Categorie: economie

  • Uit de inbox: Dialoogbijeenkomst Groen is POEN! Anders denken loont! – 25 januari

    “Groen is poen! Anders denken loont!” Dat is het thema van de dialoogbijeenkomst georganiseerd door Vernieuwing Bouw, TNO, de Vrije Universiteit Amsterdam in samenwerking met Energiesprong en Building Brains. De bijeenkomst vindt plaats  op woensdag 25 januari 2012, van 14.00-18.00 uur. Wij nodigen u van harte uit om hierbij te zijn.

    In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken Landbouw en Innovatie heeft TNO in samenwerking met de Vrije Universiteit van Amsterdam 12 succesvolle projecten belicht die duurzame samenwerking en innovatie als thema hebben. Vragen die centraal staan:

    • Wat maakt deze projecten succesvol?
    • Samenwerking en innovatie in de bouwsector verloopt moeizaam maar waarom lukt het juist in deze projecten wel?
    • Wat kunnen wij van ze leren?
    • Wat kunnen we samen doen om deze successen op te schalen?

    Naast een inhoudelijke dialoog over de projecten en de achterliggende ‘oorzaken van succes’ zullen er plenaire sessies zijn waarin vooraanstaande sprekers Elco Brinkman en Thomas Rau wordt gevraagd om hun reactie.

    Een van de onderzochte projecten is het energieservice bedrijf (ESCo) Rotterdamse Zwembaden van Strukton. Een aantal collega’s van Strukton is aanwezig om meer uitleg te geven over de gehanteerde werkwijze en natuurlijk ook om inspiratie op te doen vanuit de andere 11 succesvolle projecten. Ik kan er zelf helaas niet bij zijn.

    Meer informatie

    Mocht je je alvast in willen lezen dan kan dat op de website van Strukton of in de factsheet (pdf). Of vul ondestaand contactformulier in dan nemen mijn collega’s Michel Heijnekamp en Jeroen Mieris contact met je op.

    [contact-form-7 id=”5170″ title=”Strukton ESCo”]

    Disclaimer: als consultant maatschappelijk verantwoord ondernemen hou ik mij binnen Strukton onder andere bezig met het promoten van duurzame oplossingen van Strukton.

  • Het belang van teerzandolie voor Nederland

    Vorige week berichtte Damian Carrington in The Guardian dat de Nederlandse overheid zich net als Engeland sterk maakt voor een compromis om te voorkomen dat Canadese teerzandolie als zeer milieuonvriendelijk te boek komt te staan. Daarmee verplaatst de strijd om de winning van de Canadese teerzanden zich naar Nederland. In eerste instantie leek het me een onlogische zet om je in te zetten voor de importmogelijkheden van Canadese olie. Totdat ik bedacht dat de Nederlandse staat via Energiebeheer Nederland voor 40% participeert in de winning van olie door NAM (onderdeel van Shell & Exxon) in Schoonebeek (zie lijst met deelnemingen op EBN site). De olie in Schoonebeek is ” zo taai en dik dat het lijkt op pannenkoekenstroop

    Strijd om teerzand in Canada & de VS

    In Canada is de strijd al een paar jaar in volle gang en heeft de minister onlangs een open brief gestuurd, waarin hij stelt dat tegenstanders van de winning van teerzand tegenstanders van Canada zijn. In de VS  wordt al een tijd een zware strijd geleverd om de vergunning voor de Keystone XL pijpleiding te blokkeren. Begin deze week heeft Obama de vergunning voor Keystone XL voorlopig afgewezen, maar wel de mogelijkheid open gelaten om een nieuwe vergunning aan te vragen. Obama is van mening dat het Amerikaanse parlement hem onvoldoende tijd gunt om de milieu- en sociale effecten van de pijpleiding te onderzoeken.

