No Impact Man: het boek

Het weblog van Colin Beavan kende ik al heel wat jaar en ik heb er ook al een paar keer aandacht aan besteed. Het boek kende ik nog niet, gelukkig hebben mijn (oud-)collega’s bij EL&I daar een einde aan gemaakt. Inmiddels heb ik het boek ook gelezen en kan ik het iedereen van harte aanbevelen. Hoewel niet alle delen aan mij besteed waren, soms is het gewoonweg te zoetsappig Amerikaans.

Daar staat tegenover dat het mooi is om de ontdekkingstocht van een stadsbewoner naar een jaarlang leven met nul impact op het milieu te volgen. Het boek beschrijft de zoektocht van Colin Beavan met genoeg humor. Gedurende het jaar probeert Beavan samen met zijn vrouw en dochter in een aantal stappen naar nul impact te komen. Beavan begint met een poging om zonder afval te leven, maar geen afval betekent ook geen verpakkingen kopen. En dat is zo makkelijk nog niet in de grote stad… Aan de andere kant is het misschien wel makkelijker dan tegen je familie zeggen dat je niet langskomt, omdat je geen transportmiddelen wilt gebruiken die een negatieve milieuimpact hebben. Want de tweede stap is duurzaam transport. Als derde stap gaan Beavan en familie over op duurzaam voedsel, gecombineerd met duurzaam transport komt dat al snel neer op lokaal voedsel.

Stoppen met het kopen van nieuwe spullen valt mee, doordat er in de stad altijd wel wat te ruilen of repareren valt. De lastigste stap in een appartementencomplex in de stad is om zonder elektriciteit te leven. Zeker in de wintermaanden valt dat niet mee.

Al met al is het boek een aanrader. Al is het maar om je tot nadenken aan te zetten over de benodigde veranderingen in gedrag, cultuur en waardepatroon om te komen tot een minder negatieve impact op het milieu. In Nederland is vorig jaar ook een No Impact Man week georganiseerd. Op de site hiervan vind je een handleiding hoe je zelf een No Impact Week kunt organiseren. Dat staat bij mij nog op het verlanglijstje om te doen. Ik weet nu al: boodschappen doen zonder verpakkingen en duurzaam voedsel dat wordt niet makkelijk in Schiedam…

Boekpresentatie: Het wiel opnieuw uitvinden

Afgelopen maandag was ik bij de boekpresentatie van Het wiel opnieuw uitvinden van Manfred van Doorn. Een van de onderwerpen was de omslag naar een duurzame samenleving en het duurzaam leiderschap dat daarvoor nodig is. Naar mijn mening dus de moeite waard om de entreekosten van 30 euro te betalen.

De bijeenkomst

Ik kwam helaas wat later binnen doordat ik niet op tijd weg kon op het werk. Zoals mijn meisjes weten gaat bij mij meestal het werk voor het meisje, zo ook deze keer. Wat ik gemist heb weet ik dus niet (al vermoed ik dat het deels over crowdsourcing ging). Wat ik gezien en gehoord heb wel, en eerlijk gezegd viel het me wat tegen. De opbouw van het verhaal en van de verschillende vormen van leiderschap volgde voor een groot deel de spiral dynamics opbouw. De kleuren waren wat anders gekozen, want gebaseerd op chakra’s. Buiten dat was de inhoud per kleur in mijn ogen redelijk vergelijkbaar.

Manfred van Doorn haalde in zijn verhaal de Kondratieff cyclus aan. Altijd leuk voor een econoom zoals ik als er weer ‘ns een grootmeester van stal wordt gehaald. Bij de cycli, die ik de laatste tijd wel vaker langs zie komen (bv. bij Wouter de Heij), blijf ik echter twijfelen. Crises komen namelijk vaker voor. De focus in de meeste plaatjes ligt erg op die in de Westerse economieën. De crisis in Japan, de Aziatische Tijgers, of de saving&loans in de VS, passen volgens mij niet in het plaatje. Het voelt daarmee een beetje als een theorie bij je verhaal zoeken, zonder wetenschappelijke onderbouwing. Maar ik geef toe dat dat een onderbuik gevoel is, ik ben onvoldoende thuis in de theoretische ontwikkelingen op dit gebied van de economische wetenschap.

