Rekenkamer: stimuleren elektrisch rijden 65% goedkoper dan verwacht

Gisteren kwam de Rekenkamer met een brief aan de Tweede Kamer over de kosten van het stimuleren van elektrisch rijden. Het onderzoek is uitgevoerd op verzoek van de Tweede Kamer. De Rekenkamer concludeert dat het reduceren van CO2 via het stimuleren van elektrisch rijden een dure manier is om de CO2 uitstoot te verlagen. De Rekenkamer kwam in de verantwoordingsonderzoeken over 2013 en 2014 ook al tot deze conclusie. Het Interdepartementale Beleidsonderzoek CO2 (IBO CO2) uit 2016 noemde het stimuleren van elektrisch rijden de duurste maatregel per ton CO2 reductie bezien vanuit de overheidsfinanciën. De Rekenkamer trekt in zijn brief de berekeningen van de staatssecretaris , die uitkomt op € 1.700 per vermeden ton CO2, in twijfel. Met de rekenmethode van de Algemene Rekenkamer kunnen die kosten oplopen tot bijna € 2.000 euro per bespaarde ton CO2. Dat is echter nog steeds een 65% lager dan de € 5.700 per bespaarde ton CO2 uit IBO CO2 van 2016. De echte vraag zou moeten zijn: waarom wijkt de prognose van IBO CO2, PBL en ECN zoveel af van de werkelijke overheidskosten per ton CO2 reductie?

Kosten elektrisch rijden: IBO CO2 en Rekenkamer

In het IBO CO2 van 2016 (pdf) staan tabellen met de kosten en effecten van verschillende maatregelen om CO2 te reduceren. In tabel 5.2 staat voor het stimuleren van elektrisch rijden een prijs van € 5.700 per ton vermeden CO2 voor de overheid. Ook de Rekenkamer constateerde al in 2013 en 2014 dat elektrisch rijden een dure manier is om de CO2 uitstoot te reduceren. Elektrisch rijden is dan ook een maatregel die thuishoort in de categorie meters voorbereiden in plaats van meters maken. Bij meters voorbereiden gaat het om doorbraaktechnologieën die nodig zijn om in 2050 de CO2 reductie te halen. De nationale kosten lagen volgens IBO CO2 met ruim € 900 per bespaarde ton CO2 een stuk lager en dalen richting 2030 scherp naar € 90 per ton CO2. De nieuwste prognoses van het PBL zijn dat de nationale kosten in 2030 nog lager zullen zijn en rond de € 0 per ton CO2 reductie uit komen. Journalisten en politici draaien het frame ondertussen de andere kant op en doen het voorkomen alsof de hoge overheidskosten voor het stimuleren van elektrisch rijden een verrassing zijn, terwijl ze dus feitelijk nu al 65% lager liggen dan de verwachte overheidskosten per ton CO2 reductie in 2020.

Ook de reactie van Remco Dijkstra, Tweede Kamerlid voor de VVD, speelt in op de hoogte van de subsidie.

Gelet op de verantwoordingsrapporten van de Rekenkamer uit 2013 en 2014 en het rapport van IBO CO2 uit 2016, dat in de Tweede Kamer volop gebruikt werd in de discussies over klimaatbeleid, kan het echter geen verrassing zijn dat het stimuleren van elektrisch rijden geen kosteneffectieve manier is om de CO2 uitstoot te verminderen. De verantwoordingsrapporten van de Rekenkamer uit 2013 en 2014 zijn voor de VVD ook geen reden geweest om na 2013 tegen de stimulans van elektrische auto’s te stemmen in de Tweede Kamer of om deze af te bouwen. Het is voor de VVD ook geen reden om zich zorgen te maken over de kosten van die andere vorm van nulemissie personenauto’s: waterstof. Sterker nog die kan Kamerlid Remco Dijkstra niet snel genoeg gaan:

Ook al zijn er miljoenensubsidies van de EU en Nederlandse staat nodig om een winstgevend bedrijf als Shell te porren om 4 waterstoftankstations aan te leggen. Shell ontvangt 1 miljoen Euro per waterstofstation van de Nederlandse staat en 7,2 miljoen van de EU voor de realisatie van 8 waterstoftankstations in de Benelux, waarvan 4 in Nederland. Uitgaande van de doelstelling om in 2025 15.000 waterstofauto’s te hebben rijden is dat een subsidie van 533 Euro per voertuig.

