Categorie: economie

  • Van zelflevering naar duurzame energiebaten

    Na het afsluiten van het Lenteakkoord is wel weer duidelijk geworden dat mooie plannen van politici makkelijk kunnen stranden in de angst voor verlies aan energiebelasting van ambtenaren. Daarom wordt de btw op zonnepanelen niet verlaagd en komen er slechts pilots met zelflevering van elektriciteit. Waarmee Nederland respectievelijk terug gaat naar de oude SDE situatie waarin het installeren van zonne-energie niet eens als seizoensarbeid aangemerkt kan worden en de pilot van Eneco en De Windvogel van een paar jaar weer dunnetjes overgedaan gaat worden.

    In een artikel in de NRC verwoord Liesbeth van Tongeren een aantal angsten van de ambtenaren van Financiën. De belangrijkste lijkt te zijn dat de btw verlaging een open einde regeling is, waarbij je niet weet hoeveel mensen er gebruik van gaan maken. Wat ook maakt dat het lastig is om het budgettair effect in te schatten. Alsof de energiebelasting bij de huidige tarieven en de doorgaande prijsdalingen voor duurzame energie nog een lang leven beschoren is op de particuliere woningmarkt? En dan hebben we het nog niet over de administratieve hel die uitbreekt als particulieren hun elektrische of plugin hybride auto in de toekomst als buffer gaan gebruiken… Het wegvallen van de opbrengst van energiebelasting lijkt ook de belangrijkste drijfveer achter de weerstand tegen “zonnetuintjes” of andere vormen van zelflevering. Liesbeth van Tongeren geeft aan er een warm voorstander van te zijn, daarom hieronder nogmaals de doorrekening van het alternatief voor de huidige energiebelasting: duurzame energiebaten.

    De probleemstelling

    Wanneer we zoals GroenLinks bij monde van Liesbeth van Tongeren uitgaan van particulieren hebben we het over een verlies aan inkomsten voor de belastingdienst van ongeveer € 0,15 per kWh (Energiebelasting € 0,1140, BTW: € 0,0364).

    In de huidige situatie maakt het uit waar of je voor of achter je meter elektriciteit opwekt. Heb je een geschikt dak dan vergelijk je de kosten van het zelf opwekken van elektriciteit met de prijs inclusief energiebelasting en btw die je betaalt aan je energiebedrijf. Het goedkoopste tarief dat ik vandaag kon vinden op Gaslicht.com was Greenchoice 1 jaar vast met een kostprijs van € 0,2278 per kWh, daarvan is € 0,0774 bestemd voor Greenchoice.

    Als je in de huidige situatie een zonnetuintje wil beginnen vergelijk je de kosten daarvan met € 0,0774, want je moet energiebelasting en btw betalen. Bij een kostprijs van € 0,08 per kWh ben je dus een dief van je eigen portemonnee totdat de energieprijs stijgt. Het risico ligt bovendien volledig bij de particuliere investeerders.

    Wat we dus zoeken is een alternatief systeem dat (een deel) van de vijftien Eurocent die Financiën ontvangt per kWh terugverdient voor de Nederlandse staat en bij voorkeur tegelijkertijd particulieren die investeren in een zonnetuintje, gezamenlijke windmolen of biovergister zekerheid biedt over de kostprijs.

    Een mogelijk alternatief: Duurzame energiebaten

    Duurzame energiebaten kunnen zo’n alternatief zijn. De opzet is gelijk met de opzet van de aardgasbaten: de Nederlandse staat investeert tot 40% risicodragend in duurzame energieprojecten en ontvangt daarvoor 40% van de opbrengsten, ook mag voor deze projecten geen SDE+ aangevraagd worden. Als het inkomstenverlies voor de rekenmeesters van Financiën te groot is kan het verkleind worden door een verlaagd energiebelastingtarief in te voeren voor duurzame energie, zoals dat bij de BPM ook bestaat voor energiezuinige auto’s.

    Het vehikel om de investering te doen bestaat al en heet Energie Beheer Nederland. Een 100% dochter van de Nederlandse staat, ondergebracht bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Een alternatieve mogelijkheid is om de financiering te regelen via een staatsdeelneming in de onlangs door Holland Financial Center voorgestelde Groene Investeringsmaatschappij.

    Rekenvoorbeeld 1: Windbaten

    De energieopbrengst en het aantal windmolens in het rekenvoorbeeld zijn aangepast n.a.v. tweet Pauline Westendorpdie op fout wees. De betreffende fout heeft geen effect op onderstaande berekeningen.

    In het laatste nummer van 2011 van het tijdschrift Milieu (van de Vereniging voor Milieuprofessionals) stond een artikel van Geert Bosch over de kosten van windenergie. Hij rekende voor dat een windmolen een windpark met 5 windmolens van 3 MW een investering vergt van 22,5 miljoen Euro en jaarlijks gemiddeld 23.000.000 33.000.000 kWh elektriciteit levert. De kostprijs bedraagt volgens Geert Bosch 9,6 Eurocent/kWh, dat is wat hoger dan de kostprijs waar ik bij De Windcentrale op uitkwam. De subsidie bedraagt 3,6 Eurocent per kWh volgens Geert Bosch.

    Bedragen in Eurocent/kWh Huidig Windbaten Windbaten met laag EB
    Kostprijs energie 7,74 9,60 9,60
    Energiebelasting (EB) 11,40 0,00 5,00
    BTW 3,64 0,00 0,00
    Subsidie windenergie -3,60 0,00 0,00
    Windbaten
    5,27 5,27
    Saldo overheid 11,44 5,27 10,27
    Verschil met huidig
    6,16 1,16
    Kostprijs consument 22,78 14,87 19,87
    Verschil met huidig
    7,91 2,91

    Zoals je ziet ‘verliest’ de overheid bij de invoer van windbaten 6,168 Eurocent per kWh, terwijl de particulier er 7,9 Eurocent per kWh op vooruitgaat. Op jaarbasis bespaart de particulier op deze manier ruim Euro 270 op z’n energierekening (uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh). Als de overheid 5 Eurocent energiebelasting instelt resteert een verlies van 1,168 Eurocent per kWh voor de overheid, terwijl de particulier 2,9 Eurocent minder voor z’n elektriciteit betaalt. Voor de particulier resteert dan een daling van de energierekening van ongeveer Euro 100.

    In bovenstaande berekening is met een aantal zaken geen rekening gehouden:

    • kapitaalkosten voor de overheid;
    • de vermindering in kosten voor de overheid door het wegvallen van de mogelijkheid tot subsidie;
    • werkgelegenheidseffect;
    • mogelijke verandering in draagvlak (en daarmee proceskosten) en gedrag als mensen zelf voordeel hebben van windenergie, of er zelfs eigenaar van worden.

    Rekenvoorbeeld 2: Zonnebaten voor de meter

    Sterk in opkomst zijn momenteel de projecten waarbij gewerkt wordt aan zonnetuintjes. Bijvoorbeeld in Nijmegen (Zonnepark Nederland) en Amsterdam. Stel nu dat we de duurzame energiebaten invoeren voor collectieve zonnestroomprojecten, zoals in Nijmegen. Dan zie je de uitkomst per kWh hieronder (gebaseerd op het rekenvoorbeeld van Zonnepark Nijmegen).

