27 proeftuinen gaan #vangaslos

In het Energierapport – Transitie naar duurzaam uit 2016 geeft de rijksoverheid aan dat het gebruik van aardgas voor ruimteverwarming in de gebouwde omgeving in 2050 zoveel mogelijk zal zijn verminderd. Inmiddels heeft het kabinet aangegeven dat de gaswinning in het Groningen gasveld in 2030 gaat stoppen en voor nieuwbouwwoningen is een aansluiting op het gasnet sinds 1 juli 2018 een uitzondering. In de reacties op eerdere berichten vroegen verschillende reaguurders zich af wat dat gaat betekenen voor bestaande wijken en woningen. Vandaag een eerste stuk hierover naar aanleiding van de toekenning van 120 miljoen Euro subsidie aan 27 gemeenten om een wijk van gas los te maken. In dit stuk geef ik een beeld van de technische opties. Wie een beeld wil hebben hoe zijn gemeente de warmtetransitie gaat invullen kan dat beter navragen bij zijn eigen gemeente.

Aanvragen

In totaal zijn 74 voorstellen ingediend bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de plannen onder andere beoordeeld op kwaliteit en de financiële onderbouwing. Ook werd gekeken hoe de plannen konden helpen bij mogelijke andere opgaven in de wijk. Om zoveel mogelijk kennis op te doen voor andere wijken is een gevarieerde groep geselecteerd: groot en klein, landelijke en stedelijk, verschillende technieken en spreiding door heel Nederland: elke provincie heeft minimaal één proeftuin. Het kabinet heeft 40 miljoen Euro meer beschikbaar gemaakt dan de oorspronkelijke 80 miljoen Euro. Halverwege 2019 kunnen gemeente waarschijnlijk opnieuw een aanvraag indienen.

De 27 geselecteerde gemeenten gaan kennis delen via een kennisprogramma, dat toegankelijk wordt voor alle gemeenten. Dit programma gaat gemeenten helpen bij het invullen van hun regierol in de warmtetransitie en is nodig om de overgang naar aardgasvrije wijken te versnellen. Andere partners van het Programma Aardgasvrije Wijken zijn het ministerie van EZK, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UVW). Naast de proeftuinen ondersteunt het rijk het aardgasvrij maken van Nederland met een programma voor aardgasvrije en frisse basisscholen (5 miljoen euro) en een subsidie voor technische innovaties (12,8 miljoen euro).

Warmtenetten

Uit een analyse door Squarewise blijkt dat de geselecteerde proeftuinen in bijna driekwart van de gevallen kiezen voor warmtenetten. In acht wijken gaat het om uitbreiding van conventionele warmtenetten die gebruik maken van industriële restwarmte of warmte van afvalverbranders. Daarnaast zijn er nog 11 wijken die kiezen voor een warmtenet. Uitbreiding van een bestaand warmtenet gebeurd bijvoorbeeld in Eindhoven, Amsterdam, Purmerend, Sliedrecht , Middelburg en Delfzijl. In Utrecht, Rotterdam en Den Haag is de keuze nog niet gemaakt volgens de nieuwsberichten. Wat mij lastig lijkt, omdat in de aanvraag aangegeven moest worden voor welke oplossing gekozen werd.

Ook Brunsum en Sittard hebben subsidie gekregen voor uitbreiding van hun warmtenet. Brunsum voor het aansluiten van meer woningen op het warmtenet van Mijnwater bv en Sittard voor het aansluiten van meer woningen op Het Groene Net. Mijnwater bv gebruikt warm water uit oude mijnbouwschachten voor het verwarmen van huizen. Het Groene Net maakt gebruik van een biomassa centrale en restwarmte van industrieterrein Chemelot voor de voeding van het warmtenet.

De gemeente Wageningen heeft subsidie toegekend gekregen voor aanleg van een coöperatief warmtenet, dat in handen komt van de bewoners. Voor zover ik het project in Wageningen begrijp bevat dit plan nog wel aardgas als achtervang voor de hoogtemperatuur warmtepomp. De gemeente Loppersum heeft plannen voor een warmtenet en de combinatie van warmtepompen en collectieve warmte-koude-opslag-systemen.

Een bijzonder soort van warmtenet, waarvoor subsidie is toegekend is het project Nagele in balans. In het plan worden de daken gebruikt voor zonnecollectoren, waartoe het ‘platte daken-dorp’ zich uitstekend leent. Door seizoensberging wordt een balans gemaakt tussen opwekking, opslag en gebruik van energie. Onder de grote grasvelden van de hofjes komen goed geïsoleerde opslagtanks te liggen. Deze dienen als opslagplaats voor het overschot aan heet water die de thermische zonnecollectoren ‘s zomers opwekken. In de winter wordt dit warme water gebruikt om de huizen te verwarmen.

