Zoekresultaten voor: craig morris

  • Gastbijdrage: Productie hernieuwbare energie stagneert in Duitsland in 2016

    ANALYSE – Na de sterke groei in 2015 vertoont het aandeel hernieuwbare energie in Duitsland nauwelijks veranderingen in het afgelopen jaar. Eigenlijk is het meest verrassende de verandering in aardgas. Craig Morris duikt in de cijfers.

    Gasflame 500x234

    2016 liet een stijging van het gasverbruik zien, en weinig voortgang in het aandeel hernieuwbare energie (Foto door Michal Osmenda, edited, CC BY-SA 2.0)

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    De cijfers zijn niet alleen gebaseerd op voorlopige cijfers, maar deels ook op voorspellingen. De AGEB, een groep economen en energie experts die de cijfers opstelde, publiceerde ze namelijk net voor de kerst – voor het jaar ook maar over was. De totale primaire energie consumptie steeg met 1,6%, dat kwam vooral, legt AGEB uit,  door het koudere weer en het schrikkeljaar, wat 0,3% extra tijd toevoegde aan 2016. We hebben de officiële CO2 emissiecijfers nog niet, maar Agora Energiewende schat dat de CO2 emissie van elektriciteitsproductie daalde met 1,6%, doordat het kolenverbruik verder daalde. Tegelijkertijd stijgen de CO2 emissies met 0,9% doordat er te weinig voortgang wordt geboekt in de warmte en transportsectoren (Duits persbericht).

    Energie Duitland 2016 429x300

    Mix van primaire energie consumptie Duitsland 2016

    Een punt om te laten zien hoe groot de aanpassing aan deze voorlopige cijfers kan zijn. Het bericht van vorig jaar over AGEB’s voorlopige cijfers voor 2015 nam aan dat het aandeel hernieuwbare energie tot 32,5% van de binnenlandse energievraag was gestegen. Maar dat cijfer werd in de zomer verlaagd tot 31,5%. En na gematigde groei in 2016 staat de nieuwe voorlopige voorspelling op 32,3% – minder dan vorig werd verwacht. De grafiek hieronder laat het aandeel hernieuwbare energie in de totale productie zien, dat is inclusief het record niveau van export. Het aandeel hernieuwbare energie in de totale productie is lager dan in de binnenlandse vraag enkel omdat Duitsland zoveel elektriciteit exporteert.

    Duitland Energieprodutie 2016 429x300

    Mix van energieproductie in Duitsland voor 2016

    Ondanks de stilstand op de biogas markt, nam de elektriciteitsproductie van bioenergie toe. Biogas units kunnen elektriciteit leveren op afroep en zijn dus minder afhankelijk van het weer. Zonne-energie is zeer afhankelijk van het weer en produceerde minder elektriciteit dan in 2015, ook al was er een lichte stijging in geïnstalleerd vermogen. Blijkbaar was 2016 simpelweg minder zonnig dan 2015. Zulke fluctuaties zullen niet weg gaan; we zullen er mee moeten leren leven in een toekomst die grotendeels op de zon gebaseerd is. En dan was er nog de terugval in windenergie. Na 70,9 TWh in 2015 viel de productie van wind op land vorig jaar terug naar 66,8 TWh, ook al was er een sterke stijging van het aantal nieuw geïnstalleerde windmolens.

    Dubbele aanpassingen

    Maar deze uitkomst is zelfs slechter vanuit het gezichtspunt van vorig jaar januari, toen de AGEP voor wind (op land en op zee) 85,4 TWh noteerde, een getal dat de Duitse wind energie associatie BWE nog steeds gebruikt in zijn meest recente persbericht (Duitstalig). In feite heeft AGEB dit getal in de zomer van 2016 verlaagd naar 79,1 TWh.

    Waarom zijn de cijfers voor 2015 naar beneden bijgesteld? In de basis komt dit doordat de ‘live’ data (die in feite gebaseerd zijn op een combinatie van berekenen en schatten) die Entso-e (het Europese samenwerkingsverband van netwerkbeheerders) rapporteert slechts zo’n 90% van de elektriciteitsproductie dekt (zie ook dit rapport). Websites zoals de Agorameter en Fraunhofer’s Energy Charts maken gebruik van de data van Entso-e en stellen hun berekeningen naar boven bij om het gat te vullen (net als AGEB). Maar toen begon ook Entso-e deze aanpassing te maken – blijkbaar zonder dit aan iemand te vertellen. Agora, Fraunhofer en AGEB voegde hun eigen correctie toe aan die van Entso-e, waardoor hun schattingen kort gezegd te hoog werden.

    De elektriciteitsproductie voor wind op land en op zee staat voor 2016 voorlopig op 79,8 TWh, slechts 1% hoger dan de gecorrigeerde elektriciteitsproductie voor 2015. De sterke groei van de elektriciteitsproductie door wind op zee compenseerde de lagere productie van wind op land, vooral doordat Bard 1, een windpark van 400 MW, van januari tot oktober 2015 stil laag (Duitstalig verslag) maar goed draaide in 2016.

    Focus moet verschuiven van kolen naar olie & gas

    De grootste veranderingen in het energieaanbod hebben betrekking op aardgas en kernenergie. Het aandeel van gas in de elektriciteitsproductie steeg deels doordat de gasprijs in 2015 inzakte en laag bleef in 2016 (zie figuur 4.2 in deze pdf). AGEB schrijft ook dat de vraag naar warmte steeg doordat het weer kouder was, en gas is goed voor ongeveer de helft van de ruimteverwarming in Duitsland.

    Elektriciteitsproductie van steenkool en bruinkool daalde met 0,7%. Sins het niveau in 2007 (voor de economische crisis) is de elektriciteitsproductie van kolen met zo’n 12,5% gedaald – bovenop de halvering van kernenergie. Tegelijkertijd is de export van elektriciteit met 55,5 TWh tot  record hoogte gestegen, dit staat gelijk aan 9% van de totale productie. Agora wijst er op dat Duitse kolencentrales gered worden door de export (Duitstalig), want kolencentrales zijn in toenemende mate niet meer nodig om in de binnenlandse vraag naar elektriciteit te voorzien, zie mijn artikel uit 2013 voor een verklaring.