    Bedragen in Eurocent/kWh Huidig Zonnebaten Zonnebaten met laag EB
    Kostprijs energie 7,74 17,80 17,80
    Energiebelasting (EB) 11,40 0,00 5,00
    BTW 3,64 0,00 0,00
    Subsidie zonne-energie -7,00 0,00 0,00
    Zonnebaten
    1,99 1,99
    Saldo overheid 8,04 1,99 6,99
    Verschil met huidig
    6,04 1,04
    Kostprijs consument 22,78 19,79 24,79
    Verschil met huidig
    2,99 -2,01

    Voor projecten die voor SDE+ in aanmerking komen gaat de overheid er 6 cent op achteruit, gelijk aan windenergie. Als het gaat om projecten die momenteel zonder subsidie van de grond komen gaat de overheid er per saldo 13 cent op achteruit. De particulier gaat er bij het systeem van zonnebaten 3 Eurocent op vooruit. Dat is minder dan bij windenergie. Op jaarbasis kost zonne-energie de particulier 170 Euro meer dan windenergie (uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh), maar de particulier bespaart nog steeds ruim 100 Euro op z’n energierekening.

    Rekenvoorbeeld 3: Zonnebaten achter de meter

    Het aantal particulieren dat investeert in zonnepanelen op het eigen dak (als ze dat kunnen) is ook sterk groeiende (al is er een tijdelijke hickup door de komende subsidieregeling). Al deze mensen leveren de belastingdienst een derving van vijftien Eurocent per kilowattuur zelf opgewekte elektriciteit op. Natuurlijk staat daar een eenmalige opbrengst in de vorm van btw over de geïnstalleerde zonnepanelen tegenover, maar per saldo resteert al snel een inkomstenderving voor de overheid.

    Op eigen dak verliest de overheid in de huidige situatie 15 Eurocent per kWh die zelf opgewekt wordt. De invoer van zonnebaten vermindert dit met 3 Eurocent (uitgaande van de kostprijs van 15 Eurocent die ik eerder dit jaar berekend had). Als je uitgaat van de kostprijs van 8 Eurocent die Vincent Dekker van Trouw hanteert dan wordt het verlies vermindert tot 9 Eurocent, terwijl de particulier nog steeds 8,9 Eurocent per kWh goedkoper uit is. Op jaarbasis bedraagt het voordeel voor particulieren ruim 300 Euro (uitgaande van een jaarverbruik van 3.500 kWh).

    Bedragen in Eurocent/kWh Huidig Zonnebaten Zonnebaten met laag EB
    Kostprijs energie 7,74 8,00 8,00
    Energiebelasting (EB) 11,40 0,00 5,00
    BTW 3,64 0,00 0,00
    Subsidie zonne-energie
    0,00 0,00
    Zonnebaten
    5,91 5,91
    Saldo overheid 15,04 5,91 10,91
    Verschil met huidig
    9,12 4,12
    Kostprijs consument 22,78 13,91 18,91
    Verschil met huidig
    8,87 3,87

    In bovenstaande berekeningen is met een aantal zaken geen rekening gehouden:

    • kapitaalkosten voor de overheid;
    • de vermindering in kosten voor de overheid door het wegvallen van de mogelijkheid tot subsidie;
    • werkgelegenheidseffect;
    • mogelijke verandering in draagvlak en gedrag als mensen zelf voordeel hebben van zonne-energie, of er zelfs eigenaar van worden.

    Het verhogen van de energiebelasting en de btw die voor 2013 op het programma staan zal het aantal particulieren (of verhuurders van woonruimte aan particulieren) dat investeert in zonnepanelen op het dak enkel laten groeien. Kortom: door de dalende prijs van zonne-energie en de stijgende consumentenprijs voor elektriciteit is heeft de huidige energiebelasting z’n beste tijd gehad. Tijd dus om na te denken over alternatieven.

  • Electrifying the Dutch – Part 3: alternatives for the alternative

    Over the past few weeks I have written two articles on Electric Cars, part one & part two mentioning that electric cars are a valid alternative for the conventional car from an economical perspective and that these cars are offering mobility whilst considerably reducing the environmental impact. But still: can I use an electric car for my daily commute? Yes I can! Can I use an electric car to safely convey myself and my family across the Dutch countryside? Yes I can!  Can I get more than 100 km from a single charge without driving like my grandfather or without having to dress like entering an Antarctica expedition when temperatures fall? Yes I can!  Can I use an electric car to drive to Italy in my well-earned holidays? Yes I can! But I’d better make sure that I have extra time to spare.

    Obviously the present electric cars do have some drawbacks which stand in the way of an one on one substitution of conventional cars by electric models.

    First and foremost, an electric car needs time to charge. There is no denying that. Charging time differ from six to ten hours, which is generally more than the average motorist lingers at a petrol station. Adding injury to insult, a majority of households do not have a private parking space or the possibility to install a charging station. Luckily the number of public charging stations is steadily increasing, decreasing the need to carry around street lengths of extension wires. And most electric cars can use the fast charging protocol, decreasing the charging time till 90% to a mere 20 minutes. And if that’s still to long for you, some companies are aiming at replacing empty batteries with full ones in less then 3 minutes without the need to leave your car. The current aim is to realize well over 450 fast charging station across the Netherlands by the end of 2013, pretty much ending the feared syndrome known by all in the field of electric cars: range anxiety.

    Another point to be made is that, when confronted with the limited range of a battery, electric car owners are reassessing the need for mobility and are rapidly becoming the forerunners of a new breed motorist. The route to and from work, to meetings etc used to be determined by the amount of traffic, the possibility of grabbing a nice lunch of combining business with… well business, such as the daily shopping for groceries. Range anxiety and the knowledge that petrol stations are effectively around every corner called for a planning which was the most efficient for the motorist, but not necessarily the most efficient in general.

    With an electric car, users are looking for a more effective way to travel whilst meeting their demands and the effect is, to much surprise that the mileage is dropping without the number of meetings dropping. This simply means that users of an electric car are travelling more efficiently. The spacing and location of meetings is planned more effectively, decreasing the mileage. There is an increased use of car sharing programs also decreasing the mileage and – as a side-effect- decreasing the need for an employer to pay travel allowances.

    Electrifying the DutchBut still, there are few motorists who willingly substitute there fuel guzzler for an electric car (apart from perhaps the Tesla.) The question is whether we should aim for  this substitution? I believe that electric cars make a paradigm shift from ownership of mobility to access to mobility a reality.

    In the traditional way, we own a car. Or perhaps, in the case of a company car, we may not own the vehicle, but we sure feel like we own the car. One car (possibly two, for the school run), used for the daily commute, the trips to friends & family and holidays. One car, owned generally for more than four years. This car, seats four, generally transports 1,7 persons, travels less than 30 kilometers on a daily basis and carries a bag of some sorts, sometimes groceries. So it needn’t be a large car. But still it generally is, because we might want to travel to the grandparents over the weekend, or take off for a weekend to the Ardennes. So that is why we need a large conventional car, which can take us to Italy should we wish to.

    But picture this: what if we can use a small electric car for the daily commute, or, even better, use a small electric car readily available, for the commute to work or the shops. Very fuel efficient, and preferably paid only for the use of the car, instead of for owning the car. This vehicle can transport us where we want, given the radius. For example, to a train station. We hop into the train, check in with the same RIFD-card which we used to access the electric car, travel to our destination. Upon arriving, we can choose between a rental (e)bike, public transport or once again, the electric car in the vicinity of the station to transport us to the appointment. The route back home is a repetition of the above! A distant future? No, very possible today.

    And for the visit to the grandparents in Limburg, or a cycling weekend in the Ardennes? Could this limit our mobility, if we don’t have a large car with unlimited mileage given the petrol stations abound? No! All it takes is an innovative way of access to mobility! Access which delivers the car of choice (model, not necessarily make) to your doorstep without having to go through the hassle of going to a rental agency and renting a car. The car we need  would be available at the click of a button. Family with two young kids and up for a holiday trip to France? A station wagon! A romantic overnight stay? An Electric Smart! In need of a versatile, small and fast way of transport? Please. Use a bicycle!