All-electric en groen gas

Warmtenetten zijn niet voor alle wijken een oplossing. Andere oplossingen, zoals all-electric en groen gas zijn pas veel korter in ontwikkeling en zijn daardoor vaak ook nog duur. De kans op kostendalingen door grotere volumes of door innovaties tijdens het bouwproces zijn daarmee ook groter. Om een voorbeeld te geven: een renovatie naar all-electric en nul op de meter kostte een jaar of 10 geleden meer dan een ton per woning, inmiddels zijn de kosten gedaald naar zo’n 60.000 Euro. Voor het all-electric maken van een woning heb ik ook al partijen gezien die dat voor 10.000 tot 30.000 Euro kunnen. Deze partijen zijn op zoek naar klanten en naar schaalgrootte, zodat ze kunnen profiteren van schaalvoordelen en de daarmee de kosten kunnen verlagen.

Er zijn echter maar vier subsidies toegekend aan wijken die kiezen voor all-electric en vier subsidies voor groen gas. De gemeente Assen heeft geld gekregen voor het aanpakken van de wijk waar een van de eerste VVE flats (VVE Ellen) staat die naar nul op de meter is gerenoveerd. In het nieuwsbericht wordt gesproken over herhaling van deze aanpak bij andere flats in de wijk. In Assen wordt dus waarschijnlijk voor een all-electric oplossing gekozen. Ook de gemeente Appingedam gaat aan de slag met all-electric in de vorm van warmtepompen op lucht.

De gemeente Pekela kiest voor een combinatie van hybride warmtepompen met biogas uit lokaal rioolslib. Ook de gemeente Oldambt kiest voor groen gas.

Afvallers gaan door

Veel van de initiatieven die geen subsidie hebben gekregen gaan wel door, als is vaak nog niet duidelijk hoe. Veel initiatieven zijn of gaan hierover lokaal in overleg met bewoners, gemeenten en andere betrokken organisaties, zoals netbeheerders en woningbouwcorporaties. Daar zitten ook initiatieven van bewoners bij, zoals Warm in de Wijk dat de Haagse Vruchtenbuurt aardgasvrij wil maken. Warm in de Wijk heeft geen subsidie gekregen van het rijk.

Conclusie

Voor zover ik de verschillende plannen heb weten te vinden verschillen ze sterk in aanpak en in hoe ver de plannen al gevorderd zijn. Technisch gezien kiest een groot aantal gemeenten voor (uitbreiding van) een conventioneel warmtenet. Slechts een klein aantal ervan zijn in mijn ogen innovatief te noemen en bieden kans om te leren voor andere wijken. Ik denk dan met name aan Brunsum, Loppersum, Nagele en Wageningen. In alle vier de gemeenten wordt een warmtenet aangelegd dat afwijkt van de standaard en dat mogelijk toepasbaar is in andere wijken, buurten en dorpskernen waar all-electric of biogas nu de enige alternatieven lijken.

Ook de biogas en all-electric wijken vind ik technisch interessant, omdat dit technieken zijn die nog volop in ontwikkeling zijn. Het beschikbaar krijgen van voldoende biogas gaat wel een uitdaging worden. Wat betekent dat er vooral een grote kostendaling nodig is bij all-electric om de ambities uit het Energierapport en het Klimaatakkoord te halen.

Vanuit sociaal oogpunt en draagvlak vind ik vooral de wijken waar de bewoners zelf het initiatief nemen interessant. Bij de geselecteerde proefwijken betreft dit Wageningen. Daarbuiten zijn er echter meer wijken die zelf bezig zijn, zoals de Vruchtenbuurt in Den Haag en Meer Energie in Amsterdam.

Zelf aan de slag?

Wie zelf aan de slag wil met het aardgasvrij maken van zijn woning kan terecht bij het stappenplan aardgasvrij wonen van MilieuCentraal,  bij een lokale energiecoöperatie of bij het lokale energieloket van zijn gemeente. Wie wil weten wat de plannen van zijn gemeente zijn voor zijn buurt kan kijken bij Hierverwarmt of navraag doen bij de eigen gemeente. Wie samen met zijn buren aan de slag wil kan veel informatie vinden bij Hierverwarmt en Hieropgewekt.

Disclaimer: de gemeente waar ik woon en de gemeente waar ik werkzaam ben hebben ook een subsidieaanvraag ingediend, maar deze zijn niet toegewezen. In beide gemeenten ben ik niet rechtstreeks betrokken geweest bij de subsidieaanvragen.

Dit bericht is geschreven voor en gepubliceerd op Sargasso.