    Californië werkt daarnaast aan wetgeving die de invoer van teerzandolie stukken lastiger maakt, door eisen te stellen aan de CO2 emissie van brandstof over de hele winningsketen (van well to wheel). Een rekenmethodiek die ook wel bekend staat als levenscyclus analyse en volstrekt gebruikelijk is in andere branches. Zo niet in de energiehoek, want de oliemaatschappijen voeren een stevige juridische strijd tegen het voorstel.

    Teerzandolie in de EU & Nederland

    In Europa werkt de Europese Commissie aan een herziening van The Fuel Quality Directive, dit is een soortgelijk voorstel als waar Californië aan werkt. Engeland (volgens sommige een lichtend voorbeeld op milieugebied) probeert al langer om dit voorstel van tafel te krijgen. Nederland heeft zich daar volgens Damian Carrington inmiddels bijgevoegd met een eigen voorstel. Damian Carrington wijst er op dat BP en Shell beide fors hebben geïnvesteerd in de Canadese teerzandolie. Wat hij over het hoofd ziet is dat de Nederlandse overheid via Energiebeheer Nederland ook (fors?) geïnvesteerd heeft in de winning van teerzandolie in ons eigen kikkerlandje. De hoeveelheid energie die nodig is om de Nederlandse teerzanden te ontginnen is misschien minder groot dan voor de Canadese teerzanden, maar ik vermoed dat het nog altijd meer is dan benodigd is voor conventionele oliewinning.

    Als het voorstel van de Europese Commissie ongewijzigd wordt aangenomen kan het dan ook wel eens een stuk lastiger worden om de verwachte 100 miljoen vaten olie te verkopen. Wat weer gevolgen heeft voor de ‘aardgasbaten’ die EBN afdraagt aan de Nederlandse staat. In 2010 was de afdracht van EBN aan de Nederlandse staat volgens de jaarrekening goed voor ruim 5,3 miljard Euro. Al komt het grootste deel daarvan ongetwijfeld van aardgas.

    PS Waarom investeert de Nederlandse overheid eigenlijk via EBN risicodragend in de zoektocht naar en de winning van fossiele brandstoffen, terwijl hernieuwbare bronnen hooguit exploitatiesubsidie krijgen?

  • Rendement Meewind 2011

    In 2008 heb ik een deel van mijn kerstbonus geinvesteerd in een participatie in Meewind met het idee de ontwikkeling van offshore wind in Nederland te stimuleren. Meewind is een paraplufonds dat de mogelijkheid biedt te beleggen in duurzame energieprojecten.  Ik werd op het bestaan van Meewind gewezen door Greenchoice, die een mooie actie hadden waarbij je met een aanbetaling van 100 Euro een participatie van 1.000 Euro kon kopen. De resterende 900 Euro hoefde pas betaald te worden zodra Meewind haar eerste windpark werkelijk in aanbouw zou nemen. In 2010 was het zover en heb ik het geld voor volledige participaties in het eerste subfonds van Meewind bijgestort.

    Het eerste subfonds van Meewind heeft een participatie in het Belgische windpark Belwind. Het windpark is eind 2010 in productiegenomen. De intrinsieke waarde van een participatie is sindsdien gestegen van 1.000 Euro in juli 2010 tot Euro 1.121 eind 2011. Dat is een rendement sinds oprichting van 12%, over 2011 bedroeg het rendement 8%. Vooralsnog is het papieren winst, enkel te verzilveren door de participatie te verkopen. Dat ben ik echter niet van plan, sterker eind vorig jaar heb ik  mijn investering in Meewind uitgebreid.

    Meewind hoopt vanaf dit jaar dividend uit te gaan keren, dus wellicht kan ik later dit jaar een beeld van het dividend rendement van een participatie Meewind geven. Meewind wil medio 2012 ook de inschrijving voor het tweede subfonds openen. Met dat fonds wil Meewind investeren in het offshore windpark bij Schiermonnikoog.

