog niet toegekomen aan ’t bekijken van de filmpjes en praatjes. Via de mailbox en via web komen de meest interessante gelukkig ook door.

De eerste gaat over het belang van open, ruwe data. De tweede toont de mogelijkheden daarvan. De derde toont de mogelijkheden van een slimme combinatie van mobiele apparaten. In het filmpje een zesde zintuig genoemd.

Aan het eind ook nog kort wat over Nederlandse initiatieven op het gebied van open data.

Open, ruwe data

De eerste gaat over een concept dat internet en de samenleving naar mijn mening sterker gaat veranderen dan internet tot nu toe al deed: The next Web of open, linked data (via Walter Brand).

Een eerste vleugje van wat ruwe, open data kan betekenen zit in onderstaand filmpje van Hans Rosling uit 2007. Vooral het hercombineerbaar maken geeft geweldige resultaten. Boodschap: het schijnbaar onmogelijke is mogelijk.

The 6th sense

In het tweede filmpje laat Pattie Maes zien wat het zesde zintuig dat Pranav Mistry van de Fluid Interface Group van MIT kan betekenen. Werkelijk bizar wat nu al mogelijk is met componenten die zo’n $350 dollar kosten (via Ronald van den Hoff).

Combineren

Het wordt helemaal interessant om te bedenken hoe dat er uit gaat zien als je deze twee zaken gaat combineren. Hercombineerbare open, linked data op het internet met de mobiele interface uit het derde filmpje.

Lijkt me wel wat: boodschappendoen en meteen terug kunnen zien hoe ecologisch verantwoord en mensvriendelijk een product gemaakt is volgens mijn favoriete actiegroepje…

Of door de straat lopen en meteen kunnen zien waar putdeksels losliggen en hoe lang al. Waarna ik de verantwoordelijk wethouder of m’n gemeenteraadslid meteen een bericht kan sturen om te vragen wanneer ze waar voor m’n belastinggeld gaan leveren šŸ˜‰

Nederlandse overheid & open data

Heb je zelf ideeƫn over welke overheidsdata vrijgegeven zou moeten worden? Die kan je hier achterlaten.

Heb je zelf ideeƫn over wat er kan met (overheidsdata), dan is het leuk om te weten dat Erwin Blom in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt aan een Nederlandse versie van Showusabetterway en misschien zelfs een Data Unlucking Service.

Dat in open informatie ook brood kan zitten voor ondernemers blijkt uit het feit dat het weblog Verse Overheid een site wil oprichten voor overheidswidgets. Waarmee makkelijker widgets en mashups van bestaande overheidsgegevens mogelijk worden.

Bereken je eigen inflatie bij het CBS

In navolging van het statistisch bureau van het Verenigd Koninkrijk, waar ik begin vorig jaar over schreef, presenteert nu ook het CBS op zijn website de persoonlijke inflatiecalculator. Daarmee kan je je persoonlijke ā€˜inflatieā€™ berekenen door voor verschillende consumptiecategorieĆ«n de eigen uitgaven in te vullen.

Mijn persoonlijke inflatie ligt in maart een vol procent onder de officiĆ«le inflatie, is het toch ergens goed voor om geen auto te hebben en niet te roken šŸ˜‰

Bron: CBS – Eigen inflatie berekenen – Webmagazine

Gevoelsinflatie

Begin deze week schreef ik al een stukje over de Euro, waarin het verschil tussen de officiele inflatie en de gevoelsinflatie aan bod kwam. Maarten Schinkel had gisteren in de NRC een interessante stukje over de situatie in Groot Brittanie.
Daar betalen ze nog steeds met het pond, maarĀ  tochĀ  hebbenĀ  de Britten net als de de bewonders van de eurozone het idee dat de inflatie hoog is. Terwijl de statistieken laten zien dat de inflatieĀ  in Groot Brittanie momenteel ook historisch gezien laag is.
Het Brits statistisch bureau (de tegenhanger van ons CBS) heeft een persoonlijke inflatie calculator gebouwd, met als doel:

The Personal Inflation Calculator is an online tool that enables users to input their personal spending patterns to obtain an estimate of how their experience of inflation differs from the Retail Price Index.

The calculator aims to be a user-friendly, user-focussed tool which will add to the debate about inflation measurement and enable those who use it to develop their understanding of how inflation affects them.

Naar de Personal Inflation Calculator.
Bron: De prijs van alles, de waarde van niets, NRC Handelsblad, 19 jan. 2007.
Personal Inflation Calculator, UK Statistics