Daar komt dan nog de subsidie voor het voertuig bovenop en die gaan minstens gelijk zijn aan de kosten van elektrische auto’s. Ook bij waterstofauto’s zijn de voordelen vooral voor de zakelijke rijders, waarbij er voor waterstof een speciale Louwman-bonus geldt. Vanaf 2019 is er, voor de categorie van 4% bijtelling, een maximum van 50.000 euro fiscale waarde. Voor bedragen daarboven geldt het bijtellingspercentage van 22 procent. Uitzondering hierop zijn auto’s die op waterstof rijden. Een voordeel ten opzichte van batterij-elektrische auto’s met een fiscale waarde boven de 50.000 euro, dat vooral ten goede komt aan rijders van Toyota (80.000 Euro) en in minder mate Hyundai (vanaf 70.000 Euro). De overheidskosten per bespaarde ton CO2 gaan waarschijnlijk minstens zo hoog zijn als voor elektrische auto’s, waarschijnlijk zelfs hoger vanwege conversieverliezen bij de productie van waterstof en bij de conversie van waterstof naar elektriciteit om de elektromotor van de waterstofauto aan te drijven.

Klimaatbeleid tegen minder overheidskosten

Wie wil weten hoe klimaatbeleid dat een minder groot beslag legt op overheidsmiddelen er uit ziet kan ook bij het IBO CO2 rapport terecht, want de overheidsmiddelen zijn veel effectiever in te zetten voor klimaatbeleid. Alleen liggen die electoraal wat gevoelig bij de VVD en het CDA, die het klimaatbeleid sinds 2013 vorm heeft gegeven onder premier Rutte. Kijk maar even mee naar de rangschikking van klimaatmaatregelen op basis van oplopend overheidskosten, zoals het IBO CO2 die in 2016 publiceerde. Waarbij ik de tabellen van maatregelen voor sectoren die onder het Europees emissiehandelsysteem voor CO2 (ETS) en de sectoren die daar niet onder vallen heb samengevoegd. Het gaat om de overheidskosten en emissiereductie in 2020. Maatregelen waarvoor geen overheidskosten voor 2020 vermeld zijn heb ik weggelaten.

ETS of non-ETSMaatregelOverheidskosten (in EUR/tonDirecte emissiereductie (excl. Evt. waterbed)
ETS6. CO2 bodemprijs (brits model) industrie-233710
Non-ETS12. Kilometerheffing vrachtverkeer-13650,4
Non-ETS14. Kilometerheffing personenvervoer (7 Eurocent/km vlak)-8211,7
ETS2. Aanpassen 3e en 4e schijf EB op aardgas-6600,2
ETS10. Sluiting alle kolencentrales voor 2020-678,1
ETS7. Sluiting oude kolencentrales van voor 1990-610,7
ETS4. CO2 bodemprijs (brits model) elektriciteitsopwekking-441,6
ETS8. Verdubbelen kolenbelasting elektriciteitsopwekking0 -0,7
Non-ETS6. Reductie methaanslip uit (wkk-)gasmotoren00,9
Non-ETS7. Afspraken gemiddeld label B huurwoningen00,4
Non-ETS9. Verhogen aandeel biobrandstoffen transport00,6
ETS5. Opkoop ETS-rechten111
ETS11. Budgetneutrale prijsprikkel energie-intensieve160,6
ETS13. CCS demonstratieproject ROAD461,2
ETS14. SDE+ regeling wind op land813,7
Non-ETS10 Label C koopwoningen binnen 2 jaar na verhuizing860,5
Non-ETS13. Aanpassen 1e schijf EB aardgas (+) en elektriciteit (–)890
ETS12. SDE+ regeling biomassameestook kolencentrales934,3
Non-ETS11. Minimaal label B huurwoningen1390,9
Non-ETS8. Verplichting monomestvergisting van mest1511,3
ETS1. Verscherpte handhaving Wet Milieubeheer1541
Non-ETS1. Verscherpte handhaving Wet Milieubeheer1541
ETS16. SDE+ regeling grootschalig zon-pv1550,9
ETS15.SDE+ regeling wind o pzee1663,6
Non-ETS1. Verplichte toepassing zuiniger banden2191,2
Non-ETS3. EU-norm CO2 uitstoot personenauto’s naar 95g/km2510,7
Non-ETS5. Terugdraaaien verhoging maximum snelheid2580,1
Non-ETS15. STEP-regeling (huursector)9300,1
Non-ETS16. Fiscaal stimuleren nulemissieauto’s57000