  • Strukton: Energiebesparen met een Energy Service Company (ESCo)

    In Amerika Engeland en Duitsland zijn Energy Service Companies (ESCo’s) al een vast verschijnsel, maar in Nederland (nog) niet. Dat de formule ook in Nederland succesvol kan worden toegepast laten de gemeente Rotterdam en mijn werkgever Strukton. Zij hadden vorig jaar de primeur om een energie service bedrijf (ESCo op z’n goed Nederlands 😉 op te richten voor het onderhoud en beheer van negen Rotterdamse zwembaden. Strukton heeft samen met haar partner Hellebrekers een tienjarig onderhoud- en energieprestatiecontract afgesloten. Dit contract past goed bij de ambities die de gemeente Rotterdam heeft geformuleerd in de Samenwerkingsovereenkomst Duurzaam Vastgoed.

    Kern ESCo contract

    De kern van het contract tussen de gemeente Rotterdam en Strukton is dat de ESCo Strukton het energieverbruik van de zwembaden sterk zal terugdringen en het onderhoud en beheer geheel van de gemeente Rotterdam overneemt. In totaal levert dit een gegarandeerde besparing op van 4,5 miljoen euro. Concreet gaat het om:

    • 43% minder gas
    • 24% minder elektriciteit
    • 9% minder water
    • Betere waterkwaliteit
    • Beter binnenklimaat
    • Betere luchtkwaliteit

    Toegepaste technieken

    Om de afgesproken besparingen te realiseren, investeert de ESCo onder andere in warmtepompen, aanwezigheidsdetectie en ECO-verlichting. Al deze investeringen leiden tot een reductie van de CO2-uitstoot van 2.000 ton per jaar. Dit staat gelijk aan de uitstoot van 500 woningen. Daarnaast investeert de ESCo in meer comfort voor de zwembadbezoeker. Dankzij de installatie van een UVC-reactor hoeft bijvoorbeeld minder chloor in het zwemwater te worden gebruikt.

    Strukton & ESCo’s

    Binnen Strukton zijn we van mening dat een ESCo breder inzetbaar is dan enkel voor zwembaden. De ESCo formule is goed toepasbaar voor het ontwerpen en realiseren van revitalisatie van vastgoed. Het vastgoed wordt hierdoor moderner, energiezuiniger, comfortabeler en daarmee aantrekkelijker voor huurders. De waarde van het vastgoed neemt toe en de exploitatieduur kan worden verlengd. Een ESCo combineert revitalisatie met meerjarig onderhoud, beheer en energiemanagement. Indien gewenst wordt ook de financiering georganiseerd.

    Hoe werkt het?

    Uniek aan een ESCo is dat de opdrachtgever geen (financieel) risico draagt. De ESCo geeft, voor een of meer gebouwen, in een prestatiecontract garanties af op de kosten en kwaliteit van de revitalisatie, de energiebesparing, de kosten voor onderhoud en beheer en de comfortverbetering. De ESCo investeert in (energiebesparende) maatregelen om de overeengekomen prestaties te realiseren. Daarna verdient de ESCo de investeringen terug uit het rendement dat de maatregelen opleveren. Zo wordt de ESCo sterk geprikkeld om meerjarig te voorzien in een duurzame huisvesting met een optimale kwaliteit en tegen minimale kosten.

    In onderstaande filmpje wordt op hoofdlijnen uitgelegd hoe de ESCo in z’n werk gaat:

    Het Nieuwe Werken

    Een revitalisatie kan goed worden gecombineerd met de implementatie van Het Nieuwe Werken. De implementatie van Het Nieuwe Werken beinvloedt de haalbaarheid van een revitalisatie doorgaans positief. Implementatie van Het Nieuwe Werken kan een sterke stimulans zijn voor de huurder(s) van het vastgoed om het gebruik voor langere tijd te continueren.