Na het verhaal van Manfred van Doorn waarin een een aantal goed gekozen filmfragmenten over verbindend leiderschap (vast de verkeerde term) zaten kwamen 4 personen kort wat vertellen over hun ervaring met leiderschap. Helaas waren dat, in mijn ogen, voor het merendeel vrij traditionele verhalen. Al had ik dat misschien kunnen verwachten gezien de titel van het boek…

Een ambtenaar die komt vertellen dat de huidige crisis betekent dat we heel scherp moeten kiezen wat we niet meer gaan doen als overheid, klinkt als de nachtwakerstaat uit de 19e eeuw. Een voormalig topambtenaar die vertelt hoe hij jaren geleden al interdepartementaal samenwerkte en de problemen die hem dat opleverde. Waarna hij het onderhand aloude mantra dat je met het huidige internet niks meer hoeft te weten herhaalde. Die gedachte is inmiddels ook al weer tamelijk saai en traditioneel te noemen.

Hoe dan wel? Kiezen als overheid

Naar mijn mening kan het ook anders. Dat vergt echter wel lef en leiderschap van de leiding… Om te beginnen bij het maken van keuzes vanwege de slechte toestand van de overheidsfinanciën. In plaats van te kiezen voor taken afstoten, kun je er ook voor kiezen om de rekening neer te leggen bij degene die de pot verteerd hebben zoals Obama van plan is.

Oftewel: bij de financiële sector die het woord innovatie de afgelopen jaren misbruikt hebben om te doen alsof risico geen prijs meer had. Net als ICT-goeroes ooit dachten dat ICT een Nieuwe Economie voort had gebracht met eeuwig dalende kosten. Wat al eerder de reinste kolder bleek, waar de economen fors intrapten (die hadden nog niks geleerd van de ondergang van Long Term Capital Management).

Een andere oplossingsrichting kan zijn om meer te vertrouwen op het zelfsturend en organiserend vermogen van je burgers, en ze niet te behandelen als imbecielen (zoals Roel in ’t Veld dat zo subtiel noemt). Dat kun je bijvoorbeeld doen door als nieuwe kerntaak van de overheid te definiëren dat je eerlijke en open data verstrekt aan burgers. Dan sluit je als Nederlandse overheid aan bij de trends, zoals ik die nog steeds zie.

Spaar bijvoorbeeld kosten uit door niet alleen te roepen hoeveel vragen je krijgt, maar ontsluit deze vragen en antwoorden ook. Zodat je je helpdesk, of in het geval van de overheid de vele een-loketten te ontlasten (wat weer menskracht uitspaart). Of plaats alle vergunningaanvragen en klachten op een interactieve kaart met statusinformatie erbij. Op die manier kunnen burgers zien wat er speelt, zonder dat een ambtenaar de vraag daarover hoeft te beantwoorden. Of ga een stapje verder en stel je informatie open met locatiekenmerken, zodat bedrijven als Layar of burgerinitiatieven als verbeterdebuurt.nl applicaties kunnen ontwikkelen om de informatie te ontsluiten.

De ultieme stap is natuurlijk digitale ontsluiting van de archieven met overheidsinformatie. Want hoeveel ambtenaren hebben nu een dagtaak aan het voorkomen dat burgers hun recht op overheidsinformatie via de WOB uitoefenen? De overheid vraagt van haar burgers allerlei informatie onder het motto:

u heeft toch niks verkeerds gedaan, wat heeft u dan te verbergen?