Vraagtekens bij notitie energieconcepten DWA

Op 14 september publiceerde het Lente Akkoord de resultaten van een onderzoek door DWA van verschillende verwarmingsconcepten voor nieuwbouw. In het onderzoek is naast warmtenet en warmtepomp ook infraroodverwarming meegenomen. Volgens het onderzoek is de investering voor infraroodverwarming het goedkoopst, maar zijn de totale lasten over een periode van 30 jaar het hoogst. De notitie roept bij mij de nodige vragen op. Die heb ik gesteld, maar vier weken na de eerste poging tot contact met DWA is er nog geen antwoord op mijn vragen. Neemt niet weg dat je in plaats van de conclusies klakkeloos over te nemen best leuk kan rekenen aan zo’n notitie. Dat levert wel de nodige vraagtekens op, zowel richting DWA als richting bouw- en energiegerelateerde nieuwssites die de conclusies hebben overgenomen. Tenzij ik ergens een grote denk- of rekenfout heb zitten, wat je in de reacties hieronder kunt aangeven.

Update 9 november: ik ben op een leesfout gewezen, waarbij ik de volgende tekst op pagina 4 van de notitie over het hoofd heb gezien. Dat verandert een aantal vraagtekens in omvang:

De variabele kosten voor elektriciteit zijn gebaseerd op de prognose van het totaal verbruik van elektriciteit. Dit betreft de som van gebouwgebonden installaties en een stelpost voor de nietgebouwgebonden apparatuur. Indien het warmteconcept niet voorziet in de levering van koude, dan is een forfaitair elektriciteitsverbruik voor een traditionele koelunit opgenomen in de post gebouwgebonden installaties

Zit je er klaar voor? Gaan we dan 🙂

Investeringskosten

DWA heeft in de notitie onderstaande tabel staan met de investeringsraming per woning. Het gaat om bedragen exclusief btw. Voor de particulier komt er dus 21% bovenop.

DWA_investeringskosten_aardgasvrije warmteconcepten en infrarood stralingspanelen

De investeringskosten voor een warmtepomp vind ik aan de hoge kant, maar zit wel in de range zoals bv. Eigen Huis die op zijn site heeft staan. Voor een bodemwarmtepomp met bron rekent Eigen Huis op 10-15 duizend Euro. DWA zit met 11.200 Euro redelijk in lijn daarmee. Voor een luchtwarmtepomp rekent Eigen Huis op 8-12 duizend Euro, inclusief installatie, DWA zit met 9.000 Euro ook daar binnen de bandbreedte. Al hoor ik bij beide type warmtepompen op social media geregeld dat producenten dat soort prijzen zelden ontvangen voor hun warmtepomp.

De kosten voor warmtenet liggen in de bandbreedte van aansluitkosten die ik vaker heb gehoord. Voor infrarood verwarming liggen de kosten wat lager dan ik zou verwachten.

Een elektrisch boilervat van 1.200 Euro vind ik aan de dure kant. Uitgaande van een conventionele elektrische boiler koop je daarvoor bv. een 150 liter boiler uit een premium lijn, andere merken zijn met meer liters voor 600 tot 900 Euro te krijgen. Voor 1.200 Euro heb je, na aftrek van de ISDE subsidie, ook een 260 liter warmtepompboiler (geschikt voor 4 personen).

Tesy warmtepomp boiler 260L   BoilerGarant.png

Energieverbruik verwarming

Nog leuker vind ik het uiteraard om al die theoretische sommetjes over het energieverbruik te zetten naast mijn eigen praktijkverbruik en naast de praktijkverbruiken die ik ken van infraroodverwarming en warmtepompen. Plus de berekening van het energieverbruik van verschillende verwarmingsconcepten, die ik van energieadviseur Lars Boelen ontving. DWA heeft geen elektriciteitsverbruik in de notitie staan en ook geen verdeling naar kosten voor ventilatie, verwarming, warm water en bewonersbundel. Wel staat onderstaande tabel met jaarlasten in de DWA notitie:

DWA_berekening

Zoals ik verwacht op basis van mijn kennis van de verschillende technieken levert het hoge temperatuur warmtenet de laagste rekening op voor elektriciteit woning exclusief pv. De vastrechtkosten voor warmte vind ik aan de hoge kant, bij het warmtenet van Eneco in Rotterdam lagen deze een aantal jaar geleden rond de 370 Euro inclusief btw. DWA gaat uit van 446 Euro exclusief btw. Bij de twee andere warmtenetten (10 en 40 graden) valt op dat daar geen vastrecht verschuldigd is. Dat de variabele kosten voor een bodemwarmtepomp lager liggen dan voor een lucht-warmtepomp ligt in de lijn der verwachting, een bodemwarmtepomp heeft een constantere brontemperatuur waardoor deze efficiënter werkte en minder stroom gebruikt.

Zelf vind ik de elektriciteitsrekening aan de hoge kant. Een elektriciteitsverbruik van 1.205 Euro voor een individuele warmtepomp op buitenlucht is bij een prijs van 20 Eurocent per kilowattuur gelijk aan zesduizend kilowattuur per jaar, enkel voor gebouwgebonden installaties (verwarming, warm water en ventilatie), als ik de omschrijving “elektriciteit woning exclusief pv” goed begrijp. Dit is een van de punten waar ik DWA vragen over heb gesteld, maar waar ik nog geen reactie op heb ontvangen.