    Meer informatie

    Meer informatie over de ESCo formule van Strukton (inclusief contactpersonen) vind je in de factsheet ESCo(pdf). Of vul ondestaand contactformulier in dan nemen mijn collega’s Michel Heijnekamp en Jeroen Mieris contact met je op.

    [contact-form-7 id=”5170″ title=”Strukton ESCo”]

    Disclaimer: als consultant maatschappelijk verantwoord ondernemen hou ik mij binnen Strukton onder andere bezig met het promoten van duurzame oplossingen van Strukton.

  • (nog) een kras in Wal-Mart's poging om een duurzaam boodschappenbolwerk te worden

    Sinds een paar jaar timmert Wal-Mart stevig aan de weg met het Sustainability Consortium als het gaat om het verduurzamen van haar productieketen. Toch weigert mijn eigen bank (ASN) al een aantal jaar te investeren in Wal-Mart, als ik me goed herinner onder andere i.v.m. wapenverkopen in de winkels. Deze week werd duidelijk dat de ASN door een veel prominentere belegger wordt gevolgd: ABP. In het persbericht motiveert ABP  (pdf) de uitsluiting als volgt:

    Het Amerikaanse bedrijf Walmart is door ABP uitgesloten vanwege het personeelsbeleid dat in strijd is met internationale richtlijnen (ILO richtlijnen), met name ten aanzien van arbeidsomstandigheden en de mogelijkheid voor werknemers om zich te organiseren in vakbonden.

    Dat maakt duidelijk dat verantwoord ketenbeheer slechts een onderdeel is van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ik ben er van overtuigd dat samenwerking met ketenpartners veel meer impact kan hebben op duurzaamheid (zowel sociaal als milieu), tegelijkertijd vergt een ambitieuze verduurzamingsstrategie voor je productieketen ook dat je je eigen interne ambities opschroeft…

    Na een paar jaar zeuren tegen ABP (over oa. investeringen in kolen, teerzanden en hun investeringsbeleid) is het mooi om te zien dat er ook voor hun een grens zit aan de engagement strategie. Wanneer een bedrijf haar gedrag en beleid niet wijzigd komt er een moment dat je afscheid moet nemen. Wat mij betreft een dikke pluim voor deze actie van ABP.

  • Collectieve inkoop zonnepanelen: Windvogel

    Als je er eenmaal naar gaat zoeken kan het niet meer op. Ook De Windvogel heeft een collectieve inkoopactie voor zonnepanelen. Leden van De Windvogel krijgen 15% korting op de systemen en de installatie bij Metdezon. Het lidmaatschap van De Windvogel kost eenmalig 50 Euro. Die heb je dus meteen terugverdiend als je zonnepanelen aanschaft via Metdezon, want het kleinste pakket kost Euro 836 en levert dus ongeveer 120 Euro korting op.

    De inkoopactie duurt nog tot 31 maart 2012. Je kan je dus ook opgeven voor de collectieve inkoopactie van Natuur & Milieu of Vereniging Eigen Huis en kijken welke van de 3 de beste voorwaarden weet te bedingen.

    Zelf zijn we in ieder geval lid geworden van De Windvogel. Al was het maar om in windmolens op de 2e Maasvlakte te  kunnen investeren als De Windvogel die daadwerkelijk mag gaan plaatsen. De keuze voor zelflevering via De Windvogel stel ik nog even uit tot na de jaarwisseling, net als de keuze voor eventuele installatie van zonnepanelen.

  • Meerkosten van overschakeling op duurzame energie 400 pond per persoon per jaar

    De kosten voor overschakeling naar een duurzaam energiesysteem kost het Verenigd Koninkrijk 5.000 pond per inwoner per jaar. Dat blijkt uit berekeningen van Professor David MacKay, auteur van Sustainable energy, without the hot air. Dat is een kleine 400 pond meer dan doorgaan op de huidige weg met fossiele energie, maar goedkoper dan het scenario met meer CO2 afvang en opslag (CCS) en hogere inzet van biomassa. Het laatste scenario met meer kernenergie komt als duurste uit de bus in het Verenigd Koninkrijk.