Laten we dat dan ook ‘ns op de overheid zelf toepassen. Dus geen parlementaire commissie De Wit, maar alle correspondentie van Financiën, DNB en de banken vrij geven. Dan kan iedere burger die dat wil zelf bepalen of het Kabinet een juist besluit nam en kunnen we ook besparen op het aantal ambtenaren & tegelijkertijd investeren in innovatieve informatiediensten… Zeg maar tranparantie als nieuwe objectiviteit.

Internet: mind the crap

De laatste oplossingsrichting vormt een mooie brug naar de achterhaalde stelling dat je met internet geen kennis meer hoeft te hebben, omdat alle informatie vindbaar is op internet. Dat is volgens mij totale onzin. Op internet is veel goede informatie te vinden, tegelijkertijd denk ik bij internet (met een parafrasering van de Londense subway):

Mind the crap

Zonder parate kennis en inzicht in samenhang tussen onderwerpen krijg je grote kans op uitglijders. Stel je voor dat ik in een overleg zit zonder parate kennis en ik ga het op internet opzoeken (wat al een tamelijke gênante vertoning is), hoe bepaal ik dan waar en onwaar?

Parate kennis over de onderwerpen waar je verantwoordelijk voor bent is dus van essentieel belang in een kenniseconomie. Als je de omslag van kenniseconomie naar een innovatie economie wilt maken zul je volgens mij nog een stap verder moeten gaan, want dan heb je ook parate kennis van andere onderwerpen nodig. Dat geldt ook voor de omslag naar een duurzame economie.

Wanneer je dat niet doet wordt duurzaamheid verengd tot klimaatverandering, luchtkwaliteit, biodiversiteit, kinderarbeid of een ander los thema. Terwijl het bij duurzaamheid nu juist gaat om de samenhang tussen thema’s en het afwegen van keuzes waar je voor staat. Wat is op dit moment belangrijker: luchtkwaliteit, biodiversiteit, of minder CO2 emissies? Twee grootheden die niet vergelijkbaar zijn, en juist door ze beide op tafel te houden vind je innovatieve manieren om beide doelen gelijktijdig te halen. Gebrek aan parate kennis van een van de onderwerpen levert  op z’n minst controverses op

Conclusie

De losse verhalen vond ik niet passen bij het idee van een nieuw paradigma. Daarvoor waren ze te traditioneel. Dat neemt niet weg dat ik zeker wel van plan ben het boek van Marcel van Doorn te gaan lezen. De bijeenkomst zelf was ook geslaagd, aangezien ik weer interessante mensen heb ontmoet. Vooral de persoon die vroeg:

Is vragen of er genoeg geld is voor de omslag naar duurzamheid niet hetzelfde als vragen of er genoeg olie is om het vuur te doven?

prikkelde mijn verbeelding 🙂

Uit de inbox: Wat LED je?

Het kan dus wel: bezig zijn met duurzaamheid en een positief verhaal vertellen (zonder de Al Gore versie van Alles naar de klotu 😉

Hallo allemaal,

Met enige trots wil ik jullie laten weten dat sinds 23 september mijn boek in de boekhandel ligt en we zijn nu al toe aan de tweede druk. Bijgevoegd het persbericht over de introductie.

Veel groeten,

Ruud

——————————————————————————————

Met een lampje de wereld redden: Wat LED je?