    Duitse Energiemix 2003 2016 429x300

    Kernenergie lag lager door twee oorzaken. Ten eerste sloot in 2015 Grafenrheinfeld nog tot mei in gebruik, en ten tweede lagen verschillende kerncentrales in april en mei om diverse redenen, waaronder veiligheidsproblemen en lekkages, stil. Duitsland heeft momenteel 8 kerncentrales in gebruik.

    Kerncentrales Duitsland 2016 500x258

    Nuclear power generation by month in 2016, showing the downturn in April and May. (Source: Fraunhofer ISE)

    Het oliegebruik blijft onveranderd op 34% van de totale vraag, dat is meer dan bruinkool en steenkool gecombineerd. Had ik al gezegd dat er meer aandacht besteed moet worden aan de warmte- en transportsectoren?

    Craig Morris (@PPchef) is de hoofdauteur van Global Energy Transition. He is co-auteur van Energy Democracy, de eerste geschiedenis van de Duitse Energiewende, en hij is momenteel Senior Fellow bij IASS.

    Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Slecht nieuws over lage prijzen duurzame energie

    OPINIE – Een grote zorg bij veilingen voor duurzame energie is dat de grote spelers mogelijk te laag bieden om toekomstige competitie af te schrikken. Zodra een klein aantal bedrijven de concurrentie heeft afgeschrokken kunnen ze de toekomstige prijzen verhogen. Het nieuws uit Abu Dhabi is daarom ontmoedigend. En het nieuws uit Nederland zou dat binnenkort ook wel eens kunnen zijn, zo stelt Craig Morris.

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    Vorige week berichtte de pers in de Verenigde Arabische Emiraten dat verschillende bedrijven zich teruggetrokken hebben uit de komende veiling van 350 MW zonne-energie. De bedrijven verwachten dat de opbrengsten van de veiling simpelweg te laag zullen zijn. De vorige veiling leverde een prijsrecord van 2,99 cent op. Talrijke analystenhebben geprobeerd deze prijs in perspectief te plaatsen. Naast specifieke lokale omstandigheden werd ook het risico op onderbieden bediscussieerd.

    Het Italiaanse Enel is een van de bedrijven die zich teruggetrokken heeft uit de veiling in Abu Dhabi. Toch plaatste het bedrijf onlangs een winnend bod van 3,5 cent in Mexico. Het is duidelijk dat het bedrijf zeer concurrerend is, maar blijkbaar zijn de prijzen in Abu Dhabi zelfs voor de Italianen te laag worden.

    De volgende dag maakte de Nederlandse staat de prijs in de veiling van twee offshore windenergie parken bekend: 7,27 cent per kilowatt-uur. Deze prestatie is geprezen als een doorbraak, wat het zeker is. Ter vergelijking: de oorspronkelijke kostenraming voor deze specifieke windmolenparken was ongeveer 12,4 cent, en de laagste prijs voor offshore wind was 10,3 cent in Denemarken.

    Dong Energy plaatste het winnende bod in Nederland en kan ook achter het project in Denemarken zitten (update: het is Vattenfall, met dank voor de informatie aan Jasper Vis, de directeur van Dong Nederland). Vroeger was Dong een staatsbedrijf, maar Dong ging in juni publiek. Er waren al eerder berichten dat vooral het offshore deel van het bedrijf aantrekkelijk was voor investeerders.

    Hoe komt Dong aan het geld voor dergelijke lage biedingen? VanGoldman Sachs:

    [Dong] has used the capital from Goldman to become the clear global leader in developing and operating offshore wind farms as it won a series of projects in the UK and elsewhere.

    Dus hier heb je het: de mensen die u de Griekse financiële crisis brachten, die beleggers bedrogen tijdens de financiële crisis van 2008, en waarvan de andere misbruiken de helft van de Wikipedia-pagina van het bedrijf vullen brengt u nu goedkope offshore windenergie. Graag gedaan.

    Mogelijk zijn we getuige van consolidatie in de offshore windsector. De grote spelers zijn mogelijk bezig ervoor te zorgen dat de concurrentie te klein blijft om biedingen uit te brengen. Als dat zo is, zal het enkele jaren duren voordat we de resultaten daarvan zien, en gedurende die tijd krijgen neoliberale commentatoren ruim de tijd om de ongelooflijke lage prijzen te prijzen die bereikt worden door “niet-gesubsidieerde” duurzame energie.

    (Craig Morris / @PPchef)


    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète. Craig Morris is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Staat Franse kernenergie onder druk… van Duitse hernieuwbare energie?

    Eind mei zorgden stakingen voor een verlaging van de productie van kernenergie in Frankrijk. Toch legden een paar weken eerder, zonder stakingen, meer kerncentrales die de productie stil. Duitse en Europese hernieuwbare elektriciteit kunnen een van de redenen zijn geweest voor Frankrijk om zoveel kerncentrales in dat weekend stil te leggen. Gelet op de discussie die de vorige vertaling over kernenergie en energietransitie opleverde, leek het me goed om deze nieuwe analyse van Craig Morris ook te vertalen.

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
    AKW_Paluel_01
    Op 31 maart ontsnapte de kerncentrale Paluel 2 ‘ maar net aan een catastrofe,’ aldus Le Parisien. (Foto door Bodoklecksel, modified, CC BY-SA 3.0)

    De kerncentrale Paluel 2 “ontsnapte maar net aan een catastrofe,” zoals Le Parisien het stelde, op 31 maart. (Photo by Bodoklecksel, modfied, CC BY-SA 3.0)

    Het nieuws was wat lastig te begrijpen. Reuters meldde bijvoorbeeld dat de stakingen van de vakbond op 26 mei slechts ‘19 kerncentrales’ zouden treffen. Om preciezer te zijn, Frankrijk heeft 58 kernreactoren op 19 locaties. Het verschil tussen deze cijfers is belangrijk als we willen begrijpen wat het betekent dat negen reactoren die dag stilgelegd zijn vanwege de stakingen. Dat betekent dat minder dan een zesde van de reactoren geraakt werden door de stakingen en niet bijna de helft. Stakingen zijn relevant voor nucleaire veiligheid. Mark Hertsgaard schreef al in 1983 dat kerncentrales

    Must be designed to sidestep labor-management antagonisms,

    Aan de ander kant schroefde 33 van Frankrijks kernreactoren de productie op 26 mei terug of lagen zelfs helemaal stil. Toch was de situatie op donderdag 26 mei niet zo zwaar voor Franse kerncentrales als op zondag 15 mei, al kreeg die laatste dag veel minder aandacht. Op 26 mei zorgden de stakingen voor een daling van de elektriciteitsproductie van de Franse kerncentrales terug tot beneden de 40 GW (en kortstondig onder de 37 GW, zoals te zien is in de grafiek hieronder).