    Dat laatste mag geen verrassing zijn voor wie het rapport van City Bank of de rapporten over de negatieve leercurve van kernenergie gelezen heeft (dat betekent dat nieuwe centrales duurder zijn dan oudere, alsof je nieuwe pc dezelfde prestatie levert tegen een hogere prijs dan de huidige). Ook de ontwikkelingen bij Delta zeggen voldoende over de commerciële haalbaarheid van kernenergie. Zoals Jonathan Porritt al zei in zijn afscheidsinterview kernenergie komt niet van de grond zonder staatssteun.

    Het scenario dat inzet op biomassa en CCS kent twee uitdagingen. Ten eerste de beschikbaarheid van voldoende duurzaam geproduceerde biomassa voor energieopwekking (die daarmee dus niet voor andere doeleinden beschikbaar is). Ten tweede is het nodig om CCS succesvol op commerciële schaal toe te gaan passen. Wat bij de huidige CO2 prijzen op z’n zachtst gezegd een uitdaging is.

    In bovenstaande berekeningen zijn de externe kosten van fossiele energie buiten beschouwing gelaten. Volgens verschillende rapporten zijn die aanzienlijk, al hangt het natuurlijk af van de invulling van duurzame energie of dat voordelen oplevert. Zo zal de luchtkwaliteit niet noemenswaardig verbeteren als je kolen en gas vervangt door biomassa. Volgens de Stern Review zijn de kosten van klimaatverandering per Brit 6.500 pond per jaar. Met een meerprijs van 400 pond per Brit voor duurzame energie lijkt dat me een uitermate rendabele investering… Met als bijkomend voordeel dat het opwekken van decentrale energie en het realiseren van energiebesparing vrij lastig te importeren is, waardoor het lokale werkgelegenheid oplevert.

    Nederland

    Ervan uitgaande dat het Verenigd Koninkrijk en Nederland redelijk vergelijkbaar zijn (met dien verstande dat het VK nog meer laaghangend fruit heeft dan Nederland) biedt bovenstaande berekening een mooi startpunt voor Nederland. In Nederland is daarvoor het Energietransitiemodel ontwikkeld. Daarmee kun je ook verschillende scenario’s doorrekenen, zoals bijvoorbeeld het scenario dat ontwikkeld is door Nederland krijgt nieuwe energie van het Duurzaamheidsoverleg Politieke Partijen. Toch zou ik er de voorkeur aan geven om het model van MacKay om te planten naar Nederland. Al was het maar omdat MacKay ook werkt aan de toevoeging van zaken als kostenvergelijkingen tussen scenario’s en het effect op luchtkwaliteit. Daarnaast vind ik de toelichting bij de scenario’s van de 2050 Pathway Calculator begrijpelijker en gedetailleerder.

  • De ultieme scheefwoonbeloning

    Al jaren lopen er discussies over scheefwonen. Vaak gaat het om mensen die ooit met een laag inkomen een sociale woning betrokken hebben, maar die er inmiddels in inkomen op vooruit zijn gegaan. De huur van de woning waar ze wonen is daardoor te laag voor hun inkomen. Idealiter verhuizen mensen door naar een duurdere huurwoning of een koopwoning. Helaas zit de koopmarkt behoorlijk op slot. Waren woningen eerst te duur om te kopen (onder andere door het prijsopdrijvende effect van de hypotheekrenteaftrek), inmiddels dalen de prijzen maar scherpen de banken de eisen aan kopers nog sneller aan.