De top 10 goedkoopste klimaatmaatregelen, bezien vanuit overheidsfinanciën leest als de lijst met taboeonderwerpen voor de opeenvolgende Kabinetten onder leiding van de VVD van de afgelopen jaren. Van Remco Dijkstra en Pieter Omtzigt, die zich zorgen maken over de hoge kosten van het stimuleren van elektrische auto’s hoor ik graag welke andere maatregelen ze dan wel hadden willen nemen. Bij Bart Snels heb ik daar wel een beeld van, want GroenLinks stond in 2016 vooral andere maatregelen voor om de CO2 uitstoot te verminderen. Maatregelen die een stuk dichter bij het lijstje met voor de overheid goedkope maatregelen komen, zie de Klimaatbegroting 2017-2020 uit 2016 (pdf). Al moet daarbij gezegd dat ook GroenLinks voorstander was van het stimuleren van elektrisch rijden, omdat het een belangrijke techniek is om de autoindustrie op de middellange termijn minder CO2 uit te laten stoten. En omdat elektrisch rijden strategisch een belangrijke techniek is om een wig te drijven tussen de oliebedrijven en de autofabrikanten.

Helemaal, helemaal onderaan staat het fiscaal stimuleren van nulemissieauto’s. Waarbij de CO2 reductie na verloop van het leasecontract ook nog wegvalt, omdat de auto dan naar het buitenland verplaatst wordt. Bij de industrie schreeuwen we dan moord en brand vanwege het waterbedeffect. Bij elektrische auto’s lijkt het kabinet het het niet zo erg te vinden, want hetzelfde probleem speelt al jaren en er is nog steeds geen fatsoenlijke stimulans om schone tweedehands auto’s in Nederland te houden. Wat ons extra CO2 uitstoot en extra stikstof uitstoot oplevert, want op de tweedehands markt wint de diesel nog steeds aan populariteit. Wat ons zowel voor CO2 als stikstof problemen oplevert met de internationaal afgesproken doelstellingen, de een vanuit het vonnis in de klimaatzaak van Urgenda (al zal het effect van het in Nederland houden van elektrische auto’s op de CO2 emissie in 2020 gering zijn), het ander vanuit het vonnis van de Raad van State dat de programmatische aanpak stikstof afkeurde.

Slot

De ophef gisteren over de brief van de Rekenkamer roept de vraag op of er nog journalisten zijn die hun huiswerk een beetje doen. Ieder zichzelf respecterende journalist had de Kabinetten en Tweede Kamerleden de afgelopen jaren kunnen bevragen waarom elektrische auto’s gestimuleerd worden terwijl Rekenkamer en het interdepartementale beleidsonderzoek CO2 beide aangeven dat het een erg dure optie is.

Wat mij veel meer opvalt is dat de leercurve van nulemissievoertuigen, en dan meer specifiek elektrische auto’s, in de praktijk zoveel afwijkt dan waar de modellen van PBL en ECN mee rekenen. Daardoor worden de kosten van klimaatbeleid veel te hoog weergegeven. Iets waar ik in 2016 ook al tegenaan liep bij de doorrekening van het verkiezingsprogramma van GroenLinks. De kostprijs voor wind op zee in 2030 lag toen rond dan de tenderprijzen voor wind op zee. Inmiddels is duidelijk dat de kostendaling inderdaad sneller gaat dan verwacht en dat de kosten van het Energieakkoord vele miljarden lager uitvallen. De werkelijke discussie zou moeten zijn hoe het kan dat de overheidsuitgaven voor elektrisch rijden, windenergie en zonne-energie in een kort tijdsbestek zo fors kunnen afwijken van de modellen van PBL en ECN. Elektrisch rijden is een relatief nieuwe techniek, dat die leercurve nog gebreken toont kan ik me voorstellen. Voor windenergie en zonne-energie is er wereldwijd voldoende data beschikbaar om een grote verbeterslag te maken.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Klimaatlabel politieke partijen 2019