In een realistisch en inspirerend verhaal neemt succesvol ondernemer Ruud Koornstra (bekend IDTV, Tendris Holding, Oxxio en Lemnis Lighting) je mee in zijn zoektocht naar oplossingen voor een betere wereld. Hij laat de lezer delen in zijn successen, zijn missers en bijzondere ontmoetingen met o.a. Bill Clinton, Tony Blair, Kofi Annan en de Dalai Lama. Koornstra toont aan dat de oplossingen voor vele mondiale bedreigingen voor het oprapen liggen. De ledlamp is voor de ondernemer hét lichtend symbool voor hoe het anders kan: de lamp is tot 90 procent zuiniger dan de gloeilamp, gaat 25 jaar mee en bevat, in tegenstelling tot de spaarlamp, geen giftige stoffen.
Als we bereid zijn de oogkleppen af te doen en zelf verantwoordelijkheid durven te nemen, zo betoogt Koornstra, dan komt het veel sneller goed met de wereld dan we ooit hadden kunnen bevroeden. Wat LED je? is daarmee een krachtige en oprechte oproep aan ieder individu om op te staan en mee te helpen de wereld van de ondergang te redden. Duurzaam ondernemen biedt oneindig veel kansen, voor een betere wereld én voor ondernemers.
Ruud Koornstra (1964) is ondernemer en medeoprichter van de initiëringmaatschappij Tendris, columnist bij het FD en bekend van successen als Oxxio en Visa Greencard. Hij staat op nummer 12 in de Duurzame 100 van Trouw, een ranglijst van de honderd duurzaamste ondernemers. Tendris-dochter Lemnis Lighting, producent van de Pharox ledlamp, won dit jaar de Pioneer Award van het World Economic Forum.
Over Koornstra in de pers:
‘Ruud Koornstra is, om met Nescio te spreken, een wonderlijke kerel.’ Jan Tromp in de Volkskrant
‘Het gaat helemaal goed komen in de wereld!’ At Zero magazine

‘Koornstra en Warner Philips van initiëringmaatschappij Tendris weten duurzame ideeën te vertalen in echte ondernemingen.’ Sprout

Boekgegevens
Ruud Koornstra, Wat LED je?
23 september in de boekhandel

ISBN: 978 90 468 0 6623
paperback met illustratiekatern
192 blz., 13,5 x 21 cm, 14,95 euro

Contact en bestellen
Nieuw Amsterdam Uitgevers
Jan Luijkenstraat 16
1071 CN Amsterdam
www.nieuwamsterdam.nl/pers

De Prooi: blinde trots breekt ABN AMRO

Afgelopen maand heb ik De Prooi van Jeroen Smit gelezen. Het boek gaat over de ondergang van ABN AMRO. Of het boek 100% waarheidsgetrouw is weet ik niet.

Het eerste dat me bekroop bij het lezen van het eerste deel was een gevoel van onbehagen. Ik heb me verbaasd dat op het topniveau van de raad van bestuur en de raad van commissarissen zoveel draait om ego’s. Terwijl mensen lager in de hiërarchie van organisaties te horen krijgt dat het ego opzij moet voor het grotere belang van de organisatie handelt de top van de organisatie daar in z’n geheel niet naar.

Countervailing power

John Kenneth Galbraith (een econoom, die na Keynes nu ook aan een comeback begonnen is in de VS met het boek The Great Crash) introduceerde ooit het begrip countervailing power. In zijn optiek hoort iedere macht in evenwicht gehouden te worden door een tegenmacht. Zoals de Tweede Kamer niet aarzelt om vragen te stellen of debatten aan te vragen met het Kabinet, hoe dom ze ook lijken. Zo hoort de Raad van Commissarissen de Raad van Bestuur te bestoken met lastige vragen over het reilen en zeilen van de onderneming. De Prooi laat zien dat dat mechanisme faalde bij ABN Amro. Volgens het boek strijken de voorzitter van de Raad van Commissarissen en Rijkman Groenink zoveel mogelijk plooien glad voor de vergadering.

Rijkman Groening duldt weinig tot geen inbreng geduld van andere leden van de raad van bestuur tijdens vergaderingen met de raad van commissarissen. Waarmee de externe tegenmacht langzaam maar zeker buitenspel gezet wordt.

Het boek verhaalt hoe de subtop van ABN-Amro langzaam maar zeker wordt omgevormd tot een groep vertrouwelingen van Rijkman Groenink. Ook andere leden van de raad van bestuur omringen zich met hun vertrouwelingen. De confrontatie tussen verschillende stromingen wordt niet openlijk gezocht en de keuzes van de top stel je nie ter discussie. De verschillen worden hiermee onder het tapijt geschoven, maar daarmee zijn ze niet weg. Zeker de eerste hoofdstukken deden me denken aan de negatieve bijeffecten van hiërarchische structuren, zoals die bleken na  de vliegtuigramp bij Tenerife.