    What about the costs of renting a different car every single time? Well, it may come as a surprise, but considering the costs of car ownership over the year, renting  a car which specifically suits your demands is significantly less expensive than paying for car ownership. And as proves earlier, an electric car as a rental makes the equation even more profitable.

    Is this possible today? Yes and no! There are very few providers who can offer such services but the main and limiting factor is us. We are very reluctant to give up the privilege of having a car at our disposal and mobility in its present form is still not too expensive for the average motorist to start reconsidering car ownership. Although some are renting their own car to others already.

    However, I, for one, am convinced that in due time, when petrol prices rise (and they will) and the travel allowance is once again being renegotiated, people will reconsider and will realize that in the end, having access to mobility far outweighs the ownership of mobility. Let’s dumb the pump.

    This post was orginally written for and published by TEDxBinnenhof in close collaboration with Ivo Stroeken, Advisor Electric Transportation, and Max Herold, owner at Managementissues.com.

  • Electrifying the Dutch – Part 2: the proof of the pudding is in the numbers

    When I was thinking about writing an article on Electric Cars in the Netherlands, my stance was that I was not willing to enter the ongoing debate on whether or not one should WANT to abandon the conventional cars or not. In fact, as I mentioned in the first part, I can fully understand the merits of a particular brand of fuel powered car on the German Autobahn, or a 4×4 in the terrain.  That’s emotion, passion, even conviction.

    However, I am equally convinced that in this day and age, there is no logical reason why we should not choose an electric car over a conventional model for our daily commute and for most of business travel by car.

    The most obvious factor contributing to this opinion is the fact that an electric car is much more economical to run. Contrary to common belief, this is not achieved by driving the way my grandparents do. It is mainly due to the increased efficiency of an electric engine compared to the efficiency of a conventional internal combustion engine. The running costs of an electric car are considerably less than those of a conventional car. € 50,- would buy you enough regular petrol to get you roughly 350 km. € 50,- of electricity would get you approximately 1.000 km.

    However, every car, whether electric, petrol- or Flintstone-powered is less than 100% efficient, the images below, taken from the Tesla Motors Website clarifies this.

    Inefficiencies 300x200Inefficiencies 1 300x185

    Internal combustion engines are relatively inefficient at converting on-board fuel energy to propulsion as most of the energy is wasted as heat. On the other hand, electric motors are more efficient in converting stored energy into driving a vehicle, and electric drive vehicles do not consume energy while at rest or coasting, and some of the energy lost when braking is captured and reused through regenerative braking, which captures as much as one fifth of the energy normally lost during braking. Typically, conventional gasoline engines effectively use only 15% of the fuel energy content to move the vehicle or to power accessories, and diesel engines can reach on-board efficiencies of 20%, while electric drive vehicles have on-board efficiency of around 80%.

    Only when we take the entire chain of processes into account (for electric cars and conventional cars equally) we can make a fair comparison. Once again, the Tesla Motor Company has created an of excellent image to explain this.

    Another significant improvement of the electric car is the Well-to-Wheel efficiency. Normally fuel consumption and CO2-emissions are measured (literally) in the car. In the case of electric cars, this is not the whole story. Obviously the CO2 and other emissions at tailpipe are zero in the case of an electric car, there are emissions during the whole process of generating, transporting electricity etc. It is understandable that, when the electricity comes from renewable sources, such as solar energy, wind, water etc the emissions are far less that when the electric cars are charged from the grid, using electricity from coal-powered power plants.

    There are numerous studies being undertaken for the Dutch & European situation at this moment, but because of the increasing number of available  models, their efficiency and perhaps even more important the debate on the power sources, following the nuclear disaster in Japan, there is no real accurate study at this moment. In the US however, the Union of Concerned Scientists have released a very recent study on the electric cars in relation to the power source and grid stability in the US (This shows that even in the area’s where the grid the least stable and electricity is generated from coal, the electric car is as fuel efficient and has the same or less of an environmental impact that a relatively small car, such as a Ford Fiesta.

    So, does this end the debate? No, it does not in my opinion.Yes, electric cars are more efficient, cheaper to run, have an equal or less environmental impact than conventional cars. But an electric car cannot take me to Spain, unless I have a lot of time on my hands, the number of models are limited and obviously charging times are still very long. But I feel strongly that when electric cars are combined with smart alternatives, they can and will offer a valid alternative to the ownership of a conventional car. So stay tuned for part three: “alternatives for the alternative?”

    This post was originally written for and published by TEDxBinnenhof in close collaboration with Ivo Stroeken, Advisor Electric Transportation, and Max Herold, owner at Managementissues.com.

  • Electrifying the Dutch – Part 1: the debate

    Ever since the introduction of the Th!nk City in The Netherlands in 2009, there has been an everlasting debate on the pro’s and con’s of electric cars in the Netherlands, and there are no signs that we are anywhere near reaching consensus on this subject.

    The question is: do we WANT to reach consensus, or rather, why should we strive for consensus? I, for one, see no point in this.

    Despite the high costs of purchase, the number of electric cars registered in the Netherlands are exploding, from somewhere to 100 in January 2009 to well over 1500 by March 2012. Of course, when compared to the total number of cars (well over 7 million) this is, well, a modest start. But didn’t Confucius say:” A journey of a thousand miles begins with a single step”?

    One might wonder why those early adopters went ahead and purchased these vehicles in the first place? Expensive, range of 150 km maximum, no public infrastructure for charging the vehicle other than an extension cord, the battery has to remain plugged in otherwise it would bleed and it’s range would diminish to zero in roughly a week. The owners were either admired or ridiculed, depending on the perspective. But still, they went ahead and did it and discovered something amazing.

    The sum of all fears for prospective owners (or rather, users) of an electric vehicle is called range anxiety. Only 150 km on a single charge. And refueling the car would take at least eight hours, even more. Not really versatile when compared to conventional cars. But what those hard-core users found out is that range anxiety is fundamentally non-existent. The only issue they had, was that they had to plan their journeys more carefully, to prevent the battery from running on empty. One added advantage of this was an increased efficiency of their daily business practice and a significant decrease of their travel distance, without, obviously, compromising their effectiveness! And of course, with the ever increasing number of fast charging stations (200 by the end of 2012, well over 300 by the end of 2013) the issue of running out of juice is merely a matter of pressing too hard or plain poor planning.

    Those first vehicles would set you back roughly € 40.000 which is, frankly, staggering and there was virtually no choice in brands or models. That kind of money would buy you a decent set of wheels, even back in 2009. Lease of these vehicles was no different matter, because nobody in the car business knew what the long term development of their investment in those vehicles would yield, and so the lease-prices were even more staggering. You had to be pretty convinced or determined to even consider using an electric vehicle back then.

    Today is an entirely different story altogether. Virtually all car manufacturers of conventional cars are developing new electric models from scratch, for prices which are much more interesting. Yes, those vehicles are still much more expensive than their conventional cousins. But a select number of providers, believing in the residual value of these cars, is starting to offer realistic lease prices, making the electric cars even cheaper than their conventional brethren, when comparing the annual total costs of ownership. This way, enterprises can actually start to convert part of their fleet from conventional vehicles to electric ones.

    The prospective users of those cars are, of course, an entirely different matter. There are very few ‘owners’ of a company car who make this decision based on the environmental effects of the car. And those few just might be the ones who bought the first electric cars in 2009. The vast majority makes this decision based on the brand, versatility, fuel consumption and additional tax liability. This last aspect has caused a massive increase in numbers of sales of the Toyota Prius & Auris, the Honda Civic Hybrid etc.