    Franse_elektriciteitsproductie_.png
    Bron: RTE

    Op zondag 15 mei daarentegen daalde de productie van kernenergie tot onder de 28 GW, wat mogelijk een historisch dieptepunt is (het is in ieder geval het laagste productieniveau van dit jaar). Let ook op het verschil in tijdstip; het dieptepunt op 26 mei (een werkdag) ontstond in het midden van de nacht, als de vraag naar stroom laag is. Maar op zondag 15 mei lag het dieptepunt ‘s middags.

    Franse_stroomproductie_26 mei
    Bron: RTE

    Er is een interessante correlatie tussen de waarschijnlijke recordproductie van duurzame elektriciteit in Duitsland om 3 uur ‘s middags op 15 mei. Zoals de grafiek hieronder laat zien produceerde wind- en zonne-energie op dat moment samen 35 GW – terwijl de vraag naar stroom slechts zo’n 10 GW hoger lag. Alle andere elektriciteitscentrales (waterkracht, biomassa, kolen, gas en kernenergie) verlaagden hun gezamenlijke elektriciteitsproductie tot 17 GW, waarvan meer dan de helft voor de export bestemd was.

    duitse_stroomproductie.png
    Bron: energy-charts.de

    Op 15 mei hebben 34 van de 58 kernreactoren in Frankrijk hun productie verlaagd of zelfs helemaal stilgelegd, een aantal dat mogelijk een historisch record is (als iemand ons kan helpen dat uit te vinden, laat dan a.u.b. een reactie achter). Acht van de 24 productieverlagingen waren ongepland.

    Al deze 8 ongeplande gebeurtenissen in Frankrijk begonnen pas op 14 mei, de dag voor het nieuwe record aandeel duurzame energie in de Duitse stroomproductie. Maar duurzame energie zette zaterdag al behoorlijk wat druk op de overige Duitse energiecentrales, zoals de grafiek boven toont.

    Frankrijk wordt omgeven door landen met een groot aandeel zon en wind, met uitzondering van Zwitserland. Het lijkt er dus op dat de piek in duurzame energieproductie in west Europa de Franse kerncentrales uit de elektriciteitsmix duwt. Als dat zo is, zullen we zien hoe flexibel de kerncentrales zijn. Mijn gok is dat Frankrijk het zich niet kan veroorloven om meer zon en windenergie te bouwen tenzij het kerncentrales gaat sluiten. Als omliggende landen doorgaan met het ontwikkelen van zon- en windenergie kan het resultaat zijn dat er meer storingen optreden in Frankrijks verouderende kerncentrales.

    Sommige van de andere sluitingen vergen nadere bestudering. De kerncentrale Paluel 2 ontsnapte volgens Le Parisien (in Frans) op 31 maart maar net aan een catastrofe. Die dag viel een 465 ton zware stoomgenerator, die boven het betonnen bassin van de kerncentrale hing (de centrale was niet in bedrijf op dat moment), zo’n 22 meter omlaag. De val veroorzaakte een impact ‘vergelijkbaar met een aardbeving’ volgens de Franse krant. Het is onduidelijk of de reactor ooit nog opnieuw stroom gaat produceren.

    Als Paluel 2 niet meer in gebruik genomen wordt is het in principe mogelijk dat Frankrijks oudste reactor, Fessenheim, niet gesloten hoeft te worden. De huidige afspraak is dat Fessenheim gesloten wordt zodat de nieuwe centrale in Flamanville opgestart kan worden. Alleen wordt Flamanville mogelijk nooit voltooid en Fessenheim draait ook niet zo goed. Block 1 werd in mei stilgelegd toen er een mogelijk lek werd ontdekt. In totaal had de reactor alleen al in mei 4 storingen en werd de reactor ook 2 dagen volledig stilgelegd voor gepland onderhoud.

    Frankrijk heeft zoveel eieren in het nucleaire mandje gelegd dat het zich niet gemakkelijk van de techniek kan afkeren. En omdat teveel mensen die zich zorgen maken om CO2 emissies niet begrijpen dat kernenergie niet verenigbaar is met wind en zon, is het zomaar mogelijk dat Frankrijk gaat proberen die twee te integreren. Het resultaat zou een ongeluk kunnen zijn dat de publieke opinie in het land voor altijd verandert. Dat zou een hoge prijs zijn voor het inzicht dat de toekomst aan wind- en zonne-energie is – en dat deze niet verenigbaar zijn met kernenergie.

    (Craig Morris / @PPchef)


    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en door mij met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso.

  • Helpt Franse kernenergie bij de integratie van duurzame energie?

    “Franse export van kernenergie helpt Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Spanje de integratie van hernieuwbare energie te versnellen” schrijft Nick Grealy, voorstander van schaliegas. Maar wat laten de data zien?, vraagt Craig Morris zich af.

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    April was een relatief koude maand in Europa, wat zorgde voor een licht hogere vraag naar elektriciteit en een licht hogere prijs. Vandaag onderzoek ik 25 april, een koude maandag, om te zien wanneer Frankrijk precies elektriciteit importeert en exporteert op een dag met hoge vraag naar elektriciteit.

    Het verhaal waar Grealy voor valt is dat de productie van kernenergie vergroot kan worden als er vraag naar is. Deze vermeende flexibiliteit is van cruciaal belang om als backup van zon en windenergie te dienen. Dit is hoe 25 april er uit zag in Frankrijk.