De kosten van het elektriciteitsverbruik zijn verder niet gespecificeerd. Het elektriciteitsverbruik voor warm water en ventilatie heb ik daarom afgeleid uit onderstaande berekening van Lars Boelen. Wat een snelle, indicatieve berekening is, maar wat wel een aardig beeld geeft van de verwachte elektriciteitsverbruiken.

berekening_lars_boelen

Hieronder zal ik het elektriciteitsverbruik voor verwarming per techniek technieken vergelijken op basis van verschillende bronnen die ik beschikbaar heb.

Energieverbruik lucht-water warmtepomp

Op de eerste plaats heb ik het elektriciteitsverbruik van de verschillende luchtwarmtepomp vergeleken. Daarbij valt op dat DWA erg hoog zit t.o.v. andere rapporten en ten opzichte van praktijkverbruiken, waar ik eerder over schreef. Met behulp van de opdeling die Lars Boelen in zijn berekeningen heeft zitten heb ik bij DWA een opsplitsing gemaakt in elektriciteit voor warm water, ventilatie en verwarming.

Concept DWA LWWP LB DWA LWWP BB Boelen LWWP Rapport 2 LWWP
LWWP praktijk 2014
Elektriciteit verwarming 1976 1276 759 1897 622
Elektriciteit warm water 1122 1122 1122 1122 550
Elektriciteit ventilatie 500 500 500 500
Totaal gebouwgebonden 3598 2898 2381 3519 1172

Bij DWA ben ik uit gegaan van 2 mogelijke bewonersbundels: van 2.000 kWh/jaar, zoals Lars Boelen die hanteert, en van 2.700 kWh/jaar zoals het andere rapport dat ik heb liggen hanteert. Bij beide bewonersbundels blijft het gebouwgebonden elektriciteitsverbruik aan de hoge kant. De berekening van Lars Boelen komt het dichtst in de buurt van het praktijkverbruik uit woningen in 2014. Het elektriciteitsverbruik voor warm water is wel een factor 2 hoger dan bij de praktijkwoningen. Bij het praktijkverbruik uit 2014 kan ik niet terugvinden of daar nog los elektriciteit nodig was voor ventilatie. Als ik daar 500 kWh voor reken blijft het gebouwgebonden elektriciteitsverbruik bij alle theoretische berekeningen zo’n 40 tot 115% hoger dan dat van praktijkwoningen.

Als ik de gegeven omzet naar energieverbruik per vierkante meter per jaar (waar de nieuwe BENG norm naartoe lijkt te gaan) ontstaat het volgende beeld:

Concept Verwarming in kWh/m2 per jaar
DWA LWWP LB 16
DWA LWWP BB 10
Boelen LWWP 6
Rapport 2 LWWP 15
LWWP praktijk 2014 6

DWA zit hier bij een bewonersbundel a la Lars Boelen (DWA LWWP LB) in een ZEN woning bijna een factor 3 hoger dan in een slechter geïsoleerde woning in de praktijk (LWWP praktijk 2014) en dan wat Lars Boelen berekend. Uitgaande van de bewonersbundel van Lars Boele komt het verbruik per m2 van DWA wel overeen het andere rapport dat ik ken.

Beide rapporten zitten nog wel een bijna een factor 3 boven het energieverbruik in de praktijk en van Lars Boelen. Pas als ik bij DWA met een bewonersbundel van 3.200 kWh reken is het energieverbruik per m2 voor verwarming gelijk aan dat van een EPC 0,4 woning.

Energieverbruik water-water warmtepomp bodemlus

Voor bodemenergie heb ik geen vergelijkbare praktijkcijfers. Wel heb ik de cijfers van Lars Boelen en uit een tweede rapport. Dat levert onderstaande resultaten op voor het energieverbruik.

Concept DWA WWWP LB DWA WWWP BB Boelen WWWP
Rapport 2 WWWP
Elektriciteit verwarming 1357 657 456 1247
Elektriciteit warm water 935 935 935 935
Elektriciteit ventilatie 500 500 500 500
Totaal gebouwgebonden 2792 2092 1891 2682

Wederom zitten DWA en het andere rapport hoger in elektriciteitsverbruik voor verwarming dan Lars Boelen. Dat kan zitten in de omvang van de woning, maar als ik kijk naar het energieverbruik in kilowattuur per vierkante meter per jaar ontstaat hetzelfde beeld. Tenzij DWA een hogere bewonersbundel hanteert, dan komt de bodemwarmtepomp in de buurt van het verbruik waar Lars Boelen op uitkomt.

Concept Verwarming in kWh/m2 per jaar
DWA WWWP LB 11
DWA WWWP BB 5
Boelen WWWP 4
Rapport 2 WWWP 10

Het energieverbruik van DWA met een bewonersbundel a la Lars Boelen ligt in de buurt van het tweede rapport.