    Electric cars can benefit from an even greater advantage, the fuel consumption is dramatically less then it’s conventional counterparts and, due to the emissions on which the additional tax liability is based, there is a 0% tax bracket.

    The increasing number of makes & models can provide the same (or challenge even) the level of comfort and ride of the conventional car, makes the electric car a much more valid alternative. And an added bonus is the amazing torque offered an electric car. A necessity is the availability of ‘access to mobility’ providers, for, for example a weekend trip to the Belgian Ardennes in a conventional car without having to go to the hassle of renting a car. Again, certain mobility providers are offering these services as we speak, making this a reality and thus ensuring that the driver of an electric car can access the mode of transportation they need, whenever they need it.

    In this day and age, there is no logical reason why we should not choose an electric car over a conventional model for our daily commute and for most of business travel by car.

    The question I’ve started off with was, however: do we WANT to reach consensus over the electric car? No we don’t.

    I can very much understand and even appreciate ones point of view when someone states that they immensely enjoy the ability to reach 200 km/h and over on the German motorways, or how a particular brand of 4×4 really ‘does it for them’. At present it’s an illusion to think or, even more, to try to convince someone to substitute their beloved brand X for an electric car, and I for one, am not prepared to enter this debate.

    What I am convinced of, and I will prove this in ‘electrifying the Dutch, part 2: the proof of the pudding is in the numbers’, is that electric cars offer a valid, and often economically more viable alternative to conventional cars.

    This post was originally written for and published at TEDxBinnenhof in close collaboration with Ivo Stroeken, Advisor Electric Transportation, and Max Herold, owner at Managementissues.com.

  • TEDxBinnenhof: Innovation in Construction – part 2: Energy Producing Buildings

    In my first postI linked to a TEDx talk by an architect who showed a lot of innovative ideas to construct more sustainable buildings and cities. In this post I will focus on ways the construction industry is enabling him and his colleagues to actually build them. Reducing the energy use and increasing the energy generation capacity of buildings is a central theme, but the focus is shifting towards more integrated approaches. In this post I will focus on energy, because I think it still remains the question whether the Dutch regulatory framework is facilitating the transition towards energy neutral and energy producing buildings.

    Increasing the energy generation capacity of buildings
    It is becoming increasingly clear that solar power is reaching grid parity for consumers in The Nethterlands, according to some the price of solar power has fallen below grid parity for consumers already. The Dutch are becoming totally enthousiastic about collective purchasing of solar power. In 2009 Urgenda started the collective purchasing action called we want solare (Wij Willen Zon). Currently there are over 60 active collective purchasing actions in the Netherlands. Even now, more local community energy companies are starting everywhere in the Netherlands.

    For those who won’t or can’t afford the upfront investment in solar panels a growing number of solar as a service companies are starting. Zonline, for example, offers consumers solar panels paid by a fixed price per kilowatt hour electricity produced. They’ve only just started, but looking at Dutch consumer prices for electricity (around 21 to 23 Eurocent per kilowatt hour, about 70% of which are taxes) and the growth rate of it’s US partner Sungevity it promises to be a booming business. Other companies, like Rooftop Energy are applying the same business model to the business market. Which is a bit more difficult as companies pay a lower rate for electricity. Still the first examples of local governments using solar lease to get solar on their rooftops are popping up. For business placing solar on your own rooftop can be part of their CSR strategy too.

    Different forms of sustainable heating are catching up too. Sometimes (old fashioned ) based on using the waste heat of waste incinerators, but also based on heat pumps (air-to-air or air-to-water) or geo-thermal power.

    Reducing energy use
    Although solar energy is the sexiest kid on the block, it surely isn’t the only one.
    Stimulated by the energy label for buildings and rising energy prices a growing number of companies are offering help to property owners to reduce their energy use in existing buildings. Most of them demand upfront investments by the property owner. A few are exploring new business models and let property owners repay their investment through a reduction in their energy bill. In the commercial property market (offices, swimming pools) energy service companies (ESCo’s) are emerging. ESCo’s are offering a way to reduce the energy use budget neutral or even with a direct reduction in costs for the property owner or tenant. The upfront investments are done by the ESCo. The reduction in energy use can be achieved by changes to the installations, but also by adjustments to the façade of the building.

    Some companies are even exploring business models that combine ESCo’s with green lease agreements. Which is a logical combination, as even the most energy efficient building will use a lot of energy if the tenant doesn’t change it’s habits.

    Examples for the residential market include WAIFER and Qurrent. WAIFER says it can renovate a home within weeks and is currently renovating around 2500 homes from housing corporations in the Rotterdam area. Qurrent advertises as a new kind of energy company: one that wants to sell as little energy as possible.

    Dutch regulatory framework
    The Dutch regulatory framework for the construction industry used to consists mainly on construction. As energy generation is increasing because of the rise in popularity of solar panels, amongst others, the regulatory framework for the energy industry is becoming increasingly pressing. Energy regulation is mainly focused on centralized energy production making little use of lessons learned in other environmental policy fields or in other countries. Despite the subsidy for sustainable energy and many policy changes The Netherlands are lacking behind in sustainable energy.

    For example users of sustainable energy have to pay the same amount of energy tax as users of fossil energy. This means sustainable energy has to be subsidized to be able to compete with fossil energy at wholesale prices. For cars the Dutch government has chosen a different strategy making fuel efficient cars more attractive using tax incentives. Looking at the sales figures of hybrids like the Toyota Prius this has proven a very successful strategy.

    The high energy tax on (sustainable) energy does make investments in energy efficiency and solar power more attractive, especially for consumers. This will put a growing pressure on the 2 billion Euro in energy taxes the Dutch government collects from users of residential buildings each year.

    To make things worse for government budget some community owned energy companies have stopped paying energy taxes on energy used by their members/investors. They claim that there is no difference between people growing their own food and transporting it to their home via public infrastructure and producing your own energy and using public infrastructure to get the energy to your home. It is not yet known if judges will agree, but it does show that current legislation is hindering people who try to provide their own energy together with their neighbors. Pretty strange if you consider the fact that some Dutch politicians are complaining about the nimby-behaviour of Dutch citizens.

    Changes for Dutch government
    Things can be arranged differently as the Dutch government has a well established system of reaping the benefits of our natural gas supplies. Through EBN, a subsidiary of the Ministry of Economic Affairs, the Dutch government offers the possibility to provide up to 40% of the necessary capital for the exploration and production of natural gas and oil. Dutch government earned around 6 billion Euro from this investments in 2011 alone. So why not use the same model to finance sustainable energy now that it has become a profitable alternative?

    This alternate business model, based on the exploration and exploitation of sustainable energy, would earn a growing income for the Dutch government as opposed to the decreasing income if more inhabitants will change to solar power as a primary source of energy. It can also decrease the funds and manpower necessary for subsidizing alternate sources of energy, thus reducing the costs of reaching the sustainable energy goals set by the Dutch government.

    For solar power it can help in decreasing the costs and improving the efficiency of the installations. Take for example my own neighborhood. An average house can uphold about 6 till 9 solar panels, while larger installations are relatively cheaper to install. I would love to be able to combine my installation with the neighbors and exchange the energy generated. Current legislation makes that financially unattractive if not impossible, whereas there would be a valid business case for combining our solar energy systems under a different regulatory framework.