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 heeft Sargasso het klimaatbeleid uit alle verkiezingsprogramma’s beoordeeld. Voor de provinciale verkiezingen is dat ondoenlijk met een redactie vol vrijwilligers. In tegenstelling tot de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 speelt klimaatbeleid nu wel een landelijke rol, waarbij de provinciale statenverkiezingen een dubbel belang hebben. Klimaatbeleid voor de eigen provincie en de leden van de provinciale staten kiezen de nieuwe leden van de Eerste Kamer.

Het klimaatlabel politieke partijen biedt enig houvast voor wie klimaat wil laten meewegen bij het uitbrengen van zijn of haar stem. De initiatiefnemers bekeken daarvoor ruim 100 stemmingsuitslagen van de Tweede Kamer in de periode 2017-2019. Heel wat meer dan Sargasso eerder deed voor de verhoging van uw energierekening. De uitslag van het klimaatlabel politieke partijen vertoont echter wel wat overeenkomsten met ons kleinere onderzoek. Ook bij het klimaatlabel politieke partijen staat PvdD bovenaan. Alleen GroenLinks en SP wisselen stuivertje, PvdD deelt bij klimaatlabel de eerste plaats met GL i.p.v. met de SP. Ook de onderkant toont gelijkenissen. met klimaatlabel F voor PVV en FvD.

Klimaatlabel politieke partijen, gebaseerd op stemgedrag 2017-2019.

Het label is gebaseerd op het stemgedrag in de Tweede Kamer in de periode 2017-2019. Op de website van Klimaatlabel Politiek is terug te vinden welke stemmingen zijn meegenomen en hoe de partijen scoren op individuele voorstellen. Het klimaatlabel politieke partijen laat ook zien dat regeren pijn doet. PvdA stijgt van label D naar label B, CU zakt van label A naar label D en D66 zakt van label B naar label D. De uitdaging voor een volgende coalitie lijkt ook duidelijk: zorgen dat een van de coalitiepartijen in label C komt.

Open waanlink

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

GroenLinks: de plannen & cijfers (focus energie & klimaat)

Met minder dan 2 weken te gaan voor de verkiezingen leek het me tijd om nog even de belangrijkste effecten van de plannen van GroenLinks op een rij te zetten, met daarin de focus op de effecten op klimaat, energie en milieu. De plannen kun je nalezen in het verkiezingsprogramma en in de analyses van het verkiezingsprogramma door PBL, CPB, en SCP.

programma_gl_ruggegraat
Bron: GroenLinks

 

Klimaat en energie

GroenLinks heeft (zoals je kan verwachten) ambitieuze plannen op gebied van klimaat en energie. De CO2 reductie die GroenLinks behaalt ligt met 62% boven de doelstelling van het verkiezingsprogramma en boven wat volgens PBL nodig is om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. Volledigheidshalve: volgens Greenpeace en Urgenda is meer nodig dan PBL stelt.

image2

In de grafiek kan je zien dat GroenLinks met haar plannen behoorlijk op weg gaat om in 2050 uit te komen op 95% CO2 reductie.Terwijl het basispad na 2030 een behoorlijke versnelling vereist, kiest GroenLinks juist voor een versnelling in de komende jaren.

De CO2 reductie die GroenLinks haalt in 2030 ligt iets lager dan de Partij voor de Dieren in het verkiezingsprogramma heeft staan (62% GroenLinks vs. 65% PvdD), daar staat tegenover dat de PvdD haar plannen niet heeft laten doorrekenen.Ook is opvallend dat PvdA en SP met hun plannen in 2030 niet de CO2 reductie van de Klimaatwet halen. Terwijl ze de Klimaatwet wel mede-ondertekend hebben.

