(nog) een kras in Wal-Mart's poging om een duurzaam boodschappenbolwerk te worden

Sinds een paar jaar timmert Wal-Mart stevig aan de weg met het Sustainability Consortium als het gaat om het verduurzamen van haar productieketen. Toch weigert mijn eigen bank (ASN) al een aantal jaar te investeren in Wal-Mart, als ik me goed herinner onder andere i.v.m. wapenverkopen in de winkels. Deze week werd duidelijk dat de ASN door een veel prominentere belegger wordt gevolgd: ABP. In het persbericht motiveert ABP  (pdf) de uitsluiting als volgt:

Het Amerikaanse bedrijf Walmart is door ABP uitgesloten vanwege het personeelsbeleid dat in strijd is met internationale richtlijnen (ILO richtlijnen), met name ten aanzien van arbeidsomstandigheden en de mogelijkheid voor werknemers om zich te organiseren in vakbonden.

Dat maakt duidelijk dat verantwoord ketenbeheer slechts een onderdeel is van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ik ben er van overtuigd dat samenwerking met ketenpartners veel meer impact kan hebben op duurzaamheid (zowel sociaal als milieu), tegelijkertijd vergt een ambitieuze verduurzamingsstrategie voor je productieketen ook dat je je eigen interne ambities opschroeft…

Na een paar jaar zeuren tegen ABP (over oa. investeringen in kolen, teerzanden en hun investeringsbeleid) is het mooi om te zien dat er ook voor hun een grens zit aan de engagement strategie. Wanneer een bedrijf haar gedrag en beleid niet wijzigd komt er een moment dat je afscheid moet nemen. Wat mij betreft een dikke pluim voor deze actie van ABP.

Verantwoord ketenbeheer: Van risicomanagement naar waardecreatie

Tijdens de uitreiking van de VBDO Verantwoord Ketenbeheer Award kregen de aanwezigen het boekje Verantwoord ketenbeheer: Van risicomanagement naar waardecreatie mee. Een uitgave van KPMG en VBDO naar aanleiding van een Rond Tafel over verantwoord ketenbeheer die KPMG Sustainability , VBDO en Supply Change Associates eerder dit jaar organiseerden.

Definitie verantwoord ketenbeheer

Van verantwoord ketenbeheer is volgens de publicatie sprake als organisaties bij het gehele inkoopproces rekening houden met sociale en milieuaspecten. Waarbij sociale en milieuaspecten een rol krijgen naast conventionele aspecten als prijs, beschikbaarheid en kwaliteit. Bij milieuaspecten gaat het om de de impact die een product of dienst tijdens de gehele levenscyclus op de leefomgeving heeft. Bij sociale impact gaat het om de leef- en werkomstandigheden van de mensen die zijn betrokken bij de productieketen.

Verantwoord ketenbeheer kan niet los worden gezien van duurzaam ondernemen. Een bedrijf dat verantwoord wil ondernemen kan er niet omheen om ook te kijken naar de milieudruk en sociale omstandigheden in toeleverende bedrijven.

De eerste stap bij het implementeren van verantwoord ketenbeheer is het opstellen van richtlijnen en gedragscodes voor leveranciers. De invulling daarvan is afhankelijk van de duurzaamheidsthema’s die spelen in de keten. Voor internationale bedrijven zijn er ook veel gebruikte standaarden, zoals:

  • United Nations Global Compact
  • ILO International Labour Standards
  • ILO Code of Practice in Safety and Health
  • OECD Guidelines for Multinational Enterprises
  • The Rio Declaration on Environment and Development
  • United Nations Convention Against Corruption
  • ISO 14001
  • SA 8000
  • OHSAS 18001

Naast algemene richtlijnen bestaan er ook richtlijnen of standaarden die voor een specifieke sector ontwikkeld zijn. Zoals bijvoorbeeld de CO2 Prestatieladder voor de Nederlandse bouwsector.

Verantwoord ketenbeheer als risicomanagement

Verantwoord ketenbeheer is ontstaan in reactie op de kritiek die bedrijven kregen op de werkomstandigheden bij toeleveranciers. Aanvankelijk ontkenden veel bedrijven dat ze verantwoordelijkheid droegen voor de omstandigheden bij hun toeleveranciers. In reactie daarop heeft een grote groep bedrijven inmiddels een inkoopbeleid opgezet waarmee bij leveranciers het kaf van het koren kan worden gescheiden. De aanhoudende druk van stakeholders op bedrijven als Coca Cola, C&A, Nike, Apple en Facebook laat zien dat dat geen overbodige luxe is.