Centralisme

Het boek laat ook zien dat te  centraal aangestuurde organisaties zwaar in de problemen kunnen komen, zeker als het ook nog eens wemelt van de wantrouwige vergadertijgers (p. 66):

(…) De bank is een grote vergaderfabriek geworden, iedereen lijkt vooral bezig met het schrijven van nota’s, met elkaar in de gaten houden et cetera.

In het veld wordt vooral het hoofdkantoor als een van de grote problemen gezien. Alles gaat top-down. Daar wordt vastgesteld wat iedereen moet verdienen. Daar wordt bijvoorbeeld verordonneerd hoeveel marge op een deposito moet worden gemaakt. In de regio mag daar niet aan worden getornd. En dus kan er niet gereageerd worden als een lokale Rabobank net onder dat tarief duikt en klanten wegpikt.

Een andere grote ergernis is het ontbreken van een heldere afrekencultuur. Als mensen hun targets niet halen, krijgen ze toch (een stuk van) hun bonus.

Wat dat laatste punt betreft daagde ik de lezers van mijn weblog in 2005 al uit om een positieve correlatie aan te tonen tussen wijziging in totale beloning van een gemiddelde topman en het koersrendement van de gemiddelde onderneming. De site met beloningen is nog steeds in de lucht en de jenever nog niet vergeven…

Vertrouw op de zelfsturende professionals in de regio

Maar goed terug naar het boek. Een ander citaat dat de strijd tussen holding en de ‘zelfsturende professionals’ in het veld goed weergeeft (p 70):

Het hoofdkantoor moet verantwoordelijkheden naar het veld delegeren. De regio moet leidend worden, zo kan het ondernemerschap binnen de bank worden gestimuleerd. (…) Simon pleit ervoor om te vertrouwen op de de professionele capaciteiten van de mensen en hun relatie met de klanten. (…) Dat ligt gevoelig op het hoofdkantoor, daar zitten de de gestudeerde koppen die het sowieso lastig vinden om de mensen in het veld verantwoordelijkheden te geven. Er is veel discussie over de vraag of mensen die bij een bank werken wel ondernemend kunnen zijn. Zijn het niet juist risicomijdende mensen die bij een bank werken?

Die laatste zin doet me denken aan de oeverloze discussie bij mijn eigen werkgever de overheid. En zie hier het antwoord op de vraag of de overheid uniek is: NEE, de overheid is een bureaucratische organisatie net als elke andere. Zowel bij de overheid als in grote bureaucratische bedrijven denken mensen graag voor een ander in plaats van voor zichzelf 😉

Leading by example

De top van ABN Amro blijkt ook niet uit te blinken in leading by example. Volgens het boek zijn de hoge vliegkosten een terugkerende ergernis. Waarbij van alles wordt geprobeerd om de kosten te drukken. De stafmensen geven aan dat het helpt als de Raad van Bestuur het goede voorbeeld geeft. Daar hebben ze echter geen zin in, de Raad van Bestuur wisselt onderling tips uit welke First Class betere service verleent… Impliciete boodschap: als u belangrijk wenst te zijn vliegt u first class en trekt u zich geen flikker aan van de pogingen tot kostenbeheersing.

Conclusie

Een aanrader om te lezen voor iedereen die een inkijkje wil in de psyche en het wie kent wie van de zakelijke elite in Nederland. Het geeft ook een mooi tijdsbeeld van de opkomst en ondergang van een bepaald type bankieren. ABN-Amro die de vier (inmidels niet meer bestaande) Amerikaanse zakenbanken naar de kroon wil steken. Vanuit dat oogpunt bezien is de ondergang van ABN-Amro misschien wel te zien als een eerste opmaat naar de huidige kredietcrises. Inclusief de ondergang van ’s werelds grootste zakenbanken (ok, niet allemaal failliet. Maar overgenomen of omgevormd tot gewone bank, dus als business model ten onder).