    Similar cases are abundant all through the Netherlands, not only for rooftop solar PV installations, but also for the production of biogas or heat recovery from waste water treatment. Adjusting the regulatory framework would also open up opportunities for other technologies like using the heat generated by roads or datacenters to cool and warm our buildings.

    Due to the current regulatory framework for energy those types of innovation need subsidy way to long and large scale application is pushed to the future setting Dutch companies on a disadvantage in the international market.

    Conclusion
    What can we learn from the above? I think the best lesson to be learned is that it’s time to shift pardigm. With sustainable energy becoming competitive with fossil energy (despite existing subsidies and tax breaks for fossil fuel) there are chances for both Dutch government, society and entrepreneurs if we can apply lessons learned from other policy fields to sustainable energy.

    For example the government could increase the amount of sustainable energy produced by variating the amount of energy tax paid for sustainable energy and fossil energy. The downside of this policy is that part of the benefit will go to foreign producers of sustainable energy and not towards more sustainable energy production in The Netherlands.

    Changing the energy tax system in such a way that no energy tax has to be paid on energy produced by your own solar panels, windturbine or part of the solar road, does have a lot of potential to increase sustainable energy production in The Netherlands. It will bring possibilities to rationalize the decision to invest for consumers. Combining solar installations with your neighbors, using noise barriers next to highways for large scale solar pv installations (like Solar Green Point is promoting) or using heat collected from highways to keep buildings warm in the winter and cool in the summer.

    To speed up the development even further and to yield some of the financial benefits the government could use part of the profits from oil and gas production for co-investing in sustainable energy production. Like some local government are already doing.

    This way the government gets more than a double dividend. The first benefit will be that the amount of necessary subsidies for sustainable energy can be reduced. The subsidy can be focused on innovative technologies, like tidal power or offshore wind. Dutch government will get a growing revenue base from investments in sustainable energy production to compensate for the expected downward trends in energy taxes. The governmentbudget can be safeguarded even more if existing tax breaks and subsidies for fossil fuels are removed or decreased, like Maria van der Hoeven executive director of the International Energy Agency calls upon.

    For investors and entrepreneurs in sustainable energy the co-investment from the Dutch government acts as an assurance that Dutch policy won’t change overnight, just like the current investments by EBN in oil and gas do for fossil fuel companies.

    This post was originally written for and published at TEDxBinnenhof with the support of Ivo Stroeken and Max Herold.

  • Collectieve zonnestroomparken

    In Nijmegen start de gemeente in samenwerking met Zonnepark Nederland en netwerkbeheerder Liander een project waarbij mensen zonnepanelen kunnen kopen die op het dak van een publiek gebouw komen te liggen. Liander saldeert de opbrengst met je energierekening, alsof ze op je eigen dak liggen. Je betaalt dus geen energiebelasting of btw over de energie die op deze wijze wordt opgewekt. Vincent Dekker van Trouw ziet hierin de voorbode van zonnevolkstuintjes, a la de al langer bestaande volkstuintjes voor groente en fruit. Of dat terecht is is de vraag, tenzij er een juridisch verschil is tussen zelflevering van windenergie en zelflevering van zonne-energie…

    De belangrijkste vraag blijft m.i. dan ook of de rechter de zienswijze deelt dat zelflevering van energie te vergelijken is met zelflevering van groenten en fruit uit een volkstuin. En wanneer de rechter dat besluit is de vraag wat de overheid als Plan B heeft om het potentiële gat in de begroting te repareren. Is dat alsnog een wettelijk verbod op zelflevering voor de meter invoeren, of een maatregel verzinnen om inkomsten te genereren en tegelijkertijd het halen van de doelstelling voor 14% duurzame energie in 2020 dichterbij te brengen?

    Zelflevering en energiebelasting

    Er zijn verschillende manieren om je eigen energie op te wekken. Een belangrijk onderscheidt is de vraag of de energieopwekking voor of achter de meter plaats vind. Bij energieopwekking achter de meter (bv. door zonnepanelen op je eigen dak) is de wet helder: salderen mag. Bij energieopwekking voor de meter is het diffuser. Volgens Zonnepark Nederland is de wet Elektriciteitswetgeving voor meerdere interpretaties vatbaar. Volgens De Windvogel is salderen voor de wet niet expliciet verboden, dus mag het. Reden waarom windcoöperatie De Windvogel, waar ik zelf ook lid van ben, vorig jaar is gestopt met het betalen van energiebelasting over de elektriciteit die ze aan haar leden levert. Inmiddels werkt de belastingdienst aan een dagvaarding van De Windvogel, Anode en mogelijk ook een aantal leden van De Windvogel.

    Niet echt een zonnig teken voor de investeerders in Zonnepark Nederland. Al staat de gemeente Nijmegen de eerste twee jaar garant voor de energiebelasting bij Zonnepark Nederland. Wanneer de rechter beslist dat er over zelf opgewekte energie voor de meter toch energiebelasting en btw betaald moet worden valt de schade voor de kopers van zonnepanelen dus mee. Zonnepark Nederland schrijft daarover op haar site het volgende:

    De methode van salderen van opgewekte energie op een ander dan je eigen dak is nog niet uitdrukkelijk bij wet geregeld. Deze pilot maakt hiertoe gebruik van een uitzondering in de huidige Elektriciteitswetgeving die voor meerdere interpretaties vatbaar is. De pilot loopt daarmee vooruit op een (mogelijke) aanpassing van de wetgeving op dit punt. Het Ministerie van EL&I is op de hoogte van de pilots die Liander m.b.t. collectief opgewekte energie uitvoert. Toch is er een zeker risico dat het salderen van de Energiebelasting en BTW zoals in deze pilot gebeurt, niet zal worden toegestaan door de fiscus. In dat geval staat de gemeente Nijmegen voor een periode van twee jaar garant, voor de gederfde inkomsten voor de deelnemers (energiebelasting en BTW). Doordat er zo in ieder geval tenminste twee jaar gesaldeerd kan worden, is de totale businesscase gerekend over 25 jaar, voor de deelnemers toch kostendekkend. Het financieel rendement zal dan wel lager zijn, dan wanneer salderen over de volledige periode wordt toegestaan door de wetgever.

    Ook in Rotterdam zijn er plannen voor een collectieve zonne-energiecentrale op de geluidswal van de A20 ter hoogte van het Terbregseplein, deze plannen worden ontwikkeld door Solar Green Point.

    Kosten collectieve zonnestroomcentrale

    De kosten per zonnepaneel bedragen bij Zonnepark Nederland Euro 500, de verwachte opbrengst is gemiddeld 197 kWh. Daarnaast betaal je 25 jaar lang 15 Euro per jaar voor onderhoud en beheer. De totale kosten per paneel van 240 Wattpiek komen daarmee op Euro 875 ( € 500,– plus € 375,–) voor 25 jaar. Afgezien van de jaarlijkse bijdrage is de installatieprijs van Euro 2,08 per Wattpiek vergelijkbaar met de installatiekosten van zonnepanelen op je eigen dak, met als voordeel dat je er geen omkijken hebt. De jaarlijkse bijdrage van Euro 15 maakt het m.i. wat onaantrekkelijker, al kom je met een verwachte kostprijs van Euro 0,178 per kWh nog steeds onder het huidige consumententarief voor elektriciteit uit.

    De kosten per paneel met een jaaropbrengst van 230 kWh bedragen bij Solar Green Point Euro 460. Al kan de definitieve prijs nog afwijken. Daarnaast rekent ook Solar Green Point met een bedrag per jaar voor onderhoud en beheer gedurende de 20 jaar waar Solar Green Point van uit gaat. Wanneer ik de jaarlijkse bijdrage per paneel gelijk hou aan de bijdrage bij Zonnepark Nederland kom ik uit op een totale investering van Euro 760 (460 + 20 * 15) en een kostprijs per kWh van Euro 0,165.