Organisaties die starten met verantwoord ketenbeheer zetten volgens de schrijvers relatief eenzijdig in op een beleid dat risico’s minimaliseert of mitigeert. Het gaat daarbij om risico’s op het gebied van:

  • reputatieschade: bv. door negatief nieuws over gebeurtenissen of omstandigheden in de toeleveringsketen.
  • omzetverlies: bv. door het verliezen van opdrachten/klanten waar duurzaamheid een rol speelt bij de inkoop.
  • wetgeving: bv. doordat er maatschappelijke onvrede ontstaat over de (waargenomen) voortgang. Koplopers hebben dan geen concurrentienadeel, maar voor bedrijven die niet aan de wetgeving voldoet ontstaan risico’s.
  • Stakeholderconflicten: verantwoordelijk gedrag zorgt voor een grotere legitimatie bij stakeholders. Dat kan voordelen opleveren bij bv. het aantrekken van personeel of draagvlak bij de lokale bevolking.

Hoewel een defensieve strategie zeker een eerste stap is stelt de publicatie dat het niet hoeft te leiden tot het inkopen van duurzamere producten of diensten. Je scheidt tenslotte enkel op leveranciersniveau en niet op het niveau van producten of diensten. Om daadwerkelijk duurzamere producten of diensten in te kopen is meer nodig. Belangrijker nog is dat het onderscheidend vermogen van een defensieve strategie steeds kleiner wordt. De auteurs stellen vast dat defensief verantwoord ketenbeheer steeds meer de status krijgt die ‘kwaliteit’ en ISO-certificeringen hebben. Oftewel een vanzelfsprekendheid waar bedrijven niet zonder kunnen als ze zaken willen blijven doen.

Een van de omvangrijkste initiatieven op dit gebied is het Sustainability Consortium van Wal-Mart, waar ik al eerder over schreef en waar inmiddels zo’n 100 bedrijven, instituten (waaronder WUR) en NGO’s aan meewerken. Volgens de auteurs komt het doel om producten een label te geven met alle aspecten van duurzaamheid binnen bereik. Voor Wal-Mart biedt het initiatief ook strategische mogelijkheden, waarover volgende keer meer.

Manifest maatschappelijk verantwoord inkopen en ondernemen

Bijna twee jaar geleden vroeg ik me samen met een aantal collega’s af of we de kritiek vanuit het bedrijfsleven op de criteria voor duurzaam inkopen via een interactief proces tot een samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven zouden kunnen ombuigen. Beide partijen onderschrijven tenslotte het doel: bij het verduurzamen van de samenleving ook gebruik maken van de inkoopmacht van de overheid cq. de eigen organisatie.

In het kader van de toolbox van buiten naar binnen bedachten we daarom een interactief proces om via een informeel proces tussen de inkopers van overheidsorganisaties en bedrijfsleven langzaam maar zeker tot een formeel proces tussen beleidsmakers uit bedrijfsleven en overheidsorganisaties te komen. Waarbij de criteria voor duurzaam inkopen die Agentschap NL heeft ontwikkeld als voorbeeld kunnen dienen.

We hebben ons proces tijdens de slotbijeenkomst van de toolbox gepresenteerd. We hadden het goede voornemen om er mee aan de slag te gaan na de cursus en ook daadwerkelijk wat neer te zetten. Meer dan een berichtje op mijn weblog, en een presentatie en toelichting aan een aantal collega’s van het programma duurzame bedrijfsvoering rijksoverheid is er echter niet van gekomen. Want ieder van ons was te druk met zijn reguliere werkzaamheden om werkelijk tijd in te steken in ons plannetje. We hebben het nog wel ingediend als plan voor de ASN Wereldprijs, maar ook daar hebben we vervolgens te weinig tijd in weten te steken om zelfs maar een weekprijs te winnen.