Het boek bevestigt me ook in mijn mening dat leidinggeven en leiderschap tonen zeker geen synoniemen zijn in grote organisaties. Dat geldt in het bedrijfsleven evengoed als binnen de overheid. Misschien is het tijd voor een nieuwe term voor het gedrag dat hoort bij leiderschap. Leidinggevenden zeggen m.i. namelijk iets te makkelijk:

Ik geef leiding dus ik ben een leider.

Iemand suggesties?

De winst van duurzaam bouwen

Anne-Marie Rakhorst inventariseert in ‘De winst van duurzaam bouwen’ welke kansen en voordelen duurzaam bouwen oplevert. Aan de hand van sprekende voorbeelden toont zij aan dat daarmee een wereld te winnen is. Het boek verschijnt pas in september, maar is al wel te bestellen via:

http://www.dubo.duurzaamheid.nl/

Ik ben benieuwd, of het boek net zoveel aansprekende voorbeelden bevat als Duurzaam Ontwikkelen… Een Wereldkans.

Bron:Duurzaam Gebouwd: De winst van duurzaam bouwen

Het boodschappenbolwerk

Gister las ik in de NRC een recensie van Het Boodschappenbolwerk van Frits Kremer, voormalig hoofd Corporate Communicatie van Laurus. Volgens Maartje Somers (de NRC recensent) is het een vurig pleidooi voor duurzaamheid uit de commerciële hoek.

Daarmee wekte het boek mijn interesse, want de grote Nederlandse supermarktconcerns blinken in mijn ogen niet uit in ambitie op het gebied van maatschappelijk verantwoord. Denk aan de rechtszaak van de gemeente Amsterdam tegen supermarkten over het afdekken van koelmeubels, die Amsterdam gewonnen heeft bij de Raad van State. Ik heb het boek gisteren gekocht en inmiddels bijna uit, voor een deel bevestigt Kremer mijn vermoedens over de supermarktbranche. Voor een deel zijn er echter ook hoopvolle ontwikkelingen buiten bij de bestaande Nederlandse supermarktketens en buiten de gevestigde spelers om.

Doorgaan met het lezen van “Het boodschappenbolwerk”

Trots op Nederland: de basisbibliotheek van dbnl

Kijk je kan natuurlijk trots willen zijn op wat nog komen gaat, of ooit weer zal zijn. Zelf ben ik liever trots op wat er al is. Dat is beter voor m’n gemoedsrust. De Digitale Bibliotheek van Nederland is een van de knappe staaltjes waar al lange tijd aan gewerkt wordt, buiten de beperkte kring vna kenners vallen ze niet zo op. Toch verzetten ze mooi werk met het digitaliseren van het geschreven deel van ons cultureel erfgoed.

Sinds kort hebben ze ook een basisbibliotheek:

De Basisbibliotheek biedt een selectie van duizend titels uit de Nederlandstalige cultuurgeschiedenis van de Middeleeuwen tot heden, van romans tot proefschriften, van pamfletten tot bijbelvertalingen, van bakerrijmen tot memoires. Meer dan de helft van de teksten is nu al volledig beschikbaar; de overige teksten volgen in de loop van 2008. Zie toelichting en verantwoording bij de keuze.

Digitale teksten kunnen de oude boeken naar mijn mening niet vervangen, maar op deze manier worden de teksten wel veel laagdrempelig toegankelijk. Bovendien denk ik niet dat er veel mensen zijn die meer dan de helft van de titels kennen. Als je dan toch trots wil zijn op je eigen cultuurgoed en gebruiken is het goed om je er ook daadwerkelijk in te verdiepen.