    Wanneer de energiebelasting vervalt voor zelflevering van eigen energie voor de meter is de verwachte stroomprijs lager, zelfs als rekening wordt gehouden met de 4 Eurocent aan extra kosten die Hans Labohm en Rob Walter aan zonne-energie willen toerekenen.

    Kosten collectieve zonne-energie vergeleken met collectieve windenergie

    Naast aanbieders van collectieve zonnestroomcentrales in eigen bezit zijn er al langer coöperaties actief op het gebied van windenergie, zoals De Windvogel. Een nieuwer model vormt De Windcentrale. Bij De Windvogel betaal je eenmalig Euro 50 lidmaatschap en kun je daarnaast een bedrag uitlenen waarover rente vergoedt wordt. Bij De Windcentrale koop je winddelen in een windmolen, elk winddeel geeft recht op een deel van de elektriciteitsopbrengst. De Windcentrale gaat er van uit dat een winddeel ongeveer 500 kWh per jaar opwekt en tussen de Euro 300 en Euro 400 kost. De levensduur van een windmolen is 15 tot 20 jaar, wat betekent dat de kostprijs per kWh tussen de 3 en 5,3 Eurocent ligt. Dat is nog goedkoper dan collectieve zonnestroomcentrales.

    Plan B: duurzame energie baten

    Beide voorbeelden laten zien dat rendabele vormen van duurzame energie veeleer innovatie in de overheidsregulering vergen, dan innovatie in de markt. Het is dan ook tijd dat de overheid een Plan B verzint voor de toekomstige terugval in de opbrengst van de energiebelasting. Bij voorkeur op een manier die de energiemarkt zoveel mogelijk behandelt als andere markten, dus geen subsidies of fiscale ondersteuning voor uitontwikkelde technologieën als wind op land, olie en gas.

    Wel nadenken over de wijze waarop de overheid een deel van de private winsten van publieke goederen als zon en wind kan afromen. Bijvoorbeeld in de vorm van duurzame energie baten.

    Ik heb al een aantal keer eerder voorgerekend dat het grote prijsverschil tussen de kostprijs van windenergie (en in toenemende mate ook van collectieve zonne-energie) en de consumentenprijs van elektriciteit mogelijkheden geeft om de energiebelasting te vervangen door een systeem waarbij de overheid een deel van het rendement afroomt, zoals de staat dat via Energie Beheer Nederland ook doet bij aardgas en olie.

  • Solar as a Service: Zonline & Rooftop Energy

    Ik schreef al eerder over het overwaaien van solar as a service bedrijven vanuit de VS naar Nederland. Inmiddels zijn er afgelopen week 2 bedrijven live gegaan Zonline en Rooftop Energy. Zonline lijkt zich daarbij meer op consumenten te richten en Rooftop Solar op mkb-bedrijven. Door de hoge energieprijs voor particulieren en mkb’ers, met name veroorzaakt door de energiebelasting, en de onderontwikkelde zonne-energiemarkt is door de daling van de prijs van zonnepanelen voor beide groepen zonne-energie van eigen dak interessant. Als bedrijven als Zonline en Rooftop Energy succesvol worden kan de staatskas de komende jaren wel een eens stuk minder energiebelasting tegemoet gaan zien.

    Zonline

    Zonline werkt samen met het Amerikaanse Sungevity, dat ook een belang in Zonline heeft genomen. De combinatie van hoge consumentenprijzen voor elektriciteit, Nederlanders die aanhikken tegen de hoge investeringskosten van zonnepanelen en de grote belangstelling voor zonnepanelen op eigen dak lijkt Nederland een ideale positie als springplank naar Europa te geven voor Sungevity.

    Zonline stelt dat het je adres het enige dat nodig is om een zogenaamde iQuote aan te vragen! Binnen 48 uur ontvang je deze gratis in je mailbox. Waarbij Zonline het volgende levert:

    • De ideale opstelling van zonnepanelen op je huis, ontworpen met behulp van satellietbeelden.
    • Een interactief overzicht van al je toekomstige besparingen en milieubijdragen met zonnepanelen
    • De optie om het zonnesysteem van je keuze direct online te bestellen, zonder enige romslomp

    Zonline werkt met 245 Wattpiek panelen van Suntech. Dezelfde panelen als Vereniging Eigen Huis bij haar eerste collectieve inkoopactie voor zonnepanelen aanbiedt. Net als Zon-IQ (waar Eneco inmiddels een belang in heeft genomen) hebben ze een online platform waarmee je de energieopwekking van je systeem kan volgen.

    Rooftop Energy

    Rooftop Energy (RTE) stelt dat ze door middel van decentraal opgewekte stroom rechtstreeks stroom levert aan haar klanten. Zonnestroom installaties worden door RTE voor eigen rekening op het dak van de klant geplaatst. RTE verzorgt daarbij niet alleen de investering maar neemt ook de exploitatie en het beheer voor zijn rekening. De klant gaat met Rooftop Energy een energieleverantiecontract aan voor een vaste periode en tegen een prijs die is gebaseerd op de huidige marktprijs.

    Rooftop Energy lijkt zich in het interview op DuurzaamGebouwd.nl meer te richten op bedrijven en instellingen die hun eigen stroom willen opwekken, al dan niet ingegeven door hun beleid op gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

  • VVD-raadslid kijkt met selectieve blik naar subsidies voor de energiesector

    In een opinieartikel in De Volkskrant trekt de heer W.R van Haga, raadslid voor de VVD te Haarlem en directeur van Solar4u, van leer tegen de subsidiemolen van de SDE+ en de in zijn ogen ambtelijke moloch Agentschap NL. Nu kan ik me prima vinden in inhoudelijke kritiek op subsidies voor energie, inclusief die voor duurzame energie. Toch wil ik een aantal kanttekeningen plaatsen bij zijn betoog.

    Op de eerste plaats is de heer Van Haga directeur van Solar4u. Wie de website van het bedrijf bekijkt krijgt sterk de indruk op een site te komen waar particulieren een zonne-energie systeem voor thuisgebruik kunnen aanschaffen. Terwijl de heer Van Haga in zijn artikel nogal te keer gaat tegen subsidies voor duurzame energie stelt zijn bedrijf in de zeer beperkte FAQ op haar website:

    De overheid stimuleert het aanschaffen van zonne-energie. Hierdoor zijn de systemen veel sneller rendabel en u kunt dus eerder dan u denkt aan uw centrale gaat verdienen

     Om voor deze subsidies in aanmerking te komen moeten de aanvragen tijdig en correct worden ingediend en moet de centrale door een erkend bedrijf worden geleverd en geïnstalleerd. Solar4U biedt u in dit proces een totaalproduct, van advies tot plaatsing en van subsidie tot gegarandeerde opbrengst. Zo bent u er zeker van dat alles goed gaat en u het hoogst mogelijk rendement haalt.

     Zonne-energie komt echter enkel in aanmerking voor de SDE+ bij installaties groter dan 15 kWp (bron: Agentschap NL). Voor de meeste particulieren is dat veel te groot, het zou de heer Van Haga sieren als zijn bedrijf duidelijk maakt dat deze subsidiemogelijkheid enkel voor grote installaties geldt.