De verrassing

Op dinsdag 8 februari kwam de Nederlandse Vereniging voor Inkoopmanagement (NEVI) met een persbericht dat 17 Chief Procurement Officers van grote publieke en private bedrijven hun streven om duurzaam inkoopmanagement te verankeren hebben vastgelegd in het manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen en Ondernemen (MVIO). De deelnemende bedrijven zijn: Achmea Zorgverzekeringen, Akzo Nobel, Albert Heijn, Delta Lloyd, Essent Nederland, Heineken Nederland, ING Bank, ING Verzekeringen, Koninklijke DSM, Koninklijke FrieslandCampina, KLM, Koninklijke Philips Electronics, KPN, Nederlandse Spoorwegen, Rabobank Nederland, Rijksoverheid en NEVI.

Volgens het persbericht zullen de deelnemende bedrijven in vijf jaar tijd milieu -en sociale criteria als vanzelfsprekend worden meegewogen in het inkoopbeleid van hun ondernemingen. De deelnemende bedrijven kunnen daarbij de duurzaam inkoop criteria van Agentschap NL gebruiken of zelf criteria voor maatschappelijke verantwoord inkopen ontwikkelen.

Of er een verband is tussen het plan voor een alliantie duurzame bedrijfsvoering dat mijn medecursisten en ik hadden uitgedacht en de totstandkoming van het manifest maatschappelijk verantwoord inkopen en ondernemen weet ik niet. Het is in ieder geval wel erg leuk om te zien dat een oud idee in een andere vorm op een andere plaats weer opduikt. Als er een verband is dan is het een goed voorbeeld van je idee laten gaan.

En nu verder?

Voor zover mij bekend zijn zo’n beetje alle aan het manifest deelnemende bedrijven lid van VNO-NCW, MKB Nederland en/of MVO Nederland. Ik ben dan ook benieuwd wat de inbreng vanuit deze bedrijven gaat worden in de afgelopen week door MVO NL, MKB NL en VNO-NCW aangekondigde vernieuwing van de duurzaam inkopen criteria. Een van de ideeën die ik tegenkwam in de berichtgeving van MVO Nederland was dat er minder naar lijstjes gekeken moet worden en meer naar een ketenaanpak.

Ik ben dan wel benieuwd welke vorm van ketenaanpak gekozen gaat worden. Als twee uiterste (voor zover bij mij bekend) heb je aan de ene kant de simpele regels voor duurzaam inkopen van IBM (slechts 4 regels) en aan de andere kant de zeer uitgebreide, wetenschappelijk onderbouwde methodiek van het Sustainability Consortium (waar onder andere Ahold, KPMG en Unilever deel van uitmaken).

Dit bericht is ook geplaatst op duurzaam pleio en op  het rijksduurzaamheidsnetwerk.

Duurzaam inkopen bij IBM

Het afgelopen jaar hebben verschillende grote bedrijven initiatieven genomen om duurzaamheid / maatschappelijk verantwoord ondernemen bij hun leveranciers op de kaart te zetten. Ik heb  al eerder een aantal keer geschreven over de wijze waarop het Amerikaanse supermarktconcern Wal-Mart hiermee bezig is. Vandaag aandacht voor een andere grootmacht: IBM. Ook IBM heeft recent een nieuwe stap genomen op weg naar een duurzamere toeleveringsketen. Waarmee een nieuwe waardeketen aan het verduurzamen slaat: electronica en ICT.

Strategie IBM

IBM heeft recent nieuwe voorwaarden aan leveranciers opgelegd op gebied van duurzaamheid. Daarbij hanteert IBM een iets andere strategie dan Wal-Mart, maar daarmee is deze niet minder interessant. Andrew Winston beschrijft in een bericht op Harvard Business Review de vier hoofdelementen van de aanpak die IBM kiest richting haar leveranciers:

  1. Kies een milieumanagement systeem en voer het in
  2. Meet je milieu impact en stel doelen om de prestaties te verbeteren
  3. Maak de gekozen methodiek en de resultaten openbaar
  4. Stel dezelfde voorwaarden aan iedere leverancier die substantieel bijdraagt aan producten die je levert aan IBM.