Voor energiebesparing en het aandeel duurzame energie heeft GroenLinks een stevige ambitie in vergelijking met andere partijen. Wat mij vooral opvalt is het lage percentage energiebesparing bij D66, terwijl deze partij toch meerdere initiatiefnota’s over energiebesparing op haar naam heeft staan (2013, 2016).

score-energietransitie-klein-1024x722
Aandeel duurzame energie en percentage energiebesparing in 2030, bron NVDE op basis van doorrekening PBL.

GroenLinks scoort ook goed als het gaat om het ondersteunen van de lange termijn energietransitie.

image1
Bron: doorrekening PBL

Luchtkwaliteit & biodiversiteit

Een bijkomend effect van voorstellen van GroenLinks is de verbetering van de luchtkwaliteit t.o.v. het basispad. De emissies door transport van fijn stof dalen met 14%, van NOx met 10% en de landbouwemissies van ammoniak met 14%. De biodiversiteit stijgt met 20-25% t.o.v. het basispad.

Impact klimaatakkoord Parijs voor Nederlands langetermijn-klimaatbeleid

Vorig jaar heeft Sargasso veel aandacht besteed aan klimaat in de verkiezingsprogramma’s. Onderstaand bericht heb ik geschreven voor Sargasso om te kijken naar wat volgens het Planbureau voor de Leefomgeving de impact is van het klimaatakkoord van Parijs op het Nederlands langetermijn-klimaatbeleid en dit te vergelijken met wat verschillende politieke partijen in hun verkiezingsprogramma hebben opgenomen. Bijstellingen op basis van amendementen bij partijcongressen zijn (nog) niet verwerkt, ontbreekt me de tijd voor. Voeg gerust met bronvermelding toe in de reacties, dan werk ik het overzicht bij.

Impact klimaatakkoord van Parijs volgens PBL

Om te bepalen hoeveel minder CO2 Nederland mag uitstoten heeft PBL eerst berekend hoe groot het wereldwijde koolstofbudget nog is. Hiervan heeft PBL concretere doelstellingen voor emissies in Nederland afgeleid. Hoe deze doelstellingen er uit zien hangt onder andere af van wat een rechtvaardige en eerlijke verdeling is van de wereldwijde emissieruimte per land. PBL is uitgegaan van een gelijke wereldwijde emissies per hoofd van de bevolking. De Nederlandse uitstoot moet dan dalen met 37 tot 47% in 2030 en met meer dan 87% in 2050.

Belang van snelle omslag

Volgens PBL zijn de komende jaren cruciaal, zowel wereldwijd als in Nederland, om aan de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te voldoen. De beleidsvoornemens moeten fors worden aangescherpt om binnen het koolstofbudget te blijven. Waarbij vermindering van de CO2 emissie en energietransitie de kern van de klimaatbeleidsopgave vormen. In Nederland wordt 85% van de broeikasgasemissies gevormd door CO2 en CO2 heeft een lange levensduur, een lagere CO2 emissie is volgens de analyse van PBL dan ook het belangrijkst voor het tegengaan lange termijn klimaatverandering.

Op termijn zijn negatieve emissies volgens PBL mogelijk, maar de technieken hiervoor zijn niet onomstreden. Negatieve emissies kunnen bestaan uit CO2 afvang en opslag (CCS), CO2 afvang en vastlegging (CCU) in bijvoorbeeld bouwproducten, of het vastleggen van CO2 door bijvoorbeeld herbebossing. De CO2 emissie moet verder omlaag als er geen gebruik gemaakt wordt van negatieve emissies. Voor de doelstelling van 1,5°C  heeft PBL enkel een scenario doorgerekend met inzet van negatieve emissies.

Huidig beleid

De Nederlandse broeikasgasemissies dalen nu tamelijk geleidelijk: de emissiereductie in de laatste 10 jaar bedroeg zo’n 0,7 procentpunt per jaar voor alle Kyoto-broeikasgassen en ongeveer 0,5 procentpunt per jaar voor alleen CO2 (ten opzichte van het emissieniveau in 1990). Om de doelen voor 2030 en 2050 uit de illustratieve berekeningen te halen zou de jaarlijkse reductie 2,6-2,8 procentpunt moeten bedragen van het emissieniveau in 1990.