    FranceApr25
    RTE

     

     

    Kernenergie fluctueert tussen 41,3 GW om 3 uur ’s nachts en 42,6 GW om 8 uur ’s ochtends, oftewel een flexibiliteit van 3%. De vraag naar elektriciteit fluctueerde tussen 41,4 GW rond 5 uur ’s ochtends tot 56,8 GW rond 1 uur ’s middags – een toename van bijna 50%.  Let ook op dat kernenergie ’s nachts goed was voor bijna 100% van de Franse elektriciteitsconsumptie. De import curve voor 25 april spreekt dan ook boekdelen.

    FranceimportsApr25
    RTE

    Hier zien we een duidelijk patroon: stevige export midden in de nacht en in de namiddag en avond. Maar van 6 uur ’s ochtends tot 3 uur ’s middags is Frankrijk een netto importeur van elektriciteit. De patronen komen grofweg overeen met het patroon van de Franse elektriciteitsproductie; de grafiek hieronder toont een hoog consumptie niveau vanaf ongeveer 9 uur ’s ochtends tot 3 uur ’s middags. De grote toename van de vraag naar elektriciteit tussen 6 en 9 uur ’s ochtends is de reden dat Frankrijk van exporteur verandert in importeur van elektriciteit.

    Franceconsumption
    RTE

     

    We hebben geen grafiek voor de dagelijks elektriciteitsproductie voor Duitsland op Energy-Charts.de, dus we zullen het moeten doen met de weekweergave hieronder. Het toont het tegenstelde patroon voor 25 april. Alles onder 0 is export van elektriciteit. Op momenten met lage vraag exporteert Duitsland minder, met het minimum om 6 uur ’s ochtends. Maar om 2 uur ’s middags heeft Duitsland een netto export van bijna 9 GW. Het overschot op de handelsbalans vlakt af richting middernacht, maar over de gehele dag genomen is Duitsland een netto exporteur van elektriciteit voor 23 van de 24 uur.

    GermanyApr25
    Energy-Charts.de

    Wat leert deze vergelijking ons?

    Op de eerste plaats leert deze vergelijking ons dat Frankrijk liever elektriciteit verkoopt tegen lage prijzen op momenten met weinig vraag dan de elektriciteitsproductie van kerncentrales te verlagen. Ten tweede leert het ons dat het Duitse productiepark voldoende flexibiliteit heeft om de elektriciteitsproductie te verlagen in plaats van tegen lage prijzen te verkopen – om de elektriciteitsproductie weer te verhogen wanneer prijzen hoger worden op tijden van hoge elektriciteitsvraag.

    Franse kerncentrales faciliteren dus geen betere integratie van wind- en zonne-energie in omliggende landen. Ze zorgen er eerder voor opstoppingen op het het netwerk en minder flexibiliteit. De productie van zonne-energie in Duitsland zorgt er voor dat conventionele elektriciteitscentrales in Duitsland op een relatief bescheiden niveau draaien, met name tussen 9 uur ’s ochtends en 3 uur ’s middags. In de grafiek hierboven is te zien dat de productie van conventionele centrales daalt van ongeveer 50 GW om 7 uur ’s ochtends naar 40 GW om 2 uur ’s middags. Zonder de 9 GW aan export zou de Duitse conventionele elektriciteitsproductie verminderd worden tot 30 GW – vandaar de enorme export van elektriciteit.

    (Craig Morris / @PPchef)


    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Van gas naar duurzame energie in Europa

    In april onderzocht het Duitse Öko-Institut de situatie in de Europese elektriciteitssector en vond dat kolencentrales grofweg evenveel elektriciteit produceren, terwijl het de productie van hernieuwbare elektriciteit groeit. Elektriciteit geproduceerd met gas wordt vervangen.

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    De productie van hernieuwbare elektriciteit is tussen 2010 en 2015 met meer dan eenderde gestegen in de EU, de productie is toegenomen met 244 TWh. De elektriciteitsproductie van kolencentrales is relatief stabiel gebleven met 300 TWh bruinkool en 500 TWh steenkool, maar de elektriciteitsproductie van gascentrales is in deze periode gedaald met 283 TWh.

    In Europa heeft dus in essentie een transitie van gas naar hernieuwbaar plaats gevonden.

    160204_obs_3_whhhaaaat
    Öko-Institut

    De studie, die in april is gepubliceerd, toont dat Duitsland goed is voor bijna de helft van de elektriciteitsproductie met bruinkool in Europa. Het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Polen zijn samen goed voor meer dan de helft van de elektriciteitsproductie met steenkool.

    De auteurs schrijven dat prijs de belangrijkste uitdaging is voor gas in de elektriciteitssector. De brandstof is simpelweg niet competitief bij de huidige lage CO2-prijzen – zelfs al bieden gascentrales de flexibiliteit die wind- en zonne-energie uiteindelijk nodig zullen hebben als backup.

    Terwijl de productie van windenergie tussen 2010 en 2015 meer dan verdubbeld is in Europa van 149 TWh naar 307 TWh, is de productie van zonne-energie verviervoudigd van 23 naar 101 TWh. Duitsland is verreweg de grootste producent van hernieuwbare elektriciteit met 193 TWh, gevolgd door Italië, Spanje, Zweden en Frankrijk (in die volgorde) met ongeveer 100 TWh.

    (Craig Morris / @PPchef)


    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Daimler blijft Duitsland trouw

    Het verhaal dat de Duitse industrie het land verlaat als gevolg van de Energiewende, maar nieuws van Mercedes geeft aan dat het bedrijf van plan is in Duitsland te blijven. De nieuwe investeringen van het bedrijf in elektrische auto’s zullen voornamelijk in Duitsland gedaan worden. Onze zoektocht naar een bedrijf dat Duitsland verlaten heeft vanwege de energietransitie gaat dus door…

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    NIEUWS –

    Een paar maanden geleden, toen Politico claimde dat Mercedes een voorbeeld was van een bedrijf dat Duitsland verlaat vanwege de energietransitie, beloofde ik terug te komen op dat voorbeeld.