De eerste stap is een versterking van het verzoek van IBM in 1998 aan haar leveranciers om ISO 14000 in te voeren. Volgens Wayne Balta, IBM’s vice-president of corporate environmental affairs and product safety de vice-president, wordt het verzoek hiermee min of meer omgezet in een eis aan leveranciers om ISO 14000 in te voeren. Voor de meeste leveranciers zal dat weinig problemen opleveren, aangezien ze zelf al een milieumanagement systeem zullen hebben.

Transparantie en ketenaanpak

De derde en vierde voorwaarde zijn volgens Winston’s dan ook belangrijker. De derde voorwaarde zorgt voor transparantie over de milieudoelen en milieuprestaties van bedrijven. Niet alleen voor IBM, maar ook voor derden. De stap is daarmee vergelijkbaar met de doelstelling van het Sustainability Consortium van Wal-Mart om de informatie over milieu-impact van producten voor de consument te ontsluiten. Volgens Winston kan milieu-informatie ook voor bedrijven waardevol zijn. Charles J. Ruffing, directeur Health, Safety, Environment & Sustainability bij Eastman Kodak Company, bevestigt dat in een recente artikel op Environmental Leader.

De vierde eis aan leveranciers zorgt ervoor dat IBM’s voorwaarden langzaam meer zeker zullen doorwerken in de hele toeleveringsketen van IBM. Op de lange termijn maakt dat kostbare levenscyclus analyses overbodig, want leveranciers zullen zelf de footprint van hun producten en processen berekenen en publiceren.

De wijze waarop IBM het aanpakt past ook in het beeld dat  David A. Lubin and Daniel C. Esty schetsen in hun artikel The Sustainbility Imperative , waarin ze duurzaamheid als nieuwe megatrend zien. Te vergelijken met de opkomst van ICT en kwaliteitsmanagement. In hun artikel geven ze voorbeelden van bedrijven die door slim in te zetten op deze trend jarenlang concurrentievoordelen hebben genoten en daarmee nieuwe markten hebben weten aan te boren.

Dat kan voor IBM meespelen in hun aanpak. IBM lijkt voor toekomstige groei onder andere in te zetten op analyse van grootschalige en complexe datasets. Het initiatief richting hun leveranciers zal ongetwijfeld dergelijke datasets opleveren. Waarbij bedrijven op zoek naar product- en diensteninnovaties ongetwijfeld ook behoefte zullen krijgen aan analyses van die datasets.

Het initiatief van IBM past in ieder geval wel in mijn persoonlijke visie dat duurzaamheid, open data en transparantie trends zijn die naar elkaar toe groeien en elkaar versterken.

Lancering Kijk of het klopt

Een paar maanden geleden schreef ik al dat er een nieuw ‘keurmerk’ voor voedsel aan zat te komen. Inmiddels is gisteren de lancering geweest in Wageningen. Het lancering van het initiatief van Wouter de Heij, Dick Veerman en J.P. van Doorn maakt blijkbaar wat los in voedselland, want zowel de WUR, Unilever als Monsanto waren aanwezig en geven in het filmpje van Stephan Verveen een reactie.

Kijk of het klopt – Reacties op de aankondiging d.d. 26 april 2010 #kloptie from FunnelVision on Vimeo.

Belangrijk punt lijkt het loslaten van de controle over informatie te zijn. Het grote verschil met het Sustainability Consortium, waar Unilever een van de founding partners van is, is namelijk dat iedereen de mogelijkheid krijgt om te reageren op informatie en zelf informatie toe te voegen.

Het doel van Kijk of het klopt is kennis en bewustzijn creëren over voedsel… Het doel van het Sustainability Consortium (waar ik al een paar keer eerder over schreef) is volgens Wal Mart om de informatie van levenscyclus analyses beschikbaar te maken op de wijze waarop de consument dat wil: ‘put the consumer in the driver seat’. Wat dat betreft is Kijk of het klopt enkel de overtreffende trap.

Presentatie kloppende keuken wag 26_april_2008

View more presentations from dickveerman.

Lees vooral ook de reacties op Foodlog zou ik zeggen, zowel op het bericht over de lancering, als de reactie van Annechien ten Have-Mellema.