PBL constateert dan ook dat het huidige en voorgenomen beleid in Nederland onvoldoende is. Met het voorgenomen beleid komt de CO2 reductie uit op 12%in 2030 ten opzichte van 1990. Daar komt dan nog 12% bij als gevolg van de daling van andere broeikasgassen, zoals methaan en lachgas. Om het Nederlandse beleid in lijn te brengen met het Parijsakkoord is in 2030 40-50% minder CO2 uitstoot nodig ten opzichte van 1990. In 2050 moet de CO2 emissie tenminste 87% lager zijn. Om de 1,5°C doelstelling te halen is in 2050 meer dan 100% emissiereductie nodig. Oftewel: CO2 afvangen en opslaan of gebruiken.

Mogelijk maatregelen om beleid in lijn te brengen

Om het Nederlandse beleid, zonder gebruik van kernenergie, is het volgens PBL nodig om onder meer in te zetten op energiebesparing, elektrificatie van het energieverbruik, inzet van meer hernieuwbare energie en afvang en opslag van CO2. Het halen van de doelen vergt inzet op al deze terreinen, dus geen of- of, maar en – en. Om een versnelling te bereiken is het daarnaast nodig om waarborgen in te bouwen, zodat een robuust investeringsklimaat ontstaat. PBL stelt verder dat het van belang is dat er beleid ingezet wordt om alle infrastructurele, technische en institutionele randvoorwaarden op orde te maken voor grootschalige toepassing van CO2-arme technieken.

Vergelijking doelstellingen politieke partijen met PBL

In onderstaande tabel heb ik de doelstellingen de verschillende partijen voor vermindering van de CO2 uitstoot opgenomen voor 2030 en 2050. Sommige partijen doelen daarbij op de CO2 emissie, andere op alle broeikasgassen. Ik heb niet alle partijprogramma’s hierop nagelopen, waar bekend heb ik het aangegeven.

Doel (t.o.v. 1990) 2030 2050
2 °C (met negatieve emissies) 37% 87%
2 °C (zonder negatieve emissies) 40% 96%
1,5 °C (met negatieve emissies) 47% >100%
Basispad Nationale Energieverkenning 2016 24% (waarvan 12% CO2) Niet bekend
PvdD 65%* 100%* (in 2040)
ChristenUnie 55% Tenminste 85% voor 2050**
GroenLinks Tenminste 55%* Tenminste 95%*
PvdA Tenminste 55%* Tenminste 95%*
D66 Tenminste 50% Tenminste 90%
VVD 40% in EU verband 80-95% in EU verband
CDA 40% in EU verband 80-95% in EU verband
SP geen 100%
DENK ? ?
SGP ? ?
Nieuwe Wegen ? ?
Ondernemerspartij ? ?
50Plus ? ?
VNL ? ?
Piraten Partij ? ?
PVV ? ?
Forum voor Democratie ? ?

* betreft alle broeikasgassen
** De ChristenUnie zet in op een snelle en volledige energietransitie binnen één generatie. Dit heb ik opgevat als het binnen 30 jaar naar nul brengen van de CO2 emissies van energieverbruik. Volgens PBL is energieverbruik 85% van de CO2 emissies energiegerelateerd.

Mocht ik doelstellingen over het hoofd hebben gezien in de analyses of doelstellingen van partijen verkeerd weergeven, vul ze dan gerust met bronvermelding aan in de reacties. Dan voeg ik ze toe.

Dit bericht is eerder gepubliceerd op Sargasso.

Nieuwe baan bij Stratelligence

Veel mensen met wie ik contact onderhield weten het al: ik vertrek bij de Tweede Kamerfractie van GroenLinks. De afgelopen anderhalf jaar heb ik met veel plezier en genoegen gewerkt als fractiemedewerker energie, klimaat en milieu. Soms komen er echter kansen voorbij die je niet kan laten lopen en in die categorie valt mijn nieuwe baan bij Stratelligence. Ik mag daar onder andere gaan werken met een model dat het verdienpotentieel van groene innovaties voor de Nederlandse economie kwantificeert, uitgaande van het brede welvaartsbegrip. Voor alle mensen die ik vergeten ben te mailen of informeren over mijn overstap: dank voor de geweldige samenwerking de afgelopen anderhalf jaar, zonder al jullie hulp en aanwijzingen was het niet gelukt!