Energieverbruik warmtenet

Over het energieverbruik op basis van een warmtenet kan ik weinig zinnigs zeggen, al heb ik mijn eigen energieverbruik wel eens omgerekend naar warmtenet. Daar heb ik geen andere rapporten over en geen praktijkgegevens. Voor nu sla ik die dus maar over.

Energieverbruik infrarood stralingsverwarming

Naar infrarood stralingsverwarming is in Nederland naar mijn weten weinig onderzoek gedaan. Ik ken wel onderzoek uit Duitland van de Universiteit van Kaiserslautern. Uit praktijk onderzoek uit 2008-2009 komt volgens de Universiteit van Kaiserlautern naar voren dat infraroodstraling een verstandig alternatief vormt voor conventionele verwarmingssystemen in oudere slecht geïsoleerde woningen (de metingen zijn gedaan aan 2 ongeïsoleerde jaren 30 woningen). Correct gebruik van infrarood stralingsverwarming biedt volgen de onderzoekers voordelen op het gebied van energieverbruik, kosten en CO2-balans.

De Universiteit van Kaiserlautern maakt daarbij verschil tussen infrarood stralingsverwarming en infrarood verwarming. Het stralingsrendement is volgens de universiteit de cruciale parameter om te bepalen of het een infraroodstraler of een conventionele convectieverwarmer is. Op basis van de bestaande normen voor infrarood-radiatoren op hoge temperatuur definieert de universiteit van Kaiserslautern twee categorieën:

  • Categorie I: stralingsefficiëntie van 40% tot 50%.
  • Categorie II: meer dan 50% stralingsrendement.

De fysisch-theoretisch haalbare waarden voor de stralingsefficiëntie in infrarood-radiatoren bij lage temperatuur zijn minder dan 60%. Ieder fabrikant die daar boven zit heeft dus wat uit te leggen. Uit onderzoek van de universiteit uit 2010-2013 komt naar voren dat meer dan 90% van de aangeboden producten als infraroodverwarmingstoestellen of infraroodverwarmers geen stralingsverwarmers zijn, maar conventionele elektrische convectie verwarmingstoestellen.

De universiteit van Kaiserlautern komt uit op een energiebehoefte voor een gasgestookte woning van 187,85 kWh/m² tegen 71,21 kWh/m² voor een met infrarood stralingswarmte verwarmde woning. Wat wil zeggen dat het energieverbruik bij gebruik van infrarood stralingswarmte met ongeveer 2/3 daalt t.o.v. aardgas (zie pagina 4 van hun ForschungsberichtIR). Zelf ga ik er van uit dat dit te hoog is, ook leveranciers waar ik mee praat hebben het over lagere besparingen. Op basis van die informatie verwacht ik dat een daling van het energieverbruik met 20 tot 40% mogelijk is.

Infraroodverwarming bij DWA

Bij infraroodverwarming introduceert DWA een extra onbekende in de vorm van een forfaitaire post koeling, omdat woningen niet gekoeld kunnen worden met infraroodverwarming. Iets dat wel kan bij een warmtepomp. In mijn ogen een rare gedachtekronkel, omdat je hiermee een verwarmingstechniek afstraft voor ontwerpers die geen rekening houden met de seizoensinvloeden op woningen. Ik heb geen idee hoe hoog de forfaitaire post koeling is, dus ik zet hem voor de berekeningen hieronder op nul. Ook zorgt het uitgangspunt dat warm water met een standaard elektrische boiler wordt opgewekt voor een hogere elektriciteitsrekening.

Om de gegevens van DWA te vergelijken heb ik bij infraroodstralingsverwarming naast de berekeningen van Lars Boelen ook praktijkgegevens van twee verschillende type woningen gebruikt. In beide gevallen gaat het om matig geïsoleerde woningen (2 tot 3 cm isolatiemateriaal). Eerder vergeleek ik mijn eigen energieverbruik al eens met een van de woningen en gaf ik ook een impressie van wonen in een huis met infraroodverwarming (straling, want > 50% stralingscomponent). Als ik het elektriciteitsverbruik van de verschillende concepten naast elkaar zet ontstaat het volgende beeld:

DWA vs Boelen vs rapporten IR

DWA zit bij infrarood stralingsverwarming op het eerste gezicht wederom hoger dan Lars Boelen en dit keer ook dan het tweede rapport dat ik heb, tenzij er een hogere bewonersbundel is. Voor verwarming zit DWA net als Lars Boelen en het tweede rapport onder het prakijkverbruik van IR 1 2017. Dit is dezelfde woning als waar ik in 2014 al een keer naar keek. Toen verwarmde deze familie slechts 150 m2 van hun 250 m2 grote woning, in 2017 verwarmden ze echter de volle 250 m2, wat het toegenomen elektriciteitsverbuik verklaart. Het te verwarmen oppervlak is daarmee ook bijna 2 keer zo groot als het oppervlak waar DWA, Lars Boelen en het 2e rapport mee rekenen.