En degene die dieper in de ontstaansgeschiedenis van Kijk of het klopt willen duiken verwijs ik naar het weblog van Wouter de Heij:

Duurzaamheidscheck met je mobiele telefoon

Vorig jaar schreef ik al over Pattie Maes van MIT die op de TED conferentie liet zien wat het zesde zintuig van Pranav Mistry van de Fluid Interface Group mogelijk maakt met een mobiele telefoon. Het ging in het filmpje onder andere over de mogelijkheid om de barcode van producten te scannen in de supermarkt. Het resultaat van die scan is een rood, oranje of groen stoplicht op basis van de criteria die je zelf instelt, bijvoorbeeld de duurzaamheid van een produkt.

Inmiddels is in Duitsland de applicatie Barcoo voor de mobiele telefoon gelanceerd, waarmee dit werkelijk mogelijk is. Deze is ruim 500.000 keer gedownload volgens duurzaam ondernemen. Ook de Nederlandse community site Rank a brand levert informatie voor de Duitse startup Barcoo aan.

Voor de iPhone zijn zulke applicaties volgens mij ook al voorhanden. In Nederland is er (voor zover ik weet, maar ik heb er ook niet hard naar gezocht) geen applicatie op de markt, maar er zijn wel meerdere partijen die daar over nadenken. Bijvoorbeeld Diana den Held die vorig jaar het idee voor een mobiele cradle to cradle applicatie en Wouter de Heij speelt in het kader van Kijk of het klopt en Foodcyclopedia met eenzelfde idee voor voedsel.

Een groeiend aantal organisatie verzameld informatie die gebruikt kan worden in dergelijke applicaties, met als overtreffende trap het initiatief tot een open database met de gegevens van levenscyclus analyses waartoe het Sustainability Consortium het initatiatief heeft genomen (en waar ik eerder deze week over schreef). Het is een kwestie van tijd tot de uitkomsten daarvan bij producten in de supermarkt vermeld worden. Onder de leden zitten tenslotte verschillende supermarkten zoals Wal-Mart, Ahold en Asda. Bovendien heeft Wal Mart in juli 2009 jaar tijdens een grote meeting aangegeven dat uiteindelijk de consument de beschikking krijgt over de data op de wijze die de consument wil. Wanneer dat gebeurt veranderen supermarkten misschien wel echt van boodschappenbolwerk in duurzaamheidsbolwerk. Of ben ik dan te optimistisch?

In ieder geval maakt het succes van Barcoo wederom zichtbaar dat verschillende trends bij elkaar komen en elkaar de komende jaren naar mijn mening zullen versterken.

Open IO: A public resource for estimating the sustainability of products and services

Internet blijft verbazen, en zeker het Sustainability Consortium, waar nu 2 Nederlandse bedrijven lid van zijn. Na Unilever (dat een van de founding members is) is ook Ahold toegetreden.

En het consortium lijkt door te zetten op open data in machineleesbaar format:

Open IO is an Input/Output based life cycle inventory database that provides a free, comprehensive, transparent and continually improving resource for product sustainability information and analysis for both corporate decision makers and academic researchers. The project will provide information on the major impact categories (GHG, Water use, Toxics, Criteria Polutants, etc). This project will serve as a core element to ongoing or future extension projects, including the Industry Average Database Framework, the Global Open IO model and others.

Peer into the Future

The current Open IO dataset provides life cycle information on greenhouse gas emissions.  However, it is important to examine other impact categories to avoid shifting environmental burdens.  Therefore, we are working on a new database version to incorporate toxic and criteria pollutants, water consumption and withdrawals, and primary energy consumption.

Our upcoming resources include:

  • Toxics Satellite Matrix
  • Criteria Pollutants Satellite Matrix
  • Water Satellite Matrix
  • Primary Energy Satellite Matrix

Dit initiatief past ook bij het samenkomen van de trends van duurzaamheid, transparantie en openheid waar ik vorig jaar al over heb beschreven.

In combinatie met het initiatef Kijk of het klopt (zie ook dit eerdere bericht) kan het de komende jaren leuk worden voor de consument die op zoek is naar duurzame producten en diensten.

Heeft iemand informatie of Nederlandse universiteiten en kennisinstellingen, zoals bv. Wageningen Univeriteit, al toenadering zoeken tot het Sustainability Consortium? Gezien de omvang van de leden van het consortium is de kans tenslotte groot dat het consortium een majeure impact gaat hebben op de methodologie van levenscyclus analyses.