    Eerst was er de berichtgeving (in het Duits) dat Daimler en BMW sinds 2014 ieder meer dan 3 miljard Euro investeerden in het vernieuwen van hun Duitse productielocaties. Een paar maanden later splitste de wegen van Daimler en Tesla. Daimler maakte deze maand bekend dat Tesla geen leverancier zal zijn voor Mercedes’ nieuwe generatie elektrische auto’s. Tesla leverde de elektrische aandrijflijn voor Mercedes’s B klasse, die Daimler nu zelf wil gaan produceren.

    Het Duitse bedrijf is daarnaast ook van plan om 500 miljoen Euro (persbericht) in de productie van accu’s te investeren – wederom, in Duitsland (Kamenz, Saksen). De bouw van de nieuwe fabriek in Duitsland begint naar verwachting deze herfst en de productie van accu’s in de zomer van 2017.

    Daimler is ook van plan een half miljard Euro te investeren aan genetwerkte vrachtwagens. Er zijn een aantal persberichten beschikbaar over zelfrijdende vrachtwagens. Op 1 april zal een nieuwe divisie, met 200 personeelsleden, opgericht worden voor dit doel. Dit nieuws kan nog gehypet worden als ‘Mercedes verlaat Duitsland’, omdat de helft van het pesoneel in Detroit gevestigd zal worden. Voor een multinational is zo’n verdeling echter vrij normaal. Hoe dan ook is het lastig om dit nieuws te verkopen als ‘Daimler verlaat Duitsland’ – dus de volgende keer dat je dat hoort kan je mensen naar dit bericht verwijzen. Politico heeft nog niet bericht over de recente aanwijzingen dat Duitsland van plan is in Duitsland te blijven.


     

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is eerder verschenen op Renewables International en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Duitse kolen zijn waardeloos

    ANALYSE – Het is Vattenfall niet gelukt om een koper te vinden voor z’n bruinkoolmijnen en -elektriciteitscentrales in Duitsland. De focus ligt volgens Craig Morris nu op alternatieve modellen, zoals een fonds om de werknemers te beschermen.

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.
    Jänschwalde.jpg
    De bruinkoolcentrale Jänschwalde werd op 11 maart 2016 bezocht door de Duitse minister Peter Altmaier. (Photo by J.-H. Janßen, modified, CC BY-SA 3.0

    In november schreef ik voor Energy Transition hoe het Zweedse staatsbedrijf Vattenfall (ook moederbedrijf van NUON) z’n kolen bezittingen in Duitsland wilde verkopen als gevolg van de Zweedse verkiezingen van oktober 2014, die gewonnen werden door een klimaatvriendelijke regering. Een van de bieders was Greenpeace, die aanbood om een bruinkool stichting op te zetten om de sluiting van de bruinkoolmijnen en bruinkoolcentrales te begeleiden. Het aanbod van Greenpeace werd niet serieus genomen, maar half maart bleek dat de Zweden geen enkel redelijk bod hadden ontvangen voor hun bruinkoolcentrales en bruinkoolmijnen. Een bieder vroeg zelfs geld om de bruinkoolcentrales en bruinkoolmijnen over te nemen.

    Graphik_barclays
    Barclays zegt dat RWE, Duitsland’s energiebedrijf met het grootste vermogen aan kolencentrales, z’n inkomsten uit conventionele elektriciteitsproductie aanzienlijk zal zien dalen drop de rest van dit decennium. (Bron: Barclays Research)

    Op 16 maart gaf een potentiële bieder, het Tsjechische energiebedrijf ČEZ, twee redenen voor z’n gebrek aan interesse: de lage groothandelsprijs voor elektriciteit en de mogelijke vervroegde sluiting van kolencentrales in Duitsland. Het bedrijf bracht niet eens een bod uit. Een ander probleem is het klimaatakkoord van Parijs, die Duitse kolencentrales volgens Barclays vanaf 2030 waardeloos maakt.

    Duitse media melde vorige week (in Duits), dat een stichting of fonds de enige overgebleven optie zou zijn (zie onder). De zaak is serieus genoeg voor minister Peter Altmaier om vorige week vrijdag de Jänschwalde bruinkoolcentrale te bezoeken. De Duitse milieuminister Barbara Hendricks bezocht een paar weken geleden als de Schwarze Pumpe kolencentrale bij Berlijn. Zulke hooggeplaatste bezoeken binnen zo’n korte periode tekenen de ernst van de situatie: kolen zit in de problemen in Duitsland.

    De Tsjechische Republiek toont de grootste interesse in Duitse kolen. De Czech Coal Group heeft volgens berichten een bod uitgebracht. Mibrag, een Duitse bieder (eigendom van Tsjechische bedrijven) die ook bruinkool opgraaft in Oost-Duitsland, kondigde vorige week onverwachts aan dat in 2020 ongeveer 10% van z’n werknemers ontslagen zal zijn (in Duits). Een paar maanden geleden scheen het bedrijf nog gespitst op het versterken van z’n aanwezigheid in Oost-Duitsland door Vattenfall’s bezittingen over te nemen, maar de top van het bedrijf schijnt nu te begrijpen dat ze hun handen de komende tijd vol zullen hebben aan het in bedrijf houden van het bestaande bedrijf. Vorig jaar verkocht het bedrijf ongeveer 10% minder bruinkool (en dat zelfs tegen een lagere prijs), deels omdat de Lippendorf centrale in oost Duitsland minder stroom produceerde, net als de Buschhaus centrale in west Duitsland. De Buschhaus centrale zal de komende vier jaar deel zijn van de “veiligheids reserve”.

    Wat zou de rol van een fonds zijn?