Ook hier zit een groot verschil in het energiegebruik voor warm water. Met doorstroomverwarmers komen de bewoners van IR 1 (gezin van 2 volwassenen met 2 kinderen) uit rond het elektriciteitsgebruik dat volgens Lars Boelen haalbaar is met een warmtepomp met COP 2. De bewoners van IR 2 maken het nog bonter, al ken ik de gezinssituatie daar niet goed en vermoed ik dat dat 1 of 2 persoonshuishouden is.

Als we kijken naar het elektriciteitsverbruik voor verwarming per vierkante meter per jaar ontstaat het volgende beeld.

Concept Verwarming in kWh/m2 per jaar
DWA IR LB 30
DWA IR BB 24
Boelen boiler IR 18
Boelen VWP IR 18
Rapport 2 IR 31
IR 1 2017 18
IR 2 2017 26
IR 1 2014 23

Het energieverbruik per m2 van DWA bij gebruik van de bewonersbundel van Lars Boelen en het energieverbruik van het tweede rapport liggen dicht bij elkaar. Als ik er bij DWA een grotere bewonersbundel afhaal dan komt DWA in de buurt van het praktijkverbruik van IR 2 2017 en IR 1 in 2014. Dat betreft echter woningen die zeker niet voldoen aan de ZEN standaard voor isolatie. Lars Boelen zit wederom lager, dit keer minder dan bij de warmtepompen, maar nog steeds zo’n 40% lager dan DWA en het andere theoretische rapport. Lars Boelen komt voor een ZEN woning uit op het energieverbruik van een woning met 2,5 centimeter isolatie, wat behoorlijk hoger is dan verwacht omdat een ZEN woning betere isolatie heeft.

DWA versus gas

Zelf woon ik in een label C woning, die we met een HR ketel op aardgas verwarmen. Mijn energieverbruik per vierkante meter per jaar zou dus hoger moeten liggen dan wat een ZEN woning kan halen. De Rc waardes van ons huis zijn (uit mijn hoofd gezegd) 2 voor de wanden en 2,5 voor de vloer en het dak. In de leefruimte gewoon dubbel glas aan de zuidzijde, HR+ glas aan de noordzijde en een voordeur waarlangs je het licht naar binnen ziet kieren. Dat levert het volgende plaatje op:

Concept Verwarming in kWh/m2 per jaar Beek gas = 1 Boelen gas = 1
Boelen gas 18 47% 100%
Beek gas 2017 39 100% 214%
DWA LWWP LB 16 41% 87%
DWA WWWP LB 11 28% 60%
DWA IR LB 30 76% 162%
IR 1 2017 18 46% 98%
IR 2 2017 26 66% 142%
IR 1 2014 23 57% 123%

Een ZEN woning is zoals te verwacht is veel zuiniger dan mijn label C woning. Dit varieert volgens DWA met een bewonersbundel van 2.000 kWh van 34% zuiniger bij infraroodverwarming tot 72% zuiniger bij een bodemwarmtepomp. Een ZEN woning met aardgas is volgens berekening van Lars Boelen de helft zuiniger. Als de gaswoning van Lars Boelen als uitgangspunt wordt genomen is infrarood volgens DWA 62% onzuiniger. Ook op deze berekeningswijze valt te zien dat er een behoorlijke afwijking zit t.o.v. de praktijkcijfers met infraroodverwarming.

Als ik ervan uitga dat de bewonersbundel van DWA geen bewonersbundel heeft meegerekend dan is een lucht-water warmtepomp in een ZEN woning dus slechts 18% zuiniger dan mijn C-label op aardgas.  Of eigenlijk is mijn huis dan zuiniger, want een luchtwarmtepomp met een COP hoger dan 1,2 levert al meer warmte dan mijn HR-keteltje… Voor de bodemwarmtepomp gaat dit op vanaf een COP van 1,5. Bij infrarood verwarming gebeurd helemaal iets raars. Het energieverbruik wordt daar in een beter geïsoleerde woning dan die van mij hoger. Nu wil ik best geloven dat er leveranciers zijn die te rooskleurige plaatjes voorschotelen, maar dit vind ik toch op z’n minst apart en hier heeft DWA wat mij betreft wat uit te leggen.

 

Als ik uitga van een grotere bewonersbundel van 2.700 kWh ontstaat het volgende beeld:

Concept Verwarming in kWh/m2 per jaar Beek gas = 1 Boelen gas = 1
Boelen gas 18 47% 100%
Beek gas 2017 39 100% 214%
DWA LWWP BB 10 26% 56%
DWA WWWP BB 5 13% 29%
DWA IR BB 24 62% 132%
IR 1 2017 18 46% 98%
IR 2 2017 26 66% 142%
IR 1 2014 23 57% 123%

De luchtwater warmtepomp en de waterwater warmtepomp met bodemlus zijn nu nog energiezuiniger dan mijn C-label woning op aardgas. De woning van DWA met infraroodverwarming wordt energiezuiniger dan een van de praktijkwonineng met infraroodverwarming. De andere praktijkwoning met infraroodverwarming blijft beide jaren energiezuiniger, ondanks de veel slechtere isolatie.