    Een tweede probleem dat ik heb met het verhaal van de heer Van Haga is dat hij stelt dat de overheid Agentschap NL in het leven heeft geroepen om de subsidiecarrousel voor duurzame energie gaande te houden. Wanneer hij de moeite had genomen om de website van Agentschap NL te bekijken had hij kunnen zien dat ze meer regelingen uitvoert dan enkel de SDE+. Ja, zelfs meer dan enkel energieregelingen. Grofweg is Agentschap NL opgebouwd uit de volgende onderdelen:

    • Energie;
    • Innovatie;
    • Ondernemerschap (waaronder de borgstellingsregelingen voor ondernemers op zoek naar bankkrediet);
    • Milieu-regelingen (zowel subsidies als ondersteuning van mede-overheden bij milieuvergunningverlening);
    • Internationaal Zakendoen (de voormalige EVD);
    • AntwoordVoorBedrijven.

    En ik zal vast nog het een en ander vergeten. De boodschap lijkt me echter helder: de kans dat het afschaffen van de SDE+ tot opheffing van Agentschap NL leidt lijkt is klein.

    Terugkomend op de kern van het betoog van de heer Van Haga: schaf subsidie voor alternatieve energie af en laat de markt haar werk doen. Van dat laatste ben ik voorstander, van dat eerste enkel als het woordje alternatief voor energie geschrapt wordt. Een gelijk speelveld ontstaat pas als ook alle impliciete en expliciete ondersteuning van fossiele energie geschrapt wordt. Dan gaat het om fiscale voordelen, risicodragende investeringen die de overheid via Energiebeheer Nederland doet en andere vormen van (verborgen) ondersteuning van de enerigesector. Want zoals zonnepanelen de neiging hebben in prijs te dalen ondanks gebrek aan ondersteuning door de Nederlandse overheid, zo heeft de prijs van fossiele brandstoffen de neiging te stijgen in prijs ondanks de ondersteuning van de Nederlandse overheid. Die prijsstijging zien we terug in de winsten van de fossiele energiebedrijven. Een sector die na ruim 100 jaar toch een keer op eigen benen moet kunnen staan. Maken we bij energie ook meteen een eind aan nostalgische subsidies uit vervlogen eeuwen, zoals de VVD bij statiegeld bepleit.

  • Duurzaam bankieren bij de ASN

    Afgelopen maandag schreef De Pers een stuk over de ASN Bank. Een van de duurzaamste banken van Nederland volgens de Eerlijke Bankwijzer en ook de bank waar ik mijn spaargeld heb ondergebracht. De Pers bekeek de wijze waarop de ASN bank de haar toevertrouwde spaargelden investeert. Conclusie: het grootste deel zit in hypotheken (4,4 miljard Euro) inclusief die van moederbank SNS Bank en in staatsobligaties (2,6 miljard Euro).

    Hypotheekportefeuille

    De hypotheekportefeuille van de ASN is duurzaam volgens een geciteerde woordvoerder van de ASN bank, omdat de betreffende hypotheken onder de NHG vallen. Nu heb ik zelf ook een hypotheek met NHG, maar ik kan me niet herinneren dat er bij de verstrekking van NHG iets gevraagd werd over duurzaamheid. Hooguit een check op de hoogte van de schuld en de draagbaarheid van de schuldenlast voor de hypotheeknemer. Of de ASN enkel investeert in het deel van de hypotheek dat onder NHG valt vermelt het artikel niet.

    In een reactie op het artikel in De Pers kiest de ASN-bank een heel ander aspect van duurzaamheid voor haar investeringen in hypotheken. De ASN stelt dat wonen een mensenrecht is en dat de ASN bank via de leningen onder NHG belegt in leningen voor mensen met modale inkomens, die een steuntje in de rug te geven om de aanschaf van een eigen woning mogelijk te maken.

    Staatsobligaties

    Bij de staatsobligaties valt me in de portefeuille van 2010 (uit jaarverslag 2010) op dat Nederland een groot deel uitmaakt van de portefeuille. Ik vraag me wel af hoe lang Nederland nog in het zogenaamde beleggingsuniversum van de ASN bank blijft. Het PBL geeft al jaren aan dat het energiebeleid te kort schiet om de doelstelling van 14% duurzame energie te halen (de laatste prognose die ik heb gelezen met het huidig beleid is 9%, dat kan oplopen tot 12% als de Green Deals effect hebben) en het energiebesparingsbeleid gaat minder goed dan verwacht.

    Tegelijkertijd investeert de Nederlandse overheid via Energiebeheer Nederland in de zoektocht naar en winning van fossiele brandstoffen op Nederlands grondgebied, waaronder onze eigen teerzand olie uit Schoonebeek. Ook onthulde The Guardian eerder dit jaar dat Nederland in Brussel lobbiet voor het voorkomen van een specifiek CO2-label voor Canadese olie uit de teerzandvelden. Begrijpelijk gezien de Nederlandse investeringen in winning van (Nederlandse) teerzandolie … Buiten het energiebeleid zijn er natuurlijk meer natuur– en milieuzaken waar je je vraagtekens bij kunt zetten, net als bij een aantal ontwikkelingen vanuit de overheid op sociaal terrein.

    Bedrijfsportefeuille

    Wat jammer is en blijft is dat de ASN zo weinig uitleent aan bedrijven en ondernemers, zoals de Triodos wel doet. Het is ogenschijnlijk veiliger om in staatsobligaties en hypotheken te beleggen, maar zelf neem ik met plezier met een iets lager rendement genoegen als dat betekent dat mijn geld daadwerkelijk in zaken als duurzame energie en duurzame bedrijven wordt geïnvesteerd. Bij Zon Zoekt Dak, de collectieve inkoopactie voor zonnepanelen van Stichting Natuur & Milieu, beperkte de ASN zich ook tot een beoordeling van de duurzaamheid van de leverancier en installateur. Deelnemers die financiering nodig hadden waren aangewezen op Greenloans, onderdeel van staatsbank ABN-Amro. Waarmee de ASN een kans liet liggen (in mijn ogen), Natuur en Milieu lijkt de commerciele kans van collectieve inkoop beter gezien te hebben.

    Ik heb al eerder betoogd dat de ASN ook haar klanten een actievere rol kan laten spelen. Al lijken nieuwkomende crowdfundingplatforms als Symbid en Share2Start daar actiever op in te spelen. Wat betekent dat het geld dat we langer kunnen missen steeds minder in beleggingsfondsen van de ASN terecht komt en steeds meer rechtstreeks naar ondernemers vloeit via met name MyC4 (Afrika) en Symbid.

  • Update vergelijking collectieve inkoopacties: 123 Zonne-energie

    Update: vanavond de tijd genomen om de stukken beter door te nemen. Waarna ik dit bericht heb aangepast, aangezien het te veel uit de losse heup geschreven was.

    Vandaag ontving ik een mail met het ‘persoonlijke’ bod van de collectieve inkoop actie voor zonnepanelen van Vereniging Eigen Huis die is gewonnen dor Oskomera Home Solar. Tijd dus voor een update om te zien hoe dat aanbod zich verhoudt tot de andere landelijke collectieve inkoopacties, maar vooral ook t.o.v. de prijzen van individuele installateurs. Zoals ik dat eerder al heb gedaan voor de andere collectieve inkoopacties.

    Voor een vollediger overzicht van de losgebroken markt voor collectieve inkoop verwijs ik naar Polder PV. Waar ook een interessant stuk staat voor Eneco klanten en Buurtburgemeesters van Nudge/Zon IQ en over de collectieve inkoopactie van Vereniging Eigen Huis.