    Duitse vakonden, die vorig jaar succesvol een strenge aanpak van Duitse kolencentrales blokkeerde, hebben recent aangegeven het meest geïnteresserd te zijn in het vormen van een stichting (berichtgeving in Duits). Het idee is om de huidige winsten in een fonds te stoppen voor latere, verliesgevende jaren. De winsten dalen momenteel in de Duitse kolensector, maar ze zouden kort op kunnen veren als de laatste 6 kerncentrales in 2021 en 2022 gesloten worden. (De sluiting van twee andere kerncentrales staat gepland voor 2017 en 2019, dat zal mogelijk wat ademruimte geven aan kolencentrales, al is dat mogelijk niet veel – zie ons rapport German coal conundrum uit 2014.) Vanaf 2023 zal Duitsland een uitfasering van kolen beginnen, met of zonder een officieel beleid met die naam; er is geen andere realistische manier om het officiële doel van 80 procent duurzame energie in 2050 te begrijpen.

    Het hoof van energie vakbond IG BCE zegt dat bruinkool nodig zal zijn tot 2047, een tijdspanne die ongeveer overeen komt. Hij gelooft echter ook dat kolen de komende 15 jaar nog winstgevend zal zijn, wat de boel wat kan rekken.

    Aanvankelijk kunnen de winsten in het fonds opgespaard worden om op een later tijdstip beschikbaar gesteld te worden aan gemeenschappen en werknemers die geraakt worden door de komende uitfasering van kolen. Als de kolensector eerder verlieslijdend wordt heeft de vakbond een idee: de belastingbetaler zou het gat moeten vullen.

    Als een complete uitfasering in 2047 niet ambitieus klinkt, hou dan in gedachte dat dit tijdspad is voorgesteld door de kolensector zelf. Over tien jaar zou de kolensector al verlieslijdend kunnen blijken, wat de noodzaak van ingrijpen op kosten van de belastingbetaler zou verhogen. Op dat moment zou een keuze keuze kunnen worden gemaakt – als dat goedkoper blijkt – om de Duitse kolensector op te doeken. Er liggen al voorstellen voor 2040 en eerder op tafel.

    Gemeenschappen en werknemers zouden nog steeds bescherming genieten, en dat is het goede nieuws deze week. Inmiddels tonen vakbonden bereidheid om te praten over het uitfaseren van kolen (voeg Duitslands op een na grootste vakbond Verdi maar toe aan de lijst,bericht in Duits). De belangen van werknemers en Duitse gemeenschappen aan de ene kant en kolenbedrijven aan de andere kant beginnen uiteen te drijven. RWE en E.On zullen zich op korte termijn op splitsen in gescheiden divisies voor hernieuwbare energie en voor het oude spul. Deze kleine stappen zouden het makkelijker kunnen maken om de kolenbedrijven kopje onder te laten gaan terwijl de hernieuwbare energiebedrijven het hoofd boven water houden – en zinvolle financiële ondersteuning richt zich op Duitse werknemers en gemeenschappen die momenteel afhankelijk zijn van de kolensector.

    Voor meer informatie over transformatie van kolen gemeentschappenverwijs ik naar eerdere rapporten van Energy Transiton over structurele veranderingen. CLEW geeft ook een overzicht van het kolendebat in Duitsland.


    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur vanPetite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is eerder verschenen op Energy Transition en met toestemming van de auteur vertaald door mij vertaald voor Sargasso.

     

  • Gastbijdrage: Duitse elektriciteitsexport was in 2015 wederom meer waard dan import

    ANALYSE – Volgens een schatting van het Fraunhofer ISE, is de waarde van een gemiddelde kilowattuur die Duitsland vorig jaar exporteerde hoger dan de waarde van een gemiddelde geïmporteerde kilowattuur. Als Duitsland een overschot aan duurzame elektriciteit in buurlanden zou dumpen, zoals sceptici van de Energiewende beweren, zou dit niet gebeuren.

    In 2013 merkte ik iets op in de data over de handel in elektriciteit van 2012 waar iedereen overheen had gekeken. Iedereen focuste op hoe Duitsland’s netto export steeg, ondanks de sluiting van 8 van de 17 kerncentrales van Duitsland. Niet alleen was Duitsland niet afhankelijk geworden van import, maar de waarde van Duitse elektriciteit was hoger dan de waarde van elektriciteit in omliggende landen.

    Die situatie herhaalde zichzelf in 2013 en in 2014, al was het prijsverschil tussen import en export kleiner geworden, met een klein verschil in het voordeel van Duitse elektriciteit. Tegelijkertijd stijgt de Duitse export van elektriciteit nog steeds, met sinds 2012 jaarlijks een nieuw recordniveau.

    De Duitsers hebben geen feestje gevierd over deze cijfers. Mijn artikel uit 2013 was het enige dat de focus legde op iets anders: de hogere waarde van de Duitse export van elektriciteit. Maar inmiddels is Duitsland’s Fraunhofer ISE begonnen om de situatie nauwkeuriger te monitoren.

    Ik sprak deze week met ISE’s Bruno Burger. Hij is de persoon achter Energy-Charts.de. Het was me opgevallen dat het gigantische 200 pagina tellende pdf-overzicht van de Duitse elektriciteitssector voor 2015 nog niet was gepubliceerd. Hij informeerde me dat de website inmiddels zo gegroeid is dat hij zich af vroeg of de pdf nog steeds nodig is (ik weet niet zeker of ik het daar mee eens ben – maar hij gaf aan te overwegen om de pdf alsnog te publiceren). Hoe dan ook, hij wees me op een 15 pagina’s tellend overzicht (PDF), dat onderstaande grafiek bevat. De grafiek laat zien welke elektriciteitsbronnen gedaald zijn (elektriciteit van kernenergie, bruinkool, steenkool en gas) en wat gestegen is (elektriciteitsproductie van wind, zon, biomassa en waterkracht). In een jaar met een kleine stijging van elektriciteit van kolen zou er grote internationale ophef zijn, voor nu wachten we geduldig (en waarschijnlijk tevergeefs) op internationale erkenning van de herhaling van de verbetering in 2014, die ook grotendeels ongeprezen voorbijging.