Aan DWA gestelde vragen

Op 5 oktober heb ik onderstaande vragen gesteld aan DWA, omdat ik aandacht aan hun notitie wilde besteden op Sargasso. Tot op heden heb ik geen reactie gekregen, waardoor het verhaal een te hoog rekennerd gehalte houdt en ik het niet geschikt vind voor publicatie op Sargasso.

  1. Hebben de elektriciteitskosten in de notitie enkel betrekking op gebouwgebonden installaties (verwarming, ventilatie en warm water) en kunt u specificeren welk deel van het verbruik voor welke functie is?
  2. Als het elektriciteitsverbruik enkel voor gebouwgebonden installaties is klopt het dan het gebouwgebonden elektriciteitsverbruik bij een ZEN woning met luchtwarmtepomp op zo’n 5.600 kWh/jaar uitkomt, voor een bodemwarmtepomp op 4.800 kWh/jaar en voor infraroodverwarming op 5.700 kWh/jaar? Prijspeil per kWh: 0,20 Euro per kWh.
    Zo nee, kunt u aangeven hoe hoog het elektriciteitsverbruik voor gebouwgebonden installaties dan is, ik kan dit namelijk niet uit uw notitie halen?
    Zo ja, kunt u dan aangeven hoe u komt tot de conclusie dat infrarood stralingspanelen als onzuinig worden weergegeven, terwijl het probleem dan meer in de gekozen warm water voorziening lijkt te zitten?
  3. Kunt u aangeven met welke discontovoet is gerekend bij de TCO berekening en met welke levensduur en vervangingskosten voor de verschillende systemen gerekend is?
  4. Als er wel een bewonersbundel in de berekening zit kunt u dan aangeven hoe groot deze bewonersbundel voor elektriciteit is?

Conclusie

De energiekosten uit de DWA notitie blijven een black box. De getallen kunnen afwijken als de opdeling tussen ventilatie, warm water en verwarming, zoals ik die op basis van de gegevens van Lars Boelen heb gemaakt, door DWA anders is gemaakt. De enige die daar antwoord op kan geven is DWA.

Het tweede dat opvalt is dat DWA, Lars Boelen en het tweede rapport moeite hebben met infraroodstralingsverwarming. De gebruikelijke reactie daarop is dat infraroodstralingsverwarming een COP van 1 heeft en dus niet interessant is. De vraag is of dat terecht is. Als het energieverbruik in een slecht geïsoleerde woning in Duitsland door toepassing van infraroodstralingsverwarming met tweederde omlaag te brengen is ten opzichte van gas, ligt het voor de hand dat er ook een besparing ten opzichte van gas mogelijk is in beter geïsoleerde woningen. Het is goed mogelijk dat die besparing lager ligt, maar dat een ZEN woning op infraroodverwarming slechts 1/3 tot 40% zuiniger zou zijn dan mijn label C woning lijkt me sterk.

Het tweede dat opvalt is dat het energieverbruik in een Zeer Energiezuinige Nieuwbouw (ZEN) woning in energieverbruik per vierkante meter slechts beperkt beter scoort dan mijn eigen energieverbruik in een label C woning. Het maakt daarbij niet uit naar welke techniek ik kijk. Terwijl een ZEN woning zoals DWA die gebruikt veel beter geïsoleerd is dan mijn woning en ik ook een veel lagere warmtevraag zou verwachten. In techniek: de RC waarden van onze schil is 2 tot 2,5, DWA gaat uit van 4 voor de vloer, 4,5 voor de gevel en 7 voor het dak.

Tot slot valt op dat de inschatting van het energiegebruik voor warm water een grote invloed heeft op de uitkomsten. Ook daar lijkt de aanname dat overschakelen op elektrische verwarming via doorstroomverwarmers of een elektrische boiler 1 op 1 leidt tot omzetting van gas naar elektriciteit te simplistisch. Ook roept het de vraag op waarom bij een boiler prijs van 1.200 Euro niet gekozen wordt voor een zuinigere vorm van warmwatervoorziening, bijvoorbeeld door te kiezen voor een warmtepompboiler.

Mijn voorlopige conclusie: de energieverbruiken van DWA en het tweede rapport liggen hoger dan de praktijkcijfers die ik ken voor luchtwarmtepompen en dan de energieverbruiken waar Lars Boelen en de praktijkcijfers die ik heb op uitkomen. Voor infrarood stralingsverwarming valt tot slot op dat vastgehouden wordt aan de stelling dat de COP 1 is, waarmee bedoelt wordt dat er geen besparing mogelijk is ten opzichte van gas. Dat stemt niet overeen met de praktijkcijfers waar ik over beschik en ook niet met de theorie. Daar ga ik deze winter zelf in de praktijk aan rekenen, want ik heb op dat punt meer vertrouwen in het onderzoek van de Universiteit van Karlsruhe.