    Op de site van Ria Damhof kwam ik deze week een briljante oplossing van het Kabinet tegen om een einde te maken aan scheefwonen: een aanbiedingsplicht voor woningcorporaties. Deze worden als het aan het Kabinet ligt verplicht om 75% van hun woningen te verkopen voor 90% van de WOZ waarde. Een nattere droom voor mensen met een sociale huurwoning op een populaire locatie kan ik me niet voorstellen. Een koopwoning in hartje Amsterdam voor 90% van de WOZ waarde. Paar jaartjes splitsen, samenvoegen en andere papieren vastgoedtrucjes uithalen, of meteen doorverkopen aan de hoogste bieder en tel uit je winst… Of een woning die net grootschalig door de woningbouwcorporatie is verbouwd  aanschaffen tegen 90% van de WOZ waarde. Da’s ook kassa…

    De woningcorporaties blijven vervolgens achter met incourante woningen en een gat in hun financiele reserves. Zeg dan maar dag tegen je handje tegen de langzame, maar hoopvolle ontwikkelingen op gebied van energiebesparing bij woningbouwcorporaties. De eerste daarvan hebben inmiddels gemiddeld B-label woningen in hun woningvoorraad en zetten daarmee ook in op het tegengaan van energiearmoede door forse energiebesparing in hun woningvoorraad. Maar waarom zou je fors investeren als je onder de marktprijs moet verkopen en als je woningbezit ook nog eens steeds versnipperder wordt, waardoor het bijna onmogelijk wordt om schaalvoordelen te halen bij renovatie.

    Het Kabinet geeft bij monde van Rutte aan dat het Engelse voorbeeld een goed voorbeeld is, het eigen woningbezit in het Verenigd Koninkrijk is sinds de aanbiedingsplicht voor woningbouwcorporaties fors gestegen. Wat Rutte er niet bij meldt is dat energiearmoede in het Verenigd Koninkrijk een behoorlijk probleem begint te worden. Veel huizen zijn vele malen slechter geisoleerd dan in Nederland en de Green Deal lijkt daar maar zeer beperkt verandering in te gaan brengen.

    Ik betwijfel overigens of het plan daadwerkelijk het eigen woningbezit gaat bevorderen. Voorlopig zitten banken met een berg aan leningen verstrekt voor overgewaardeerd vastgoed (zowel commercieel als woningen) waar zeer waarschijnlijk nog fors op afgeschreven moet worden. Banken zijn dus niet happig zijn op het verstrekken van nieuwe leningen voor vastgoed. Ook bewoners zullen zich misschien nog een tweede keer achter de oren krabben als ze bedenken dat ze een sociale woningbouwvereniging als huisbaas gaan omruilen voor een commerciële bank. Terwijl het Kabinet ook aangeeft dat het van plan is een verhuisplicht in te voeren voor werklozen. Wanneer je dat overkomt ben je blij met een huurwoning…

    Als het plan wel aanslaat is dat natuurlijk goed nieuws voor de staatskas. Twee procent overdrachtsbelasting over  75% van de woningvoorraad van woningbouwcorporaties is een welkome aanvulling in tijden van een teruglopende belastinginkomsten.

  • Verantwoord ketenbeheer: van risicomanagement naar waardecreatie (deel 2)

    Vorige week ben ik ingegaan op de wijze waarop verantwoord ketenbeheer in eerste instantie ontwikkeld is als antwoord op kritiek op de manier waarop bedrijven omgingen met (vermeende) misstanden bij hun leveranciers. Volgens de auteurs van het boekje Verantwoord ketenbeheer: Van risicomanagement naar waardecreatie was dat een logische eerste stap, maar wel een defensieve. Veel bedrijven die op die manier begonnen zijn beginnen manieren te ontdekken waarop verantwoord ketenbeheer meer strategisch ingezet kan worden als een manier om van een red ocean strategy naar een blue ocean strategy te komen. Oftewel van een strategie waarbij gevochten wordt om procenten marktaandeel naar een strategie waar nieuwe markten worden verkend. Die laatste strategie is interessanter, omdat het aantal concurrenten in blauwe oceanen beperkt is. Daarbij baseren de auteurs zich op het boek Blue Ocean Strategy van W. Chan Kim en Renée Mauborgne.