    ISE2015

    Hou in gedachten dat het record niveau van de export van elektriciteit – grofweg 10% van de totale elektriciteitsproductie – een stijging van conventionele elektriciteitsproductie betekent; wind en zon regaeren op het weer, niet op de vraag naar elektriciteit. Wanneer Duitsland de komende 6 jaar de rest van z’n kerncentrales sluit zal de lage groothandelsprijs in Duitsland meer in balans komen. De huidige overcapaciteit in opwekkingsvermogen maakt Duitse elektriciteit onnatuurlijk competitief. Omdat er geen nieuwe kolencentrales in de pijplijn zitten (met Datteln als mogelijke uitzondering), zal het resultaat dramatisch lagere elektriciteitsproductie van conventionele centrales in 2023 zijn.

    Dat brengt me op de prijs situatie: omdat Duitsland zo veel overcapaciteit heeft is het in staat om relatief goedkoop elektriciteit te produceren als de vraag hoog is. En omdat de mix van elektriciteitscentrales een zekere flexibiliteit heeft is het in staat om naar import van stroom over te schakelen wanneer de vraag (en dus de prijzen) laag is. Vooral de vergelijking met Frankrijk is saillant.

    Het nieuwe overzicht van Fraunhofer voor 2015 zegt het volgende over de handel in elektriciteit:

    Imported electricity cost an average of 42.58 Euro/MWh compared to 42.69 Euro/MWh for exports.

    Duitse elektriciteit die verkocht wordt aan omliggende landen is daarom nog steeds 0,11 Euro per MWh meer waard dan de Duitse import van elektriciteit. Het verschil is met 0,3% verwaarloosbaar. Toch schat het Fraunhofer de netto inkomsten van de handel in elektriciteit op 1,6 miljard Euro.

    Er kunnen veel lessen uit deze analyse worden getrokken, maar de belangrijkste voor vandaag is dat de de situatie niet is veranderd sinds 2012:

    • Duitsland blijft in staat om elektriciteit te produceren tegen relatief lage prijzen wanneer de vraag hoog is;
    • Duitsland heeft geen overschot aan hernieuwbare energie (groene stroom heeft nog nooit meer dan zo’n 80% van de vraag naar elektriciteit geleverd, veel minder dan 100%);
    • elektriciteit wordt verhandeld op basis van prijzen, niet op basis van tekorten. Specifiek: elektriciteit wordt bijna nooit verhandeld om blackouts te voorkomen (al spreekt de blogosphere regelmatig over handel in elektriciteit in termen van blackouts); en
    • Duitse export van elektriciteit is waardevoller dan de import, ondanks de relatief lage groothandelsprijzen in Duitsland, omdat Duitsland elektriciteit verkoopt op momenten van grote vraag en koopt op momenten van lage vraag.

    Wat laat zien dat Duitsland niet afhankelijk is van het buitenland voor leveringszekerheid of betaalbaarheid, en dat Duitsland geen groene stroom dumpt in omliggende landen.

    (Craig Morris / @PPchef)

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur vanPetite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

    Dit artikel is met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

  • Gastbijdrage: Tweede Duitse veiling voor zonne-energieprojecten ‘succesvol’ afgesloten

    De winnaars moeten nog bekendgemaakt worden, maar volgens Craig Morris weten we nu al dat er wederom veel meer verliezers dan winnaars van de tweede veiling van grondgebonden zonne-energieprojecten zullen zijn. De Duitse overheid spreekt desondanks van een ‘succes’.

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    Op 3 augustus eindigde de tweede veilingronde voor grondgebonden zonne-energiesystemen. Dit keer werd een volume van 150 MW geveild. Het aantal biedingen was drie maal zo hoog, dus er zullen deze ronde twee keer zo veel verliezers als winnaars zijn. De biedingen worden momenteel beoordeeld. Rainer Baake, staatssecretaris voor de Energiewende, zegt dat het grote aantal biedingen een teken is van ‘succes’ (Duitstalig rapport).

    De eerste ronde leverde hogere prijzen op de feedin tarieven die anders van toepassing zouden zijn geweest, dat maakt een verandering in het betalingssysteem voor deze tweede ronde des te interessanter. Dit keer wordt de hoogst toegewezen prijs betaald aan alle winnende biedingen; met andere woorden: zelfs als je voor een lagere vergoeding hebt ingeschreven ontvang je de hogere prijs. Deze verandering lijkt ontworpen om de kosten te verhogen – een ironische uitkomt gegeven de oorspronkelijke justificatie voor de omschakeling van feed-in tarieven naar veilingen als een poging om de kosten te verlagen.

    De hele kostendiscussie was dan ook kunstmatig gecreëerd, zoals ik recent berichtte, en is compleet verdwenen. De opslag voor duurzame energie in 2015 (aangekondigd op 15 oktober 2015) zal waarschijnlijk nooit in zijn kostencomponenten uitgesplitst worden. Niemand is daar nog in geïnteresseerd.

    De werkelijke reden voor de veilingen kan daarom niet het verlagen van de kosten zijn, want die is er niet – en de overheid spreekt nog steeds van een beleidsmatig succes. Wat veilingen vooral doen is de groei van de markt beperken. De overheid is nu in staat om de hoeveelheid nieuw vermogen die ondersteuning krijgt te controleren. Twee andere aspecten van veilingen kunnen voor verdere vertraging zorgen: tijdsvertragingen bij het realiseren van projecten en het volledig mislukken van projecten.

    Na verschillende jaren met 7,5 GW aan nieuw geïnstalleerd vermogen aan zonne-energie lijkt de overheid een beleidsinstrument gevonden te hebben waarmee het de marktgroei kan beheersen op een veel lager niveau. Nu dat we zien hoe irrelevant het kostendebat was (en hoe veilingen zonne-energie duurder maken), zou het goed zijn dat we openlijk konden praten over de werkelijke reden om over te stappen van feed-in tarieven op veilingen: beleidsmakers controle geven over de marktgroei.

    (Craig Morris / @PPchef)


    Dit artikel is oorspronkelijk door Craig Morris gepubliceerd op Renewables International en met toestemming van de auteur vertaald voor Sargasso door Krispijn Beek.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.

  • Gastpost: Duitse overheid neemt verwaterd klimaatplan aan

    ANALYSE – Drie weken geleden maakte de Duitse overheid plannen bekend om 2,7 GW aan bruinkoolcentrales van de elektriciteitsmarkt te halen en in reserve capaciteit te plaatsen. Tijd om na de aanvankelijke feestvreugde de analyse van Craig Morris te plaatsen.