Mochten er fouten of hiaten in mijn redeneringen zitten dan hoor ik dat graag in de reacties. Mijn berekeningen kun je hier vinden.

Heb je zelf praktijkgegevens van een bodemwarmtepomp, stadsverwarming (hoog, laag en middentemperatuur) of een andere techniek dan hou ik me ook aanbevolen.

Warmtenetten, want ‘uiteindelijk wil je gewoon resultaat. Hoe dan ook’.

Update 14 februari 2016: cijfers aangepast, zodat afschrijvingskosten en onderhoudskosten CV-ketel toegevoegd.

De afgelopen dagen verzandde ik weer eens in een discussie over warmtenetten. Een van de uitspraken daarin was dat je resultaat wilt, hoe dan ook. Eerder liet ik al zien dat als het gaat om de laagste kosten voor de consument je niet van gas op warmte moet overschakelen, dus dat zal niet het beoogde resultaat zijn. Als het er om gaat dat je als burger klimaatemissies wil tegen gaan kan je beter CO2-emissierechten opkopen. De kostprijs van CO2 reductie door warmte is Euro 145 per ton CO2, bij gebruik van de meest klimaatvriendelijke warmtebron en de hoge warmteverliezen uit de niet meer dan anders (NMDA) formules. Voor dat geld laat je via Sandbag met gemak 15 ton CO2-emissierechten vernietigen, laat staan wat er gebeurd als je met realistische getallen gaat rekenen…

Effect op de energierekening

Eerder heb ik al een keer gekeken naar het effect op onze energierekening als we overschakelen op het warmtenet, de uitkomst beviel me niet echt. Al werd ik er door Reeshofwarmte op gewezen dat de omrekenfactor van gas naar warmte die ik heb gehanteerd te positief is in het voordeel van gas. Dus deze heb ik in de berekeningen van vandaag aangepast naar de waarde waar Reeshofwarmte mee rekent: 32,405 MJ/Nm3 aardgas. Dan nog betekent overschakelen op stadsverwarming een stijging van de energierekening met Euro 250 per jaar. Bij gebruik van de NMDA formules daalt dat tot Euro 160 per jaar. Nog steeds een hoop geld, maar je moet wat over hebben voor een beter milieu. Toch?

Effect overschakelen op warmte op klimaatemissies

Voorstanders van warmtenetten claimen grote milieuwinst, met name minder CO2 emissie. Dus tijd om de kostenkant uit te breiden met de milieukant. De conversiefactoren heb ik daarbij zoveel mogelijk overgenomen van CO2-emissiefactoren.nl. Voor warmte zijn nog geen nieuwe cijfers voorhanden, dus heb ik ze gehaald uit het Handboek CO2 prestatieladder versie 2.2 van SKAO. Het gaat om zogenaamde well-to-wheel emissies, als ik enkel kijk naar de emissies die in de energieproductie fase worden bespaard kijk worden onderstaande berekeningen m.i. ongunstiger voor warmtenetten

Afhankelijk van de warmtebron kunnen we volgens de NMDA-formules tussen de 50 kg en 1.091 kg CO2 per jaar besparen t.o.v. aardgas door over te schakelen op een warmtenet. Een aardige hoeveelheid, alleen weer even terug naar die kosten: dat kost ons volgens diezelfde NMDA formules wel ruim 150 Euro per jaar. Voor datzelfde geld laat ik via Sandbag met gemak 15 ton CO2-emissierechten vernietigen. Via stadsverwarming duurt het 13 jaar om hetzelfde effect te bereiken tegen een kostprijs van bijna 2 duizend Euro.

Een bedrag dat dan weer voldoende is om over te schakelen naar all-electric, via een warmtepomp of infraroodverwarming. Die eerste optie valt in ons geval af, omdat ons huis onvoldoende geïsoleerd is. Dat levert ons ook nog een besparing van 215 Euro per jaar op de energierekening op. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat ik geen rekening heb gehouden met de afschrijvingskosten van de infraroodpanelen of de mogelijkheid om de gasaansluiting de deur uit te doen als we doorstroomverwarmers erbij nemen als aanvulling op onze zonneboiler voor warm tapwater.

Conclusie

Als ik mag kiezen koop ik liever verplicht 15 ton CO2-emissierechten via Sandbag. Of beter nog 23 ton door verplicht te moeten rekenen met de formules van Reeshofwarmte. Want alles leuk en aardig, uiteindelijk wil je gewoon resultaat. Hoe dan ook.

Alle berekeningen en gehanteerde kengetallen vind je hier. Commentaar welkom.