GroenLinks

De afgelopen anderhalf jaar zijn mooie resultaten geboekt door de GroenLinks fractie, waarbij ik met trots en plezier terug kijk op mijn eigen (kleine) bijdrage hieraan. Een persoonlijk hoogtepunt was dat ook de VVD de GroenLinks motie over Nederland in de top 10 van de mondiale cleantech index steunde. Veel belangrijker was het voorbereiden van de vele debatten over klimaatverandering, dieselgate, veiligheid in kerncentrales, sluiting van kolencentrales, de herziening van de mijnbouwwet en gaswinning in Groningen. Dat laatste dossier vind en vond ik het meest aangrijpend. De telefoongesprekken en mailwisselingen met bewoners en actievoerders waren inspirerend, hoopvol (door het volhardende verzet), maar vooral emotioneel. Niet alleen door de ellende waarin veel Groningse gedupeerden zitten, maar vooral door de millimeter stapjes waarmee schadedossiers zich voortbewegen en het weinige wat ik voor gedupeerden kon betekenen. Het verhaal van de middelbare scholiere over de psychische impact van mijnbouwschade maakt grote indruk op mij, net als de trailer van De Stille beving.

Het diepte (of hoogtepunt?) in de discussie over de Groningse gaswinning vormde het aangenomen amendement, dat financiële ondersteuning biedt voor proefprocessen tegen NAM en/of EBN. Om een klein beetje terug te doen voor Groningers heb ik tien Eurocent overgemaakt aan de Groninger Bodembeweging voor iedere kuub aardgas die ik heb verbruikt sinds november 2010 en dat blijf ik doen tot ons huis eindelijk helemaal van gas af is.

Wie wil begrijpen wat er aan de hand is in Groningen: kijk Zondag met Lubach over Gronings gas terug:

201701_team_liesbeth
‘Team Liesbeth’

De afgelopen maand heb ik me vooral bezig gehouden met (de inhoudelijke kant van) de Klimaatwet en de doorrekening van het verkiezingsprogramma door PBL. De Klimaatwet is afgelopen vrijdag gepresenteerd, samen met het plenaire debat over de ratificatie van de Overeenkomst van Parijs vormde dat een mooi slotstuk voor mijn werkzaamheden. Het werk aan de PBL doorrekening is inmiddels ook grotendeels afgerond, het is nu wachten op de resultaten die half februari worden gepresenteerd door PBL.

Nieuwe baan

Stratelligence is een consultancybureau, dat actief is in de sectoren water, energie en duurzaamheid, transport en infrastructuur, defensie en veiligheid, industrie en andere kapitaalintensieve sectoren. Stratelligence heeft veel expertise op het terrein van optieanalyse, adaptieve strategieën en omgaan met onzekerheid. Tevens hebben ze kennis van prestatiecontracten, innovatieve publiek-private samenwerkingsverbanden en strategisch advies. Bij het ontbreken van de juiste of volledige methodes ontwikkeld Stratelligence innovatieve aanpakken die ook bij onvolledige informatie richting kunnen geven of die volledig nieuw zijn voor de opdrachtgever of sector.

Bij Stratelligence ga ik onder andere meewerken aan het verder ontwikkelen van een model dat het verdienpotentieel van groene innovaties kwantificeert. Hierbij kan ik de kennis uit mijn milieu-economische opleiding combineren met de opgedane werkervaring bij overheid, politiek en bedrijfsleven. Oftewel een mooie en zeer inhoudelijke functie, waar de hersenpan weer fors mag gaan kraken.