    Tekst: Craig Morris. Vertaling: Krispijn Beek.

    Het plan om een soort van nationaal CO2 emissiehandelssysteem te implementeren, dat zich specifiek richt op elektriciteitsproductie door bruinkool is officieel dood. Twee weken geleden maakte de Duitse regering een ander plan bekend met een bredere focus. Buiten de kolensector lijkt niemand erg enthousiast over het plan.

    De afgelopen weken heb ik mijn lezers de details bespaard. Tenslotte publiceerde Clean Energy Wire al een stap-voor-stap verslag van het debat. Het is voldoende om te zeggen dat een betaalbaar, effectief enpolititiek elegant voorstel tegenstand ondervond van sommige vakbonden en de industrie, en dat zij hun zin hebben gekregen. Als je wil horen hoe de bittere klaagzwang in het Duitse debat klonk, verwijs ik je naar Lily Fuhr’s recente post op Energietransition.de.

    coalprotest1
    300.000 handtekeningen voor het uitfaseren van kolen en een aantal protesten hebben niet geholpen: de Duitse overheid gaf toe aan de kolenbelangen. (Foto Christian Mang / Campact, CC BY-NC 2.0)

    Hier is een overzicht van de overeenkomst van twee weken terug, dat verschillende afspraken bevat die meer of minder gerelateerd zijn aan elektriciteitsproductie m.b.v. kolen:

    • 2,7 GW aan bruinkoolcentrales worden uit de elektriciteitsmarkt gehaald en in een capaciteitsreserve geplaatst;
    • Omdat Duitsland met dit akkoord alleen zijn CO2 reductiedoelstelling voor 2020 niet haalt wordt jaarlijks 1 miljard Euro extra uitgetrokken voor additionele energieefficiency maatregelen (specifiek: wkk en warmtepompen);
    • Eigenaren van kerncentrales zijn zelf financieel aansprakelijk voor verwijdering van kernafval;
    • Uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk gaan door. Beierenblokkeert de voortgang hiervan, dus de focus zal liggen op het beter gebruik maken van bestaande hoogspanningsleidingen, en op plaatsen waar publieke weerstand bestaat zal er meer gebruik worden gemaakt van ondergrondse kabels i.p.v. bovengrondse.

    Elk onderdeel zou zijn eigen blog bericht vergen om uit te leggen, dus volg de links bij de items over kernenergie en het elektriciteitsnetwerk voor meer informatie. Hier zal ik me focussen op kolen.

    Greenpeace’s Tobias Münchmeyer reageerde op aangekondigde afspraken door Bondskanselier Merkel te herinneren aan haar belofte om over te schakelen van kolen tijdens de G7-top van juni. Nu krijgen kolencentrales die van de elektriciteitsmarkt gehaald worden in essentie een gouden parachute – ze zullen betaald worden om standby te blijven. In een paper dat drie weken geleden werd gepubliceerd berekende Duitsland leidende economische instituut DIW (PDF in Duits) dat het voorstel om 2,7 GW aan bruinkoolcentrales – in basis het voorliggende akkoord – duurder zou zijn en minder CO2 emissie zou reduceren dan de klimaatheffing, die succesvol geblokkeerd is door IG BCE (de vakbond voor de mijnbouw-, chemie- en energiesector). In feite vonden de economen dat de emissie reductie van de kolenreserve slechts een tiende waren van wat een klimaatheffing zou hebben bereikt – vandaar de noodzaak voor alle andere maatregelen.

    De Duitse overheid negeerde niet alleen haar eigen top economen, maar ook haar top milieubeleidsadviseurs. Een maand geleden publiceerde de SRU (PDF in Duits) “10 stellingen over de toekomst van kolen tot 2040.” De eerst is cruciaal: we moeten het grootste deel van onze fossiele energiereserves in de grond laten, en Duitslands enorme bruinkool reserves (die in theorie in een kwart van de elektriciteitsvraag voor de komende twee eeuwen kan voorzien) zullen de Duitse bijdrage aan de wereldwijde divesteringsbeweging zijn. Met andere woorden: we moeten ons niet alleen focussen op wat we verbranden, maar ook op wat we opgraven.

    De SRU wees er ook op dat fluctueerende wind- en zonne-energie flexibele backup centrales vergen, geen basislast (wat oude bruinkool centrales zijn). Bovendien zou een ‘nationaal emissie handels platform’, gecreëerd door de klimaatheffing, een “waterbed effect” kunnen voorkomen – waarbij de dalende emissies van het ene land zich simpelweg verplaatsen naar het andere land. Met de klimaatheffing zou Duitsland emissierecten hebben kunnen vernietigen, in plaats van ze elders beschikbaar te maken.

    Carsten Pfeiffer van de hernieuwbare energie associatie BEE zegt echter dat er ook goed nieuws in het plan zit:

    Last night’s agreement also buried the capacity market idea called for by leading German utility groups.

    Hoewel het venijn in de details zit, want vanuit het perspectief van een leek is de reservecapaciteit in wezen een kleine capaciteit markt.

    Op het moment van schrijven zijn de details nog onduidelijk, inclusief de vraag welke bruinkoolcentrales gesloten zullen worden. Eerlijk gezegd is het akkoord een gemiste kans om de deur naar het uitbannen van kolen te openen. Hoe moeilijk het ook is voor een sociaal democraat – de partij van de vakbonden – om tegen een grote vakbond op te staan. Sorry, Minister Gabriel, het is gewoon niet genoeg.


    Dit artikel is oorspronkelijk door Craig Morris gepubliceerd op The Energywende Blog en met toestemming van de auteur door mij vertaald voor Sargasso.

    Craig Morris is Amerikaan van geboorte en woont sinds 1992 in Duitsland. In 2006 schreef hij het boek ‘Energy Switch’ en hij schrijft regelmatig over de Duitse energietransitie. Hij is editor van Renewables International, hoofdauteur van EnergyTransition.de en directeur van Petite Planète en is te vinden op Twitter als PPChef.