    Mogelijkheden om verantwoord ketenbeheer meer strategisch in te zetten

    De auteurs van Verantwoord Ketenbeheer stellen dat het duurzaamheidsvraagstuk veelomvattend is, maar in essentie ook heel eenvoudig: het is een schaarsteprobleem. Het gaat om de beschikbaarheid en daarmee de waarde van grondstoffen, brandstoffen, energie, voedsel en biodiversiteit voor de wereldbevolking. Nu en straks. Bedrijven staan voor de uitdaging om te anticiperen op dit schaarstevraagstuk. Bijvoorbeeld door het opzetten van een effectief beleid voor verantwoord ketenbeheer, want om een duurzaamheidstransformatie te starten is een ketenbenadering nodig.

    Door verantwoord ketenbeheer te verbinden aan bv. business development, productontwikkeling, marketing en sales kan verantwoord ketenbeheer op zowel korte als lange termijn waarde gaan opleveren voor een bedrijf. Vanuit de defensieve basis kan dan gewerkt worden aan waardecreatie, bv. door samen met leveranciers te zoeken naar mogelijke efficiencyverbeteringen, kostenreducties, nieuwe producten, nieuwe logistieke oplossingen, nieuwe materialen etc.

    De auteurs zien vier terreinen voor waardecreatie

    1. Kostenreductie: toverwoord daarbij is en blijft Total Cost of Ownership. Waarbij de focus ligt op kostenbesparing over de hele gebruiksduur en kwaliteit. Walmart vraagt bijvoorbeeld al haar leveranciers om energie te besparen en de energie-efficientie van producten te verbeteren. Het idee daarachter is dat energiereductie leidt tot kostenbesparingen, die voor een deel doorgegeven worden aan Walmart. Waarmee Walmart haar positie als prijsvechter kan behouden.
    2. Innovatie: voor veel bedrijven geldt dat de impact in de keten qua duurzaamheid veel groter is dan de impact van de eigen bedrijfsvoering. Dat geldt ook voor de overheid. Door een voorkeurspositie te geven aan leveranciers die voorlopen in het verbeteren van hun duurzaamheidsprestaties wordt de toeleveringsketen structureel gestimuleerd tot innovatie.
    3. Onderscheidend vermogen: duurzaamheid kan een onderscheidend vermogen zijn. Zeker in markten waar de consument weinig verschil ervaart en de prijsdruk hoog is. Zo heeft Unilever de negatieve prijsspiraal bij thee weten te doorbreken door alleen nog te werken met gecertificeerde theeplantages. Daardoor zijn consumenten meer waarde gaan toekennen aan het product en heeft Unilever een forse omzetgroei bereikt.
    4. Ketenintegratie: om de voordelen te realiseren is vergaande samenwerking met toeleveranciers nodig. In de bouw worden verrassende resultaten behaald door toeleveranciers vanaf het begin te betrekken en mee te laten denken over de beste oplossing binnen het beschikbare budget.

    Randvoorwaarden voor succesvolle implementatie

    Helaas bestaat er volgens de auteurs van Verantwoord Ketenbeheer van risicomanagement naar waardecreatie geen standaardsuccesrecept voor de omslag van risicomanagement naar waardecreatie. Wel benoemen ze een aantal leidende principes die randvoorwaardelijk zijn bij het succesvol waarde creëren door duurzame inkoop:

    • Leiderschap
    • Ondernemerschap
    • Openheid
    • Samenwerking

    Veranderende rol inkoop

    Een strategische inzet van verantwoord ketenbeheer verandert de rol van de inkoopfunctie. Wanneer inkopers samen met leveranciers werken aan gedeelde doelen wordt de toegevoegde waarde van inkopers duidelijk. Samen met leveranciers wordt dan gewerkt aan een groter onderscheidend vermogen of zelfs aan het creëren van nieuwe markten. Een van de grote uitdagingen is om prikkels te verzinnen die leveranciers uitdagen om mee te denken om de organisatie succesvoller te maken. Op gebied van duurzaamheid kan dat betekenen dat eisen gesteld worden aan de duurzaamheid van een leverancier of product, of door duurzame producten een voorkeursbehandeling te geven. Volgens de auteurs is het echter nog beter om in gezamenlijkheid te zoeken naar (het verhogen van het) differentiërend vermogen.