Bij de klanten van Stratelligence werd ik in de nieuwjaarsgroet al geïntroduceerd:

expert op het gebied van milieu, energie, klimaat en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Hij studeerde Economie van Landbouw en Milieu, met als specialisatie milieu-economie. Krispijn is een verbinder en heeft zowel oog voor beleid als de uitwerking daarvan in de praktijk. Hierdoor is hij breed inzetbaar. Dit komt onder andere door zijn uitgebreide ervaring, zowel in de publieke als private sector, bij grote marktpartijen en een technische startup. Hij was Tweede Kamer fractiemedewerker energie, klimaat en milieu, adviseur maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen, senior adviseur veiligheid en MVO, beleidsmedewerker duurzaam ondernemen en werkzaam als beleidsmedewerker veilig ondernemen en milieu en economie bij het ministerie van Economische Zaken. Deze ervaring zorgt er ook voor dat Krispijn oog heeft voor (politieke) processen binnen en tussen organisaties. Bij Stratelligence zal hij zich bezighouden met vraagstukken rondom verduurzaming en duurzame ontwikkeling, groene groei, innovatie, luchtkwaliteit en energie.

Voordat ik aan de slag ga bij Stratelligence ga ik genieten van 2 weken vakantie: kinderen van school halen, achterstallige klussen in huis doen, lokaal campagne voeren voor GroenLinks bij de Tweede Kamerverkiezingen en het op poten zetten van Energiek Schiedam. Daarnaast geeft het tijd om me grondig in te lezen in de modellen waarmee ik ga werken in m’n nieuwe baan.

Ik heb erg veel zin in mijn nieuwe baan en kan nauwelijks wachten om aan de slag te gaan. Voor alle mensen die ik vergeten ben te mailen of informeren over mijn overstap: dank voor de geweldige samenwerking de afgelopen anderhalf jaar! Voor iedere stem voor de Klimaatwet in de Tweede Kamer koop ik een ton CO2 op en ook voor iedere zetel die GroenLinks bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 haalt koop ik een ton CO2 op. Dus Kies Klimaat, stem GroenLinks 😉

EZ, Shell en ExxonMobil hebben geheime afspraak over gaswinning Groningen

Shell en Exxon hebben in 2005 een geheime afspraak gemaakt met een hoge ambtenaar op het ministerie van Economische Zaken over het niveau van de gaswinning voor de lange termijn. Die afspraak is niet gedeeld met de Tweede Kamer. Dat blijkt uit documenten die de NOS heeft verkregen met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

Oud-directeur Jan de Jong van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) geeft in een reactie aan niet op de hoogte te zijn van deze afspraken. Als toezichthouder is hij daar nooit in gekend. Ook de Tweede Kamer is niet geïnformeerd over nieuwe produktie-afspraken, concludeert De Jong.

Ik weet dat omdat ik het nooit heb gezien. Het is er niet. En dat is natuurlijk heel vreemd.

De Tweede Kamer heeft inmiddels om opheldering gevraagd en Milieudefensie pleit voor openbaarmaking van de contacten tussen NAM, Shell, ExxonMobil en de overheid.

Open waanlink

Dit bericht is eerder als open waanlink op Sargasso gepubliceerd.

Essent start bouw 12 mega windmolens

Gisteren las ik dat RWE/Essent begonnen is met de bouw van het windpark Zuidwester, onderdeel van het grotere windpark Noordoostpolder. In windpark Zuidwester komen 12 windmolens van 7,5 MW per stuk te staan. In totaal gaat Zuidwester 280 miljoen kiloWattuur per jaar produceren. Daarmee is het windpark goed voor het energieverbruik van 80.000 huishoudens (uitgaande van 3.500 kWh per huishouden per jaar).

Dat betekent dat iedere windmolen ruim 6.500 huishoudens van elektriciteit kan voorzien. Dat betekent dat één zo’n nieuwe molen ruim voldoende elektriciteit produceert om heel Strukton een jaar van windenergie te voorzien, zelfs nu het elektriciteitsverbruik de afgelopen jaren door overnames is gestegen tot het equivalent van zo’n 4.000 huishoudens.

Het gehele windpark NOP gaat 1,4 TWh (1,4 miljard kWh) opwekken. Dat is voldoende om de Nederlandse treinen van windenergie te voorzien, of om de rijksoverheid van Noorse waterkracht af te halen (inclusief de Tweede Kamer) en op Nederlandse windenergie over te laten schakelen.