    Persoonlijke aanbieding

    Aangezien er op ons dak al een zonneboiler ligt is de ruimte voor zonnepanelen beperkt. Ik had dan ook aangegeven slechts 6 panelen te willen. 123 Zonne-energie biedt 6 panelen van 250 Wattpiek per stuk, oftewel een installatie van 1500 Wattpiek vermogen. De kosten hiervan bedragen Euro 4.150, inclusief installatie. Daarmee behoort 123 Zonne-energie tot de duurdere aanbiedingen uit mijn vorige overzicht. De grotere installaties die 123 Zonne-energie aanbiedt zijn verhoudingsgewijs veel scherper geprijsd (zie ook tabel hieronder). Wat logisch is aangezien de kosten voor de zaken als omvormer en installatiekosten verhoudingsgewijs minder snel oplopen voor een grotere installatie.

    De door mij gehanteerde berekeningwijze voor de elektriciteitsopbrengst is behoorlijk conservatief en voor alle installaties gelijk gehouden. Goede zonnepanelen en goede installaties gaan echter langer dan 20 jaar mee en de opbrengst is in veel gevallen ook hoger dan waar ik mee heb gerekend. Als je een betere inschatting wil voor je eigen situatie verwijs ik je naar de berekeningswijzes van Polder PV of Siderea. Ik heb zelf geen ervaring met Sidera, maar van Peter Segaar (de man achter Polder PV) hoor ik positieve geluiden over Siderea, dus dat geeft vertrouwen.

    Voordelen 123 Zonne-energie

    Vereniging Eigen Huis noemt zelf de volgende voordelen van haar collectieve inkoopactie:

    • Volledige begeleiding tijdens het hele traject
    • Altijd een maatwerk oplossing voor uw persoonlijke situatie
    • Strenge kwaliteitseisen opgesteld i.s.m. TNO
    • Kortere terugverdientijd door scherp aanbod
    • Vereniging Eigen huis staat (i.s.m. KEMA) garant voor kwaliteit
    • Vereniging Eigen Huis biedt juridische ondersteuning
    • Vereniging Eigen Huis adviseert onafhankelijk en betrouwbaar

    Zelf zie ik de volgende punten als positief:

    • De panelen hebben een positieve vermogens tolerantie van 0 tot 5%, dus het vermogen van een
      paneel ligt tussen 250 en 262,5 Wp, en dat betekent altijd extra energie-opbrengst!
    • De productgarantie op deze panelen bedraagt 10 jaar. De vermogensgarantie is 25 jaar voor 80%. Dat
      betekent het paneel na 25 jaar nog minimaal 80% van het nominale vermogen (Wp) moet leveren.
    • Alle omvormers zijn voorzien van Bluetooth zodat ze kunnen communiceren met uw PC of laptop.
      Met behulp van de meegeleverde Sunny Explorer software kunt u dan de prestaties van uw
      zonnestroomsysteem volgen.
    • De productgarantie op deze omvormers bedraagt 10 jaar.
    • Uiteraard worden ook de bevestigingsmaterialen voor platte daken en schuine pannendaken, en de
      bekabeling geleverd en geïnstalleerd.
    • Ook golfplatendaken en staalplaten daken kunnen zonder meerprijs voorzien worden.
    • Indien nodig wordt er kosteloos een extra groep(en) naar de meterkast aangelegd.
    • De omvormer wordt aangesloten op de (extra) groep.
    • De garantie op het complete systeem, inclusief installatiewerk is 10 jaar. Na 9 jaar komt Oskumera langs voor een systeemcheck (niet onbelangrijk bij iets dat meer dan 20 jaar mee gaat).
    • Leden krijgen 10 jaar juridische ondersteuning van Vereniging Eigen Huis bij problemen.
    • De specialisten van Vereniging Eigen Huis monitoren een representatief aantal systemen voor de
      komende tien jaar.

    Nadelen 123 Zonne-energie

    In haar mailing schermt 123 Zonne-energie met een standaard prijs voor de installatie van 6 zonnepanelen van 250 Watt van Euro 5.106. Dat betekent dat Eigen Huis rekent met een standaardprijs van Euro 3,40 per Wattpiek. Wat me aan de hoge kant lijkt.

    Een ander nadeel van de collectieve inkoopactie van Eigen Huis is dat de installatie plaats vindt tussen 22 maart en 1 november. Met een beetje pech ben je dan dus het hele zomerseizoen kwijt….

     

    Een aandachtspunt vind ik de transparantie: oftewel ontvangt Vereniging Eigen Huis een kick back per verkochte installatie, en zo ja hoe hoog is deze? Die vraag komt na me op n.a.v. het bericht op Polder PV dat Natuur & Milieu een kickback fee krijgt per verkochte installatie die kan oplopen tot 9 ton. En dat Trouw een paar weken geleden berichtte dat aanbieders van collectieve inkoopacties voor energie (zoals Vereniging Eigen Huis) een kickback fee krijgen per overstapper.

    Vergelijking installateurs & collectieve inkoopacties

    Onderstaand overzicht is zeker niet compleet en ik pretendeer dat ook zeker niet. Het geeft je wel een beeld en doet je hopelijk beseffen dat het naast mooie collectieve aanbiedingen ook nog steeds de moeite kan lonen om een offerte bij een lokale installateur te vragen. Dat hoeft niet duurder te zijn en ook de voorwaarden hoeven niet slechter te zijn. Prijzen van lokale installateurs heb ik via Compare My Solar.

    Leverancier/actie Totaal vermogen Kosten Prijs / Wattpiek kWh/jaar (80%) Kostprijs
    Zontech 3760 € 6.740 € 1,79 3008 € 0,15
    Solarsenergy* 3760   € 1,87    
    Windvogel+ Metdezon 3840 € 7.351 € 1,91 3072 € 0,15
    123 Zonne-energie 6000 € 11.946 € 1,99 4800  
    123 Zonne-energie 5250 € 10.857 € 2,07 4200  
    Windvogel+ Metdezon 2640 € 5.575 € 2,11 2112 € 0,18
    123 Zonne-energie 4500 € 9.595 € 2,13 3600  
    123 Zonne-energie 3750 € 8.146 € 2,17 3000  
    Solarsenergy 1410 € 3.090 € 2,19 1128 € 0,18
    Solarsenergy 1470 € 3.230 € 2,20 1176 € 0,18
    123 Zonne-energie 3000 € 6.672 € 2,22 2400  
    Metdezon 3840 € 8.589 € 2,24 3072 € 0,17
    EnergieAnders 3975 € 8.970 € 2,26 3180 € 0,17
    Mitchel van der Meij 1380 € 3.120 € 2,26 1104 € 0,19
    Windvogel+ Metdezon 1800 € 4.076 € 2,26 1440 € 0,21
    Zontech 1410 € 3.260 € 2,31 1128 € 0,19
    EnergieAnders 1470 € 3.400 € 2,31 1176 € 0,19
    Nudge D 3680 € 8.694 € 2,36 2944 € 0,18
    123 Zonne-energie 2250 € 5.438 € 2,42 1800  
    Metdezon 2640 € 6.500 € 2,46 2112 € 0,20
    Zon zoekt dak B 1920 € 4.935 € 2,57 1536 € 0,19
    Nudge C 2760 € 7.128 € 2,58 2208 € 0,21
    Metdezon 1800 € 4.736 € 2,63 1440 € 0,20
    123 Zonne-energie 1500 € 4.150 € 2,77 1200 € 0,21
    Windvogel+ Metdezon 1200 € 3.328 € 2,77 960 € 0,23
    Zon zoekt dak A 1200 € 3.375 € 2,81 960 € 0,23
    Nudge B 1840 € 5.190 € 2,82 1472 € 0,21
    Nudge A 1380 € 4.220 € 3,06 1104 € 0,24
    Metdezon 1200 € 3.856 € 3,21 960 € 0,25