  • Zonne energie als service: Zonline

    Het grote succes van bedrijven als SunRun, Sungevity en SolarCity is niet ongemerkt aan Nederland voorbij gaan. Deze bedrijven installeren zonnepanelen op huizen, waarbij de huiseigenaar enkel betaald voor de gebruikte energie. Eerder dit jaar lanceerde Greenchoice samen met de Zonnefabriek en Stichting DOEN al de pilot Zonvast, waarbij je zonder investering 10 zonnepanelen op je dak geïnstalleerd krijgt. De energieprijs die je betaald ligt 20 jaar vast op 23 Eurocent per kWh (inclusief belasting). Na 20 jaar worden de panelen eigendom van de huiseigenaar.

    Wat doet Zonline?

    Het systeem dat Greenchoice voor Zonvast gebruikte levert gemiddeld 1950 kWh per jaar op. De zonne-energie die je direct zelf hebt verbruikt reken je af op het ZonVast tarief van 23 cent. De rest levert je terug aan het net en wordt van die vaste 1950 kWh afgetrokken. Dit zelfde principe wordt gehanteerd door Zonline.

    Zonline maakt daarbij gebruik van luchtfotografie in combinatie met geavanceerde rekensoftware en lijkt daarmee wel wat op Comparemysolar.nl. Hierdoor is het niet meer nodig om formulieren in te vullen, dakmetingen te verrichten en afspraken te maken met installateurs. Zonline doet alles op afstand. Het resultaat volgens Zonline:  binnen drie muiskliks een kraakheldere online offerte. Hierin staat exact aangegeven wat je bespaart en wat je milieubijdrage is.

    Via Zonline hoeven zonnepanelen geen duizenden euro’s meer te kosten. Zonline werkt met partners die de panelen ‘gratis’ plaatsen en installeren. Je betaalt voor de gebruikte zonnestroom. De prijs is afhankelijk van je persoonlijke situatie en ligt tussen de 23 en 28 Eurocent per kWh. Dus geen gedoe meer met hoge startinvesteringen, die zelfs bij nieuwbouw nog steeds leiden tot het schrappen van allerlei duurzame maatregelen. De Nederlander betaald blijkbaar liever jaarlijks aan het energiebedrijf, dan eenmalig geld neer te leggen voor energie-onafhankelijkheid…

    Dat daar een prijskaartje aan zit moge duidelijk zijn, of dat nu is in de vorm van een hogere energierekening of in de vorm van hogere kosten voor je zonnepanelen. Greenchoice rekent namelijk met een startinvestering van Euro 7.920 voor het systeem. Dat is beduidend meer dan je betaald als je de investering zelf doet. Wat niet wegneemt dat het een goede optie kan zijn voor mensen die op dit moment de financieringsruimte niet hebben om zonnepanelen te installeren.

    Wat mist bij het aanbod van Zonline en Greenchoice is de controle op de opbrengst, daar ben je als gebruiker zelf verantwoordelijk voor. Terwijl partijen als Zon IQ, Waifer en Qurrent wel online kwaliteitscontrole voor de opbrengst van je zonnepanelen willen (gaan) bieden.

    Hopenlijk brengen initiatieven als Zonline, Zonvast en de verschillende collectieve inkoopacties die momenteel lopen (zoals 123 Zonne Energie, Zonnekracht, Zon zoekt dak) daar verandering in. Zo niet, dan blijft zonne energie natuurlijk nog steeds besmettelijk 😉